Seget Vranjica

De dag begin zoals normaal rond de klok van 8:00 uur. Niets uitslapen of in bed blijven liggen. We speelden een speeltje op de tablet terwijl pappa en mamma brood voor het ontbijt gingen halen. Ze namen een lokaal gerecht mee namelijk: burek. Het gerecht is hier naar toegekomen tijdens het Ottomaanse rijk. In veel voormalige Joegoslavische landen (Servië en Bosnië) wordt het gerecht nog gemaakt en gegeten. In de jaren 60 werd het door Albanese en Bosnische bakkers geïntroduceerd in Kroatië en Slovenië. Burek is een deeggerecht, soms wordt het ook gemaakt met blader- of filodeeg en het kan gevuld worden met kaas, gehakt of groenten (spinazie). Na het ontbijt begonnen we met het opblazen van onze boot.

We hielden een relax dagje aan het strand. Het lag al vrij vroeg vol op het kleine strandje en we zochten naar een plekje om onze handdoek neer te leggen. We gingen met de boot het water op, gingen snorkelen en volleybalden in het water. Af en toe maakten Keyro en ik ruzie dus konden we niet samen varen of volleyballen en was pappa iedere keer degene die met één van ons iets moest doen.

Gelukkig waren er ook rustige momenten en konden pappa en mamma ook samen even rusten en hun e-book lezen. Tussendoor gingen we af en toe wat drinken in ons appartement en liepen daarna weer terug naar het strand. Aan het einde van de middag gingen pappa en Keyro een wandelingetje maken door Seget Vranjica en naar de andere kant van het dorp.

Ze zagen meerdere kleine baaien met rotstranden, oude olijfboomgaarden en wijngaarden. Mamma en ik bleven lekker op het strand en zwommen en volleybalden lekker in het water. Vanaf een uur of vijf begon het minder druk te worden op het strand en gingen veel toeristen terug naar hun accommodaties. Pappa en Keyro kwamen ook weer terug.

We bleven tot het donker begon te worden in het water. ’s Avonds gingen we uiteten bij een van de restaurantjes langs de baai. We vonden een plaatsje bij restaurant Samac. Op de menukaart stond een gevarieerde keuze met vlees- en visgerechten.

Pappa en mamma gingen beiden voor de inktvis, de ene voor gegrilde kalamari en de andere voor de gefrituurde variant. Keyro nam kipschnitzel omdat van de Wienerschnitzel er nog maar eentje te bestellen was en ik deze graag wilde. We speelden wat potjes kaart tot het eten werd geserveerd. Ik at niet veel want ik was zo ontzettend moe van de hele dag zwemmen en bezig zijn. Gelukkig hielpen pappa en Keyro mij een beetje en werd het meeste toch opgegeten. Half slapend lag ik bij mamma op schoot te wachten tot we terug gingen naar ons appartement. Daar viel ik direct in slaap.

Šibenik

Onze dag startte redelijk rustig. De laatste was werd van de waslijn gehaald, spullen ingepakt, er werd ontbeten en rustig aangekleed. We verlieten het mooie appartement rond de klok van 10:15 uur. De rit naar Šibenik waar we een tussenstop wilden maken, duurde ongeveer anderhalf uur.

We volgden opnieuw de kustweg D8 en niet de snelweg. De D8 loopt vanaf de grens met Slovenië via Rijeka, Zadar, Split en Dubrovnik helemaal door tot de grens met Montenegro. Het is met 643 kilometer, de langste weg van het land en loopt langs de hele Kroatische kust.  Het was erg druk onderweg en net voor Šibenik belandden we in een stilstaande file. Uiteindelijk bereikten we toch de stad Šibenik en vonden we direct een parkeerplaats op een groot parkeerterrein net buiten het centrum.

Hier vandaan was het ongeveer 10 minuten lopen langs de boulevard naar het centrum. Helaas zat het weer even tegen en begon het wat te miezelen. Nabij de haven lagen veel terrasjes en we zochten een leuk plaatsje uit. We zaten in een schommelstoel aan het water, heerlijk. Gelukkig verdween de regen al snel en maakte het plaats voor een lekker zonnetje.  De stad ligt aan een pittoreske baai waar de karstrivier de Krka in uitmondt.

In tegenstelling tot  andere steden aan de kust is Šibenik niet gesticht door de Illyriers, Grieken of Romeinen maar door de lokale Kroaten zelf. Er regeerden diverse koningen over Šibenik  en aan het einde van de 12e eeuw kreeg de plaats stadsrechten. Na de tweede wereld oorlog groeide Šibenik uit tot een van de belangrijkste havens aan de Adriatische kust. In 1991 werden er nog flinke gevechten gevoerd tussen de Kroaten en de Joegoslavische troepen en de Servische opstandelingen.

De Kroaten verdedigden de stad met succes. Tot in 1995 werd de stad nog regelmatig met granaten bestookt maar uiteindelijk keerde einde 1995 de rust terug en begon de stad met de wederopbouw en reparatiewerkzaamheden. Via de boulevard kwamen we uit bij het auto vrije centrum. De oude binnenstad is gelegen op een aantal heuvelruggen. We kwamen als eerste langs de Sint Jacobuskathedraal, het grootste en mooiste bouwwerk van Dalmatië.

In 15e eeuw werd gestart met de bouw van de kathedraal en pas honderd jaar later was de bouw voltooid. Het is niet vreemd dat de bouw zo lang duurde want de kathedraal is zonder één enkele spijker, hout of ander bevestigingsmateriaal gebouwd. De kathedraal is volledig gebouwd uit wit steen. Het dak en de koepel zijn gemaakt van stenen die in elkaar passen en er is geen cement voor gebruikt. In 2000 werd de kathedraal op de UNESCO Werelderfgoedlijst gezet.

Aan de buitenkant van de kathedraal zitten veel versieringen, zo zijn er 72 gezichten te zien. Pas na de bombardementen en de oorlog werd de kathedraal gerestaureerd door buitenlandse experts en zag men pas hoe bijzonder de kathedraal was. Daarna liepen we door de smalle, oude straatjes en steegjes van het gerestaureerde centrum. Jammer genoeg wordt het oude centrum overspoeld met toeristen en liep je soms in optocht door de straatjes.

Hoe verder we van het oude centrum kwamen hoe rustiger het werd. We vonden een leuk restaurant op een klein pleintje tussen de steegjes en hadden daar een heerlijke lunch. Mamma had garnalen in tomatensaus, pappa, Ronac had kipfilet op een bedje van rösti en ik had ćevapčići. Na de lunch begonnen we aan een steile klim via verschillende trappetjes naar 1 van de 4 forten van Šibenik. We maakten de klim naar Sv. Mihovila  (St. Michael’s Fort) dat in het centrum ligt. We kwamen langs het oude kerkhof met grote graftombes.

Vanaf het fort hadden we een prachtig uitzicht over de stad, zee, eilandjes voor de kust en de omringende heuvels. Vroeger diende het fort om de stad te beschermen tegen indringers van buitenaf. Tegenwoordig wordt het gebruikt voor optredens en evenementen en staat de binnenplaats vol met tribunes. Terwijl wij rondliepen was er een dansgroep aan het repeteren op de oude binnenplaats.

Ronac kocht bij het fort een handgemaakte houten speelgoeddolk en was hier heel blij mee. Ik wilde met het geld van oma Evelien een ander souvenir kopen alleen weet ik nog niet wat. Via de steegjes met de trappetjes, keerden we terug naar de boulevard en liepen we terug naar de auto. We vonden niemand  bij wie we konden betalen voor het parkeren en reden de parking af. Onze bestemming was Seget Vranjica, een toeristenplaatsje op ongeveer 5 kilometer van de historische stad Trogir.

De kustweg die we volgden was werkelijk prachtig. We hadden gisteren via Booking.com een appartement direct aan het strand geboekt. We vonden apartmani Vukman met onze navigatie vrijwel direct.

De gastvrouw haalde haar zoon erbij omdat hij iets beter Engels sprak en liet ons het appartement zien. Het ligt op de begane grond, heeft een keuken en een balkon. Vanuit het appartement kijk je tussen de bomen door uit op het strand en de baai.

Wij gingen meteen naar het strand om te zwemmen en te snorkelen. Pappa en mamma pakten wat uit en gingen even naar een nabij gelegen winkel voor wat kleine boodschappen. In de avond hadden we simpel avondeten, bestaande uit brood met gebakken ei. In het appartement hadden we Wifi en zo konden we ook lekker wat gamen en een filmpje kijken. We blijven hier in totaal 3 nachten dus lekker relaxen.

Senj

Poeh, poeh de dag begon weer vroeg. We zweetten rond 8:00 uur al de tent uit. Het zou een hele warme dag worden, zo’n 35 graden en dat was te merken. Na het ontbijt vertrokken wij met de auto in de richting van Senj. Senj is de grootste stad op de weg tussen Rijeka en Zadar. Het heeft een geschiedenis die meer dan 3000 jaar terug in de tijd gaat. We zetten onze auto net buiten de stad op een parking en liepen als eerste naar het fort. Fort Nehaj is een middeleeuwse Uskokkenvesting uit de 16e eeuw. Het is gelegen aan de voet van het Velebitgebergte op een strategisch punt aan de kust van de Adriatische zee.

De stad werd al in 52 v. Chr. gesticht door de Romeinen. In 1154 werd Senj pas belangrijker doordat de bisschop zich er vestigde. In 1537 kwam er een grote stroom vluchtelingen uit Servië en Bosnië, zij waren op de vlucht voor de Turken. Senj behoorde in die periode tot het Habsburgse rijk en hadden een Hongaarse koning. De koning maakte Senj een belangrijke vesting zodat ze konden voorkomen dat de Turken de Adriatische zee zouden bereiken. De vluchtelingen noemden zich Uskokken (ontsnapten) en vanwege het feit dat ze aan de gruweldaden van de Turken waren ontkomen, hadden ze zich volgens het stadsbestuur genoeg bewezen.

Ze werden opgenomen en zouden kunnen helpen bij de verdediging van de stad. De Uskokken gingen de stad echter overheersen en beperkten zich niet alleen tot het aanvallen van de Turken. Vanuit Senj maakten ze de kust onveilig en werden Venetiaanse schepen veroverd. Venetië protesteerde maar kon weinig doen tegen het gevaar. Ze sloten een verbond met de Turken om de Uskokken een lesje te leren. Echter lukte dit plan niet en werden de Uskokken niet verslagen. Venetië vroeg Oostenrijk om hulp maar die konden ook niets. Het leidde tot een oorlog tussen de twee landen en eindigde in 1617  toen de Uskokken werden verbannen.

In het slot is nu een museum waar we informatie kregen over de Uskokken van Senj. De daden van de Uskokken inspireerden veel Kroatische schrijvers tot het vastleggen van de geschiedenis.

De vierkante burcht heeft vijf torens en 11 kanonopeningen.Voor de burcht zagen we nog een aantal kanonnen staan. Er waaide een fris windje die de bewoners ook wel bura (bora) noemen. Het is een koude noordoostenwind die ontstaat doordat de koude lucht van de Balkanvlakte over de Vratnikpas valt en vrij spel heeft om via het Senjskadal de stad te bereiken.

 

Na ons bezoek aan het museum en de burcht liepen we door het park naar het centrum van Senj. Op een gezellig pleintje aten we een ijscoupe bij één van de terrassen. We slenterden wat door het centrum en kochten bij een souvenir winkeltje een “squizzy”, een soort stressballetje met een heerlijk luchtje eraan. We kwamen langs de jachthaven en liepen door naar het naastgelegen openbaar strand van de stad.

Voordat we een duik namen in de zee, sprongen we nog vijf minuten op een trampoline. Even uitleven en goed zweten om ons daarna lekker af te kunnen spoelen in de zee. Pappa en mamma zaten met een halve liter Radler lekker op het terras. Een paar uurtjes later liepen we terug naar het centrum en hadden we bij een sfeervol restaurant met straatterras een verlate lunch.

Pappa en mamma hadden een tweepersoons vleesschotel, Keyro een pizza en ik een calzone (opgerolde pizza). We liepen terug langs de kust naar de auto. De camping was maar een paar kilometer rijden en we waren zo weer terug. Meteen de zwembroeken weer aangedaan en lekker met de roeiboot het water weer op.

’s Avonds keken we buiten aan de kampeertafel bij het licht van een lantaarn nog naar een filmpje. Toen de muggen weer in grote getallen aan te vallen alsof we zoete broodjes waren, gingen we de tent in en keken we daar verder.

Zon en zee

Het heeft vannacht flink geonweerd en geregend. Gelukkig bleek de tent er tegen bestand en zijn we niet nat geworden of de lucht ingegaan.  De dag begon rond 7.30 uur al en de zon scheen al fel op de tent. Het was meteen warm dus snel naar buiten.

We hadden een lekker ontbijtje voor onze tent. Vandaag hadden we geen planning dus konden we doen waar we zin in hadden. Samen met pappa bliezen wij de roeiboot op die we hadden meegenomen. Al vroeg lagen we in het water. Lekker zwemmen, varen en dobberen op het luchtbed in de zee.

Tussendoor een hapje, drankje en af en toe mijn boek lezen. De baai is echt schitterend en je raakt er niet op uitgekeken.

Tussen de middag maakten mamma en ik een lichte lunchsalade, jummie. We speelden in de zee met de volleybal en trokken er weer met de boot op uit. Uiteindelijk begin ik me toch een beetje te vervelen, tot ergernis van pappa en mamma. Ik snap hun ook wel een beetje want wij wilden perse naar het strand. ’s Avonds aten we bij het eetcafé van de camping. Ze hebben een simpele maar lekkere kaart. Wij bestelden onder andere hamburgers en ćevapčići.

Het laatste gerecht is een vleesgerecht dat onder verschillende namen over de gehele Balkan bekend is. Vooral in Bosnië, Kroatië, Montenegro en Servië is het heel populair. Het is gemaakt van gehakt, ziet er uit als een worstje en wordt gegrild .

De ćevapčići wordt in porties van vijf of tien stuks besteld en geserveerd met een broodje, frietjes, Djuvec (Kroatische paprikarijst), uien, sla en of ajvar (paprika auberginespread).  De oorsprong van het gerecht is van de Middeleeuwen toen de Balkan onderdeel was van het Ottomaanse Rijk.

Het is een regionale variant op de Turkse kebap köfte. Wij vonden het erg lekker en lieten het ons smaken. Na een prachtige zonsondergang werden we al snel overvallen door de muggen.

Niet echt leuk om buiten te zitten en lek geprikt te worden. We gingen op tijd onze tent in en keken een filmpje op de tablet en ik las nog wat in mijn boek.

Dagje aan de Belgische kust

Op onze laatste vakantiedag was het goed weer en gingen we naar het strand in de Haan. Het was een stukje rijden en we arriveerden rond 12 uur in het dorp. Het was druk en we gingen op zoek naar een parkeerplekje. Toevallig bleek er een plaatsje vrij te zijn naast vakantiehuis “De Dolfijnen”, waar pappa vroeger altijd met de familie naar toe ging.

Waarschijnlijk was hier net iemand weg gereden want werkelijk alles stond vol met auto’s. We namen de spullen mee uit de auto en liepen naar het strand. Bij de boulevard liepen we naar links het strand op. We liepen verder door waar het wat rustiger was en geen strandtenten.

In de duinen vonden we een mooi plekje uit de wind. Snel insmeren met zonnebrandcrème, de zwembroek aan en het strand op. Heerlijk spelen in het zand. We bouwden zandkastelen en groeven kanalen. Natuurlijk werden er ook geulen en dammen gebouwd om het zeewater tegen te houden. Tussendoor gingen we even eten en drinken maar we zaten voornamelijk op het strand. Af en toe namen we een duik in de zee om het zand even tijdelijk van ons af te spoelen.

We bleven tot een uur of zes op het strand en toen moesten we echt gaan. Bij de frituur aten wij een frietje met zure Belgische mayonaise en een snack. We konden niet aan de terugreis beginnen zonder een ambachtelijk gemaakt ijsje te hebben gehaald bij de ijssalon in het dorp. Op de terugweg vielen we allebei in slaap in de auto. Pappa en mamma legden ons thuis direct in bed en het douchen zou morgenochtend moeten gebeuren.