Cu Chi tunnels

Op onze laatste dag in Vietnam gingen wij naar de bekende Cu Chi tunnels. Het is een tour met veel historische waarde en het mag eigenlijk niet ontbreken in je bezoek aan Zuid Vietnam. Eerst hadden we ongeveer twee uur in de bus voor de boeg. De geschiedenis van de Cu Chi tunnels gaat terug naar de Vietnamoorlog of zoals de Vietnamezen zeggen: De Amerikaanse oorlog. In deze oorlog speelde Ho Chi Minh ook een belangrijke rol.

Na de Eerste wereldoorlog vertrok Hồ in 1923 naar het communistische Rusland. Hij ging weken voor een bedrijf en werd hun afgevaardigde in China. In 1941 keerde hij terug naar Vietnam om de onafhankelijkheidsbeweging Viet Minh te leiden. Hij zorgde tijdens de Tweede wereldoorlog voor veel succesvolle militaire acties tegen de Japanners.

Na de oorlog zag de Viet Minh beweging de mogelijkheid om na de revolutie aan de macht te komen en werd Noord Vietnam onafhankelijk. Het land kwam onder leiding te staan van de communistische partij van Hồ en hij werd de eerste premier. De verkiezingen die later dat jaar gepland stonden, werden echter tegengehouden door de Verenigde Staten. Hierop brak in 1957 de Vietnamoorlog uit tussen de VS en Zuid-Vietnam aan de ene kant en communistische Noord-Vietnam en de Viet Minh aan de andere kant.

Zuid Vietnam werd militair door de VS gesteund maar het Vietnamese volk kwam zelf ook in opstand tegen de VS. Samen met gevluchte Vietminh-strijders infiltreerden ze in speciale eenheden en verenigden zij zich met lokale vechtende guerrillagroepen. Zo ontstond de communistische guerrillabeweging de Vietcong.

Vietcong werd door de Amerikanen afgekort tot VC en uitgesproken volgens het Navo alfabet “Victor Charlie”. Er volgden bombardementen op het noorden maar ook het gebruik van chemische wapens zoals napalm die in het zuiden in de strijd tegen de werd gebruikt, richtten zware verwoestingen aan. Er werden steeds meer Amerikaanse troepen in Vietnam gevestigd. De VS had genoeg zelfvertrouwen om te geloven dat ze de Viet Minh wel aan konden en konden verslaan.

De VS had meer materiaal en wapens beschikbaar en ze waren veel sterker dan de Vietnamezen. De Amerikanen dachten dat ze de oorlog binnen enkele maanden zouden winnen maar dit liep al snel uit en werden jaren. Eén van de redenen was dat de Vietcong zich terug kon trekken in de ondergrondse tunnels zoals die bij Cu Chi. De Viet Minh en Vietcong maakte gebruik van het tunnelstelsel en was hierdoor een dodelijke, gevaarlijke en ongrijpbare vijand.

In de bodem, die zacht en kleiachtig is, werden tunnels uitgegraven (meestal in het natte seizoen) die stabiel bleven en niet instortten. De ingang van de tunnels waren goed verborgen en voor het blote oog nauwelijks zichtbaar. De gangen waren heel smal en gegraven op verschillende niveaus. Ze volgden dikwijls een zigzag patroon en hadden vaak bochten ter bescherming tegen explosies.

In de gangen waren allerlei valkuilen aangelegd om ongewenste indringers te verjagen. De tunnels waren een wereld op zich met onder andere ondergrondse werkruimtes, hospitalen, slaap- en eetruimtes en wapen- en voedselopslag. Het leven van de strijders in de tunnels moet ongelofelijk hard zijn geweest. De lucht om in te ademen was slecht, er leefde veel ongedierte en ze hadden last van vitaminetekort door gebrek aan zonlicht.

De strijders zaten overdag voornamelijk ondergronds en verlieten de tunnels in de nacht om de strijd te gaan voeren. Ze konden in een gevecht zijn met de Amerikaanse soldaten en dan ineens weer in het niets verdwijnen, vaak tot grote verbazing van de Amerikaanse soldaten.

Er werden pogingen ondernomen om de tunnels op te blazen maar dit had weinig succes. Net zoals het gebruik van traangas om de tunnels mee te vullen. Er waren te veel foefjes om de doorgangen af te sluiten waardoor de verspreiding van het gas werd tegen gegaan. Het circa 250 kilometer uitgestrekte tunnelcomplex werd pas echt beschadigd toen de Amerikaanse luchtmacht het gebied begon te bombarderen met B-52 vliegtuigen die een bommenregen veroorzaakte. Ho Chi Minh probeerde tijdens dit conflict, waarbij meer dan een miljoen mensen omkwamen, regelmatig over vrede te onderhandelen, maar dit was tevergeefs. De overwinning van Vietnam kwam uiteindelijk in 1975 en een jaar later werd de Socialistische Republiek Vietnam uitgeroepen, waardoor Noord- en Zuid-Vietnam weer herenigd werden.

Tegenwoordig is een deel van het tunnelcomplex omgebouwd tot een museum en is het gebied te bezoeken. Per groep werden we met gids en begeleider toegelaten op het complex. We kregen eerst een algemene inleiding over de oorlog en de kant van het verhaal van de Vietnamezen. Dit verhaal is natuurlijk heel anders dan het verhaal die in de Westerse wereld wordt verkondigd.

Na de inleiding we de bossen in. Heel vreemd om hier te lopen en te weten dat hier zo heftig is gevochten in het verleden. Als eerste zagen we slim ontworpen ventilatieschachten die op termietenheuvels leken. Daarna gingen we op zoek naar een ingang van een tunnel. Vaak zijn deze goed verstopt onder de bladeren van de jungle. Wij wisten dat er een ingang moest zijn en nog zagen wij het niet.

De ingang die tevoorschijn kwam, bleek heel klein te zijn. En dan te bedenken dat de tunnels zijn vergroot en verbreed om de bezoekers makkelijker toe te laten dan dat ze daadwerkelijk waren. Pappa ging als tweede van de groep in zo’n tunnel en moest wat moeite doen om zich er in te laten zakken. Een paar meter verder kwam hij er bij een andere ingang weer uit. We konden allemaal 3 verschillende tunnels in die varieerden in lengte. Het was zelfs voor mij al moeilijk bewegen in de gangen, laat staan hoe het voor een volwassene geweest moet zijn!

We zagen nog een hospitaal en een ondergrondse ruimte waar van Amerikaanse wapens nieuwe wapens of boobytraps werden gemaakt. Een ander deel van het museum is ingericht op de diverse boobytraps (valkuilen) die de Vietcong voor zijn vijanden achterliet.

Zeer afschrikwekkend. Na de rondleiding konden degenen die het wilden nog een bezoekje brengen aan een schietbaan. Hier kon men tegen betaling wat kogels afschieten met verschillende soorten wapens. Ik kon me niet indenken dat iemand dit zou doen. Toch waren er in de bus drie personen die het wel wilde. Waarom zou je dat doen, vroeg ik mij af?

We moesten ongeveer een 20 minuten wachten tot deze hedendaagse soldaatje “Wanna Be” klaar waren en we aan de terugreis naar HCMC konden beginnen. We arriveerden daar rond 15:00 uur en liepen direct door naar de Bui Vien waar we aan het einde van de straat bij restaurant Five Oysters, een tafeltje vonden. Het was ondertussen weer zachtjes begonnen met regenen.

We bestelden een gerecht met aubergine (mamma), morning glory met kip. Na het eten bleven we onder genot van een drankje nog wat aan tafel zitten en speelden we een potje pesten. Tegen de klok van 17.:00 uur lopen we naar het hotel om onze spullen op te halen. We hadden een taxi gereserveerd die ons naar het vliegveld zou brengen. Eén van de medewerkers gaf aan dat de taxi er was maar toen we langs de weg stonden, zagen we hem niet.

