Snorkelen op het rif

De ochtend begon al vroeg. De geur van bananenpannenkoeken kwam ons om half zeven al tegemoet. We aten op het bovendek onze pannenkoek samen met een kopje thee of koffie. Keyro vond de pannenkoek niet zo lekker en daar was Fransman David erg blij mee want die lustte er nog wel eentje. We begonnen rond 7:00 uur met varen naar Pink beach. Eigenlijk stond dit voor gisteren op het programma maar dat werd niet gehaald.

Rond 7:30 uur kwamen we er aan en konden we, in het nog erg koude water, gaan snorkelen. We klommen van de boot af en zouden zo naar het strand zwemmen en of snorkelen. Het snorkelen lukte mij nog steeds niet zo goed en ik hield het maar bij zwemmen. Af en toe liftte ik mee op de rug van mamma. Het koraalrif was hier erg mooi om te zien en zelfs zonder dat ik onderwater ging, kon ik door het glasheldere water van alles zien.


De riffen barsten van het leven met kleurrijke vissen en ongewervelde dieren (zeelelies, sponzen). Het koraalrif is voor dieren een ideale plek om te wonen. Veel dieren verblijven er hun hele leven (papegaaivis, anemoonvis, slakken en zee-egels). Andere dieren (schildpad, haai, dolfijnen) komen er tijdelijk om voedsel te zoeken. De meeste dieren op het rif leven van plankton. Dit zijn heel kleine diertjes die in het water zweven. Het koraal zelf eet ook alleen maar plankton. Koraal wordt gegeten door de papegaaivis, de zee-egel en door een grote zeester. Het koraalrif biedt naast eten ook bescherming. Tussen de koralen zitten veel holletjes, spleten en andere schuilplaatsen. Veel vissen leggen hun eitjes tussen het koraal zodat hun jongen dan in een goed en veilig gebied groot kunnen worden en niet meteen worden op gegeten door andere vissen. De koraalvissen zijn vaak felgekleurd en vallen dus goed op. Ze zijn dus goed zichtbaar voor vijanden. De kleuren van de dieren dienen niet om vijanden af te schrikken maar houden een waarschuwing in voor soortgenoten: Dit is mijn gebied, blijf hier vandaan.


Op koraalriffen treft men ook poetsvissen aan. Het zijn vissen die nodig zijn om andere vissen van parasieten te ontdoen. In spleten en holen van het koraal bevinden zich murenes die vooral in de schemering en nacht op roof uitgaan. Het rif liep door tot aan het strand. Ik kon nergens staan en raakte lichtelijk in paniek en wilde niet naar het strand. Door mijn gespartel haalde mamma haar hand en been open aan het scherpe koraal. Gelukkig kwamen we snel weer in dieper water waar ik kon zwemmen. Pappa en Keyro gingen wel even het strand op. Het zand zou een roze gloed moeten hebben doordat het witte zand is gemengd met stukjes rood koraal. Misschien dat de lichtval niet goed was want het zag er gewoon wit uit en niet roze. Na ongeveer een uur klommen we weer aan boord om onze weg te vervolgen naar Manta Point. Op deze plek loopt een soort van snelweg voor reuzenmanta’s of ook wel de duivelsrog genoemd.
De stroming was sterk en daardoor wordt je bij het zwemmen erg snel moe van. De manta’s zouden ook veel dieper zwemmen door de sterke stroming en het was hopen dat we er een paar zouden kunnen vinden. Vanwege de stroming zouden wij aan boord blijven omdat het te gevaarlijk was om het water in te gaan. Vanaf de boot zochten de matrozen naar manta’s. Als er eentje gezien werd, moesten pappa, mamma en de anderen snel het water in om deze dieren te kunnen zien. Het duurde even maar toen werd er: “manta, manta” geroepen. Uiteindelijk hadden ze toch geluk en wisten ze er allebei een paar manta’s, ver onder hun, in de diepte te zien. Met een spanwijdte tot zeven meter kan de reuzenmanta tot maximaal 3000 kg wegen. De reuzenmanta doet er zes tot acht jaar over voor hij volwassen is en heeft dan zo’n 3 ½ tot 4 ½ meter spanwijdte.


Heerlijk lunchen op de boot.

De mond zit niet aan de onderkant zoals bij andere roggen maar min of meer aan de voorkant. De bovenkant is meestal zwart of blauw en de onderkant wit. De reuzenmanta voedt zich met plankton en kleine visjes die hij uit het water filtert. Zelf zijn de manta’s ongevaarlijk. Hun natuurlijke vijanden zijn grote haaien en orka’s. Volgens pappa en mamma was het een ongelofelijke ervaring om boven deze giganten te zweven. We voeren verder en speelden wat potjes kaart en hadden een lunch van groenten, verse tonijn en nasi putih. Rond het middaguur gingen we voor anker in de baai bij Gili Laba. De boot lag direct voor de kust en zo konden we van boord springen om te snorkelen naar de kust. Het onbewoonde eiland is een buur van Pulau Komodo alleen dan zonder de Komodovaraan. Op het eiland lag een heuvel die je ook kon beklimmen om een spectaculair uitzicht te hebben.


Voor ons was het veel te warm en daarom bleven wij met mamma beneden aan het mooie witte strand om te graven, te zwemmen en te snorkelen. Pappa waagde zich wel aan de pittige klim en werd boven getrakteerd op een wonderschoon uitzicht. Weer terug aan boord werd er iets nieuws gedaan. We lagen in water dat diep genoeg was om van de boot af in het water te springen. Samen met pappa, Berndt en Franziska maakte Keyro knappe sprongen die ik nog niet na wil doen. Ik stond hen aan te moedigen vanaf de boot. We kregen zelfs een deel van de bemanning zo ver om ook mee te doen met ons. Van sommige vroeg ik mij af of ze überhaupt wel konden zwemmen. Het was meer krabbelen zoals een hond doet dan dat het zwemmen was. Leuk was het in ieder geval wel.


Na deze gezellige waterpret gingen we circa 17 uur aan één stuk doorvaren richting Satonda Island, wat bij Sumbawa hoort. Het is best wel een gevaarlijk stuk op open zee en er zijn hier nog weleens boten gezonken. De zee was wild en de golven tilden de boot alle kanten op. Mamma en ik werden later op de middag misselijk en moesten overgeven. We waren zeeziek of waren het toch de in Bena gekochte nootjes die niet goed meer waren? We weten het niet. Na het overgeven ging het met allebei wel direct beter. We vermaakten ons aan boord vooral met de Nintendo en de tablet. Rond een uur of zes kregen we te eten en we werden getrakteerd op een mooie zonsondergang met in de verte een vulkaan op de achtergrond. De lichten gingen al vroeg uit zodat de kapitein kon zien waar hij moest varen en daarom lagen we al op tijd in bed.

Komodo National Park


Ergens rond de klok van 5:00 uur werden we in onze slaap even gewekt door de zingende klanken van de muezzin, de persoon die de moslims oproept tot gebed. Gelukkig vielen we daarna nog even in slaap om rond 7:30 uur wakker te worden en op te staan. We pakten onze spullen en genoten nog even snel van een lekker ontbijtbuffet met pannenkoeken, mie goreng en nasi putih. Op de afgesproken tijd (08:30 uur) stonden we bij het kantoor van de rederij. Er waren sinds gisteravond nog acht extra mensen bij gekomen en zo kwam het aantal passagiers aan boord in totaal op veertien. We moesten lopend naar de haven en de straat langs de haven is een combinatie van traditionele havenbedrijvigheid, souvenir shops, duikscholen, restaurants en kleine hotelletjes. In de haven moesten we wat hindernissen overbruggen om bij de boot te komen.


Het werd klimmen en klauteren over de relingen van de schepen. Op de boot maakten we kennis met de hele groep. Twee Duitsers (Berndt en Franziska), twee Noord Italianen, twee Fransen (broer en zus), een Engelsman, een Amerikaans/Japans koppel en een Indonesisch meisje. Een gevarieerd gezelschap dus. Het personeel aan boord bestond uit een man of acht. We lieten de haven al snel achter ons en gingen over de Flores zee op weg naar het Komodo National Park. Het was een paar uur varen en in de tussentijd werd aan boord de lunch bereidt en verorberd. Lekkere nasi putih met gado gado en kroepoek. Als toetje was er vers fruit van watermeloen en ananas. De maaltijden, water, koffie en thee aan boord zijn inclusief. In de zeestraat tussen de eilanden Sumbawa en Flores liggen Pulau Komodo en Pulau Rinca. Op deze eilanden leeft de Komodovaraan. Het is een hagedis uit de familie die ze ook wel varanen noemen. Het is de grootste varaan/hagedis ter wereld en één van de oudste nog levende diersoorten die 60 miljoen jaar geleden leefde.

De lokale bevolking noemt de varaan “ora” wat ‘mond’ betekent. Andere namen zijn biawak raksasa (reuzenvaraan) en buaja darat wat landkrokodil betekent. We bezochten als eerste Pulau Rinca. Met een klein bootje werden we van de grote boot naar het eiland gebracht. Op de steiger stond een bord dat waarschuwde voor krokodillen in het water maar wij zagen alleen heel veel vissen in het heldere water. We moesten een klein stukje lopen naar het hoofdkwartier van het park om ons te laten registreren. Hier werden we door een in onze ogen “belangrijke” man welkom geheten. We moesten hier ook betalen, onder andere de entree voor het park, toeslag voor de fotocamera en de gids tijdens de wandeling over het eiland. We liepen naar buiten en kregen een ranger toegewezen die ons zou begeleiden tijdens de wandeling. Je mag niet alleen rondlopen in het park. Je moet altijd onder begeleiding van een ranger die een grote stok met een V-vormig einde heeft. Hiermee kan hij de varanen op afstand houden als het nodig is. We konden kiezen uit een aantal “hikes” en namen de “medium trek” van ongeveer anderhalf uur lopen.

We liepen het kamp een klein stukje uit en zagen, net voorbij het hoofdkwartier bij de gaarkeuken, al een aantal komodovaranen in de zon liggen om op te warmen. Ondanks dat de varanen niet gevoerd worden, komen ze toch op de geur van het eten af. De komodovaraan werd pas on 1910 ontdekt en bestudeerd door biologen. Vanwege het kleine gebeid waar de komodovaraan voorkomt is het een kwetsbare diersoort en is het afhankelijk van bescherming. Het zijn enorme beesten, die tot wel drie meter groot kunnen worden. We liepen het bos in op zoek naar een andere varaan. Al snel had onze ranger er eentje gespot in de begroeiing langs het pad. De varaan stond net op en liep een stuk voor ons uit langs de bosrand. Met de grote varaan nog in onze ooghoeken, zagen we aan de andere kant een kleine jonge varaan van ongeveer één jaar oud lopen. Even dachten we dat de grote varaan achter de kleine varaan aan zou gaan, het zijn namelijk echte kannibalen, maar ze kruisten elkaar op een aantal meter en gingen ieder hun eigen weg. Na een tijdje lopen verlieten we de beschutting van het bos en kwamen we in een open gebied met grasachtige begroeiing.


Het was in de zon echt bloedheet en dat maakte de wandeling minder aangenaam. Het zweet parelde op ons lichaam en liep in straaltjes naar beneden. We zagen nog een kolonie langstaartmakaak apen, wilde zwijntjes, Javaanse hertjes en een bijennest. Onze wandeling eindigde bij het park hoofdkwartier en daar vandaan liepen we terug naar de steiger voor de boten. We gingen aan boord en vervolgden de tocht naar het volgende eiland, pulau Komodo. Als je alle eilanden vanaf bovenaf ziet liggen, lijken ze dicht bij elkaar te liggen. Het lijkt zo want in de praktijk valt dat wel tegen. Het was nog een aardig stukje varen. Ondertussen was het later op de middag geworden (16:00 uur)  en de meeste toeristen hadden Pulau Komodo al bezocht en waren weer vertrokken. Onze groep was samen met een andere groep nog de enige die op zoek gingen naar de komodovaranen. We kregen een ervaren gids/ranger toegewezen en drie helpers gewapend met V-stok. Wij mochten hier zelf ook een stok in de hand nemen om de varanen op afstand te houden. Ronac had direct een “click” met de gids en liep al snel hand in hand met hem voorop.


We waren net vertrokken toen we al een varaan zagen liggen in het gras. Het was een van de oudere varanen van het park. We konden hem goed bekijken. We zagen een langwerpig lichaam en een lange staart. Ze kunnen tot wel drie meter lang worden en een volwassen mannetje kan wel 150 kilo wegen. Een mannetje is beduidend groter dan het vrouwtje maar omdat jongere en oudere varanen samen leven is het in de praktijk moeilijk te onderscheiden. Hij heeft vier gebogen poten en een brede en platte kop. Aan de poten zitten lange platte, gekromde mesachtige nagels. De huid van de varaan is bedekt met schubben die ongeveer zo dik zijn als je nagel. In de bek van de varaan zitten ongeveer een 60-tal tanden waardoor ze als een zaag makkelijk door het vlees van hun prooi kunnen snijden en er stukken af kunnen scheuren. De komodovaraan is een echte vleeseter en hij eet naast levende prooien ook wel aas (dode dieren). Met behulp van zijn oren, ogen en vooral zijn tong zoekt hij een mogelijke prooi. De varaan zal proberen om zijn prooi direct te doden maar dit lukt niet altijd. Een prooi bezwijkt echter snel door de (giftige) beet van de varaan die kan leiden tot bloedvergiftiging. Door zijn gespleten tong, kan een varaan bij een gunstige wind, een rottend karkas op een afstand van meer dan acht kilometer opsporen. De stok in onze handen voelt ineens als een wat klein wapen tegen deze bijna drie meter lange ‘draak’, zoals ontdekkingsreizigers het zeldzame dier vroeger beschreven.


Wij liepen rustig verder met Ronac en de gids voorop. Het duurde niet lang of een varaan kruiste ons op het pad. Hij/zij besloot om het pad te volgen en liep voor ons uit. Wij volgden op gepaste afstand. Ronac en de gids als eerste. Ronac voelde zich natuurlijk wel heel erg cool om zo dicht achter de varaan te lopen. Het imposante van de varanen is dat ze zich bij het lopen helemaal oprichten. Ze zien er bij het lopen direct veel dreigender en enger uit. Ze waggelen van links naar rechts, en kunnen een behoorlijke snelheid ontwikkelen. De varaan ging uiteindelijk het pad af en verdween rustig in de struiken. We hadden erg veel geluk want niet veel later zat er weer eentje midden op onze trail. Deze wilde echter niet van het pad afwijken en wij moesten daarvoor zelf uitwijken naar de struiken. Ronac en de gids gingen voorop. Toen mamma ging, hoorde de varaan takken kraken en hij keek haar een lange tijd aan. Gelukkig bleef ze muisstil staan. Eén van de helpers moest uiteindelijk voor afleiding zorgen zodat de hele groep de varaan veilig kon passeren. Wow, het was wel een spannende ervaring.

Echt heel gaaf om deze imposante beesten van dichtbij mee te maken in hun eigen leefomgeving. We wandelden verder en kwamen bij een hoger gelegen gebied en daar vandaan hadden we ook weer een mooi uitzicht over de omgeving. Weer terug bij het kamp, kochten we van één van de helpers, twee kleine beeldjes van een varaan. Het begon al schemerig te worden toen we Pulau Komodo verlieten. We zouden richting Pulau Kalong varen om daar voor anker te gaan en de nacht door te brengen. Op dit eiland hangen ook duizenden vliegende honden in bomen die uitvliegen tegen de schemering.


We kwamen er pas bij donker aan en er waren geen vliegende honden meer te zien.We kregen een lekker diner voorgeschoteld en daarna mochten we nog even op de tablet een spelletje doen en een filmpje kijken. Omdat we met veel minder mensen aan boord waren dan de berekende capaciteit, konden we kiezen waar we wilden slapen. Je kon ook boven op dek slapen dan heb je natuurlijke airco. Wij sliepen de eerste nacht beneden onder het dek. In het begin bleek het beneden toch wel erg warm te zijn en de dieseldampen zijn ook niet echt lekker. Ik zou er niet aan moeten denken dat je hier met 16 of meer personen slaapt! In de loop van de nacht koelde het echter flink af en hadden we niet genoeg aan alleen de dunne deken. Onze lange broek en fleece vest bood uiteindelijk genoeg warmte om lekker te kunnen slapen.

Spiderweb rijstvelden


Uitzicht vanaf het ontbijtje in het hotel.

We begonnen vandaag aan onze laatste reisdag over Flores met privé chauffeur Elvis. Na het ontbijt bezochten we als eerste een compang ruteng van een Manggarai stam. Dit is een traditioneel dorpje van de plaatselijke Manggarai bevolking. In het midden van het dorpje staat de “compang”, een soort platform van stenen waarop de offers aan de goden worden gepresenteerd. Het platform is omgeven door een stenen muur, waarachter de huizen staan. Eigenlijk stonden er nog maar weinig traditionele huizen, en in één daarvan konden we het gastenboek tekenen en een donatie doen. Hier en daar lag rijst en koffiebonen te drogen maar veel meer was er niet te zien helaas.


Typisch dorpje van de Manggarai. 

Via slingerende wegen reden we berg op en berg af naar het plaatsje Cancar zo’n 17 kilometer ten westen van Ruteng. In dit gebied vind je heel veel rijstvelden. Rijst is een graansoort die door de eeuwen heen en nog steeds in grote delen van de wereld als belangrijkste voedsel dient. We stopten bij een huisje aan de voet van een heuvel. Achter het huis moesten we een paar honderd meter omhoog klimmen via een smal paadje de heuvel op. Vanaf de heuvel hadden we een mooi uitzicht op de rijstvelden. De rijstvelden zijn aangelegd in de vorm van spinnenwebben en van bovenaf konden we de vormen goed zien. In het hart van deze rijstvelden staat een offer in de vorm van een paal met daarop een steen, de Lodok genaamd.


De spiderweb rijstvelden.

De driehoekige segmenten in het web zijn de zogeheten lingko’s. Deze lingko’s werden gevormd door de Tu’a Teno, de heer van het Land. Hij wees vanuit de Lodok met twee vingers richting de buitencirkel van het land en waar de vingers de rand “raakten” werden twee rechte lijn richting de Lodok getrokken. Voor ieder gezin uit de gemeenschap werd op deze manier een stukje land bepaald. Een gezin met aanzien kreeg een groter stuk toegekend dan een armer gezin. Samen met Keyro liep ik alleen de weg naar beneden want pappa en mamma wilden nog wat foto’s maken. Toen we weer compleet waren stapten we weer in de auto en vervolgden onze weg. We draaiden het raampje van de auto open en riepen naar iedereen die we zagen: “hello”. Iedereen reageerde even vriendelijk door hetzelfde terug te roepen. Toen we in een dorpje moesten wachten op mensen die overstaken, kreeg ik spontaan een dikke kus op mijn wang van een oudere vrouw.

De rit naar Labuan Bajo, één van de bekendste plaatsjes op Flores, verliep voorspoedig en we kwamen rond 14:00 uur aan. Onderweg werden we gebeld door de rederij voor onze vierdaagse boottocht naar Lombok. De vraag was: of we niet morgen al wilden vertrekken in plaats van de afgesproken vrijdag. Het komt voor ons eerlijk gezegd nog beter uit en daarom moesten we even langs het kantoor komen om de zaken te regelen. Nadat we dat gedaan hadden, bracht Elvis ons naar het Gardena hotel en gelukkig hadden zij nog een kamer beschikbaar. Onze bungalow had bamboewanden, een fan en veranda. Simpel maar voor ons voldoet het prima. Het was aardig warm en we zweetten ons een ei uit toen we met onze bagage de heuvel een paar keer op en af moesten.

We namen afscheid van Elvis en bedankten hem voor de mooie en veilige tocht over Flores. Naast het hotel lag een Italiaans restaurant Cit Ma Bón want we hadden wel zin in een keer iets anders dan rijst. Pappa en Keyro bestelden spaghetti alla Cotta (mosselen), mamma penna alla polpa (krab) en ik nam een pizza Margherita. Het was heerlijk relaxen in het restaurant en na het eten verplaatsten we ons naar het lounge gedeelte. Hier gingen we zitten op de zitzakken en hadden we een mooi uitzicht over de omgeving en haven van Labuan Bajo.

Met maar ongeveer 3000 inwoners, waarvan de meesten van de visvangst leven, is het nog een echte, authentieke, Indonesische plaats. De kleine eilandjes, de mooie kustlijn, de prachtige koraalriffen en het nabijgelegen Komodo National Park hebben ervoor gezorgd dat de populariteit van Flores is toegenomen. Toerisme is hier flink in opkomst en overal zie en hoor je dan ook toeristen. Na een prachtige zonsondergang liepen we nog even door het plaatsje en kochten we een nieuwe zwembroek voor Keyro. Zijn eigen zwembroek was op vreemde wijze verdwenen bij onze hut in Maumere. We gingen redelijk op tijd naar bed want morgen begint onze vierdaagse boottocht naar Lombok.


Zonsondergang in Labuan Bajo.

Sunset Cottages


We waren midden in de nacht al op en klaar wakker. De laatste spullen werden ingepakt en alles gecontroleerd voor het vertrek. De taxi stond beneden al op ons te wachten en we konden direct vertrekken. De wegen waren nu veel leger en de rit was veel sneller en meer dan de helft goedkoper. We liepen door de security-check en gingen op zoek naar de incheckbalie van Sriwijaya Air. We vonden deze echter niet en bij het navragen, bleken we bij de verkeerde vertrekhal te zijn afgezet. Stressen natuurlijk want hoe kwamen we zo snel mogelijk bij de juiste terminal? Er bleek een gratis airport shuttlebus te rijden en we stapten in. Het zou nu wel erg krap worden om op tijd bij de juiste incheckbalie aan te komen en onze vlucht van 5:45 uur te halen. De bus reed ook nog eens eerst naar twee andere terminals. Gelukkig wist een ander koppel ons gerust te stellen dat we nog wel op tijd zouden zijn.

Bij de juiste terminal verlieten we snel de bus op weg naar de controle en naar de incheckbalie van Sriwijaya Air. Het schoot niet echt op maar we checkten gelukkig wel op tijd in. Snel naar de douane, de volgende security-check en dan de juiste gate zoeken. Uiteindelijk moesten we nog dik een halfuur wachten want het vliegtuig was nog niet klaar voor vertrek. In het vliegtuig werd er wat met de plaatsen geschoven want we zaten niet allemaal bij elkaar maar dat was snel geregeld. Veel vliegtuigmaatschappijen in Indonesië staan op de zwarte lijst van de Europese Unie. De luchtvaartmarkt in Indonesië groeit snel en met de veiligheid zou het vaak niet goed zijn volgens Europese landen. Ook behoort Sriwijaya Air hier toe vanwege enkele kleine incidenten maar wordt de maatschappij in Indonesië wel als betrouwbaar geacht. Wij vonden de maatschappij verder prima en het vliegtuig leek voor ons een stuk nieuwer dan menig ander Nederlands vliegtuig waar we ooit wel eens mee hebben gevlogen. Het personeel was vriendelijk en we kregen zelfs een sandwich en bekertje water uitgereikt.

Binnen ongeveer een uur vlogen we naar Bali om te landen op het vliegveld van Denpasar. Hier moesten we overstappen op een ander vliegtuig dat van NAM Air, een partner van Sriwijaya, bleek te zijn. Ook hier was alles prima en de vlucht van een uur was snel voorbij. Ik was echter ontzettend moe en voor mijn familie niet de allerleukste op dat moment. De luchthaven van Maumere is gelegen op het eiland Flores en de lokale tijd was ondertussen 11:00 uur in de ochtend. Op het kleine Wai Oti vliegveld dat alleen voor binnenlandse vluchten wordt gebruikt, konden we vanuit het vliegtuig zo naar de aankomst en vertrekhal lopen.


Het duurde even voordat onze rugzakken uit het vliegtuig kwamen maar we stonden al lange tijd van te voren klaar om ze van de transportband af te halen. Eenmaal buiten stonden wat taxichauffeurs klaar om toeristen naar hotels in de omgeving te brengen. Wij hadden nog geen accommodatie geregeld en wilden eerst even bellen of er iets beschikbaar zou zijn. Pappa belde met twee accommodaties maar die zaten vol. Bij het bellen naar een derde accommodatie hadden we meer geluk. Ze hadden plaats in de oudere bungalows en de eigenaar zei ons te komen om te kijken of het geschikt voor ons zou zijn. We probeerden met één van de taxichauffeurs een goede prijs af te dingen maar men bleef bij de vaste prijs van 150.000 roepia. Uiteindelijk toch akkoord gegaan en op weg gegaan naar de Sunset Cottages gelegen aan de weg tussen Maumere en Larantuka. Vanaf Maumere was het ongeveer 30 minuten rijden naar de accommodatie. We zagen het uithangbord langs de weg en moesten nog een stuk over een onverharde weg met veel hobbels en bobbels.

De eigenaar Hendrik stond al op ons te wachten. Hij vertelde ons dat zijn 3 nieuwe bungalows verderop aan het Waiterang strand gelegen alle drie verhuurd waren. De bungalows hier zijn verouderd en de activiteiten zijn verplaatst naar het nieuwe complex maar wij hebben niet veel nodig. Hendrik liet ons de vierpersoonshut zien en wij vonden het helemaal perfect. De traditionele bamboe hut staat onder de kokospalmen en op tien meter van het strand. De hut is eenvoudig met twee tweepersoonsbedden met klamboe en een simpele badkamer met toiletpot en mandibak. De mandibak is er i.p.v. een douche. De bedoeling hiervan is dat je met de gayung, meestal plastic bakje met steel, water uit de betegelde bak, de mandibak, schept en dit met flinke plenzen over je heen giet om je af te spoelen. Ook gebruik je de gayung om het toilet mee door te trekken. Geen luxe maar het echte Robinson Crusoe gevoel. Hier gaan we een paar dagen onthaasten en één worden met de natuur. Al snel zaten we met onze zwembroek in het zwarte zand en de helder blauwe zee. Tijd om te eten tussen de middag gunden we onszelf niet. De omgeving is fantastisch met uitzicht over de baai en enkele eilanden. Af en toe komen er wat lokale mensen voorbij en zie je vissers bezig met hun netten en boten. Verder heerst er alleen maar rust. Aan het einde van de middag keken we vanaf ons terras naar een prachtige zonsondergang. In de avond gingen we bij de gemeenschappelijke open hut wat eten. Aldi, de kok, maakte voor ons een overheerlijke verse kroepoek en twee nasi goreng en twee bami goreng.

Het duurde even voordat het klaar was maar de opmaak en smaak van de gerechten waren super. Ondertussen speelden we een potje pesten en kwartet en maakten we een praatje met de twee andere aanwezige gasten. Het bleken ook Nederlanders te zijn maar zij bleven maar één nacht en zouden morgen naar het nieuwe complex gaan. Terug in de hut mochten we nog een aflevering kijken van de serie “Raveleijn”. Het is een 12-delige kinderserie van de Efteling. Het verhaal is gebaseerd op de gelijknamige attractie in de Efteling en het gelijknamige boek dat door kinderboekenschrijver Paul van Loon werd geschreven. Het verhaal gaat over Joost die vlakbij zijn nieuwe huis in het bos een oude stadspoort ontdekt. Raven leiden hem samen met zijn broers en zussen door de poort. De kinderen veranderen in volwassen ruiters en de raven in prachtige paarden. In het graafschap Ravenbosch staat hen een groot avontuur te wachten. Een spannend verhaal dus waarvan we iedere avond een aflevering mogen kijken. Uiteindelijk waren we zo moe dat onze oogjes vanzelf dicht vielen.