Zon en zee

Het heeft vannacht flink geonweerd en geregend. Gelukkig bleek de tent er tegen bestand en zijn we niet nat geworden of de lucht ingegaan.  De dag begon rond 7.30 uur al en de zon scheen al fel op de tent. Het was meteen warm dus snel naar buiten.

We hadden een lekker ontbijtje voor onze tent. Vandaag hadden we geen planning dus konden we doen waar we zin in hadden. Samen met pappa bliezen wij de roeiboot op die we hadden meegenomen. Al vroeg lagen we in het water. Lekker zwemmen, varen en dobberen op het luchtbed in de zee.

Tussendoor een hapje, drankje en af en toe mijn boek lezen. De baai is echt schitterend en je raakt er niet op uitgekeken.

Tussen de middag maakten mamma en ik een lichte lunchsalade, jummie. We speelden in de zee met de volleybal en trokken er weer met de boot op uit. Uiteindelijk begin ik me toch een beetje te vervelen, tot ergernis van pappa en mamma. Ik snap hun ook wel een beetje want wij wilden perse naar het strand. ’s Avonds aten we bij het eetcafé van de camping. Ze hebben een simpele maar lekkere kaart. Wij bestelden onder andere hamburgers en ćevapčići.

Het laatste gerecht is een vleesgerecht dat onder verschillende namen over de gehele Balkan bekend is. Vooral in Bosnië, Kroatië, Montenegro en Servië is het heel populair. Het is gemaakt van gehakt, ziet er uit als een worstje en wordt gegrild .

De ćevapčići wordt in porties van vijf of tien stuks besteld en geserveerd met een broodje, frietjes, Djuvec (Kroatische paprikarijst), uien, sla en of ajvar (paprika auberginespread).  De oorsprong van het gerecht is van de Middeleeuwen toen de Balkan onderdeel was van het Ottomaanse Rijk.

Het is een regionale variant op de Turkse kebap köfte. Wij vonden het erg lekker en lieten het ons smaken. Na een prachtige zonsondergang werden we al snel overvallen door de muggen.

Niet echt leuk om buiten te zitten en lek geprikt te worden. We gingen op tijd onze tent in en keken een filmpje op de tablet en ik las nog wat in mijn boek.

Camping Ujča

De dag begon voor ons rond 7:45 uur. Pappa en mamma liepen naar de pekarna (bakker) aan het einde van de straat voor vers brood. We hadden ons ontbijt en maakten ons klaar voor vertrek. We moesten nog even wachten op de gastvrouw Soncia. Ze had mijn onder  gespuugde kleding,  deken en meneer Beer gewassen en moest dit nog even ophalen. Haar moeder liet ons ondertussen bramen en kruisbessen proeven in de tuin.

We vertrokken rond de klok van 9:30 uur in de richting van de hoofdstad Ljubljana. Het eerste stuk reed goed door maar op de ringweg rondom de hoofdstad liep het verkeer vast. Het eerste stuk een vertraging van 10 minuten en daarna eentje van 20 minuten. Er was enorm veel vakantieverkeer op de weg.

Bij het dorp Prestranek stopten we even om te tanken en mij wat frisse lucht te geven. Ik was opnieuw misselijk door de wagenziekte. We reden over een provinciale weg naar de grens met Kroatië. De temperatuur liep ondertussen aardig op en al snel ging het over de dertig graden heen. Bij de grensovergang stond een aardige rij maar het duurde minder lang dan we dachten.

Na de grenscontrole kwamen we meteen op een tolweg. Gelukkig kon je hier gewoon met euro’s betalen want we waren nog niet in bezit van de Kroatische kuna. In Kroatië zijn alle autosnelwegen tolwegen.  De toltarieven zijn aardig aan de prijs en de meeste inwoners van Kroatië maken minder gebruikt van de snelweg en rijden binnendoor. Hierdoor reed het verkeer op de snelweg wel een stuk beter door.

Onze plannen waren gewijzigd vanwege de slechte weersvoorspelling bij de Plitvice meren en we reden nu naar de kust. Bij de plaats Rijeka was het opnieuw erg druk en belandden we in langzaam rijdend verkeer. We volgden nu niet meer de snelweg maar de provinciale kustweg. De vergezichten over de kust waren prachtig.

We kwamen door allerlei leuke kleine dorpjes met strandjes, campings en hotels. We hadden op internet een leuke kleine camping net buiten Senj gezien. Bij de camping kon niet gereserveerd worden dus het was een beetje op goed geluk dat we er naar toe reden.

We kwamen langs allerlei andere campings die we hadden gezien en camping Ujča bleek het verst gelegen te zijn. Bij aankomst op de camping bleek dat er nog 3 plaatsen beschikbaar waren. Net op tijd daar dus. We namen een kampeerplek met een beetje schaduw van een boom. De temperatuur was 34 graden dus een natuurlijke parasol is geen overbodige luxe.

De auto kon op deze camping niet naast de tent staan dus we moesten alleen het hoognodige uitladen en de auto op de parking bij de ingang zetten. Alleen al van het uitladen kregen wij het bloedheet. Pappa en mamma begonnen met het opzetten van de tent en al snel droop het zweet van hun gezichten af. De haringen kregen ze bijna niet in de grond en toen de hamer ook nog afbrak waren ze helemaal aan het balen.

Ze vonden wat andere alternatieven om de tent toch te verankeren en toen konden we naar het strand. De camping ligt aan een kiezelstrand in een beschutte baai. Het gebied behoort tot het Natuurpark Velebit. Het is geen grote camping maar beschikt wel over een café en snackbar. Ook is er een duikschool voor beginners. Veel mensen van buitenaf komen dus om hier te duiken.

We hadden het luchtbed opgeblazen en gingen lekker in de zon genieten van het koele zeewater. In de avond reden we naar de stad Senj waar we eerst wat inkopen deden bij de plaatselijk Konzum supermarkt. Daarna parkeerden we de auto op een betaalde parking omdat er verder nergens een plekje te vinden was. We liepen via de haven het stadje in.

Keyro en ik hadden mega honger en we gingen bij een van de eerste restaurantjes zitten. Er werd een visschotel voor twee personen en één vleesschotel besteld. Terwijl wij aan het wachten waren op het eten, kwam er een heilige processie langs. Het eten smaakte goed en de hoeveelheid was ruim voldoende. De rekening van 800 kuna viel hoger uit dan we verwacht hadden. De volgende keer toch maar naar de prijs vragen van de dagschotel. Kroatië blijkt de afgelopen jaren flink duurder geworden te zijn en dat merk je overal. In het donker reed mamma terug naar de camping. We gingen meteen de tent in om te slapen.

De Lion King

Oma Evelien en Edie hadden een familiedagje gepland. We verzamelden in Geleen waar nog even koffie werd gedronken. Keyro ging bij Ton en Lucia in de auto en oma Evelien en Edie kwamen bij ons in de auto. Halverwege maakten we een stop om even iets te drinken. We kwamen er ook achter dat Ton en Lucia een andere weg hadden genomen. Uiteindelijk waren zij iets eerder in Scheveningen. Scheveningen is een stadsdeel van Den Haag en bekend als badplaats.

We parkeerden in een van de parkeergarages en liepen te voet richting de boulevard. We kwamen langs het Kurhaus, een groot hotel aan de boulevard langs het strand. In 1818 werd hier een houten paviljoen met een badhuis gesticht. Het werd zeer succesvol en in 1856 werd het badhuis uitgebreid. Jaren later werd op dezelfde plek het Kurhaus gebouwd.

In de jaren 70 raakte het gebouw in verval. Uiteindelijk volgde een restauratie en verbouwing. Nu heeft het Kurhaus de monumentenstatus en sinds 2014 behoort het tot de Amrâth Hotel Group. Aan de kilometers lange boulevard van Scheveningen zitten veel leuke strandtenten met uitzicht op zee en de Pier. Het was mooi weer en we konden lekker lunchen bij één van de vele strandtenten.

De boulevard werd in 2013 vernieuwd. De insteek was om een wandelpromenade te maken tussen de badplaats en de haven. Echter moest er ook rekening gehouden worden met het beschermen van Nederland tegen het water van de zee. Onder de boulevard bevindt zich een lange dijk en bij zware storm geeft dit bescherming.

Na de lunch liepen we nog even over de Scheveningse Pier. De pier werd in 2015 verbouwd om weer aan hedendaagse eisen te kunnen voldoen. Ondanks dat het allemaal recent verbouwd is, vond ik het een beetje armoedig aandoen. “Vergane glorie” verwoordt het misschien nog het beste. Ons werkelijk bezoek aan Scheveningen was voor het AFAS Circustheater.

We gingen naar de musical de “The Lion King”. De musical is gebaseerd op de Disney film “De Leeuwenkoning”. De musical ging voor het eerst in 1997 in New York (Broadway) in première. In 2004 kwam de musical voor het eerst naar Nederland en speelde in totaal zo’n twee en een half jaar. Eind 2016 keerde de musical terug naar het Nederlandse theater.

We hadden perfecte plekken recht voor het podium, beter kon bijna niet. Iets later dan de aanvang begon het spektakel. Ik kwam meteen ogen en oren te kort. De musical speelde zich niet alleen af op het podium maar ook in de zaal en in de lucht. Acteurs gehuld in dierenkostuums en grote marionettenpoppen kwamen in optocht door de gangpaden het theater binnen. Olifanten met wapperende oren, zebra’s, hyena’s, antilopen, prachtig!

Het verhaal gaat over leeuwenwelp Simba. Hij is de troonopvolger van Koning Mufasa in het Afrikaanse dierenrijk. Aan de jeugd van Simba komt wreed een einde als zijn gemene oom Scar door verraad de macht grijpt. Simba wordt voor dood achtergelaten. Hij vlucht de jungle in en ontmoet hier zijn nieuwe vrienden Timon en Pumba. Simba groeit op en wordt volwassen. Hij komt hij zijn jeugdvriendin Nala tegen en wordt verliefd op haar. Uiteindelijk besluit Simba het recht op de troon op te eisen.

Wat een fantastische musical. We hebben allemaal genoten! Na de voorstelling zijn we aan de boulevard nog een hapje gaan eten. Pas laat begonnen we aan de terugreis. We zetten oma Evelien en Edie thuis af in Geleen en waren zelf om 23:10 uur thuis. Snel naar bed want we moeten morgen gewoon naar school.

Dagje aan de Belgische kust

Op onze laatste vakantiedag was het goed weer en gingen we naar het strand in de Haan. Het was een stukje rijden en we arriveerden rond 12 uur in het dorp. Het was druk en we gingen op zoek naar een parkeerplekje. Toevallig bleek er een plaatsje vrij te zijn naast vakantiehuis “De Dolfijnen”, waar pappa vroeger altijd met de familie naar toe ging.

Waarschijnlijk was hier net iemand weg gereden want werkelijk alles stond vol met auto’s. We namen de spullen mee uit de auto en liepen naar het strand. Bij de boulevard liepen we naar links het strand op. We liepen verder door waar het wat rustiger was en geen strandtenten.

In de duinen vonden we een mooi plekje uit de wind. Snel insmeren met zonnebrandcrème, de zwembroek aan en het strand op. Heerlijk spelen in het zand. We bouwden zandkastelen en groeven kanalen. Natuurlijk werden er ook geulen en dammen gebouwd om het zeewater tegen te houden. Tussendoor gingen we even eten en drinken maar we zaten voornamelijk op het strand. Af en toe namen we een duik in de zee om het zand even tijdelijk van ons af te spoelen.

We bleven tot een uur of zes op het strand en toen moesten we echt gaan. Bij de frituur aten wij een frietje met zure Belgische mayonaise en een snack. We konden niet aan de terugreis beginnen zonder een ambachtelijk gemaakt ijsje te hebben gehaald bij de ijssalon in het dorp. Op de terugweg vielen we allebei in slaap in de auto. Pappa en mamma legden ons thuis direct in bed en het douchen zou morgenochtend moeten gebeuren.

Cua Dai Beach

We zaten vanmorgen rond 9:00 uur al aan het ontbijt. Mamma bestelde een fruitsalade, Ronac cornflakes, ik een bananenpannenkoek en pappa nam Mi Quang (noedels). De noedels zijn speciaal van deze streek en zijn vernoemd naar de provincie Quang Nam. Wat is er zo speciaal aan deze noedels? Ze zijn in tegenstelling tot de andere noedels in bijvoorbeeld Pho, is dat ze veel dikker en geliger (door kurkuma) zijn door de gebruikte rijstmeel. De bouillon is meestal gemaakt van kip of varkensvlees en naast de noedels wordt er een bord met groenten en kruiden (morning glory, koriander, munt) geserveerd.

Na het ontbijt namen we opnieuw de fiets en gingen op weg naar een ander strand. Volgens informatie is het Cua Dai strand veel drukker dan het An Bang strand maar wij wilden dit met eigen ogen aanschouwen. Het was ongeveer 15 minuten fietsen en ook hier moesten we weer verplicht onze fiets stallen. Aan het strand stonden veel palmbomen en waren grote “bulten” (zanddijken) op het strand aangelegd om het land te beschermen tegen de zee.

We liepen het strand op en hier was het zelfde principe als op het An Bang strand. Gratis ligbedden en parasol bij gebruik maken van lunch in bijbehorende strandtent. Wij renden meteen het strand op en gingen weer heerlijk onze gang. Mamma hielp nog even een Japans stelletje dat met de scooter was gevallen. De verwondingen van de jongen waren best flink met heel veel vuil er in. Het vuil kon niet goed verwijderd worden en mamma en een behulpzame Vietnamese verkoopster adviseerden om In Hoi An naar een dokterspraktijk te gaan. De jongen vertrouwde echter op een of ander zalfje wat een passerende Japanse toeriste hem gaf en volgde het advies niet op.

Ondanks de verhalen die we hadden gehoord over dit strand vonden wij het juist prettiger en relaxter dan het andere strand. We  hadden een goede lunch bij de strandtent met hamburgers, mamma met zoetzure garnalen met ananas en pappa met clams (oesters). Tegen half vijf werd het ineens heel erg donker en toen we achter ons keken naar het vaste land, hingen daar grote donkere (onweers)wolken.

We pakten de spullen in en liepen naar onze fietsen. Het begon te waaien en de eerste druppels begonnen al uit de lucht te vallen. We stapten toch op de fiets maar al snel kwam de regen met bakken uit de lucht. Binnen enkele minuten waren wij helemaal nat. Ik fietste gewoon in mijn zwembroek dus voor mij maakte het niet uit. Straten kwamen onder water te staan en af en toe hoorden we in de verte wat onweer. Het bleef onze hele terugreis regenen en dit was dus een flinke tropische regenbui.

Bij het hotel werden we door het meisje van de receptie opgewacht met handdoeken om ons af te drogen. We besloten om ons een beetje op te laten drogen en zochten een plaatsje op het terras en bestelden (Vietnamese) thee, koffie en warme melk om een beetje warm te worden. De regen had ons toch wel wat afgekoeld.

’s Avonds zijn we in het centrum gaan eten bij een Thais restaurant. We hadden viskoekjes, Chiang Mai kippenpootjes, Satay, en als hoofdgerecht diverse curry’s (massaman, groene en rode curry). Op de terugweg kochten we nog wat souvenirs en genoten wij voor de laatste keer van de prachtig verlichte straatjes. Wat een prachtig en gezellig stadje is Hoi An. Een echte aanrader voor iedereen die naar Vietnam gaat. Ronac viel al vrij snel in slaap en ik keek samen met pappa naar de EK finale vrouwenvoetbal. Het Nederlandse vrouwenelftal wist heel knap de titel te winnen en zijn Europees kampioen.

An Bang Beach

Vandaag voelde ik me al een stuk beter. Ik was nog wat slapjes maar de koorts leek gezakt te zijn. We hadden eerst ontbijt met brood en ei. We maakten onze tassen klaar om naar het strand te gaan.

Bij het hotel konden we gratis gebruik maken van de fietsen. Voor Ronac hadden ze zelfs een kleinere fiets geregeld. Ronac probeerde de fiets maar vond hem niet fijn en besloot met veel theater dat hij bij pappa of mamma achterop zou gaan. We vertrokken rond 10:00 uur in de richting van het An Bang strand. Het was ongeveer 6 kilometer en we volgden de hoofdwegen. Ik fietste steeds achteraan want ik had nog maar weinig energie.

We stopten tussendoor om wat te drinken en van de omgeving te genieten. Vlakbij het strand werden we aangesproken door vele mannetjes die ons hun fietsenstalling aanprijzen. We kwamen niet met de fiets bij het strand en moesten dus onze fiets stallen. We kregen een nummer op ons zadel dat we betaald hadden en bij elkaar hoorden. We gaven aan dat het niet klopte en Keyro bij ons hoorde maar er werd niet echt geluisterd of het werd niet begrepen.

We lieten het zo en liepen naar het strand. Er waren veel barretjes en restaurants en we besloten om eerst iets te drinken. Mamma nam een verse klappernoot en wij namen frisdrank. We trokken onze zwembroek aan op het toilet en gingen daarna het strand op. Er stonden veel ligbedden met parasols er boven. Ook hier werden we continu aangesproken om een bedje te huren bij een van de strandtenten.

Als je er die dag ging eten, waren de bedjes gratis. We besloten om bij een van de vele een ligbed te nemen zodat we ook wat schaduw van de parasol zouden hebben. Het An Bang strand is mooi met palmbomen en wit strand. Het strand zou het beste strand zijn rond Hoi An maar wij vonden het wel erg toeristisch. We vermaakten ons heerlijk in de zee en op het strand. We bouwden kastelen, dammen en geulen waar het water in liep. Lekker een middag ontspannen en niets doen.

Tussendoor hadden we een lekkere lunch bij het strandtentje waar we de ligbedden hadden gehuurd. Ronac nam een hamburger, mamma had noedels, pappa had iets anders en ik nam een noedelsoep. We verlieten het strand pas rond 17:00 uur. Bij de fietsenstalling kregen wij een discussie met de eigenaar dat wij mijn  fiets niet meekregen omdat hier een ander nummer op stond dan die van pappa en mamma.

Pappa was vasthoudend en liet duidelijk zien dat wij de fietssleutel hadden en we fietsten gewoon weg. Tja, we hadden dit vanmorgen al heel duidelijk gemaakt dus helaas voor hem. De terugweg fietsen we niet langs de grote weg maar reden we tussen de rijstvelden door. Heerlijk hoe rustig het daar was.

Terug in het hotel moesten we eerst douchen om al het zand van ons af te spoelen want het zat werkelijk overal. Tegen 19:30 uur werden we met het golfkarretje weer naar het centrum gebracht. We liepen deze keer de Cau An Hoi brug (Bridge of Lights) over. De brug is ’s avonds verlicht met veel lampjes en iedereen passeert deze brug maar ondanks de vele mensen werd er nauwelijks geduwd. Aan deze kant van de brug bleken veel restaurants te liggen en al snel hadden we een leuk restaurant gevonden. We liepen de trap op naar het For You restaurant.

We gaven onze bestelling door aan de bediende en speelden een potje kaart tot het eten klaar was. Ronac had gegrilde kipfilet met frietjes, mamma en ik namen een lokale specialiteit Banh Bao Vac ook wel White Rose genoemd.  Het is een dumpling, een deegpakketje van rijstvellen, in de vorm van een bloem. Het is gevuld met garnalen, krab en kruiden. Er worden krokant gebakken uien en een dip van bouillon, pepers, citroen en suiker bij geserveerd. Een smaakexplosie!

Pappa had een andere lokale specialiteit fried wonton. Gefrituurde wonton (rijst)vellen met daar bovenop garnalen en krabvlees gemengd met tomaat en kruiden. Ook zeer smakelijk! Na het eten liepen we nog wat door het stadje en genoten van alle lichtjes en prachtige lampionnen. Het is soms net of je in een sprookje loop met al die lichtjes. We waren rond 22:00 uur weer terug in het hotel.

Nam Cat Island in de Lan Ha Bay

We sliepen heerlijk op de boot. Ons ontbijt stond al klaar en we schoven aan bij de lange tafel. Terwijl wij van het ontbijt aan het genieten waren, lichtte de boot het anker en voer weg. We meerden aan in een mooie baai en zouden daar een bezoek brengen aan de Hang Sung Sot Cave (Grot vol verrassingen).

In de grot vol verrassingen (hang Sung Cot Cace).

De baai lag vol met boten en we gingen in optocht de trappen op naar de ingang van de grot. In de grot zijn drie kamers die we konden bezoeken. Het was een mooie grot en we zagen stalagmieten en stalactieten in bizarre vormen en maten. De grot wordt door verschillende kleuren verlicht en dat geeft het extra sfeer. Aan het einde van het wandelpad door de grot, kwamen we bij een lange trap. Deze leidde ons naar een plateau dat 25 meter boven het zeeniveau ligt. Hier vandaan hadden we een prachtig uitzicht over de baai.

We hoorden dat veel foto’s in de reisgidsen vaak vanaf dit punt worden gemaakt. We daalden terug af met de trap naar de wandelpromenade en liepen terug naar onze kleine boot die ons weer naar de grote boot bracht. We vervolgden onze vaarroute richting de Lan Ha Baai. Onderweg gingen wij aan boord van een andere boot die ons verder zou brengen naar Nam Cat eiland.

De Lan Ha baai ligt aan de andere kant van Halong Baai en is stukken minder toeristisch. Wij vonden de landschappen hier ook veel mooier. De eilanden liggen dichter op elkaar en er steken meer kalksteenrotsen uit het water. Tijdens het varen speelden we “bottle flip” en een spelletje op onze tablet. Net na de middag kwamen we aan bij Nam Cat eiland waar we een dag en een nacht doorbrengen bij het Cat Ba Sandy Beach resort.

Op weg naar Nam Cat 

De naam suggereert dat het resort op Cat Ba eiland ligt maar dit was niet het geval. Nam Cat is een privé eiland middenin de baai van Lan Ha. Vanaf de aanlegsteiger liepen we langs gezellige bungalows die gebouwd zijn op palen. We kregen eerst de lunch aangeboden in het restaurant alvorens we konden inchecken.  De tafel was al snel weer gevuld met heerlijke lekkernijen.

Paradijs op aarde.

Na het eten kregen we de sleutels van de bungalows en we lagen vrij ver van elkaar af. We hadden één deluxe bungalow aan het water en een andere aan het strand. In eerste instantie konden we niet ruilen omdat we voor een duurdere betaald zouden hebben? Na veel aandringen kregen wij een “downgrade” en hadden we twee kamers naast elkaar aan het strand. Bij het resort konden we veel watersportactiviteiten doen.

Ik ging samen met pappa een stukje kajakken en Keyro ging met duikbril op samen met Mart zwemmen. Blijkbaar hadden we in ons excursie pakket ook nog een middaguitstapje zitten maar dit meldden wij af. We wilden gewoon relaxen aan het strand en doen waar we zin in hadden.

Zwemmen, zandkastelen bouwen, graven, snorkelen, lezen, genieten van de mooie locatie en wat zonnen. Gewoon een middag niets doen, heerlijk! We speelden lang door tot de zon onder ging en het donker werd. We moesten ons voor het avondeten goed douchen want we hadden werkelijk overal zand zitten. Het avondeten bleek een barbecue-buffet te zijn en eerlijk gezegd vonden wij het allemaal een beetje tegenvallen. Er was weinig variatie en het bijvullen werd ook niet echt goed gedaan. Jammer want de lunch van vanmiddag was juist wel erg goed.

In de avond keken we nog een kort filmpje op de tablet en daarna gingen wij naar bed. Pappa en mamma genoten op de veranda nog van een lekkere cocktail en van het ruisen van de golven.

Kaarten en relaxen

Onze laatste dag op Bali brachten we voornamelijk door aan het zwembad. We checkten om 12:00 uur uit bij onze kamer en legden de spullen bij de receptie neer. Voor ons was het geen straf om lekker in het zwembad te hangen. Tegen een uur of drie kleedden we ons aan en gingen we op zoek naar een leuke warung om iets te eten. We kwamen uit bij warung Little Bird en bestelden daar mie goreng speciaal, een noodlesoup en een zoetzure kip.


Het was nog even genieten van het heerlijke eten in Indonesië. We liepen terug langs de hoofdstraat en gingen nog iets drinken bij de Wicked Parrot. Ondertussen speelden we een potje “pesten” met de speelkaarten. Voor het eerst deed ik ook helemaal alleen mee. Ik vind het nog best moeilijk maar zo leer ik het wel sneller. Het lukte mij aardig om mijn broer Keyro dwars te zitten zodat hij het spelletje niet kon winnen.


We werden om 18:00 uur opgehaald door een privé taxi die ons naar het Ngurah Rai International Airport in Denpasar bracht. De controles verliepen vrij voorspoedig en we hadden nog veel tijd over. We liepen wat rond en kochten een lekker ijsje. Ook gingen we op de foto bij de M&M stand. De lekkere chocoladesnoepjes hebben ook hun eigen personage zoals Red, Yellow, Blue, Orange en de enige dame van het stel, Miss Green. Wij vonden het natuurlijk leuk om hiermee op de foto te gaan. De vlucht verliep rustig en rond 22:30 uur landden we op het vliegveld van Jakarta.


We haalden onze spullen op bij de bagageband en liepen we naar buiten voor een taxi. We moesten ons inschrijven op een lijst en hadden nog 35 wachtenden voor ons. Het duurde ruim een half uur tot we aan de beurt waren en er een taxi voor ons klaar stond. Ons hotel zou dicht bij het vliegveld liggen maar dit bleek niet zo te zijn. Hemelsbreed was het inderdaad niet ver maar om er te komen moest de chauffeur via de ring rijden en de rit duurde in totaal 50 minuten. Bij aankomst in het hotel Olive (1:00 uur ’s nachts) moest er meteen betaald worden ook een beetje raar want bijna overal ter wereld doe je dit achteraf. Gelukkig kreeg ik het niet mee want in de taxi was ik in slaap gevallen en bij mamma in haar armen sliep ik gewoon verder.

Sanur


Heerlijk nog een dag relaxen. We moeten helemaal niets maar echt veel is er in de omgeving toch niet te doen. We sliepen uit en gingen daarna voor het inclusieve ontbijt. Vervolgens vermaakten we ons een aantal uren in het zwembad. Het zwembad bracht ons flink wat verkoeling want in de zon was het super heet. We moesten opletten dat we nu niet alsnog zouden verbranden in de felle zon. Net na de middag liepen we voor de lunch naar het strand. Hier hadden we gisteren al veel leuke eettentjes zien liggen, het tafeltje stond op het strand en met onze voeten zaten we in het zand.


Op het strand zagen we veel jukungs dit zijn kleurige vissersboten uit Bali met een driehoekig zeil. Ze worden niet alleen gebruikt door de vissers maar men gebruikt ze ook als veerboot naar nabij gelegen eilandjes zoals bijvoorbeeld het eiland Nusa Lembongan. We bestelden allemaal een hamburger en moesten de monden wagenwijd opendoen om hem te kunnen eten. Terwijl mamma en pappa genoten van een cocktail met arrac, speelden wij op het strand. We maakten een fort en ik groef Ronac, op zijn hoofd na volledig in, in het zand. In de avond kwamen er een paar lieve kleine poesjes kijken bij ons op het terras.


Gezellig even knuffelen want we missen Ushi toch wel een beetje. We gingen pas laat op de avond dineren. We kregen een tafeltje in een van de drukke restaurantjes. Het duurde lange tijd tot we onze bestelling kregen maar het eten was heerlijk. Ik was een beetje jaloers op Ronac want hij kreeg drie verschillende soorten saté op een minibarbecue geserveerd. We kwamen pas laat op de avond weer terug in de hotelkamer. Morgen moeten we uitchecken dus de spullen werden voor de laatste keer ingepakt.