Blejski Vintgar

We werden rond 8:00 uur wakker en hadden de klok bijna rond geslapen. Buiten viel wat miezelregen en we hoopten dat het wat op zou gaan klaren. We begonnen met een lekker ontbijt van broodjes met zalm en komkommer. Ronac had daar niet veel trek in en nam vanille yoghurt. Na het ontbijt bleven we nog even zitten en luisterden we naar “Mamma Appelsap” liedjes. Het zijn liedjes in andere talen, vooral Engelse liedjes, waarin mensen een Nederlandse tekst horen. Je hoort dus andere woorden dan die er eigenlijk zijn. Sommige zijn echt heel leuk en grappig.

We vertrokken rond 9:30 uur met de auto naar de Vintjar kloof (Blejski Vintgar). Het was nog geen tien minuutjes rijden. De parkeerplaats stond bijna vol en er stonden ook een paar touringcars (met bejaarden). Druk was het wel maar dat weet je in het hoogseizoen. Bovendien noemt men dit één van de mooiste kloven die je zeker bezocht moet hebben in Slovenië en daarom zal het ook zo populair zijn.

We parkeerden de auto op de plaats die de parkeerwacht ons aanwees en liepen het stukje naar de kassa aan het begin van de kloof. Het was buiten de kloof al mooi en nadat we bij het loket de kaartjes kochten, konden we verder de kloof in. Veel mensen begonnen aan de wandeling en dat bleek een klein voordeel te zijn. Het pad was vrij smal en je moest wachten om de terugkerende mensen te laten passeren. Gelukkig verspreide de mensenmassa zich een beetje en liepen we niet alleen maar in optocht.

De kloof werd in 1891 bij toeval ontdekt en werd twee jaar later toegankelijk gemaakt voor publiek. De kloof is ongeveer 1,6 kilometer lang en uitgesleten door de Radovna rivier.  Het eerste stuk van de wandeling liepen we over hangende houten vlonderpaden.

Het snelstromende water van de Radovna rivier zorgt voor stroomversnellingen en kleine watervallen. De kleur van het water verschilde, van groen tot turquoise en sterk afhankelijk van de lichtinval. Het water was zeer helder en we konden zelfs vissen zien zwemmen. Ik vond het zo mooi dat ik het allemaal mocht vastleggen met de spiegelreflexcamera van mamma.

Zelfs Ronac die vooraf mopperde dat hij niet wilde wandelen, vond het prachtig. Halverwege konden we tot aan de rivier komen waar allemaal opeengestapelde steentjes lagen.

Pappa en Ronac bouwden er ook een torentje. Op het einde van de kloof kwamen we bij een brug die hoog over de kloof hangt. Hieronder stortte de rivier de Radovna een aantal meters naar beneden met daverend geweld. We werden gewoon nat van de nevel van het opspattende water.

Aan het einde van de kloof kregen we een ijsje en toen liepen we terug. We reden terug naar het appartement voor de lunch. Helaas was de bakker aan het einde van de straat dicht. We besloten om te voet naar het meer van Bled te lopen en daar ergens te lunchen. Het was ongeveer 15 minuten lopen van ons appartement. De lucht was weer aan het dicht trekken en we hoopten dat het droog zou blijven. We hadden een lunch bij een Camping restaurant langs het meer. Ronac en ik hadden een hamburger, pappa had ćevapčići (ook wel ćevapi genoemd) en mamma een maaltijdsalade met kip.

Het eten smaakte goed en nadat de buikjes weer gevuld waren liepen we verder rondom het meer. In het midden van het meer ligt een bosrijk eilandje (Blejski Otok) met een klein kerkje. De geschiedenis van het kerkje: Cerkev Marijinega Vnebovzetja (Maria Hemelvaartskerk) gaat terug tot de negende eeuw. Helaas stond het voor een groot gedeelte in de steigers wegens renovatiewerkzaamheden. Voor de Slovenen is het een populaire plek om te trouwen.

De traditie gaat dat de bruidegom zelf zijn bruid naar boven moet dragen, wel 99 traptreden. Pas dan mag het huwelijk tussen bruid en bruidegom voltrokken worden. We hadden het idee om met een bootje het meer op te gaan en het eiland te bezoeken maar het begon te regenen. We besloten om onze wandeling om het meer af te maken en ergens in het centrum van Bled iets te gaan drinken.

We liepen over vlonderpaden en op paden direct langs het meer. Op de kade zagen we de traditionele Pletna liggen. Het zijn Sloveense gondelboten waarbij de stuurman de boot voortduwt met houten peddels. Af en toe hoorden we hoe de bel van het kerkje op het eiland werd geluid. Toeristen kunnen de wensbel drie keer laten luiden en dan zal de wens die je daar doet, uitkomen.  Hoog boven het meer van Bled zagen we het indrukwekkende kasteel uittorenen.

Het zou stammen uit de 11e eeuw en hiermee de oudste vesting van Slovenië zijn. In het centrum zochten we naar een café of bar waar we wat konden drinken en meteen de WK finale voetbal zouden kunnen kijken. Natuurlijk hadden meer mensen zich dat bedacht en was het moeilijk om een plekje te vinden. Uiteindelijk zijn we bij een theehuis binnen gaan zitten. De finale ging tussen Frankrijk en Kroatië.

 

Iedereen in Slovenië steunde het voetbalelftal van Kroatië. Het duel begon op hoog niveau en Frankrijk kwam op voorsprong door een eigen doelpunt van een Kroaat. Gelukkig stond er na 10 minuten 1-1 op het scorebord. De Fransen kregen een strafschop en maakten er 2-1 van. In de tweede helft werd het 3-1 maar Kroatie gaf niet op. Het werd nog 3-2 maar uiteindelijk wist Frankrijk de finale te winnen met 4-2! Wat een monsterscore!

Tijdens de wedstrijd bestelden we een typisch Sloveens gebakje: Blesjka kremšnita (Bled Cream cake) uit Bled. Het recept werd bedacht door de manager van de banketbakkerij van Hotel Park. Het gebakje is van bladerdeeg met banketbakkersroom en slagroom er tussen en wordt bestrooid met poedersuiker. Het lijkt een beetje op de Nederlandse tompouce en wij vonden het heel lekker maar ook erg machtig.

Op de terugweg naar het appartement begon het hard te regenen. Bij het appartement aangekomen waren we tot op het ondergoed nat geworden. Omdat we laat hadden geluncht en ook nog gebak hadden gegeten, hadden wij geen honger. We keken nog een filmpje en gingen daarna naar bed. Morgen gaat onze reis verder in de richting van Kroatië.

Oasis du Fint

We deden vandaag rustig aan en hadden niet echt iets op het programma staan. We bleven wat langer in bed liggen en zaten pas om 10:00 uur aan het ontbijt. Op aanraden van de eigenaar maakten we een uitstapje naar de oase van Fint. Het ligt op slechts 12 kilometer van Ouarzazate.

Een deel van de weg er naar toe is geasfalteerd maar dan verandert de omgeving en rijden we door een soort van maanlandschap. Het is een steenwoestijn en de weg bestaat uit grind. We zien een enkele auto maar verder alleen maar een droog en dor landschap en veel stenen. Zomaar ineens doemt de oase voor ons op. Een groene zee van palmbomen met een paar dorpjes en een rivier.

De oase ligt tussen de bergen van de hoge Atlas en de anti Atlas.  We reden de berg af naar beneden voor een bezoek aan de oase. Vlak voor de oase probeerden mannetjes ons te ronselen om de auto te parkeren met de reden dat we met de auto niet verder mochten rijden. We trapten er niet in en reden verder. Een tiental meter hetzelfde verhaal. Iedereen wilde onze gids zijn et cetera. We reden uiteindelijk achter iemand aan die ons leidde naar de parkeerplaats die ook op onze navigatie stond.

Net voor we de parking opreden, kwam er een vrouw met ezel langs. Er was eigenlijk geen ruimte voor haar om te passeren maar ze duwde haar ezel gewoon door. We horen een schurend geluid langs de auto. De takken die op de ezel gebonden waren, krasten in onze auto, ai, ai. Nou ja, we konden er nu niets meer aan doen en zouden het wel horen als we de auto moeten inleveren.

We gaven de jongen aan dat we zelf een rondje wilden lopen en dat respecteerde hij. De oase is nog niet zo heel lang bewoond en degenen die er wonen, zijn vooral voormalige slaven uit het zuiden. Het grootste deel van de oase is nog authentiek en heerlijk rustig. Toch hebben de laatste jaren ook de touringcars hun weg gevonden naar deze prachtige plek. Vandaag was het nog niet druk en we liepen door de oase met zijn akkers, boomgaarden en palmen.

Bij de rivier waren vrouwen de was aan het doen en kinderen waren aan het voetballen. We bleven even staan kijken bij alle bezigheden en liepen toen verder. Aan de overkant van de rivier lag een kleinschalig hotel. Vanaf het terras had je een prachtig uitzicht over de omgeving. We liepen terug naar de auto en besloten om in het restaurant nog wat te drinken. We kregen pindanootjes en een heel groot brood dat gebakken was in de traditionele oven.

We hadden niet veel honger maar namen uit beleefdheid toch allemaal een stukje. We kregen gezelschap van een lieve poes en een Italiaans stel met hun gids. De eigenaar kwam er ook bij zitten en we hadden wat leuke gesprekken. Toen we ons drinken op hadden, besloten we om verder te gaan. Onze volgende stop was het Cinema museum en de Taourirt kashba ten oosten van de stad Ouarzazate.

Het was niet ver rijden en we vonden direct een parkeerplek. We brachten een bezoekje aan het Cinema Museum. Het was best leuk om hier even rond te wandelen. We zagen foto’s, ornamenten, kleding en decorstukken die voor films zijn gebruikt. Ook was er een zaal met oude filmapparatuur. Het was jammer dat het ontbrak aan uitleg.

Nergens stond iets bij dus we hadden geen idee in welke films de rekwisieten waren gebruikt. Na het museum staken we de weg over naar de Taourirt kashba. Het dorp werd in de 13e eeuw gesticht en rond 1920 werd een grote vesting gebouwd op de overblijfselen van het oude fort. In de jaren 90 werd jet met hulp van UNESCO gerestaureerd. We liepen eerst om de kashba met zijn hoge kantelen en versierde gevels heen.

De kashba werd als decor gebruikt bij het draaien van meerdere films zoals ‘Jewel of the Nile’ en ‘Lawrence of Arabia’. We besloten om geen tour te doen en liepen zelf door het openbare gedeelte met de wirwar van straatjes. Een verkoper van tapijten wees ons een hotel waar we vanaf het dakterras een geweldig uitzicht hadden. De eigenaar was een Fransman en zeer vriendelijk. Het hotel was echt een pareltje.

Na ons tochtje door de straatjes waren we toe aan iets verfrissends. We wilden een ijsje halen. De eerste verkoper kon de sleutel van zijn diepvries niet vinden dus liepen we naar de tweede en kochten daar een lekker ijsje. Na de verfrissing liepen we terig naar de auto. We gaven de beveiliger een paar dirham en reden terug naar Dar Farhana.

Hier besteedden we onze vrije tijd lekker aan het zwembad en op het dakterras. ’s Avonds was het opnieuw genieten van het heerlijke eten dat door het personeel van Dar Farhana werd klaar gemaakt. De tajine was toch weer anders dan we hem elders hadden gehad. We lagen wat later in bed maar hebben morgen dan ook weer een rustige dag.

De Dadès vallei

Het was vandaag moeilijk om wakker te worden en op te staan. Uiteindelijk zaten we om 8:45 uur aan het ontbijt. We zouden om 9:30 uur starten met de wandeling. Het was nog koud maar het zonnetje begon al aardig te schijnen.

Onze gids heet Olaiyd en we hadden hem gisteren en vandaag al aan het werk gezien in het hotel. Hij vroeg ons wat geduld te hebben en even te wachten. We gingen naar buiten en genoten vanaf het terras van het uitzicht. Wat een verschil was met gisteren.

Om 10:00 uur kwam Olaiyd zich verontschuldigen dat onze lunch nog gemaakt moest worden en we nog niet konden vertrekken. Uiteindelijk was alle klaar en konden we gaan. We liepen een klein stukje langs de weg en sloegen daarna af de wadi (vallei) in.

We liepen langs de rivierbedding die vol met stenen ligt en er stroomt water doorheen.  We liepen langs akkers waar graan (gerst, tarwe), wortelen, kool en aardappelen verbouwd worden. Ook staan er veel palmbomen, amandelbomen en vijgenbomen. Veelal voor lokaal gebruik. We kwamen door slaperige berberdorpjes en langs stoffige ingestorte kashba’s. Zomaar ineens stonden we voor de kleurige rode bergen en vreemd uitziende rotspartijen. Hier loopt een smal bergpad de bergen in.

De tocht bestaat uit drie delen. Het eerste deel was vrij gemakkelijk lopen maar al snel werd het smaller en we moesten we flink gaan klimmen. Dit is dus het tweede deel. Op sommige stukken moeten we ons zien te redden op de bijna verticale rotsen. Met kleine pasjes liepen we over smalle richeltjes en trokken we ons omhoog aan de rotsen om de weg te vervolgen. Sommige stukken waren weer smal en waren we bang dat mamma kwam vast te zitten.

Voor hele dikke mensen is deze route niet aan te bevelen. We kwamen ook twee karkassen van berggeiten tegen die in de winter door het water in de kloof waren verdronken. Olaiyd steekt ons vaak een helpende hand uit maar de meeste tijd loop en klim ik als eerste naar boven. Het laatste stuk naar het plateau was een flinke klim en ging bijna steil omhoog. Olaiyd vertelde ons om rustig aan te doen en heel voorzichtig te zijn.

Ik ondervond geen problemen en stond als eerste boven. Leuk om mamma en Keyro zo te zien zwoegen. Het plateau is grauw en dor en er staan alleen maar rotsplanten en struiken.

We moeten nog een stukje lopen totdat we bij een berberwoning komen. De woning is uitgehakt in de rotsen. We worden door de familie (moeder met drie kinderen) uitgenodigd om binnen te komen kijken. Het is niet groot en best donker. De moeder en dochter verzorgen een kop thee.

Nu niet alleen met mint maar er bleek ook verse tijm aan toegevoegd te zijn. Naast de grot is nog een kleine ruimte waar het vee gestald staat. Er liep een ezel, een jonge geit en een kip. De jonge kinderen keken verlegen naar ons.

De dochter was bescheiden en verlegen maar ondanks at zeer geïnteresseerd in foto’s die we konden laten zien op de display van onze spiegelreflexcamera. De terugweg gaat bergaf en is een stuk gemakkelijker te lopen.

We komen weer uit in de groene vallei maar gaan nog niet terug. We lunchen op een vlak stuk met gras langs de rivier. Het broodje met kip, paprika en uien was het wachten wel waard geweest. Het was veel en er was ook nog banaan en sinaasappel.

De zon scheen behoorlijk fel en het werd aardig warm. We lopen nog een stuk tot we uitkomen bij een plek waar de rivier flink stroomt. We houden een rustpauze bij het water.

Ik was al aardig moe en er werd besloten om terug te lopen naar het hotel. We steken de (op deze plek) flink stromende rivier over. Geen stevige brug maar een smalle boomstam. Het grootste gedeelte van de terugweg lopen we langs de openbare weg.

Goed opletten want sommige auto’s scheurden toch nog best hard langs. Mamma nam me de laatste paar honderd meter op haar rug, super lief.

We waren rond 16:00 uur terug en verlangden naar een lekkere douche. Helaas viel dat tegen en werd het water niet warm. We spoelden ons snel schoon en droogden ons snel weer af. We deden het verder rustig aan. In de avond aten we weer bij het hotel. Helaas werd er exact hetzelfde eten geserveerd als gisteren. Na het eten waren we moe en gingen we direct slapen. Morgen rijden we verder naar nog een kloof in het Atlasgebergte en wel de bekende Todgha (Todra) kloof.

De rozenvallei

De dag begon met het typische Marokkaanse ontbijt. Bijna overal bestaat het tot nu toe zo’n beetje uit dezelfde ingrediënten. Met volle buikjes zetten wij de spullen weer in de auto om de Dadès vallei verder in te trekken. Het eerste stuk zou ongeveer een kilometer of veertig rijden zijn. Het gebied waar we vandaag door heen kwamen staat bekend als de rozenvallei.

De vallei dankt haar naam aan de talloze rozenstruiken die langs de oevers van de Dadès -rivier groeien. Bij het binnen rijden van Kelaa M’gouna zien we heel veel advertenties en winkeltjes die producten met rozen verkopen. We wilden een fabriekje bezoeken waar de rozen verwerkt worden maar gezien de donkere lucht in de verte besluiten we eerst door te rijden in de richting van Bou Tharar voor een korte wandeling.

We stopten nog bij een uitzichtpunt waar we hoofddoeken kopen voor onze tocht in de woestijn. We betalen er achteraf gezien veel te veel voor maar ja. De verkoper deed alle moeite om ons aan te kleden en foto’s te maken. We rijden verder door schilderachtige en slapende dorpjes. Het lijkt alsof we steeds verder terug gaan in de tijd. We zien ezels met kar en Marokkanen in traditionele kledij om even later weer afgewisseld te worden met een luxe auto en moderne geklede Marokkanen.

We stoppen langs de weg bij een gesloten restaurant om te zien of we daar vandaan kunnen wandelen in de vallei. We worden direct aangesproken door een oudere man die ons zegt waar we de auto kunnen parkeren en waar we naar toe kunnen gaan om te wandelen. Niet veel later gingen wij op weg. Het verhaal gaat dat in de 10e eeuw Mekka-reizigers een bepaalde rozensoort mee namen naar Marokko en deze hier plantte. Een ander verhaal vertelt dat de Feniciërs uit Persepolis in het oude Perzië de kleine, roze Perzische roos meebrachten.

Welk verhaal de juiste is weten we dus niet. We lopen langs vruchtbare akkertjes en zagen al snel de vele rozenhagen. Ze dienen als bescherming voor het land en tegen de loslopende geiten en schapen. Rozen worden al duizenden jaren gehouden om hun schoonheid. Ze worden bij veel rituelen en symbolen gebruikt en hebben verschillende betekenissen. Zo zijn rozen het symbool van de liefde maar kunnen ze ook symbool zijn voor rouw en dood.

De bloei van de rozen is van half april tot half mei en wij waren hier dus op het juiste moment!  Overal zagen we in de struiken de mooie roze rozen. De roos wordt vooral gebruikt voor de cosmetische en parfum-industrie. De blaadjes worden verwerkt in Franse parfums en andere geur- en smaak producten.  In de winkeltjes in de omgeving wordt rozencrème, rozenlotion, rozenzeep, rozenwater en rozenolie verkocht.

De bloemblaadjes worden met de hand geplukt en de olie wordt eruit gewonnen door stoomdestillatie. We dalen af naar de rivierbedding en steken de rivier over die in de loop van de jaren diepe geulen hebben uitgesleten in de bergen. Via een smalle balk steken we over. We lopen door een woud met fel groene planten en bomen.

Het gebied wordt gekenmerkt door het lichtroze tot diep rode gesteende van de bergen met op de achtergrond de Ighil M’Goun, die met zijn 4071 meter de op één na hoogste berg van Marokko is. Tussen de akkers zagen we een  irrigatiesysteem die ervoor zorgt dat alles hier zo goed kan groeien en bloeien. Er wordt van alles geteeld op de akkers en boomgaarden. Van granen, wortelen, kool, fruit et cetera. We lopen door een slapend dorpje met enkele huizen en keren hierna via een andere route weer terug naar de auto.

De uitzichten tijdens de wandeling waren fantastisch. We rijden in de auto door tot Bou Tharar maar dit dorp stelt niet zo heel veel voor. We draaien om voor de terugweg  naar Kelaa M’gouna .Ronac wordt ook tijdens deze rit weer misselijk en moest weer overgeven. Deze keer richtte hij minder goed in de plastic zak en we moesten een stop maken om hem schone kleding aan te doen. Halverwege komt de regen ineens met bakken uit de lucht. Goed dat we eerst de wandeling zijn gaan maken. Vanaf Kelaa M’gouna vervolgen we de weg voor de laatste vijfentwintig kilometer naar Boumalne de Dadés.

Een rozendestilleerderij komen we helaas niet meer tegen maar we besluiten om hier niet voor terug te rijden. We besluiten om de afslag naar de Dadeskloof te negeren en door te rijden naar het centrum van Boumalne om daar te lunchen. We rijden enkele keren de weg op en neer voor een parkeerplekje. Blijkbaar werd het gezien en plotseling werd er een parkeerplekje vrij gemaakt voor een restaurantje. We parkeren de auto en gaan naar binnen. Het restaurantje was simpel maar zag er verder netjes en schoon uit. We bestellen een sandwich en pappa en mamma nemen de kebabschotel.

Het is redelijk snel klaar en de porties enorm. We eten smakelijk. Na de lunch halen we wat eten en drinken en pinnen we weer wat geld. Bijna alles moet contant betaald worden en je pint maximaal maar € 200 en dan is het snel op. We verlaten Boumalne en rijden in de regen de Dadès kloof in. De weg naar de kloof is zestig kilometer lang en bleek zigzaggend door het landschap te lopen. Na iedere haarspeldbocht werden we verrast met spectaculaire uitzichten. Jammer van de regen en hopelijk is het morgen droog.

Onze accommodatie ligt op Onze accommodatie ligt op 18 kilometer van Boumalne in het gehucht Tamellalt. Auberge La Vallée des Figues  is gebouwd in traditionele Berberse stijl. We parkeerden de auto en gingen naar binnen. Ook hier weer ontvangst met Marokkaanse thee en allerlei zoetigheden. Omdat we vroeg waren konden we uit twee kamers kiezen. Iedere kamer bleek een terras te hebben met uitzicht op de bergen en valleien.

We zouden hier twee nachten verblijven.  Aan het einde van de middag klaarde het weer wat op maar het bleef goed koud (10 graden). Pappa en mamma gingen samen nog een wandelingetje maken. Wij hadden geen zin want voor morgen hadden we al een gids geregeld en moeten we dus ook gaan lopen. Volgens pappa en mamma is de omgeving prachtig.

Tijdens de wandeling liep er (ongevraagd) een jongen, Jamaal, met hun mee en hij liet ze berbergrotten zien en verlaten kashba’s. We hadden het diner bij de accommodatie. We hadden om 19:30 uur afgesproken maar moesten uiteindelijk toch wachten tot alle gasten beneden waren zodat het diner voor iedereen gelijktijdig werd geserveerd. We kwamen de tijd door met verschillende kaartspelletjes.

We kregen vooraf een soep met groenten en couscous en die moesten we met een soort pollepel uit de soepkom eten. Het tweede gerecht was pasta met kip en groenten. We aten goed en toen bleek dat we nog een hoofdgerecht kregen namelijk tajine rundvlees met vijgen. Een specialiteit van deze regio. Het dessert bestond uit fruit wat goed is om onze vitamientjes op peil te houden. We lagen uiteindelijk pas om 22:30 uur in bed.

Station Hombourg

We maakten vandaag een uitstapje in de buurt. We reden naar het dorp Hombourg en even buiten het dorp bevind zich een voormalig spoorwegstation. Het station Hombourg werd in 1895 gelijktijdig geopend met het deel van lijn 38 dat door het Land van Herve loopt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het station gevorderd door Adolf Hitler en werd het deel van de Deutsche Reichsbahn.

Dagelijks gingen er zes heen- en terugritten naar het Duitse Aachen. Deze pendeldienst werd in gebruik genomen toen de tunnel tussen Hombourg en Hindel werd vervangen. Het Belgische leger had deze tunnel in 1940 opgeblazen. Sinds 1958 is het station niet meer in gebruik en sloot het haar deuren in 1962. Na een leegstand van bijna twintig jaar werd het station en een groot gedeelte van het spoor in 1983 verkocht.

De particuliere eigenaar wilde er een spoorwegmuseum van maken. In het oude station werd een café / restaurant gemaakt. De spoorlijn is gerestaureerd met het idee dat de oude treinen naar het station gereden konden worden.

Tegenwoordig staan er langs het spoor tientallen oude treinen, locomotieven en verlaten wagons. Velen zijn vervallen, leeg of staan vol met rommel.

Het is een paradijs voor fotografen en wij poseerden af en toe voor mamma bij de treintoestellen. We liepen het spoor af en liepen nog verder door langs het huidige spoor dat nu gebruikt wordt.

We kwamen uit in de buurt van het grote rangeerterrein van Montzen maar liepen terug richting de auto. Op een terras in het kleine leuke centrum van Hombourg dronken we een lekker glas bier en fris. Het was daarna nog maar een klein stukje teruglopen naar de auto.

Wandelen rondom Noorbeek

We hadden vandaag afgesproken met de familie Vrijhoeven om een stuk te gaan wandelen. Helaas belde Maurice de afspraak af omdat Tim in de nacht ziek was geworden. Wij besloten om toch te gaan wandelen. We reden naar Noorbeek een klein dorp in het Limburgs Heuvelland. Het is een van de meest zuidelijkst gelegen plaatsen in Nederland. Het dorp ligt verscholen in het dal waar de beek de Noor door heen loopt.

We parkeerden de auto op een centrale parkeerplaats in het dorp. Op de kaart zochten we een wandeling uit en we gingen op weg. We kwamen langs de prachtige Sint Brigade kerk. Het is gebouwd rond het jaar 1500.  Sinds 1634 wordt elk jaar op de tweede zaterdag na Pasen door de Jonkheid (ongetrouwde mannen) in een naburig bos met circa dertig versierde trekpaarden de Brigida-den gehaald.

Bij terugkomst wordt de den s’ avonds door de getrouwde mannen met “sjtiepen” (ronde lange houten richtpalen) recht gezet. Na het opzetten van de den kan de kermis beginnen. Het is ter herinnering aan de gevreesde veeziekte de pest die in 1634 in Noorbeek heerste. De H. Brigida werd aangeroepen om deze ziekte uit te roeien en het wonder geschiedde. We hadden het dorp al snel achter ons gelaten en liepen door een prachtig landschap.

Meidoornhagen, boomgaarden, akkers en grasland passeerden we. In de kale bomen zagen we veel groene bollen. Het bleek om de maretak (ook wel mistletoe of vogellijm genoemd) te gaan. Het is een halfparasiet die in de bomen groeit en alleen goed gedijd in kalkrijke bodem. In dit gebied is dat dus het geval en de bollen waren al snel niet meer te tellen zoveel waren het er. De plant is beschermd en je mag hem dus niet plukken. De maretak zit vooral in populieren en appelbomen en zuigt met zijn wortels de voedingssappen van zijn gastheer weg. Het is een halfparasiet omdat de plant zelf doormiddel van zijn bladeren en zonlicht toch ook zelf voedsel kan produceren.

Er gaan verhalen rond over de geneeskrachtige werking van de maretak. Zo wordt de plant te hulp geroepen in strijd tegen diabetes, reuma, wintervoeten, onvruchtbaarheid etc. Ook zou je er slangen mee kunnen verjagen en wordt de maretak gebruik door heksen. In onze cultuur kennen wij de maretak van het mogen kussen van je geliefde als je onder de maretak door loopt. Tijdens onze wandeling liep de route over akkers en door weilanden.

De eigenaren hebben toestemming gegeven om over het land te lopen. De doorgang naar de weilanden gaat via het draaihek (stegel). Deze stegelkes kom je overal in het Heuvelland veel tegen en hielden vroeger het vee binnen het weiland. Na een paar kilometer wandelen verruilen we het Nederlandse grondgebied voor het Belgische grondgebied.

We volgen een pad omhoog en hebben zo een schitterend uitzicht over het hele gebied. De laatste paar kilometers gaan door wat akkers en zijn niet echt mooi dus stappen we flink door. Het moet ook wel want het is flink koud. Het laatste stukje is weer afdalen naar Noorbeek en de parkeerplaats. Snel naar huis gereden en daar een lekkere warme chocolademelk met slagroom gemaakt om weer een beetje op te warmen, heerlijk.

Koud rondje fort Eben Emael

Het was koud maar het zonnetje scheen dus wilden we vandaag toch even naar buiten. Zin om ver te rijden voor een korte wandeling, hadden we niet dus reden we naar Fort Eben Emael net over de grens in België. Het fort is bekend van de strijd in mei 1940 toen een klein team Duitse soldaten het fort in minder dan 15 minuten onder controle kreeg. Het fort stond bekend als reus onder de forten met 17 bunkers, gigantische vuurkracht van munitie en versperringen.

De natuurlijke verdediging, aan de oostzijde van het driehoekig fort lag het Albertkanaal met muren van 60 meter hoog, in het zuiden een tankgracht en in het westen een watergracht maakte het een van de sterkste forten van Europa. Militaire experts zeiden dat het fort onneembaar was. De Duitsers bleken vernieuwende plannen en krachtige wapens te hebben waardoor het fort zo snel veroverd kon worden. Wij maakten een wandeling langs en over het fort. Het is onmogelijk om voor te stellen dat ondergronds een gigantisch complex ligt met keuken, ziekenboeg, slaapzalen et cetera en hier een kleine stad was verborgen.

We genoten van het uitzicht over het Albertkanaal en voetbalden tussendoor wat om een beetje warm te blijven. Ondanks dat het zonnetje scheen stond er een venijnige wind die onze oren goed koud maakte. Toch was het wel even lekker om buiten te zijn en niet de hele dag binnen te zitten op de bank.

Familie sneeuwwandeling

Wat een slaapkoppen zijn het allemaal hier. Ik was om 7:15 uur al wakker maar het duurde een tijdje voor er nog andere volgden. Ik mocht pas van mamma naar beneden toen ze anderen beneden hoorde. Senna, Dayno en Keyro sliepen zelfs tot 10:00 uur uit.

Aan de grote tafel hadden we een gezamenlijk ontbijt met warme broodjes uit de oven. Ik ging naast mijn grote vriend Tonnie (Ton) zitten en samen hadden we veel plezier. Ik speelde verschillende potjes “pesten” met Ton totdat iedereen klaar was met wassen en aankleden. In een boekje had mamma een wandeling gevonden en die wilden wij gaan lopen.

Ondertussen was het buiten begonnen met sneeuwen. We liepen via de doorgaande weg naar het kerkje van Walk. Opvallend aan de huizen was dat ze zijn gebouwd van natuursteen. Bij de kerk stonden we met de rug naar de lindebomen toe en sloegen we een landweggetje in. Het begon steeds heftiger te sneeuwen en het pad was al aardig drassig geworden. Soms was het goed opletten waar je de schoenen neerzette om geen natte voeten te krijgen.

Bij het kuispunt van een aantal bospaden moesten we linksaf maar de rest van de familie wilde sneller richting het kasteel Reinhardstein en we verlieten de route. We kwamen uit in een hoger gelegen bos en moesten afdalen om richting het kasteel te gaan. De paden waren smal, steil en glad door sneeuw en modder. Ik liep als een kievit want dit is mijn ding, leuk!

Oma Evelien en Senna vonden het maar niets en waren voortdurend angstig. Op de weg volgden nog wat obstakels in de vorm van omgevallen bomen. We moesten hier overheen klimmen. Bij kasteel Reinhardstein, gebouwd in de 14e eeuw, was het tijd voor een drankje. Glühwein, chocomel, bier, koffie iedereen bestelde waar hij of zij zin in had. Samen met Ton voerde ik weer een toneelstukje gekkigheid op. Wat was het lachen!

We waren weer opgewarmd en liepen na wat groepsfoto’s gemaakt te hebben weer verder. Op een open vlakte hielden we een sneeuwballengevecht en maakten we een grote sneeuwpop. Daarna kwamen we uit bij de stuwdam van Robertville. Het water van de rivier de Warche wordt hier opgehouden en gebruikt als drinkwater en voor het opwekken van energie.

We staken de dam over en volgden een smal pad langs het stuwmeer. Het was bijzonder mooi om daar te lopen. Langs het pad stonden beuken en brem die met sneeuw bedekt waren, schitterend. Bij terugkomst in het chalet had ik nog niet genoeg van de sneeuw en maakte ik, helemaal in mijn eentje, in de tuin nog een mooie sneeuwpop.

Tegen de klok van 16:30 uur begonnen we met gourmetten. We gebruikten niet de pannetjes maar legden het vlees los op de steengrill. In de avond hadden we twee quizzen. Senna had een algemene quiz gemaakt en pappa en familie quiz. Bij de quiz van Senna werden we in groepen verdeeld. Oma en Edie samen, pappa en mamma samen en Ton samen met alle kinderen.

De quiz zat leuk in elkaar met verschillende soorten vragen. Uiteindelijk wonnen pappa en mamma met een overmacht aan punten de quiz. De familiequiz bevatte vooral weetjes over de familie en een paar mensen werden uitgesloten aan deelname. Uiteindelijk wonnen de kleinkinderen van de aanhang (Edie, Ton en mamma).

Oma Evelien introduceerde het spel “Slavendel” waarbij de spelleider en Slavendel allebei dezelfde persoon een hand gegeven. Je moet het trucje weten anders begrijp je er niets van. Op een gegeven moment dacht Dayno het door te hebben en mocht hij Slavendel zijn. Hij gaf net zoals de spelleider de juiste persoon een hand. Maar al snel gaf  hij eerlijk toe dat hij toen hij naar de gang moest, gespiekt had door het gat boven de open haard.

Het was echt een hilarisch moment. We kwamen niet achter het geheim van Slavendel en gaven het uiteindelijk maar op. Ondertussen was de sauna opgestookt en konden we gaan zweten. Met mamma, Lucia, Dayno en Keyro ging ik de sauna in. Na een kwartier was het tijd om af te koelen. Keyro had zich voorgenomen om met bloot lijf (dus helemaal naakt) in de sneeuw te duiken. Wij dachten dat hij een grap maakte maar hij hield zijn belofte. Hij sprong recht in de sneeuwlaag die op de tuintafel lag.

Dayno kon niet achter blijven en deed het ook. Knap hoor mannen. Brrr, ik vond het veel te koud en deed het maar niet. Na twee sessies hield ik het voor gezien en moest ik van pappa en mamma mijn bed opzoeken. Ik was toch wel moe en sliep al snel.

Wintersfeer in Geldrop

Ons jaarlijks kerstuitstapje met de familie Lemmens hadden we vorige week door de hevige sneeuwval moeten verplaatsen naar vandaag. Wij reden naar Mierlo en hadden daar gezamenlijk een lunch. We gingen een stukje wandelen in de bossen van Mierlo. De Molenheide is het bosgebied tussen Geldrop en Mierlo. Tegenwoordig is het een dennenbos maar vroeger vond je in dit gebied voornamelijk heideveld. Vlakbij de Tv toren zijn speelvoorzieningen en er ligt een trimbaan met een aantal bewegingstoestellen.

Wij liepen het parcours van de trimbaan en probeerden de oefeningen op de toestellen ook uit te voeren. We verplichten onze pappa’s ook om mee te doen. Soms weken we iets af van de uitleg omdat de grond koud en nat was. Kyomi vond dit af en toe niet leuk en bleef maar roepen dat we het niet goed deden. Na de wandeling reden we naar Geldrop waar het evenement Wintersfeer Geldrop was. Het centrum van Geldrop is gehuld in kerstsfeer. In het centrum was een schaatsbaan opgebouwd en daar omheen waren gelegenheden om te eten en te drinken.

Voordat we aan ons schaatsavontuur begonnen, dronken we eerst een drankje bij Heerenhuys 23. We waren al snel weer opgewarmd, rekenden af en liepen naar de schaatsverhuur. We trokken de schaatsen aan en moesten alleen de baan op. Onze pappa’s en mamma’s mochten niet mee en durfden zelf niet op de schaatsen te staan. We reden op hockeyschaatsen en hadden moeite om evenwicht te houden. Ik had voor een half uur wel een pinguïn gekregen maar na een rondje had ik besloten dat ik deze niet nodig had.

Met vallen en opstaan zou ik het gaan leren. Ik bleef rondje na rondje oefenen tot ik niet meer zou vallen maar dat lukte helaas niet. Helaas moesten we na een uurtje al stoppen omdat we hadden gereserveerd bij Mr. Chang in Aalst-Waalre. In dit restaurant aten we Aziatische tapas. Van de menukaart kies je diverse gerechten die in kleine porties worden geserveerd.

We hadden onder andere pannenkoekjes met eend, garnalen, ossenhaas, loempia’s en nog veel meer lekkere gerechten. Alle gerechten even verrassend en lekker. Echt een genot om hier te eten! Als afsluiter kregen wij nog een lekker ijsje. We reden eerst terug naar Mierlo om onze auto op te halen en daarna reden we direct door naar huis. Het was een lange maar leuke dag en gelukkig hebben wij bijna vakantie.

Sneeuwwandeling Signal de Botrange

De afgelopen dagen had het in de hoger gelegen van de Belgische Ardennen gesneeuwd. Tijd om de skibroeken en sneeuwschoenen van zolder te halen en een heerlijke winterse wandeling te gaan maken. We vertrokken rond de klok van 11:00 uur in de richting van Signaal van Botrange (Signal de Botrange) in de Hoge Venen.

Met 694 meter het hoogste punt van België. In 1804 werd er een houten toren voor landmeetkundige metingen gebouwd door de Franse kolonel Tranchot. In 1899 werd deze vervangen door de Duitsers en kwam er een 30 meter hoge toren voor in de plaats.

Deze toren werd gebruikt om de grens met België te bewaken. Pas na de eerste wereldoorlog werd dit gebied bij België gevoegd. De huidige toren staat hier vanaf 1934. Het gebied waar wij gingen wandelen maakt deel uit van Natuurpark de Hoge Venen- Eifel.

De hele rit was er geen sneeuwvlokje te bekennen maar zomaar ineens, de laatste paar kilometer, begon het steeds witter te worden. Het was nog niet zo druk (12:00 uur) en op de parkeerplaats was plek genoeg. De bewolking maakte plaats voor een strak blauwe lucht met een lekker zonnetje. Koud was het wel maar met onze skikleding aan waren wij goed beschermd

Er lag ongeveer 15 centimeter sneeuw prachtig! Bij deze hoeveelheid sneeuw is het net mogelijk om ook te gaan langlaufen maar er waren nog geen aangelegde langlaufpistes. We volgden een pad dat ook voor langlaufen gebruikt wordt en dat rondom de veengebieden liep.

De vlonderpaden waren bedekt met sneeuw en zouden glad zijn en we hadden geen zin om in één van de vennetjes te vallen. Het gebied waar we doorheen liepen was licht glooiend zonder steile hellingen. We doken geregeld in de verse sneeuw die langzaam aan het smelten was in de zon. We liepen niet snel maar dat maakte ook niets uit.

De wandeling was in totaal een kilometer of zes en we hadden de tijd. De zon ging rond een uur of twee schuil achter de wolken en het werd meteen een stuk kouder. We stapten flink door en waren rond de klok van 15:00 uur weer bij de parkeerplaats.

Het was een stuk drukker geworden en er stonden zelfs auto’s geparkeerd langs de kant van de weg. We reden direct naar huis en haalden bij de Lidl de ingrediënten voor warme chocoladele met slagroom. In de avond hadden we een uitgebreid tapasdiner. Zo’n dag in de buitenlucht maakt hongerig dus bijna alles ging op.