Sapa

Onze ochtend begon vroeg (6.00 uur) en het was nog donker buiten. Even wassen, aankleden en de laatste dingen in de rugzakken stoppen. We hadden twee kleine dag rugzakken bij ons omdat we vooral licht moeten reizen tijdens de trekking. Veel hadden we dus niet bij ons. We liepen met bepakking naar het kantoor van Friends Travel Vietnam en daar was het al aardig druk. We zetten de grote rugzakken weg, die zouden daar blijven staan tot we weer terugkwamen. We kregen een goed ontbijt aangeboden. Het bestond uit twee Franse pistoletjes, roerei, jam en yoghurt. Met een goed gevulde maag gingen wij dus op weg naar Sa Pa. We werden door een bus opgehaald en naar het verzamelpunt gebracht. Hier stapten we over in een luxe bus met slaapstoelen. Het werd een rit van ongeveer vijf uur rijden. Tegenwoordig gaat dat over de snelweg en is het een stuk sneller dan vroeger. We probeerden nog even onze ogen dicht te doen en wat te rusten. Ronac sliep nog toen we de eerste pauze maakten. We konden even de benen strekken, plassen (tegen 2000 dong betaling) of iets te eten en drinken kopen.

Na ongeveer 4 uur rijden maakten we nog even een korte stop en kregen wij een lekker ijsje (45.000 dong). De laatste 30 kilometer naar Sa Pa ging over een bergweg met flinke haarspeldbochten. In veel reisgidsen staat geschreven dat je bij een bezoek aan Noord Vietnam vooral het gebied rondom het plaatsje Sa Pa niet over mag slaan. Sa Pa wordt ook wel “het dak van Vietnam” genoemd. Het dorp ligt in de Muong Hoa vallei op 1650 meter hoogte aan de voet van de Fansipan (Phan Si Pang), de hoogste berg van Vietnam (3143 meter). De grens met China is vlakbij. Ten tijde van de kolonisatie was Sa Pa de plaats waar de Franse bezetters konden ontsnappen aan de hitte in de rest van het land.

Net na de middag (12.45 uur) arriveerden we in Sa Pa. We werden bij het plaatselijke VVV kantoor afgezet. Meteen werden we omringd door meisjes die tasjes en souvenirs verkopen. Ze spreken wonderbaarlijk goed Engels. Mamma belooft aan één van de meisjes om later iets van haar te kopen. Ze blijven ons volgen ondanks de belofte die mamma gedaan heeft achter ons aanlopen. We worden per auto (het was maar een paar honderd meter) naar het Garden Eden Hotel gebracht waar we de lunch zouden hebben. De lunch werd geserveerd op de bovenste etage met een prachtig uitzicht over een groot deel van de vallei en de omringende bergen. Er werden allerlei lekkere gerechten geserveerd maar het was veel te veel. Ik at mijn buikje goed rond. We hadden wat tijd over en speelden een soort van hockey met enkele lokale kinderen. Met een stok en een plastic flesje werd het spel gespeeld. Niet veel later maakten we kennis met onze gids. Ping is een kleine, goedlachse vrouw. Er was tijd om Sa Pa te verkennen en Ping nam ons en nog een groepje Nederlandse jongens mee het centrum in. We bezochten als eerste het Sa Pa museum. Het is een goede manier om een indruk te krijgen van de cultuur van de mensen die hier in bergen leven. In en rondom Sa Pa zijn verschillende dorpjes waar etnische minderheden leven. Dit zijn de traditionele bevolkingsgroepen die, zoals gezegd, in de minderheid zijn. De bevolking leeft vaak nog volgens eeuwenoude gewoonten en gebruiken. Er zijn ongeveer 30 kleurrijke bergstammen in de omliggende omgeving van Sa Pa te vinden. Onder de stammen zijn bijvoorbeeld de Zwarte Hmong, de Bloemen Hmong, de Rode Dao (Yao), de Giay, de Tay en de Pho Lu. De groep van de Hmong, is de grootste. Iedere groep heeft zijn eigen klederdracht en taal.

We liepen verder en brachten een kort bezoek aan de kleine, stenen katholieke kerk. De kerk werd gebouwd door de Fransen. Voor de kerk ligt het grote Quang Truong plein, het centrale punt in de stad. Kinderen doen hier een spelletje en vrouwen proberen hun waar te verkopen of maken een praatje met elkaar. Sa Pa is niet echt een schilderachtige bergplaatsje. De laatste jaren is het toerisme explosief gegroeid en hierdoor wordt nu overal lukraak gebouwd. In sommige straten is het een grote bouwplaats . Het uitzicht wordt door de vele hotels en bouwkranen flink belemmerd en dat maakt het dorp een stuk minder aantrekkelijk. We liepen verder naar de overdekte markthal die net buiten het centrum van het dorp ligt. De bevolking van de stammen uit de omliggende dorpen komen hier hun producten verkopen. Alles wat je hier aan voedsel koopt is super vers. We kwamen langs de slager waar we verschillende onderdelen van geslachte dieren zagen liggen. Sommige dieren werden zelfs ter plekke geslacht. Ik zag hoe er bij kikkers en vissen de koppen werden afgehakt.

De verkopers doen die onder andere om te laten zien dat het gekochte product kakelvers is. We hadden gehoord da Vietnamezen ook hond eten en we vroegen Ping of dit klopt.  Ze bevestigde dat er inderdaad hond wordt gegeten. De Vietnamezen eten hond sinds de oorlog. In die tijd was er weinig eten en werden honden naast kippen, varkens en eenden gewoon gegeten.  De Vietnamezen denken dat het eten van honden goed is voor de gezondheid, het libido en het zou geluk moeten brengen. Op deze markt wordt ook hond verkocht maar deze was vandaag al uitverkocht. Er werd ook veel fruit en groente uit de omgeving te koop aangeboden. Wij kochten drakenfruit, ramboetan en  mangosteen.

Na het bezoek aan de markt liepen we terug en moesten we bij het Garden Eden Hotel wachten op onze transfer minibus naar de homestay. Mamma kocht een tasje bij het Hmong meisje dat nog steeds op de oprit van het hotel zat te wachten tot we terugkwamen. Met een minibus werden we naar de omgeving van Giang Ta Chai gebracht. De rit er naar toe was erg hobbelig en Stan en Archie stootten een paar keer hun hoofd tegen het dak. We werden langs de kant van de weg afgezet en moesten nog een stukje te voet afleggen naar onze homestay.

Onderweg hielpen Ronac en ik nog met het malen van meel op de ouderwetse manier. Best nog lastig om de maalsteen goed rond te laten draaien zodat graan gemalen wordt. Onze homestay lag op een prachtige locatie en we werden welkom geheten door de gastvrouw Zu. We sliepen op een soort zolder en hadden een matras en klamboe ter beschikking. Er was één badkamer en één (Westers) toilet voor de hele groep beschikbaar. Niet veel luxe maar dat hebben wij ook niet nodig.

De sfeer om het “echte “ leven in de bergen te ervaren is veel leuker dan luxe. Bovendien hebben de locals de luxe ook niet. Voor het avondeten aten wij wat van het gekochte fruit en babbelden we wat met Stan, Archie en Job. Het avondeten bevatte gerechten met groenten, aardappel en natuurlijk witte rijst. Na het eten mocht ik wat langer opblijven dan Ronac. Ik leerde van Stan het kaartspel “toepen”. Ik bleek een talent te zijn en wist heel wat potjes te winnen tot frustratie van Stan, hihi. Beginnersgeluk noemde hij het. Rond 21:30 uur zocht ik mijn matrasje op en ben ik gaan slapen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *