Seget Vranjica

De dag begin zoals normaal rond de klok van 8:00 uur. Niets uitslapen of in bed blijven liggen. We speelden een speeltje op de tablet terwijl pappa en mamma brood voor het ontbijt gingen halen. Ze namen een lokaal gerecht mee namelijk: burek. Het gerecht is hier naar toegekomen tijdens het Ottomaanse rijk. In veel voormalige Joegoslavische landen (Servië en Bosnië) wordt het gerecht nog gemaakt en gegeten. In de jaren 60 werd het door Albanese en Bosnische bakkers geïntroduceerd in Kroatië en Slovenië. Burek is een deeggerecht, soms wordt het ook gemaakt met blader- of filodeeg en het kan gevuld worden met kaas, gehakt of groenten (spinazie). Na het ontbijt begonnen we met het opblazen van onze boot.

We hielden een relax dagje aan het strand. Het lag al vrij vroeg vol op het kleine strandje en we zochten naar een plekje om onze handdoek neer te leggen. We gingen met de boot het water op, gingen snorkelen en volleybalden in het water. Af en toe maakten Keyro en ik ruzie dus konden we niet samen varen of volleyballen en was pappa iedere keer degene die met één van ons iets moest doen.

Gelukkig waren er ook rustige momenten en konden pappa en mamma ook samen even rusten en hun e-book lezen. Tussendoor gingen we af en toe wat drinken in ons appartement en liepen daarna weer terug naar het strand. Aan het einde van de middag gingen pappa en Keyro een wandelingetje maken door Seget Vranjica en naar de andere kant van het dorp.

Ze zagen meerdere kleine baaien met rotstranden, oude olijfboomgaarden en wijngaarden. Mamma en ik bleven lekker op het strand en zwommen en volleybalden lekker in het water. Vanaf een uur of vijf begon het minder druk te worden op het strand en gingen veel toeristen terug naar hun accommodaties. Pappa en Keyro kwamen ook weer terug.

We bleven tot het donker begon te worden in het water. ’s Avonds gingen we uiteten bij een van de restaurantjes langs de baai. We vonden een plaatsje bij restaurant Samac. Op de menukaart stond een gevarieerde keuze met vlees- en visgerechten.

Pappa en mamma gingen beiden voor de inktvis, de ene voor gegrilde kalamari en de andere voor de gefrituurde variant. Keyro nam kipschnitzel omdat van de Wienerschnitzel er nog maar eentje te bestellen was en ik deze graag wilde. We speelden wat potjes kaart tot het eten werd geserveerd. Ik at niet veel want ik was zo ontzettend moe van de hele dag zwemmen en bezig zijn. Gelukkig hielpen pappa en Keyro mij een beetje en werd het meeste toch opgegeten. Half slapend lag ik bij mamma op schoot te wachten tot we terug gingen naar ons appartement. Daar viel ik direct in slaap.

Nationaal Park Kornati

We werden vanochtend al vroeg verwacht bij de kade in het centrum voor onze boottocht naar het Kornati Nationaal park. De wekker ging om 7:00 uur en we moesten er uiterlijk om 8:30 uur zijn. Ik was niet vooruit te branden en hield iedereen daarmee op. We kwamen uiteindelijk rond 8:15 uur aan bij de boot en deze zat al aardig vol. We betaalden voor de trip en zochten naar een plaatsje aan boord van het schip “Arbiana”.

Op het bovendek en langs de reling zat alles al vol. We vonden een paar plekjes aan een tafel waar al een paar mensen zaten. Eerst werden er nog op twee andere plekken passagiers opgehaald voordat we op weg gingen naar het Nationaal park. Het zou ongeveer 3 tot 3 ½ uur varen zijn tot onze bestemming. De tijd kwamen we door met spelletjes kaarten en Sudoku.

Ik had met Keyro steeds ruzie en dat maakte het er niet gezelliger op. Vreselijk zo’n puberende broer. We kregen een broodje met ham of kaas als ontbijt. Tussendoor konden we water en een soort van waterige sinaasappelsap pakken. Al snel kwamen we in de wateren van het nationaal park Kornati (Nationaal park Kornaten).

Het park bestaat voor het grootste gedeelte uit onbewoonde eilanden (Kornaten) voor de kust van Dalmatië ten zuiden van Zadar. De archipel (eilandgroep) die binnen het park vallen bestaat uit 89 eilanden. De eilanden zijn dus onbewoond, ze bestaan uit rotsen en kalksteen en  zijn niet of nauwelijks begroeid.

Rond 11:15 uur begon het personeel met het serveren van de lunch maar wij kregen als een van de laatsten. Een beetje vervelend want de vis was ondertussen koud en we naderden onze bestemming voor de middag. Het was chaotisch en haasten.

De vis viel bij mij wel in de smaak maar voor de rest viel het allemaal wat tegen. Veel van de restjes werden gevoerd aan de groep kokmeeuwen die de boot volgden. We meerden aan bij het eiland Dugi Otok wat behoort tot het Telašćica Natuurpark. Het is een 10 kilometer lange baai die tot 1988 deel uit maakte van het nationaal park Kornati. Het is één van de mooiste baaien van de Adriatische kust.

Het was vrij druk en we verlieten de boot en volgden de mensenmassa het eiland op. Na 5 minuten lopen kwamen we bij het zoutwater meer Mir waar veel mensen hun handdoeken neerlegden om te gaan relaxen. Wij wilden dit niet en volgden het wandelpad van 2.2 kilometer rondom het meer. Het was heel erg mooi.

Overal zagen we pijnbomen, olijfbomen en vijgenbomen. Toen we wat verder van het strandje af waren, hoorden we geen geroezemoes meer van de vele mensen maar het getsjirp van de krekels. Ongelofelijk wat een verschil het maakt als je bij de mensenmassa vandaan bent. We kwamen aan de andere kant van het meer uit bij een steile klif met uitzicht op de open zee. Er stonden veel opgestapelde steentjes en het uitzicht was prachtig.

We besloten om een duik te nemen in het Mir lake. We waren vooraf gewaarschuwd dat het water heel erg zout zou zijn. Het meer is door ondergrondse kanalen verbonden met de zee. De concentratie zout is echter hoger dan de zee door verdamping die plaats vind. De temperatuur van het water kan enorm verschillen en daarom is er maar weinig leven mogelijk in het meer.

Er zijn een paar uitzonderingen zoals plankton, algen, schelpdieren, slakken zeebaars en mul (vissoort). Na even het water in geweest te zijn, maakten we ons klaar om terug te lopen. We zochten een plekje in de baai waar de boot lag aangemeerd en gingen daar nog een tijdje snorkelen. De boot vertrok om 14:30 uur terug naar Zadar.

We waren nu op tijd aan boord en zochten een andere plaatsje dan op de heenweg. Blijkbaar werd ons dat niet in dank afgenomen door de mensen die op de heenreis op deze plek zaten. De blikken zeiden genoeg maar ze zeiden er niets van. Mensen zijn wat dat betreft echt kuddedieren en volgen een zelfde patroon. Wij lekker niet. Na een uurtje begonnen we allemaal wat te doezelen en hadden we geen tijd om ruzie te maken. Ik lag aan de ene kant tegen mamma en Keyro aan de andere kant, arme mamma.

We kwamen exact volgens schema aan in de haven van Zadar. Het was 18:00 uur en we liepen nog even het centrum in voor een paar foto’s te maken. Het weer was een stuk beter dan gisteren. We waren rond 20:00 uur terug in het appartement. Pappa maakte een heerlijke tikka masala met rijst klaar en we genoten ervan.

Eigenlijk wilden we terug gaan naar het centrum om nog twee kunstwerken te bezoeken: de Zonnegroet (glazen tegels die oplichten op basis van zonne-energie) en het zee-orgel (gepeeld door de golven van het water). Echter hadden we alle vier geen puf meer om weer naar het centrum heen en terug te lopen.

 

We bleven in het appartement en smikkelden als toetje van de geitenkaasjes met honing. Achteraf hadden we hier best nog een dag langer door kunnen brengen maar we hadden onze volgende accommodatie al geboekt dus dat ging niet meer. ’s Avonds lagen we weer laat in bed maar we hoeven morgen niet vroeg op dus dat is fijn.

Nationaal Park Plitvicemeren

Onze wake-up call was rond de klok van 6:00 uur. Wassen, aankleden en met de auto op weg naar de entree van het bekende Nacionalnj park Plitvička Jezera. Het was maar 6 kilometer rijden naar ingang 1, de meest noordelijke ingang. We parkeerden de auto en zagen, dat het ondanks dat het park net open was, al erg druk was.

We stonden een kwartiertje in de rij voor de tickets en toen konden we het park betreden. In 1979 werd het nationale park op de werelderfgoedlijst beschermde natuurgebieden van UNESCO gezet en het trekt in het hoogseizoen dagelijks duizenden bezoekers. Het totale oppervlakte van het park is maar liefst 266 vierkante kilometer. Het park is verdeeld in de bovenmeren (Gornja) en de benedenmeren (Donja).

In totaal zijn er in het park zestien meren die variëren in grootte en zijn er meer dan negentig watervallen te vinden. We begonnen aan de kant waar de meeste hoge watervallen van het park zich bevinden. We volgden een steil pad met haarspeldbochten naar beneden totdat we op het niveau kwamen van de meren. We hielden beneden in eerste instantie rechts aan om zo dichterbij de waterval te kunnen komen.

We liepen over een vlonder pad en stonden ineens bij de Veliki Slap (grote waterval). Het is de grootste waterval van het park en het water valt van 78 meter naar beneden in de rivier de Korana. We liepen het stukje vlonderpad terug en vervolgden route C door het park. De wandeling was zo’n 8 kilometer en zou 4 tot 6 uur duren volgens de bordjes. Gewone wandelpaden wisselden af met houten vlonderpaden.

Het ene moment liepen we door het bos en het andere moment langs of over een meer. Door afzetting gedurende duizenden jaren van het stromende water van de rivier de Korana zijn in dit gebied dammen ontstaan. De dammen hebben weer gezorgd dat er meren, watervallen en grotten zijn gevormd. Het park is echt adembenemend mooi. Naar mate de zon steeds meer door kwam, werden de meren steeds feller turquoise van kleur.

De kleurtinten kunnen veranderen door regen, zon en de hoeveelheid mineralen en organismen in het water. Het water is kraakhelder en je kon de hele onderwaterwereld aanschouwen vanaf de waterkant. Vissen zwommen in scholen voorbij, af en toe zagen we een kikker of een soort van kreeft. We namen de boot van P3 (pier 3) over het Kozjak meer naar P2 (pier 2), het gebied van de bovenmeren.

De meren in dit gebied waren kleiner en minder diep en de watervallen waren ook kleiner maar wel talrijker. Er was meer bos en alles was dichter begroeid. Blijkbaar wonen er in dit bos ook herten, wilde zwijnen, dassen, lynxen, beren en wolven. Tegen 11:00 uur waren we bij het eindpunt van de wandeling. We namen even een korte pauze om te bepalen wat we verder zouden gaan doen.

Het was aanzienlijk drukker aan het worden in het park en het was goed dat we zo vroeg waren begonnen met onze wandeling. We besloten om een andere route te volgen om nog wat meer van het park te zien. Sommige stukken waren hetzelfde als die van route C maar dat maakte ons niet uit. We kwamen in de file op de paden doordat die te smal waren om de enorme mensenmassa aan te kunnen.

We twijfelden of we nog de juiste route volgden maar konden nergens anders heen dus bleven we maar hopen dat we goed liepen. We moesten uiteindelijk een uur wachten op een vlonderpad dat uiteindelijk uitkwam bij de pier voor de bootjes.

Iedereen stond in de rij bij P2 (pier 2) om per boot naar de beneden meren te gaan maar wij moesten de andere boot naar P1 (pier 1) hebben. Uiteindelijk konden we het laatste stukje rij afsnijden door van het vlonderpad af te stappen en langs de wachtrij te lopen.

Niet heel erg netjes maar het scheelde ons zeker een half uur voor niets in de rij staan. Voor de boot die wij nodig hadden, stond geen wachtrij en we konden direct aan boord.

Vanaf P1 was het nog maar een klein stuk lopen naar het beginpunt van het treintje dat naar ingang 1 van het park reed. Het eindpunt was niet direct bij de ingang maar iets daarvoor. We moesten nog een stukje lopen. Een straf was het echter niet want we hadden van bovenaf een prachtig uitzicht over de verschillende meren en volle vlonderpaden.

We brachten nog een kort bezoekje aan een grot waar we geen hand voor ogen zagen. Fijn dat we tegenwoordig bijna allemaal een mobiele telefoon bij ons hebben met zaklamp-functie zodat we toch nog iets konden zien. Vanaf de grot waren we zo bij de parkeerplaats en met de auto ook zo weer bij de camping. ’s Avonds aten we bij de frituur van de camping een hamburgermenu.

Voor mij is het tot nu toe de vakantie van de hamburgers want die eet ik toch wel heel erg graag. Na het eten werd op het veldje voor onze tent nog lekker wat gevoetbald en gevolleybald. Morgen gaan we weer verder. Het plan was om naar Bosnië te gaan maar dat hebben pappa en mamma weer abrupt veranderd gezien de weersvoorspellingen die gedaan zijn. We gaan verder met onze reis door Kroatië en gaan de kust van Dalmatië afzakken.

Senj

Poeh, poeh de dag begon weer vroeg. We zweetten rond 8:00 uur al de tent uit. Het zou een hele warme dag worden, zo’n 35 graden en dat was te merken. Na het ontbijt vertrokken wij met de auto in de richting van Senj. Senj is de grootste stad op de weg tussen Rijeka en Zadar. Het heeft een geschiedenis die meer dan 3000 jaar terug in de tijd gaat. We zetten onze auto net buiten de stad op een parking en liepen als eerste naar het fort. Fort Nehaj is een middeleeuwse Uskokkenvesting uit de 16e eeuw. Het is gelegen aan de voet van het Velebitgebergte op een strategisch punt aan de kust van de Adriatische zee.

De stad werd al in 52 v. Chr. gesticht door de Romeinen. In 1154 werd Senj pas belangrijker doordat de bisschop zich er vestigde. In 1537 kwam er een grote stroom vluchtelingen uit Servië en Bosnië, zij waren op de vlucht voor de Turken. Senj behoorde in die periode tot het Habsburgse rijk en hadden een Hongaarse koning. De koning maakte Senj een belangrijke vesting zodat ze konden voorkomen dat de Turken de Adriatische zee zouden bereiken. De vluchtelingen noemden zich Uskokken (ontsnapten) en vanwege het feit dat ze aan de gruweldaden van de Turken waren ontkomen, hadden ze zich volgens het stadsbestuur genoeg bewezen.

Ze werden opgenomen en zouden kunnen helpen bij de verdediging van de stad. De Uskokken gingen de stad echter overheersen en beperkten zich niet alleen tot het aanvallen van de Turken. Vanuit Senj maakten ze de kust onveilig en werden Venetiaanse schepen veroverd. Venetië protesteerde maar kon weinig doen tegen het gevaar. Ze sloten een verbond met de Turken om de Uskokken een lesje te leren. Echter lukte dit plan niet en werden de Uskokken niet verslagen. Venetië vroeg Oostenrijk om hulp maar die konden ook niets. Het leidde tot een oorlog tussen de twee landen en eindigde in 1617  toen de Uskokken werden verbannen.

In het slot is nu een museum waar we informatie kregen over de Uskokken van Senj. De daden van de Uskokken inspireerden veel Kroatische schrijvers tot het vastleggen van de geschiedenis.

De vierkante burcht heeft vijf torens en 11 kanonopeningen.Voor de burcht zagen we nog een aantal kanonnen staan. Er waaide een fris windje die de bewoners ook wel bura (bora) noemen. Het is een koude noordoostenwind die ontstaat doordat de koude lucht van de Balkanvlakte over de Vratnikpas valt en vrij spel heeft om via het Senjskadal de stad te bereiken.

 

Na ons bezoek aan het museum en de burcht liepen we door het park naar het centrum van Senj. Op een gezellig pleintje aten we een ijscoupe bij één van de terrassen. We slenterden wat door het centrum en kochten bij een souvenir winkeltje een “squizzy”, een soort stressballetje met een heerlijk luchtje eraan. We kwamen langs de jachthaven en liepen door naar het naastgelegen openbaar strand van de stad.

Voordat we een duik namen in de zee, sprongen we nog vijf minuten op een trampoline. Even uitleven en goed zweten om ons daarna lekker af te kunnen spoelen in de zee. Pappa en mamma zaten met een halve liter Radler lekker op het terras. Een paar uurtjes later liepen we terug naar het centrum en hadden we bij een sfeervol restaurant met straatterras een verlate lunch.

Pappa en mamma hadden een tweepersoons vleesschotel, Keyro een pizza en ik een calzone (opgerolde pizza). We liepen terug langs de kust naar de auto. De camping was maar een paar kilometer rijden en we waren zo weer terug. Meteen de zwembroeken weer aangedaan en lekker met de roeiboot het water weer op.

’s Avonds keken we buiten aan de kampeertafel bij het licht van een lantaarn nog naar een filmpje. Toen de muggen weer in grote getallen aan te vallen alsof we zoete broodjes waren, gingen we de tent in en keken we daar verder.

Camping Ujča

De dag begon voor ons rond 7:45 uur. Pappa en mamma liepen naar de pekarna (bakker) aan het einde van de straat voor vers brood. We hadden ons ontbijt en maakten ons klaar voor vertrek. We moesten nog even wachten op de gastvrouw Soncia. Ze had mijn onder  gespuugde kleding,  deken en meneer Beer gewassen en moest dit nog even ophalen. Haar moeder liet ons ondertussen bramen en kruisbessen proeven in de tuin.

We vertrokken rond de klok van 9:30 uur in de richting van de hoofdstad Ljubljana. Het eerste stuk reed goed door maar op de ringweg rondom de hoofdstad liep het verkeer vast. Het eerste stuk een vertraging van 10 minuten en daarna eentje van 20 minuten. Er was enorm veel vakantieverkeer op de weg.

Bij het dorp Prestranek stopten we even om te tanken en mij wat frisse lucht te geven. Ik was opnieuw misselijk door de wagenziekte. We reden over een provinciale weg naar de grens met Kroatië. De temperatuur liep ondertussen aardig op en al snel ging het over de dertig graden heen. Bij de grensovergang stond een aardige rij maar het duurde minder lang dan we dachten.

Na de grenscontrole kwamen we meteen op een tolweg. Gelukkig kon je hier gewoon met euro’s betalen want we waren nog niet in bezit van de Kroatische kuna. In Kroatië zijn alle autosnelwegen tolwegen.  De toltarieven zijn aardig aan de prijs en de meeste inwoners van Kroatië maken minder gebruikt van de snelweg en rijden binnendoor. Hierdoor reed het verkeer op de snelweg wel een stuk beter door.

Onze plannen waren gewijzigd vanwege de slechte weersvoorspelling bij de Plitvice meren en we reden nu naar de kust. Bij de plaats Rijeka was het opnieuw erg druk en belandden we in langzaam rijdend verkeer. We volgden nu niet meer de snelweg maar de provinciale kustweg. De vergezichten over de kust waren prachtig.

We kwamen door allerlei leuke kleine dorpjes met strandjes, campings en hotels. We hadden op internet een leuke kleine camping net buiten Senj gezien. Bij de camping kon niet gereserveerd worden dus het was een beetje op goed geluk dat we er naar toe reden.

We kwamen langs allerlei andere campings die we hadden gezien en camping Ujča bleek het verst gelegen te zijn. Bij aankomst op de camping bleek dat er nog 3 plaatsen beschikbaar waren. Net op tijd daar dus. We namen een kampeerplek met een beetje schaduw van een boom. De temperatuur was 34 graden dus een natuurlijke parasol is geen overbodige luxe.

De auto kon op deze camping niet naast de tent staan dus we moesten alleen het hoognodige uitladen en de auto op de parking bij de ingang zetten. Alleen al van het uitladen kregen wij het bloedheet. Pappa en mamma begonnen met het opzetten van de tent en al snel droop het zweet van hun gezichten af. De haringen kregen ze bijna niet in de grond en toen de hamer ook nog afbrak waren ze helemaal aan het balen.

Ze vonden wat andere alternatieven om de tent toch te verankeren en toen konden we naar het strand. De camping ligt aan een kiezelstrand in een beschutte baai. Het gebied behoort tot het Natuurpark Velebit. Het is geen grote camping maar beschikt wel over een café en snackbar. Ook is er een duikschool voor beginners. Veel mensen van buitenaf komen dus om hier te duiken.

We hadden het luchtbed opgeblazen en gingen lekker in de zon genieten van het koele zeewater. In de avond reden we naar de stad Senj waar we eerst wat inkopen deden bij de plaatselijk Konzum supermarkt. Daarna parkeerden we de auto op een betaalde parking omdat er verder nergens een plekje te vinden was. We liepen via de haven het stadje in.

Keyro en ik hadden mega honger en we gingen bij een van de eerste restaurantjes zitten. Er werd een visschotel voor twee personen en één vleesschotel besteld. Terwijl wij aan het wachten waren op het eten, kwam er een heilige processie langs. Het eten smaakte goed en de hoeveelheid was ruim voldoende. De rekening van 800 kuna viel hoger uit dan we verwacht hadden. De volgende keer toch maar naar de prijs vragen van de dagschotel. Kroatië blijkt de afgelopen jaren flink duurder geworden te zijn en dat merk je overal. In het donker reed mamma terug naar de camping. We gingen meteen de tent in om te slapen.

Apartma Kobal in Bléd

De wekker ging midden in de nacht (3:10 uur). We bleven nog even 10 minuten liggen en stonden daarna op. Mamma hielp ons terwijl pappa de laatste spullen in de auto zette. We zitten echt flink volgepakt. Gelukkig hadden we nog dak dragers voor de nieuwe auto kunnen huren zodat we de dakkoffer konden bevestigen. Zo konden we de kampeerspullen toch meenemen.

We vertrokken om 4:25 uur richting de Kennedybrug omdat nu net dit weekend de Noorderbrug afgesloten bleek te zijn. De eerste drie uur leggen we ongeveer 420 kilometer en dan stoppen we voor een plaspauze en chauffeur wissel. Mamma stapt achter het stuur en komt direct in de file te staan. Gestaag rijdt het door maar echt opschieten doen we niet meer.

Als we weer rijden moeten we al snel weer stoppen omdat ik in de auto had overgegeven. Alles moest schoongemaakt worden en ook mijn kleren moest ik  uit doen. Eén geluk dat ik alleen wat had gedronken en nog niets had gegeten. We kunnen aardig doorrijden tussen Augsburg en München maar daarna beginnen de files opnieuw. Bij Rosenheim stond de hele snelweg vast en na de grensovergang met Oostenrijk bleef het ook nog file. We reden door de Karawankentunnel bij Villach naar Slovenië.

De tunnel ligt op de grens van Oostenrijk en Slovenië en gaat dwars door het Karawankengebergte heen. Na 8 kilometer kwamen we de tunnelbuis weer uit op Sloveens grondgebied. Hiervandaan was het nog ongeveer 17 kilometer tot het dorp Bled waar we onze overnachting hadden geboekt. Slovenië is een klein landje, één van de kleinste van Europa en qua oppervlakte ongeveer de helft van Nederland. Het grenst aan heel wat landen, Oostenrijk dus, Italië Hongarije en Kroatië. In het noordwesten vind je bergen en naar het oosten toe wordt het steeds vlakker. In de hoofdstad Ljubljana woont meer dan 10 % van de bevolking en men noemt het nog steeds geen grote stad.

Bij het verlaten van de snelweg zagen we al snel hoe mooi het was. We vonden Apartma Kobal in één keer en waren blij dat we gearriveerd waren. Het was ondertussen al 19:00 uur en we begonnen honger te krijgen. Mamma had eergisteren pastasaus gemaakt en die werd snel opgewarmd en de pasta en broccoli gekookt.

Al snel konden we aan tafel. We besloten aan de picknicktafel in de prachtige tuin te eten. Om het huis groeiden veel bloemen en planten. Er stonden fruitbomen, bramenstruiken en er werden verschillende groenten verbouwd. Na het eten bleek iedereen moe te zijn en om 21:00 uur gingen onze kaarsjes langzaam uit. Snel naar bed om wat uurtjes bij te slapen.

Clubkampioenschap

Het was vandaag weer tijd voor mijn judo examen en het jaarlijkse clubkampioenschap. Er werd begonnen met de examens. Eerst kregen we een demonstratie van twee jonge wedstrijdjudoka’s en daarna waren wij zelf aan de beurt. Per lesgroep werden we de mat opgeroepen om bepaalde worpen uit te voeren. Nadat alle groepen geweest waren, was de uitreiking van de banden en slippen. Een voor een werden we door meester Erik opgeroepen.

Voor iedereen had hij een persoonlijke motivatie. Tegen mij zei hij: Ronac, jij hebt een talent, ga zo door! Ik kreeg de oranje slip voor aan mijn gele band. Na de lunchpauze werden we naar gewicht ingedeeld en kwam ik tegen 2 jongens van een groep hoger en eentje uit mijn eigen groep. Mijn eerste wedstrijd ging best goed. Ik kwam met een wasari voor te staan maar in de laatste 20 seconden wist mijn tegenstander mij op de grond te werken in een ippon. Ik verloor hierdoor direct de wedstrijd.

Mijn tweede wedstrijd werd een gelijkspel en we moesten nog een paar  minuten langer doorgaan zodat de scheidsrechter kon bepalen wie het meest aanvallend was. De overwinning ging naar mijn tegenstander maar ik was het hier niet geheel mee eens. De laatste wedstrijd was tegen Milan, een jongetje uit mijn groep en hij was erg wild. Ik was onder de indruk en verloor van hem. Voor mijn gevoel had er meer ingezeten dan de vierde plek. Bij de prijsuitreiking was er ook nog een prijs voor de mooiste stijl en veelbelovende judoka. Ik werd door meester Erik en de jury genoemd om mijn mooie stijl en soepele bewegingen. Helaas won ik de prijs niet maar vond ik het wel knap dat ik toch iets heb kunnen laten zien.

De Lion King

Oma Evelien en Edie hadden een familiedagje gepland. We verzamelden in Geleen waar nog even koffie werd gedronken. Keyro ging bij Ton en Lucia in de auto en oma Evelien en Edie kwamen bij ons in de auto. Halverwege maakten we een stop om even iets te drinken. We kwamen er ook achter dat Ton en Lucia een andere weg hadden genomen. Uiteindelijk waren zij iets eerder in Scheveningen. Scheveningen is een stadsdeel van Den Haag en bekend als badplaats.

We parkeerden in een van de parkeergarages en liepen te voet richting de boulevard. We kwamen langs het Kurhaus, een groot hotel aan de boulevard langs het strand. In 1818 werd hier een houten paviljoen met een badhuis gesticht. Het werd zeer succesvol en in 1856 werd het badhuis uitgebreid. Jaren later werd op dezelfde plek het Kurhaus gebouwd.

In de jaren 70 raakte het gebouw in verval. Uiteindelijk volgde een restauratie en verbouwing. Nu heeft het Kurhaus de monumentenstatus en sinds 2014 behoort het tot de Amrâth Hotel Group. Aan de kilometers lange boulevard van Scheveningen zitten veel leuke strandtenten met uitzicht op zee en de Pier. Het was mooi weer en we konden lekker lunchen bij één van de vele strandtenten.

De boulevard werd in 2013 vernieuwd. De insteek was om een wandelpromenade te maken tussen de badplaats en de haven. Echter moest er ook rekening gehouden worden met het beschermen van Nederland tegen het water van de zee. Onder de boulevard bevindt zich een lange dijk en bij zware storm geeft dit bescherming.

Na de lunch liepen we nog even over de Scheveningse Pier. De pier werd in 2015 verbouwd om weer aan hedendaagse eisen te kunnen voldoen. Ondanks dat het allemaal recent verbouwd is, vond ik het een beetje armoedig aandoen. “Vergane glorie” verwoordt het misschien nog het beste. Ons werkelijk bezoek aan Scheveningen was voor het AFAS Circustheater.

We gingen naar de musical de “The Lion King”. De musical is gebaseerd op de Disney film “De Leeuwenkoning”. De musical ging voor het eerst in 1997 in New York (Broadway) in première. In 2004 kwam de musical voor het eerst naar Nederland en speelde in totaal zo’n twee en een half jaar. Eind 2016 keerde de musical terug naar het Nederlandse theater.

We hadden perfecte plekken recht voor het podium, beter kon bijna niet. Iets later dan de aanvang begon het spektakel. Ik kwam meteen ogen en oren te kort. De musical speelde zich niet alleen af op het podium maar ook in de zaal en in de lucht. Acteurs gehuld in dierenkostuums en grote marionettenpoppen kwamen in optocht door de gangpaden het theater binnen. Olifanten met wapperende oren, zebra’s, hyena’s, antilopen, prachtig!

Het verhaal gaat over leeuwenwelp Simba. Hij is de troonopvolger van Koning Mufasa in het Afrikaanse dierenrijk. Aan de jeugd van Simba komt wreed een einde als zijn gemene oom Scar door verraad de macht grijpt. Simba wordt voor dood achtergelaten. Hij vlucht de jungle in en ontmoet hier zijn nieuwe vrienden Timon en Pumba. Simba groeit op en wordt volwassen. Hij komt hij zijn jeugdvriendin Nala tegen en wordt verliefd op haar. Uiteindelijk besluit Simba het recht op de troon op te eisen.

Wat een fantastische musical. We hebben allemaal genoten! Na de voorstelling zijn we aan de boulevard nog een hapje gaan eten. Pas laat begonnen we aan de terugreis. We zetten oma Evelien en Edie thuis af in Geleen en waren zelf om 23:10 uur thuis. Snel naar bed want we moeten morgen gewoon naar school.

Belgisch voetbaltoernooi

Afgelopen weken heb ik goed getraind met voetballen. Zelfs na mijn judoles op donderdag ging ik nog door naar de voetbaltraining. Ik vind het echt super leuk en voel me al helemaal thuis in het team. Vandaag deden wij mee aan een toernooi in België. Het was wel erg vroeg verzamelen (8:30 uur) en best frisjes. Gelukkig kwam al snel het zonnetje door. We speelden 5 tegen 5 . Gelukkig was niet iedereen uit ons team erbij zodat we maar drie wissels hadden.

De eerste wedstrijd werd in de laatste halve minuut verloren. Onze tweede wedstrijd liep goed en deze wisten we te winnen. Het was een hele rare gewaarwording dat de trainers uit België in het veld staan om hun spelers van adviezen te voorzien. Het leek meer op een extra speler en ik vond het soms zelfs een beetje hinderlijk. Onze laatste twee wedstrijden verloren we nipt. Ondanks dat hadden we een leuke ochtend en kregen we toch een medaille voor het behalen van de derde plaats.