Dag 15; Balestrand

De routine aan het begin van de ochtend zat er ondanks de relaxdagen in Åndalsnes nog prima in. Het wassen, aankleden, eten en inpakken verliep allemaal erg vlot. We verlieten de Folven Camping rond de klok van negen uur. We reden in de richting van het Jostedalsbreen Nasjonalparksenter.

Hier bezochten we het museum en bezoekerscentrum met informatie over de Jostedalsbreen gletsjer. Het gebouw waarin het museum gevestigd is, is gebouwd in stijl van een Viking langhuis. De ligging aan het Oppstrynsvatnet was prachtig. In de tuin zagen we een tentoonstelling van Noorse gesteenten en mineralen. Binnen zagen we de algemene informatie over het ontstaan van gletsjers.


Jostedalsbreen Nasjonalparksenter

De Jostedalsbreen gletsjer in Noorwegen is samen met de zijarmen Nigardsbreen en Briksdalsbreen de grootste gletsjer van het Europese continent. Een gletsjer (breen) ontstaat in de winter en is een groot en dik pak sneeuw dat bij elkaar is gedrukt. Er valt in de bergen in de winter meer sneeuw, dan er in de zomer kan smelten. Het ijs wordt vervolgens zo zwaar dat het begint te bewegen.

Daardoor ontstaat er een soort ijshelling die met soms wel een meter per dag over de berghelling schuift. Tijdens het schuiven neemt de gletsjer alle losse stenen mee om ze aan het eind van de berg, als de gletsjer smelt, weer achter te laten. Dit meegesleepte ‘puin’ noemt men ook wel morene. Een gletsjer wordt ook wel een ijsrivier genoemd. Omdat het ijs net als water in een rivier, langs de berg naar of door het dal naar beneden komt. Op dit moment smelten de meeste gletsjers sneller dan dat er hoog in de bergen nieuw ijs bijkomt. Hierdoor worden de gletsjers korter. Dit komt waarschijnlijk door de temperatuurverhoging op aarde als gevolg van het broeikaseffect.

We reden richting het dorpje Olden en daarna over een smalle slingerweg door de Briksvallei om een bezoek te brengen aan de Briksdalsbreen gletsjer. Deze toeristische trekpleister is een zijarm van de Jostedalsbreen en wordt jaarlijks door miljoenen mensen bezocht. We parkeerden aan het einde van het Briksdal op één van de grote parkeerplaatsen, we waren hier zeker niet alleen en kochten een parkeerkaartje van 40 NOK. Vanaf de laatste parkeergelegenheid en het restaurant was het ongeveer drie kilometer omhoog lopen naar de gletsjer. Zoals overal in Noorwegen was de omgeving weer adembenemend. In het begin regende het wat maar met onze softcelljassen aan, hadden we daar weinig hinder van. We liepen langs een riviertje, passeerden kleine watervallen en de Kleivafossen, een grote waterval die met veel kracht naar beneden stort. We hadden onze jassen al aan omdat het regende maar anders konden we ze bij de waterval zeker ook goed gebruiken.

Het pad naar de gletsjer was prima te lopen en het was best druk. Mensen die wat minder goed ter been waren of zij die niet zoveel zin in de wandeling hadden (busladingen Aziaten) konden het grootste deel met een soort golfkarretje afleggen. Wij zijn jong en hebben een goede conditie dus voor ons geen golfkarretje maar de “benenwagen”. Aan het einde van het pad werden we beloond met een uitzicht op de gletsjer en de morene.

Van de gletsjer zelf hadden we ons misschien iets meer voorgesteld. Helaas is de gletsjer de afgelopen jaren kleiner geworden en mocht je niet meer te dichtbij komen. Toch waren de Briksdalsbreen en het gletsjermeer (Briksdalsbreenvatnet) in felblauwe kleuren nog steeds indrukwekkend. We scheerden met steentjes over het water en sprongen van steen naar steen in het gletsjermeer.

Het weer klaarde op en met een warm zonnetje op ons gezicht liepen we terug naar de parkeerplaats. Keyro voerde zelfs een dansje op in het opspattend water van de Kleivafossen (waterval). Als beloning voor het goede lopen kregen we allemaal een lekker ijsje bij het restaurant. We stapten in de auto en hadden nog een flinke rit naar Balestrand voor de boeg. De route ging via weg 60, weg 39 en later via weg 5 in de richting van Sogndal en Leikanger.

Om in Balestrand te komen, moesten we bij Hella met de ferry oversteken naar Dragsvik. Helaas moesten we zeker een half uur wachten tot de juiste ferry kwam. De overtocht was kort en al snel reden we de ferry weer af om de laatste kilometers tot aan de camping af te leggen.

We moesten even zoeken en mamma moest uiteindelijk in een apart huis naast de camping de sleutel van onze kampeerhut ophalen. De kampeerhut was niet zo groot maar wel redelijk nieuw en modern ingericht. Erg jammer was dat de hutten, tenten en campers allemaal er dicht op elkaar stonden. Privacy had je op deze drukke camping niet echt. Pappa en mamma wisten in korte tijd alweer een snelle en makkelijke maaltijd te maken die we in de schemering op het terras op aten. Ik probeerde nog even met pappa wat te voetballen maar er was gewoon te weinig vrije ruimte. We blijven hier maar voor één nachtje en morgen gaat onze reis alweer verder naar Vøringfossen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *