Dag 19; Zagoria regio

In tegenstelling tot de plannen, stonden we later op dan gepland. We wijzigden de plannen omdat de mamma last had van een dikke, pijnlijke knie . We zaten om 9:30 uur op het terras voor het ontbijt. Het uitzicht was schitterend. Er vlogen zwaluwen af en aan naar het nest onder het dak, een leuk gezicht. Het ontbijt was uitgebreid en ik juichte toen ik zag dat er tosti’s geserveerd werden. Er waren nog gekookte eitjes, brood met jam, cake, melk, thee en koffie. De jam trok wespen aan en dat was iets minder prettig. Na het eten vertrokken we op verkenning in de regio. In de Zagoria regio liggen veel groene vlaktes waar wijnranken groeien en er wordt graan en tabak verbouwd. Uit de marmergroeven komt marmer van grote kwaliteit en in de fabriek van Zagori worden dagelijks duizenden flessen mineraalwater gebotteld. Een vruchtbare regio dus! In het gebied van het Pindosgebergte bevinden zich 45 kenmerkende dorpen die bekendstaan onder de naam Zagoria. De regio is altijd al gekenmerkt door haar zeer moeizame toegankelijkheid vanwege het bergachtige terrein. Ten tijde van het Byzantijnse Rijk zorgde de relatieve veiligheid van Zagoria ervoor dat groepen soldaten er zo nu en dan dorpjes bouwden en zich er vestigden. In de 14de eeuw werd Zagoria beschermd tegen aanvallen vanuit Albanië dankzij de ligging vlakbij Ioáninna. Toen Epirus in 1430 in Turkse handen viel, werden er wederzijdse afspraken met de bezetters gemaakt die leidden tot het verdrag van onafhankelijkheid en een verbod voor de Ottomanen om het gebied te betreden en zich met de regio te bemoeien. Er kwamen veel kooplui te wonen die banden hadden met Roemenië, Rusland en Constantinopel. Zij werden de machtigste klasse in het gebied en droegen bij aan de relatieve rijkdom van Zagoria. In 1820 arriveerde een leger van 1.500 man in Zagori onder leiding van Ismael Pasha. Zij waren een onderdeel van de 20.000 soldaten die achter Ali Pasha aan werden gestuurd. Ismael Pasha trok de meeste privileges in. De Zagoria werd bevrijd in 1913 tijdens de Balkanoorlogen. Wij reden als eerste naar het Oxya uitzichtpunt waar je praktisch helemaal met de auto kunt komen. Met de drukte viel het mee en we moesten vanaf de parking ongeveer 100 meter lopen. Het was een aangelegd keien pad dat eindigde bij het uitzicht over de Vikos kloof. De kloof is gelegen in het midden van het Nationaal Park Noord-Pindos en het uitzicht was geweldig mooi. We konden nog een stukje door lopen over een smal pas langs de bergwand. We werden door middel van bordjes gewaarschuwd dat dorlopen geheel op eigen risico is. Mamma en Keyro bleven bij het uitzichtpunt maar pappa en ik liepen door, stoer als we zijn. Het pad liep dood en we keerden terug met z’n allen naar de auto. Op de terugweg passeerden we het “Stone forest”. We parkeren de auto langs de kant om een korte wandeling te maken tussen de merkwaardig gelaagde rotsen. Het stenen woud bestaat uit miljoenen jaren oude kalksteenformaties. De stenen zijn opgestapeld en door weer, wind en tijd gevormd tot torentjes van plakjes steen. Bijzonder om hier tussendoor te lopen. We rijden verder en maken een stop in het dorpje Monodendri. De naam van het dorp, Monodendri, betekent ‘1 boom’. Tot 1753 was het dorp samen met Vitsa één groot dorp waartussen een grote spar stond. Monodendri won de strijd om het gebied waar de boom op stond en nam toen deze naam aan, hoewel de boom er ondertussen niet meer staat. In het dorp stonden de leuke traditionele huisjes van wit natuursteen en leien daken. Op het sfeervolle dorpsplein dronken we onder de bomen een drankje op één van de terrassen. Wij hoopten in het dorp informatie te vinden over het lopen van de Vikoskloof maar helaas. We brachten een bezoek aan het Agia Paraskevi klooster dat net buiten het dorp ligt. We volgden de bordjes en het brede voetpad. De wandeling er naartoe is nog geen kilometer en niet moeilijk. Het klooster ligt op een steil aflopende rots aan de rand van de Vikoskloof. Het klooster werd in 1412 gesticht door Michael Therianos als dank voor de genezing van de oogproblemen van zijn dochter, een wonder dat werd toegeschreven aan de heilige Paraskevi. Het bleek klein te zijn, maar was goed bewaard gebleven. We zagen een pater die een klein winkeltje bemande waar prachtig geschilderde iconen gekocht konden worden. Het klooster wordt sinds 1940 niet meer bewoond. Aan de zijkant van het klooster kun je nog verder lopen langs de rand van de diepe kloof. Het pad was smal en we moesten voorzichtig zijn. Gelukkig hebben we allemaal geen hoogtevrees maar de diepte van de kloof wekte wel ontzag op. Het was schitterend! De terugweg was wat steiler en in de zon best warm, poehpoeh. We besloten om naar een ander pittoresk dorp in de Zagoria regio te rijden. Papingo lag aan de andere kant van de bergen en het was verder rijden dan verwacht. We reden over de beroemde haarspeldbochten, een veel gefotografeerde plek van Zagoria. We stopten onderweg langs de oever van de rivier de Voidomatis waar diverse tochten per raft of kajak begonnen. We genoten even van de natuur en klommen in een boom om de omgeving te overzien. In (Megalo “groot”) Papingo parkeerden we net buiten het dorp op een grote parkeerplaats. In dit dorp ook de geplaveide straatjes en steegjes, leuke pleintjes en een aantal leuke tavernes. De omgeving waar Papingo ligt is fenomenaal, de indrukwekkende hoge rotsen tegenover Papingo zijn prachtig. Veel mensen komen hier om de hoge rotsen te beklimmen. We hadden een overheerlijke verlate lunch bij taverne Astra Inn. Het is opvallend hoe veel goede en natuurlijk (biologisch) bereidde producten je in deze regio kunt eten. De homemade lemonade was heerlijk, de regionale kaasjes om van de smullen en het stoofvlees van pappa smolt in de mond. Onder het eten kregen wij gezelschap van een poesje die kwam bedelen om eten en een knuffel, lief. We volgden de weg naar (Mikro “klein”) Papingo waar een leuk natuurfenomeen verstopt ligt: “Papingo natural pools”. Een smal stroompje, dat hier de bergen uit komt, heeft een mini canyon uitgesleten, echter compleet anders dan de grote Vikos kloof. Hier zie je duidelijk de lagen in de rotsen en zijn op veel plaatsen ronde gaten uitgesleten. In de zomermaanden worden de natuurlijke poelen door middel van een sluisje met water gevuld. Op die manier ontstaan heerlijk koele zwembadjes. We volgden eerst het riviertje stroomopwaarts en liepen zo in een groen paradijsje. Af en toe moesten er flinke stappen gemaakt worden om verder te kunnen. Keyro en pappa namen een verfrissende duik in het koude water. Ik vond het te koud. Je kon ook van de rotsen in het natuurlijke zwembad springen maar dat durfden pappa, Keyro en ik niet. We verbleven een tijdje bij de poelen en reden daarna terug naar Vitsa. Bij onze accommodatie konden pappa en mamma onze wandeling door de kloof regelen. Althans het vervoer. Omdat je een richting uitloopt naar het dorp Vikos, heb je vervoer voor de terugweg nodig. De eigenaar zou morgenochtend vroeg met pappa naar Vikos rijden en onze auto daar bij het eindpunt parkeren. Hij neemt pappa weer mee terug en brengt ons met zijn auto naar Monodendri waar de wandeling begint. Het wordt een pittige wandeling dus gingen we redelijk op tijd naar bed om morgen goed fit te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *