Zon en zee

Het heeft vannacht flink geonweerd en geregend. Gelukkig bleek de tent er tegen bestand en zijn we niet nat geworden of de lucht ingegaan.  De dag begon rond 7.30 uur al en de zon scheen al fel op de tent. Het was meteen warm dus snel naar buiten.

We hadden een lekker ontbijtje voor onze tent. Vandaag hadden we geen planning dus konden we doen waar we zin in hadden. Samen met pappa bliezen wij de roeiboot op die we hadden meegenomen. Al vroeg lagen we in het water. Lekker zwemmen, varen en dobberen op het luchtbed in de zee.

Tussendoor een hapje, drankje en af en toe mijn boek lezen. De baai is echt schitterend en je raakt er niet op uitgekeken.

Tussen de middag maakten mamma en ik een lichte lunchsalade, jummie. We speelden in de zee met de volleybal en trokken er weer met de boot op uit. Uiteindelijk begin ik me toch een beetje te vervelen, tot ergernis van pappa en mamma. Ik snap hun ook wel een beetje want wij wilden perse naar het strand. ’s Avonds aten we bij het eetcafé van de camping. Ze hebben een simpele maar lekkere kaart. Wij bestelden onder andere hamburgers en ćevapčići.

Het laatste gerecht is een vleesgerecht dat onder verschillende namen over de gehele Balkan bekend is. Vooral in Bosnië, Kroatië, Montenegro en Servië is het heel populair. Het is gemaakt van gehakt, ziet er uit als een worstje en wordt gegrild .

De ćevapčići wordt in porties van vijf of tien stuks besteld en geserveerd met een broodje, frietjes, Djuvec (Kroatische paprikarijst), uien, sla en of ajvar (paprika auberginespread).  De oorsprong van het gerecht is van de Middeleeuwen toen de Balkan onderdeel was van het Ottomaanse Rijk.

Het is een regionale variant op de Turkse kebap köfte. Wij vonden het erg lekker en lieten het ons smaken. Na een prachtige zonsondergang werden we al snel overvallen door de muggen.

Niet echt leuk om buiten te zitten en lek geprikt te worden. We gingen op tijd onze tent in en keken een filmpje op de tablet en ik las nog wat in mijn boek.

Camping Ujča

De dag begon voor ons rond 7:45 uur. Pappa en mamma liepen naar de pekarna (bakker) aan het einde van de straat voor vers brood. We hadden ons ontbijt en maakten ons klaar voor vertrek. We moesten nog even wachten op de gastvrouw Soncia. Ze had mijn onder  gespuugde kleding,  deken en meneer Beer gewassen en moest dit nog even ophalen. Haar moeder liet ons ondertussen bramen en kruisbessen proeven in de tuin.

We vertrokken rond de klok van 9:30 uur in de richting van de hoofdstad Ljubljana. Het eerste stuk reed goed door maar op de ringweg rondom de hoofdstad liep het verkeer vast. Het eerste stuk een vertraging van 10 minuten en daarna eentje van 20 minuten. Er was enorm veel vakantieverkeer op de weg.

Bij het dorp Prestranek stopten we even om te tanken en mij wat frisse lucht te geven. Ik was opnieuw misselijk door de wagenziekte. We reden over een provinciale weg naar de grens met Kroatië. De temperatuur liep ondertussen aardig op en al snel ging het over de dertig graden heen. Bij de grensovergang stond een aardige rij maar het duurde minder lang dan we dachten.

Na de grenscontrole kwamen we meteen op een tolweg. Gelukkig kon je hier gewoon met euro’s betalen want we waren nog niet in bezit van de Kroatische kuna. In Kroatië zijn alle autosnelwegen tolwegen.  De toltarieven zijn aardig aan de prijs en de meeste inwoners van Kroatië maken minder gebruikt van de snelweg en rijden binnendoor. Hierdoor reed het verkeer op de snelweg wel een stuk beter door.

Onze plannen waren gewijzigd vanwege de slechte weersvoorspelling bij de Plitvice meren en we reden nu naar de kust. Bij de plaats Rijeka was het opnieuw erg druk en belandden we in langzaam rijdend verkeer. We volgden nu niet meer de snelweg maar de provinciale kustweg. De vergezichten over de kust waren prachtig.

We kwamen door allerlei leuke kleine dorpjes met strandjes, campings en hotels. We hadden op internet een leuke kleine camping net buiten Senj gezien. Bij de camping kon niet gereserveerd worden dus het was een beetje op goed geluk dat we er naar toe reden.

We kwamen langs allerlei andere campings die we hadden gezien en camping Ujča bleek het verst gelegen te zijn. Bij aankomst op de camping bleek dat er nog 3 plaatsen beschikbaar waren. Net op tijd daar dus. We namen een kampeerplek met een beetje schaduw van een boom. De temperatuur was 34 graden dus een natuurlijke parasol is geen overbodige luxe.

De auto kon op deze camping niet naast de tent staan dus we moesten alleen het hoognodige uitladen en de auto op de parking bij de ingang zetten. Alleen al van het uitladen kregen wij het bloedheet. Pappa en mamma begonnen met het opzetten van de tent en al snel droop het zweet van hun gezichten af. De haringen kregen ze bijna niet in de grond en toen de hamer ook nog afbrak waren ze helemaal aan het balen.

Ze vonden wat andere alternatieven om de tent toch te verankeren en toen konden we naar het strand. De camping ligt aan een kiezelstrand in een beschutte baai. Het gebied behoort tot het Natuurpark Velebit. Het is geen grote camping maar beschikt wel over een café en snackbar. Ook is er een duikschool voor beginners. Veel mensen van buitenaf komen dus om hier te duiken.

We hadden het luchtbed opgeblazen en gingen lekker in de zon genieten van het koele zeewater. In de avond reden we naar de stad Senj waar we eerst wat inkopen deden bij de plaatselijk Konzum supermarkt. Daarna parkeerden we de auto op een betaalde parking omdat er verder nergens een plekje te vinden was. We liepen via de haven het stadje in.

Keyro en ik hadden mega honger en we gingen bij een van de eerste restaurantjes zitten. Er werd een visschotel voor twee personen en één vleesschotel besteld. Terwijl wij aan het wachten waren op het eten, kwam er een heilige processie langs. Het eten smaakte goed en de hoeveelheid was ruim voldoende. De rekening van 800 kuna viel hoger uit dan we verwacht hadden. De volgende keer toch maar naar de prijs vragen van de dagschotel. Kroatië blijkt de afgelopen jaren flink duurder geworden te zijn en dat merk je overal. In het donker reed mamma terug naar de camping. We gingen meteen de tent in om te slapen.

Centraal Europa: Dag 24; Badascony

Het was vanmorgen regenachtig en we maakten een kleine toer met de auto door het achterland van het Balatonmeer. We reden door beschermd natuurgebied en zagen veel wijngaarden op de hellingen van de uitgedoofde vulkanen. In de tijd van het communisme moesten de wijnboeren massawijn produceren voor de eigen bevolking. Na de val van het communisme konden de boeren ook kwaliteitswijn gaan produceren en kon het product verkocht worden in het buitenland. We reden door slapende dorpjes en kwamen langs een oud en vervallen kerkje.

Terug in Badascony gingen we op zoek naar een restaurant voor de lunch. Het dorpje zelf stelde niet veel voor. Er was een mini supermarkt, slager, bakker en ook één restaurant. We namen een tafeltje buiten onder een parasol zodat we droog bleven. Vooraf bestelden we wat augurken en pepers. Als lunchgerecht hadden mamma en ik voor de Hongaarse goulashsoep gekozen, pappa nam een runderbouillon en Ronac had een groentesoep. Het smaakte goed.

In de loop van de middag klaarde het weer op en konden we een waterfiets huren om het Balatonmeer van een andere kant te zien. We hadden veel plezier met de glijbaan die op de waterfiets zat. Na dit uitje speelden we lekker in de zandbak en konden we genieten van een mager zonnetje en een lekkere Magnum. In de avond hadden we een aantal Hongaarse overburen gekregen.

Eén van de kindjes vond het gezellig bij ons en samen speelden we met hem. In de avond hadden we een barbecue met worst, salade en frietjes. De frietjes ging ik in mijn eentje halen bij de snackbar van de camping. Na het eten kregen we gezelschap van de Hongaarse overburen die een praatje kwamen maken en een drankje dronken met pappa en mamma.

Pappa kreeg de hele tijd shotjes van de nationale drank “Unicum”. Een sterke kruidenlikeur die gemaakt wordt van veertig verschillende en zorgvuldig geheimgehouden kruiden en wortels. De overbuurman was dit al vanaf vanmiddag aan het drinken en ging zich steeds vreemder gedragen. Hij had een beetje te veel gedronken en was op een gegeven moment ladderzat. Zijn vriendin nam hem mee terug naar de tent maar hij kon bijna niet meer op zijn benen blijven staan. Rare snuiter deze Hongaar. Ik snap niet wat daar nu zo leuk aan is? Wij gingen ons ook omkleden om naar bed te gaan. Morgen begint onze lange terugreis naar Maastricht.

 

Centraal Europa: Dag 11; Demänovská Dolina

Onze reisroute ging vandaag helaas alweer verder. We verlieten de Nizne Kamence camping redelijk vroeg. We reden door naar het hart van Slowakije. Het was minder dan twee uur rijden naar het Demänovská Dolina (Demänovská dal) en het meeste oponthoud hadden we bij de stad Ružomberok. We reden naar Kemping Bystrina aan het begin van het dal in het dorp Demänova.


Keyro las meerdere boeken van de Gladiator uit deze vakantie.

De camping had twee grote ronde kampeervelden met zicht op de Vysoké Tatry (Hoge Tatra). We reden als eerste naar het hoger gelegen gedeelte, een vrij kaal gedeelte. Er stonden daar ook al aardig wat tenten. Op het iets lager gelegen gedeelte stond maar één eenzame tent. Wij reden daar naar toe en vonden een mooi plaatsje tussen de dennenbomen. De tent werd opgezet en daarna gingen we een hapje eten bij restaurant Koliba Bystrina dat op hetzelfde terrein ligt als de camping en het hotel.


Dumplings en  halušky

Er werden vier gerechten besteld: germknödel, dumplings met fruit, halušky met bryndza en spek en goulash. Toen het eenmaal op tafel stond werd er wat met de gerechten geschoven omdat iedereen iets anders wilde eten dan hij/zij besteld had. Het restaurant heeft veel streekgerechten op de kaart staan en de bediening draagt de nationale klederdracht . Het eten was goed maar te porties wat te groot voor de lunch.

‘s Middags brachten we een bezoek aan de Demänovská ijsgrot. Om bij de grot te komen moesten we eerst betaald parkeren, vrij hoge prijzen voor Slowakije, op een nabijgelegen parkeerterrein. We trokken een lange broek en fleecevest aan want in de grot zou het tussen de 0,4°C en 3,0°C zijn. We moesten eerst ongeveer 25 minuten bergopwaarts in een mooi bos wandelen om bij de ingang van de grot te komen.


De schitterende omgeving van Demänovská Dolina

In de middag zijn er drie rondleidingen en we hadden de eerste net gemist. We moesten bijna een uur wachten. We kochten de kaartjes en kregen een velletje papier met uitleg in het Engels. De tour was helaas alleen in het Slowaaks. Er werd ook duidelijk vermeld dat foto’s maken verboden was of je moest een toeslag van 10 euro betalen. Wij hebben de toeslag niet betaald en maakten geen foto’s.


Impressie van de ijsloze ijsgrot.

Het viel ons heel erg op dat de prijzen hier veel hoger liggen dan in de rest van Slowakije. Alles in deze regio is toeristisch en men wilt vooral veel geld aan toeristen verdienen. De tour duurde ongeveer een half uur. De grot is 1.750 meter lang en bestaat uit drie verdiepingen. We zagen veel stalagmieten en stalactieten. In de grot werden ook botten aangetroffen van de grotbeer. In de achttiende eeuw werden de botten vaak aangezien voor botten van draken.

Op de plek waar normaal ijsvlakten, ijsstalactieten en stalagmieten te zien zouden moeten zijn, zagen wij nu alleen maar grond. Er werd ons duidelijk gemaakt dat het niet de juiste tijd van het jaar was en er afgelopen winter te weinig ijs aangroei is geweest. Voor ons allemaal een beetje een teleurstellend bezoek aan een ijsgrot die gewoon een grot bleek te zijn. Wat ons betreft mag je het geen ijsgrot noemen of maak er van te voren melding van.

Op de terugweg gingen we op zoek naar een supermarkt om boodschappen te doen voor een barbecue. De supermarkt was klein en de keuze beperkt. Het werden verschillende soorten Klobása (worst) en een simpele salade. Terwijl pappa en mamma de barbecue voorbereiden legde ik mij lekker in de zon en las ik mijn spannende boek “Gladiator”. Het eten was weer een succes. In de avond begon het te regenen en gingen we vroeg onze tent in om een boek te lezen en een potje te kaarten.


Worst, worst en worst op de barbecue

Centraal Europa: Dag 8; Malá Fatra

We verlieten de camping rond de klok van 09:30 uur. Het was maar 20 kilometer rijden naar de grens van Slowakije. De officiële naam van Slowakije is Slovenská Republika. Het land is gelegen in het hart van Europa. In 1992 werd besloten om de Republiek Tsjecho-Slowakije op te splitsen. Het Tsjechische deel en het Slowaakse deel hadden onderling te veel meningsverschillen. In januari 1993 werd Slowakije een zelfstandige staat. Slowakije maakt sinds 2004 deel uit van de Europese Unie. Vanaf 2009 wordt er met de Euro betaald. Slowakije was na Slovenië het tweede voormalige Oostblokland dat de Euro invoerde.

Het land strekt zich voornamelijk uit tussen de langgerekte bergen van de Karpaten en de op één na grootste rivier van Europa: de Donau. Slowakije bestaat voor meer dan 30% uit bergen en uitgestrekte bossen en dat zagen we direct toen we de grens gepasseerd hadden. De ene bocht na de andere volgden elkaar op. Net na de grensovergang kochten we een elektronisch snelwegvignet zodat we ook hier van de snelwegen gebruik zouden kunnen maken.

We reden naar het nationaal Park Malá Fatra (kleine fatra) dat in het noordwesten van Slowakije ligt. Het middelpunt van deze regio is het dorp Terchová. Wij hadden een camping gevonden in Belá, gelegen op enkele kilometers van Terchová. We waren nog voor de middag bij Camping Nizne Kamence en er was gelukkig nog plaats om onze tent op te zetten. Het is een gemoedelijke camping met bungalows en kampeerplaatsen. De camping is geheel nieuw en geopend in de zomer van 2007 en werd aangelegd met geld van de Europese Unie. Aan de kentekens van de auto’s konden we zien dat er mensen stonden uit allerlei landen.

Na het opzetten van de tent konden we gaan spelen op de camping. Wij wilden niet weg en dat hoefde gelukkig ook niet. Op de camping was genoeg te doen en we hoefden ons niet te vervelen. Er was een speeltuin, een voetbalveld, kantine en zelfs een klein zwembad. ‘S avonds reden we met de auto naar Terchová om iets te eten. We vonden een tafel bij restaurant Kultúrny dom. De typische Slowaakse keuken is een calorierijke en zware keuken. Het is een mix van de Hongaarse, Oostenrijkse, Tsjechische en Boheemse keuken. Vanuit de traditie wordt er veel varkensvlees, aardappelen, groenten (vooral zuurkool) en melkproducten gebruikt. Wij bestelden pasta en een salade.

Pappa en mamma bestelden het nationale gerecht: “Bryndzové halušky”. Het is een gerecht van aardappelballetjes met bryndza (verse schapenkaas) en spek. Iedere regio heeft zijn eigen versie van dit gerecht. Wij kennen de halušky als de uit Italië afkomstige gnocchi. Het eten smaakte super en toen we het op hadden konden we nog even op de stoep bij het restaurant spelen. Terug op de camping hadden wat buren een kampvuur gemaakt. De oudere, alleenstaande motorrijder van een paar tenten verderop, had zijn gitaar en microfoon uitgehaald en zat Slowaakse liederen te zingen. Erg gezellig maar zo voor ons onmogelijk om in slaap te komen. We waren dan ook blij dat hij er om 22:00 uur, op verzoek van de campingvoorschriften, er mee op hield.

Centraal Europa: Dag 7; Wallachijns openluchtmuseum

Voor vandaag hadden we geen specifieke dingen te doen dus konden we lekker uitslapen en rustig aan doen. We wilden een bezoek brengen aan het Wallachijns openluchtmuseum maar wachtten daarmee tot het weer wat op zou klaren en het niet meer zou regenen. Het dorp Rožnov pod Radhoštěm is vernoemd naar de 1.129m hoge berg de Radhošt. Op de berg bevindt zich een bedevaartsoord, een houten kapel voor de apostelen Cyrillus en Methodius.

Tegen de middag vertrokken wij voor een bezoek aan het oudste, grootste en beste openluchtmuseum in Tsjechie en Slowakije. Het bestaat uit houten gebouwen die uit heel Wallachije zijn overgebracht en vervolgens in het stedelijke park op bijgelegen hellingen zijn neergezet. Rožnov pod Radhoštěm is een gebied waar de bewoners nog steeds grote nadruk leggen op de tradities van hun voorouders. Wallachije of Valašsko in het Tsjechisch is een regio in de Beskiden. De Beskiden zijn het westelijke uiteinde van de uitlopers van de Karpaten. De Karpaten lopen door tot in Polen en de Oekraïne. Het grootste deel van de Beskiden is beschermd landschap. De Wallachen waren een half-nomadisch schapen houdend volk die in de 15e eeuw rondtrokken. Niemand weet zeker waar ze vandaan kwamen, Oost-Polen, Slowakije, West-Oekraïne of Roemenië.

Wallachije was ook de naam van een vorstendom aan de Donau dat de voorbode was van Roemenië en zou kunnen dat er een oude connectie was. In de 18e eeuw zijn de Wallachen opgegaan in het Habsburgse rijk en vermengden zich via huwelijken met de Moraviërs en Slowaken. Maar ze hebben het voor elkaar gekregen om iets van hun landelijk leven te behoeden, inclusief het unieke houtsnijwerk waar de Wallachen om bekend staan. De monumenten in het museum zijn verspreid over drie locaties namelijk: Drevene mestecko (Houten stadje), Valasska dedina (Wallachijs dorp) en Mlynska dolina (Molendal). We liepen als eerste in de richting van het Wallachijns dorp.

Onderweg kwamen we langs een soort keuken en we besloten eerst wat te eten want dat hadden we nog niet gedaan. Natuurlijk sprak hier ook niemand Engels maar al snel werd een jong meisje gehaald die een beetje Engels sprak. Zij vertelde dat ze traditionele gerechtjes maken en noemde op wat we konden bestellen. We gaven door wat we graag wilden proberen en 10 minuten later werd het aan onze tafel geserveerd. We hadden een heerlijk handgemaakte en gegrilde schapenkaas (zout met sterke smaak), handgemaakte gekruide en gegrilde worst (klobása), vers gegrild varkensvlees allemaal geserveerd met vers brood (chleba dat zwaar en zuur smaakt) en zuurkool.

Gegrilde schapenkaas.

Met goedgevulde maag liepen we langs de houten herdershuizen. Om de huizen heen lagen velden waarop oorspronkelijke gewassen verbouwd worden. We moesten om 14:00 uur bij de ingang zijn voor de rondleiding in het Molendal. Hier zagen we onder andere een molen, ijzersmederij en houtzagerij. Als laatste brachten we een bezoek aan het houten dorpje met onder andere een postkantoor en de Sint-Annakerk. Er bevindt zich zelfs een kerkhof waarop beroemde mensen liggen begraven die in Wallachije geboren zijn. We kochten bij een kraampje wat drinken, een honinglikeur en perník. Het laatste was een soort koek en het leek op peperkoek en de koeken waren versierd met glazuur. De koek is steviger en de smaak is veel meer uitgesproken dan die van peperkoek. De eigenaar maakte een praatje met ons in het Engels en gaf ons zelfs nog een extra koek gratis mee.

Vriendelijk mensen die Tsjechen. Na ons bezoek liepen we via het park naar het centrum van Rožnov pod Radhoštěm. We haalden wat boodschappen bij de supermarkt en zochten een leuk restaurant om te eten. We kwamen terecht bij een restaurant net buiten het centrum en er was zelfs een kleine speeltuin met zandbak en schommel bij. We bestelden voor ons twee hamburgers, voor mamma kipfilet met krokante Parmezaanse korst en voor pappa bramborák, een aardappelpannenkoek. Na het eten speelden wij nog even in de speeltuin en zo konden pappa en mamma nog even rustig zitten. We liepen terug naar ons huisje en pakten de spullen weer in. Morgen vertrekken we naar buurland Slowakije.

 

 

Centraal Europa: Dag 6; Rožnov pod Radhoštěm

We verlieten de camping nadat we de tent en al het andere hadden ingepakt. We hadden een reisdag voor de boeg. Het eerste stuk ging binnendoor in de richting van České Budějovice en dan zouden we op de snelweg uitkomen. Er werd flink aan de weg gewerkt en we misten het eerste stuk van de snelweg door een verkeerde afslag te nemen. We reden een extra stuk binnendoor maar kwamen uiteindelijk wel op de snelweg terecht. Echt een snelweg was het niet want op veel stukken werd gewerkt en mocht je niet harder rijden dan 80 kilometer per uur. We reden een flink stuk door Tsjechië, of te wel de Tsjechische Republiek. Vroeger behoorde het land tot de zogenaamde Oostbloklanden, een verzamelnaam voor de communistische landen in het oosten van Europa tijdens de Koude Oorlog. Deze landen stonden onder invloed van de voormalige Sovjet Unie. Tsjechië ontstond in 1993 na het uiteenvallen van het land Tsjecho-Slowakije.


Een goede dag om de tent maar eens niet op te zetten.

Tsjechië behoort sinds 2004 tot de Europese Unie. Voor het uiteenvallen van Tsjecho-Slowakije is er een lange periode van communisme geweest. Van alle landen uit het voormalig Oostblok heeft Tsjechië het snelste de koers ingezet richting een stabiele democratische economie, die goed aansluit bij West-Europa. Na wat uren rijden arriveerden we op de plaats van bestemming Rožnov pod Radhoštěm. We reden de eerste camping op die we tegenkwamen. We wilden graag in een keer in een huisje verblijven en niet in de tent. Bij Camping Sport hadden ze huisjes maar eerst moesten we dit duidelijk zien te maken aan de dame van de receptie. Ze sprak alleen Tsjechisch en Pools en we gebruikten handen en voeten en pen en papier om met elkaar te communiceren.

Regen, regen en nog eens regen.

Uiteindelijk kregen we de sleutel van één van de huisjes. We reden er naar toe en parkeerden de auto voor de deur. Het huisje was sterk verouderd maar verder wel schoon. Naast de camping is het gemeente zwembad gelegen en ook de grootste attractie, het openluchtmuseum, ligt op loopafstand. De lucht was ondertussen flink betrokken en niet veel later kwam er een flinke regen- en onweersbui aan. De paden en grasvelden overstroomden door de hoeveelheid water die uit de lucht naar beneden kwam. Mamma had pastasaus opgezet en na ongeveer een uur konden wij aan tafel. Ook wel eens lekker. Na het eten konden we tussen de regenbuien door toch nog even buiten voetballen. In de avond deden we wat spelletjes, lazen een boek en gingen we redelijk op tijd naar bed.

Centraal Europa: Dag 5; Český Krumlov en het boomkroonpad

De morgen begon voor ons rond de klok van 08:00 uur, iets later dan gehoopt. Het allerliefste gingen Ronac en ik zwemmen in het meer maar pappa en mamma hadden andere plannen bedacht. We gingen vandaag naar één van de bekendste stadjes van de Bohemen: Český Krumlov. Binnen 50 minuten reden we er met de auto naar toe. Met borden werden de grote parkeerplaatsen om het centrum heen aangeduid. We vonden een plekje in de buurt van één van de toegangspoorten tot de stad.

Het stadje is gelegen in een lus van de rivier de Moldau. Het kasteel van Český Krumlov torent hoog boven de stad uit en is na de Praagse Burcht het grootste kasteel van Tsjechië. Met de bouw werd begonnen in de 13e eeuw en het werd het onderkomen van de adellijke familie Krumlov. Het grootste deel van de oude stad is gebouwd tussen de 14e en 17e eeuw en er werden vooral gotische, renaissance- en Barokbouwstijlen gebruikt. Tijdens het communistische tijdperk raakte Český Krumlov vervallen. Sinds 1989 zijn veel gebouwen gerestaureerd en om de oude stadskern te beschermen werd deze geplaatst op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Een lekker ontbijtje op een terrasje in Český Krumlov.

 

Werelderfgoed is door mensen gemaakt of in de natuur ontstaan erfgoed dat uniek en onvervangbaar is. Het is van belangrijke waarde voor de hele wereld en het is van belang om dit erfgoed te behouden. We vonden een plekje op een terrasje in één van de gezellige straatjes en bestelden ons een ontbijtje. Ronac nam een stuk taart, voor mamma een panini , een tosti voor pappa en voor mij roerei. Bij mijn ontbijt zat ook een kop koffie. Ik vond het zo lekker dat ik het van pappa en mamma ook op mocht drinken. Hordes toeristen kwamen voorbij maar ondanks dat, behoudt het stadje een unieke uitstraling. Ook de vele souvenirwinkeltjes zijn op een goede manier geïntegreerd in het stadsbeeld. We struinden een dik uur door het stadje en langs de vele souvenirwinkels.

Rond 13:00 uur verlieten we Český Krumlov en gingen we terug naar Lipno nad Vltavou waar we het Stezka korunami stromu (boomkroonpad) wilden bezoeken. We parkeerden de auto en kochten de kaartjes voor de stoeltjeslift naar boven. Het boomkroonpad begint op de 901 meter hoge berg “Kramolín”. Het pad is nog vrij nieuw en staat er sinds 2012. We liepen met de pas door de toegangspoortjes en kwamen op een pad van 2,5 meter breed.

 

Het eerste deel van het boomkroonpad liepen we over een houten loopbrug van 372 meter lang. Deze bracht ons met een aardige stijging (2 – 6 %) tot een hoogte van 24 meter. Onderweg kwamen we borden tegen met informatie over de bomen en dieren die hier voorkomen. Onderweg waren ook verschillende hindernissen aangebracht. Je kunt natuurlijk zelf kiezen of je de hindernis wilt nemen, of liever over het gewone pad wilt lopen.

 

Wij deden het natuurlijk wel want overal zorgen de veiligheidsnetten ervoor dat je nooit echt kunt vallen. Het was toch best spannend om over smalle of wiebelende balken te lopen en andere capriolen uit te halen. Het wandelpad gaat nog 303 meter verder en dan over in de 40 meter hoge toren. Eenmaal boven werden we beloond met een prachtig uitzicht op het Lipnomeer en de Oostenrijkse bergen. Pappa en mamma liepen dezelfde route terug naar beneden. Wij niet, wij namen de spannende 52 meter lange glijbaan naar beneden. Natuurlijk waren wij veel sneller beneden dan pappa en mamma die te voet terug kwamen.

De spannende 52 meter lange glijbaan

Met de stoeltjeslift gingen wij verder naar beneden, terug naar het dorp. Beneden naast de kabelbaan lag een supermarkt en daar haalden we wat boodschappen. In de avond wilden we gaan barbecueën. Er was weinig vlees voor op de barbecue en we konden alleen kiezen uit allerlei soorten worst. Groot, klein, dik, dun, noem het maar op. Je moet wel worst lusten anders heb je een probleem haha.

Ook nog even tijd om te graven en te zwemmen.

Terug op de camping gingen we lekker zwemmen in het meer terwijl pappa en mamma de barbecue voorbereiden. We hadden een heerlijk diner met salade en barbecueworsten. In de avond gingen we ons nog even douchen en we gingen op tijd naar bed. Morgen hebben we een reisdag en rijden we naar het noordoosten van Tsjechië.

Uiteraard weer aan de barbecue.

Centraal Europa: Dag 4; Glasblazen en het Lipnomeer

Na het opstaan en aankleden, begonnen we met het afbreken van de tent. Op zich verliep het allemaal redelijk vlot en konden we rond de klok van 09:30 uur vertrekken. Pappa startte de auto en er kwam een alarmmelding in de display te staan. De melding vertelde ons dat er te weinig remvloeistof was en we naar de garage moeten voor controle. Onze eerste reactie was natuurlijk: “het zal toch niet weer hé?”. We werden direct herinnerd aan onze autopech in Noorwegen ook met deze auto. Bovendien heeft de auto een week voor ons vertrek nog een uitgebreide beurt gehad in de garage en dan verwacht je dit dus niet.

 

Voorzichtig gingen we toch rijden naar het dorp Frauenau, zo’n 10 kilometer verderop. We zouden naar een glasblazerij gaan en daar lag ook een tankstation. Hopelijk zouden we hier ook een garage kunnen vinden. Heel voorzichtig reden we over de bochtige weg, af en toe opgeschrikt door de melding die weer door gaf dat we naar de garage moesten gaan. Bij het tankstation hebben we getankt en aan de medewerkster gevraagd of er een garage in de buurt was. De dame was zo vriendelijk om een lokale garage te bellen en te vragen of wij met onze Ford Focus Wagon bij hem terecht konden. Gelukkig was dit geen probleem en ze gaf ons een beknopte route om hem te vinden. Het bleek niet zo makkelijk te zijn. We vroegen het onderweg opnieuw aan een mevrouw en die gaf ons weer een andere route. We reden terug naar het tankstation en vroegen daar om het adres zodat we met de navigatie er heen konden rijden. Wat bleek? De garage lag in dezelfde straat als de glasblazerij. Uiteindelijk vonden we de garage en eigenaar Helmut stond al op ons te wachten. Hij keek even naar de remschijven en opende de motorkap. Het reservoir voor de remvloeistof bleek inderdaad zo goed als leeg te zijn. Hij vulde hem bij en zei dat het geen kwaad kon om met de auto te rijden. Hij vermoedde dat ze bij het onderhoud te weinig of vergeten zijn om het reservoir bij te vullen. Mocht het zijn dat er een lekkage is, kunnen we als de melding verschijnt gewoon remvloeistof kopen en zelf bijvullen. Gelukkig konden we onze reis dus voortzetten.

We reden van de garage zo de parkeerplaats van De Freiherr von Poschinger Glasmanufaktur (glasfabriek) op. Ieder uur werd er een rondleiding gegeven en we moesten nog 40 minuten wachten. We brachten de tijd door in de showroom waar tevens een kleine zitgelegenheid was waar we iets konden drinken. De glasindustrie in het Beierse Woud heeft een eeuwenoude traditie en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de streek. Over de hele wereld is het Boheems glas bekend. In de omgeving worden de grondstoffen (hout en zand) gevonden voor het vervaardigen van glas en kristal. Glasblazen is een oude eeuwenoude ambacht en het is bijzonder om een glasblazer aan het werk te zien. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar gemaakt worden in een oven. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus!

Glasblazen is echt vakmanschap, heel mooi om te zien.

Onze rondleiding begon om 12:00 uur en we werden rondgeleid door Herbert Kammermeier. De glasfabriek Von Poschinger is een familiebedrijf dat al bestaat sinds 1568. De familie behoort tot één van de oudste families van het Beierse Woud. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Er waren op het moment van bezichtiging drie glasblazers aan het werk. Voor een aantal ontwerpen werken de glasblazers samen omdat het anders te zwaar is. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar worden gemaakt. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus en zelfs wij voelden dat!

Het vloeibaar glas wordt met een pijp uit de pot gehaald. Men noemt dit ook wel “keien”. Door de stalenpijp rustig en regelmatig te draaien en erin te blazen, kun je het voorwerp vormen. Door de lucht in de pijp te blazen zal het object ook langzaam groeien naar de gewenste grootte. De techniek van het glasblazen is vrij moeilijk en je hebt veel geduld en aanleg nodig. De glasblazers maken van alles van glazen, schalen tot vazen. Als het in de juiste vorm is geblazen gaat het naar een speciale koelruimte. Na het afkoelen volgt de “finishing touch” en kan het glas eventueel ook nog beschilderd worden. Aan het einde was de mogelijkheid om zelf een poging te wagen om glas te blazen.

Ik mocht ook een prachtig kunstwerk blazen.

Helaas stond er al een rij wachtenden en duurde het wel een half uur totdat wij aan de beurt waren. Ik mocht als eerste een glasbol blazen en zocht de kleur rood en geel hiervoor uit. Herbert gaf mij aanwijzingen hoe ik het moest doen en ik blies een prachtige bol. De kleur zou je pas zien als de bol is afgekoeld. Keyro mocht zelfs twee keer blazen. De eerste keer blies hij zich een ongeluk zonder dat er een bol ontstond. Herbert verontschuldigde zich en zij dat hij het glas niet warm genoeg had verwarmd waardoor het veel moeilijker is om een bol te blazen. De tweede keer ging het veel beter en blies Keyro ook een mooie bol die later de kleuren geel en groen zou hebben.

Het resultaat, twee prachtige glazen en meteen een mooi souvenir.

We moesten nog een tijdje wachten voordat de bol was afgekoeld en we ze goed ingepakt mee konden nemen. We reden via de weg door het Nationaal Park naar de grens met Tsjechië. In het zuiden van Tsjechië aan de grens met Oostenrijk in het Nationale Park Šumava ligt namelijk onze bestemming, het Lipnomeer. Bij de grensovergang kochten we meteen een vignet voor de snelweg, al hadden we het voorlopig nog niet nodig. Mamma zou veel te gestrest naast pappa zitten als we het niet nu kochten. We vervolgden de weg en kwamen uit in het dorp Lipno nad Vltavou. Het dorp ligt op 776 meter hoogte aan de oever van het Lipnomeer. Het meer is een stuwmeer van ongeveer 40 kilometer lang. Het is een kunstmatig aangelegd door de aanleg van een stuwdam. Een stuwdam en stuwmeer kun je voor verschillende dingen aanleggen, bijvoorbeeld voor het opwekken van elektrische energie of als watervoorraad voor irrigatie of drinkwater. Het Lipnomeer werd aangelegd vanwege de problemen die het stadje Český Krumlov ondervond van overstromingen van de Moldau. In 1951 werd bij het dorpje Lipno nad Vltavou begonnen aan de aanleg van de stuwdam en het meer was gereed in 1960.

Aan het Lipnomeer

Lipno nad Vltavou is een echt toeristendorp en in de omgeving vind je heel veel leuke en diverse activiteiten om te ondernemen. Wij reden naar camping Panorama en hoopten daar een overnachtingsplek te vinden. De camping ligt bij het gelijknamige hotel en direct aan de oevers van het meer. Bij de receptie gingen we vragen voor een plek en er waren gelukkig nog verschillende plaatsen beschikbaar. We konden maar twee nachten blijven want vanaf zondag was er geen plaats beschikbaar. Op het naastgelegen terrein waren wel bouwwerkzaamheden gaande voor de aankomende Olympische Spelen. We hadden geen zin om nog langs andere campings te rijden en besloten om hier een plekje te zoeken.

De camping is gelegen op terrassen en daarmee hebben veel plaatsen toch wat uitzicht tussen de bomen door op het Lipnomeer. We vonden een plekje en ik hielp mee met het opzetten van onze tent. Het was hard werken en ik was flink bezweet. Keyro en ik besloten een duik te nemen in het water van het Lipnomeer. Het was gelukkig warm genoeg hiervoor. Tegen de avond liepen we wat langs de straatjes met veel winkeltjes en restaurants. Ondanks dat Tsjechië deel uitmaakt van de Europese Unie zijn zij nog niet overgestapt naar de Euro. We pinden daarom Tsjechische kronen (Czech Koruna). Iets verderop lag een vakantiepark van Landal en dat hoorde je direct aan de hoeveelheid Nederlands wat we hoorden. Bij het haventje vonden we een leuk restaurant waar we konden eten. Keyro en ik namen beiden pasta, mamma had risotto en pappa nam een vleesschotel.

Grappig kunstwerk aan het Liponomeer.

In het zonnetje genoten we van al het lekkers dat op tafel kwam. Jammer dat er de hele tijd wespen rond circuleerden om van onze zoete drankjes mee te kunnen genieten. Na ons eten renden we over de boulevard en lieten we pappa en mamma even lekker rustig zitten. We kregen een ijsje en speelden nog wat bij een kleurrijk kunstwerk in de vorm van een vis. Terug op de camping gingen wij weer terug naar het meer en daar speelden we tot het donker werd. Door het mooie weer konden we nog lang buiten zitten en speelden we een paar kaartspelletjes met zijn allen onder genot van een (alcoholisch) drankje. Onze Oostenrijkse buren hielden een barbecue en hadden te veel worsten. Ze kwam ons vragen of wij er eentje wilden. Keyro zei “nee” maar ik had daar wel zin in. Mamma zocht de ketchup en zo at ik laat op de avond nog een Tsjechische worst. Al met al een zeer gelaagde dag vandaag.

Centraal Europa: Dag 3; Waldspielgelände

Na flink wat regen en onweer gedurende de nacht, was het in de morgen toch droog. Vanwege de mooie omgeving en rustige camping hadden we besloten om hier een dag langer blijven. We deden het vandaag wel rustig aan. In onze pyjama deden we lekker een spelletje in de tent. We vertrokken rond 10:00 uur en liepen naar Spiegelau en zochten naar bordjes met de route naar het Waldspielgelände.

 

Het Waldspielgelände is een natuurbelevenisbos. Je kunt er op spelende wijs de natuur ontdekken. Er zijn speeltoestellen en een speciaal ontdekpad waar we van alles te weten kwamen over de natuur in het Bohemer Woud. Eerst brachten we tijd door bij wat speeltoestellen en daarna volgden we enthousiast het pad vol belevenissen. We kwamen veel te weten over allerlei zaken in het bos.

Tussendoor begon het even te regenen maar echt nat werden we niet omdat we in het bos liepen. Na het spelen liepen we Spiegelau in om ergens iets te gaan eten maar de paar restaurants die er waren, bleken dicht te zijn. We kochten een broodje en wachten op de bus die we gratis in konden met de gratis ontvangen toeristenkaart.

We bleken we de toeristische route te rijden en waren 15 tot 20 minuten onderweg voordat we in Klingenbrunn konden uitstappen. Met de auto is het nog geen 5 minuten rijden, schat ik. In Klingenbrunn was wel een café/restaurant geopend. Helaas konden we hier alleen maar iets drinken omdat er om 17:00 uur een begrafenis zou zijn in de plaatselijke kerk. Op het terras dronken we een drankje en deden we een wedstrijdje gekke bekken trekken, hihi.

Onze late lunch werd uiteindelijk een vroeg diner bij het restaurant op de camping. De overheerlijke schnitzel werd door ons allemaal volledig verorberd. Ronac maakte nog contact met een jongetje van zo’n acht maanden oud. Het ventje vond het helemaal leuk om naar ons te lachen en te proberen om ons na te doen. In de avond regende het weer en las ik mijn boek. Tussen de buien door werden de meeste spullen ingepakt zodat we morgen verder kunnen reizen naar Tsjechië. De laatste dingen en de tent kunnen we pas morgenochtend inpakken. Hopen dat het dan droog is want dan gaat het een stuk gemakkelijker.