Zon en zee

Het heeft vannacht flink geonweerd en geregend. Gelukkig bleek de tent er tegen bestand en zijn we niet nat geworden of de lucht ingegaan.  De dag begon rond 7.30 uur al en de zon scheen al fel op de tent. Het was meteen warm dus snel naar buiten.

We hadden een lekker ontbijtje voor onze tent. Vandaag hadden we geen planning dus konden we doen waar we zin in hadden. Samen met pappa bliezen wij de roeiboot op die we hadden meegenomen. Al vroeg lagen we in het water. Lekker zwemmen, varen en dobberen op het luchtbed in de zee.

Tussendoor een hapje, drankje en af en toe mijn boek lezen. De baai is echt schitterend en je raakt er niet op uitgekeken.

Tussen de middag maakten mamma en ik een lichte lunchsalade, jummie. We speelden in de zee met de volleybal en trokken er weer met de boot op uit. Uiteindelijk begin ik me toch een beetje te vervelen, tot ergernis van pappa en mamma. Ik snap hun ook wel een beetje want wij wilden perse naar het strand. ’s Avonds aten we bij het eetcafé van de camping. Ze hebben een simpele maar lekkere kaart. Wij bestelden onder andere hamburgers en ćevapčići.

Het laatste gerecht is een vleesgerecht dat onder verschillende namen over de gehele Balkan bekend is. Vooral in Bosnië, Kroatië, Montenegro en Servië is het heel populair. Het is gemaakt van gehakt, ziet er uit als een worstje en wordt gegrild .

De ćevapčići wordt in porties van vijf of tien stuks besteld en geserveerd met een broodje, frietjes, Djuvec (Kroatische paprikarijst), uien, sla en of ajvar (paprika auberginespread).  De oorsprong van het gerecht is van de Middeleeuwen toen de Balkan onderdeel was van het Ottomaanse Rijk.

Het is een regionale variant op de Turkse kebap köfte. Wij vonden het erg lekker en lieten het ons smaken. Na een prachtige zonsondergang werden we al snel overvallen door de muggen.

Niet echt leuk om buiten te zitten en lek geprikt te worden. We gingen op tijd onze tent in en keken een filmpje op de tablet en ik las nog wat in mijn boek.

Camping Ujča

De dag begon voor ons rond 7:45 uur. Pappa en mamma liepen naar de pekarna (bakker) aan het einde van de straat voor vers brood. We hadden ons ontbijt en maakten ons klaar voor vertrek. We moesten nog even wachten op de gastvrouw Soncia. Ze had mijn onder  gespuugde kleding,  deken en meneer Beer gewassen en moest dit nog even ophalen. Haar moeder liet ons ondertussen bramen en kruisbessen proeven in de tuin.

We vertrokken rond de klok van 9:30 uur in de richting van de hoofdstad Ljubljana. Het eerste stuk reed goed door maar op de ringweg rondom de hoofdstad liep het verkeer vast. Het eerste stuk een vertraging van 10 minuten en daarna eentje van 20 minuten. Er was enorm veel vakantieverkeer op de weg.

Bij het dorp Prestranek stopten we even om te tanken en mij wat frisse lucht te geven. Ik was opnieuw misselijk door de wagenziekte. We reden over een provinciale weg naar de grens met Kroatië. De temperatuur liep ondertussen aardig op en al snel ging het over de dertig graden heen. Bij de grensovergang stond een aardige rij maar het duurde minder lang dan we dachten.

Na de grenscontrole kwamen we meteen op een tolweg. Gelukkig kon je hier gewoon met euro’s betalen want we waren nog niet in bezit van de Kroatische kuna. In Kroatië zijn alle autosnelwegen tolwegen.  De toltarieven zijn aardig aan de prijs en de meeste inwoners van Kroatië maken minder gebruikt van de snelweg en rijden binnendoor. Hierdoor reed het verkeer op de snelweg wel een stuk beter door.

Onze plannen waren gewijzigd vanwege de slechte weersvoorspelling bij de Plitvice meren en we reden nu naar de kust. Bij de plaats Rijeka was het opnieuw erg druk en belandden we in langzaam rijdend verkeer. We volgden nu niet meer de snelweg maar de provinciale kustweg. De vergezichten over de kust waren prachtig.

We kwamen door allerlei leuke kleine dorpjes met strandjes, campings en hotels. We hadden op internet een leuke kleine camping net buiten Senj gezien. Bij de camping kon niet gereserveerd worden dus het was een beetje op goed geluk dat we er naar toe reden.

We kwamen langs allerlei andere campings die we hadden gezien en camping Ujča bleek het verst gelegen te zijn. Bij aankomst op de camping bleek dat er nog 3 plaatsen beschikbaar waren. Net op tijd daar dus. We namen een kampeerplek met een beetje schaduw van een boom. De temperatuur was 34 graden dus een natuurlijke parasol is geen overbodige luxe.

De auto kon op deze camping niet naast de tent staan dus we moesten alleen het hoognodige uitladen en de auto op de parking bij de ingang zetten. Alleen al van het uitladen kregen wij het bloedheet. Pappa en mamma begonnen met het opzetten van de tent en al snel droop het zweet van hun gezichten af. De haringen kregen ze bijna niet in de grond en toen de hamer ook nog afbrak waren ze helemaal aan het balen.

Ze vonden wat andere alternatieven om de tent toch te verankeren en toen konden we naar het strand. De camping ligt aan een kiezelstrand in een beschutte baai. Het gebied behoort tot het Natuurpark Velebit. Het is geen grote camping maar beschikt wel over een café en snackbar. Ook is er een duikschool voor beginners. Veel mensen van buitenaf komen dus om hier te duiken.

We hadden het luchtbed opgeblazen en gingen lekker in de zon genieten van het koele zeewater. In de avond reden we naar de stad Senj waar we eerst wat inkopen deden bij de plaatselijk Konzum supermarkt. Daarna parkeerden we de auto op een betaalde parking omdat er verder nergens een plekje te vinden was. We liepen via de haven het stadje in.

Keyro en ik hadden mega honger en we gingen bij een van de eerste restaurantjes zitten. Er werd een visschotel voor twee personen en één vleesschotel besteld. Terwijl wij aan het wachten waren op het eten, kwam er een heilige processie langs. Het eten smaakte goed en de hoeveelheid was ruim voldoende. De rekening van 800 kuna viel hoger uit dan we verwacht hadden. De volgende keer toch maar naar de prijs vragen van de dagschotel. Kroatië blijkt de afgelopen jaren flink duurder geworden te zijn en dat merk je overal. In het donker reed mamma terug naar de camping. We gingen meteen de tent in om te slapen.

Blejski Vintgar

We werden rond 8:00 uur wakker en hadden de klok bijna rond geslapen. Buiten viel wat miezelregen en we hoopten dat het wat op zou gaan klaren. We begonnen met een lekker ontbijt van broodjes met zalm en komkommer. Ronac had daar niet veel trek in en nam vanille yoghurt. Na het ontbijt bleven we nog even zitten en luisterden we naar “Mamma Appelsap” liedjes. Het zijn liedjes in andere talen, vooral Engelse liedjes, waarin mensen een Nederlandse tekst horen. Je hoort dus andere woorden dan die er eigenlijk zijn. Sommige zijn echt heel leuk en grappig.

We vertrokken rond 9:30 uur met de auto naar de Vintjar kloof (Blejski Vintgar). Het was nog geen tien minuutjes rijden. De parkeerplaats stond bijna vol en er stonden ook een paar touringcars (met bejaarden). Druk was het wel maar dat weet je in het hoogseizoen. Bovendien noemt men dit één van de mooiste kloven die je zeker bezocht moet hebben in Slovenië en daarom zal het ook zo populair zijn.

We parkeerden de auto op de plaats die de parkeerwacht ons aanwees en liepen het stukje naar de kassa aan het begin van de kloof. Het was buiten de kloof al mooi en nadat we bij het loket de kaartjes kochten, konden we verder de kloof in. Veel mensen begonnen aan de wandeling en dat bleek een klein voordeel te zijn. Het pad was vrij smal en je moest wachten om de terugkerende mensen te laten passeren. Gelukkig verspreide de mensenmassa zich een beetje en liepen we niet alleen maar in optocht.

De kloof werd in 1891 bij toeval ontdekt en werd twee jaar later toegankelijk gemaakt voor publiek. De kloof is ongeveer 1,6 kilometer lang en uitgesleten door de Radovna rivier.  Het eerste stuk van de wandeling liepen we over hangende houten vlonderpaden.

Het snelstromende water van de Radovna rivier zorgt voor stroomversnellingen en kleine watervallen. De kleur van het water verschilde, van groen tot turquoise en sterk afhankelijk van de lichtinval. Het water was zeer helder en we konden zelfs vissen zien zwemmen. Ik vond het zo mooi dat ik het allemaal mocht vastleggen met de spiegelreflexcamera van mamma.

Zelfs Ronac die vooraf mopperde dat hij niet wilde wandelen, vond het prachtig. Halverwege konden we tot aan de rivier komen waar allemaal opeengestapelde steentjes lagen.

Pappa en Ronac bouwden er ook een torentje. Op het einde van de kloof kwamen we bij een brug die hoog over de kloof hangt. Hieronder stortte de rivier de Radovna een aantal meters naar beneden met daverend geweld. We werden gewoon nat van de nevel van het opspattende water.

Aan het einde van de kloof kregen we een ijsje en toen liepen we terug. We reden terug naar het appartement voor de lunch. Helaas was de bakker aan het einde van de straat dicht. We besloten om te voet naar het meer van Bled te lopen en daar ergens te lunchen. Het was ongeveer 15 minuten lopen van ons appartement. De lucht was weer aan het dicht trekken en we hoopten dat het droog zou blijven. We hadden een lunch bij een Camping restaurant langs het meer. Ronac en ik hadden een hamburger, pappa had ćevapčići (ook wel ćevapi genoemd) en mamma een maaltijdsalade met kip.

Het eten smaakte goed en nadat de buikjes weer gevuld waren liepen we verder rondom het meer. In het midden van het meer ligt een bosrijk eilandje (Blejski Otok) met een klein kerkje. De geschiedenis van het kerkje: Cerkev Marijinega Vnebovzetja (Maria Hemelvaartskerk) gaat terug tot de negende eeuw. Helaas stond het voor een groot gedeelte in de steigers wegens renovatiewerkzaamheden. Voor de Slovenen is het een populaire plek om te trouwen.

De traditie gaat dat de bruidegom zelf zijn bruid naar boven moet dragen, wel 99 traptreden. Pas dan mag het huwelijk tussen bruid en bruidegom voltrokken worden. We hadden het idee om met een bootje het meer op te gaan en het eiland te bezoeken maar het begon te regenen. We besloten om onze wandeling om het meer af te maken en ergens in het centrum van Bled iets te gaan drinken.

We liepen over vlonderpaden en op paden direct langs het meer. Op de kade zagen we de traditionele Pletna liggen. Het zijn Sloveense gondelboten waarbij de stuurman de boot voortduwt met houten peddels. Af en toe hoorden we hoe de bel van het kerkje op het eiland werd geluid. Toeristen kunnen de wensbel drie keer laten luiden en dan zal de wens die je daar doet, uitkomen.  Hoog boven het meer van Bled zagen we het indrukwekkende kasteel uittorenen.

Het zou stammen uit de 11e eeuw en hiermee de oudste vesting van Slovenië zijn. In het centrum zochten we naar een café of bar waar we wat konden drinken en meteen de WK finale voetbal zouden kunnen kijken. Natuurlijk hadden meer mensen zich dat bedacht en was het moeilijk om een plekje te vinden. Uiteindelijk zijn we bij een theehuis binnen gaan zitten. De finale ging tussen Frankrijk en Kroatië.

 

Iedereen in Slovenië steunde het voetbalelftal van Kroatië. Het duel begon op hoog niveau en Frankrijk kwam op voorsprong door een eigen doelpunt van een Kroaat. Gelukkig stond er na 10 minuten 1-1 op het scorebord. De Fransen kregen een strafschop en maakten er 2-1 van. In de tweede helft werd het 3-1 maar Kroatie gaf niet op. Het werd nog 3-2 maar uiteindelijk wist Frankrijk de finale te winnen met 4-2! Wat een monsterscore!

Tijdens de wedstrijd bestelden we een typisch Sloveens gebakje: Blesjka kremšnita (Bled Cream cake) uit Bled. Het recept werd bedacht door de manager van de banketbakkerij van Hotel Park. Het gebakje is van bladerdeeg met banketbakkersroom en slagroom er tussen en wordt bestrooid met poedersuiker. Het lijkt een beetje op de Nederlandse tompouce en wij vonden het heel lekker maar ook erg machtig.

Op de terugweg naar het appartement begon het hard te regenen. Bij het appartement aangekomen waren we tot op het ondergoed nat geworden. Omdat we laat hadden geluncht en ook nog gebak hadden gegeten, hadden wij geen honger. We keken nog een filmpje en gingen daarna naar bed. Morgen gaat onze reis verder in de richting van Kroatië.

Apartma Kobal in Bléd

De wekker ging midden in de nacht (3:10 uur). We bleven nog even 10 minuten liggen en stonden daarna op. Mamma hielp ons terwijl pappa de laatste spullen in de auto zette. We zitten echt flink volgepakt. Gelukkig hadden we nog dak dragers voor de nieuwe auto kunnen huren zodat we de dakkoffer konden bevestigen. Zo konden we de kampeerspullen toch meenemen.

We vertrokken om 4:25 uur richting de Kennedybrug omdat nu net dit weekend de Noorderbrug afgesloten bleek te zijn. De eerste drie uur leggen we ongeveer 420 kilometer en dan stoppen we voor een plaspauze en chauffeur wissel. Mamma stapt achter het stuur en komt direct in de file te staan. Gestaag rijdt het door maar echt opschieten doen we niet meer.

Als we weer rijden moeten we al snel weer stoppen omdat ik in de auto had overgegeven. Alles moest schoongemaakt worden en ook mijn kleren moest ik  uit doen. Eén geluk dat ik alleen wat had gedronken en nog niets had gegeten. We kunnen aardig doorrijden tussen Augsburg en München maar daarna beginnen de files opnieuw. Bij Rosenheim stond de hele snelweg vast en na de grensovergang met Oostenrijk bleef het ook nog file. We reden door de Karawankentunnel bij Villach naar Slovenië.

De tunnel ligt op de grens van Oostenrijk en Slovenië en gaat dwars door het Karawankengebergte heen. Na 8 kilometer kwamen we de tunnelbuis weer uit op Sloveens grondgebied. Hiervandaan was het nog ongeveer 17 kilometer tot het dorp Bled waar we onze overnachting hadden geboekt. Slovenië is een klein landje, één van de kleinste van Europa en qua oppervlakte ongeveer de helft van Nederland. Het grenst aan heel wat landen, Oostenrijk dus, Italië Hongarije en Kroatië. In het noordwesten vind je bergen en naar het oosten toe wordt het steeds vlakker. In de hoofdstad Ljubljana woont meer dan 10 % van de bevolking en men noemt het nog steeds geen grote stad.

Bij het verlaten van de snelweg zagen we al snel hoe mooi het was. We vonden Apartma Kobal in één keer en waren blij dat we gearriveerd waren. Het was ondertussen al 19:00 uur en we begonnen honger te krijgen. Mamma had eergisteren pastasaus gemaakt en die werd snel opgewarmd en de pasta en broccoli gekookt.

Al snel konden we aan tafel. We besloten aan de picknicktafel in de prachtige tuin te eten. Om het huis groeiden veel bloemen en planten. Er stonden fruitbomen, bramenstruiken en er werden verschillende groenten verbouwd. Na het eten bleek iedereen moe te zijn en om 21:00 uur gingen onze kaarsjes langzaam uit. Snel naar bed om wat uurtjes bij te slapen.

Centraal Europa: Dag 12; Kikkers zoeken in de Lage Tatra

We kwamen de ochtend langzaam op gang want het regende behoorlijk. Het was niet echt weer voor een uitgebreide wandeling in de bergen. We speelden in de motregen een beetje met de leuke hond van onze buren. De hond vond het geweldig om achter de grote stok aan te rennen. Om 11:00 uur liepen we naar restaurant Koliba Bystrina voor een kop koffie en thee. De sfeer in het restaurant is gezellig en er hangen veel attributen die je in de lokale berghutten ook tegen kunt komen. We speelden een paar potjes kaart en bestelden daarna iets te eten.

Mamma probeerde Kofola, een frisdrank die in Tsjechië en Slowakije geproduceerd wordt. Het werd in de tijd dat Tsjechoslowakije nog communistisch was geproduceerd als vervanger van de Westerse cola’s. Het belangrijkste ingrediënt is een zoetzure siroop Kofo genaamd. In de siroop zitten 14 natuurlijke ingrediënten zoals appen, kersen, kruiden, suiker en karamel.

Ondanks dat na 1989 de Westerse cola’s weer verkocht mochten worden, bleef het drankje erg populair onder de bevolking. Het smaakte lekker en het bevat ook nog eens veel minder suiker en cafeïne dan gewone cola. Mamma was op de “uitprobeer”- toer en bestelde als lunchgerecht de Slowaakse zuurkoolsoep “kapustnica”. De soep bevat gekookte zuurkool, gerookte worst, gedroogde paddenstoelen, pruimen en zure room. Pappa had halušky met bryndza en spek, Keyro had goulash met knedliky en ik had wat frietjes.

In de middag besloten we om ondanks de regen een klein stukje te gaan wandelen. We reden naar het dorp Jasná, gelegen op 1236 meter hoogte aan het einde van het 16 kilometer lange dal. In dit gebied bevonden wij ons in het toeristisch middelpunt van de Lage Tatra. De hellingen van de berg Chopok worden tot de beste skiterreinen van het land gerekend.

In dit gedeelte staan dan ook veel appartementencomplexen en hotels. Ook zijn ze nog volop bezig met het bouwen van nieuwe complexen. We deden de regenponcho’s aan en vertrokken voor een korte wandeling rondom het Vrbické pleso (bergmeertje). Het gebied waar we doorheen liepen was zeer bosrijk. Al snel zagen we overal kleine baby kikkers springen. Ik vond het leuk om ze te vangen en op mijn hand te laten zitten.

We zagen niet alleen veel eenden en kikkers maar ook waren er veel soorten paddenstoelen. Het leek al een beetje herfst zoveel vonden we er. We maakten nog een tweede korte wandeling naar een uitzichttoren. Langs dit pad stonden vooral veel struiken met bosbessen en frambozen. Al hingen er hier lang niet zoveel bosbessen en frambozen aan dan tijdens onze wandeling in Zuid Duitsland.

Aan het einde kwamen we uit bij de uitkijktoren. Door de dichte nevel was er natuurlijk niet veel te zien. Bij de uitkijktoren maakte mamma een aparte “lichaam zonder hoofd” foto van pappa. Super sjiek vond ik dat. Met zijn drieën probeerden pappa, Keyro en ik het nog een keer na te doen maar het lukte minder goed dan die met pappa alleen erop. Na de wandelingen liepen we nog even rond bij de stoeltjeslift die naar de berg Chopok gaat. Hier was ook een kleine kinderspeelplaats waar we even wat konden klimmen en klauteren. Later op de middag kwamen we weer terug op de camping.

De andere kampeerders op ons stuk hadden hun tenten opgebroken en waren vertrokken. Onze tent stond dus moederziel alleen op het grasveld. We bleven een tijdje muziek luisteren in de auto en de keiharde rock van Guns N’ Roses knalde uit de boxen. In de avond hadden we ervoor gekozen om voor de laatste keer te gaan eten bij Koliba Bystrina. Opnieuw aten we er heerlijk en het is wat ons betreft wel een echte aanrader als je in Demänovská Dolina verblijft. Keyro en ik hadden een Wienerschnitzel, mamma een champignons en kip ragout en pappa een vleesspies. In de avond maakten we ons alvast klaar voor ons vertrek van morgen. We willen een beetje op tijd vertrekken om naar Strbske Pleso te gaan.

Centraal Europa: Dag 11; Demänovská Dolina

Onze reisroute ging vandaag helaas alweer verder. We verlieten de Nizne Kamence camping redelijk vroeg. We reden door naar het hart van Slowakije. Het was minder dan twee uur rijden naar het Demänovská Dolina (Demänovská dal) en het meeste oponthoud hadden we bij de stad Ružomberok. We reden naar Kemping Bystrina aan het begin van het dal in het dorp Demänova.


Keyro las meerdere boeken van de Gladiator uit deze vakantie.

De camping had twee grote ronde kampeervelden met zicht op de Vysoké Tatry (Hoge Tatra). We reden als eerste naar het hoger gelegen gedeelte, een vrij kaal gedeelte. Er stonden daar ook al aardig wat tenten. Op het iets lager gelegen gedeelte stond maar één eenzame tent. Wij reden daar naar toe en vonden een mooi plaatsje tussen de dennenbomen. De tent werd opgezet en daarna gingen we een hapje eten bij restaurant Koliba Bystrina dat op hetzelfde terrein ligt als de camping en het hotel.


Dumplings en  halušky

Er werden vier gerechten besteld: germknödel, dumplings met fruit, halušky met bryndza en spek en goulash. Toen het eenmaal op tafel stond werd er wat met de gerechten geschoven omdat iedereen iets anders wilde eten dan hij/zij besteld had. Het restaurant heeft veel streekgerechten op de kaart staan en de bediening draagt de nationale klederdracht . Het eten was goed maar te porties wat te groot voor de lunch.

‘s Middags brachten we een bezoek aan de Demänovská ijsgrot. Om bij de grot te komen moesten we eerst betaald parkeren, vrij hoge prijzen voor Slowakije, op een nabijgelegen parkeerterrein. We trokken een lange broek en fleecevest aan want in de grot zou het tussen de 0,4°C en 3,0°C zijn. We moesten eerst ongeveer 25 minuten bergopwaarts in een mooi bos wandelen om bij de ingang van de grot te komen.


De schitterende omgeving van Demänovská Dolina

In de middag zijn er drie rondleidingen en we hadden de eerste net gemist. We moesten bijna een uur wachten. We kochten de kaartjes en kregen een velletje papier met uitleg in het Engels. De tour was helaas alleen in het Slowaaks. Er werd ook duidelijk vermeld dat foto’s maken verboden was of je moest een toeslag van 10 euro betalen. Wij hebben de toeslag niet betaald en maakten geen foto’s.


Impressie van de ijsloze ijsgrot.

Het viel ons heel erg op dat de prijzen hier veel hoger liggen dan in de rest van Slowakije. Alles in deze regio is toeristisch en men wilt vooral veel geld aan toeristen verdienen. De tour duurde ongeveer een half uur. De grot is 1.750 meter lang en bestaat uit drie verdiepingen. We zagen veel stalagmieten en stalactieten. In de grot werden ook botten aangetroffen van de grotbeer. In de achttiende eeuw werden de botten vaak aangezien voor botten van draken.

Op de plek waar normaal ijsvlakten, ijsstalactieten en stalagmieten te zien zouden moeten zijn, zagen wij nu alleen maar grond. Er werd ons duidelijk gemaakt dat het niet de juiste tijd van het jaar was en er afgelopen winter te weinig ijs aangroei is geweest. Voor ons allemaal een beetje een teleurstellend bezoek aan een ijsgrot die gewoon een grot bleek te zijn. Wat ons betreft mag je het geen ijsgrot noemen of maak er van te voren melding van.

Op de terugweg gingen we op zoek naar een supermarkt om boodschappen te doen voor een barbecue. De supermarkt was klein en de keuze beperkt. Het werden verschillende soorten Klobása (worst) en een simpele salade. Terwijl pappa en mamma de barbecue voorbereiden legde ik mij lekker in de zon en las ik mijn spannende boek “Gladiator”. Het eten was weer een succes. In de avond begon het te regenen en gingen we vroeg onze tent in om een boek te lezen en een potje te kaarten.


Worst, worst en worst op de barbecue

Centraal Europa: Dag 10; Naar de bergtop Veľký Kriváň

We wilden vandaag naar het hoogste bergtop van bergketen Malá Fatra namelijk de Velký Krivaň. We reden door het mooie Vrátnadal (Vrátna Dolina) naar het dorp Vrátna. We kochten kaartjes voor de gondel die ons naar 1524 meter hoge Snilovské sedlo bracht. Boven lag een restaurant en was er een panoramisch uitzicht over de omgeving.


Na een goed ontbijt op stap voor hopelijk een mooie hike.

Het Fatra-gebergte bestaat uit twee bergketens: Malá (klein) en Velká (groot) Fatra en wordt doorsneden door de rivier de Váh. Het is wel zo dat de Malá Fatra het hoogste gebergte is van de twee. Zoals we gisteren ook al gezien hadden werden door bergstromen ravijnen uitgeslepen in de rotsachtige bodem. De lagere gedeelten van de bergen zijn dichtbegroeid met naaldbomen. Het gebied is tevens het leefgebied van lynxen en bruine beren. We volgden in optocht de rode route naar de Veľký Kriváň.

De wandeling naar de top duurde circa drie kwartier. We hoefden maar een hoogteverschil van slechts 200 meter te overbruggen tot aan de top. We liepen door bergweiden die in het verleden door grazende schapen zijn ontstaan. Door de vele bloemen, watervallen en beekjes doet het gebied schilderachtig aan. De 1709 meter hoge top van de Veľký Kriváň was in nevel gehuld toen we boven kwamen.

We bleven een tijdje op de kale bergtop van de Veľký Kriváň om te genieten van de weidse vergezichten. De terugweg naar beneden ging een stuk sneller. Grappig was wel dat wij als één van de weinigen op sandalen liepen. Iedereen was super sportief uitgerust met wandelkleding, wandelschoenen, wandelstokken en zo voort. Maar met onze sandalen liepen wij prima hoor!

Bij het restaurant aten we een verfrissend ijsje voordat we met de lift terug naar beneden gingen. Net voordat we de gondel in wilden stappen viel er een oudere man uit en die kwam klem te zitten tussen de deur en de vloer. Mamma hielp mee om de man er tussen uit te krijgen en pappa zorgde ervoor dat de liftbediende de gondel stil zette. Gelukkig mankeerde de man niets en kon hij zelf niet veel later weer verder gaan. Het duurde wel even voordat de lift weer volledig opgestart was en wij konden instappen.

Onze tweede activiteit die we wilden doen was raften op de rivier de Váh. We hadden een folder gekregen maar daar stond geen adres maar alleen een plaats op vermeld. We begonnen te rijden in de hoop dat we in het dorp bewegwijzering zouden zien. Helaas vonden we dit net en reden we verder naar het plaatsje Strečno.

Hier zou je op een vlot van houten boomstammen een tocht kunnen maken over de rivier de Váh. Ook hier konden we het niet direct vinden en moesten we het een aantal keer gaan vragen. Uiteindelijk kwamen we toch bij het bedrijf dat deze tochten verzorgde. We moesten ongeveer een half uur wachten. Met een busje werden we naar een punt ongeveer 10 kilometer buiten Strečno gebracht. We deelden het vlot met twee andere Slowaakse families. Het vlot werd bestuurd door twee mannen waarvan de ene wel verdacht veel op de beroemde voetballer Lionel Messi leek.

De uitleg onderweg werd gegeven (uiteraard) in het Slowaaks. Wij moesten het doen met een goed gedetailleerd informatieblad in het Engels. Het water van de rivier stroomde redelijk hard en het vlot gleed gemakkelijk door het water. De Váh is een zijrivier van de Donau en de langste rivier van Slowakije. De rivier is ontstaan uit samenvloeing van twee rivieren en de lengte bedraagt 403 km.

Direct aan de rivier de Váh liggen twee burchten tegenover elkaar. Beide kastelen dateren uit de 14e eeuw. Als eerste zagen we op de rechter over van de Váh de burchtruíne Starý hrad (kasteel). Niet veel later zagen we hoog op een steile rots het Strečno Hrad boven het landschap uit torenen. In het verleden lag de vesting aan een belangrijke handelsroute door de Waagvallei. In 1678 werd het bouwwerk en is het onbewoond gebleven en tot een ruïne vervallen.

Uiteindelijk werd de ruïne gerestaureerd en is er een museum over de geschiedenis van het kasteel en de nationale Slowaakse opstand ondergebracht. Na het passeren van het kasteel waren we vrij snel bij het eindpunt van de één uur durende tocht over de rivier. Op de terugweg naar Belá stopten we bij de Country Saloon voor ons diner. Het was wat vroeg maar we hadden onze lunch overgeslagen vandaag.

We beginnen zoals de Slowaken dat ook vaak doen met een soep. We hadden knoflooksoep, kippensoep en goulashsoep. Als hoofdgerecht hadden we rundergoulash met knedliky (gestoomd brood), een Mexicaanse schotel en twee pasta’s. Het eten werd erg snel na elkaar geserveerd en wij vonden het allemaal een beetje tegenvallen. Het eten was niet echt warm en leek opgewarmd te zijn. Jammer want tot nu toe hebben we overal lekker gegeten. Op de camping deden we nog een raar dansje voor de tent, speelden we voetbal en gingen we zelf bij de kleine campingwinkel chips en een suikerspin halen. Het was een prachtige dag vandaag.

Centraal Europa: Dag 9; Wandeling Velký Rozsutec

Voor vandaag stond er een wandeling op het programma in het Nationaal Park Malá Fatra. Met de auto reden we naar Hotel Diery nabij het dorp Biely Potok. Hier vandaan vertrekken veel wandelingen het Malá Fatra gebied in. Het Nationaal Park Malá Fatra behoort al jarenlang tot de drukst bezochte plaatsen. Het zou ook één van de mooiste berggebieden van het land zijn.

We parkeerden (betaald) onze auto en maakten aan de hand van de plattegrond een keuze welke wandeling we wilden gaan maken. Het werd de blauwe route in de richting van de op 1344 meter hoogte gelegen Veľký Rozsutec. De wandeling is een vrij populaire dagtocht en in het begin liepen we af en toe in optocht over het wandelpad. In het begin liepen we door het beekdal op een wandelpad met bruggetjes en trappetjes.

Ronac struikelde al vrij snel doordat er iemand in de weg stond en schaafde zijn hele knie open op het grindpad. Bij het kruispunt van Podžiar aangekomen namen wij de blauwe route rechtdoor en veel mensen volgden een kortere route linksaf. Het werd al snel een stuk rustiger om te lopen.

De route kreeg wel steeds meer uitdaging en het pad ging over de rotsen en af en toe moesten we bij steile stukken een ketting vast houden. De wandelroute volgde de rivier Dierový potok. Het rots massief, de kloven en de ravijnen werden afgewisseld met dennenbossen en watervalletjes.

We kwamen langs waterval Horné Diery naar de bergpas Sedlo Miedzirozsutce. Het laatste stuk naar de Sedlo Miedzirozsutce was flink zweten en de vermoeidheid van het naar boven lopen en klimmen en klauteren sloeg toe. We rustten lange tijd uit en genoten van het uitzicht. In dit gebied leefde Juraj Jánošík. Deze opstandeling, strijder en rover was een soort Robin Hood en is een nationale held van Slowakije. De verhalen van deze volksheld leven nog steeds voort in literatuur, opera’s en musicals.

Pappa besloot om alleen het laatste stuk naar de Veľký Rozsutec te lopen en mamma en wij zouden aan de terugweg beginnen. Het eerste stuk was lastig door een stuk bos dat tegen de steile bergwand van de Veľký Rozsutec was gelegen. Het was glad en modderig en met angst om niet naar beneden te glijden, wist mamma ons één voor één veilig verder te loodsen. Wij waren op sommige momenten toch wel wat angstig.

Na ongeveer een half uur gelopen te hebben, zagen we pappa alweer aan komen. Hij haalde ons in en met zijn vieren liepen we verder. Het laatste gedeelte van de wandeling was vrij vlak en we eindigden bij Hotel Diery.

We hadden honger gekregen en zochten een tafel bij restaurant Terchovská Koliba Diery. Ronac nam een pannenkoek met fruit, pappa en mamma een schotel met diverse Slowaakse specialiteiten (o.a. halušky, bryndza en worst ) en ik een schnitzel met spek en gebakken aardappelen. Op de camping speelden we nog voetbal en in de speeltuin. We eindigden de dag met een ijsje en vielen in slaap bij de gitaar spelende buurman.

Centraal Europa: Dag 8; Malá Fatra

We verlieten de camping rond de klok van 09:30 uur. Het was maar 20 kilometer rijden naar de grens van Slowakije. De officiële naam van Slowakije is Slovenská Republika. Het land is gelegen in het hart van Europa. In 1992 werd besloten om de Republiek Tsjecho-Slowakije op te splitsen. Het Tsjechische deel en het Slowaakse deel hadden onderling te veel meningsverschillen. In januari 1993 werd Slowakije een zelfstandige staat. Slowakije maakt sinds 2004 deel uit van de Europese Unie. Vanaf 2009 wordt er met de Euro betaald. Slowakije was na Slovenië het tweede voormalige Oostblokland dat de Euro invoerde.

Het land strekt zich voornamelijk uit tussen de langgerekte bergen van de Karpaten en de op één na grootste rivier van Europa: de Donau. Slowakije bestaat voor meer dan 30% uit bergen en uitgestrekte bossen en dat zagen we direct toen we de grens gepasseerd hadden. De ene bocht na de andere volgden elkaar op. Net na de grensovergang kochten we een elektronisch snelwegvignet zodat we ook hier van de snelwegen gebruik zouden kunnen maken.

We reden naar het nationaal Park Malá Fatra (kleine fatra) dat in het noordwesten van Slowakije ligt. Het middelpunt van deze regio is het dorp Terchová. Wij hadden een camping gevonden in Belá, gelegen op enkele kilometers van Terchová. We waren nog voor de middag bij Camping Nizne Kamence en er was gelukkig nog plaats om onze tent op te zetten. Het is een gemoedelijke camping met bungalows en kampeerplaatsen. De camping is geheel nieuw en geopend in de zomer van 2007 en werd aangelegd met geld van de Europese Unie. Aan de kentekens van de auto’s konden we zien dat er mensen stonden uit allerlei landen.

Na het opzetten van de tent konden we gaan spelen op de camping. Wij wilden niet weg en dat hoefde gelukkig ook niet. Op de camping was genoeg te doen en we hoefden ons niet te vervelen. Er was een speeltuin, een voetbalveld, kantine en zelfs een klein zwembad. ‘S avonds reden we met de auto naar Terchová om iets te eten. We vonden een tafel bij restaurant Kultúrny dom. De typische Slowaakse keuken is een calorierijke en zware keuken. Het is een mix van de Hongaarse, Oostenrijkse, Tsjechische en Boheemse keuken. Vanuit de traditie wordt er veel varkensvlees, aardappelen, groenten (vooral zuurkool) en melkproducten gebruikt. Wij bestelden pasta en een salade.

Pappa en mamma bestelden het nationale gerecht: “Bryndzové halušky”. Het is een gerecht van aardappelballetjes met bryndza (verse schapenkaas) en spek. Iedere regio heeft zijn eigen versie van dit gerecht. Wij kennen de halušky als de uit Italië afkomstige gnocchi. Het eten smaakte super en toen we het op hadden konden we nog even op de stoep bij het restaurant spelen. Terug op de camping hadden wat buren een kampvuur gemaakt. De oudere, alleenstaande motorrijder van een paar tenten verderop, had zijn gitaar en microfoon uitgehaald en zat Slowaakse liederen te zingen. Erg gezellig maar zo voor ons onmogelijk om in slaap te komen. We waren dan ook blij dat hij er om 22:00 uur, op verzoek van de campingvoorschriften, er mee op hield.

Centraal Europa: Dag 7; Wallachijns openluchtmuseum

Voor vandaag hadden we geen specifieke dingen te doen dus konden we lekker uitslapen en rustig aan doen. We wilden een bezoek brengen aan het Wallachijns openluchtmuseum maar wachtten daarmee tot het weer wat op zou klaren en het niet meer zou regenen. Het dorp Rožnov pod Radhoštěm is vernoemd naar de 1.129m hoge berg de Radhošt. Op de berg bevindt zich een bedevaartsoord, een houten kapel voor de apostelen Cyrillus en Methodius.

Tegen de middag vertrokken wij voor een bezoek aan het oudste, grootste en beste openluchtmuseum in Tsjechie en Slowakije. Het bestaat uit houten gebouwen die uit heel Wallachije zijn overgebracht en vervolgens in het stedelijke park op bijgelegen hellingen zijn neergezet. Rožnov pod Radhoštěm is een gebied waar de bewoners nog steeds grote nadruk leggen op de tradities van hun voorouders. Wallachije of Valašsko in het Tsjechisch is een regio in de Beskiden. De Beskiden zijn het westelijke uiteinde van de uitlopers van de Karpaten. De Karpaten lopen door tot in Polen en de Oekraïne. Het grootste deel van de Beskiden is beschermd landschap. De Wallachen waren een half-nomadisch schapen houdend volk die in de 15e eeuw rondtrokken. Niemand weet zeker waar ze vandaan kwamen, Oost-Polen, Slowakije, West-Oekraïne of Roemenië.

Wallachije was ook de naam van een vorstendom aan de Donau dat de voorbode was van Roemenië en zou kunnen dat er een oude connectie was. In de 18e eeuw zijn de Wallachen opgegaan in het Habsburgse rijk en vermengden zich via huwelijken met de Moraviërs en Slowaken. Maar ze hebben het voor elkaar gekregen om iets van hun landelijk leven te behoeden, inclusief het unieke houtsnijwerk waar de Wallachen om bekend staan. De monumenten in het museum zijn verspreid over drie locaties namelijk: Drevene mestecko (Houten stadje), Valasska dedina (Wallachijs dorp) en Mlynska dolina (Molendal). We liepen als eerste in de richting van het Wallachijns dorp.

Onderweg kwamen we langs een soort keuken en we besloten eerst wat te eten want dat hadden we nog niet gedaan. Natuurlijk sprak hier ook niemand Engels maar al snel werd een jong meisje gehaald die een beetje Engels sprak. Zij vertelde dat ze traditionele gerechtjes maken en noemde op wat we konden bestellen. We gaven door wat we graag wilden proberen en 10 minuten later werd het aan onze tafel geserveerd. We hadden een heerlijk handgemaakte en gegrilde schapenkaas (zout met sterke smaak), handgemaakte gekruide en gegrilde worst (klobása), vers gegrild varkensvlees allemaal geserveerd met vers brood (chleba dat zwaar en zuur smaakt) en zuurkool.

Gegrilde schapenkaas.

Met goedgevulde maag liepen we langs de houten herdershuizen. Om de huizen heen lagen velden waarop oorspronkelijke gewassen verbouwd worden. We moesten om 14:00 uur bij de ingang zijn voor de rondleiding in het Molendal. Hier zagen we onder andere een molen, ijzersmederij en houtzagerij. Als laatste brachten we een bezoek aan het houten dorpje met onder andere een postkantoor en de Sint-Annakerk. Er bevindt zich zelfs een kerkhof waarop beroemde mensen liggen begraven die in Wallachije geboren zijn. We kochten bij een kraampje wat drinken, een honinglikeur en perník. Het laatste was een soort koek en het leek op peperkoek en de koeken waren versierd met glazuur. De koek is steviger en de smaak is veel meer uitgesproken dan die van peperkoek. De eigenaar maakte een praatje met ons in het Engels en gaf ons zelfs nog een extra koek gratis mee.

Vriendelijk mensen die Tsjechen. Na ons bezoek liepen we via het park naar het centrum van Rožnov pod Radhoštěm. We haalden wat boodschappen bij de supermarkt en zochten een leuk restaurant om te eten. We kwamen terecht bij een restaurant net buiten het centrum en er was zelfs een kleine speeltuin met zandbak en schommel bij. We bestelden voor ons twee hamburgers, voor mamma kipfilet met krokante Parmezaanse korst en voor pappa bramborák, een aardappelpannenkoek. Na het eten speelden wij nog even in de speeltuin en zo konden pappa en mamma nog even rustig zitten. We liepen terug naar ons huisje en pakten de spullen weer in. Morgen vertrekken we naar buurland Slowakije.