Seget Vranjica

De dag begin zoals normaal rond de klok van 8:00 uur. Niets uitslapen of in bed blijven liggen. We speelden een speeltje op de tablet terwijl pappa en mamma brood voor het ontbijt gingen halen. Ze namen een lokaal gerecht mee namelijk: burek. Het gerecht is hier naar toegekomen tijdens het Ottomaanse rijk. In veel voormalige Joegoslavische landen (Servië en Bosnië) wordt het gerecht nog gemaakt en gegeten. In de jaren 60 werd het door Albanese en Bosnische bakkers geïntroduceerd in Kroatië en Slovenië. Burek is een deeggerecht, soms wordt het ook gemaakt met blader- of filodeeg en het kan gevuld worden met kaas, gehakt of groenten (spinazie). Na het ontbijt begonnen we met het opblazen van onze boot.

We hielden een relax dagje aan het strand. Het lag al vrij vroeg vol op het kleine strandje en we zochten naar een plekje om onze handdoek neer te leggen. We gingen met de boot het water op, gingen snorkelen en volleybalden in het water. Af en toe maakten Keyro en ik ruzie dus konden we niet samen varen of volleyballen en was pappa iedere keer degene die met één van ons iets moest doen.

Gelukkig waren er ook rustige momenten en konden pappa en mamma ook samen even rusten en hun e-book lezen. Tussendoor gingen we af en toe wat drinken in ons appartement en liepen daarna weer terug naar het strand. Aan het einde van de middag gingen pappa en Keyro een wandelingetje maken door Seget Vranjica en naar de andere kant van het dorp.

Ze zagen meerdere kleine baaien met rotstranden, oude olijfboomgaarden en wijngaarden. Mamma en ik bleven lekker op het strand en zwommen en volleybalden lekker in het water. Vanaf een uur of vijf begon het minder druk te worden op het strand en gingen veel toeristen terug naar hun accommodaties. Pappa en Keyro kwamen ook weer terug.

We bleven tot het donker begon te worden in het water. ’s Avonds gingen we uiteten bij een van de restaurantjes langs de baai. We vonden een plaatsje bij restaurant Samac. Op de menukaart stond een gevarieerde keuze met vlees- en visgerechten.

Pappa en mamma gingen beiden voor de inktvis, de ene voor gegrilde kalamari en de andere voor de gefrituurde variant. Keyro nam kipschnitzel omdat van de Wienerschnitzel er nog maar eentje te bestellen was en ik deze graag wilde. We speelden wat potjes kaart tot het eten werd geserveerd. Ik at niet veel want ik was zo ontzettend moe van de hele dag zwemmen en bezig zijn. Gelukkig hielpen pappa en Keyro mij een beetje en werd het meeste toch opgegeten. Half slapend lag ik bij mamma op schoot te wachten tot we terug gingen naar ons appartement. Daar viel ik direct in slaap.

Šibenik

Onze dag startte redelijk rustig. De laatste was werd van de waslijn gehaald, spullen ingepakt, er werd ontbeten en rustig aangekleed. We verlieten het mooie appartement rond de klok van 10:15 uur. De rit naar Šibenik waar we een tussenstop wilden maken, duurde ongeveer anderhalf uur.

We volgden opnieuw de kustweg D8 en niet de snelweg. De D8 loopt vanaf de grens met Slovenië via Rijeka, Zadar, Split en Dubrovnik helemaal door tot de grens met Montenegro. Het is met 643 kilometer, de langste weg van het land en loopt langs de hele Kroatische kust.  Het was erg druk onderweg en net voor Šibenik belandden we in een stilstaande file. Uiteindelijk bereikten we toch de stad Šibenik en vonden we direct een parkeerplaats op een groot parkeerterrein net buiten het centrum.

Hier vandaan was het ongeveer 10 minuten lopen langs de boulevard naar het centrum. Helaas zat het weer even tegen en begon het wat te miezelen. Nabij de haven lagen veel terrasjes en we zochten een leuk plaatsje uit. We zaten in een schommelstoel aan het water, heerlijk. Gelukkig verdween de regen al snel en maakte het plaats voor een lekker zonnetje.  De stad ligt aan een pittoreske baai waar de karstrivier de Krka in uitmondt.

In tegenstelling tot  andere steden aan de kust is Šibenik niet gesticht door de Illyriers, Grieken of Romeinen maar door de lokale Kroaten zelf. Er regeerden diverse koningen over Šibenik  en aan het einde van de 12e eeuw kreeg de plaats stadsrechten. Na de tweede wereld oorlog groeide Šibenik uit tot een van de belangrijkste havens aan de Adriatische kust. In 1991 werden er nog flinke gevechten gevoerd tussen de Kroaten en de Joegoslavische troepen en de Servische opstandelingen.

De Kroaten verdedigden de stad met succes. Tot in 1995 werd de stad nog regelmatig met granaten bestookt maar uiteindelijk keerde einde 1995 de rust terug en begon de stad met de wederopbouw en reparatiewerkzaamheden. Via de boulevard kwamen we uit bij het auto vrije centrum. De oude binnenstad is gelegen op een aantal heuvelruggen. We kwamen als eerste langs de Sint Jacobuskathedraal, het grootste en mooiste bouwwerk van Dalmatië.

In 15e eeuw werd gestart met de bouw van de kathedraal en pas honderd jaar later was de bouw voltooid. Het is niet vreemd dat de bouw zo lang duurde want de kathedraal is zonder één enkele spijker, hout of ander bevestigingsmateriaal gebouwd. De kathedraal is volledig gebouwd uit wit steen. Het dak en de koepel zijn gemaakt van stenen die in elkaar passen en er is geen cement voor gebruikt. In 2000 werd de kathedraal op de UNESCO Werelderfgoedlijst gezet.

Aan de buitenkant van de kathedraal zitten veel versieringen, zo zijn er 72 gezichten te zien. Pas na de bombardementen en de oorlog werd de kathedraal gerestaureerd door buitenlandse experts en zag men pas hoe bijzonder de kathedraal was. Daarna liepen we door de smalle, oude straatjes en steegjes van het gerestaureerde centrum. Jammer genoeg wordt het oude centrum overspoeld met toeristen en liep je soms in optocht door de straatjes.

Hoe verder we van het oude centrum kwamen hoe rustiger het werd. We vonden een leuk restaurant op een klein pleintje tussen de steegjes en hadden daar een heerlijke lunch. Mamma had garnalen in tomatensaus, pappa, Ronac had kipfilet op een bedje van rösti en ik had ćevapčići. Na de lunch begonnen we aan een steile klim via verschillende trappetjes naar 1 van de 4 forten van Šibenik. We maakten de klim naar Sv. Mihovila  (St. Michael’s Fort) dat in het centrum ligt. We kwamen langs het oude kerkhof met grote graftombes.

Vanaf het fort hadden we een prachtig uitzicht over de stad, zee, eilandjes voor de kust en de omringende heuvels. Vroeger diende het fort om de stad te beschermen tegen indringers van buitenaf. Tegenwoordig wordt het gebruikt voor optredens en evenementen en staat de binnenplaats vol met tribunes. Terwijl wij rondliepen was er een dansgroep aan het repeteren op de oude binnenplaats.

Ronac kocht bij het fort een handgemaakte houten speelgoeddolk en was hier heel blij mee. Ik wilde met het geld van oma Evelien een ander souvenir kopen alleen weet ik nog niet wat. Via de steegjes met de trappetjes, keerden we terug naar de boulevard en liepen we terug naar de auto. We vonden niemand  bij wie we konden betalen voor het parkeren en reden de parking af. Onze bestemming was Seget Vranjica, een toeristenplaatsje op ongeveer 5 kilometer van de historische stad Trogir.

De kustweg die we volgden was werkelijk prachtig. We hadden gisteren via Booking.com een appartement direct aan het strand geboekt. We vonden apartmani Vukman met onze navigatie vrijwel direct.

De gastvrouw haalde haar zoon erbij omdat hij iets beter Engels sprak en liet ons het appartement zien. Het ligt op de begane grond, heeft een keuken en een balkon. Vanuit het appartement kijk je tussen de bomen door uit op het strand en de baai.

Wij gingen meteen naar het strand om te zwemmen en te snorkelen. Pappa en mamma pakten wat uit en gingen even naar een nabij gelegen winkel voor wat kleine boodschappen. In de avond hadden we simpel avondeten, bestaande uit brood met gebakken ei. In het appartement hadden we Wifi en zo konden we ook lekker wat gamen en een filmpje kijken. We blijven hier in totaal 3 nachten dus lekker relaxen.

Senj

Poeh, poeh de dag begon weer vroeg. We zweetten rond 8:00 uur al de tent uit. Het zou een hele warme dag worden, zo’n 35 graden en dat was te merken. Na het ontbijt vertrokken wij met de auto in de richting van Senj. Senj is de grootste stad op de weg tussen Rijeka en Zadar. Het heeft een geschiedenis die meer dan 3000 jaar terug in de tijd gaat. We zetten onze auto net buiten de stad op een parking en liepen als eerste naar het fort. Fort Nehaj is een middeleeuwse Uskokkenvesting uit de 16e eeuw. Het is gelegen aan de voet van het Velebitgebergte op een strategisch punt aan de kust van de Adriatische zee.

De stad werd al in 52 v. Chr. gesticht door de Romeinen. In 1154 werd Senj pas belangrijker doordat de bisschop zich er vestigde. In 1537 kwam er een grote stroom vluchtelingen uit Servië en Bosnië, zij waren op de vlucht voor de Turken. Senj behoorde in die periode tot het Habsburgse rijk en hadden een Hongaarse koning. De koning maakte Senj een belangrijke vesting zodat ze konden voorkomen dat de Turken de Adriatische zee zouden bereiken. De vluchtelingen noemden zich Uskokken (ontsnapten) en vanwege het feit dat ze aan de gruweldaden van de Turken waren ontkomen, hadden ze zich volgens het stadsbestuur genoeg bewezen.

Ze werden opgenomen en zouden kunnen helpen bij de verdediging van de stad. De Uskokken gingen de stad echter overheersen en beperkten zich niet alleen tot het aanvallen van de Turken. Vanuit Senj maakten ze de kust onveilig en werden Venetiaanse schepen veroverd. Venetië protesteerde maar kon weinig doen tegen het gevaar. Ze sloten een verbond met de Turken om de Uskokken een lesje te leren. Echter lukte dit plan niet en werden de Uskokken niet verslagen. Venetië vroeg Oostenrijk om hulp maar die konden ook niets. Het leidde tot een oorlog tussen de twee landen en eindigde in 1617  toen de Uskokken werden verbannen.

In het slot is nu een museum waar we informatie kregen over de Uskokken van Senj. De daden van de Uskokken inspireerden veel Kroatische schrijvers tot het vastleggen van de geschiedenis.

De vierkante burcht heeft vijf torens en 11 kanonopeningen.Voor de burcht zagen we nog een aantal kanonnen staan. Er waaide een fris windje die de bewoners ook wel bura (bora) noemen. Het is een koude noordoostenwind die ontstaat doordat de koude lucht van de Balkanvlakte over de Vratnikpas valt en vrij spel heeft om via het Senjskadal de stad te bereiken.

 

Na ons bezoek aan het museum en de burcht liepen we door het park naar het centrum van Senj. Op een gezellig pleintje aten we een ijscoupe bij één van de terrassen. We slenterden wat door het centrum en kochten bij een souvenir winkeltje een “squizzy”, een soort stressballetje met een heerlijk luchtje eraan. We kwamen langs de jachthaven en liepen door naar het naastgelegen openbaar strand van de stad.

Voordat we een duik namen in de zee, sprongen we nog vijf minuten op een trampoline. Even uitleven en goed zweten om ons daarna lekker af te kunnen spoelen in de zee. Pappa en mamma zaten met een halve liter Radler lekker op het terras. Een paar uurtjes later liepen we terug naar het centrum en hadden we bij een sfeervol restaurant met straatterras een verlate lunch.

Pappa en mamma hadden een tweepersoons vleesschotel, Keyro een pizza en ik een calzone (opgerolde pizza). We liepen terug langs de kust naar de auto. De camping was maar een paar kilometer rijden en we waren zo weer terug. Meteen de zwembroeken weer aangedaan en lekker met de roeiboot het water weer op.

’s Avonds keken we buiten aan de kampeertafel bij het licht van een lantaarn nog naar een filmpje. Toen de muggen weer in grote getallen aan te vallen alsof we zoete broodjes waren, gingen we de tent in en keken we daar verder.

Zon en zee

Het heeft vannacht flink geonweerd en geregend. Gelukkig bleek de tent er tegen bestand en zijn we niet nat geworden of de lucht ingegaan.  De dag begon rond 7.30 uur al en de zon scheen al fel op de tent. Het was meteen warm dus snel naar buiten.

We hadden een lekker ontbijtje voor onze tent. Vandaag hadden we geen planning dus konden we doen waar we zin in hadden. Samen met pappa bliezen wij de roeiboot op die we hadden meegenomen. Al vroeg lagen we in het water. Lekker zwemmen, varen en dobberen op het luchtbed in de zee.

Tussendoor een hapje, drankje en af en toe mijn boek lezen. De baai is echt schitterend en je raakt er niet op uitgekeken.

Tussen de middag maakten mamma en ik een lichte lunchsalade, jummie. We speelden in de zee met de volleybal en trokken er weer met de boot op uit. Uiteindelijk begin ik me toch een beetje te vervelen, tot ergernis van pappa en mamma. Ik snap hun ook wel een beetje want wij wilden perse naar het strand. ’s Avonds aten we bij het eetcafé van de camping. Ze hebben een simpele maar lekkere kaart. Wij bestelden onder andere hamburgers en ćevapčići.

Het laatste gerecht is een vleesgerecht dat onder verschillende namen over de gehele Balkan bekend is. Vooral in Bosnië, Kroatië, Montenegro en Servië is het heel populair. Het is gemaakt van gehakt, ziet er uit als een worstje en wordt gegrild .

De ćevapčići wordt in porties van vijf of tien stuks besteld en geserveerd met een broodje, frietjes, Djuvec (Kroatische paprikarijst), uien, sla en of ajvar (paprika auberginespread).  De oorsprong van het gerecht is van de Middeleeuwen toen de Balkan onderdeel was van het Ottomaanse Rijk.

Het is een regionale variant op de Turkse kebap köfte. Wij vonden het erg lekker en lieten het ons smaken. Na een prachtige zonsondergang werden we al snel overvallen door de muggen.

Niet echt leuk om buiten te zitten en lek geprikt te worden. We gingen op tijd onze tent in en keken een filmpje op de tablet en ik las nog wat in mijn boek.

Camping Ujča

De dag begon voor ons rond 7:45 uur. Pappa en mamma liepen naar de pekarna (bakker) aan het einde van de straat voor vers brood. We hadden ons ontbijt en maakten ons klaar voor vertrek. We moesten nog even wachten op de gastvrouw Soncia. Ze had mijn onder  gespuugde kleding,  deken en meneer Beer gewassen en moest dit nog even ophalen. Haar moeder liet ons ondertussen bramen en kruisbessen proeven in de tuin.

We vertrokken rond de klok van 9:30 uur in de richting van de hoofdstad Ljubljana. Het eerste stuk reed goed door maar op de ringweg rondom de hoofdstad liep het verkeer vast. Het eerste stuk een vertraging van 10 minuten en daarna eentje van 20 minuten. Er was enorm veel vakantieverkeer op de weg.

Bij het dorp Prestranek stopten we even om te tanken en mij wat frisse lucht te geven. Ik was opnieuw misselijk door de wagenziekte. We reden over een provinciale weg naar de grens met Kroatië. De temperatuur liep ondertussen aardig op en al snel ging het over de dertig graden heen. Bij de grensovergang stond een aardige rij maar het duurde minder lang dan we dachten.

Na de grenscontrole kwamen we meteen op een tolweg. Gelukkig kon je hier gewoon met euro’s betalen want we waren nog niet in bezit van de Kroatische kuna. In Kroatië zijn alle autosnelwegen tolwegen.  De toltarieven zijn aardig aan de prijs en de meeste inwoners van Kroatië maken minder gebruikt van de snelweg en rijden binnendoor. Hierdoor reed het verkeer op de snelweg wel een stuk beter door.

Onze plannen waren gewijzigd vanwege de slechte weersvoorspelling bij de Plitvice meren en we reden nu naar de kust. Bij de plaats Rijeka was het opnieuw erg druk en belandden we in langzaam rijdend verkeer. We volgden nu niet meer de snelweg maar de provinciale kustweg. De vergezichten over de kust waren prachtig.

We kwamen door allerlei leuke kleine dorpjes met strandjes, campings en hotels. We hadden op internet een leuke kleine camping net buiten Senj gezien. Bij de camping kon niet gereserveerd worden dus het was een beetje op goed geluk dat we er naar toe reden.

We kwamen langs allerlei andere campings die we hadden gezien en camping Ujča bleek het verst gelegen te zijn. Bij aankomst op de camping bleek dat er nog 3 plaatsen beschikbaar waren. Net op tijd daar dus. We namen een kampeerplek met een beetje schaduw van een boom. De temperatuur was 34 graden dus een natuurlijke parasol is geen overbodige luxe.

De auto kon op deze camping niet naast de tent staan dus we moesten alleen het hoognodige uitladen en de auto op de parking bij de ingang zetten. Alleen al van het uitladen kregen wij het bloedheet. Pappa en mamma begonnen met het opzetten van de tent en al snel droop het zweet van hun gezichten af. De haringen kregen ze bijna niet in de grond en toen de hamer ook nog afbrak waren ze helemaal aan het balen.

Ze vonden wat andere alternatieven om de tent toch te verankeren en toen konden we naar het strand. De camping ligt aan een kiezelstrand in een beschutte baai. Het gebied behoort tot het Natuurpark Velebit. Het is geen grote camping maar beschikt wel over een café en snackbar. Ook is er een duikschool voor beginners. Veel mensen van buitenaf komen dus om hier te duiken.

We hadden het luchtbed opgeblazen en gingen lekker in de zon genieten van het koele zeewater. In de avond reden we naar de stad Senj waar we eerst wat inkopen deden bij de plaatselijk Konzum supermarkt. Daarna parkeerden we de auto op een betaalde parking omdat er verder nergens een plekje te vinden was. We liepen via de haven het stadje in.

Keyro en ik hadden mega honger en we gingen bij een van de eerste restaurantjes zitten. Er werd een visschotel voor twee personen en één vleesschotel besteld. Terwijl wij aan het wachten waren op het eten, kwam er een heilige processie langs. Het eten smaakte goed en de hoeveelheid was ruim voldoende. De rekening van 800 kuna viel hoger uit dan we verwacht hadden. De volgende keer toch maar naar de prijs vragen van de dagschotel. Kroatië blijkt de afgelopen jaren flink duurder geworden te zijn en dat merk je overal. In het donker reed mamma terug naar de camping. We gingen meteen de tent in om te slapen.

De Lion King

Oma Evelien en Edie hadden een familiedagje gepland. We verzamelden in Geleen waar nog even koffie werd gedronken. Keyro ging bij Ton en Lucia in de auto en oma Evelien en Edie kwamen bij ons in de auto. Halverwege maakten we een stop om even iets te drinken. We kwamen er ook achter dat Ton en Lucia een andere weg hadden genomen. Uiteindelijk waren zij iets eerder in Scheveningen. Scheveningen is een stadsdeel van Den Haag en bekend als badplaats.

We parkeerden in een van de parkeergarages en liepen te voet richting de boulevard. We kwamen langs het Kurhaus, een groot hotel aan de boulevard langs het strand. In 1818 werd hier een houten paviljoen met een badhuis gesticht. Het werd zeer succesvol en in 1856 werd het badhuis uitgebreid. Jaren later werd op dezelfde plek het Kurhaus gebouwd.

In de jaren 70 raakte het gebouw in verval. Uiteindelijk volgde een restauratie en verbouwing. Nu heeft het Kurhaus de monumentenstatus en sinds 2014 behoort het tot de Amrâth Hotel Group. Aan de kilometers lange boulevard van Scheveningen zitten veel leuke strandtenten met uitzicht op zee en de Pier. Het was mooi weer en we konden lekker lunchen bij één van de vele strandtenten.

De boulevard werd in 2013 vernieuwd. De insteek was om een wandelpromenade te maken tussen de badplaats en de haven. Echter moest er ook rekening gehouden worden met het beschermen van Nederland tegen het water van de zee. Onder de boulevard bevindt zich een lange dijk en bij zware storm geeft dit bescherming.

Na de lunch liepen we nog even over de Scheveningse Pier. De pier werd in 2015 verbouwd om weer aan hedendaagse eisen te kunnen voldoen. Ondanks dat het allemaal recent verbouwd is, vond ik het een beetje armoedig aandoen. “Vergane glorie” verwoordt het misschien nog het beste. Ons werkelijk bezoek aan Scheveningen was voor het AFAS Circustheater.

We gingen naar de musical de “The Lion King”. De musical is gebaseerd op de Disney film “De Leeuwenkoning”. De musical ging voor het eerst in 1997 in New York (Broadway) in première. In 2004 kwam de musical voor het eerst naar Nederland en speelde in totaal zo’n twee en een half jaar. Eind 2016 keerde de musical terug naar het Nederlandse theater.

We hadden perfecte plekken recht voor het podium, beter kon bijna niet. Iets later dan de aanvang begon het spektakel. Ik kwam meteen ogen en oren te kort. De musical speelde zich niet alleen af op het podium maar ook in de zaal en in de lucht. Acteurs gehuld in dierenkostuums en grote marionettenpoppen kwamen in optocht door de gangpaden het theater binnen. Olifanten met wapperende oren, zebra’s, hyena’s, antilopen, prachtig!

Het verhaal gaat over leeuwenwelp Simba. Hij is de troonopvolger van Koning Mufasa in het Afrikaanse dierenrijk. Aan de jeugd van Simba komt wreed een einde als zijn gemene oom Scar door verraad de macht grijpt. Simba wordt voor dood achtergelaten. Hij vlucht de jungle in en ontmoet hier zijn nieuwe vrienden Timon en Pumba. Simba groeit op en wordt volwassen. Hij komt hij zijn jeugdvriendin Nala tegen en wordt verliefd op haar. Uiteindelijk besluit Simba het recht op de troon op te eisen.

Wat een fantastische musical. We hebben allemaal genoten! Na de voorstelling zijn we aan de boulevard nog een hapje gaan eten. Pas laat begonnen we aan de terugreis. We zetten oma Evelien en Edie thuis af in Geleen en waren zelf om 23:10 uur thuis. Snel naar bed want we moeten morgen gewoon naar school.

Dagje aan de Belgische kust

Op onze laatste vakantiedag was het goed weer en gingen we naar het strand in de Haan. Het was een stukje rijden en we arriveerden rond 12 uur in het dorp. Het was druk en we gingen op zoek naar een parkeerplekje. Toevallig bleek er een plaatsje vrij te zijn naast vakantiehuis “De Dolfijnen”, waar pappa vroeger altijd met de familie naar toe ging.

Waarschijnlijk was hier net iemand weg gereden want werkelijk alles stond vol met auto’s. We namen de spullen mee uit de auto en liepen naar het strand. Bij de boulevard liepen we naar links het strand op. We liepen verder door waar het wat rustiger was en geen strandtenten.

In de duinen vonden we een mooi plekje uit de wind. Snel insmeren met zonnebrandcrème, de zwembroek aan en het strand op. Heerlijk spelen in het zand. We bouwden zandkastelen en groeven kanalen. Natuurlijk werden er ook geulen en dammen gebouwd om het zeewater tegen te houden. Tussendoor gingen we even eten en drinken maar we zaten voornamelijk op het strand. Af en toe namen we een duik in de zee om het zand even tijdelijk van ons af te spoelen.

We bleven tot een uur of zes op het strand en toen moesten we echt gaan. Bij de frituur aten wij een frietje met zure Belgische mayonaise en een snack. We konden niet aan de terugreis beginnen zonder een ambachtelijk gemaakt ijsje te hebben gehaald bij de ijssalon in het dorp. Op de terugweg vielen we allebei in slaap in de auto. Pappa en mamma legden ons thuis direct in bed en het douchen zou morgenochtend moeten gebeuren.

Cua Dai Beach

We zaten vanmorgen rond 9:00 uur al aan het ontbijt. Mamma bestelde een fruitsalade, Ronac cornflakes, ik een bananenpannenkoek en pappa nam Mi Quang (noedels). De noedels zijn speciaal van deze streek en zijn vernoemd naar de provincie Quang Nam. Wat is er zo speciaal aan deze noedels? Ze zijn in tegenstelling tot de andere noedels in bijvoorbeeld Pho, is dat ze veel dikker en geliger (door kurkuma) zijn door de gebruikte rijstmeel. De bouillon is meestal gemaakt van kip of varkensvlees en naast de noedels wordt er een bord met groenten en kruiden (morning glory, koriander, munt) geserveerd.

Na het ontbijt namen we opnieuw de fiets en gingen op weg naar een ander strand. Volgens informatie is het Cua Dai strand veel drukker dan het An Bang strand maar wij wilden dit met eigen ogen aanschouwen. Het was ongeveer 15 minuten fietsen en ook hier moesten we weer verplicht onze fiets stallen. Aan het strand stonden veel palmbomen en waren grote “bulten” (zanddijken) op het strand aangelegd om het land te beschermen tegen de zee.

We liepen het strand op en hier was het zelfde principe als op het An Bang strand. Gratis ligbedden en parasol bij gebruik maken van lunch in bijbehorende strandtent. Wij renden meteen het strand op en gingen weer heerlijk onze gang. Mamma hielp nog even een Japans stelletje dat met de scooter was gevallen. De verwondingen van de jongen waren best flink met heel veel vuil er in. Het vuil kon niet goed verwijderd worden en mamma en een behulpzame Vietnamese verkoopster adviseerden om In Hoi An naar een dokterspraktijk te gaan. De jongen vertrouwde echter op een of ander zalfje wat een passerende Japanse toeriste hem gaf en volgde het advies niet op.

Ondanks de verhalen die we hadden gehoord over dit strand vonden wij het juist prettiger en relaxter dan het andere strand. We  hadden een goede lunch bij de strandtent met hamburgers, mamma met zoetzure garnalen met ananas en pappa met clams (oesters). Tegen half vijf werd het ineens heel erg donker en toen we achter ons keken naar het vaste land, hingen daar grote donkere (onweers)wolken.

We pakten de spullen in en liepen naar onze fietsen. Het begon te waaien en de eerste druppels begonnen al uit de lucht te vallen. We stapten toch op de fiets maar al snel kwam de regen met bakken uit de lucht. Binnen enkele minuten waren wij helemaal nat. Ik fietste gewoon in mijn zwembroek dus voor mij maakte het niet uit. Straten kwamen onder water te staan en af en toe hoorden we in de verte wat onweer. Het bleef onze hele terugreis regenen en dit was dus een flinke tropische regenbui.

Bij het hotel werden we door het meisje van de receptie opgewacht met handdoeken om ons af te drogen. We besloten om ons een beetje op te laten drogen en zochten een plaatsje op het terras en bestelden (Vietnamese) thee, koffie en warme melk om een beetje warm te worden. De regen had ons toch wel wat afgekoeld.

’s Avonds zijn we in het centrum gaan eten bij een Thais restaurant. We hadden viskoekjes, Chiang Mai kippenpootjes, Satay, en als hoofdgerecht diverse curry’s (massaman, groene en rode curry). Op de terugweg kochten we nog wat souvenirs en genoten wij voor de laatste keer van de prachtig verlichte straatjes. Wat een prachtig en gezellig stadje is Hoi An. Een echte aanrader voor iedereen die naar Vietnam gaat. Ronac viel al vrij snel in slaap en ik keek samen met pappa naar de EK finale vrouwenvoetbal. Het Nederlandse vrouwenelftal wist heel knap de titel te winnen en zijn Europees kampioen.

An Bang Beach

Vandaag voelde ik me al een stuk beter. Ik was nog wat slapjes maar de koorts leek gezakt te zijn. We hadden eerst ontbijt met brood en ei. We maakten onze tassen klaar om naar het strand te gaan.

Bij het hotel konden we gratis gebruik maken van de fietsen. Voor Ronac hadden ze zelfs een kleinere fiets geregeld. Ronac probeerde de fiets maar vond hem niet fijn en besloot met veel theater dat hij bij pappa of mamma achterop zou gaan. We vertrokken rond 10:00 uur in de richting van het An Bang strand. Het was ongeveer 6 kilometer en we volgden de hoofdwegen. Ik fietste steeds achteraan want ik had nog maar weinig energie.

We stopten tussendoor om wat te drinken en van de omgeving te genieten. Vlakbij het strand werden we aangesproken door vele mannetjes die ons hun fietsenstalling aanprijzen. We kwamen niet met de fiets bij het strand en moesten dus onze fiets stallen. We kregen een nummer op ons zadel dat we betaald hadden en bij elkaar hoorden. We gaven aan dat het niet klopte en Keyro bij ons hoorde maar er werd niet echt geluisterd of het werd niet begrepen.

We lieten het zo en liepen naar het strand. Er waren veel barretjes en restaurants en we besloten om eerst iets te drinken. Mamma nam een verse klappernoot en wij namen frisdrank. We trokken onze zwembroek aan op het toilet en gingen daarna het strand op. Er stonden veel ligbedden met parasols er boven. Ook hier werden we continu aangesproken om een bedje te huren bij een van de strandtenten.

Als je er die dag ging eten, waren de bedjes gratis. We besloten om bij een van de vele een ligbed te nemen zodat we ook wat schaduw van de parasol zouden hebben. Het An Bang strand is mooi met palmbomen en wit strand. Het strand zou het beste strand zijn rond Hoi An maar wij vonden het wel erg toeristisch. We vermaakten ons heerlijk in de zee en op het strand. We bouwden kastelen, dammen en geulen waar het water in liep. Lekker een middag ontspannen en niets doen.

Tussendoor hadden we een lekkere lunch bij het strandtentje waar we de ligbedden hadden gehuurd. Ronac nam een hamburger, mamma had noedels, pappa had iets anders en ik nam een noedelsoep. We verlieten het strand pas rond 17:00 uur. Bij de fietsenstalling kregen wij een discussie met de eigenaar dat wij mijn  fiets niet meekregen omdat hier een ander nummer op stond dan die van pappa en mamma.

Pappa was vasthoudend en liet duidelijk zien dat wij de fietssleutel hadden en we fietsten gewoon weg. Tja, we hadden dit vanmorgen al heel duidelijk gemaakt dus helaas voor hem. De terugweg fietsen we niet langs de grote weg maar reden we tussen de rijstvelden door. Heerlijk hoe rustig het daar was.

Terug in het hotel moesten we eerst douchen om al het zand van ons af te spoelen want het zat werkelijk overal. Tegen 19:30 uur werden we met het golfkarretje weer naar het centrum gebracht. We liepen deze keer de Cau An Hoi brug (Bridge of Lights) over. De brug is ’s avonds verlicht met veel lampjes en iedereen passeert deze brug maar ondanks de vele mensen werd er nauwelijks geduwd. Aan deze kant van de brug bleken veel restaurants te liggen en al snel hadden we een leuk restaurant gevonden. We liepen de trap op naar het For You restaurant.

We gaven onze bestelling door aan de bediende en speelden een potje kaart tot het eten klaar was. Ronac had gegrilde kipfilet met frietjes, mamma en ik namen een lokale specialiteit Banh Bao Vac ook wel White Rose genoemd.  Het is een dumpling, een deegpakketje van rijstvellen, in de vorm van een bloem. Het is gevuld met garnalen, krab en kruiden. Er worden krokant gebakken uien en een dip van bouillon, pepers, citroen en suiker bij geserveerd. Een smaakexplosie!

Pappa had een andere lokale specialiteit fried wonton. Gefrituurde wonton (rijst)vellen met daar bovenop garnalen en krabvlees gemengd met tomaat en kruiden. Ook zeer smakelijk! Na het eten liepen we nog wat door het stadje en genoten van alle lichtjes en prachtige lampionnen. Het is soms net of je in een sprookje loop met al die lichtjes. We waren rond 22:00 uur weer terug in het hotel.