Seget Vranjica

De dag begin zoals normaal rond de klok van 8:00 uur. Niets uitslapen of in bed blijven liggen. We speelden een speeltje op de tablet terwijl pappa en mamma brood voor het ontbijt gingen halen. Ze namen een lokaal gerecht mee namelijk: burek. Het gerecht is hier naar toegekomen tijdens het Ottomaanse rijk. In veel voormalige Joegoslavische landen (Servië en Bosnië) wordt het gerecht nog gemaakt en gegeten. In de jaren 60 werd het door Albanese en Bosnische bakkers geïntroduceerd in Kroatië en Slovenië. Burek is een deeggerecht, soms wordt het ook gemaakt met blader- of filodeeg en het kan gevuld worden met kaas, gehakt of groenten (spinazie). Na het ontbijt begonnen we met het opblazen van onze boot.

We hielden een relax dagje aan het strand. Het lag al vrij vroeg vol op het kleine strandje en we zochten naar een plekje om onze handdoek neer te leggen. We gingen met de boot het water op, gingen snorkelen en volleybalden in het water. Af en toe maakten Keyro en ik ruzie dus konden we niet samen varen of volleyballen en was pappa iedere keer degene die met één van ons iets moest doen.

Gelukkig waren er ook rustige momenten en konden pappa en mamma ook samen even rusten en hun e-book lezen. Tussendoor gingen we af en toe wat drinken in ons appartement en liepen daarna weer terug naar het strand. Aan het einde van de middag gingen pappa en Keyro een wandelingetje maken door Seget Vranjica en naar de andere kant van het dorp.

Ze zagen meerdere kleine baaien met rotstranden, oude olijfboomgaarden en wijngaarden. Mamma en ik bleven lekker op het strand en zwommen en volleybalden lekker in het water. Vanaf een uur of vijf begon het minder druk te worden op het strand en gingen veel toeristen terug naar hun accommodaties. Pappa en Keyro kwamen ook weer terug.

We bleven tot het donker begon te worden in het water. ’s Avonds gingen we uiteten bij een van de restaurantjes langs de baai. We vonden een plaatsje bij restaurant Samac. Op de menukaart stond een gevarieerde keuze met vlees- en visgerechten.

Pappa en mamma gingen beiden voor de inktvis, de ene voor gegrilde kalamari en de andere voor de gefrituurde variant. Keyro nam kipschnitzel omdat van de Wienerschnitzel er nog maar eentje te bestellen was en ik deze graag wilde. We speelden wat potjes kaart tot het eten werd geserveerd. Ik at niet veel want ik was zo ontzettend moe van de hele dag zwemmen en bezig zijn. Gelukkig hielpen pappa en Keyro mij een beetje en werd het meeste toch opgegeten. Half slapend lag ik bij mamma op schoot te wachten tot we terug gingen naar ons appartement. Daar viel ik direct in slaap.

Šibenik

Onze dag startte redelijk rustig. De laatste was werd van de waslijn gehaald, spullen ingepakt, er werd ontbeten en rustig aangekleed. We verlieten het mooie appartement rond de klok van 10:15 uur. De rit naar Šibenik waar we een tussenstop wilden maken, duurde ongeveer anderhalf uur.

We volgden opnieuw de kustweg D8 en niet de snelweg. De D8 loopt vanaf de grens met Slovenië via Rijeka, Zadar, Split en Dubrovnik helemaal door tot de grens met Montenegro. Het is met 643 kilometer, de langste weg van het land en loopt langs de hele Kroatische kust.  Het was erg druk onderweg en net voor Šibenik belandden we in een stilstaande file. Uiteindelijk bereikten we toch de stad Šibenik en vonden we direct een parkeerplaats op een groot parkeerterrein net buiten het centrum.

Hier vandaan was het ongeveer 10 minuten lopen langs de boulevard naar het centrum. Helaas zat het weer even tegen en begon het wat te miezelen. Nabij de haven lagen veel terrasjes en we zochten een leuk plaatsje uit. We zaten in een schommelstoel aan het water, heerlijk. Gelukkig verdween de regen al snel en maakte het plaats voor een lekker zonnetje.  De stad ligt aan een pittoreske baai waar de karstrivier de Krka in uitmondt.

In tegenstelling tot  andere steden aan de kust is Šibenik niet gesticht door de Illyriers, Grieken of Romeinen maar door de lokale Kroaten zelf. Er regeerden diverse koningen over Šibenik  en aan het einde van de 12e eeuw kreeg de plaats stadsrechten. Na de tweede wereld oorlog groeide Šibenik uit tot een van de belangrijkste havens aan de Adriatische kust. In 1991 werden er nog flinke gevechten gevoerd tussen de Kroaten en de Joegoslavische troepen en de Servische opstandelingen.

De Kroaten verdedigden de stad met succes. Tot in 1995 werd de stad nog regelmatig met granaten bestookt maar uiteindelijk keerde einde 1995 de rust terug en begon de stad met de wederopbouw en reparatiewerkzaamheden. Via de boulevard kwamen we uit bij het auto vrije centrum. De oude binnenstad is gelegen op een aantal heuvelruggen. We kwamen als eerste langs de Sint Jacobuskathedraal, het grootste en mooiste bouwwerk van Dalmatië.

In 15e eeuw werd gestart met de bouw van de kathedraal en pas honderd jaar later was de bouw voltooid. Het is niet vreemd dat de bouw zo lang duurde want de kathedraal is zonder één enkele spijker, hout of ander bevestigingsmateriaal gebouwd. De kathedraal is volledig gebouwd uit wit steen. Het dak en de koepel zijn gemaakt van stenen die in elkaar passen en er is geen cement voor gebruikt. In 2000 werd de kathedraal op de UNESCO Werelderfgoedlijst gezet.

Aan de buitenkant van de kathedraal zitten veel versieringen, zo zijn er 72 gezichten te zien. Pas na de bombardementen en de oorlog werd de kathedraal gerestaureerd door buitenlandse experts en zag men pas hoe bijzonder de kathedraal was. Daarna liepen we door de smalle, oude straatjes en steegjes van het gerestaureerde centrum. Jammer genoeg wordt het oude centrum overspoeld met toeristen en liep je soms in optocht door de straatjes.

Hoe verder we van het oude centrum kwamen hoe rustiger het werd. We vonden een leuk restaurant op een klein pleintje tussen de steegjes en hadden daar een heerlijke lunch. Mamma had garnalen in tomatensaus, pappa, Ronac had kipfilet op een bedje van rösti en ik had ćevapčići. Na de lunch begonnen we aan een steile klim via verschillende trappetjes naar 1 van de 4 forten van Šibenik. We maakten de klim naar Sv. Mihovila  (St. Michael’s Fort) dat in het centrum ligt. We kwamen langs het oude kerkhof met grote graftombes.

Vanaf het fort hadden we een prachtig uitzicht over de stad, zee, eilandjes voor de kust en de omringende heuvels. Vroeger diende het fort om de stad te beschermen tegen indringers van buitenaf. Tegenwoordig wordt het gebruikt voor optredens en evenementen en staat de binnenplaats vol met tribunes. Terwijl wij rondliepen was er een dansgroep aan het repeteren op de oude binnenplaats.

Ronac kocht bij het fort een handgemaakte houten speelgoeddolk en was hier heel blij mee. Ik wilde met het geld van oma Evelien een ander souvenir kopen alleen weet ik nog niet wat. Via de steegjes met de trappetjes, keerden we terug naar de boulevard en liepen we terug naar de auto. We vonden niemand  bij wie we konden betalen voor het parkeren en reden de parking af. Onze bestemming was Seget Vranjica, een toeristenplaatsje op ongeveer 5 kilometer van de historische stad Trogir.

De kustweg die we volgden was werkelijk prachtig. We hadden gisteren via Booking.com een appartement direct aan het strand geboekt. We vonden apartmani Vukman met onze navigatie vrijwel direct.

De gastvrouw haalde haar zoon erbij omdat hij iets beter Engels sprak en liet ons het appartement zien. Het ligt op de begane grond, heeft een keuken en een balkon. Vanuit het appartement kijk je tussen de bomen door uit op het strand en de baai.

Wij gingen meteen naar het strand om te zwemmen en te snorkelen. Pappa en mamma pakten wat uit en gingen even naar een nabij gelegen winkel voor wat kleine boodschappen. In de avond hadden we simpel avondeten, bestaande uit brood met gebakken ei. In het appartement hadden we Wifi en zo konden we ook lekker wat gamen en een filmpje kijken. We blijven hier in totaal 3 nachten dus lekker relaxen.

Senj

Poeh, poeh de dag begon weer vroeg. We zweetten rond 8:00 uur al de tent uit. Het zou een hele warme dag worden, zo’n 35 graden en dat was te merken. Na het ontbijt vertrokken wij met de auto in de richting van Senj. Senj is de grootste stad op de weg tussen Rijeka en Zadar. Het heeft een geschiedenis die meer dan 3000 jaar terug in de tijd gaat. We zetten onze auto net buiten de stad op een parking en liepen als eerste naar het fort. Fort Nehaj is een middeleeuwse Uskokkenvesting uit de 16e eeuw. Het is gelegen aan de voet van het Velebitgebergte op een strategisch punt aan de kust van de Adriatische zee.

De stad werd al in 52 v. Chr. gesticht door de Romeinen. In 1154 werd Senj pas belangrijker doordat de bisschop zich er vestigde. In 1537 kwam er een grote stroom vluchtelingen uit Servië en Bosnië, zij waren op de vlucht voor de Turken. Senj behoorde in die periode tot het Habsburgse rijk en hadden een Hongaarse koning. De koning maakte Senj een belangrijke vesting zodat ze konden voorkomen dat de Turken de Adriatische zee zouden bereiken. De vluchtelingen noemden zich Uskokken (ontsnapten) en vanwege het feit dat ze aan de gruweldaden van de Turken waren ontkomen, hadden ze zich volgens het stadsbestuur genoeg bewezen.

Ze werden opgenomen en zouden kunnen helpen bij de verdediging van de stad. De Uskokken gingen de stad echter overheersen en beperkten zich niet alleen tot het aanvallen van de Turken. Vanuit Senj maakten ze de kust onveilig en werden Venetiaanse schepen veroverd. Venetië protesteerde maar kon weinig doen tegen het gevaar. Ze sloten een verbond met de Turken om de Uskokken een lesje te leren. Echter lukte dit plan niet en werden de Uskokken niet verslagen. Venetië vroeg Oostenrijk om hulp maar die konden ook niets. Het leidde tot een oorlog tussen de twee landen en eindigde in 1617  toen de Uskokken werden verbannen.

In het slot is nu een museum waar we informatie kregen over de Uskokken van Senj. De daden van de Uskokken inspireerden veel Kroatische schrijvers tot het vastleggen van de geschiedenis.

De vierkante burcht heeft vijf torens en 11 kanonopeningen.Voor de burcht zagen we nog een aantal kanonnen staan. Er waaide een fris windje die de bewoners ook wel bura (bora) noemen. Het is een koude noordoostenwind die ontstaat doordat de koude lucht van de Balkanvlakte over de Vratnikpas valt en vrij spel heeft om via het Senjskadal de stad te bereiken.

 

Na ons bezoek aan het museum en de burcht liepen we door het park naar het centrum van Senj. Op een gezellig pleintje aten we een ijscoupe bij één van de terrassen. We slenterden wat door het centrum en kochten bij een souvenir winkeltje een “squizzy”, een soort stressballetje met een heerlijk luchtje eraan. We kwamen langs de jachthaven en liepen door naar het naastgelegen openbaar strand van de stad.

Voordat we een duik namen in de zee, sprongen we nog vijf minuten op een trampoline. Even uitleven en goed zweten om ons daarna lekker af te kunnen spoelen in de zee. Pappa en mamma zaten met een halve liter Radler lekker op het terras. Een paar uurtjes later liepen we terug naar het centrum en hadden we bij een sfeervol restaurant met straatterras een verlate lunch.

Pappa en mamma hadden een tweepersoons vleesschotel, Keyro een pizza en ik een calzone (opgerolde pizza). We liepen terug langs de kust naar de auto. De camping was maar een paar kilometer rijden en we waren zo weer terug. Meteen de zwembroeken weer aangedaan en lekker met de roeiboot het water weer op.

’s Avonds keken we buiten aan de kampeertafel bij het licht van een lantaarn nog naar een filmpje. Toen de muggen weer in grote getallen aan te vallen alsof we zoete broodjes waren, gingen we de tent in en keken we daar verder.

Zon en zee

Het heeft vannacht flink geonweerd en geregend. Gelukkig bleek de tent er tegen bestand en zijn we niet nat geworden of de lucht ingegaan.  De dag begon rond 7.30 uur al en de zon scheen al fel op de tent. Het was meteen warm dus snel naar buiten.

We hadden een lekker ontbijtje voor onze tent. Vandaag hadden we geen planning dus konden we doen waar we zin in hadden. Samen met pappa bliezen wij de roeiboot op die we hadden meegenomen. Al vroeg lagen we in het water. Lekker zwemmen, varen en dobberen op het luchtbed in de zee.

Tussendoor een hapje, drankje en af en toe mijn boek lezen. De baai is echt schitterend en je raakt er niet op uitgekeken.

Tussen de middag maakten mamma en ik een lichte lunchsalade, jummie. We speelden in de zee met de volleybal en trokken er weer met de boot op uit. Uiteindelijk begin ik me toch een beetje te vervelen, tot ergernis van pappa en mamma. Ik snap hun ook wel een beetje want wij wilden perse naar het strand. ’s Avonds aten we bij het eetcafé van de camping. Ze hebben een simpele maar lekkere kaart. Wij bestelden onder andere hamburgers en ćevapčići.

Het laatste gerecht is een vleesgerecht dat onder verschillende namen over de gehele Balkan bekend is. Vooral in Bosnië, Kroatië, Montenegro en Servië is het heel populair. Het is gemaakt van gehakt, ziet er uit als een worstje en wordt gegrild .

De ćevapčići wordt in porties van vijf of tien stuks besteld en geserveerd met een broodje, frietjes, Djuvec (Kroatische paprikarijst), uien, sla en of ajvar (paprika auberginespread).  De oorsprong van het gerecht is van de Middeleeuwen toen de Balkan onderdeel was van het Ottomaanse Rijk.

Het is een regionale variant op de Turkse kebap köfte. Wij vonden het erg lekker en lieten het ons smaken. Na een prachtige zonsondergang werden we al snel overvallen door de muggen.

Niet echt leuk om buiten te zitten en lek geprikt te worden. We gingen op tijd onze tent in en keken een filmpje op de tablet en ik las nog wat in mijn boek.

Camping Ujča

De dag begon voor ons rond 7:45 uur. Pappa en mamma liepen naar de pekarna (bakker) aan het einde van de straat voor vers brood. We hadden ons ontbijt en maakten ons klaar voor vertrek. We moesten nog even wachten op de gastvrouw Soncia. Ze had mijn onder  gespuugde kleding,  deken en meneer Beer gewassen en moest dit nog even ophalen. Haar moeder liet ons ondertussen bramen en kruisbessen proeven in de tuin.

We vertrokken rond de klok van 9:30 uur in de richting van de hoofdstad Ljubljana. Het eerste stuk reed goed door maar op de ringweg rondom de hoofdstad liep het verkeer vast. Het eerste stuk een vertraging van 10 minuten en daarna eentje van 20 minuten. Er was enorm veel vakantieverkeer op de weg.

Bij het dorp Prestranek stopten we even om te tanken en mij wat frisse lucht te geven. Ik was opnieuw misselijk door de wagenziekte. We reden over een provinciale weg naar de grens met Kroatië. De temperatuur liep ondertussen aardig op en al snel ging het over de dertig graden heen. Bij de grensovergang stond een aardige rij maar het duurde minder lang dan we dachten.

Na de grenscontrole kwamen we meteen op een tolweg. Gelukkig kon je hier gewoon met euro’s betalen want we waren nog niet in bezit van de Kroatische kuna. In Kroatië zijn alle autosnelwegen tolwegen.  De toltarieven zijn aardig aan de prijs en de meeste inwoners van Kroatië maken minder gebruikt van de snelweg en rijden binnendoor. Hierdoor reed het verkeer op de snelweg wel een stuk beter door.

Onze plannen waren gewijzigd vanwege de slechte weersvoorspelling bij de Plitvice meren en we reden nu naar de kust. Bij de plaats Rijeka was het opnieuw erg druk en belandden we in langzaam rijdend verkeer. We volgden nu niet meer de snelweg maar de provinciale kustweg. De vergezichten over de kust waren prachtig.

We kwamen door allerlei leuke kleine dorpjes met strandjes, campings en hotels. We hadden op internet een leuke kleine camping net buiten Senj gezien. Bij de camping kon niet gereserveerd worden dus het was een beetje op goed geluk dat we er naar toe reden.

We kwamen langs allerlei andere campings die we hadden gezien en camping Ujča bleek het verst gelegen te zijn. Bij aankomst op de camping bleek dat er nog 3 plaatsen beschikbaar waren. Net op tijd daar dus. We namen een kampeerplek met een beetje schaduw van een boom. De temperatuur was 34 graden dus een natuurlijke parasol is geen overbodige luxe.

De auto kon op deze camping niet naast de tent staan dus we moesten alleen het hoognodige uitladen en de auto op de parking bij de ingang zetten. Alleen al van het uitladen kregen wij het bloedheet. Pappa en mamma begonnen met het opzetten van de tent en al snel droop het zweet van hun gezichten af. De haringen kregen ze bijna niet in de grond en toen de hamer ook nog afbrak waren ze helemaal aan het balen.

Ze vonden wat andere alternatieven om de tent toch te verankeren en toen konden we naar het strand. De camping ligt aan een kiezelstrand in een beschutte baai. Het gebied behoort tot het Natuurpark Velebit. Het is geen grote camping maar beschikt wel over een café en snackbar. Ook is er een duikschool voor beginners. Veel mensen van buitenaf komen dus om hier te duiken.

We hadden het luchtbed opgeblazen en gingen lekker in de zon genieten van het koele zeewater. In de avond reden we naar de stad Senj waar we eerst wat inkopen deden bij de plaatselijk Konzum supermarkt. Daarna parkeerden we de auto op een betaalde parking omdat er verder nergens een plekje te vinden was. We liepen via de haven het stadje in.

Keyro en ik hadden mega honger en we gingen bij een van de eerste restaurantjes zitten. Er werd een visschotel voor twee personen en één vleesschotel besteld. Terwijl wij aan het wachten waren op het eten, kwam er een heilige processie langs. Het eten smaakte goed en de hoeveelheid was ruim voldoende. De rekening van 800 kuna viel hoger uit dan we verwacht hadden. De volgende keer toch maar naar de prijs vragen van de dagschotel. Kroatië blijkt de afgelopen jaren flink duurder geworden te zijn en dat merk je overal. In het donker reed mamma terug naar de camping. We gingen meteen de tent in om te slapen.

Dagje aan de Belgische kust

Op onze laatste vakantiedag was het goed weer en gingen we naar het strand in de Haan. Het was een stukje rijden en we arriveerden rond 12 uur in het dorp. Het was druk en we gingen op zoek naar een parkeerplekje. Toevallig bleek er een plaatsje vrij te zijn naast vakantiehuis “De Dolfijnen”, waar pappa vroeger altijd met de familie naar toe ging.

Waarschijnlijk was hier net iemand weg gereden want werkelijk alles stond vol met auto’s. We namen de spullen mee uit de auto en liepen naar het strand. Bij de boulevard liepen we naar links het strand op. We liepen verder door waar het wat rustiger was en geen strandtenten.

In de duinen vonden we een mooi plekje uit de wind. Snel insmeren met zonnebrandcrème, de zwembroek aan en het strand op. Heerlijk spelen in het zand. We bouwden zandkastelen en groeven kanalen. Natuurlijk werden er ook geulen en dammen gebouwd om het zeewater tegen te houden. Tussendoor gingen we even eten en drinken maar we zaten voornamelijk op het strand. Af en toe namen we een duik in de zee om het zand even tijdelijk van ons af te spoelen.

We bleven tot een uur of zes op het strand en toen moesten we echt gaan. Bij de frituur aten wij een frietje met zure Belgische mayonaise en een snack. We konden niet aan de terugreis beginnen zonder een ambachtelijk gemaakt ijsje te hebben gehaald bij de ijssalon in het dorp. Op de terugweg vielen we allebei in slaap in de auto. Pappa en mamma legden ons thuis direct in bed en het douchen zou morgenochtend moeten gebeuren.

Finding Nemo


We konden vanmorgen niet te lang uitslapen. We stonden om 8:00 uur klaar voor een boottripje. Aldi had bami goreng gemaakt voor de lunch en bracht dit samen met twee extra snorkels naar de boot. We stapten in en vertrokken. We zouden naar nabijgelegen eiland met authentiek vissersdorp varen en verschillende plekken om te snorkelen. Het was een gewone vissersboot zonder echte zitplaatsen en we zaten niet echt gemakkelijk. De motor ging steeds meer lawaai maken naar mate er meer stroming kwam waar hij tegenin moest varen. Flores behoort tot de Nusa Tenggara of wordt ook wel de Kleine Soenda-eilanden genoemd. De eilanden Sumbawa, Komodo en een aantal kleinere eilanden behoren ook tot de Nusa Tenggara.


De eilanden behoren tot de armste en meest onvruchtbare gebieden van Indonesië. De meeste inwoners zijn dan ook boeren en vissers. De naam Flores, is afgeleid van de Portugese naam ‘Cabo de Flores’ wat bloemenkaap betekent. Het is niet duidelijk of de naam verwijst naar bloemen op land of naar het rijke koraal wat men onder water bij de kust kan aantreffen. Na ongeveer 1 ½ uur varen stopten we voor de kust van een eiland en konden we vanaf de boot het water in om te gaan snorkelen.

Pappa en Keyro zagen de prachtigste koralen en vissen. Ze zagen ook veel grote blauwe en oranje zeesterren en zee-egels. Mij lukte het niet zo goed om te snorkelen en ik hield het maar bij zwemmen. Keyro kwam op een gegeven moment uit het water om te melden dat hij ”Nemo”, een anemoonvis had gezien. Toch kon hij mij daar niet mee verleiden om de duikbril en snorkel op te zetten. Iedere keer als ik het probeer krijg ik vies, zout water binnen en begin ik te proesten. Rond 13:00 uur hadden we onze lunch op het strand. Helaas waren twee pannetjes met bami omgevallen tijdens het varen en moesten we het met de twee overgebleven pannetjes doen.


Na de lunch gingen we met de boot een stukje verder om het eiland heen. Pappa, mamma en Keyro konden vanaf de boot het water in om te snorkelen. Het was hier veel dieper en de stroming was een stuk sterker. Keyro en ik vonden de sterke stroming veel te eng en klommen zo snel als we konden weer aan boord. Pappa en mamma verdwenen snel met de stroming en bleven een tijdje in het water om te snorkelen. Mamma had er ook vrij snel genoeg van en moest flink zwemmen om terug te komen bij de boot. Pappa kwam als laatste aan boord terug waarna de bootsman meteen de motor startte om terug te varen naar Sunset Cottages. Het eentonige ronken van de motor zorgde ervoor dat Keyro en ik in een diepe slaap vielen. Met veel moeite werd ik een uur later wakker.


’s Avonds bij het diner hadden we een auberginecurry en op ons verzoek had Aldi verse vis bereidt. De vis werd heel opgediend met kop en staart en we moesten zelf het vlees er vanaf halen. Opnieuw een overheerlijke maaltijd. Na ons diner werden de rugzakken ingepakt want morgen gaan we deze prachtige, relaxte plek verlaten. We gaan 6 dagen over het eiland trekken in een auto met chauffeur. Ik ben benieuwd!

Robinson Crusoe

Wat sliepen wij allemaal heerlijk deze nacht zeg! De rust en de ruisende zee op de achtergrond maakt ons allemaal ontspannen. Het koelde in de nacht wel wat af maar met een extra vest en handdoek over ons heen hadden we het niet koud. Ook hadden we wat ongenodigde gasten in de hut zoals een gekko en heremietkreeftjes en krabben in de badkamer. We plensden wat water uit de mandibak over ons heen en trokken na deze verfrissende douche direct onze zwembroek aan.


Ik ging gewapend met mijn duikbril en snorkel het water in. Er is aardig wat koraal en genoeg te zien onderwater. Je bent in een hele nieuwe wereld en bekijkt het onderwaterleven door je duikbril. Je kunt bij het snorkelen vinnen, ook wel flippers genoemd, gebruiken maar dit hoeft niet. Omdat wij “licht” reizen hadden wij geen plaats om vinnen mee te nemen. Het rif voor de kust is zich nog aan het herstellen van een aardbeving die een aantal jaren geleden heeft plaats gevonden. Er was veel koraal verwoest maar gelukkig is het opnieuw aan het aangroeien en er was genoeg te zien. Koraal lijkt op een witte steen met gleufjes, sterretjes en gaatjes. Eens werd gedacht dat koraal uit planten bestond maar nu weet men dat het een kolonie van zeer kleine diertjes betreft die koraalpoliepen heten. De meeste poliepen zijn nog geen 2,5 centimeter in doorsnede. Koralen die zich vertakken zijn harde koralen, omdat ze een kalkskelet hebben. Hun felle kleuren worden veroorzaakt door de aanwezigheid van samenlevende algen die in het lichaamsweefsel van het koraal leven en het grootste deel van het voedsel maken dat het koraal nodig heeft te overleven.


De vorm hangt af van het soort koraal en van de plaats waar het groeit. Ik zag koraal in verschillende kleuren van geel, groen, bruin en lichtrood. Een groep verschillende koralen bij elkaar noemen we een rif. Koraalriffen zijn misschien wel de mooiste gebieden van de wereld. Het zit vol leven in de prachtigste vormen en kleuren. Koraalriffen groeien alleen in warme, ondiepe tropische zeeën meestal rond de evenaar en daar ligt precies Indonesië. Tussen de middag gingen we eten en maakte Aldi voor ons een overheerlijke vegetarische groentecurry.


In de middag gingen we opnieuw de zee in en we kregen er geen genoeg van. We relaxten nog en we brachten tijd door met lezen en tekeningen maken. We zagen helemaal niemand meer behalve af en toe een visser of een lokaal kindje. Werkelijk het toppunt van ontspannen en het “alleen op de wereld gevoel”. In de avond gingen we gezellig kaarten en kwartetten terwijl we wachtten op ons eten.


Pappa en mamma hadden een lokale specialiteit van aardappelen met specerijen besteld en dit had veel tijd nodig om klaar te maken. Wij namen een noodlesoup. Maar ook dit duurde nog even. Aldi maakt alles vers en zonder pakjes dus moet het even pruttelen tot de smaken zijn ingetrokken. Iedere keer weer weet hij een feestmaal voor te zetten en het was ook nu weer smullen. Wat kan deze man koken. Voor mij is hij een echte top chef! Het gerecht van pappa en mamma had bijna twee uur tijd nodig voor het klaar was maar het was het wachten meer dan waard. In de avond mochten we natuurlijk nog Raveleijn kijken voordat we onze ogen dicht deden.