Trogir

We waren vanmorgen lui en wilden alleen maar gamen op onze tablet. Pappa en mamma wilden graag naar een stadje in de buurt bezichtigen en het kostte hen heel veel moeite om ons te mobiliseren. We hoefden niet lang in de auto te zitten want Trogir was maar iets van 5 kilometer rijden. In het centrum van Trogir is het vrij druk en het is zoeken naar een parkeerplek. We parkeren uiteindelijk net buiten het autovrije centrum.

Met parkeertarieven van 1,80 euro per uur zijn het bijna Nederlandse prijzen. Het autovrije centrum ligt op een klein eiland en ligt op loopafstand van de parkeerplaats. Vanwege de strategische ligging tussen het grotere eiland Ciovo en het vaste land was Trogir vroeger een belangrijke stad om te veroveren. Trogir heeft een verdedigingsmuur om het oude centrum en we liepen er eerst via de buitenkant om heen.

We lopen langs de haven en komen uit bij het 15e -eeuwse Kamerlengofort. Hier woonde vroeger de Venetiaanse heerser die op het hoogtepunt vrijwel de hele Adriatische kust in handen had. Ook is de stad in handen geweest van de Grieken, de Romeinen en zelfs de Fransen. Al deze culturen hebben hun stempel gedrukt op de architectuur van de gebouwen in de stad.

Er zijn prachtige gebouwen in Romaanse, Renaissance en Barok stijl terug te vinden. Het is goed warm en we zoeken een plekje op een van de vele terrasjes langs de boulevard voor een verfrissing. We hadden uitzicht op de jachthaven waar heel wat mooie en dure jachten lagen. We liepen de verbindingsbrug die Trogir verbindt met het eiland Ciovo over en bekeken de stad vanaf de andere oever.

Daarna liepen we terug en kwamen we via één van de twee stadspoorten het historische centrum binnen. Sinds 1997 staat het centrum van de stad op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. We slenterden wat door smalle steegjes van het centrum. Ook hier veel mooie middeleeuwse huizen.

De stad schijnt vaker gebruikt te worden als achtergrond in Kroatische, Italiaanse en Duitse films. Helaas lopen ook hier veel toeristen en dat doet enigszins afbreuk aan het mooie centrum. Tot nu toe zagen we overal in Kroatië de florerende toerisme industrie. Alle mooie plekken worden overspoeld met hordes toeristen en horeca, hotels en parkings maken er handig gebruik of misbruik van.

Prijzen schieten de pan uit en gastvrijheid en vriendelijkheid is ook niet overal te vinden. Een beetje jammer. Ik hoop dat het land niet ten onder gaat aan haar eigen succes. We liepen terug naar de parkeerplaats  en deden nog boodschappen voor het avondeten bij de Lidl. De namiddag brachten we door aan het strand.

Lekker zwemmen, varen, snorkelen en lezen in de zon. ’s Avonds werd er zelf gekookt en aten we Mexicaanse wraps, lekker! Na het eten gingen we nog een lange tijd zwemmen in de zee tot het donker begon te worden. Morgen vertrekken we richting Bosnië en zullen we de zee gaan missen.

Zadar

We konden vandaag wat langer uitslapen en hadden geen haast. We begonnen met een lekker ontbijt van vers brood en vleeswaren, gehaald door pappa bij de campingwinkel. Ronac wilde vandaag ook koffie bij zijn ontbijt en dat mocht hij proberen van pappa en mamma. Helemaal blij was hij en hij vond het nog lekker ook. Terwijl pappa en mamma de tent opruimden en inpakten, maakten wij samen een mooie tekening in het zonnetje. Om pappa en mamma wat te helpen, gingen Ronac en ik samen de afwas doen.

Ik deed de afwas en Ronac droogde alles af. We reden rond de klok van 11:00 uur weg bij camping Korana. We reden vandaag naar de kustplaats Zadar. Onderweg passeerden we veel kraampjes langs de weg die honing en kaas verkochten. Uiteindelijk kreeg mamma, pappa zo ver dat hij langs de weg stopte bij één van de kraampjes. Mamma kocht een potje honing en twee soorten schapenkaas, normale en gerookte kaas. Gelukkig was het goed ingepakt want zelfs met de goede verpakking begon het binnen 10 minuten in de auto al naar kaas te ruiken.

We namen een stuk snelweg en we konden goed doorrijden. Omdat we pas na 14:00 uur in het geboekte appartement konden, deden we even boodschappen bij de Konzum. Er lag ook een Decathlon waar we een nieuwe hamer voor de tentharingen kochten en we kregen allebei een snorkelset. We kwamen rond 14:30 uur aan op het adres van de bestemming maar konden het appartement niet vinden.

Het zou zich moeten bevinden in het appartementencomplex maar nergens zagen we een bordje. Een vriendelijke voorbijganger hielp ons en ging navraag doen. Hij kwam al snel terug en wees ons een appartement op de tweede etage. De eigenaresse was al op ons aan het wachten samen met haar zoontje van bijna 1 jaar oud. Het appartement was nieuw, mooi gedecoreerd en gemeubileerd.

Pappa en mamma kregen de lokaal gebrouwen kersenlikeur aangeboden. De eigenaresse liet ons alles zien en gaf ons wat tips over wat te doen in Zadar. Wat een vriendelijke ontvangst. Toen de vrouw weg was, maakten we snel wat soep klaar want we hadden nog niet geluncht.

Tegen 16:00 uur verlieten we het appartement en liepen we naar het centrum. We namen een binnendoor weg over het half vervallen sportpark en dat scheelde volgens de eigenaresse 10 minuten lopen. Zadar was in het verleden een belangrijke stad in de strijd om de macht door verschillende heersers uit de omgeving.

Zo is de stand in handen geweest van de Romeinen, de Byzantijnen, de Venetianen, de Ottomanen, Kroatisch koninkrijk, Oostenrijk-Hongaars rijk, het Italiaanse rijk en de republiek Joegoslavië. De stad is regelmatig aangevallen en tijdens de laatste oorlog (Balkanoorlog) gebombardeerd waarbij historische gebouwen ernstig werden beschadigd. Het is moeilijk voor te stellen dat hier minder dan 25 jaar geleden nog oorlog was. In 1991 begon de Kroatische Onafhankelijkheidsoorlog die ervoor zorgde dat Kroatië zie afscheidde van de Federale Republiek Joegoslavië.

Gelukkig werden een aantal historische bouwwerken gerestaureerd. We liepen via de stadspoort het oude stadscentrum binnen. We waren voornamelijk op zoek naar IJsalon Donat die volgens de eigenaresse het beste ijs van heel Zadar verkoopt. Ronac liep met de kaart en vertelde ons waar we naar toe moesten om alle bezienswaardigheden te zien. We liepen door de winkelstraat Široka ulica en zagen ineens de ijssalon liggen.

We kregen een ijsje en het was echt heel erg lekker. We kwamen langs het Romeinse Forum, de Sint Donatus kerk en de Sint Anastasias kathedraal. Vanaf de stadsmuur bekeken we het uitzicht op de haven. Er lagen gigantisch mooie en vooral dure jachten. Op eentje stond zelfs een helikopter. Het bleek de jacht te zijn van een of andere bankdirecteur te zijn.

Ronac was er helemaal weg van en zei dat als hij later “uitvinder” zou worden, hij ook zo’n boot met helikopter zou kopen, hihi. We wilden eigenlijk de zonsondergang gaan zien maar het begon zachtjes te regenen en we besloten om terug te lopen naar het appartement. Onderweg boekten we nog wel een boottocht voor morgen. In het appartement speelden we wat met de dure geluidsinstallatie voordat we naar bed moesten.

Senj

Poeh, poeh de dag begon weer vroeg. We zweetten rond 8:00 uur al de tent uit. Het zou een hele warme dag worden, zo’n 35 graden en dat was te merken. Na het ontbijt vertrokken wij met de auto in de richting van Senj. Senj is de grootste stad op de weg tussen Rijeka en Zadar. Het heeft een geschiedenis die meer dan 3000 jaar terug in de tijd gaat. We zetten onze auto net buiten de stad op een parking en liepen als eerste naar het fort. Fort Nehaj is een middeleeuwse Uskokkenvesting uit de 16e eeuw. Het is gelegen aan de voet van het Velebitgebergte op een strategisch punt aan de kust van de Adriatische zee.

De stad werd al in 52 v. Chr. gesticht door de Romeinen. In 1154 werd Senj pas belangrijker doordat de bisschop zich er vestigde. In 1537 kwam er een grote stroom vluchtelingen uit Servië en Bosnië, zij waren op de vlucht voor de Turken. Senj behoorde in die periode tot het Habsburgse rijk en hadden een Hongaarse koning. De koning maakte Senj een belangrijke vesting zodat ze konden voorkomen dat de Turken de Adriatische zee zouden bereiken. De vluchtelingen noemden zich Uskokken (ontsnapten) en vanwege het feit dat ze aan de gruweldaden van de Turken waren ontkomen, hadden ze zich volgens het stadsbestuur genoeg bewezen.

Ze werden opgenomen en zouden kunnen helpen bij de verdediging van de stad. De Uskokken gingen de stad echter overheersen en beperkten zich niet alleen tot het aanvallen van de Turken. Vanuit Senj maakten ze de kust onveilig en werden Venetiaanse schepen veroverd. Venetië protesteerde maar kon weinig doen tegen het gevaar. Ze sloten een verbond met de Turken om de Uskokken een lesje te leren. Echter lukte dit plan niet en werden de Uskokken niet verslagen. Venetië vroeg Oostenrijk om hulp maar die konden ook niets. Het leidde tot een oorlog tussen de twee landen en eindigde in 1617  toen de Uskokken werden verbannen.

In het slot is nu een museum waar we informatie kregen over de Uskokken van Senj. De daden van de Uskokken inspireerden veel Kroatische schrijvers tot het vastleggen van de geschiedenis.

De vierkante burcht heeft vijf torens en 11 kanonopeningen.Voor de burcht zagen we nog een aantal kanonnen staan. Er waaide een fris windje die de bewoners ook wel bura (bora) noemen. Het is een koude noordoostenwind die ontstaat doordat de koude lucht van de Balkanvlakte over de Vratnikpas valt en vrij spel heeft om via het Senjskadal de stad te bereiken.

 

Na ons bezoek aan het museum en de burcht liepen we door het park naar het centrum van Senj. Op een gezellig pleintje aten we een ijscoupe bij één van de terrassen. We slenterden wat door het centrum en kochten bij een souvenir winkeltje een “squizzy”, een soort stressballetje met een heerlijk luchtje eraan. We kwamen langs de jachthaven en liepen door naar het naastgelegen openbaar strand van de stad.

Voordat we een duik namen in de zee, sprongen we nog vijf minuten op een trampoline. Even uitleven en goed zweten om ons daarna lekker af te kunnen spoelen in de zee. Pappa en mamma zaten met een halve liter Radler lekker op het terras. Een paar uurtjes later liepen we terug naar het centrum en hadden we bij een sfeervol restaurant met straatterras een verlate lunch.

Pappa en mamma hadden een tweepersoons vleesschotel, Keyro een pizza en ik een calzone (opgerolde pizza). We liepen terug langs de kust naar de auto. De camping was maar een paar kilometer rijden en we waren zo weer terug. Meteen de zwembroeken weer aangedaan en lekker met de roeiboot het water weer op.

’s Avonds keken we buiten aan de kampeertafel bij het licht van een lantaarn nog naar een filmpje. Toen de muggen weer in grote getallen aan te vallen alsof we zoete broodjes waren, gingen we de tent in en keken we daar verder.

Centraal Europa: Dag 20; Boeda en Pest aan de Donau

Onze reis door Hongarije ging opnieuw weer verder. Vandaag gingen wij op naar de hoofdstad van het land: Boedapest. Het is de grootste stad van het land met bijna twee miljoen inwoners. Dat is een vijfde deel van alle Hongaren samen. Het was ongeveer 2 uur rijden vanaf Hortobágy. Het eerste stuk ging binnendoor maar gelukkig reden we ook bijna een uur op de snelweg. We hadden met de verhuurder van het appartement gesproken om te bellen als we op de ring van Boedapest reden. Zo kon hij ons opwachten bij de parkeergarage die hij voor ons geregeld had.

Het verkeer in het centrum viel reuze mee en was niet anders dan een grote stad in Nederland. Ze rijden hier zelfs veel hoffelijker en vriendelijker. We arriveerden stipt op de afgesproken tijd (12.30 uur) bij de parkeergarage. We werden ontvangen door Gabor een vriendelijke man die maar aan één stuk door bleef praten. Hij liep met ons mee naar het appartement en gaf ons een uitgebreide rondleiding. Het appartement was werkelijk voorzien van alles wat je maar nodig hebt. WIFI, koelkast, wasmachine etc.

We besloten om niet te lang in het appartement te blijven en direct de stad in te gaan. We liepen een stukje en gingen op zoek naar een plek voor een late lunch. We vonden een Burgerrestaurant maar niet zo eentje als de McDrek. De hamburgers waren overheerlijk en gemaakt van “echt” vlees. We zaten overvol toen we alles op hadden. Terwijl wij moesten wachten op het eten, hadden we op de plattegrond van Boedapest gekeken en een route uitgestippeld om de meeste bezienswaardigheden te kunnen zien.

De stad bestaat uit twee gedeelten, Boeda en Pest. Tussen Boeda en Pest stroomt de rivier de Donau. Boeda is rustig en heuvelachtig en hier vind je de burcht en het Koninklijk Paleis. Pest is vlakker, veel drukker en moderner. Je vindt er fabrieken, winkels en kantoren. Ook ons appartement ligt aan deze kant. We liepen naar de Donaupromenade onder de bevolking bekend als Duna Korzo.

De promenade loopt tussen de Kettingbrug en de Elizabeth brug. In totaal verbinden negen bruggen de stadsdelen Boeda en Pest met elkaar. We kwamen langs een straat vol met souvenirwinkels maar liepen er langs. We kwamen uit bij de grote Markthal van Boedapest. Het gebouw werd eind 19e eeuw gebouwd en ontworpen door de Hongaar Samu Pecz. Oorspronkelijk liep er door dit gebouw een kanaal. Bootjes konden naar binnen varen om de goederen rechtstreeks tot bij de markthandelaars te brengen. De gevel van het gebouw is prachtig versierd met gekleurde tegels van de Hongaarse fabrikant Zsolnay. We gingen niet naar binnen maar speelden even met het water van een fontein.

Vervolgens liepen we in de richting van de Vrijheidsbrug (Szabadság hid). De stalen groen geverfde brug is één van de negen Donaubruggen en dateert uit 1896. Een paar jaar later reed de eerste tram over de brug. In 1945 werd de brug door de Duitsers verwoest. De brug werd herbouwd en in 1946 weer opnieuw in gebruik genomen. Op de torens van de brug staan vier roofvogels: de turul. Deze vogel speelde een belangrijke rol in de Hongaarse mythologie. We liepen de Vrijheidsbrug over en kwamen zo in het stadsdeel Boeda. We liepen de bosrijke en steile Géllertheuvel op. en eindigden op de top (235 m) bij het Vrijheidsbeeld.

De berg dankt zijn naam aan de heilige Géllert die hier door de heidense Magyaren een marteldood vond. Op de plaats waar Géllert in een dichtgemaakt vat van de rotsen af naar beneden werd gegooid, staat nu een beeld van hem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Hongaarse revolutie in 1956 was de Géllertheuvel de plek waar vandaan de stad door de Russische tanks beschoten werd. Op de top van de heuvel. Op 235 meter hoogte, staat het Vrijheidsbeeld (Szabadság Szobor). Het monument werd opgericht door het Rode leger om hun overwinning in de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Het veertien meter hoge standbeeld is een vrouw met een palmblad in haar handen.

We liepen wat rond en hadden aan verschillende kanten, een prachtig uitzicht over de stad. Iedere keer opnieuw zagen we andere bekende gebouwen liggen zoals het parlement, de opera, koninklijk paleis en de Matthiaskerk. We liepen de berg af naar beneden en kwamen langs het Koninklijk paleis. We bezochten dit nog niet en liepen door naar de oudste brug over de rivier de Donau. De Széchenyi kettingbrug werd gebouwd van 1842 tot 1849.

Boedapest dankt deze brug aan een graaf István Széchenyi die in 1820 hoorde dat zijn vader in Wenen was overleden. Hij moest naar de andere zijde van de Donau met een pontjesbrug. Echter was deze buiten gebruik door de strenge winter. Hij strandde dus in het Pest gedeelte en kon een week niet verder. Hij kwam toen op het idee om een permanente brug over de Donau te bouwen en dit zou betalen, ongeacht wat de kosten zouden zijn.

In de tijd dat de hangbrug werd gebouwd was het een bouwkundig hoogstandje te noemen. Het was toen met 375 meter lengte één van de langste bruggen van Europa. Aan beide zijden van de brug staan grote leeuwen die de brug bewaken. We liepen deze prachtige brug over en kwamen weer aan de andere kant van de stad uit. Via een lange hoofdweg liepen we in het donker terug naar ons appartement. In het appartement aten we nog een bordje soep met brood voordat we naar bed gingen.

Klungkung

We huurden voor vandaag een privé chauffeur die ons eerst naar een paar mooie tempels zou brengen en daarna af zou zetten in Sanur. We vertrokken op tijd want we wilden proberen om bij de eerste tempel de grote toeristenstroom voor te zijn en dat lukte. Onze chauffeur hield er goed de vaart in en na ongeveer twintig minuten rijden, waren we bij de Pura Gunung Kawi. We moesten om de tempel te betreden een sarong dragen (de volwassenen) en de kinderen een sjerp. We betaalden natuurlijk veel te veel voor de sarongs en later bleek dat je ze bij de ingang gewoon kon lenen. Ach ja, een extra souvenir is ook best leuk.


Om bij de Pura Gunung Kawi te komen moesten we eerst zo’n 260 traptreden afdalen. Onderweg hadden we een mooi uitzicht over de vallei met prachtige rijstterrassen. We werden meerdere malen gepasseerd door de lokale bevolking die offers gingen brengen bij de tempel. De vrouwen dragen de offers in rieten manden op hun hoofd, heel knap. Beneden staken we de oude stenen brug bij rivier de Pakerisan over en kwamen bij het tempelcomplex waar je de rotstempels vindt. Het bleken tien hoge uitgehakte candi’s (beelden) in de rotsen te zijn die dateren uit de 11e eeuw.


Pura Gunung Kawi

Men dacht dat het grafmonumenten waren maar dat klopt waarschijnlijk niet. Men denkt dat ze ter ere van de Koninklijke familie van de Udayana-dynastie zijn gemaakt. Bij de tempels zelf werden er voorbereidingen getroffen voor de vollemaanceremonie van morgen. Het vlechten van offermandjes, vlaggen en bloemenkransen is een taak die behoorlijk tijdrovend is. Op de terugweg naar boven kochten we nog een klein souvenir, een ketting met een munt er aan. Onze volgende stop was bij de Hindoeïstische Pura Tirta Empul tempel. De tempel werd gebouwd in het jaar 962 ten tijde van de Warmadewa-dynastie.


Weer een nieuw souvenir.

De tempel is bekend vanwege haar heilig water dat uit een nabijgelegen bron komt en dat gebruikt wordt voor reinigingsrituelen. Vele Balinezen komen hier jaarlijks om rijstoffers te brengen, te bidden en zich onder te dompelen in het heilige water. De mensen reinigen zich in het water voor hun gezondheid en geluk. We volgden op gepaste afstand het reinigingsritueel van een familie en twee jonge jongens. Het was interessant om te volgen en te zien. Na deze tempel gingen wij op weg naar paleis van Klungkung. Onderweg stuitten wij op een belangrijke en laatste plechtigheid in het leven van de Balinees namelijk de crematie. We zagen de voorbereiding van de processie waarbij de kist van de overledene door dragers naar de begraafplaats zou worden gebracht. De hele familie en alle mensen uit het dorp of wijk lopen mee in de stoet, net als een band en onderweg worden liederen gezongen.

Er wordt van alles gedaan om de overledene voor te bereiden op het hiernamaals. De straten worden hiervoor tijdelijk afgezet. Zo kan iedereen waardig afscheid nemen van de overledene. Uiteindelijk wordt het lichaam en allerlei offergeschenken open en bloot verbrand. Enkele uren later wordt de as uitgestrooid. Voor de crematie wordt het lichaam vaak tijdelijk begraven bij een tempel want crematies zijn vrij duur. In rijke families wordt het lichaam vrij snel verbrandt na het begraven maar in armere gezinnen kan dit soms langer duren. Sommige families wachten net zolang tot er voldoende geld is voor de crematie. De hele arme mensen maken gebruik van een Koninklijke crematie waarbij soms wel meer dan honderd lichamen te gelijk worden gecremeerd, dit is gratis.

Tegen 11:00 uur arriveerden we in Semarapura waar wij de overblijfselen van het historische Klungkung paleis zouden bezoeken. Bij het verlaten van de auto stapte Keyro in een diep gat en haalde hij zijn been lelijk open. Het was gelukkig een oppervlakkige schaafwond maar zijn been inclusief de wond was bedekt met gesmolten teer van het asfalt. Met veel doekjes wist hij het zelf redelijk schoon te maken. We betraden het paleis dat werd beschouwd als het hoogste en meest belangrijke van de negen koninkrijken van Bali uit de late 17e eeuw tot 1908. Het paleis werd verwoest tijdens de Nederlandse koloniale verovering. Het paleis werd gebouwd in een vierkante vorm met de belangrijkste poort naar het noorden. Het werd verdeeld in een aantal blokken voor verschillende rituelen en functies. Het Bale Kambang (drijvende paviljoen) is het hoogtepunt van de gebouwen die er nog staan.


Klungkung

Het Kerta Gosa is het Paviljoen van de gerechtigheid. Rechters losten hier problemen op die niet binnen families of dorpsgemeenschappen konden worden opgelost. Op het plafond zijn tekeningen geschilderd die duidelijk moeten maken wat het verschil is tussen goed en kwaad en wat je straf zou kunnen zijn. We bezochten ook het kleine museum met onder andere oude Hollandse kranten en veel militaire spullen. Na ons bezoek aan het paleis reden we in één keer door naar de badplaats Sanur. Het eerste hotel waar we gingen vragen om een kamer had niets meer beschikbaar. Onze chauffeur vroeg naar onze prijsklassen en wist een leuk hotel.

Bij Hotel Bumas hadden ze nog wel een kamer voor ons beschikbaar. We moesten alleen even wachten want de kamer werd net schoongemaakt. Ondertussen doken Keyro en ik in het zwembad. We hadden hier niet één maar twee zwembaden om uit te kiezen. We liepen rond 14:30 uur richting het levendige centrum van Sanur met allemaal barretjes en restaurants. Sanur was vroeger een klein vissersplaatsje aan de zuidoost kant van Bali maar groeide door de komst van toeristen. Het traditionele karakter van de stad heeft het echter redelijk weten te behouden doordat de overheid heeft besloten dat de gebouwen niet hoger dan vijftien meter mogen zijn.


Strand bij Sanur.

We gingen bij een restaurant iets eten en bestelden laksa (curry en vis noodlesoup), bakso (noodlesoup) en twee keer mie goreng. Na de late lunch vertrokken we naar het strand dat achter de hoofdstraat, hotels, restaurants en winkels ligt. Langs het 5 kilometer lange strand loopt een voet/fietspad zodat je er heerlijk kunt flaneren. De zee bij Sanur is kalm en ondiep. Het was eb en er waren brede stroken zanderige modder met hier en daar wat koraal zichtbaar. Wij doken meteen in het zand om te graven en te bouwen. In de avond besloten wij om het rustig aan de doen en lekker in het hotel te blijven. Pappa en mamma hadden een afhaalrestaurant gezien en daar haalden ze rond een uur of acht wat te eten. Op het bed aten we van de mie goreng, nasi goreng, nasi campur en loempia’s terwijl we een film keken die we niet konden verstaan, haha.

Legongdans


Na alle dagen vroeg opstaan, konden we eindelijk eens een keer blijven liggen totdat we vonden dat we genoeg geslapen hadden. We wasten ons, kleden ons aan en gingen naar de gemeenschappelijke ruimte voor het ontbijt. We kregen een lekker omeletje en Ronac was helemaal blij dat hij eindelijk weer melk kon drinken in de ochtend. Hij ging het zelfs helemaal alleen in het Engels bestellen bij de serveerster. Knap van hem hoor!


De twee clowtjes in de tuin van onze accomodatie.

Na het ontbijt haalden we onze zwembroek en doken we het zwembad in. We brachten er een paar uur door met het opduiken van onze duikschijven. In de middag besloten we om Ubud een beetje te verkennen. Het dorp is centraal gelegen in het midden van Bali. De naam Ubud komt van het Balinese woord “ubad” dat medicijn betekent. In de begin periode was Ubud een gehucht maar in 1930 werd er onder leiding van vorst Sukawati begonnen met de bouw van een hotel. In 1936 begonnen een aantal kunstenaars de schilders organisatie en sindsdien groeide het dorp.


Waterpret in het zwembad van Sagitarius.

We liepen de Jalan Monkey Forest af en doken een zijstraatje in. We liepen meteen tegen groene rijstvelden aan. We aten bij een restaurantje dat gelegen was aan zo’n rijstveld. Terwijl wij genoten van heerlijke sapjes, kip met cashewnoten, nasi campur en spaghetti speelden de lokale kinderen met in een vlieger in het rijstveld. Na het eten vervolgden we onze verkenningstocht door Ubud. Opvallend is dat men op Bali overwegend hindoeïstisch is en dat zie je duidelijk terug in het straatbeeld. Overal zijn tempels en zie je mensen die dagelijkse offers brengen. De offers zijn meestal rijst, deeg, bloemen of vruchten en deze zijn verpakt in palmblad. Zelfs op straat, bij winkels, huizen en restaurants zie je de offers liggen. Het zijn vooral de vrouwen die de offers brengen om de geesten tevreden te stellen.


Offers die we overal langs de weg zagen.

Aan de hoofdstraat (Jalan Raya Ubud) tussen winkels, cafés, restaurants en hotels ligt het Puri Saren Agung. Het paleis van de oude koningen wordt ook wel ‘waterpaleis’ genoemd. Het werd gebouwd in de zestiende eeuw. In de jaren 30 van de vorige eeuw, dus al voor de Indonesische onafhankelijkheid, werd het koningshuis afgeschaft. Het paleis is te bezichtigen maar was tijdens ons bezoek voor het grootste gedeelte afgesloten vanwege een lokale ceremonie. Op de terugweg kochten we van straatverkopers kaartjes voor een dansvoorstelling. We gingen eerst terug naar het hotel en relaxten wat. De dansvoorstelling begon om exact 19:30 uur in Balai Banjar Ubud Kelod.


Op Bali kun je verschillende dansvoorstellingen bezoeken en wij hadden gekozen voor de Legongdans. Al op jonge leeftijd leren meisjes maar soms ook jongens de kunst van het traditioneel dansen. De dansen zijn vaak honderden jaren oud en worden gebruikt bij tempelfeesten of andere plechtigheden. Het verhaal van de Legongdans gaat over een prinses in de 12e eeuw die op zoek is naar haar prins. Meestal wordt er door twee meisjes gedanst. Wat ons opviel was de manier waarop de voeten worden neergezet tijdens deze dans. Ook de handgebaren en gezichtsuitdrukkingen zijn vaak vol drama en expressie.


De dans werd begeleid door het gamelanorkest. Er kwam een flink volume uit de instrumenten en soms moesten we de handen voor onze oren houden. De hele voorstelling keken wij met open mond en gingen we volledig op in de dans, de muziek en de mooie meisjes. Na de voorstelling zijn we bij één van de vele restaurants aan de Jalan Monkey Forest gaan eten. Er kwamen enkele specialiteiten uit de regio op tafel zoals babi guling (geroosterd speenvarken) en bebek bengil (geroosterde eend).

Onafhankelijkheidsdag

We waren op tijd wakker en hadden nog tijd over om te ontbijten. We konden kiezen uit toast met jam of bananenpannenkoeken. Een simpel ontbijt wat we toch met smaak op aten. We vertrokken rond de klok van 8.15 uur. In de buurt van Aimere zagen we bij mensen thuis het proces om de sterke drank arak te maken. De oorsprong van arak ligt in Arabië en daar vandaan is het via Sri lanka naar Indonesië gebracht. Het wordt gemaakt van het sap uit palmsuiker van de kokospalm. Het wordt gestookt tot een alcoholpercentage van 30 en 50 %. De smaak ligt tussen whisky en rum. De arak wordt in Indonesië vaak puur gedronken maar meestal wordt het in cocktails of punch gebruikt.


Op de foto met onze chauffeur Elvis (rechts) en zijn vriend 

We hadden deze keer een vroege lunch (11:30 uur). Edison had Elvis een goed adres gegeven waar we geroosterd varkensvlees konden eten. Het was ook meteen het enige gerecht op de menukaart. Toen het vlees geserveerd werd, leek het erg veel op de babi merah die Jong (de Indonesische moeder van Nicole) vaker voor ons heeft gemaakt. Het varkensvlees was felrood gekleurd, geroosterd en werd geserveerd met nasi putih (witte rijst), groenten en sambal. Een heerlijk gerecht dat goed smaakte.

Met goed gevulde maag vervolgden we onze weg in de richting van Ruteng. Vandaag werd in Indonesië de zeventigste Onafhankelijkheidsdag gevierd. Overal vonden ceremonies, feesten en activiteiten plaats om te vieren dat Indonesië in 1945 onafhankelijk werd van Nederland. We hadden er wel een beetje een dubbel gevoel bij. Onderweg zagen we veel rode en witte versieringen, de kleuren van de Indonesische vlag. We stopten in de Manggarai provincie bij een dorp om even naar de feestelijkheden te kijken.


hooggeerde gasten.

Terwijl we stonden te kijken kwam er een jongen aanlopen die ons in het Engels uitnodigde om samen met de burgemeester en commissaris van de politie de ceremonie bij te wonen en van dichtbij mee te maken. Het werd een geweldige en bijzondere gebeurtenis. Alles wat er gebeurde werd in het Engels toegelicht. Eén man sprak zelfs Nederlands en we werden door iedereen als eregasten behandeld. We zagen de uitvoering van de caci, het traditionele zweepgevecht van de Manggarai.


De krijgers zijn uitgedost met een typisch gehoornd hoofddeksel en bewapend met zweep en een groot schild gemaakt van buffelleer. De twee rivalen gaan het gevecht aan en worden begeleid door het ritme van instrumenten en gezang. De winnaar is degene die de fysieke en spirituele verdediging van de tegenstander weet te doorbreken. Littekens opgelopen tijdens het gevecht worden zorgvuldig gekoesterd en gezien als kenmerk van mannelijkheid. Bloed uit zo’n wond is een offer aan de nitu, de geesten van de voorouders.

Iedereen wilde na afloop met ons op de foto en het kostte moeite om deze feestelijkheden achter te laten en verder te reizen. Niet ver van Ruteng bezochten we het Ranamese meer wat ‘groot meer’ in de lokale taal betekent. Het meer is omgeven door regenwoud en was ooit een kratermeer. Om het terrein te mogen betreden moesten we “smeergeld” betalen en de bedragen variëren iedere keer, volgens Elvis. Een duidelijk staaltje van corruptie in dit land.


Aan het einde van de middag (15:30 uur) arriveerden we bij het FX72 Hotel. Het hotel is prachtig gelegen midden tussen de bergen en de rijstvelden. Het uitzicht was adembenemend. Het hotel is nog niet zo heel lang geopend en is gehuisvest in een oud schoolgebouw. We kregen een kamer op de tweede etage met een dubbel bed en een matras op de grond. Wij hadden geen zin om nog wat te doen en wilden alleen maar op de tablet of Nintendo spelen. Pappa en mamma lieten ons in de kamer en gingen een stukje lopen tussen de rijstvelden bij het hotel.


Voetballen op het rijstveld.

Ze kwamen enthousiast terug dat er kinderen met ons wilden voetballen. Dat lieten we ons geen tweede keer zeggen. We trokken de schoenen aan en gingen met ze mee. Op een rijstveld naast het hotel waren een heleboel jongetjes aan het voetballen. We werden direct uitgenodigd om mee te doen en ze wilden onze naam en leeftijd weten. In het begin was het even wennen want de bal was wat zacht en de ondergrond (rijstveld) voelde heel anders aan dan een grasveld. De kinderen hier zijn aan de omstandigheden gewend en er waren er een paar met veel talent.

Het was echt super leuk en ik wist van geen ophouden. Af en toe moesten we opletten dat we de bal niet kwijt raakten in de stroming van het irrigatiesysteem rond de rijstvelden. Pappa ging terug met Ronac en mamma bleef bij mij. Toen de zon onder was, moest ik echt mee terug naar het hotel. Jammer dat we hier maar één nachtje blijven want ik had nog wel een keer willen voetballen. We aten in het restaurant van het hotel maar vonden de gerechten (o.a. mie goreng en kip) allemaal een beetje tegenvallen. Tja, ook dat kun je een keer hebben. Natuurlijk keken we nog even een filmpje voordat we moe maar voldaan gingen slapen.

Wayangvoorstelling

We werden wakker rond de klok van 8:00 uur net zoals normaal dus. We keken uit het raam en zagen overal huizen en winkelcentra. We deden rustig aan en wachtten tot onze contactpersoon kwam om de betaling te regelen. Hierna liepen we naar beneden om een taxi aan te houden die ons naar het Wayang Museum zou brengen. Vanuit de taxi lieten we alles van deze metropool op ons inwerken. Jakarta is de hoofdstad van Indonesië en ligt aan de noordwestkust op het eiland Java. Met zijn circa tien miljoen inwoners (waarschijnlijk zelfs meer) is het direct de grootste stad in het land. Wij zouden maar één dag in Jakarta blijven en dat was vooral om een beetje te relaxen, te acclimatiseren (wennen aan de warmte) en om bij te komen van de lange vlucht.

De stad heeft een lange geschiedenis en stond onder verschillende namen bekend. De oude naam van de stad was Sunda Kelapa. In juni 1572 werd de naam van de stad verandert in Jayakarta, wat nu Jakarta is. Sunda Kelapa is niet de enige naam die de stad heeft gehad. Jakarta is ook in Nederlandse handen geweest en kreeg de naam Batavia. Tijdens de Japanse bezetting in 1942 werd de naam verandert in Djarkata. In 1972 is de spelling opnieuw gewijzigd en werd het Jakarta. De stad was druk, chaotisch, veel smog (luchtverontreiniging) en er leven veel mensen in armoede. Het verkeer in Jakarta is een groot probleem. De wegen zijn vol met auto’s, bussen, brommers en motors die kriskras door elkaar rijden en onze rit met de taxi duurde veel langer dan verwacht. We zagen mensen met mondkapjes tegen de luchtvervuiling en hele gezinnen van vier personen op één brommer, levensgevaarlijk zou je zeggen.


Op veel plaatsen aan de toch al drukke straten stonden mobiele etenskarren, ook we kaki lima genoemd. Letterlijk betekent dit vijf voeten, de wielen, een houten steun en de benen van de verkoper. Er wordt de gehele dag een variatie aan eten verkocht. Meestal verkoopt de kaki lima één soort warme maaltijd (bijvoorbeeld mie bakso, gado, gado, saté), snack (bijvoorbeeld pisang goreng, kroepoek) of drank. Onze taxichauffeur zette ons af bij Jalan Pintu Besar Utara, het beging van één van de weinige autovrije zones in het centrum. We liepen de straat af en kwamen uit bij het Taman Fatahilla plein. Het plein was in de VOC-tijd het stadhuisplein. Met behulp van UNESCO zijn verschillende koloniale gebouwen rond het plein gerestaureerd. In het oude stadhuis is hedendaags het Jakarta City Museum gevestigd. Op het plein was het heel druk. Er werden fluorescerende fietsen met bijbehorende zonnehoeden verhuurd en de lokale mensen maakten enthousiast een slingerend rondje over het plein. Opvallend was de grote hoeveelheid moslima’s. In Indonesië zijn verschillende bevolkingsgroepen zoals Moslims, Christenen, Katholieken en Hindoes.

Verschillende groepen betekent ook dat er meerdere religies (godsdiensten) in het land zijn.De grote meerderheid van de Indonesische bevolking is moslim. Met meer dan 200 miljoen moslims is Indonesië zelfs het grootste islamitische land ter wereld. In de 15de eeuw kwam Indonesië in aanraking met de Islam. Vooral de eilanden Java, Sumatra en Maluku gingen over naar deze godsdienst. Toch lijkt de islam hier niet direct op de Arabische versie van de islam. Regionale tradities en het oude geloof werden vermengd met de islam en zo ontstonden er verschillende variaties. Zo hebben vrouwen hier meer rechten en vrijheden dan in andere Islamitische landen. Een aantal keren werden wij gevraagd om met lokale toeristen op de foto te gaan. Een grote groep moslima’s bedankten mij zelfs met “We love you” alleen omdat ik met ze op de foto ging. We liepen naar het Wayangmuseum dat ook aan het plein gevestigd is.


Er was net een wayangvoorstelling begonnen dus besloten we eerst daar naar toe te gaan en later het museum te bezichtigen. Terwijl pappa en mamma met een meneer van het museum stonden te praten, hij sprak zelfs Nederlands, voelde ik mij even niet zo lekker. Ik had erg veel last van de warmte en begon buikpijn te krijgen en te zweten. We werden naar de voorstelling gebracht en mochten helemaal vooraan gaan zitten op het podium en niet op de speciaal opgestelde stoelen. Gelukkig stond er een airco en voelde ik me daarna wat beter worden. Op Java kent men de traditionele wayangvoorstelling en het is van oudsher een volksvermaak. Het is een gebeurtenis waar alle rangen en standen, jong en oud, arm en rijk elkaar ontmoeten. Het spel met de platte leren poppen, de wayang kulit, is al zeer oud en bestond al vóór het jaar 900. Families kwamen vroeger bij elkaar om naar de voorstellingen te kijken waar, door middel van de poppen, hun voorouders als schimmen weer tot leven werden gebracht. Aan het begin van de voorstelling werd een groot, zeer fijn kunstig uitgesneden bladvormige figuur op het scherm getoond, de gunungan. Het blad wordt gebruikt om het begin, de pauzes tussen de verschillende scènes van het verhaal en het einde van de voorstelling aan te geven. De dalang, in ons geval een jonge jongen, was tegelijk de verteller, de regisseur en de vertoner van het wayangspel. Hij bracht de poppen tot leven door ze allerlei schaduwbewegingen te laten maken tussen een fel brandende lamp en het scherm.

Soms werden er twee, soms zelfs vier poppen tegelijk omhoog gestoken en liet hij hun ledematen bewegen met behulp van stokjes. Het verhaal waarbij de poppen hun bewegingen maken, werd begeleid door een gamelanorkest. Het geluid wat het orkest produceert is enorm en af en toe moest ik echt even mijn oren dicht houden. Omdat wij niets konden verstaan of begrijpen van wat de jongen vertelde, moesten wij onze fantasie een beetje gebruiken. Ronac was hier een stuk beter in en wilde voor mijn gevoel uren blijven kijken. Volgens ons leek het verhaal te gaan over de tegenstelling goed en kwaad. In de loop van het verhaal leek het kwaad de overhand te krijgen en dat de boze geesten zouden zegevieren. Maar aan het einde verscheen dan toch de held die het verhaal een zodanige wending gaf dat uiteindelijk het goede kon overwinnen. Na de voorstelling liepen we door het museum waar verschillende wayangpoppen stonden tentoongesteld. We zagen de wayang kulit die ook werden gebruikt in de voorstelling. Deze poppen zijn met de hand gemaakt van buffel- of geitenleer en zijn zeer gedetailleerd gemaakt met veel versieringen. Ook waren er de wayang klikit, dit zijn platte houten poppen die meestal gebruikt worden voor historische verhalen. Bij hun spel wordt geen scherm gebruikt, zij worden als pop vertoond. Dat gebeurt ook bij de bij velen bekende wayang golek, de poppen met de rondhouten koppen die meestal prachtig beschilderd zijn. Er waren ook collecties wajang en poppen uit andere landen zoals Maleisië, Frankrijk en India.


Na het museumbezoek liepen we een rondje om het plein op zoek naar een restaurant om te kunnen lunchen. We kwamen uit bij restaurant Djakarte. Op de kaart hadden ze poffers met ijs staan die bestelden Ronac en ik natuurlijk. Pappa en mamma namen de mie goreng (gebakken noedels). Ronac had een apart drankje besteld. Het was water met aardbeien en het werd niet geserveerd in een glas maar in een jampotje, grappig. Na de lunch zochten we een taxi om terug te gaan naar het appartement. We brachten de rest van de middag door in het uitgestrekte zwembad dat onder de vijf hoge appartementencomplexen door loopt.

Het zwembad was gedecoreerd met mooie beelden van vissen, krokodillen en schildpadden. In de avond liepen we naar de Mall of Indonesia direct aan de overkant van ons appartement. In het winkelcentrum waren natuurlijk een heleboel winkels maar ook restaurants en kinderattracties. Ook vonden we hier een bank om te kunnen pinnen. Pappa en mamma’s portemonnee waren na het pinnen super dik en we waren miljonair. De munteenheid waarmee betaald wordt, is de Indonesische roepia (rupiah). Je kunt daar als hoogste bedrag 2.000.000 (2 miljoen) roepia pinnen. Nu is dat een hele pak geld voor ons uiteindelijk niet zo veel waard. Omgerekend is 2 miljoen roepia ongeveer € 140,00. We aten bij het foodcourt en iedereen kon zelf kiezen wat hij of zij wilde. Mamma en pappa namen saté en nasi campur, Ronac had mie goreng en ik nam kebab. Het smaakte goed en was niet duur. Na het eten kregen we nog een ijsje en dat was in verhouding wel weer prijzig. We gingen niet te laat naar bed want we moeten vannacht al om 3:00 uur weer op om naar het vliegveld te gaan voor onze binnenlandse vlucht naar Maumere.

Dag 16; Vøringsfossen; Flåmsbane

Het was vroeg vanmorgen maar het zonnetje scheen al vrolijk naar binnen. Ik was om 6:30 uur al wakker en kon niet meer in slaap komen. Het beloofde een mooie dag te worden. Ik stond op, moest plassen en samen met mamma ging ik naar het sanitairgebouw. We besloten om ons maar direct te wassen en aan te kleden. In tegenstelling tot de andere campings kon je hier wel gratis douchen in de nieuwe douches. Pappa en Keyro hadden meer moeite met opstaan maar uiteindelijk waren we rond half acht klaar voor vertrek. We wilden al vroegde ferry halen anders moesten we weer langer wachten.

We waren ruim op tijd in Dragsvik en konden na vijf minuten wachten aan boord van de ferry naar Vangsnes. De ferry voer over het Sognefjord, het langste fjord van Noorwegen. Veel meer dan het uitzicht vanaf de boot, zouden wij niet zien van het bekende fjord. De tocht duurde ongeveer 20 minuten en we genoten van het uitzicht. We vervolgden vanaf Vangsnes onze weg langs het Sognefjord. Bij het plaatsje Vik verlieten we de weg langs het fjord om wat landinwaarts te rijden naar Hopperstad. We bezochten bij Hopperstad een van de weinig overgebleven staafkerken van Noorwegen.

De staafkerk (stavkirke) bleek een geheel uit hout opgetrokken kerkgebouw. Het had een typische bouwstijl die vooral in Scandinavië ziet. De staafkerken deden hun intrede in de tijd dat het Christendom in Noorwegen werd verspreid. De staafkerk van Hopperstad dateert uit 1140 en verkeert nu na restauratie in goede staat.

Een Noorse jongen met Nederlandse ouders gaf ons een korte rondleiding in het Nederlands. Binnen zagen we de houtenconstructie van de staven, de galerij en het altaarbaldakijn. Het houtsnijwerk en de motieven hiervan gaan terug tot aan het Vikingentijdperk. Zo zie je in het dak van de kerk drakenkoppen en dezelfde structuur als bij een Vikingschip. We vervolgden weg RV13 (Riksvei) en het was een van de mooiste routes die we tot nu toe gereden hadden.

We reden over een slingerende bergweg tussen de meertjes, de rotsblokken en sneeuwresten door. Natuurlijk stopten we even om met onze korte broeken en slippers in een laag sneeuw langs de kant van de weg te kunnen staan. We hadden eigenlijk een stuk willen lopen maar daar hadden we geen tijd voor. Bij Vinje verlieten we RV13 en namen we de E16 naar het plaatsje Flåm.

Het plaatsje is gelegen aan het Aurlandsfjord en is bekend om de Flåmsbane, de zeer beroemde spoorlijn die hier begint. De trein van 12:30 uur was volgeboekt en wij kochten een ticket voor die van 13:30 uur. We deden wat boodschappen en aten onze lunch bij een restaurant. Een kwartier voor vertrek liepen we naar de gereed staande trein. Er was al een lange rij van toeristen die allemaal in wilden stappen. Het treinstel waar wij in moesten zat al flink vol en een plekje bij elkaar was niet mogelijk. Gelukkig konden we wel met twee personen bij elkaar zitten.

Ik zat met mamma bij een aardig Nederlands koppel en ze lieten mij zelfs bij het raam zitten. Keyro en pappa zaten in het midden en konden maar weinig zien. De Flamsbaan (Flåmsbane) is met een hellingspercentage van gemiddeld 5,5% één van de steilste spoorlijnen ter wereld. Het wordt gezien als Noors meesterwerk. De aanleg van de lijn heeft in totaal 20 jaar geduurd en werd in 1940 geopend. De lijn loopt tussen Flåm en Myrdal en de treinreis duurt in totaal een uur enkele reis. De uitzichten zouden uitzonderlijk mooi moeten zijn maar dat viel ons een beetje tegen.

Nu regende het wel maar toch, we hebben echt mooiere plekken gezien. Halverwege konden we de trein even verlaten om te kijken bij de imposante waterval Kjosfossen. Er werd een hele show van gemaakt door muziek en danseressen. Mooi maar wel erg toeristisch en overdreven. De terugweg verliep hetzelfde maar toen konden we gelukkig wel bij elkaar zitten en konden pappa en Keyro ook naar buiten kijken. Achteraf was de treinrit wel aardig maar volgens ons erg overgewaardeerd en toeristisch.

We reden de E16 terug en namen bij Vinje de afslag op de RV13 in de richting van Voss. We speelden een tijdje op de Nintendo en ik sliep zelfs een lange tijd. Bij Eidfjord namen we de nieuwe brug over het Hardangerfjord en de verschillende tunnels want de veerboot werd in 2013 opgeheven. De Hardangerbrug overspant het Eidfjord, een deel van het Hardangerfjord en is de enige vaste oeververbinding over het fjord. De brug is 1.380 meter lang en zag er enorm uit, wat een constructie!

Aan beide zijden was een tunnel en in één ervan was zelfs een rotonde aangelegd. We hoorden op de navigatie: “neem bij de rotonden de derde afslag…”. We lachten erom want we reden in de tunnel en dat kon toch niet? Nou het kon dus wel! Even later reden we door een wel hele vreemde tunnel die leek op een soort slakkenhuis waar je doorheen reed. We kwamen langs de Vøringfossen waterval waar we morgen naar toe willen en niet veel later zagen we aan de rechterkant de Garen camping voor de komende twee nachten liggen. Ons hutje was sfeervol en gezellig en had een prachtig uitzicht over het riviertje en het dal. We hadden al snel ontdekt dat er voldoende kinderactiviteiten te doen waren, een ruim en groot speelveld, trampolines, een schaakspel etc.

We speelden met de 13-jarige Nederlandse Esther en haar grote 16-jarige broer Daniel. Tussendoor gingen we even wat eten in de hut. Omdat we vanmiddag al warm hadden gegeten, werd het vandaag makkelijk soep met broodjes en gebakken ei. Na het eten konden we nog een tijdje buiten spelen totdat pappa en mamma het tijd vonden om naar bed te gaan.

Dag 3; Halden; Oldtidsveien

Na een warme en plakkerige nacht werd ik om de klok van 08:10 uur wakker. Ik klom uit mijn bed en ging gezellig bij mamma liggen. Samen wachtten we tot Keyro en pappa ook wakker werden. We liepen om de beurt naar de wasruimte om onze tanden te poetsen, te wassen en een plasje te doen. We aten deze morgen Kellogg’s als ontbijt en deden het rustig aan. Rond 10:30 uur vertrokken we in de richting van Fredrikstad. We reden eerst in de richting van Skejeberg waar de Oldtidsveien, de weg van de oudheid, begint. In de omgeving langs deze weg zijn in de prehistorische tijd rotstekeningen gemaakt.


Wij stopten bij de archeologische vindplaats van Fra Begbyfeltet De vindplaats lag verscholen tussen de weilanden en een groep bomen. Ik besloot vandaag de leider te zijn en iedereen moest mij volgen. Als snel zagen we de circa 5000 jaar oude tekeningen uitgehakt in de rotsen. De tekeningen waren ingekleurd met rode verf om ze beter zichtbaar te maken. De betekenissen zijn niet helemaal duidelijk en ook niet waarom ze zijn gemaakt. Op de tekeningen stonden onder andere schepen en dierenfiguren. We liepen verder via vlonders en zagen nog meer tekeningen.

We kwamen op een stukje open vlakte waar een grote boom stond waar we in konden klimmen. Ook hing er in de andere boom een schommel. Keyro ging op de schommel zitten en ik duwde hem. Terwijl pappa en mamma nog wat informatie lazen op de borden vonden Keyro en ik een put met water er in. We pakten een stok om in de put te roeren. Volgens pappa was het een trollenpot en roerden we in de trollensoep. Pappa met zijn rare ideeën en grote fantasieën.

Na deze korte en leuke wandeling reden we door naar het historische centrum van Fredrikstad. We parkeerden de auto net buiten het centrum op een parkeerplaats van een zwembad. Er stonden geen duidelijke borden en geen parkeerautomaat. Pappa en mamma gingen er maar vanuit dat het gratis parkeren was al was mamma toch een beetje zenuwachtig en bang dat we misschien een parkeerboete zouden krijgen. Nog geen vijftig meter verder was een grote betaalde toeristen parkeerplaats maar we lieten de auto toch daar staan. Te voet liepen we naar “Gamlebyen”, de oude stad. We kwamen langs een glasblazerij en namen binnen een kijkje. We zagen hoe op de traditionele manier glas wordt geblazen. Voor deze ambacht moet je een moeilijk techniek beheersen en heb je een hoop geduld nodig. De voorwerpen werden gemaakt door lucht te blazen in roodgloeiend vloeibaar gemaakt glas. Door te blijven draaien aan de buis krijgt het glas een bepaalde vorm. Het was interessant om te zien.

We vervolgden onze wandeling door de oude vestingstad. Fredrikstad ligt aan het Oslofjord en aan de monding van de langste rivier van Noorwegen, de Glåma. De stad ligt 30 kilometer van Zweden en werd gesticht door Koning Fredrik II om de bewoners te beschermen tegen de Zweden. De Gamlebyen werd beschermd door stadsmuren en vestinggrachten.

Langs het water bleek een festival aan de gang te zijn. Het bleek te gaan om de Internationale Tall Ships Race. Dit jaar waren er 65 historische en moderne Tall Ships uit 1

5 landen vertrokken uit het Nederlandse Harlingen (Friesland) voor de zeiltocht. Een maand lang gaan de schepen een sportieve strijd met elkaar aan. De eerste haven die de Tall Ships aan doen was Fredrikstad en daar lagen de schepen nu voor anker. Het was een prachtig gezicht al die schepen en het zorgde voor feestelijke festiviteiten die zich vooral aan de overkant in het nieuwe gedeelte van Fredrikstad afspeelden. Ik wilde daar graag naar toe maar er stond en flinke wachtrij voor de veerboot en daar hadden de anderen geen zin in.

Je kon ook aan boord gaan van diverse schepen voor bezichtiging maar dat wilden wij niet. We hadden ondertussen flinke honger gekregen en wilden liever iets gaan eten. Bij een klein café/restaurantje bestelden we drie hamburgers en een hotdog voor pappa. Wij kregen een braincooler (wij kennen het als Slush Puppie). Het bestaat uit een mengsel van bevroren water met siroop. Het ijs wordt vermalen waarna je het met een rietje op kunt drinken. Na het eten liepen we nog over een mooi plein en bezochten we een oud kerkje. We keerden terug naar de auto en hadden gelukkig geen boete maar wel flink wat Kronen parkeergeld uitgespaard. Op de terugweg stopten we bij een archeologisch vindplaats waar we oude grafheuvels en grafcirkels zagen. Er stonden grote grijze stenen, ook wel monolieten genoemd in een kring om de grafheuvel. Hier werden in de oudheid mensen begraven en was dit hun laatste rustplaats. Ik had totaal geen zin om te lopen en was een beetje dwars. Pappa bedacht een spelletje om mij te laten lopen. Mamma was vooruit gelopen en we speelden soldaatje om haar te overmeesteren.

Keyro en ik verstopten ons achter de stenen zodat mamma ons niet zou zien. Uiteindelijk kreeg zij flink de schrik te pakken toen ze ons niet zag. Met veel gegiechel hadden wij ons verstopt achter een monoliet en sprongen toen te voorschijn: gefopt! De terugweg naar Halden reden we via de snelweg en daar gingen we langs bij de supermarkt Coop. De prijzen hier in Noorwegen zijn gemiddeld twee tot drie keer zo veel dan in Nederland. Zo betaal je voor een heel brood bijvoorbeeld NOK 30 = € 3,50 en zagen wij een doosje aardbeien voor NOK 90 = € 11,00. Wij zijn gelukkig slim geweest en hebben ook het een en ander aan boodschappen uit Nederland mee genomen. We kochten de dingen die we nodig hadden en keerden terug naar onze hytter bij de fredriksten Camping.

Terwijl pappa en mamma het avondeten gingen bereiden speelden wij met Mathijs onze nieuwe overbuurjongen. We gingen samen voetballen en wat rondhangen. Ondanks dat Mathijs al dertien jaar oud is, hadden wij allebei meteen een leuke klik. Al snel hoorden we dat hij dezelfde route deed als ons en we hem nog wel een paar keer tegen zouden komen op andere campings. Ons avondmaal bestond vandaag uit fajijtas met kip, courgette, maïs, kidneybonen en guacamole. De afwas lieten we deze keer aan mamma over en we speelden nog een lange tijd buiten. Het wordt hier veel later donker dan in Nederland dus dat is een groot voordeel. Morgen gaan we deze camping verlaten om verder te rijden in de richting van Lillehammer.