Nationaal Park Plitvicemeren

Onze wake-up call was rond de klok van 6:00 uur. Wassen, aankleden en met de auto op weg naar de entree van het bekende Nacionalnj park Plitvička Jezera. Het was maar 6 kilometer rijden naar ingang 1, de meest noordelijke ingang. We parkeerden de auto en zagen, dat het ondanks dat het park net open was, al erg druk was.

We stonden een kwartiertje in de rij voor de tickets en toen konden we het park betreden. In 1979 werd het nationale park op de werelderfgoedlijst beschermde natuurgebieden van UNESCO gezet en het trekt in het hoogseizoen dagelijks duizenden bezoekers. Het totale oppervlakte van het park is maar liefst 266 vierkante kilometer. Het park is verdeeld in de bovenmeren (Gornja) en de benedenmeren (Donja).

In totaal zijn er in het park zestien meren die variëren in grootte en zijn er meer dan negentig watervallen te vinden. We begonnen aan de kant waar de meeste hoge watervallen van het park zich bevinden. We volgden een steil pad met haarspeldbochten naar beneden totdat we op het niveau kwamen van de meren. We hielden beneden in eerste instantie rechts aan om zo dichterbij de waterval te kunnen komen.

We liepen over een vlonder pad en stonden ineens bij de Veliki Slap (grote waterval). Het is de grootste waterval van het park en het water valt van 78 meter naar beneden in de rivier de Korana. We liepen het stukje vlonderpad terug en vervolgden route C door het park. De wandeling was zo’n 8 kilometer en zou 4 tot 6 uur duren volgens de bordjes. Gewone wandelpaden wisselden af met houten vlonderpaden.

Het ene moment liepen we door het bos en het andere moment langs of over een meer. Door afzetting gedurende duizenden jaren van het stromende water van de rivier de Korana zijn in dit gebied dammen ontstaan. De dammen hebben weer gezorgd dat er meren, watervallen en grotten zijn gevormd. Het park is echt adembenemend mooi. Naar mate de zon steeds meer door kwam, werden de meren steeds feller turquoise van kleur.

De kleurtinten kunnen veranderen door regen, zon en de hoeveelheid mineralen en organismen in het water. Het water is kraakhelder en je kon de hele onderwaterwereld aanschouwen vanaf de waterkant. Vissen zwommen in scholen voorbij, af en toe zagen we een kikker of een soort van kreeft. We namen de boot van P3 (pier 3) over het Kozjak meer naar P2 (pier 2), het gebied van de bovenmeren.

De meren in dit gebied waren kleiner en minder diep en de watervallen waren ook kleiner maar wel talrijker. Er was meer bos en alles was dichter begroeid. Blijkbaar wonen er in dit bos ook herten, wilde zwijnen, dassen, lynxen, beren en wolven. Tegen 11:00 uur waren we bij het eindpunt van de wandeling. We namen even een korte pauze om te bepalen wat we verder zouden gaan doen.

Het was aanzienlijk drukker aan het worden in het park en het was goed dat we zo vroeg waren begonnen met onze wandeling. We besloten om een andere route te volgen om nog wat meer van het park te zien. Sommige stukken waren hetzelfde als die van route C maar dat maakte ons niet uit. We kwamen in de file op de paden doordat die te smal waren om de enorme mensenmassa aan te kunnen.

We twijfelden of we nog de juiste route volgden maar konden nergens anders heen dus bleven we maar hopen dat we goed liepen. We moesten uiteindelijk een uur wachten op een vlonderpad dat uiteindelijk uitkwam bij de pier voor de bootjes.

Iedereen stond in de rij bij P2 (pier 2) om per boot naar de beneden meren te gaan maar wij moesten de andere boot naar P1 (pier 1) hebben. Uiteindelijk konden we het laatste stukje rij afsnijden door van het vlonderpad af te stappen en langs de wachtrij te lopen.

Niet heel erg netjes maar het scheelde ons zeker een half uur voor niets in de rij staan. Voor de boot die wij nodig hadden, stond geen wachtrij en we konden direct aan boord.

Vanaf P1 was het nog maar een klein stuk lopen naar het beginpunt van het treintje dat naar ingang 1 van het park reed. Het eindpunt was niet direct bij de ingang maar iets daarvoor. We moesten nog een stukje lopen. Een straf was het echter niet want we hadden van bovenaf een prachtig uitzicht over de verschillende meren en volle vlonderpaden.

We brachten nog een kort bezoekje aan een grot waar we geen hand voor ogen zagen. Fijn dat we tegenwoordig bijna allemaal een mobiele telefoon bij ons hebben met zaklamp-functie zodat we toch nog iets konden zien. Vanaf de grot waren we zo bij de parkeerplaats en met de auto ook zo weer bij de camping. ’s Avonds aten we bij de frituur van de camping een hamburgermenu.

Voor mij is het tot nu toe de vakantie van de hamburgers want die eet ik toch wel heel erg graag. Na het eten werd op het veldje voor onze tent nog lekker wat gevoetbald en gevolleybald. Morgen gaan we weer verder. Het plan was om naar Bosnië te gaan maar dat hebben pappa en mamma weer abrupt veranderd gezien de weersvoorspellingen die gedaan zijn. We gaan verder met onze reis door Kroatië en gaan de kust van Dalmatië afzakken.

Camping Korana

Ons verblijf op camping Ujča zat er na drie dagen weer op en het was tijd om verder te gaan. Ronac was moe en opstandig vanochtend en daar kwam niet veel uit. We aten eerst wat en dronken een kopje koffie (ja, dat drink ik nu).

De spullen werden ingepakt, tent opgeruimd en alles naar beneden gebracht. Het inpakken moest snel gebeuren en met veel moeite lukte het om alles in de auto te krijgen. We betaalden de rekening en gingen op weg naar camping Korana in de buurt van het Nationaal park Plitvice.

Het eerste stuk reed aardig door maar zo’n 15 kilometer voor het Nationaal park begon het druk te worden. Het was ook nog even zoeken naar camping Korana maar iets na het middaguur arriveerden we er. Het bleek een hele grote camping te zijn met wel 550 staanplaatsen. We mochten wel zelf een plekje uitzoeken.

We reden wat rond en vonden een mooie plek aan een klein veldje onder een paar bomen. Het sanitair gebouw was ook direct in de buurt en de elektriciteit ook. Aan het laatste hadden we niet veel want er bleek een speciale aansluiting nodig voor de stroom aan te sluiten. Terwijl pappa en mamma de tent weer opzetten, speelden wij nog een spelletje op de tablet. Toen de tent stond gingen wij samen met pappa de camping verkennen.

Bij de campingwinkel haalden we een ijsje die we lekker op smikkelden. Ronac zijn gezicht zat compleet onder de chocolade van zijn ijsje, hihi. Pappa had ook de speelkaarten meegenomen en we deden een paar potjes. Mamma bleef even bij de tent en zorgde ervoor dat de spullen in de auto weer een beetje geordend stonden. In de middag gingen we zwemmen in het riviertje de Korana die achter de camping stroomt.

Langs de kanten lag wat blubber maar het water was heerlijk. We speelden met de volleybal en lagen lekker wat in de zon. Het was goed warm. ’s Avonds zijn we bij het restaurant op de camping gaan eten. Ronac had voor de tweede keer vandaag de “bokkenpruik” op en vond niets op de menukaart lekker om te bestellen.

Helaas voor hem hadden ze deze keer geen hamburger op het menu staan maar wel veel andere lekkere dingen (vond ik). We lieten hem mokken en bestelden ons eten. Mamma bestelde nog wat vlees en kaas van de regio als voorafje. Ronac was degene die uiteindelijk het meeste ervan at?! Wij hadden beiden een spaghetti bolognese (uiteindelijk had Ronac toch nog zijn bestelling doorgegeven aan de ober) en pappa en mamma hadden allebei een ander gerecht maar beiden iets met schnitzel.

Het eten smaakte zeer goed voor een campingrestaurant. Op de terugweg namen we bij de campingwinkel brood en wat drinken mee voor de volgende dag. We gingen op tijd onze slaapzak in want morgen willen we vroeg opstaan om op tijd bij het opengaan van het Nationaal Park Plitvice te zijn.

Zon en zee

Het heeft vannacht flink geonweerd en geregend. Gelukkig bleek de tent er tegen bestand en zijn we niet nat geworden of de lucht ingegaan.  De dag begon rond 7.30 uur al en de zon scheen al fel op de tent. Het was meteen warm dus snel naar buiten.

We hadden een lekker ontbijtje voor onze tent. Vandaag hadden we geen planning dus konden we doen waar we zin in hadden. Samen met pappa bliezen wij de roeiboot op die we hadden meegenomen. Al vroeg lagen we in het water. Lekker zwemmen, varen en dobberen op het luchtbed in de zee.

Tussendoor een hapje, drankje en af en toe mijn boek lezen. De baai is echt schitterend en je raakt er niet op uitgekeken.

Tussen de middag maakten mamma en ik een lichte lunchsalade, jummie. We speelden in de zee met de volleybal en trokken er weer met de boot op uit. Uiteindelijk begin ik me toch een beetje te vervelen, tot ergernis van pappa en mamma. Ik snap hun ook wel een beetje want wij wilden perse naar het strand. ’s Avonds aten we bij het eetcafé van de camping. Ze hebben een simpele maar lekkere kaart. Wij bestelden onder andere hamburgers en ćevapčići.

Het laatste gerecht is een vleesgerecht dat onder verschillende namen over de gehele Balkan bekend is. Vooral in Bosnië, Kroatië, Montenegro en Servië is het heel populair. Het is gemaakt van gehakt, ziet er uit als een worstje en wordt gegrild .

De ćevapčići wordt in porties van vijf of tien stuks besteld en geserveerd met een broodje, frietjes, Djuvec (Kroatische paprikarijst), uien, sla en of ajvar (paprika auberginespread).  De oorsprong van het gerecht is van de Middeleeuwen toen de Balkan onderdeel was van het Ottomaanse Rijk.

Het is een regionale variant op de Turkse kebap köfte. Wij vonden het erg lekker en lieten het ons smaken. Na een prachtige zonsondergang werden we al snel overvallen door de muggen.

Niet echt leuk om buiten te zitten en lek geprikt te worden. We gingen op tijd onze tent in en keken een filmpje op de tablet en ik las nog wat in mijn boek.

Camping Ujča

De dag begon voor ons rond 7:45 uur. Pappa en mamma liepen naar de pekarna (bakker) aan het einde van de straat voor vers brood. We hadden ons ontbijt en maakten ons klaar voor vertrek. We moesten nog even wachten op de gastvrouw Soncia. Ze had mijn onder  gespuugde kleding,  deken en meneer Beer gewassen en moest dit nog even ophalen. Haar moeder liet ons ondertussen bramen en kruisbessen proeven in de tuin.

We vertrokken rond de klok van 9:30 uur in de richting van de hoofdstad Ljubljana. Het eerste stuk reed goed door maar op de ringweg rondom de hoofdstad liep het verkeer vast. Het eerste stuk een vertraging van 10 minuten en daarna eentje van 20 minuten. Er was enorm veel vakantieverkeer op de weg.

Bij het dorp Prestranek stopten we even om te tanken en mij wat frisse lucht te geven. Ik was opnieuw misselijk door de wagenziekte. We reden over een provinciale weg naar de grens met Kroatië. De temperatuur liep ondertussen aardig op en al snel ging het over de dertig graden heen. Bij de grensovergang stond een aardige rij maar het duurde minder lang dan we dachten.

Na de grenscontrole kwamen we meteen op een tolweg. Gelukkig kon je hier gewoon met euro’s betalen want we waren nog niet in bezit van de Kroatische kuna. In Kroatië zijn alle autosnelwegen tolwegen.  De toltarieven zijn aardig aan de prijs en de meeste inwoners van Kroatië maken minder gebruikt van de snelweg en rijden binnendoor. Hierdoor reed het verkeer op de snelweg wel een stuk beter door.

Onze plannen waren gewijzigd vanwege de slechte weersvoorspelling bij de Plitvice meren en we reden nu naar de kust. Bij de plaats Rijeka was het opnieuw erg druk en belandden we in langzaam rijdend verkeer. We volgden nu niet meer de snelweg maar de provinciale kustweg. De vergezichten over de kust waren prachtig.

We kwamen door allerlei leuke kleine dorpjes met strandjes, campings en hotels. We hadden op internet een leuke kleine camping net buiten Senj gezien. Bij de camping kon niet gereserveerd worden dus het was een beetje op goed geluk dat we er naar toe reden.

We kwamen langs allerlei andere campings die we hadden gezien en camping Ujča bleek het verst gelegen te zijn. Bij aankomst op de camping bleek dat er nog 3 plaatsen beschikbaar waren. Net op tijd daar dus. We namen een kampeerplek met een beetje schaduw van een boom. De temperatuur was 34 graden dus een natuurlijke parasol is geen overbodige luxe.

De auto kon op deze camping niet naast de tent staan dus we moesten alleen het hoognodige uitladen en de auto op de parking bij de ingang zetten. Alleen al van het uitladen kregen wij het bloedheet. Pappa en mamma begonnen met het opzetten van de tent en al snel droop het zweet van hun gezichten af. De haringen kregen ze bijna niet in de grond en toen de hamer ook nog afbrak waren ze helemaal aan het balen.

Ze vonden wat andere alternatieven om de tent toch te verankeren en toen konden we naar het strand. De camping ligt aan een kiezelstrand in een beschutte baai. Het gebied behoort tot het Natuurpark Velebit. Het is geen grote camping maar beschikt wel over een café en snackbar. Ook is er een duikschool voor beginners. Veel mensen van buitenaf komen dus om hier te duiken.

We hadden het luchtbed opgeblazen en gingen lekker in de zon genieten van het koele zeewater. In de avond reden we naar de stad Senj waar we eerst wat inkopen deden bij de plaatselijk Konzum supermarkt. Daarna parkeerden we de auto op een betaalde parking omdat er verder nergens een plekje te vinden was. We liepen via de haven het stadje in.

Keyro en ik hadden mega honger en we gingen bij een van de eerste restaurantjes zitten. Er werd een visschotel voor twee personen en één vleesschotel besteld. Terwijl wij aan het wachten waren op het eten, kwam er een heilige processie langs. Het eten smaakte goed en de hoeveelheid was ruim voldoende. De rekening van 800 kuna viel hoger uit dan we verwacht hadden. De volgende keer toch maar naar de prijs vragen van de dagschotel. Kroatië blijkt de afgelopen jaren flink duurder geworden te zijn en dat merk je overal. In het donker reed mamma terug naar de camping. We gingen meteen de tent in om te slapen.

Centraal Europa: Dag 24; Badascony

Het was vanmorgen regenachtig en we maakten een kleine toer met de auto door het achterland van het Balatonmeer. We reden door beschermd natuurgebied en zagen veel wijngaarden op de hellingen van de uitgedoofde vulkanen. In de tijd van het communisme moesten de wijnboeren massawijn produceren voor de eigen bevolking. Na de val van het communisme konden de boeren ook kwaliteitswijn gaan produceren en kon het product verkocht worden in het buitenland. We reden door slapende dorpjes en kwamen langs een oud en vervallen kerkje.

Terug in Badascony gingen we op zoek naar een restaurant voor de lunch. Het dorpje zelf stelde niet veel voor. Er was een mini supermarkt, slager, bakker en ook één restaurant. We namen een tafeltje buiten onder een parasol zodat we droog bleven. Vooraf bestelden we wat augurken en pepers. Als lunchgerecht hadden mamma en ik voor de Hongaarse goulashsoep gekozen, pappa nam een runderbouillon en Ronac had een groentesoep. Het smaakte goed.

In de loop van de middag klaarde het weer op en konden we een waterfiets huren om het Balatonmeer van een andere kant te zien. We hadden veel plezier met de glijbaan die op de waterfiets zat. Na dit uitje speelden we lekker in de zandbak en konden we genieten van een mager zonnetje en een lekkere Magnum. In de avond hadden we een aantal Hongaarse overburen gekregen.

Eén van de kindjes vond het gezellig bij ons en samen speelden we met hem. In de avond hadden we een barbecue met worst, salade en frietjes. De frietjes ging ik in mijn eentje halen bij de snackbar van de camping. Na het eten kregen we gezelschap van de Hongaarse overburen die een praatje kwamen maken en een drankje dronken met pappa en mamma.

Pappa kreeg de hele tijd shotjes van de nationale drank “Unicum”. Een sterke kruidenlikeur die gemaakt wordt van veertig verschillende en zorgvuldig geheimgehouden kruiden en wortels. De overbuurman was dit al vanaf vanmiddag aan het drinken en ging zich steeds vreemder gedragen. Hij had een beetje te veel gedronken en was op een gegeven moment ladderzat. Zijn vriendin nam hem mee terug naar de tent maar hij kon bijna niet meer op zijn benen blijven staan. Rare snuiter deze Hongaar. Ik snap niet wat daar nu zo leuk aan is? Wij gingen ons ook omkleden om naar bed te gaan. Morgen begint onze lange terugreis naar Maastricht.

 

Centraal Europa: Dag 11; Demänovská Dolina

Onze reisroute ging vandaag helaas alweer verder. We verlieten de Nizne Kamence camping redelijk vroeg. We reden door naar het hart van Slowakije. Het was minder dan twee uur rijden naar het Demänovská Dolina (Demänovská dal) en het meeste oponthoud hadden we bij de stad Ružomberok. We reden naar Kemping Bystrina aan het begin van het dal in het dorp Demänova.


Keyro las meerdere boeken van de Gladiator uit deze vakantie.

De camping had twee grote ronde kampeervelden met zicht op de Vysoké Tatry (Hoge Tatra). We reden als eerste naar het hoger gelegen gedeelte, een vrij kaal gedeelte. Er stonden daar ook al aardig wat tenten. Op het iets lager gelegen gedeelte stond maar één eenzame tent. Wij reden daar naar toe en vonden een mooi plaatsje tussen de dennenbomen. De tent werd opgezet en daarna gingen we een hapje eten bij restaurant Koliba Bystrina dat op hetzelfde terrein ligt als de camping en het hotel.


