Villa Zapakara (dag 3)

Voor vandaag hadden we een speciale dag voor Ronac en mij op het programma staan. Pappa en mamma hadden gehoord van kindermuseum Villa Zapakara en wilden daar naar toe gaan. We hadden eerst nog even een ontbijtje en bestelden toen een taxi bij de receptie. De taxi was er vrij snel en we waren binnen 10 minuten op de plaats van bestemming. We waren wat aan de vroege kant (9.40 uur) want vanaf 10.00 uur gingen alle activiteiten pas beginnen. We werden welkom geheten door Cher en zij legde uit wat we allemaal aan workshops konden doen deze dag.

Villa Zapakara is niet zomaar een museum maar meer een interactieve tentoonstelling waarbij de kinderen zelf dingen moeten doen. We werden hierbij geholpen door educatieve begeleiders. Voordat we met de eerste workshop konden beginnen speelden we in de speeltuin en op een tuk tuk die op het terrein stond. Pappa en mamma snapten niet waar wij al die energie vandaan haalden want op dit tijdstip was het al ontzettend warm. Er kwamen nog een aantal kinderen en gezamenlijk begonnen we aan de eerste activiteit.

Vanwege de Keti koti feestdag van morgen was het thema van vandaag een combinatie van Afrika en India. We gingen als eerste onze Ghanese dagnaam opschrijven en zo zouden we de hele dag heten. Afhankelijk van je geboortedag krijg je in Ghana je naam. Ronac, mamma en ik zijn alle drie op een woensdag geboren. Alle jongetjes die op een woensdag werden geboren kregen de naam Kwaku, alle meisjes Akua. Pappa was geboren op een zaterdag en kreeg de dagnaam Kwame. Pappa en moesten wel lachen want nu hadden ze twee kindjes met dezelfde naam Kwaku en Kwaku.

Bij de eerste workshop van de dag werden wij aan het werk gezet. We gingen zelf een Afrikaanse bordspel maken. Hiervoor werd eerst uitgelegd wat er gedaan moest worden en daarna konden we zelf aan de slag. We kregen een vierkant stuk karton, moesten hier negen cirkels op tekenen en de cirkels onderling verbinden met een lijn. Daarna konden we het  bord nog inkleuren als daar tijd voor was. Vervolgens kregen alle kinderen drie dezelfde kleur flessendopjes als pionnen. Toen iedereen klaar zat, legde een van de begeleiders het doel van het spel uit. Het was eigenlijk gewoon hetzelfde als het bij ons bekende boter, kaas en eierenspel. Na de uitleg kon iedereen op hun eigen bord een spelletje gaan spelen. Ik kreeg de smaak te pakken en wilde niet ophouden met het spelen van het spel. Zelfs tijdens de lunchpauze speelde ik gewoon door met de Nederlandse stagiaire Melanie. Gelukkig nam ik nog net even de tijd om een tosti te eten en wat stroop te drinken. Stroop is hier de naam voor siroop dat wordt aangelengd met water.


Keyro danst mee in een echte Bollywood film (rechtsonderin)

Na de pauze namen we deel aan de Bombay-tour. Het thema van de tentoonstelling is momenteel de miljoenenstad Mumbai (Bombay) in India. We werden 75 minuten lang ondergedompeld in het leven in Mumbai. De begeleiders beginnen met een verhaal te vertellen en alle kinderen werden in groepjes verdeeld. We waren allemaal een “neefje” of “nichtje” van onze begeleider. Ik was zo bij de hand en zei dat het helemaal niet kon want wij zijn geen familie van elkaar. Door middel van een verhaal, rollenspel en activiteiten gingen wij het leven in Mumbai ervaren. Bombay “City of dreams” genoemd, liet zien dat dromen werkelijkheid kunnen worden. Er werd verteld dat wij nieuwkomers zijn in de Bollywood-industrie en dat we graag filmster wilden worden.

Met de trein gingen we naar hartje Bombay en daar zagen we verschillende woon- en werkplaatsjes. We begonnen in een arme wijk van Bombay waar we een kamer zagen waar twee volwassenen en 5 kinderen in woonden. We bezochten een naaiatelier, een werkplaats voor recycling, kledingwinkel en nog veel meer. Ook hoorden we het verhaal van de lunchbezorger in Bombay en werd ons het verhaal verteld van een meisje met maar één been die beroemd werd in een videoclip. Ik ging helemaal op in het verhaal en deed goed mee. We kwamen langs een auto, een Ganesha beeld (Indiase olifantengod) en belandden uiteindelijk in de betere wijk van Bombay.

Kwaku en Kwaku maken samen een Afrikaans spelletje.

In de bloemenwinkel moesten we een mala maken, dit is een Indiase bloemenkrans. Ondertussen kwam er een kindje uit de andere groep met kopjes Chai, Indiase thee. Opeens klonk daar een oproep dat er een clip opgenomen ging worden en dat alle kinderen naar beneden moeten komen voor opnames van de videoclip. We moesten het dansje wat we aan het begin hadden geleerd uitvoeren. We oefenden eerst nog een keer en moesten ons daarna omkleden in Indiase gewaden. Ik had goed opgelet en deed het dansje mee. Vervolgens gingen we door naar de bioscoop waar een film te zien kregen. Ik was erg nieuwsgierig en bleef maar vragen wat voor verrassing we zouden krijgen. Het enige antwoord wat ik kreeg was: “je zult het zo wel zien”. We kregen nog een lekkere Bombay sandwich die goed verpakt was in een zakje van gerecycled krantenpapier, in Bombay wordt niet weggegooid en krijgt alles een twee kans. Vervolgens gingen de lichten uit en begon er een videoclip te spelen op het scherm. Ineens zag ik mijzelf op het scherm en riep ik enthousiast door de stille zaal “hé dat ben ik!”.  We zaten allemaal in de videoclip gemonteerd met het dansje wat we hadden gedaan. Alle pappa’s en mamma’s waren trots en wij vonden het geweldig. Helaas was dit meteen het einde van de Bombay-tour.

Een van de medewerkers belde een taxi voor ons en het duurde nog een tijdje voordat er eentje kwam. We gingen naar het Mets kantoor om een tour te boeken naar Awarradam maar het kantoor was gesloten. Pappa en mamma besloten daarom maar terug te gaan naar Tiscover Suriname en daar de tour alvast te boeken en volgende week dan te gaan betalen bij Mets. Toen we het allemaal geregeld hadden gingen we terug naar het appartement. Pappa en ik gingen nog even naar Telesur om een simkaart te kopen voor de mobiele telefoon. Zo kunnen we een taxi bellen als we ergens staan, zelf gebeld worden en contact opnemen met de familie. Ik voorspelde pappa dat het zou gaan regenen en bleek ook nog gelijk te hebben. We moesten hard rennen om voor de bui binnen te zijn.

We gingen vanavond eten bij het Surinaams restaurant in de buurt van het appartement. Ze waren nog geopend alleen waren de meeste gerechten al uitverkocht. We konden kiezen uit een paar gerechten die al verpakt waren om mee te nemen naar huis. We namen een moksi alesi met vis en een kip in hete saus geserveerd met kool. Alles werd warm gemaakt en er volgden verontschuldigingen voor de kartonnen bakjes. Voor ons maakte dat niets uit want het smaakte allemaal overheerlijk. Moksi alesi is een echt Surinaams gerecht en betekend letterlijk “gemengde rijst”. Er zijn daarom ook verschillende soorten bijvoorbeeld met zout vlees, vis, kip etc.

In het restaurant werd door het personeel nog druk gewerkt aan de voorbereidingen voor het Keti Koti feest van morgen. We hadden dus geluk dat ze nog open waren. Opvallend is dat veel restaurantjes hier in de buurt ‘s middags geopend zijn en ’s avonds meestal uitverkocht of gesloten zijn. Ronac speelde nog een tijdje met een kindje van een van de medewerkers en samen renden ze op en neer bij de fan die aan stond. Bij terugkomst in het appartement ging Ronac direct naar bed en gingen pappa en ik nog even in het donker zwemmen in het zwembad van appartement Martinus.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *