Dag 18; Op safari

Jeetje, het was heel erg vroeg en nog donker toen pappa en mamma ons wakker maakten. We gingen op jeepsafari in het Yala National Park. De jeep stond buiten het hek van het hotel op ons te wachten. We stapten in en het duurde niet lang meer of we vielen weer in slaap door al het gehobbel van de 4WD jeep. Het bleek nog een half uurtje rijden te zijn naar de ingang van het nationale park. We waren de tweede wachtende in de rij om het park binnen te gaan en moesten wachten tot het hek open ging. Yala National Park is een van de oudste en bekendste nationale parken van Sri Lanka. Het park beslaat een oppervlakte van 1297 km² wat Yala National Park het grootste natuurgebied van het land maakt. Het Yala National park wordt gezien als één van de hoogtepunten van Sri Lanka en is daarom ook zeer druk bezocht door toeristen.


Op zoek naar wildlife in Yala National Park.
Eenmaal in het park reden we over zandpaden met tientallen andere jeeps en af en toe zelfs in colonne. Elke jeepchauffeur wilde zijn gasten zoveel mogelijk vogels en dieren laten zien. Nana had onze chauffeur cq spotter gevraagd om naar het leefgebied te gaan van het luipaard. Olifanten zaten hier ook maar deze hebben we in Minneriya National Park al goed kunnen zien. Het gebied was droog bosland met veel open vlaktes en kleine meertjes. We zien al snel verschillende vogels onder andere bijeneters, Indische Nimmerzats (soort ooievaar), ibissen en de nationale vogel van Sri Lanka de Ceylonhoen. Ook zagen we een aantal jakhalzen rondlopen op zoek naar karkassen van dieren om op te eten. Ook zagen we herten, wilde zwijnen, olifanten en krokodillen. Keyro miste het allemaal want die was in een hele diepe slaap en met geen kanon wakker te krijgen.

We zagen verschillende grote krokodillen.

 

Na een paar uur rond rijden en hobbelen, stopten we bij de kust. Op deze plaats konden we even uitstappen, de benen strekken en even iets eten uit ons ontbijtpakket. Op deze plek stond ook het tsunami-monument. Op tweede kerstdag 2004 kwamen in dit park 49 toeristen, chauffeurs en gidsen om het leven door de tsunami die toesloeg tijdens hun safari. Het lukte Keyro uiteindelijk om wakker te worden en het laatste stukje van de safari mee te beleven. Een luipaard werd helaas niet gevonden. Uiteindelijk verlieten we Yala park en waren we rond de klok van 11:00 uur terug bij ons hotel.


Nu weet ik waarom ze deze dieren waterbuffels noemen.

Natuurlijk werd ons gevraagd of we op eigen kosten in de middag nog een keer op safari wilden gaan. Keyro wilde het zo graag dat pappa en mamma toezegden en we dus nog een keer gingen. Om de tussenliggende tijd te overbruggen gingen we lekker naar het zwembad om te zwemmen. Er waren twee Nederlandse meisjes waar we een tijdje mee speelden totdat zij vertrokken naar hun nieuwe bestemming. We werden om 15: 00 uur  opnieuw afgehaald door dezelfde chauffeur. Eerst de circa 21 kilometer naar het park en toen snel naar het west-blok van het park. In dit gebied van het park heb je de meeste kans om het mysterieuze luipaard te spotten. Keyro zat op zijn “spotterstoel” en zag heel erg veel dieren maar geen luipaard.


Even genieten op het strand tijdens een pauze in Yala NP.

We reden lange tijd rondjes over de verschillende wegen net zoals veel andere jeeps. Het leek erop dat iedereen op zoek was naar één van de 35 in het park levende luipaarden. Ondanks de vele auto’s werd het luipaard niet gespot. Onze chauffeur belde met bevriende collega’s maar niemand had iets vernomen of gezien. Gelukkig werd onze zoektocht af en toe wel onderbroken door andere dieren die wel konden spotten. We zagen een paar bijeneters en een landvaraan van wel heel dicht bij. Ook zagen we een paar die op de weg liepen. Onze gids haalde wat acrobatische toeren uit en wurmde zich met zijn jeep tussen de andere jeeps voor een betere positie. Toen de olifanten weg waren reden we verder en draaide de chauffeur op de weg. Dit werd gezien door de parkbewaking en hij kreeg een flink standje van een man met een geweer in zijn hand dat hij dat niet mocht doen. De reden waarom hij draaide was dat er bericht was dat er in de buurt een luipaard gesignaleerd was.

We reden samen met een hoeveelheid andere jeeps drie keer hetzelfde pad af maar geen luipaard. Helaas begon het donker te worden en moeten de jeeps voor een bepaalde tijd het park uit zijn. Indien de chauffeur zich hier niet aan de regels houdt , krijgt hij een boete. We moesten dus echt omdraaien en terug keren naar de uitgang. Vlak voordat we het park uitreden, kwamen we oog in oog te staan met een zogenaamde “tusker”. Zo noemt men een mannetjesolifant met enorme slagtanden ook wel. Het was weliswaar nog geen volgroeid mannetje maar hij had wel flinke slagtanden. Hij liep wat heen en weer op de weg. We konden hem echt heel goed bekijken en bijna aanraken. Van zo dichtbij hadden we de olifanten zelfs in Minneriya National Park niet gezien.


Overstekende olifanten.

Ondanks dat de luipaarden zich ook tijdens deze twee safari’s niet lieten zien vonden we het allemaal toch zeker de moeite waard. Het landschap was prachtig en we hebben veel dieren kunnen zien. Na terugkomst fristen we ons snel op en gingen daarna direct naar het restaurant voor het avondeten. Opnieuw was het goed verzorgd met een voorgerecht, soep en keuze uit twee hoofd- en nagerechten. Morgen verlaten we deze plek voor voor een volgende bestemming aan het strand.

 

 

Dag 9; Het platteland

Onze koffer en rugzakken waren weer ingepakt en we verlieten het prachtige en goede Kassapa Lions Rock Hotel. Na het ontbijt reden we tien minuten en daarna stopten we bij een groot hotel in Habarana. Hier haalden we een lokale gids op en werden we geregistreerd voor toegang tot het gebied. We verlieten te voet de grote weg om te kijken hoe het dagelijks leven op het Sri Lankaanse platteland is. We verkenden het gebied rondom het plattelandsdorp Hiriwaduna. Na een stukje lopen stapten we in een kar die werd voortgetrokken door ossen. De ossenkar is één van de oudste manieren van transport en wordt hier nog veel gebruikt. De ossen liepen niet al te snel en zo konden wij goed de omgeving in ons opnemen. Opvallend was de grond onder ons die steeds roder werd.


We reden door het akkerland waar diverse groenten werden verbouwd. In dit seizoen werd er vooral uien en rijst verbouwd. We zagen boeren bezig om land te bewerken. De mannen doen eerst het zware werk van het omploegen van de aarde en daarna gaan de vrouwen verder met het zaaien van de gewassen. Na een tijdje hobbelen stapten we bij een stupa uit en gingen we te voet verder. We lopen door een prachtig gebied en zien in de verte zelfs een neushoornvogel (Hornbill) in de top van de bomen. Met de verrekijker van onze gids kan ik hem beter bekijken. Ik zag een grote vogel met een enorme felgekleurde en gebogen snavel. Bovenop de snavel zat nog een gekrulde “hoorn”. Kortom een prachtig dier!


Met een verrekijker lijken de dieren allemaal heel dichtbij.

Het volgende transportmiddel was een oruva, een traditionele vissersboot. Het was maar een klein stukje en we gingen direct weer aan wal. We liepen over een smal pad tussen de plantages met bananenbomen, papajabomen en palmbomen door. We kwamen uit bij een huisje van klei met een palmbladeren dak en kleine groentetuin met long beans (kouseband), een lange sperzieboon, aubergines en manioc. De bewoners was een oudere man die manioc aan het koken was. Manioc, wij kennen het als cassave, is een eetbare wortelknol die oorspronkelijk komt uit Zuid Amerika. De Portugezen namen de knol mee naar Azie. De plant kan groeien op arme grond en is goed bestand tegen droge periodes. Volgens Nana is het heel gezond en beschermd het je tegen allerlei ziekten zoals kanker.


Op zoek naar wilde olifanten vanuit de uitkijkpost.

We beklommen de uitkijkpost naast het huisje. Hier slaapt de man ’s nachts en kijkt hij of er geen wilde olifanten komen. De olifanten zijn een plaag voor de boeren want ze kunnen akkers, oogst en afrasteringen verruiineren. De boeren proberen de olifanten te verjagen met hulp van vuur of voetzoekers (vuurwerk). Jaarlijks overlijden boeren maar ook olifanten aan deze confrontatie. We kregen nog een paar banaantjes en zagen een gekko onder het dak van het huisje. We gaven de man wat roepies voor zijn gastvrijheid en liepen verder.


Een dakvlechten van palmbladeren.

We kwamen langs een gebied met meerdere huisjes en daar liet Nana ons zien hoe je van de palmbladeren een dak vlecht voor op een huis. Het laatste stuk legden we opnieuw af in een oruva en we voeren over het enorme waterreservoir (wewa). Wat een prachtig en bijzonder gebied was het, schitterend. Na deze mooie maar ook leerzame tocht reden we verder naar het oostkust. Onderweg zagen we veel rijstvelden en verschillende waterreservoirs uit de oude tijd. Ons hotel lag in het plaatsje Uppuveli op ongeveer acht kilometer van het centrum van Trincomalee. In het noorden woonden voornamelijk Tamils en dit veroorzaakte van 1983 tot 2009 een conflict met de Singalezen. De Tamiltijgers vochten voor een onafhankelijke staat. Het werd een langdurige burgeroorlog en er zijn veel slachtoffers gevallen aan beide kanten. Vanaf 2009 gaven de Tamil tijgers zich over en keerde de rust onderling weer terug.

Het toerisme is in dit gedeelte van het land echt in opkomst en staat in de kinderschoenen ten opzichte van de rest van Sri Lanka. Ons hotel Sea Lotus Park bereikten we via een omweg omdat de hoofdweg was afgesloten. We checkten in en kregen een ruime kamer op de begane grond met een terras aan de tuin. We gingen eerst iets eten want we hadden flink honger gekregen. We gingen binnen in het resaturant zitten in de hoop dat daar airco was maar dat bleek niet zo te zijn. Er was alleen wat verkoeling van de fan. We deden onze bestelling bij een ober in opleiding en zagen de jongen de hele tijd bezweet van hot naar her rennen. We hadden allemaal medelijden met de jongen. Het duurde lang (bijna een uur) voordat ons eten kwam en dat van mamma kwam zelfs helemaal niet. De bestelling was verkeerd gegaan en de sweet en sour garnalen van mamma zouden snel komen werd haar beloofd.


Trincomalee

Ondertussen gingen wij naar buiten om op het strand te gaan spelen. Helaas begon het donker te worden en kwam er een flinke regenbui naar beneden. We renden snel naar onze kamer maar waren toch al doorweekt. We amuseerden ons goed op de kamer al werden we af en toe in het donker gezet omdat de stroom uitviel. In de avond gingen we in het restaurant eten. De keuze van het buffet viel tegen bij hetgeen we tot nu toe hebben gehad. Er was keuze uit vis of vlees en wat bijgerechten. Ronac werd al snel vrienden met de kok en een paar obers en verdween in de keuken. Hij wist daarmee een schaaltje met chocoladeijs te versieren, de bofkont. Morgen gaan we lekker genieten van het strand en helemaal niets doen.

Dag 5; Rondom Negombo

We haalden vandaag wat slaap in en sliepen wat langer uit. Hierdoor waren we wel te laat voor het ontbijt. Toen de eigenaar ons zag vroeg hij of we toch nog wat toast, jam en koffie wilden. Dat is nog eens service! We aten wat toast en verlieten daarna Villa Araliya om te gaan pinnen en naar het strand te gaan. We liepen door de hoofdstraat van het dorp Kochchikade. Men noemt het vaak onder een en dezelfde naam met Negombo maar deze beroemde vissersplaats ligt 6 ½ kilometer verder terug naar het vliegveld. Het pinnen was snel gebeurd en daarna konden we het strand op. Er was een breed zandstrand en we zagen meteen een felgekleurde traditionele vissersboot, oruva genaamd, liggen. Terwijl pappa en mamma spraken met een paar mensen die donaties wilden voor een project of iets wilden verkopen liepen wij verder het strand op.


Op het strand bij Negombo.

De zee was erg ruw met hoge golven en dus niet geschikt om te zwemmen. Ik vond het geraas maar niets en bleef een beetje op afstand. Mijn broer Keyro begin meteen als een hondje te graven en was al snel nat door de hoge golven die verder het strand op spoelden dan hij had verwacht. Op ons gemak liepen we terug naar Villa Araliya om iets te lunchen voordat we vertrokken richting de lokale vismarkt van Negombo.

De vismarkt is de tweede grootste vismarkt in Sri Lanka. De vissers komen vroeg in de morgen en laat in de middag terug met hun vangst. Op het strand staan verkopers klaar om de vissen over te nemen. De vissen worden direct schoongemaakt, verkocht en bepaalde soorten worden gedroogd op het strand in de brandende zon. Op de markt zelf was het niet zo druk meer maar we zagen toch verschillende soorten vis, schaal- en schelpdieren die te koop werden aangeboden. Op het strand was het wat drukker en waren vissers in de weer om hun vangst uit de netten te halen of hun boot weer gereed te maken om te vertrekken. Op het strand lagen ook vissen te drogen en dat stonk toch wel een beetje. Honden en vogels hingen er ook omheen en echt hygiënisch was het niet.


Keyro had ontzettende dorst en pappa kocht een fles water bij het lokale café. Ik protesteerde tegen water en wilde cola of Fanta. Ik kreeg dit niet en bleef eigenwijs in het café staan. Mamma tilde me op en liep weg maar zodra ze mij weer neerzette, rende ik terug naar het café. De gasten vonden het wel grappig en bekeken het met een lach op hun gezicht. Helaas hielp het niets en kreeg ik geen frisdrank. We kregen van Nana nog wat uitleg bij een van de groentestalletjes. Ze verkopen hier veel groente en fruit dat ik niet kon.


De vismarkt van Negombo.

We reden vanaf de vismarkt richting het Mutharajawela nationaal park voor een boottochtje. Onderweg zagen we Nederlandse kenmerken in het straatbeeld terug. In de 16de eeuw kwamen de Nederlandse VOC-schepen hier naar toe om handel te drijven. Ze bouwden zelf een kanaal netwerk van zo’n 120 kilometer om de goederen te vervoeren. Vooral kruiden en specerijen maar vooral kaneel behoorden tot de handel. In het Mutharajawela nationaal park maakten we een boottocht over een van de Nederlandse kanalen.


Onderweg zagen we meteen de watervaraan, een soort hagedis die gemiddeld wel 1 ½ meter lang kan worden. De varaan is een carnivoor en is niet kieskeurig wat eten betreft. Zo eet hij vogels, kikkers, schildpadden, vissen, eieren en kleine zoogdieren zoals ratten en muizen. Ook zagen we direct verschillende soorten vogels. Als eerste liet een bonte specht zich zien maar niet fotograferen. Daarna zagen we verschillende soorten ijsvogels.


Kingfisher (ijsvogel) tijdens het boottochtje op het kanaal.

IJsvogels zijn graag in de buurt van stromend water en eten vissen. We zagen de gewone ijsvogel helder blauw gekleurd met bruine buik, de bonte ijsvogel wit met zwart van kleur en smyrna ijsvogel, felblauw met bruin. Ook zagen we waterhoentjes, aalscholvers, groene bijeneter, witte ibis, zeearend en een zilverreiger.


Nederlands kanaal.

De zilverreiger wit van kleur wordt zo genoemd omdat zijn verenpak glinstert in de zon als hij nat is. Het kanaal mondde uit bij de lagune. De dagelijkse vloed brengt zeewater vanuit de oceaan naar het moeras. Ook zagen we mangrovewoud met moerasvarens. In een van de bomen zagen we ook de Ceylon kroonaap, een soort makaak. Hij bleef ons rustig aankijken terwijl wij steeds dichterbij kwamen met de boot. Het was echt mooi om zoveel dieren te zien tijdens deze boottocht.


Op de terugweg reden we door het centrum van Negombo en dat had niet zoveel uitstraling. We stopten even bij een supermarkt waar pappa wat flessen water inkocht terwijl wij in de minibus wachten. Ons avondeten hadden wij in Villa Araliya. Pappa en mamma hadden opnieuw curry maar deze keer met chapati’s, een soort rond, plat brood in plaats van rijst. Keyro en ik hadden vers gebakken pizza uit een houtskooloven, lekker. ’s Avonds speelden we nog met ons vriendje Suraj en helaas moesten we ook afscheid nemen van hem want morgen gaat onze rondreis echt beginnen en vertrekken we naar de omgeving van Sigiriya.


Pizza!!!!