Dumplings en  halušky

Er werden vier gerechten besteld: germknödel, dumplings met fruit, halušky met bryndza en spek en goulash. Toen het eenmaal op tafel stond werd er wat met de gerechten geschoven omdat iedereen iets anders wilde eten dan hij/zij besteld had. Het restaurant heeft veel streekgerechten op de kaart staan en de bediening draagt de nationale klederdracht . Het eten was goed maar te porties wat te groot voor de lunch.

‘s Middags brachten we een bezoek aan de Demänovská ijsgrot. Om bij de grot te komen moesten we eerst betaald parkeren, vrij hoge prijzen voor Slowakije, op een nabijgelegen parkeerterrein. We trokken een lange broek en fleecevest aan want in de grot zou het tussen de 0,4°C en 3,0°C zijn. We moesten eerst ongeveer 25 minuten bergopwaarts in een mooi bos wandelen om bij de ingang van de grot te komen.


De schitterende omgeving van Demänovská Dolina

In de middag zijn er drie rondleidingen en we hadden de eerste net gemist. We moesten bijna een uur wachten. We kochten de kaartjes en kregen een velletje papier met uitleg in het Engels. De tour was helaas alleen in het Slowaaks. Er werd ook duidelijk vermeld dat foto’s maken verboden was of je moest een toeslag van 10 euro betalen. Wij hebben de toeslag niet betaald en maakten geen foto’s.


Impressie van de ijsloze ijsgrot.

Het viel ons heel erg op dat de prijzen hier veel hoger liggen dan in de rest van Slowakije. Alles in deze regio is toeristisch en men wilt vooral veel geld aan toeristen verdienen. De tour duurde ongeveer een half uur. De grot is 1.750 meter lang en bestaat uit drie verdiepingen. We zagen veel stalagmieten en stalactieten. In de grot werden ook botten aangetroffen van de grotbeer. In de achttiende eeuw werden de botten vaak aangezien voor botten van draken.

Op de plek waar normaal ijsvlakten, ijsstalactieten en stalagmieten te zien zouden moeten zijn, zagen wij nu alleen maar grond. Er werd ons duidelijk gemaakt dat het niet de juiste tijd van het jaar was en er afgelopen winter te weinig ijs aangroei is geweest. Voor ons allemaal een beetje een teleurstellend bezoek aan een ijsgrot die gewoon een grot bleek te zijn. Wat ons betreft mag je het geen ijsgrot noemen of maak er van te voren melding van.

Op de terugweg gingen we op zoek naar een supermarkt om boodschappen te doen voor een barbecue. De supermarkt was klein en de keuze beperkt. Het werden verschillende soorten Klobása (worst) en een simpele salade. Terwijl pappa en mamma de barbecue voorbereiden legde ik mij lekker in de zon en las ik mijn spannende boek “Gladiator”. Het eten was weer een succes. In de avond begon het te regenen en gingen we vroeg onze tent in om een boek te lezen en een potje te kaarten.


Worst, worst en worst op de barbecue

Centraal Europa: Dag 8; Malá Fatra

We verlieten de camping rond de klok van 09:30 uur. Het was maar 20 kilometer rijden naar de grens van Slowakije. De officiële naam van Slowakije is Slovenská Republika. Het land is gelegen in het hart van Europa. In 1992 werd besloten om de Republiek Tsjecho-Slowakije op te splitsen. Het Tsjechische deel en het Slowaakse deel hadden onderling te veel meningsverschillen. In januari 1993 werd Slowakije een zelfstandige staat. Slowakije maakt sinds 2004 deel uit van de Europese Unie. Vanaf 2009 wordt er met de Euro betaald. Slowakije was na Slovenië het tweede voormalige Oostblokland dat de Euro invoerde.

Het land strekt zich voornamelijk uit tussen de langgerekte bergen van de Karpaten en de op één na grootste rivier van Europa: de Donau. Slowakije bestaat voor meer dan 30% uit bergen en uitgestrekte bossen en dat zagen we direct toen we de grens gepasseerd hadden. De ene bocht na de andere volgden elkaar op. Net na de grensovergang kochten we een elektronisch snelwegvignet zodat we ook hier van de snelwegen gebruik zouden kunnen maken.

We reden naar het nationaal Park Malá Fatra (kleine fatra) dat in het noordwesten van Slowakije ligt. Het middelpunt van deze regio is het dorp Terchová. Wij hadden een camping gevonden in Belá, gelegen op enkele kilometers van Terchová. We waren nog voor de middag bij Camping Nizne Kamence en er was gelukkig nog plaats om onze tent op te zetten. Het is een gemoedelijke camping met bungalows en kampeerplaatsen. De camping is geheel nieuw en geopend in de zomer van 2007 en werd aangelegd met geld van de Europese Unie. Aan de kentekens van de auto’s konden we zien dat er mensen stonden uit allerlei landen.

Na het opzetten van de tent konden we gaan spelen op de camping. Wij wilden niet weg en dat hoefde gelukkig ook niet. Op de camping was genoeg te doen en we hoefden ons niet te vervelen. Er was een speeltuin, een voetbalveld, kantine en zelfs een klein zwembad. ‘S avonds reden we met de auto naar Terchová om iets te eten. We vonden een tafel bij restaurant Kultúrny dom. De typische Slowaakse keuken is een calorierijke en zware keuken. Het is een mix van de Hongaarse, Oostenrijkse, Tsjechische en Boheemse keuken. Vanuit de traditie wordt er veel varkensvlees, aardappelen, groenten (vooral zuurkool) en melkproducten gebruikt. Wij bestelden pasta en een salade.

Pappa en mamma bestelden het nationale gerecht: “Bryndzové halušky”. Het is een gerecht van aardappelballetjes met bryndza (verse schapenkaas) en spek. Iedere regio heeft zijn eigen versie van dit gerecht. Wij kennen de halušky als de uit Italië afkomstige gnocchi. Het eten smaakte super en toen we het op hadden konden we nog even op de stoep bij het restaurant spelen. Terug op de camping hadden wat buren een kampvuur gemaakt. De oudere, alleenstaande motorrijder van een paar tenten verderop, had zijn gitaar en microfoon uitgehaald en zat Slowaakse liederen te zingen. Erg gezellig maar zo voor ons onmogelijk om in slaap te komen. We waren dan ook blij dat hij er om 22:00 uur, op verzoek van de campingvoorschriften, er mee op hield.

Centraal Europa: Dag 7; Wallachijns openluchtmuseum

Voor vandaag hadden we geen specifieke dingen te doen dus konden we lekker uitslapen en rustig aan doen. We wilden een bezoek brengen aan het Wallachijns openluchtmuseum maar wachtten daarmee tot het weer wat op zou klaren en het niet meer zou regenen. Het dorp Rožnov pod Radhoštěm is vernoemd naar de 1.129m hoge berg de Radhošt. Op de berg bevindt zich een bedevaartsoord, een houten kapel voor de apostelen Cyrillus en Methodius.

Tegen de middag vertrokken wij voor een bezoek aan het oudste, grootste en beste openluchtmuseum in Tsjechie en Slowakije. Het bestaat uit houten gebouwen die uit heel Wallachije zijn overgebracht en vervolgens in het stedelijke park op bijgelegen hellingen zijn neergezet. Rožnov pod Radhoštěm is een gebied waar de bewoners nog steeds grote nadruk leggen op de tradities van hun voorouders. Wallachije of Valašsko in het Tsjechisch is een regio in de Beskiden. De Beskiden zijn het westelijke uiteinde van de uitlopers van de Karpaten. De Karpaten lopen door tot in Polen en de Oekraïne. Het grootste deel van de Beskiden is beschermd landschap. De Wallachen waren een half-nomadisch schapen houdend volk die in de 15e eeuw rondtrokken. Niemand weet zeker waar ze vandaan kwamen, Oost-Polen, Slowakije, West-Oekraïne of Roemenië.

Wallachije was ook de naam van een vorstendom aan de Donau dat de voorbode was van Roemenië en zou kunnen dat er een oude connectie was. In de 18e eeuw zijn de Wallachen opgegaan in het Habsburgse rijk en vermengden zich via huwelijken met de Moraviërs en Slowaken. Maar ze hebben het voor elkaar gekregen om iets van hun landelijk leven te behoeden, inclusief het unieke houtsnijwerk waar de Wallachen om bekend staan. De monumenten in het museum zijn verspreid over drie locaties namelijk: Drevene mestecko (Houten stadje), Valasska dedina (Wallachijs dorp) en Mlynska dolina (Molendal). We liepen als eerste in de richting van het Wallachijns dorp.

Onderweg kwamen we langs een soort keuken en we besloten eerst wat te eten want dat hadden we nog niet gedaan. Natuurlijk sprak hier ook niemand Engels maar al snel werd een jong meisje gehaald die een beetje Engels sprak. Zij vertelde dat ze traditionele gerechtjes maken en noemde op wat we konden bestellen. We gaven door wat we graag wilden proberen en 10 minuten later werd het aan onze tafel geserveerd. We hadden een heerlijk handgemaakte en gegrilde schapenkaas (zout met sterke smaak), handgemaakte gekruide en gegrilde worst (klobása), vers gegrild varkensvlees allemaal geserveerd met vers brood (chleba dat zwaar en zuur smaakt) en zuurkool.

Gegrilde schapenkaas.

Met goedgevulde maag liepen we langs de houten herdershuizen. Om de huizen heen lagen velden waarop oorspronkelijke gewassen verbouwd worden. We moesten om 14:00 uur bij de ingang zijn voor de rondleiding in het Molendal. Hier zagen we onder andere een molen, ijzersmederij en houtzagerij. Als laatste brachten we een bezoek aan het houten dorpje met onder andere een postkantoor en de Sint-Annakerk. Er bevindt zich zelfs een kerkhof waarop beroemde mensen liggen begraven die in Wallachije geboren zijn. We kochten bij een kraampje wat drinken, een honinglikeur en perník. Het laatste was een soort koek en het leek op peperkoek en de koeken waren versierd met glazuur. De koek is steviger en de smaak is veel meer uitgesproken dan die van peperkoek. De eigenaar maakte een praatje met ons in het Engels en gaf ons zelfs nog een extra koek gratis mee.

Vriendelijk mensen die Tsjechen. Na ons bezoek liepen we via het park naar het centrum van Rožnov pod Radhoštěm. We haalden wat boodschappen bij de supermarkt en zochten een leuk restaurant om te eten. We kwamen terecht bij een restaurant net buiten het centrum en er was zelfs een kleine speeltuin met zandbak en schommel bij. We bestelden voor ons twee hamburgers, voor mamma kipfilet met krokante Parmezaanse korst en voor pappa bramborák, een aardappelpannenkoek. Na het eten speelden wij nog even in de speeltuin en zo konden pappa en mamma nog even rustig zitten. We liepen terug naar ons huisje en pakten de spullen weer in. Morgen vertrekken we naar buurland Slowakije.

 

 

Centraal Europa: Dag 6; Rožnov pod Radhoštěm

We verlieten de camping nadat we de tent en al het andere hadden ingepakt. We hadden een reisdag voor de boeg. Het eerste stuk ging binnendoor in de richting van České Budějovice en dan zouden we op de snelweg uitkomen. Er werd flink aan de weg gewerkt en we misten het eerste stuk van de snelweg door een verkeerde afslag te nemen. We reden een extra stuk binnendoor maar kwamen uiteindelijk wel op de snelweg terecht. Echt een snelweg was het niet want op veel stukken werd gewerkt en mocht je niet harder rijden dan 80 kilometer per uur. We reden een flink stuk door Tsjechië, of te wel de Tsjechische Republiek. Vroeger behoorde het land tot de zogenaamde Oostbloklanden, een verzamelnaam voor de communistische landen in het oosten van Europa tijdens de Koude Oorlog. Deze landen stonden onder invloed van de voormalige Sovjet Unie. Tsjechië ontstond in 1993 na het uiteenvallen van het land Tsjecho-Slowakije.


Een goede dag om de tent maar eens niet op te zetten.

Tsjechië behoort sinds 2004 tot de Europese Unie. Voor het uiteenvallen van Tsjecho-Slowakije is er een lange periode van communisme geweest. Van alle landen uit het voormalig Oostblok heeft Tsjechië het snelste de koers ingezet richting een stabiele democratische economie, die goed aansluit bij West-Europa. Na wat uren rijden arriveerden we op de plaats van bestemming Rožnov pod Radhoštěm. We reden de eerste camping op die we tegenkwamen. We wilden graag in een keer in een huisje verblijven en niet in de tent. Bij Camping Sport hadden ze huisjes maar eerst moesten we dit duidelijk zien te maken aan de dame van de receptie. Ze sprak alleen Tsjechisch en Pools en we gebruikten handen en voeten en pen en papier om met elkaar te communiceren.

Regen, regen en nog eens regen.

Uiteindelijk kregen we de sleutel van één van de huisjes. We reden er naar toe en parkeerden de auto voor de deur. Het huisje was sterk verouderd maar verder wel schoon. Naast de camping is het gemeente zwembad gelegen en ook de grootste attractie, het openluchtmuseum, ligt op loopafstand. De lucht was ondertussen flink betrokken en niet veel later kwam er een flinke regen- en onweersbui aan. De paden en grasvelden overstroomden door de hoeveelheid water die uit de lucht naar beneden kwam. Mamma had pastasaus opgezet en na ongeveer een uur konden wij aan tafel. Ook wel eens lekker. Na het eten konden we tussen de regenbuien door toch nog even buiten voetballen. In de avond deden we wat spelletjes, lazen een boek en gingen we redelijk op tijd naar bed.

Centraal Europa: Dag 5; Český Krumlov en het boomkroonpad

De morgen begon voor ons rond de klok van 08:00 uur, iets later dan gehoopt. Het allerliefste gingen Ronac en ik zwemmen in het meer maar pappa en mamma hadden andere plannen bedacht. We gingen vandaag naar één van de bekendste stadjes van de Bohemen: Český Krumlov. Binnen 50 minuten reden we er met de auto naar toe. Met borden werden de grote parkeerplaatsen om het centrum heen aangeduid. We vonden een plekje in de buurt van één van de toegangspoorten tot de stad.

Het stadje is gelegen in een lus van de rivier de Moldau. Het kasteel van Český Krumlov torent hoog boven de stad uit en is na de Praagse Burcht het grootste kasteel van Tsjechië. Met de bouw werd begonnen in de 13e eeuw en het werd het onderkomen van de adellijke familie Krumlov. Het grootste deel van de oude stad is gebouwd tussen de 14e en 17e eeuw en er werden vooral gotische, renaissance- en Barokbouwstijlen gebruikt. Tijdens het communistische tijdperk raakte Český Krumlov vervallen. Sinds 1989 zijn veel gebouwen gerestaureerd en om de oude stadskern te beschermen werd deze geplaatst op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Een lekker ontbijtje op een terrasje in Český Krumlov.

 

Werelderfgoed is door mensen gemaakt of in de natuur ontstaan erfgoed dat uniek en onvervangbaar is. Het is van belangrijke waarde voor de hele wereld en het is van belang om dit erfgoed te behouden. We vonden een plekje op een terrasje in één van de gezellige straatjes en bestelden ons een ontbijtje. Ronac nam een stuk taart, voor mamma een panini , een tosti voor pappa en voor mij roerei. Bij mijn ontbijt zat ook een kop koffie. Ik vond het zo lekker dat ik het van pappa en mamma ook op mocht drinken. Hordes toeristen kwamen voorbij maar ondanks dat, behoudt het stadje een unieke uitstraling. Ook de vele souvenirwinkeltjes zijn op een goede manier geïntegreerd in het stadsbeeld. We struinden een dik uur door het stadje en langs de vele souvenirwinkels.

Rond 13:00 uur verlieten we Český Krumlov en gingen we terug naar Lipno nad Vltavou waar we het Stezka korunami stromu (boomkroonpad) wilden bezoeken. We parkeerden de auto en kochten de kaartjes voor de stoeltjeslift naar boven. Het boomkroonpad begint op de 901 meter hoge berg “Kramolín”. Het pad is nog vrij nieuw en staat er sinds 2012. We liepen met de pas door de toegangspoortjes en kwamen op een pad van 2,5 meter breed.

 

Het eerste deel van het boomkroonpad liepen we over een houten loopbrug van 372 meter lang. Deze bracht ons met een aardige stijging (2 – 6 %) tot een hoogte van 24 meter. Onderweg kwamen we borden tegen met informatie over de bomen en dieren die hier voorkomen. Onderweg waren ook verschillende hindernissen aangebracht. Je kunt natuurlijk zelf kiezen of je de hindernis wilt nemen, of liever over het gewone pad wilt lopen.

 

Wij deden het natuurlijk wel want overal zorgen de veiligheidsnetten ervoor dat je nooit echt kunt vallen. Het was toch best spannend om over smalle of wiebelende balken te lopen en andere capriolen uit te halen. Het wandelpad gaat nog 303 meter verder en dan over in de 40 meter hoge toren. Eenmaal boven werden we beloond met een prachtig uitzicht op het Lipnomeer en de Oostenrijkse bergen. Pappa en mamma liepen dezelfde route terug naar beneden. Wij niet, wij namen de spannende 52 meter lange glijbaan naar beneden. Natuurlijk waren wij veel sneller beneden dan pappa en mamma die te voet terug kwamen.

De spannende 52 meter lange glijbaan

Met de stoeltjeslift gingen wij verder naar beneden, terug naar het dorp. Beneden naast de kabelbaan lag een supermarkt en daar haalden we wat boodschappen. In de avond wilden we gaan barbecueën. Er was weinig vlees voor op de barbecue en we konden alleen kiezen uit allerlei soorten worst. Groot, klein, dik, dun, noem het maar op. Je moet wel worst lusten anders heb je een probleem haha.

Ook nog even tijd om te graven en te zwemmen.

Terug op de camping gingen we lekker zwemmen in het meer terwijl pappa en mamma de barbecue voorbereiden. We hadden een heerlijk diner met salade en barbecueworsten. In de avond gingen we ons nog even douchen en we gingen op tijd naar bed. Morgen hebben we een reisdag en rijden we naar het noordoosten van Tsjechië.

Uiteraard weer aan de barbecue.