Nationaal Park Plitvicemeren

Onze wake-up call was rond de klok van 6:00 uur. Wassen, aankleden en met de auto op weg naar de entree van het bekende Nacionalnj park Plitvička Jezera. Het was maar 6 kilometer rijden naar ingang 1, de meest noordelijke ingang. We parkeerden de auto en zagen, dat het ondanks dat het park net open was, al erg druk was.

We stonden een kwartiertje in de rij voor de tickets en toen konden we het park betreden. In 1979 werd het nationale park op de werelderfgoedlijst beschermde natuurgebieden van UNESCO gezet en het trekt in het hoogseizoen dagelijks duizenden bezoekers. Het totale oppervlakte van het park is maar liefst 266 vierkante kilometer. Het park is verdeeld in de bovenmeren (Gornja) en de benedenmeren (Donja).

In totaal zijn er in het park zestien meren die variëren in grootte en zijn er meer dan negentig watervallen te vinden. We begonnen aan de kant waar de meeste hoge watervallen van het park zich bevinden. We volgden een steil pad met haarspeldbochten naar beneden totdat we op het niveau kwamen van de meren. We hielden beneden in eerste instantie rechts aan om zo dichterbij de waterval te kunnen komen.

We liepen over een vlonder pad en stonden ineens bij de Veliki Slap (grote waterval). Het is de grootste waterval van het park en het water valt van 78 meter naar beneden in de rivier de Korana. We liepen het stukje vlonderpad terug en vervolgden route C door het park. De wandeling was zo’n 8 kilometer en zou 4 tot 6 uur duren volgens de bordjes. Gewone wandelpaden wisselden af met houten vlonderpaden.

Het ene moment liepen we door het bos en het andere moment langs of over een meer. Door afzetting gedurende duizenden jaren van het stromende water van de rivier de Korana zijn in dit gebied dammen ontstaan. De dammen hebben weer gezorgd dat er meren, watervallen en grotten zijn gevormd. Het park is echt adembenemend mooi. Naar mate de zon steeds meer door kwam, werden de meren steeds feller turquoise van kleur.

De kleurtinten kunnen veranderen door regen, zon en de hoeveelheid mineralen en organismen in het water. Het water is kraakhelder en je kon de hele onderwaterwereld aanschouwen vanaf de waterkant. Vissen zwommen in scholen voorbij, af en toe zagen we een kikker of een soort van kreeft. We namen de boot van P3 (pier 3) over het Kozjak meer naar P2 (pier 2), het gebied van de bovenmeren.

De meren in dit gebied waren kleiner en minder diep en de watervallen waren ook kleiner maar wel talrijker. Er was meer bos en alles was dichter begroeid. Blijkbaar wonen er in dit bos ook herten, wilde zwijnen, dassen, lynxen, beren en wolven. Tegen 11:00 uur waren we bij het eindpunt van de wandeling. We namen even een korte pauze om te bepalen wat we verder zouden gaan doen.

Het was aanzienlijk drukker aan het worden in het park en het was goed dat we zo vroeg waren begonnen met onze wandeling. We besloten om een andere route te volgen om nog wat meer van het park te zien. Sommige stukken waren hetzelfde als die van route C maar dat maakte ons niet uit. We kwamen in de file op de paden doordat die te smal waren om de enorme mensenmassa aan te kunnen.

We twijfelden of we nog de juiste route volgden maar konden nergens anders heen dus bleven we maar hopen dat we goed liepen. We moesten uiteindelijk een uur wachten op een vlonderpad dat uiteindelijk uitkwam bij de pier voor de bootjes.

Iedereen stond in de rij bij P2 (pier 2) om per boot naar de beneden meren te gaan maar wij moesten de andere boot naar P1 (pier 1) hebben. Uiteindelijk konden we het laatste stukje rij afsnijden door van het vlonderpad af te stappen en langs de wachtrij te lopen.

Niet heel erg netjes maar het scheelde ons zeker een half uur voor niets in de rij staan. Voor de boot die wij nodig hadden, stond geen wachtrij en we konden direct aan boord.

Vanaf P1 was het nog maar een klein stuk lopen naar het beginpunt van het treintje dat naar ingang 1 van het park reed. Het eindpunt was niet direct bij de ingang maar iets daarvoor. We moesten nog een stukje lopen. Een straf was het echter niet want we hadden van bovenaf een prachtig uitzicht over de verschillende meren en volle vlonderpaden.

We brachten nog een kort bezoekje aan een grot waar we geen hand voor ogen zagen. Fijn dat we tegenwoordig bijna allemaal een mobiele telefoon bij ons hebben met zaklamp-functie zodat we toch nog iets konden zien. Vanaf de grot waren we zo bij de parkeerplaats en met de auto ook zo weer bij de camping. ’s Avonds aten we bij de frituur van de camping een hamburgermenu.

Voor mij is het tot nu toe de vakantie van de hamburgers want die eet ik toch wel heel erg graag. Na het eten werd op het veldje voor onze tent nog lekker wat gevoetbald en gevolleybald. Morgen gaan we weer verder. Het plan was om naar Bosnië te gaan maar dat hebben pappa en mamma weer abrupt veranderd gezien de weersvoorspellingen die gedaan zijn. We gaan verder met onze reis door Kroatië en gaan de kust van Dalmatië afzakken.

Camping Korana

Ons verblijf op camping Ujča zat er na drie dagen weer op en het was tijd om verder te gaan. Ronac was moe en opstandig vanochtend en daar kwam niet veel uit. We aten eerst wat en dronken een kopje koffie (ja, dat drink ik nu).

De spullen werden ingepakt, tent opgeruimd en alles naar beneden gebracht. Het inpakken moest snel gebeuren en met veel moeite lukte het om alles in de auto te krijgen. We betaalden de rekening en gingen op weg naar camping Korana in de buurt van het Nationaal park Plitvice.

Het eerste stuk reed aardig door maar zo’n 15 kilometer voor het Nationaal park begon het druk te worden. Het was ook nog even zoeken naar camping Korana maar iets na het middaguur arriveerden we er. Het bleek een hele grote camping te zijn met wel 550 staanplaatsen. We mochten wel zelf een plekje uitzoeken.

We reden wat rond en vonden een mooie plek aan een klein veldje onder een paar bomen. Het sanitair gebouw was ook direct in de buurt en de elektriciteit ook. Aan het laatste hadden we niet veel want er bleek een speciale aansluiting nodig voor de stroom aan te sluiten. Terwijl pappa en mamma de tent weer opzetten, speelden wij nog een spelletje op de tablet. Toen de tent stond gingen wij samen met pappa de camping verkennen.

Bij de campingwinkel haalden we een ijsje die we lekker op smikkelden. Ronac zijn gezicht zat compleet onder de chocolade van zijn ijsje, hihi. Pappa had ook de speelkaarten meegenomen en we deden een paar potjes. Mamma bleef even bij de tent en zorgde ervoor dat de spullen in de auto weer een beetje geordend stonden. In de middag gingen we zwemmen in het riviertje de Korana die achter de camping stroomt.

Langs de kanten lag wat blubber maar het water was heerlijk. We speelden met de volleybal en lagen lekker wat in de zon. Het was goed warm. ’s Avonds zijn we bij het restaurant op de camping gaan eten. Ronac had voor de tweede keer vandaag de “bokkenpruik” op en vond niets op de menukaart lekker om te bestellen.

Helaas voor hem hadden ze deze keer geen hamburger op het menu staan maar wel veel andere lekkere dingen (vond ik). We lieten hem mokken en bestelden ons eten. Mamma bestelde nog wat vlees en kaas van de regio als voorafje. Ronac was degene die uiteindelijk het meeste ervan at?! Wij hadden beiden een spaghetti bolognese (uiteindelijk had Ronac toch nog zijn bestelling doorgegeven aan de ober) en pappa en mamma hadden allebei een ander gerecht maar beiden iets met schnitzel.

Het eten smaakte zeer goed voor een campingrestaurant. Op de terugweg namen we bij de campingwinkel brood en wat drinken mee voor de volgende dag. We gingen op tijd onze slaapzak in want morgen willen we vroeg opstaan om op tijd bij het opengaan van het Nationaal Park Plitvice te zijn.

Senj

Poeh, poeh de dag begon weer vroeg. We zweetten rond 8:00 uur al de tent uit. Het zou een hele warme dag worden, zo’n 35 graden en dat was te merken. Na het ontbijt vertrokken wij met de auto in de richting van Senj. Senj is de grootste stad op de weg tussen Rijeka en Zadar. Het heeft een geschiedenis die meer dan 3000 jaar terug in de tijd gaat. We zetten onze auto net buiten de stad op een parking en liepen als eerste naar het fort. Fort Nehaj is een middeleeuwse Uskokkenvesting uit de 16e eeuw. Het is gelegen aan de voet van het Velebitgebergte op een strategisch punt aan de kust van de Adriatische zee.

De stad werd al in 52 v. Chr. gesticht door de Romeinen. In 1154 werd Senj pas belangrijker doordat de bisschop zich er vestigde. In 1537 kwam er een grote stroom vluchtelingen uit Servië en Bosnië, zij waren op de vlucht voor de Turken. Senj behoorde in die periode tot het Habsburgse rijk en hadden een Hongaarse koning. De koning maakte Senj een belangrijke vesting zodat ze konden voorkomen dat de Turken de Adriatische zee zouden bereiken. De vluchtelingen noemden zich Uskokken (ontsnapten) en vanwege het feit dat ze aan de gruweldaden van de Turken waren ontkomen, hadden ze zich volgens het stadsbestuur genoeg bewezen.

Ze werden opgenomen en zouden kunnen helpen bij de verdediging van de stad. De Uskokken gingen de stad echter overheersen en beperkten zich niet alleen tot het aanvallen van de Turken. Vanuit Senj maakten ze de kust onveilig en werden Venetiaanse schepen veroverd. Venetië protesteerde maar kon weinig doen tegen het gevaar. Ze sloten een verbond met de Turken om de Uskokken een lesje te leren. Echter lukte dit plan niet en werden de Uskokken niet verslagen. Venetië vroeg Oostenrijk om hulp maar die konden ook niets. Het leidde tot een oorlog tussen de twee landen en eindigde in 1617  toen de Uskokken werden verbannen.

In het slot is nu een museum waar we informatie kregen over de Uskokken van Senj. De daden van de Uskokken inspireerden veel Kroatische schrijvers tot het vastleggen van de geschiedenis.

De vierkante burcht heeft vijf torens en 11 kanonopeningen.Voor de burcht zagen we nog een aantal kanonnen staan. Er waaide een fris windje die de bewoners ook wel bura (bora) noemen. Het is een koude noordoostenwind die ontstaat doordat de koude lucht van de Balkanvlakte over de Vratnikpas valt en vrij spel heeft om via het Senjskadal de stad te bereiken.

 

Na ons bezoek aan het museum en de burcht liepen we door het park naar het centrum van Senj. Op een gezellig pleintje aten we een ijscoupe bij één van de terrassen. We slenterden wat door het centrum en kochten bij een souvenir winkeltje een “squizzy”, een soort stressballetje met een heerlijk luchtje eraan. We kwamen langs de jachthaven en liepen door naar het naastgelegen openbaar strand van de stad.

Voordat we een duik namen in de zee, sprongen we nog vijf minuten op een trampoline. Even uitleven en goed zweten om ons daarna lekker af te kunnen spoelen in de zee. Pappa en mamma zaten met een halve liter Radler lekker op het terras. Een paar uurtjes later liepen we terug naar het centrum en hadden we bij een sfeervol restaurant met straatterras een verlate lunch.

Pappa en mamma hadden een tweepersoons vleesschotel, Keyro een pizza en ik een calzone (opgerolde pizza). We liepen terug langs de kust naar de auto. De camping was maar een paar kilometer rijden en we waren zo weer terug. Meteen de zwembroeken weer aangedaan en lekker met de roeiboot het water weer op.

’s Avonds keken we buiten aan de kampeertafel bij het licht van een lantaarn nog naar een filmpje. Toen de muggen weer in grote getallen aan te vallen alsof we zoete broodjes waren, gingen we de tent in en keken we daar verder.

Zon en zee

Het heeft vannacht flink geonweerd en geregend. Gelukkig bleek de tent er tegen bestand en zijn we niet nat geworden of de lucht ingegaan.  De dag begon rond 7.30 uur al en de zon scheen al fel op de tent. Het was meteen warm dus snel naar buiten.

We hadden een lekker ontbijtje voor onze tent. Vandaag hadden we geen planning dus konden we doen waar we zin in hadden. Samen met pappa bliezen wij de roeiboot op die we hadden meegenomen. Al vroeg lagen we in het water. Lekker zwemmen, varen en dobberen op het luchtbed in de zee.

Tussendoor een hapje, drankje en af en toe mijn boek lezen. De baai is echt schitterend en je raakt er niet op uitgekeken.

Tussen de middag maakten mamma en ik een lichte lunchsalade, jummie. We speelden in de zee met de volleybal en trokken er weer met de boot op uit. Uiteindelijk begin ik me toch een beetje te vervelen, tot ergernis van pappa en mamma. Ik snap hun ook wel een beetje want wij wilden perse naar het strand. ’s Avonds aten we bij het eetcafé van de camping. Ze hebben een simpele maar lekkere kaart. Wij bestelden onder andere hamburgers en ćevapčići.

Het laatste gerecht is een vleesgerecht dat onder verschillende namen over de gehele Balkan bekend is. Vooral in Bosnië, Kroatië, Montenegro en Servië is het heel populair. Het is gemaakt van gehakt, ziet er uit als een worstje en wordt gegrild .

De ćevapčići wordt in porties van vijf of tien stuks besteld en geserveerd met een broodje, frietjes, Djuvec (Kroatische paprikarijst), uien, sla en of ajvar (paprika auberginespread).  De oorsprong van het gerecht is van de Middeleeuwen toen de Balkan onderdeel was van het Ottomaanse Rijk.

Het is een regionale variant op de Turkse kebap köfte. Wij vonden het erg lekker en lieten het ons smaken. Na een prachtige zonsondergang werden we al snel overvallen door de muggen.

Niet echt leuk om buiten te zitten en lek geprikt te worden. We gingen op tijd onze tent in en keken een filmpje op de tablet en ik las nog wat in mijn boek.

Camping Ujča

De dag begon voor ons rond 7:45 uur. Pappa en mamma liepen naar de pekarna (bakker) aan het einde van de straat voor vers brood. We hadden ons ontbijt en maakten ons klaar voor vertrek. We moesten nog even wachten op de gastvrouw Soncia. Ze had mijn onder  gespuugde kleding,  deken en meneer Beer gewassen en moest dit nog even ophalen. Haar moeder liet ons ondertussen bramen en kruisbessen proeven in de tuin.

We vertrokken rond de klok van 9:30 uur in de richting van de hoofdstad Ljubljana. Het eerste stuk reed goed door maar op de ringweg rondom de hoofdstad liep het verkeer vast. Het eerste stuk een vertraging van 10 minuten en daarna eentje van 20 minuten. Er was enorm veel vakantieverkeer op de weg.

Bij het dorp Prestranek stopten we even om te tanken en mij wat frisse lucht te geven. Ik was opnieuw misselijk door de wagenziekte. We reden over een provinciale weg naar de grens met Kroatië. De temperatuur liep ondertussen aardig op en al snel ging het over de dertig graden heen. Bij de grensovergang stond een aardige rij maar het duurde minder lang dan we dachten.

Na de grenscontrole kwamen we meteen op een tolweg. Gelukkig kon je hier gewoon met euro’s betalen want we waren nog niet in bezit van de Kroatische kuna. In Kroatië zijn alle autosnelwegen tolwegen.  De toltarieven zijn aardig aan de prijs en de meeste inwoners van Kroatië maken minder gebruikt van de snelweg en rijden binnendoor. Hierdoor reed het verkeer op de snelweg wel een stuk beter door.

Onze plannen waren gewijzigd vanwege de slechte weersvoorspelling bij de Plitvice meren en we reden nu naar de kust. Bij de plaats Rijeka was het opnieuw erg druk en belandden we in langzaam rijdend verkeer. We volgden nu niet meer de snelweg maar de provinciale kustweg. De vergezichten over de kust waren prachtig.

We kwamen door allerlei leuke kleine dorpjes met strandjes, campings en hotels. We hadden op internet een leuke kleine camping net buiten Senj gezien. Bij de camping kon niet gereserveerd worden dus het was een beetje op goed geluk dat we er naar toe reden.

We kwamen langs allerlei andere campings die we hadden gezien en camping Ujča bleek het verst gelegen te zijn. Bij aankomst op de camping bleek dat er nog 3 plaatsen beschikbaar waren. Net op tijd daar dus. We namen een kampeerplek met een beetje schaduw van een boom. De temperatuur was 34 graden dus een natuurlijke parasol is geen overbodige luxe.

De auto kon op deze camping niet naast de tent staan dus we moesten alleen het hoognodige uitladen en de auto op de parking bij de ingang zetten. Alleen al van het uitladen kregen wij het bloedheet. Pappa en mamma begonnen met het opzetten van de tent en al snel droop het zweet van hun gezichten af. De haringen kregen ze bijna niet in de grond en toen de hamer ook nog afbrak waren ze helemaal aan het balen.

Ze vonden wat andere alternatieven om de tent toch te verankeren en toen konden we naar het strand. De camping ligt aan een kiezelstrand in een beschutte baai. Het gebied behoort tot het Natuurpark Velebit. Het is geen grote camping maar beschikt wel over een café en snackbar. Ook is er een duikschool voor beginners. Veel mensen van buitenaf komen dus om hier te duiken.

We hadden het luchtbed opgeblazen en gingen lekker in de zon genieten van het koele zeewater. In de avond reden we naar de stad Senj waar we eerst wat inkopen deden bij de plaatselijk Konzum supermarkt. Daarna parkeerden we de auto op een betaalde parking omdat er verder nergens een plekje te vinden was. We liepen via de haven het stadje in.

Keyro en ik hadden mega honger en we gingen bij een van de eerste restaurantjes zitten. Er werd een visschotel voor twee personen en één vleesschotel besteld. Terwijl wij aan het wachten waren op het eten, kwam er een heilige processie langs. Het eten smaakte goed en de hoeveelheid was ruim voldoende. De rekening van 800 kuna viel hoger uit dan we verwacht hadden. De volgende keer toch maar naar de prijs vragen van de dagschotel. Kroatië blijkt de afgelopen jaren flink duurder geworden te zijn en dat merk je overal. In het donker reed mamma terug naar de camping. We gingen meteen de tent in om te slapen.

Dromedarisrit

Zo wat koelde het af in de nacht. Het was echt koud ondanks de dikke dekens die we hadden gekregen. Midden in de nacht ben ik mijn fleecevest nog aan gaan doen. Rond 6:15 uur werden we wakker gemaakt voor de zonsopgang maar Ronac en ik hadden geen zin om op te staan. Pappa was wel meteen wakker en mamma verliet 10 minuten later ook de tent om de zonsopgang te zien.

Wij bleven nog een half uur liggen en toen moesten we echt opstaan. We vertrokken rond de klok van 7:15 uur terug naar de bewoonde wereld. De temperatuur was een stuk aangenamer dan gisterenmiddag. De rit was minder prettig omdat we toch wel een beetje pijn aan de billen en bovenbenen hadden.

Rond 8:30 uur waren we terug bij het huis van Hassan. We konden al het zand afspoelen onder de douche en waren daarna weer helemaal schoon. We kregen na de douche nog een ontbijt aangeboden. Heerlijke lekkernijen kwamen er weer op tafel. De dadelpasta was verrukkelijk en we kregen van Hassan een pot cadeau om mee te nemen naar huis. Na het ontbijt laadden we de auto weer in en nemen afscheid.

We begonnen aan een lange rit naar Ouarzazate. Via Rissani reden we in de richting van Nkob en vervolgens naar Agdz. We kwamen door de vallei van de rivier de Draa. In de plaats Agdz maakten we een stop voor een late lunch. We bestelden spiesjes die op de barbecue voor het restaurant werden gegrild. Naast ons zat een Nederlandse familie waarvan de jongste zoon nog even mee deed met toepen (kaartspel). Het eten smaakte goed.

We hadden nog wat kilometers voor de boeg en reden na een uur pauzeren weer verder. Het laatste stuk ging weer door de bergen met scherpe bochten. De uitzichten waren fantastisch. In de late middag arriveerden we bij Maison d’ hotes Dar Farhana in Ouarzazate. We kregen thee met wat lekkers en werden daarna naar de kamers gebracht. We probeerden duidelijk te maken dat we een driepersoonskamer hadden gereserveerd maar dit werd niet begrepen.

We kregen twee tweepersoonskamers tegenover elkaar. We zetten onze spullen neer en trokken onze zwemkleding aan. Na anderhalf uur kwam de eigenaar ons vertellen dat we de verkeerde kamers hadden en vroeg of we onze spullen wilden verplaatsen. Gelukkig was er nog niet veel uitgepakt en hadden pappa en mamma het al snel geregeld. Ik zwom lekker in het zwembad maar net zoals bij alle andere zwembaden tot nu toe vond Ronac het te koud.

De accommodatie is echt super. De sfeervolle kamers, mooie binnentuin en het zwembad, heerlijk relaxen zo. We aten opnieuw bij de accommodatie. Het werd geserveerd in de speciale eetkamer met uitzicht op de tuin en het verlichte zwembad. We kregen salade vooraf, soep en als hoofdgerecht hadden we pastilla. Het nagerecht was vers fruit, sinaasappel en meloen. Na het eten mochten we nog even gamen en een korte film kijken voordat we naar bed gingen.

Centraal Europa: Dag 9; Wandeling Velký Rozsutec

Voor vandaag stond er een wandeling op het programma in het Nationaal Park Malá Fatra. Met de auto reden we naar Hotel Diery nabij het dorp Biely Potok. Hier vandaan vertrekken veel wandelingen het Malá Fatra gebied in. Het Nationaal Park Malá Fatra behoort al jarenlang tot de drukst bezochte plaatsen. Het zou ook één van de mooiste berggebieden van het land zijn.

We parkeerden (betaald) onze auto en maakten aan de hand van de plattegrond een keuze welke wandeling we wilden gaan maken. Het werd de blauwe route in de richting van de op 1344 meter hoogte gelegen Veľký Rozsutec. De wandeling is een vrij populaire dagtocht en in het begin liepen we af en toe in optocht over het wandelpad. In het begin liepen we door het beekdal op een wandelpad met bruggetjes en trappetjes.

Ronac struikelde al vrij snel doordat er iemand in de weg stond en schaafde zijn hele knie open op het grindpad. Bij het kruispunt van Podžiar aangekomen namen wij de blauwe route rechtdoor en veel mensen volgden een kortere route linksaf. Het werd al snel een stuk rustiger om te lopen.

De route kreeg wel steeds meer uitdaging en het pad ging over de rotsen en af en toe moesten we bij steile stukken een ketting vast houden. De wandelroute volgde de rivier Dierový potok. Het rots massief, de kloven en de ravijnen werden afgewisseld met dennenbossen en watervalletjes.

We kwamen langs waterval Horné Diery naar de bergpas Sedlo Miedzirozsutce. Het laatste stuk naar de Sedlo Miedzirozsutce was flink zweten en de vermoeidheid van het naar boven lopen en klimmen en klauteren sloeg toe. We rustten lange tijd uit en genoten van het uitzicht. In dit gebied leefde Juraj Jánošík. Deze opstandeling, strijder en rover was een soort Robin Hood en is een nationale held van Slowakije. De verhalen van deze volksheld leven nog steeds voort in literatuur, opera’s en musicals.

Pappa besloot om alleen het laatste stuk naar de Veľký Rozsutec te lopen en mamma en wij zouden aan de terugweg beginnen. Het eerste stuk was lastig door een stuk bos dat tegen de steile bergwand van de Veľký Rozsutec was gelegen. Het was glad en modderig en met angst om niet naar beneden te glijden, wist mamma ons één voor één veilig verder te loodsen. Wij waren op sommige momenten toch wel wat angstig.

Na ongeveer een half uur gelopen te hebben, zagen we pappa alweer aan komen. Hij haalde ons in en met zijn vieren liepen we verder. Het laatste gedeelte van de wandeling was vrij vlak en we eindigden bij Hotel Diery.

We hadden honger gekregen en zochten een tafel bij restaurant Terchovská Koliba Diery. Ronac nam een pannenkoek met fruit, pappa en mamma een schotel met diverse Slowaakse specialiteiten (o.a. halušky, bryndza en worst ) en ik een schnitzel met spek en gebakken aardappelen. Op de camping speelden we nog voetbal en in de speeltuin. We eindigden de dag met een ijsje en vielen in slaap bij de gitaar spelende buurman.

Centraal Europa: Dag 8; Malá Fatra

We verlieten de camping rond de klok van 09:30 uur. Het was maar 20 kilometer rijden naar de grens van Slowakije. De officiële naam van Slowakije is Slovenská Republika. Het land is gelegen in het hart van Europa. In 1992 werd besloten om de Republiek Tsjecho-Slowakije op te splitsen. Het Tsjechische deel en het Slowaakse deel hadden onderling te veel meningsverschillen. In januari 1993 werd Slowakije een zelfstandige staat. Slowakije maakt sinds 2004 deel uit van de Europese Unie. Vanaf 2009 wordt er met de Euro betaald. Slowakije was na Slovenië het tweede voormalige Oostblokland dat de Euro invoerde.

Het land strekt zich voornamelijk uit tussen de langgerekte bergen van de Karpaten en de op één na grootste rivier van Europa: de Donau. Slowakije bestaat voor meer dan 30% uit bergen en uitgestrekte bossen en dat zagen we direct toen we de grens gepasseerd hadden. De ene bocht na de andere volgden elkaar op. Net na de grensovergang kochten we een elektronisch snelwegvignet zodat we ook hier van de snelwegen gebruik zouden kunnen maken.

We reden naar het nationaal Park Malá Fatra (kleine fatra) dat in het noordwesten van Slowakije ligt. Het middelpunt van deze regio is het dorp Terchová. Wij hadden een camping gevonden in Belá, gelegen op enkele kilometers van Terchová. We waren nog voor de middag bij Camping Nizne Kamence en er was gelukkig nog plaats om onze tent op te zetten. Het is een gemoedelijke camping met bungalows en kampeerplaatsen. De camping is geheel nieuw en geopend in de zomer van 2007 en werd aangelegd met geld van de Europese Unie. Aan de kentekens van de auto’s konden we zien dat er mensen stonden uit allerlei landen.

Na het opzetten van de tent konden we gaan spelen op de camping. Wij wilden niet weg en dat hoefde gelukkig ook niet. Op de camping was genoeg te doen en we hoefden ons niet te vervelen. Er was een speeltuin, een voetbalveld, kantine en zelfs een klein zwembad. ‘S avonds reden we met de auto naar Terchová om iets te eten. We vonden een tafel bij restaurant Kultúrny dom. De typische Slowaakse keuken is een calorierijke en zware keuken. Het is een mix van de Hongaarse, Oostenrijkse, Tsjechische en Boheemse keuken. Vanuit de traditie wordt er veel varkensvlees, aardappelen, groenten (vooral zuurkool) en melkproducten gebruikt. Wij bestelden pasta en een salade.

Pappa en mamma bestelden het nationale gerecht: “Bryndzové halušky”. Het is een gerecht van aardappelballetjes met bryndza (verse schapenkaas) en spek. Iedere regio heeft zijn eigen versie van dit gerecht. Wij kennen de halušky als de uit Italië afkomstige gnocchi. Het eten smaakte super en toen we het op hadden konden we nog even op de stoep bij het restaurant spelen. Terug op de camping hadden wat buren een kampvuur gemaakt. De oudere, alleenstaande motorrijder van een paar tenten verderop, had zijn gitaar en microfoon uitgehaald en zat Slowaakse liederen te zingen. Erg gezellig maar zo voor ons onmogelijk om in slaap te komen. We waren dan ook blij dat hij er om 22:00 uur, op verzoek van de campingvoorschriften, er mee op hield.

Centraal Europa: Dag 5; Český Krumlov en het boomkroonpad

De morgen begon voor ons rond de klok van 08:00 uur, iets later dan gehoopt. Het allerliefste gingen Ronac en ik zwemmen in het meer maar pappa en mamma hadden andere plannen bedacht. We gingen vandaag naar één van de bekendste stadjes van de Bohemen: Český Krumlov. Binnen 50 minuten reden we er met de auto naar toe. Met borden werden de grote parkeerplaatsen om het centrum heen aangeduid. We vonden een plekje in de buurt van één van de toegangspoorten tot de stad.

Het stadje is gelegen in een lus van de rivier de Moldau. Het kasteel van Český Krumlov torent hoog boven de stad uit en is na de Praagse Burcht het grootste kasteel van Tsjechië. Met de bouw werd begonnen in de 13e eeuw en het werd het onderkomen van de adellijke familie Krumlov. Het grootste deel van de oude stad is gebouwd tussen de 14e en 17e eeuw en er werden vooral gotische, renaissance- en Barokbouwstijlen gebruikt. Tijdens het communistische tijdperk raakte Český Krumlov vervallen. Sinds 1989 zijn veel gebouwen gerestaureerd en om de oude stadskern te beschermen werd deze geplaatst op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Een lekker ontbijtje op een terrasje in Český Krumlov.

 

Werelderfgoed is door mensen gemaakt of in de natuur ontstaan erfgoed dat uniek en onvervangbaar is. Het is van belangrijke waarde voor de hele wereld en het is van belang om dit erfgoed te behouden. We vonden een plekje op een terrasje in één van de gezellige straatjes en bestelden ons een ontbijtje. Ronac nam een stuk taart, voor mamma een panini , een tosti voor pappa en voor mij roerei. Bij mijn ontbijt zat ook een kop koffie. Ik vond het zo lekker dat ik het van pappa en mamma ook op mocht drinken. Hordes toeristen kwamen voorbij maar ondanks dat, behoudt het stadje een unieke uitstraling. Ook de vele souvenirwinkeltjes zijn op een goede manier geïntegreerd in het stadsbeeld. We struinden een dik uur door het stadje en langs de vele souvenirwinkels.

Rond 13:00 uur verlieten we Český Krumlov en gingen we terug naar Lipno nad Vltavou waar we het Stezka korunami stromu (boomkroonpad) wilden bezoeken. We parkeerden de auto en kochten de kaartjes voor de stoeltjeslift naar boven. Het boomkroonpad begint op de 901 meter hoge berg “Kramolín”. Het pad is nog vrij nieuw en staat er sinds 2012. We liepen met de pas door de toegangspoortjes en kwamen op een pad van 2,5 meter breed.

 

Het eerste deel van het boomkroonpad liepen we over een houten loopbrug van 372 meter lang. Deze bracht ons met een aardige stijging (2 – 6 %) tot een hoogte van 24 meter. Onderweg kwamen we borden tegen met informatie over de bomen en dieren die hier voorkomen. Onderweg waren ook verschillende hindernissen aangebracht. Je kunt natuurlijk zelf kiezen of je de hindernis wilt nemen, of liever over het gewone pad wilt lopen.

 

Wij deden het natuurlijk wel want overal zorgen de veiligheidsnetten ervoor dat je nooit echt kunt vallen. Het was toch best spannend om over smalle of wiebelende balken te lopen en andere capriolen uit te halen. Het wandelpad gaat nog 303 meter verder en dan over in de 40 meter hoge toren. Eenmaal boven werden we beloond met een prachtig uitzicht op het Lipnomeer en de Oostenrijkse bergen. Pappa en mamma liepen dezelfde route terug naar beneden. Wij niet, wij namen de spannende 52 meter lange glijbaan naar beneden. Natuurlijk waren wij veel sneller beneden dan pappa en mamma die te voet terug kwamen.

De spannende 52 meter lange glijbaan

Met de stoeltjeslift gingen wij verder naar beneden, terug naar het dorp. Beneden naast de kabelbaan lag een supermarkt en daar haalden we wat boodschappen. In de avond wilden we gaan barbecueën. Er was weinig vlees voor op de barbecue en we konden alleen kiezen uit allerlei soorten worst. Groot, klein, dik, dun, noem het maar op. Je moet wel worst lusten anders heb je een probleem haha.

Ook nog even tijd om te graven en te zwemmen.

Terug op de camping gingen we lekker zwemmen in het meer terwijl pappa en mamma de barbecue voorbereiden. We hadden een heerlijk diner met salade en barbecueworsten. In de avond gingen we ons nog even douchen en we gingen op tijd naar bed. Morgen hebben we een reisdag en rijden we naar het noordoosten van Tsjechië.

Uiteraard weer aan de barbecue.

Centraal Europa: Dag 4; Glasblazen en het Lipnomeer

Na het opstaan en aankleden, begonnen we met het afbreken van de tent. Op zich verliep het allemaal redelijk vlot en konden we rond de klok van 09:30 uur vertrekken. Pappa startte de auto en er kwam een alarmmelding in de display te staan. De melding vertelde ons dat er te weinig remvloeistof was en we naar de garage moeten voor controle. Onze eerste reactie was natuurlijk: “het zal toch niet weer hé?”. We werden direct herinnerd aan onze autopech in Noorwegen ook met deze auto. Bovendien heeft de auto een week voor ons vertrek nog een uitgebreide beurt gehad in de garage en dan verwacht je dit dus niet.

 

Voorzichtig gingen we toch rijden naar het dorp Frauenau, zo’n 10 kilometer verderop. We zouden naar een glasblazerij gaan en daar lag ook een tankstation. Hopelijk zouden we hier ook een garage kunnen vinden. Heel voorzichtig reden we over de bochtige weg, af en toe opgeschrikt door de melding die weer door gaf dat we naar de garage moesten gaan. Bij het tankstation hebben we getankt en aan de medewerkster gevraagd of er een garage in de buurt was. De dame was zo vriendelijk om een lokale garage te bellen en te vragen of wij met onze Ford Focus Wagon bij hem terecht konden. Gelukkig was dit geen probleem en ze gaf ons een beknopte route om hem te vinden. Het bleek niet zo makkelijk te zijn. We vroegen het onderweg opnieuw aan een mevrouw en die gaf ons weer een andere route. We reden terug naar het tankstation en vroegen daar om het adres zodat we met de navigatie er heen konden rijden. Wat bleek? De garage lag in dezelfde straat als de glasblazerij. Uiteindelijk vonden we de garage en eigenaar Helmut stond al op ons te wachten. Hij keek even naar de remschijven en opende de motorkap. Het reservoir voor de remvloeistof bleek inderdaad zo goed als leeg te zijn. Hij vulde hem bij en zei dat het geen kwaad kon om met de auto te rijden. Hij vermoedde dat ze bij het onderhoud te weinig of vergeten zijn om het reservoir bij te vullen. Mocht het zijn dat er een lekkage is, kunnen we als de melding verschijnt gewoon remvloeistof kopen en zelf bijvullen. Gelukkig konden we onze reis dus voortzetten.

We reden van de garage zo de parkeerplaats van De Freiherr von Poschinger Glasmanufaktur (glasfabriek) op. Ieder uur werd er een rondleiding gegeven en we moesten nog 40 minuten wachten. We brachten de tijd door in de showroom waar tevens een kleine zitgelegenheid was waar we iets konden drinken. De glasindustrie in het Beierse Woud heeft een eeuwenoude traditie en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de streek. Over de hele wereld is het Boheems glas bekend. In de omgeving worden de grondstoffen (hout en zand) gevonden voor het vervaardigen van glas en kristal. Glasblazen is een oude eeuwenoude ambacht en het is bijzonder om een glasblazer aan het werk te zien. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar gemaakt worden in een oven. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus!

Glasblazen is echt vakmanschap, heel mooi om te zien.

Onze rondleiding begon om 12:00 uur en we werden rondgeleid door Herbert Kammermeier. De glasfabriek Von Poschinger is een familiebedrijf dat al bestaat sinds 1568. De familie behoort tot één van de oudste families van het Beierse Woud. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Er waren op het moment van bezichtiging drie glasblazers aan het werk. Voor een aantal ontwerpen werken de glasblazers samen omdat het anders te zwaar is. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar worden gemaakt. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus en zelfs wij voelden dat!

Het vloeibaar glas wordt met een pijp uit de pot gehaald. Men noemt dit ook wel “keien”. Door de stalenpijp rustig en regelmatig te draaien en erin te blazen, kun je het voorwerp vormen. Door de lucht in de pijp te blazen zal het object ook langzaam groeien naar de gewenste grootte. De techniek van het glasblazen is vrij moeilijk en je hebt veel geduld en aanleg nodig. De glasblazers maken van alles van glazen, schalen tot vazen. Als het in de juiste vorm is geblazen gaat het naar een speciale koelruimte. Na het afkoelen volgt de “finishing touch” en kan het glas eventueel ook nog beschilderd worden. Aan het einde was de mogelijkheid om zelf een poging te wagen om glas te blazen.

Ik mocht ook een prachtig kunstwerk blazen.

Helaas stond er al een rij wachtenden en duurde het wel een half uur totdat wij aan de beurt waren. Ik mocht als eerste een glasbol blazen en zocht de kleur rood en geel hiervoor uit. Herbert gaf mij aanwijzingen hoe ik het moest doen en ik blies een prachtige bol. De kleur zou je pas zien als de bol is afgekoeld. Keyro mocht zelfs twee keer blazen. De eerste keer blies hij zich een ongeluk zonder dat er een bol ontstond. Herbert verontschuldigde zich en zij dat hij het glas niet warm genoeg had verwarmd waardoor het veel moeilijker is om een bol te blazen. De tweede keer ging het veel beter en blies Keyro ook een mooie bol die later de kleuren geel en groen zou hebben.

Het resultaat, twee prachtige glazen en meteen een mooi souvenir.

We moesten nog een tijdje wachten voordat de bol was afgekoeld en we ze goed ingepakt mee konden nemen. We reden via de weg door het Nationaal Park naar de grens met Tsjechië. In het zuiden van Tsjechië aan de grens met Oostenrijk in het Nationale Park Šumava ligt namelijk onze bestemming, het Lipnomeer. Bij de grensovergang kochten we meteen een vignet voor de snelweg, al hadden we het voorlopig nog niet nodig. Mamma zou veel te gestrest naast pappa zitten als we het niet nu kochten. We vervolgden de weg en kwamen uit in het dorp Lipno nad Vltavou. Het dorp ligt op 776 meter hoogte aan de oever van het Lipnomeer. Het meer is een stuwmeer van ongeveer 40 kilometer lang. Het is een kunstmatig aangelegd door de aanleg van een stuwdam. Een stuwdam en stuwmeer kun je voor verschillende dingen aanleggen, bijvoorbeeld voor het opwekken van elektrische energie of als watervoorraad voor irrigatie of drinkwater. Het Lipnomeer werd aangelegd vanwege de problemen die het stadje Český Krumlov ondervond van overstromingen van de Moldau. In 1951 werd bij het dorpje Lipno nad Vltavou begonnen aan de aanleg van de stuwdam en het meer was gereed in 1960.

Aan het Lipnomeer

Lipno nad Vltavou is een echt toeristendorp en in de omgeving vind je heel veel leuke en diverse activiteiten om te ondernemen. Wij reden naar camping Panorama en hoopten daar een overnachtingsplek te vinden. De camping ligt bij het gelijknamige hotel en direct aan de oevers van het meer. Bij de receptie gingen we vragen voor een plek en er waren gelukkig nog verschillende plaatsen beschikbaar. We konden maar twee nachten blijven want vanaf zondag was er geen plaats beschikbaar. Op het naastgelegen terrein waren wel bouwwerkzaamheden gaande voor de aankomende Olympische Spelen. We hadden geen zin om nog langs andere campings te rijden en besloten om hier een plekje te zoeken.

De camping is gelegen op terrassen en daarmee hebben veel plaatsen toch wat uitzicht tussen de bomen door op het Lipnomeer. We vonden een plekje en ik hielp mee met het opzetten van onze tent. Het was hard werken en ik was flink bezweet. Keyro en ik besloten een duik te nemen in het water van het Lipnomeer. Het was gelukkig warm genoeg hiervoor. Tegen de avond liepen we wat langs de straatjes met veel winkeltjes en restaurants. Ondanks dat Tsjechië deel uitmaakt van de Europese Unie zijn zij nog niet overgestapt naar de Euro. We pinden daarom Tsjechische kronen (Czech Koruna). Iets verderop lag een vakantiepark van Landal en dat hoorde je direct aan de hoeveelheid Nederlands wat we hoorden. Bij het haventje vonden we een leuk restaurant waar we konden eten. Keyro en ik namen beiden pasta, mamma had risotto en pappa nam een vleesschotel.

Grappig kunstwerk aan het Liponomeer.

In het zonnetje genoten we van al het lekkers dat op tafel kwam. Jammer dat er de hele tijd wespen rond circuleerden om van onze zoete drankjes mee te kunnen genieten. Na ons eten renden we over de boulevard en lieten we pappa en mamma even lekker rustig zitten. We kregen een ijsje en speelden nog wat bij een kleurrijk kunstwerk in de vorm van een vis. Terug op de camping gingen wij weer terug naar het meer en daar speelden we tot het donker werd. Door het mooie weer konden we nog lang buiten zitten en speelden we een paar kaartspelletjes met zijn allen onder genot van een (alcoholisch) drankje. Onze Oostenrijkse buren hielden een barbecue en hadden te veel worsten. Ze kwam ons vragen of wij er eentje wilden. Keyro zei “nee” maar ik had daar wel zin in. Mamma zocht de ketchup en zo at ik laat op de avond nog een Tsjechische worst. Al met al een zeer gelaagde dag vandaag.