De medewerker was al aan het bellen toen mamma aan de overkant iemand met de lampen zag seinen. Het bleek onze taxi te zijn. Het was natuurlijk midden in de spits en alle wegen stonden vast. De chauffeur probeerde iedere keer een andere weg om sneller vooruit te komen maar dat mocht niet helpen. Gelukkig hadden wij geen haast en waren we ruim op tijd bij het vliegveld. We vlogen met lowcost airline Nok Air naar Bangkok.

Het inchecken duurde enorm lang en toen wij uiteindelijk aan de beurt waren, begrepen we ook waarom. Bij iedere balie zat een stagiaire en iedereen moest een vliegticket voor kunnen leggen voor het verlaten van Thailand. Een en ander had te maken met het visum voor Thailand. Handig als je voor de balie staat en dit nog op moet gaan zoeken in je email?!

Het mailtje dat we in eerste instantie hadden was niet voldoende en uiteindelijk vond pappa de benodigde formulieren, pfff. Uiteindelijk waren we ingecheckt en mochten we mee op de vlucht naar Bangkok. We kwamen de tijd door met snuffelen in de Tax free winkeltjes en wat spelen op de tablet. Ook belden we met jarige oma Margriet om haar te feliciteren. De vlucht verliep prima en om 22:30 uur  landden we op het oude vliegveld Don Muang.

We hadden al snel onze bagage en liepen naar de taxistandplaats. Er stond een mega wachtrij en we besloten om met de Airport shuttle gratis naar het andere vliegveld Suvarnabhumi te gaan en daar vandaan een taxi te nemen naar het geboekte hotel. Het hotel lag ergens tussen in dus het zou qua tijd weinig uitmaken. Al snel kwamen we erachter dat er heel veel file stond op de snelwegen rondom Bangkok

De shuttlebus was snel bij het andere vliegveld en gelukkig wisten we ook snel een taxi te krijgen. We stonden in de staart van een file maar de chauffeur wist om te rijden. Wij waren letterlijk doodmoe en konden nog nauwelijks op onze benen staan. We kwamen rond 1:00 uur aan bij Hotel Siam Piman en hadden nog twee gasten voor ons die nog aan het inchecken waren. Toen pappa wilde inchecken vond de baliemedewerker geen reservering en waren we even bang dat we nog niet naar bed konden. Uiteindelijk werd de reservering gevonden en konden we snel inchecken, naar de kamer en slapen.

Drijvende markt van Cai Rang

We hebben vannacht allemaal redelijk geslapen al was het wel benauwd en plakkerig. De geluiden van het kabbelende water en de dieren die rond scharrelen was rustgevend. De wekker ging om 6:00 uur en we hadden helemaal geen zin om op te staan.

Een half uur later hadden we ons ontbijt en om 7:00 uur stonden we klaar voor vertrek. We stapten met nog een heleboel anderen in een boot en voeren over een zijrivier de Hang Gon in de richting van Can Tho. We zagen genoeg langs de oevers. Opvallend was de grote tegenstelling tussen armoede en rijkdom.

We zagen huizen op palen, gebouwd  in het water of op een van de vele eilandjes, armoedige houten huisje maar ook zagen we grote, stenen huizen met eigen erf. Vaak staan de huizen gewoon naast elkaar. Langs de oevers zagen we (overdekte) markten, restaurants, winkeltjes en benzinestations voor de motorboten. Net voor Cai Rang werden we overgeladen naar onze vaste boot van de reisorganisatie. Net toen mamma aan boord wilde gaan begonnen de boten de schudden en dreven ze uit elkaar. Mamma wist zich nog net met hulp van de gids aan boord te hijsen.

Vanaf dit punt was het nog maar een klein stukje varen naar de drijvende markt van Cai Rang. Het is één van de grootste drijvende markten in de Mekong Delta. Er zijn er in totaal zeven. De winkels en kraampjes op deze markten zijn boten in verschillende grootte. De markt is voornamelijk een groothandel maar er kan ook particulier gekocht worden.

In de vroege ochtend verzamelen de kooplui zich met hun boot(je) vol koopwaar op het water. Alles vaart kriskras over het water, zonder tegen elkaar op te botsen. Er zijn allerlei verschillende boten te vinden. De ene is alleen met roeispanen te bedienen en de ander heeft een motor. Sommigen hebben een kap van doeken opgetrokken om hun waar of zichzelf tegen de zon te beschermen, anderen hebben een kajuit en sommigen dragen alleen de nón lá op hun hoofd; de traditionele strooien hoedjes. De waar is keurig opgestapeld en er is keuze genoeg.

We zagen boten vol met ananas, watermeloen, mango en bananen. Het verbaasd ons ook niet dat groenten en fruit de meest verkochte producten zijn. De koopwaar wordt zorgvuldig bekeken om vervolgens precies bepalen wat ze willen hebben. Als laatste volgt het onderhandelen over de beste prijs en dan is de koop gesloten.  Het was een leuk tafereel om te volgen en de boot voor twee keer rond zodat iedereen het goed kon zien. We maakten een stop ergens langs de rivier bij Les Loc, een botanische tuin en hier hadden we de mogelijkheid om een fietsje te huren en een beetje rond te kijken.

Het duurde lang voordat iedereen een fiets had en toen wij als een van de laatsten aan de beurt waren, had de gids haast en vertrok hij al. Mamma had haar fiets al en ging er snel achteraan om hem tegen te houden. Uiteindelijk lukte het ons om bij de groep te komen. Echter was het achteraan fietsen geen pretje.

De groep Spanjaarden konden niet echt fietsen en het ging langzaam en er was nergens een mogelijkheid om ze te passeren. Het was verder heel rustig en bijzonder groen.  De smalle weggetjes ging over bruggetjes en af en toe vingen we een glimp van de lokale bevolking op.We stopten bij een monkey bridge over een riviertje. Pappa, mamma en Keyro gingen naar de overkant maar ik vond het te eng en bleef lekker aan de kant staan kijken.

We stopten ook nog bij een tempel die bewaakt werd door grote tijgerbeelden. De terugweg fietsten wij in ons eigen tempo ver voorop. Bij het restaurant kochten wij een drankje en konden we even uitrusten. Op de boot kregen wij een stukje gegrilde “snakefish” en muis te eten.

We maakten tussendoor nog een korte stop bij een bedrijfje waar rijstvellen en rijstnoedels geproduceerd worden. De rijst werd eerst geweekt en gekookt in water waardoor het een dunne pap wordt. De pap wordt met een lepel uitgesmeerd over een doek die boven een pan met kokend water gespannen is. Er gaat een deksel bovenop en op deze manier wordt de rijstpap gestoomd en gegaard. Zodra de deksel van de pan gaat wordt het rijstvel met een soort bamboe knuppel van het doek gerold en te drogen gelegd op een gevlochten bamboe mat. Ik mocht de gids hierbij helpen.

Als het rijstvel gedroogd is gaat het door een soort wringer en wordt het vel in slierten gesneden en heb je rijstnoedels. Er werd hier ook de typische rijstnoedel pizza verkocht. Ze verkopen dit product alleen bij de fabriekjes. Wij wilden dit natuurlijk wel eens proeven. De noedels worden gefrituurd in hete olie en dan worden er kruiden, nootjes en een chilisausje aan toegevoegd. Vers uit de pan waren ze het lekkerste. We kochten er ook nog eentje in een verpakking voor onderweg.

In Can Tho lunchten we bij een lokaal restaurantje. Ik bestelde tomatensoep maar vond hem niet zo lekker. We stapten in de bus en begonnen aan de terugreis naar HCMC. Het best nog een lange rit en de spits in HCMC maakte dat we er nog langer over deden. Ik moest het laatste stuk plassen en het schoot maar niet op. Het was echt mijn blaas dicht knijpen. We stopten bij een centrale plek en moesten nog naar het hotel lopen. Ik kon gelukkig even bij het reisbureau van de organisatie naar het toilet en dat voorkwam dat ik een natte broek kreeg.

We checkten opnieuw in bij het Ailen Garden Hotel. We kregen een nog grotere kamer dan eergisteren en een paar verdiepingen lager. We gingen op tijd eten in de Bui Vien straat bij een van de Saigon barbecue kraampjes. Je besteld je vlees per stuk en dan wordt het op een barbecue voor je klaar gemaakt. Ik wilde alleen maar een Banh Mi (broodje) en weigerde al het andere.

Toen al het eten behalve mijn broodje op tafel stond, kreeg ik toch wel honger en begon ik aan een satéstokje en een kippenpootje. De bediende kwam vertellen dat ze geen brood hadden en dat iemand nu onderweg was om brood te halen. Het duurde echter heel lang en het broodje werd niet meer gebracht. We betaalden de rekening en gingen terug naar het hotel.

De Mekong Delta

Gelukkig waren de bouwvakkers van de afgelopen nacht klaar en sliepen we een stuk beter dan gisteren. We moesten ook vandaag weer op tijd klaar staan voor een tweedaagse trip naar de Mekong Delta, het riviergebied ten zuidwesten van HCMC. Onze spullen konden we achter laten in het hotel en we namen alleen twee kleine rugzakken mee met hoognodige spullen.

We werden op gehaald door een oververhitte reisgids die ons naar de mee nam en ons ergens langs de grote straat neerzette met de mededeling dat we even moesten wachten omdat hij nog andere mensen op moest halen. Mamma nam het er even van en haalde ons ontbijt bij een bakker die daar ook lag. Ze moest ineens haast maken want we moesten verder lopen. Hurry, hurry en ineens waren wij de gids kwijt?

We liepen een stukje terug maar niemand te zien. We besloten maar op het kruispunt te wachten in de hoop dat de gids terug zou komen. Gelukkig gebeurde dat maar hij ging er vervolgens weer als een speer vandoor nadat hij ons weer ergens liet wachten? Pappa en mamma lieten hem duidelijk merken dat hij iets rustiger aan moest doen omdat wij kinderen zijn, iets minder snel lopen en in het drukke verkeer met oversteken extra op moeten letten.

Uiteindelijk keerde hij terug en werden we met nog een heleboel anderen in een bus gezet. Ik hoop dat de rest van de tour iets rustiger verloopt dan de start. Het was ongeveer 2 uur rijden naar de Mekong Delta. Na iets meer dan een uur rijden werd er een stop gemaakt bij een wegrestaurant. Er was een mooi aangelegde tuin bij waar we even onze benen konden strekken. Ook kochten we twee gevulde broodjes en een bao pao broodje.

We reden met de bus verder het rivierengebied in. Het bestaat uit de grote rivier de Mekong en de vele zijtakken en kanalen. De rivier is in totaal 4200 kilometer lang en ontspringt op de hoogvlakte in Tibet en mondt uit in de Zuid Chinese zee. De Mekong delta is een bijzonder gebied met zijn web van riviertjes, (drijvende) markten en woonboten. Het dagelijks leven speelt zich voornamelijk af op het water. Het is het meest dichtbevolkte gebied van Vietnam en er is veel landbouw op de rijstvelden die zich tussen de waterwegen bevinden. Meer dan de helft van alle rijst die in Vietnam wordt verkocht komt hier vandaan.

De Mekong delta wordt daarom ook wel het ‘rijstschuur’ van Vietnam genoemd. Vietnam is naast Thailand en India één van de grootste exporteurs van rijst. Wij stopten ergens in de provincie Ban Tre langs de kant van de weg voor een rondleiding. Deze provincie lag vrij geïsoleerd doordat de Mekong er omheen ligt. Na de opening van de brug tussen de stad My Tho en Ban Tre in 2009 wordt het gebied steeds meer bezocht. De provincie staat bekend om haar fruitboomgaarden en palmbomen.

De Vietnamezen noemen het ook wel Kokosnooteiland. Vroeger  was het gebied een broeinest voor revolutionairen die samenspanden tegen de Fransen en later tegen de Amerikanen. In 1968 was het een van de gebieden die als eerste door de Vietcong werden bezet tijdens het Tetoffensief. We verlieten de bus en namen wat spullen mee want het was onduidelijk wanneer en of we naar de bus zouden terug keren.

We liepen via een pad en hadden de hoofdweg al snel achter ons gelaten. We kwamen in een klein dorp en kregen informatie bij een bijenhouderij. De bijen worden hier in houten kisten gehouden om honing te maken. Onze gids pakt een tray uit de houten kist die vol zit met bijen. Hij legt uit dat er 1 koninginnen bij is, en daarnaast de werkbijen (95% vrouwtjes en maar 5% mannetjes). De kisten worden door het seizoen heen verplaatst naar de beste plek om zo de meeste honing te krijgen.

Daarna mogen we gaan zitten aan een aantal tafeltjes die klaar stonden. We kregen vers fruit om te proeven en een honingdrankje. In een klein glaasje zit een laagje limoensap en daar gieten ze vervolgens honingthee bij. Het drankje was mierzoet en dat trok de bijen natuurlijk aan. Ze kropen in het glaasje en dreigden te verdrinken. Ik viste ze er met mijn lepeltje weer uit en redde hun leven.

Er volgde nog een optreden met lokale instrumenten en gezang. Na dit onderhoud lopen we verder tussen de fruitbomen en kokospalmen door naar een aanlegsteiger voor bootjes. Samen met een Nederlandse die alleen reist, delen wij het bootje. De bootjes zijn een beetje onstabiel en je moet oppassen met het instappen om er niet aan de andere kant weer uit te vallen. We hoeven gelukkig niet zelf te roeien. De omgeving is prachtig en we waren echt aan het genieten. Tot onze verbazing meerde de roeier na nog geen 10 minuten alweer aan bij een kade.  We dachten eerst dat het een grapje was maar het was echt het einde van de route.

We stapten uit en kwamen bij een fabriekje waar de lokale vrouwen de specialiteit van dit gebied maken, namelijk keo dừa (kokossnoepjes). Het snoepje wordt gemaakt van ingedikte kokosmelk. In grote ketels wordt de melk tot een dikke, kleverige massa gekookt die wordt uitgerold en als het afgekoeld is, in vierkantjes wordt gesneden. Met de hand worden de snoepjes in flinterdun rijstpapier verpakt. Zou het rijstpapier er niet omheen zitten dan plakt het snoepje vast aan de verpakking. Je eet het snoepje dan ook met rijstpapier en al. Ze waren in verschillende smaken verkrijgbaar en we konden natuurlijk ook proeven, lekker maar niet speciaal.

Er lag hier ook een python of boa constrictor ? Het is wurgslang en hij heeft geen giftanden. Wie wilde mocht hem om zijn nek leggen. Pappa ging als eerste maar ik vroeg mij af of de slang niet te zwaar voor mij zou zijn. Ik vroeg het aan de gids en hij zei dat ik hem met gemak om mijn nek kon hangen. Een paar tellen later had ik hem om mijn nek. Wow, ik vind het wel stoer van mezelf. Keyro wilde niet of durfde hij gewoonweg niet?

We lieten het dorp achter ons en stapten op een grotere boot met rieten stoelen die de Mekong rivier op kon. We zagen diverse vissersboten en boten die producten vervoeren via de rivier. We gingen lunchen op het eiland Con Cuy bij restaurant Nhà hàng vườn Cồn Quy. We hadden een standaard menu inclusief en konden tegen meerprijs nog extra vis op tafel krijgen.

We hielden ons aan het standaard menu en dat was niet echt bijzonder. Op het bord lag wat rijst, een stukje varkensvlees, wat groenten en een ei. Na de lunch varen we een stuk met de boot en worden we opgepikt door de bus die ons naar het Cha Vinh Trang complex in My Tho brengt. De Binh Trang pagode werd gebouwd in 1849. Na een verbouwing in 1907 werd het gebruikt als paleis van de sultan en neobarokke villa met Korintische zuilen.

Binnen staan Boeddha beelden maar ook buiten is er geen gebrek aan beelden. Er staat een beeld van een Boeddha, een lachende Boeddha en een liggende Boeddha. Een tempel kan gebouwd worden voor iedereen die iets bijzonders heeft gedaan maar een pagode mag alleen gebouwd worden voor een Boeddha.

Na het bezoek aan de pagode stapten we in de bus richting de stad Can Tho. We brachten hier de gasten weg die in een hotel overnachten en wij werden opgewacht door een taxi om samen met nog drie anderen vervoerd te worden naar een homestay in de buurt. Het was toch nog een minuut of twintig rijden van Can Tho en het gebied was veel rustiger.

Hung’s homestay lag aan één van de vele zijtakken van de Mekong rivier. De homestay bleek een stuk groter te zijn en er waren meer dan twintig kamers. We hadden een leuke basic kamer aan de rand van het terrein. Voor de kamers was water en via een bruggetje kwam je bij de kamer. Voor het avondeten lagen we wat in de hangmatten en speelden we met de vele hondjes die er rond liepen, zo schattig!

Voor het avondeten moesten wij ook zelf aan de slag. We maakten springrolls met spinnenweb vellen en vulden het met verschillende groenten. De springrolls werden door de vrouw des huizes gefrituurd in een grote wok. Naast onze zelfgemaakte loempia’s kwamen er nog vele groenten, tofu en een vers gevangen vis op tafel.

Het smaakte goed en we hadden een leuk gezelschap om mee te praten (een Italiaans koppel en een in Frankrijk wonende en werkende Engelsman). Na het eten werd er “happy water” geserveerd. Deze zelfgestookte rijstwijn was natuurlijk niet voor Keyro en mij bestemd. We gingen op tijd terug naar onze kamer want morgenochtend moeten we vroeg op om de drijvende markt van Cai Rang.

Saigon Unseen Motorbike tour

De nacht was een drama en we sliepen allemaal ontzettend slecht. De bouwvakkers aan de overzijde van de straat werkten dag en nacht door!? Drilboren, metselen en felle lampen hielden ons uit onze slaap. Helaas moesten we toch op tijd op want om 08:00 uur dienden we beneden klaar te staan voor de Unseen motorbike tour. Er was gebeld dat de gidsen iets later kwamen en dat kwam ons goed uit. We stonden net beneden tot de crew van Saigon on Motorbike arriveerde.

We maakten kennis met John”, “Dieu”, “Lam” and “Man”. Ronac zou tussen pappa of mamma gaan zitten maar er was een stagiaire bij en die kon Ronac achterop nemen. Ronac was echter verlegen en durfde niet. We kregen allemaal een helm, dit is verplicht sinds 2007. We zouden niet zelf gaan rijden maar kregen een “ervaren” bestuurder toegewezen. In HCMC noemt men een brommer, scooter, motorbike ook wel een “xe Honda”.

Honda, het bekende Japanse merk, is nog steeds de marktleider. Voor de “gewone” Vietnamees is het aanschaffen van een scooter best duur en ook de benzine is niet goedkoop. We stapten achter op de scooter en vertrokken de straat op. Het is een hele andere manier van de stad verkennen dan te voet. We bevonden ons nu precies midden in de heksenketel van scooters en niet op het trottoir. Af en toe is het alsof we in een kermisattractie zitten en honderden scooters passeren ons links en rechts op de weg. Ze lijken zich weinig van de verkeersregels aan te trekken.

Als we rechtsaf moeten, wordt er gewoon links voorgesorteerd en wordt er vervolgens dwars door de rijen brommers naar de rechterkant van de weg gemanoeuvreerd. Soms gaan de scooters rakelings langs elkaar maar iedere keer lijkt het weer goed te gaan. Vooral goed om je heem kijken en op de mede weggebruikers letten lijkt de sleutel te zijn om het te overleven in het verkeer van HCMC. Veel bestuurders dragen een mondkapje om te zorgen dat ze de uitlaatgassen niet inademen. Bij onze eerste stop maakten we kennis met een ouder Australisch koppel die ook met de tour meegingen.

We bezochten een monument van de Vietnamese monnik Thích Quảng Duc. Deze monnik stak zichzelf in 1963 op een drukke weg in Saigon in brand om te protesteren tegen de discriminatie van Boeddhistische monniken. De foto’s die tijdens zijn daad gemaakt werden door een journalist, gingen de hele wereld over. Na zijn dood werd het lichaam verder verbrand maar zijn hart bleef intact en verbrandde niet.

Zijn hart werd in een glazen kelk opgeslagen in de Xa Loi pagode maar werd later verplaatst naar de kluis van de bank. Een indrukwekkend verhaal in ieder geval. We stapten weer achterop de scooter. Ronac had besloten bij de stagiaire achterop te gaan en voelde zich heel erg stoer.

HCMC is opgedeeld in  negentien districten (Quận) en deze zijn weer verdeeld in wijken (phườngs). Zo verblijven wij in de backpackerswijk in district 1 en reden we nu naar district 3. Hier bezochten we het Nguyen Thien Thuat appartement, één van de oudste complexen van de stad. Hier zagen we goed het dagelijkse leven van de mensen in de stad. We reden door naar district 10 waar we de grootste bloemenmarkt bezochten. Het was een bont kleurenpallet en we roken allerlei lekkere geuren.

We liepen langs verschillende winkels met een keur aan bloemen. Sommige kwamen ons bekend voor en andere totaal niet. Er waren losse bloemen, boeketten en bloemstukken voor verschillende gelegenheden te koop. De Australische mevrouw en mamma kregen een boeket met bloemen van gids John.

We stapten weer op en reden naar een koffiebar voor een verfrissing. Voor koffieleuten is Vietnam een goed land om te bezoeken. Ze zijn namelijk de op één na grootste koffie exporteur ter wereld. De koffie wordt geserveerd in een glas met daarop een druipfilter. Het duurt een tijdje voordat de koffie druppel voor druppel het glas vult. Het duurde dus even voordat pappa aan zijn kopje koffie kon beginnen.

De volgende stop was bij een van de Chinese tempels in Cho Lon, de Chinese wijk in district 5. Onderweg raakten we in het drukke verkeer twee scooters kwijt. Op één van de scooters zat Ronac. Telefonisch was er direct contact. Gelukkig was er niets gebeurd en ze zaten “ vast” in het verkeer. Toch duurde het nog wel een tijdje voordat de twee scooters het terrein opreden. Ronac was wel blij om ons weer te zien en had het toch niet zo fijn gevonden dat hij ons uit het zicht was verloren.

De Thien Hau tempel is een taoïstische tempel met Vietnamese invloeden. De tempel is in de negentiende eeuw gebouwd door de in de Chinese wijk Cho Lon wonende gemeenschap. De tempel is gebouwd ter ere van de Chinese taoïstische Godin van de zee Tianhou (Māzǔ). Dat komt door de ligging vlak bij de zee waardoor de inwoners van Saigon redelijk sterk afhankelijk zijn van de goede wil van Tianhou. De zee zorgt immers voor vis en kan ook voor onheil zorgen. Als mooiste detail van de Vrouwenpagode (zoals de tempel ook wel genoemd wordt) is de fries met prachtig kleurrijk houtsnijwerk.

Het zijn scènes uit een negentiende-eeuwse Chinese stad die uitgebeeld worden. Aan de muren hingen rode stroken papier hierop schrijven gelovigen hun gebeden. Ook hingen er vele wierrookslingers en kwamen we een en andere te weten over de Chinese dierenriemtekens. We stapten weer op de scooter en reden meer naar de buiten wijken van HCMC. We reden een stuk langs de rivier Sài Gòn. De rivier is sterk verontreinigd doordat fabrieken nog steeds hun afvalwater er in lozen.

Ook bestaat er in veel delen van de stad nog geen fatsoenlijke riolering en komt dit ook allemaal in het rivierwater terecht. We stopten bij een vrouwtje dat jonge groene kokosnoten verkocht. We kregen even een gezonde opfrisser, kokoswater. Kokoswater wordt vaak verward met kokosmelk maar dat is iets geheel anders.

Kokosmelk wordt gemaakt van het kokosvlees in de kokosnoot en heeft een witte kleur en is een melkachtige substantie. Kokoswater is transparant, en is, na gewoon water, het meest natuurlijkste beetje vocht ter wereld. De kokosnoot zelf maakt tijdens het groeien en rijpen zelf kokoswater aan. De kokosnoot neemt regenwater op en wordt door de aanwezige vezels in de noot gefilterd en bewaard in het binnenste van de kokosnoot. Het is dus een natuurlijk filtersysteem. De kokosboom voegt tijdens de groei mineralen en vitaminen toe aan het kokoswater. De vrouw opende de noot met een groot kapmes en we dronken het water met een rietje uit de noot. Ik vond het maar een vreemd weeïg smaakje en was er niet kapot van.

DCIM101GOPRO

We reden verder langs de rivier naar district 4 waar we Pho gingen eten. Pho is zo’n beetje het nationale gerecht van Vietnam en we zijn het overal in het land tegen gekomen. De locals eten het als ontbijt, lunch en/of avondeten. Het is een soep met rijstnoedels die op vele manieren bereid kan worden.

Traditioneel wordt het gemaakt met rundvlees en kruiden zoals steranijs, gember en koriander. Je laat deze ingrediënten uren (soms zelfs dagen) trekken tot een bouillon. Ook kaneel, venkelzaad en kruidnagels worden vaker toegevoegd. We gingen aan tafel zitten en al snel stond er een dampende kom pho voor mijn neus. Wat de pho helemaal afmaakt zijn de verschillende toppings. Op tafels stonden verschillende geurende kruiden zoals Thaise basilicum, koriander maar ook vissaus, pepers, taugé, lente-uitjes, limoensap en pinda’s kunnen in de pho gedaan worden. Het smaakte goed!

Na het eten liepen we naar buiten en bleek het weer te zijn omgeslagen. Het was flink aan het regenen. Er werden regencapes gepakt en aangetrokken. Ronac had besloten dat hij niet meer zijn vaste chauffeuse  achterop wilde en wisselde met de chauffeur van pappa. Nu reed hij voorop en moest iedereen hem volgen. Ondanks de regencapes waren we bij aankomst in het hotel toch goed nat geworden.

We namen afscheid van de crew en gingen naar onze kamer om iets droogs aan te doen. Het was net even droog toen we weer naar buiten gingen om nog een stukje te gaan lopen. Nog geen 10 minuten later begon het weer hard te regenen. We zijn bij een foodcourt naar binnen gegaan. Ronac bleek nog honger te hebben en bestelde een wrap met kebab. Hij was helemaal blij ermee. Ik nam macarons met een bolletje ijs

Een macaron is een klein, rond en luchtige koekje met een vulling ertussen. Van oorsprong komen de koekjes uit Frankrijk. Ze bestaan in verschillende smaken (pistache, aardbei, citroen, chocolade, framboos)  en hebben de prachtige felle kleuren. Lekker zoet, heerlijk! Na een tijdje werd het droog en liepen wij in de richting van het Reunification palace (herenigingspaleis).

Het bleek dichterbij te zijn dan we dachten. Op deze plek stormde in april 1975 een tank van het Noord Vietnamese leger door de hekken van het paleis. De president Duong Van Minh werd gearresteerd en de val van Saigon luidde het einde in van de Vietnamoorlog. In november 1975 werden na onderhandelingen Noord en Zuid Vietnam samengevoegd tot de Socialistische republiek Vietnam. De naam van het paleis wordt op dat moment veranderd in het Herenigingspaleis.

Terwijl we verder lopen in de richting van de Notre Dame kathedraal lopen we in het park tegen een groep mannen aan die een bepaald spel spelen met een shuttle. We worden aangesproken door een trainer en hij laat ons kennis maken met shuttle voetbal zoals wij het maar noemen. Het eerste spel met shuttle is het Ti Jian Zi spel en vond zijn oorsprong in China. Het spel wordt al tenminste 100 jaar gespeeld. Het spel komt voort uit Tsu Chu een spel dat verwant is aan voetbal. Het spel werd gespeeld met een shuttlecock en is in China en Vietnam razend populair.

Er is een speelveld met net opgezet en de shuttle wordt hier met de voet overheen gespeeld. Het bleek vrij intensief en lastig te zijn. Natuurlijk is het op je sandalen nog lastiger dan met voetbalschoenen. We bleven een tijdje oefenen en vonden het erg leuk om te doen. We kochten uiteindelijk twee shuttles van de trainer om het thuis ook een keer te kunnen doen.

We liepen door en kwamen langs de kathedraal gebouwd door de katholieke Fransen. De twee hoge klokkentorens zijn opvallend in het straatbeeld. De rode bakstenen muren zijn gebouwd met stenen uit Marseille. De mooie glas in loodvensters komen uit de Franse Chartres provincie. Naast de kathedraal ligt het Central Post Office van Saigon. Het hoofdpostkantoor is in koloniale stijl gebouwd, het is een mix tussen de gotiek, renaissance en Franse architectuur.

Er wordt vaak gezegd dat het ontwerp van architect Gustav Eiffel zou zijn maar dit is niet het geval. De Franse architecten Vildieu en Foulhoux zouden het originele ontwerp gemaakt hebben. We keken binnen en zagen de hal met telefooncellen, een wandschildering van Saigon en omgeving en eentje van Zuid Vietnam en de telefoon verbindingen. We liepen via lange brede straten door en kwamen bij het stadshuis.

Ook dit gebouw is in koloniale stijl gebouwd. Voor het stadhuis ligt de grootste straat: Nguyen Hue street. Het is volledig wandelgebied en is prachtig verlicht. Er omheen liggen zowel oude als hyper moderne gebouwen. Een mooi contrast. De laatste plaats waar we langs kwamen was de Ben Thanh markt.  Het is de oudste markt in de stad. Hier vind je bijna alles van traditioneel Vietnamees eten, kleding, schoenen, juwelen, groenten, souvenirs en nog veel meer. Helaas waren we aan de late kant en waren de handelaren hun waren al aan het opruimen. In de Bui Vien straat waar tientallen restaurants gelegen zijn, hadden we bij restaurant Huong Viet een heerlijke maaltijd.

Zuid Vietnam

In de ochtend werden onze spullen na vijf dagen verblijf in Hoi An weer ingepakt. We namen we nog een korte duik in het zwembaden en relaxten wat. Rond de klok van 10:30 uur checkten we uit maar we konden gewoon nog gebruik maken van alle hotelfaciliteiten. We betaalden de rekening van de afgelopen dagen en deze klopte niet helemaal. Ze waren een aantal dingen vergeten en wij gaven dit natuurlijk netjes door.

Stipt om 13:00 uur werden we opgehaald door een privé taxi die ons naar het internationaal vliegveld in Da Nang zou brengen. Vliegen in Vietnam is relatief goedkoop en het brengt je snel op de plaats van bestemming. Wij zouden met Vietjet Air vliegen naar Ho Chi Minh in het zuiden van Vietnam. De taxi bracht ons snel (binnen een uur) naar het vliegveld dat maar twee kilometer van de binnenstad verwijderd ligt. Tijdens de Vietnamoorlog werd dit vliegveld gebruikt als militaire basis van de Verenigde Staten. Hier vandaan werd het chemische ontbladeringsmiddel verdeeld over heel Vietnam.

Het gebied rondom het vliegveld was hierdoor sterk vervuild maar er werd in 2012 gestart met een schoonmaak van de vervuilde grond. Het inchecken verliep vlot en we hadden de tijd om nog een hapje te eten voordat we het vliegtuig in moesten. Ik wilde perse bij de Burger King iets eten en na flink zeuren kreeg ik het voor elkaar. Het vliegtuig waar we mee zouden vliegen landde te laat en hierdoor liepen wij een vertraging van 45 minuten op. Uiteindelijk was het vliegtuig toch gereed voor vertrek en werden we met een bus vliegtuig gebracht.

Het was een vliegtuig van Jetstar Pacific. De vliegtijd was ongeveer 1 uur en 20 minuten. De tijd kwamen we door met een potje kaarten. Na het landen op het internationaal vliegveld Tan Son Nhat haalden we onze bagage op en die kwam ook nog vrij snel. We hadden een taxi via het hotel geregeld en we werden netjes opgewacht door de chauffeur. Ho Chi Minh City (HCMC) heette vroeger Saigon maar dit veranderde na de oorlog. De stad werd daarna vernoemd naar de grote leider van Vietnam; Ho Chi Minh. HCMC is met ruim 9 miljoen inwoners de grootste stad van het land en dat zagen we duidelijk terug in het stadsbeeld. De eerste indruk was dat de stad erg Westers aandoet.

Hoewel de afstand van het vliegveld naar het hotel niet ver was (zo’n 7 kilometer), deden we er bijna een uur over om bij het hotel te komen. In tegenstelling tot Hanoi staan hier overal stoplichten, rijden er honderden scooters (motorbikes) en meer auto’s. Het Ailen Garden Hotel lag in district 1, in de bekende backpackerswijk Tay Ba Lo. Het hotel was niet per taxi bereikbaar omdat het in een autovrij straatje lag. Het laatste stuk liepen we met onze rugzakken door een stuk modderpoel. De weg was op gebroken en er werd flink gewerkt door bouwvakkers aan gebouwen en weg. We kregen een kamer in Ailen Garden 2 op de 2e etage.

De kamer was groot en voorzien van airco. Ondanks dat we niet veel hadden gedaan vandaag waren we moe. We verlieten het hotel om een hapje te eten. Rondom het hotel zijn veel restaurants te vinden en wij namen er eentje waar we vanuit het steegje recht tegenaan liepen.  We lagen uiteindelijk rond 20:30 uur in bed maar vielen niet direct in slaap. Mamma regelde namelijk nog een toer per motorbike (scooter) voor morgenochtend en werd door de receptie een paar keer teruggebeld. Ik ben wel benieuwd naar morgen als we op de scooter HCMC gaan verkennen.

Cua Dai Beach

We zaten vanmorgen rond 9:00 uur al aan het ontbijt. Mamma bestelde een fruitsalade, Ronac cornflakes, ik een bananenpannenkoek en pappa nam Mi Quang (noedels). De noedels zijn speciaal van deze streek en zijn vernoemd naar de provincie Quang Nam. Wat is er zo speciaal aan deze noedels? Ze zijn in tegenstelling tot de andere noedels in bijvoorbeeld Pho, is dat ze veel dikker en geliger (door kurkuma) zijn door de gebruikte rijstmeel. De bouillon is meestal gemaakt van kip of varkensvlees en naast de noedels wordt er een bord met groenten en kruiden (morning glory, koriander, munt) geserveerd.

Na het ontbijt namen we opnieuw de fiets en gingen op weg naar een ander strand. Volgens informatie is het Cua Dai strand veel drukker dan het An Bang strand maar wij wilden dit met eigen ogen aanschouwen. Het was ongeveer 15 minuten fietsen en ook hier moesten we weer verplicht onze fiets stallen. Aan het strand stonden veel palmbomen en waren grote “bulten” (zanddijken) op het strand aangelegd om het land te beschermen tegen de zee.

We liepen het strand op en hier was het zelfde principe als op het An Bang strand. Gratis ligbedden en parasol bij gebruik maken van lunch in bijbehorende strandtent. Wij renden meteen het strand op en gingen weer heerlijk onze gang. Mamma hielp nog even een Japans stelletje dat met de scooter was gevallen. De verwondingen van de jongen waren best flink met heel veel vuil er in. Het vuil kon niet goed verwijderd worden en mamma en een behulpzame Vietnamese verkoopster adviseerden om In Hoi An naar een dokterspraktijk te gaan. De jongen vertrouwde echter op een of ander zalfje wat een passerende Japanse toeriste hem gaf en volgde het advies niet op.

Ondanks de verhalen die we hadden gehoord over dit strand vonden wij het juist prettiger en relaxter dan het andere strand. We  hadden een goede lunch bij de strandtent met hamburgers, mamma met zoetzure garnalen met ananas en pappa met clams (oesters). Tegen half vijf werd het ineens heel erg donker en toen we achter ons keken naar het vaste land, hingen daar grote donkere (onweers)wolken.

We pakten de spullen in en liepen naar onze fietsen. Het begon te waaien en de eerste druppels begonnen al uit de lucht te vallen. We stapten toch op de fiets maar al snel kwam de regen met bakken uit de lucht. Binnen enkele minuten waren wij helemaal nat. Ik fietste gewoon in mijn zwembroek dus voor mij maakte het niet uit. Straten kwamen onder water te staan en af en toe hoorden we in de verte wat onweer. Het bleef onze hele terugreis regenen en dit was dus een flinke tropische regenbui.

Bij het hotel werden we door het meisje van de receptie opgewacht met handdoeken om ons af te drogen. We besloten om ons een beetje op te laten drogen en zochten een plaatsje op het terras en bestelden (Vietnamese) thee, koffie en warme melk om een beetje warm te worden. De regen had ons toch wel wat afgekoeld.

’s Avonds zijn we in het centrum gaan eten bij een Thais restaurant. We hadden viskoekjes, Chiang Mai kippenpootjes, Satay, en als hoofdgerecht diverse curry’s (massaman, groene en rode curry). Op de terugweg kochten we nog wat souvenirs en genoten wij voor de laatste keer van de prachtig verlichte straatjes. Wat een prachtig en gezellig stadje is Hoi An. Een echte aanrader voor iedereen die naar Vietnam gaat. Ronac viel al vrij snel in slaap en ik keek samen met pappa naar de EK finale vrouwenvoetbal. Het Nederlandse vrouwenelftal wist heel knap de titel te winnen en zijn Europees kampioen.

Full Moon festival

De dag startte met een lekker ontbijtje in het hotel. Keyro startte Cau Lao, een streekgerecht waar Hoi An bekend om staat. In het gerecht vind men Japanse, Chinese en Franse invloeden terug. In het gerecht zitten gerookte noedels net zoals de Japanse Udon noedels. Het varkensvlees is geroosterd in Chinese stijl en de knapperige noedelstukjes zijn net Franse croutons. De kruiden die in het gerecht zitten zijn allemaal lokaal.

We namen vandaag opnieuw de fiets en zouden als eerste het stadje Hoi An gaan bezoeken. Hoi An is een combinatie van architectuur en geschiedenis en iedere toerist komt vroeg of laat in dit charmante stadje. In de 16e en 17e eeuw was het een havenstad aan de Zuid Chinese zee. Het trok veel handelaars uit Europa, Japan en China en dit zie je terug in de architectuur. De functie van havenstad werd later overgenomen door Da Nang.

Het historische centrum staat op de werelderfgoedlijst van Unesco. We fietsten door het centrum en bekeken het nu met andere ogen dan in de avond. In de oude straatjes staan Chinese pagodes, handelshuizen in Japanse stijl, Franse huisjes, warenhuizen en winkeltjes. We kwamen ook langs de Japanse brug (Chùa Cầu), een voetgangersbrug. De brug is gemaakt van hout en onderdeel van een tempelcomplex. We staken via een brug de Thu Bồn brug over en dronken een drankje op het terras van Madame Kieu.

Met de fiets vervolgden we onze route over de oever van de Thu Bồn rivier naar het ambachtsdorp Thanh Ha, zo’n 3 kilometer van Hoi An. Het dorp ontstond honderden jaren geleden toen een aantal schepen in een hevige storm terecht kwamen en beschutting zochten in Con Dong, één van de dertien Thanh Ha gehuchten.

De ligging , op een kruispunt in de rivier en de weg naar Hoi An, bleek een plek met veel mogelijkheden. De klei die door de rivier werd aangevoerd was  uitstekend te gebruiken voor terra cotta producten. In die tijd deden de VOC schepen de haven van Hoi An aan en de pottenbakkers van Thanh Ha had vele klanten in Hoi An. Veel dakpannen in Hoi An en het dorp zelf kwamen hier vandaan.

We bezochten het museum waar je de keramiek, technieken, producten en de verschillende invloeden terugvindt. We bekeken de collectie en hadden betaald om aan twee activiteiten te deel te nemen. We begonnen met het verven van een eivormig stuk keramiek.

Keyro maakte een Minion en ik maakte er een mooi lieveheersbeestje van. We werkten rustig en geconcentreerd. Na onze verfkunst gingen we zelf pottenbakken. Samen met één van de medewerkers en hulp van een draaischijf modelleerden we allebei een potje. We mochten dit versieren en daarna werd het met een föhn gedroogd en uitgehard. Een super leuk souvenir om mee terug naar huis te nemen en ook nog eens door ons zelf gemaakt.

We fietsten nog wat door het dorp en begonnen toen aan de weg terug naar het centrum van Hoi An. Hier kwamen we met de fiets nergens meer binnen omdat het hele centrum afgezet was en vrij van verkeer werd gehouden. We fietsten 3 keer heen en terug en alles liep iedere keer dood bij een wegafzetting. Ook kwamen we er achter dat onze souvenir door de warme zon was gesmolten en er alleen nog een hoopje klei over was.

Mamma werd er op een gegeven moment kribbig van en begon als een bezetene terug te fietsen naar het hotel. We zoefden overal langs. We dronken wat en namen een duik in het zwembad. ’s Avonds gingen we met de fiets naar het centrum want de meneer die op het golfkarretje rijdt, had een vrije dag. We stalden onze fietsen net bij het historische centrum.

Vanavond was het extra speciaal omdat het Full Moon Festival plaats vond. Op deze dag worden er werkelijk overal lampionnen aangestoken op straat in de hostels, bars en op de rivier die door de stad stroomt. Ook wordt het gebruik van (straat)lampen beperkt. Een echt spektakel waar veel mensen op af komen. We zijn eerst bij een leuk restaurant aan de waterkant gaan eten.

Er kwam opnieuw een lokale specialiteit op tafel namelijk Bánh Xèo. Het zijn krokante rijstpannenkoekjes met garnalen en taugé, yummie. Ook kwamen de gefrituurde wontons weer op tafel, een bord pasta en geroosterde gehaktstokjes. Met goed gevulde buikjes liepen we naar de kade en huurden we een klein bootje om het water op te gaan. We begaven ons tussen de andere bootjes. We kregen een papieren lotusbloem met kaarsje er in.

Bij Keyro vloog de papieren lotusbloem in brand maar gelukkig had onze kapitein nog een nieuwe voor hem.  Om de komende maanden geluk te hebben, zet je de lotusbloem in de rivier vergezeld van je wens. Met de wind en de stroming werd het lichtje zachtjes weggevoerd tegelijk met alle andere lichtjes. Een manjefiek gezicht.

Sneller dan verwacht stonden we weer op de aanlegsteiger. Door het stadje stonden bij winkels en restaurant offertafels met eetkommetjes, wierrook en kaarsen voor voorspoed en geluk. Onze fietsen stonden er nog en in het donker fietsten we terug naar het hotel. Vanwege een vervoerprobleem naar Ho Chi Minh City zouden we morgen ook nog een dagje in Hoi An blijven. Wij vinden dat helemaal niet erg want Hoi An is “chill”.

An Bang Beach

Vandaag voelde ik me al een stuk beter. Ik was nog wat slapjes maar de koorts leek gezakt te zijn. We hadden eerst ontbijt met brood en ei. We maakten onze tassen klaar om naar het strand te gaan.

Bij het hotel konden we gratis gebruik maken van de fietsen. Voor Ronac hadden ze zelfs een kleinere fiets geregeld. Ronac probeerde de fiets maar vond hem niet fijn en besloot met veel theater dat hij bij pappa of mamma achterop zou gaan. We vertrokken rond 10:00 uur in de richting van het An Bang strand. Het was ongeveer 6 kilometer en we volgden de hoofdwegen. Ik fietste steeds achteraan want ik had nog maar weinig energie.

We stopten tussendoor om wat te drinken en van de omgeving te genieten. Vlakbij het strand werden we aangesproken door vele mannetjes die ons hun fietsenstalling aanprijzen. We kwamen niet met de fiets bij het strand en moesten dus onze fiets stallen. We kregen een nummer op ons zadel dat we betaald hadden en bij elkaar hoorden. We gaven aan dat het niet klopte en Keyro bij ons hoorde maar er werd niet echt geluisterd of het werd niet begrepen.

We lieten het zo en liepen naar het strand. Er waren veel barretjes en restaurants en we besloten om eerst iets te drinken. Mamma nam een verse klappernoot en wij namen frisdrank. We trokken onze zwembroek aan op het toilet en gingen daarna het strand op. Er stonden veel ligbedden met parasols er boven. Ook hier werden we continu aangesproken om een bedje te huren bij een van de strandtenten.

Als je er die dag ging eten, waren de bedjes gratis. We besloten om bij een van de vele een ligbed te nemen zodat we ook wat schaduw van de parasol zouden hebben. Het An Bang strand is mooi met palmbomen en wit strand. Het strand zou het beste strand zijn rond Hoi An maar wij vonden het wel erg toeristisch. We vermaakten ons heerlijk in de zee en op het strand. We bouwden kastelen, dammen en geulen waar het water in liep. Lekker een middag ontspannen en niets doen.

Tussendoor hadden we een lekkere lunch bij het strandtentje waar we de ligbedden hadden gehuurd. Ronac nam een hamburger, mamma had noedels, pappa had iets anders en ik nam een noedelsoep. We verlieten het strand pas rond 17:00 uur. Bij de fietsenstalling kregen wij een discussie met de eigenaar dat wij mijn  fiets niet meekregen omdat hier een ander nummer op stond dan die van pappa en mamma.

Pappa was vasthoudend en liet duidelijk zien dat wij de fietssleutel hadden en we fietsten gewoon weg. Tja, we hadden dit vanmorgen al heel duidelijk gemaakt dus helaas voor hem. De terugweg fietsen we niet langs de grote weg maar reden we tussen de rijstvelden door. Heerlijk hoe rustig het daar was.

Terug in het hotel moesten we eerst douchen om al het zand van ons af te spoelen want het zat werkelijk overal. Tegen 19:30 uur werden we met het golfkarretje weer naar het centrum gebracht. We liepen deze keer de Cau An Hoi brug (Bridge of Lights) over. De brug is ’s avonds verlicht met veel lampjes en iedereen passeert deze brug maar ondanks de vele mensen werd er nauwelijks geduwd. Aan deze kant van de brug bleken veel restaurants te liggen en al snel hadden we een leuk restaurant gevonden. We liepen de trap op naar het For You restaurant.

We gaven onze bestelling door aan de bediende en speelden een potje kaart tot het eten klaar was. Ronac had gegrilde kipfilet met frietjes, mamma en ik namen een lokale specialiteit Banh Bao Vac ook wel White Rose genoemd.  Het is een dumpling, een deegpakketje van rijstvellen, in de vorm van een bloem. Het is gevuld met garnalen, krab en kruiden. Er worden krokant gebakken uien en een dip van bouillon, pepers, citroen en suiker bij geserveerd. Een smaakexplosie!

Pappa had een andere lokale specialiteit fried wonton. Gefrituurde wonton (rijst)vellen met daar bovenop garnalen en krabvlees gemengd met tomaat en kruiden. Ook zeer smakelijk! Na het eten liepen we nog wat door het stadje en genoten van alle lichtjes en prachtige lampionnen. Het is soms net of je in een sprookje loop met al die lichtjes. We waren rond 22:00 uur weer terug in het hotel.

Rural Scene Hotel

Keyro voelde zich vandaag beroerd en had hoge koorts. Gelukkig zouden we de komende dagen in Hoi An blijven en konden we het rustig aan doen. Samen met pappa en mamma ging ik ontbijten. Ik nam cornflakes maar kreeg er geen melk maar yoghurt bij. Smaakte ook best goed. De dag werd het relaxen. Filmpje kijken, wat spelletjes op de tablet en zwemmen in het zwembad.

Keyro lag alleen maar op bed en er kwam niets uit. Mamma verplichtte hem af en toe om iets te drinken maar ook dat ging met veel moeite. De meisjes achter de receptie maakten zich meer zorgen dan pappa en mamma en vroegen iedere keer hoe het met Keyro ging en of ze een dokter moesten bellen. In de avond hadden we het diner bij het hotWel. Keyro kwam ook even naar beneden maar at maar weinig van zijn Pho Bo. Vooral de Cau Lao en de Quang noedels waren lekker, yummie!

Met de jeep over de Wolkenpas

Ons verblijf in Hué zat er al weer op. We reisden vandaag verder naar kustplaats Hoi An. Pappa en mamma brachten rond 8:00 uur onze rugzakken naar Brothers Travel en die zouden per bus naar Hoi An vervoerd worden. Ons vervoer voor vandaag was een oude Amerikaanse legerjeep. Onze chauffeur en gids was Huy. We maakten even een paar foto’s voordat we rond de klok van 9:00 uur vertrokken. Al snel lieten we Hué achter ons. Huy reed rustig en we hadden alle tijd.

Op weg naar Hoi An!

We zouden de populaire route nemen over de Hai Van pas. In totaal was de trip zo’n 160 kilometer. Onderweg zouden we diverse stops maken zodat we ook wat van de omgeving kunnen zien. Keyro voelde zich vandaag niet zo heel fit en was nog erg moe. Ergens langs de hoofdweg maken we een stop bij klein vissersdorp. Hiervandaan was er ook een prachtig uitzicht over de kust en de bergen in het achterland.

We reden verder en namen na een half uur een afslag naar recht, landinwaarts. We passeerden een controle punt waar betaald moest worden. De weg die we volgden was een zandweg met putten en het was hobbelig en we slingerden alle kanten op. De natuur was hier echt prachtig.

Spannende jeep rit, Ronac als hulpchauffeur

We parkeerden de auto en liepen te voet verder naar Soui Voi, de olifantenwaterval. We waren de drukte net voor en kleedden ons snel om zodat we een duik konden nemen in de verschillende bassins bij de waterval. Het geheel is erg toeristisch ingericht en ingesteld maar dat neemt niet weg dat het een mooi stukje natuur is. Het uitzicht op de bergen is echt geweldig mooi.

Samen met pappa of mamma gleed ik van de stenen af naar beneden. Nog geen half uur later begon het druk te worden en konden wij ons weer aankleden om verder te gaan.

Een prachtig uitzicht vanaf ons lunchadres.

De volgende stop was voor de lunch. We stopten bij een bekend visrestaurant waar Huy zich moeite deed om kleinere porties te bestellen want normaal wordt er per kilo besteld.

Keyro en ik hadden nergens zin in en waren wat dwars. Mamma bestelde garnalen en pappa had oesters. Voor ons werd er een bord gebakken rijst gebracht. Bij het zien van mamma’s garnalen kregen wij er ineens toch zin in en was mamma zo lief om haar garnalen met ons te delen. Aan de lange tafel naast ons werd luidruchtig gegeten en gedronken.

Om de minuut werd er wel een “toast” uitgebracht en werden de glazen geheven. De overgebleven schelpen, servetten, graten etc. belandde zo op de grond, wat een rotzooi! Bij ons had de Keuringsdienst van Waren het restaurant allang gesloten, hihi.

Na de lunch was het een klein stukje rijden naar het begin van de Hai Van pas. Tegenwoordig gaat het meeste verkeer door de aangelegde tunnel dus op scooters, motors en toeristen bussen na, rijdt er niet veel verkeer over de pas. Voordat we de pas op rijden maken we nog even een korte fotostop met uitzicht over de kust en het plaatsje Lang Co.

 

De Hai Van pas, ook wel wolkenpas of in het Vietnamees Deo Hai Van genoemd wordt gezien als een van de mooiste kustwegen ter wereld. De Hai Van pas is het stuk over de bergen wat het plaatsje Lang Co verbindt met de moderne stad Da Nang. De pas is een 21kilometer lange bergweg. Langzaam aan brengt de jeep ons via de kronkelende weg naar het hoogste punt (496 meter).

Hier stoppen we bij een oude bunker en is er naar beide richtingen een mooi uitzicht over de kustlijn. We dalen af naar de grote stad Da Nang dat vroeger bekend stond als Tourane. In 1965 richtten de Amerikanen hier een militaire basis in. Er was een vliegveld, haven en depots met wapens. Er werden veel economische en industriële activiteiten ontwikkeld en het werd een van de belangrijkste handelscentra van het land.

De stranden rondom de stad zagen er mooi uit maar verder vonden wij het niet erg aantrekkelijk door alle grote, hoge gebouwen. Een stuk buiten Da Nang, langs de kustweg, stopten we bij de Marble Mountains.

De marmerbergen bestaan uit marmer en zandsteen. De Vietnamese naam: Ngu Hanh Son betekent “bergen van de 5 elementen”. Elke berg vertegenwoordigt een element en is daar ook naar vernoemd: Hoa Son (vuurberg), Moc Son (houtberg), Kim Son (metaalberg), Tho Son (aardeberg) en Thuy Son (waterberg).

Zelf was ik in de jeep in slaap gevallen en had ik geen zin om mee te gaan. Ik mocht bij Huy blijven terwijl pappa, mamma en Keyro de trappen op klommen om de bergen te bezoeken.

Er waren mooie grotten, pagodes, tempels en mooie uitzichtpunten. Het was nog ongeveer een half uurtje rijden van de Marble mountains naar Hoi An. Onderweg pikten we bij het busstation onze rugzakken op. We hadden gereserveerd bij Rural Scene hotel. Het ligt op het Cam Nam, een van de riviereneilanden. Het is een rustige locatie, twee kilometer van het historische centrum van Hoi An. Huy zette ons er af en wij namen afscheid van hem.

De terugweg zou voor hem een stuk sneller gaan via de tunnel. Wij checkten in en kregen een lekker drankje. We hadden al snel het zwembad gespot. Snel brachten we de spullen naar onze twee grote, aaneengeschakelde slaapkamers op de tweede etage. Daarna snel het zwembad in en lekker even spetteren. We stonden om 19:00 uur klaar zodat we met een elektrisch golfkarretje van het hotel naar het centrum werden gebracht. Wat een top service! Het centrum was erg sfeervol en de straten werden verlicht door lampionnen.

Er zijn talloze restaurants en barretjes te vinden. We liepen door een van de straatjes en zagen bij toeval nog een bekend Nederlandse koppel uit Noord Vietnam zitten bij een van de restaurantjes. Wij maakten even een praatje over wat zij hadden gedaan na de trekking in Sa Pa. Zij gingen verder met hun eten en wij zochten een tafeltje en ook iets bestelden.

Keyro en ik namen pizza, pappa Sint Jacobsschelpen en mamma nam een lokale specialiteit met vis en  een cocktail. Keyro en ik hadden uiteindelijk niet zo’n honger en lieten meer dan de helft van onze pizza over. Gelukkig konden we deze mee krijgen in een doos. We werden om 21:00 uur weer opgepikt door het karretje en zo waren we snel weer terug in het hotel. Terwijl Keyro meteen naar bed ging, keek ik nog even een Vietnamees filmpje op televisie.