Wayangvoorstelling

We werden wakker rond de klok van 8:00 uur net zoals normaal dus. We keken uit het raam en zagen overal huizen en winkelcentra. We deden rustig aan en wachtten tot onze contactpersoon kwam om de betaling te regelen. Hierna liepen we naar beneden om een taxi aan te houden die ons naar het Wayang Museum zou brengen. Vanuit de taxi lieten we alles van deze metropool op ons inwerken. Jakarta is de hoofdstad van Indonesië en ligt aan de noordwestkust op het eiland Java. Met zijn circa tien miljoen inwoners (waarschijnlijk zelfs meer) is het direct de grootste stad in het land. Wij zouden maar één dag in Jakarta blijven en dat was vooral om een beetje te relaxen, te acclimatiseren (wennen aan de warmte) en om bij te komen van de lange vlucht.

De stad heeft een lange geschiedenis en stond onder verschillende namen bekend. De oude naam van de stad was Sunda Kelapa. In juni 1572 werd de naam van de stad verandert in Jayakarta, wat nu Jakarta is. Sunda Kelapa is niet de enige naam die de stad heeft gehad. Jakarta is ook in Nederlandse handen geweest en kreeg de naam Batavia. Tijdens de Japanse bezetting in 1942 werd de naam verandert in Djarkata. In 1972 is de spelling opnieuw gewijzigd en werd het Jakarta. De stad was druk, chaotisch, veel smog (luchtverontreiniging) en er leven veel mensen in armoede. Het verkeer in Jakarta is een groot probleem. De wegen zijn vol met auto’s, bussen, brommers en motors die kriskras door elkaar rijden en onze rit met de taxi duurde veel langer dan verwacht. We zagen mensen met mondkapjes tegen de luchtvervuiling en hele gezinnen van vier personen op één brommer, levensgevaarlijk zou je zeggen.


Op veel plaatsen aan de toch al drukke straten stonden mobiele etenskarren, ook we kaki lima genoemd. Letterlijk betekent dit vijf voeten, de wielen, een houten steun en de benen van de verkoper. Er wordt de gehele dag een variatie aan eten verkocht. Meestal verkoopt de kaki lima één soort warme maaltijd (bijvoorbeeld mie bakso, gado, gado, saté), snack (bijvoorbeeld pisang goreng, kroepoek) of drank. Onze taxichauffeur zette ons af bij Jalan Pintu Besar Utara, het beging van één van de weinige autovrije zones in het centrum. We liepen de straat af en kwamen uit bij het Taman Fatahilla plein. Het plein was in de VOC-tijd het stadhuisplein. Met behulp van UNESCO zijn verschillende koloniale gebouwen rond het plein gerestaureerd. In het oude stadhuis is hedendaags het Jakarta City Museum gevestigd. Op het plein was het heel druk. Er werden fluorescerende fietsen met bijbehorende zonnehoeden verhuurd en de lokale mensen maakten enthousiast een slingerend rondje over het plein. Opvallend was de grote hoeveelheid moslima’s. In Indonesië zijn verschillende bevolkingsgroepen zoals Moslims, Christenen, Katholieken en Hindoes.

Verschillende groepen betekent ook dat er meerdere religies (godsdiensten) in het land zijn.De grote meerderheid van de Indonesische bevolking is moslim. Met meer dan 200 miljoen moslims is Indonesië zelfs het grootste islamitische land ter wereld. In de 15de eeuw kwam Indonesië in aanraking met de Islam. Vooral de eilanden Java, Sumatra en Maluku gingen over naar deze godsdienst. Toch lijkt de islam hier niet direct op de Arabische versie van de islam. Regionale tradities en het oude geloof werden vermengd met de islam en zo ontstonden er verschillende variaties. Zo hebben vrouwen hier meer rechten en vrijheden dan in andere Islamitische landen. Een aantal keren werden wij gevraagd om met lokale toeristen op de foto te gaan. Een grote groep moslima’s bedankten mij zelfs met “We love you” alleen omdat ik met ze op de foto ging. We liepen naar het Wayangmuseum dat ook aan het plein gevestigd is.


Er was net een wayangvoorstelling begonnen dus besloten we eerst daar naar toe te gaan en later het museum te bezichtigen. Terwijl pappa en mamma met een meneer van het museum stonden te praten, hij sprak zelfs Nederlands, voelde ik mij even niet zo lekker. Ik had erg veel last van de warmte en begon buikpijn te krijgen en te zweten. We werden naar de voorstelling gebracht en mochten helemaal vooraan gaan zitten op het podium en niet op de speciaal opgestelde stoelen. Gelukkig stond er een airco en voelde ik me daarna wat beter worden. Op Java kent men de traditionele wayangvoorstelling en het is van oudsher een volksvermaak. Het is een gebeurtenis waar alle rangen en standen, jong en oud, arm en rijk elkaar ontmoeten. Het spel met de platte leren poppen, de wayang kulit, is al zeer oud en bestond al vóór het jaar 900. Families kwamen vroeger bij elkaar om naar de voorstellingen te kijken waar, door middel van de poppen, hun voorouders als schimmen weer tot leven werden gebracht. Aan het begin van de voorstelling werd een groot, zeer fijn kunstig uitgesneden bladvormige figuur op het scherm getoond, de gunungan. Het blad wordt gebruikt om het begin, de pauzes tussen de verschillende scènes van het verhaal en het einde van de voorstelling aan te geven. De dalang, in ons geval een jonge jongen, was tegelijk de verteller, de regisseur en de vertoner van het wayangspel. Hij bracht de poppen tot leven door ze allerlei schaduwbewegingen te laten maken tussen een fel brandende lamp en het scherm.

Soms werden er twee, soms zelfs vier poppen tegelijk omhoog gestoken en liet hij hun ledematen bewegen met behulp van stokjes. Het verhaal waarbij de poppen hun bewegingen maken, werd begeleid door een gamelanorkest. Het geluid wat het orkest produceert is enorm en af en toe moest ik echt even mijn oren dicht houden. Omdat wij niets konden verstaan of begrijpen van wat de jongen vertelde, moesten wij onze fantasie een beetje gebruiken. Ronac was hier een stuk beter in en wilde voor mijn gevoel uren blijven kijken. Volgens ons leek het verhaal te gaan over de tegenstelling goed en kwaad. In de loop van het verhaal leek het kwaad de overhand te krijgen en dat de boze geesten zouden zegevieren. Maar aan het einde verscheen dan toch de held die het verhaal een zodanige wending gaf dat uiteindelijk het goede kon overwinnen. Na de voorstelling liepen we door het museum waar verschillende wayangpoppen stonden tentoongesteld. We zagen de wayang kulit die ook werden gebruikt in de voorstelling. Deze poppen zijn met de hand gemaakt van buffel- of geitenleer en zijn zeer gedetailleerd gemaakt met veel versieringen. Ook waren er de wayang klikit, dit zijn platte houten poppen die meestal gebruikt worden voor historische verhalen. Bij hun spel wordt geen scherm gebruikt, zij worden als pop vertoond. Dat gebeurt ook bij de bij velen bekende wayang golek, de poppen met de rondhouten koppen die meestal prachtig beschilderd zijn. Er waren ook collecties wajang en poppen uit andere landen zoals Maleisië, Frankrijk en India.


Na het museumbezoek liepen we een rondje om het plein op zoek naar een restaurant om te kunnen lunchen. We kwamen uit bij restaurant Djakarte. Op de kaart hadden ze poffers met ijs staan die bestelden Ronac en ik natuurlijk. Pappa en mamma namen de mie goreng (gebakken noedels). Ronac had een apart drankje besteld. Het was water met aardbeien en het werd niet geserveerd in een glas maar in een jampotje, grappig. Na de lunch zochten we een taxi om terug te gaan naar het appartement. We brachten de rest van de middag door in het uitgestrekte zwembad dat onder de vijf hoge appartementencomplexen door loopt.

Het zwembad was gedecoreerd met mooie beelden van vissen, krokodillen en schildpadden. In de avond liepen we naar de Mall of Indonesia direct aan de overkant van ons appartement. In het winkelcentrum waren natuurlijk een heleboel winkels maar ook restaurants en kinderattracties. Ook vonden we hier een bank om te kunnen pinnen. Pappa en mamma’s portemonnee waren na het pinnen super dik en we waren miljonair. De munteenheid waarmee betaald wordt, is de Indonesische roepia (rupiah). Je kunt daar als hoogste bedrag 2.000.000 (2 miljoen) roepia pinnen. Nu is dat een hele pak geld voor ons uiteindelijk niet zo veel waard. Omgerekend is 2 miljoen roepia ongeveer € 140,00. We aten bij het foodcourt en iedereen kon zelf kiezen wat hij of zij wilde. Mamma en pappa namen saté en nasi campur, Ronac had mie goreng en ik nam kebab. Het smaakte goed en was niet duur. Na het eten kregen we nog een ijsje en dat was in verhouding wel weer prijzig. We gingen niet te laat naar bed want we moeten vannacht al om 3:00 uur weer op om naar het vliegveld te gaan voor onze binnenlandse vlucht naar Maumere.