Kelimutu vulkaan


Heel vroeg op om naar de top van de vulkaan te lopen.

Allemachtig, wat vroeg! Om iets voor vier uur ging de wekker. We wasten ons snel onder de kraan en trokken warme kleren aan. Om 4:30 uur stond onze chauffeur Elvis al te wachten om te vertrekken in de richting van het Nationaal Park. Eerst moesten we een stuk van ongeveer 14 kilometer naar boven rijden via een kronkelende bergweg. Bij de ingang van het park moesten we entreekaartjes kopen en vervolgens konden we door rijden naar de parkeerplaats. Vanaf de parkeerplaats was het ongeveer een kilometer lopen naar de top van de berg.


Het was 05:30 uur en nog donker. Met het licht van één zaklampje gingen we op pad. Het was een goed begaanbaar pad en vele traptreden. De top van de berg ligt op 1650 meter boven zeeniveau. In de het bahasa indonesia betekent keli mutu de “mooie berg”. Eenmaal boven was het nog schemerig en de opkomende zon gaf al een mooie gloed over de omgeving. Even later kwam de zon echt omhoog. In een woord fantastisch! De kratermeren werden heel langzaam verlicht door de steeds mooier wordende zon. De vulkaan heeft drie kratermeren met ieder hun eigen kleur. In de loop der jaren veranderden de meren ook nog eens van kleur. Zo was het groen/blauwe meer eind jaren tachtig nog rood gekleurd en in 1991 werd het zwart. Het helgroene kratermeer was ooit blauw en het zwarte kratermeer wit. Men weet niet precies wat de oorzaak is van de kleurwisseling maar men vermoedt dat het water in de loop van de tijd op een andere mineraal laag komt.


Vroeger waren de meren van de Kelimutu een belangrijke rituele plek. Zo werden er waterbuffels en varkens in de meren geofferd. De lokale bevolking gelooft nog steeds dat de Kelimutu de rustplaats is voor de zielen van overleden familieleden. Zij noemen de vulkaan daarom de berg der geesten. We liepen een tijd rond, maakten foto’s en zagen nog een aantal andere bezoekers, de langstaartmakaken. Ze komen zich in de zon opwarmen en hopen dat ze iets te eten krijgen van één van de toeristen. We lopen de weg terug naar de parkeerplaats en horen muziek uit een paar enorme luidsprekers komen en het doet een beetje af aan de prachtige omgeving. Blijkbaar is er in de avond één of andere ceremonie en wil men de luidsprekers uitproberen.


We stappen in de auto en keren terug naar Moni om onze spullen op te halen. Onderweg stoppen we nog bij een paar mooie rijstterrassen en bij een waterval. We hadden een flinke rit naar Riung voor de boeg door de bergen, langs de kust en door het binnenland. Niet ver van Ende, aan de zuidkust stopten we bij Pantai Nanga Panda, ook wel bekend als Blue Stone Beach. Niets zandstrand of zwart lava strand maar een strand bedekt met licht blauwe kiezelstenen. Zodra ze in contact met water komen wordt de kleur diepblauw turquoise. Het gebied achter het strand ligt vol met hoopjes blauwe stenen, van groot tot klein. De stenen worden door de lokale bevolking verzameld en gesorteerd. Men gebruikt ze vooral in vloermozaïeken in huis en in privé-zwembaden.


De rit naar Riung duurde veel langer dan gedacht. We volgden waarschijnlijk één van de slechtste wegen van Flores. We werden flink door elkaar heen geschud door de enorme kuilen in de weg. Onderweg wilden we iets eten maar dit werd door Elvis niet helemaal begrepen en we reden het enige dorp van betekenis voorbij zonder te lunchen. Af en toe is de communicatie wat lastig en overal krijgen we het antwoord: “Yes” op. Onderweg werd ik misselijk en moest ik een paar keer overgeven. Gelukkig wel in een zakje. Ook moest er een paar keer gestopt worden voor een kleine of grote boodschap. Tegen 15:30 uur reden we Riung binnen. Het is een klein niet toeristisch plaatsje aan de noordkust. Helaas kwamen we er al snel achter dat alle accommodatie in het dorp volgeboekt was.


Onderweg prachtige uitzichten over de rijstvelden.

Uiteindelijk regelde Elvis voor ons twee “kamers” bij de gastvrije lokale bevolking. Hier bleken ook de andere Nederlanders die wij bij Maumere hadden ontmoet, te overnachten. We maakten een gezellig praatje met Martijn en Eefje over hun uitstapje naar de 17 Islands. Hun chauffeur/gids Edison regelde voor ons de accommodatie voor de komende dagen en bracht ons in contact met een contactpersoon voor een boottrip naar Lombok. Hij spreekt beter Engels dan Elvis en dat maakte het een stuk gemakkelijker. In de avond liepen we naar het dorp op zoek naar een restaurant om te eten. Ook hier werden we veel begroet en kwamen Indonesische kinderen weer enthousiast vragen “where’re you from?”, “what’s your name?”, enz.


Op het balkon/terras van onze Homestay accomodatie.
We hadden een lekker diner (o.a. Foe Yong Hai en mie goreng) in een simpele warung die overdadig was gedecoreerd met gekleurde verlichting. We liepen terug en wilden op tijd naar bed gaan. Het licht werd om 21:00 uur uitgedaan maar van slapen was geen sprake. Ergens in de buurt was een feest met harde muziek, karaoke en een presentator die veel te hard in de microfoon praatte. Het was ook nog eens benauwd, de bedden waren hard en plakkerig omdat ze nog bedekt waren met plastic. We hebben dat al vaker gezien in Flores. Men laat de beschermende plastic laag die voor transport over stoelen, banken en matrassen zit, gewoon zitten ter bescherming van het product tijdens het gebruik. Uiteindelijk wisten we toch de slaap te vatten en werd het een onrustige nacht.