Het dak van Vietnam

Wat heb ik lekker geslapen op mijn matrasje op de grond. Ik stond op om mij klaar te maken voor het ontbijt. Het was druk bij de douche en ik moest even wachten tot ik aan de beurt was. Tussendoor keek ik bij de kinderen die een uil als huisdier hadden. De geur van versgebakken pannenkoeken begon mijn neus te bereiken en ik bleek goede honger te hebben. De pannenkoeken met banaan en honing waren een goed en stevig ontbijt. Met genoeg energie begonnen wij rond 08:30 uur aan onze wandeling. We zouden vandaag rond de 12 kilometer gaan lopen.

Pannenkoeken, een goed begin van de dag.

De zon scheen fel dus het zou een warme dag worden. De weg gaat direct omhoog en al snel zijn we het dorp uit en overal waar we kijken zien we bergen en rijstvelden. Het zijn een aantal rijstvelden bij elkaar voorzien van een irrigatiesysteem van beekjes, kanaaltjes of bamboebuizen. De velden staan goed onder water want dat heeft rijst nodig om te kunnen groeien. Onderweg worden we af en toe ingehaald door vrouwen op slippertjes en soms met een baby op de rug. Het blijft bergop gaan en af en toe stoppen we even om wat bij te komen want de zon brand op ons hoofd.

Nog even rondkijken bij de homestay voordat we vertrekken.

Ping vertelt ons dat ze zeven kinderen heeft in de leeftijd van 17 jaar tot 5 maanden oud. De kinderen gaan tot ongeveer hun veertiende jaar naar school. De vrouwen leren Engels om de toeristen te woord te kunnen staan als gids of in het hotel. De mannen gaan voornamelijk op het land werken of gaan hout sprokkelen. Ping spreekt redelijk goed Engels en heeft dit allemaal zelf van de toeristen geleerd.

 

Prachtig weer tijdens onze wandeling door het schitterende landschap.

Tijdens het gesprek lopen wij rustig door. Tussendoor worden er pauzes ingelast en komen we af en toe ook de andere groep tegen. Bij een waterval gooien we wat steentjes in het water en we hadden hier graag wat langer willen blijven. Na deze stop staat ons nog een flinke klim te wachten. Het is echt afzien in de bloedhete zon. Ik arriveerde als eerste boven en het was lang wachten op mamma die als laatste boven kwam. Gelukkig hoefden we nog een klein stukje te lopen tot we bij een eenzaam hutje kwamen waar we zouden gaan lunchen.

Even rusten en spelen bij de waterval.

Het uitzicht vanaf het hutje was geweldig mooi. Tijdens onze wandeling waren we de hele tijd gevolgd door Flower, een Zwarte Hmong vrouw. De Hmong afstammelingen zijn verspreid over Noord- en Centraal-Laos, Zuid-China, Vietnam en Thailand. De Hmong behoort tot het meest achtergestelde deel van de Vietnamese bevolking.

Op de foto met Ping, onze gids en Flower, onze hulpgids

Oorspronkelijk komen ze uit Zuid China waar ze zijn vertrokken tijdens de Ming en Qing dynastie. Ze  waren het niet eens met de overheersing van het keizerrijk. De Zwarte Hmong staan bekend om hun handwerk en hun traditionele indigo blauwe kleding. Voor het vervaardigen van kleding gebruiken zij hennep en de indigokleur.

Flower hielp ons ondersteunen bij het lopen op de paden die gevaarlijk, steil of glad waren. Bij de lunchstop kwamen de tasjes en armbandjes uit haar tas en vroeg ze ons om iets te kopen in ruil voor de hulp die ze ons had geboden tijdens het lopen. Wij wilden allebei wel een tasje en kochten deze van haar. Ze was zelfs zo eerlijk dat ze ons “leerde” dat we moesten afdingen voordat we de tasjes kochten. We kregen ook nog een armbandje gratis erbij.  De man van Ping kwam op de brommer met hun baby zodat Ping hem kon voeden. We mochten even in de keuken kijken waar Ping op een houtvuur een heerlijk eiergerecht voor ons klaarmaakte.

Keyro kon al goed met stokjes eten, voor mij was er gelukkig een lepel.

Het eten wordt vers bereid en er was zoals vaak een overvloed aan eten. Kip met groenten, heerlijk aardappelen, geroerbakte Rau Mong (morning glory) en meer. Morning glory is een groente die door heel Vietnam wordt gegeten en hoezeer deze van invloed is op de Vietnamese keuken. Na rijst is dit het belangrijkste eten in Vietnam en wordt het dagelijks gegeten. De plant is extreem verend en groeit snel en gemakkelijk in vochtige grond, modder of water. De groente bevat veel calcium en wordt als vervanger van zuivel gegeten. Ping at gezellig met ons mee. Niet normaal wat zij allemaal op kon.

Onderweg kwamen we ook deze jongens tegen.

Met nieuwe energie begonnen we aan het tweede deel van de wandeling. Het ging af en toe wat bergop maar het meeste was vrij vlak of naar beneden. We kwamen door kleine dorpjes waar vaak kinderen aan het buiten spelen waren. In de namiddag kwamen we aan in het dorp Lao Chai waar veel Zwarte Hmong wonen. Onze homestay was thuis bij ZuZu (shoeshoe), de gids van de groep Nederlanders.

We kregen met zijn vieren een privé kamer op de benedenverdieping. We gingen naar het terras op de 1e etage en kletsten daar met de anderen. Het was erg gezellig. Terwijl we daar zo zaten uit te rusten kwam er iemand vers gebakken frieten brengen. Heerlijk gekruid met knoflook. Overweldigend lekker na zo’n stevige wandeling. Als we wilden konden we in de centrale keuken helpen met het bereiden van het avondeten.

Mamma en ik stonden net onder de douche en hierdoor misten we het vouwen van de loempia’s. Het avondeten werd op het (dak)terras geserveerd. Iedereen hielp mee om iets naar boven te brengen en de tafels te dekken. De tafels stonden helemaal vol met vers bereide traditionele lekkernijen. Ook de hele familie van ZuZu schoof aan. Het was een drukke maar gezellige boel.

Ronac de “Koning” van de berg aan de voetmassage met zijn vriend 

Na het eten kwamen er een paar mensen uit het dorp om ons een voetmassage te geven. Ik sloeg dit niet af en zat als eerste als een prinsje in de stoel. Mijn voeten en kuiten werden met olie ingesmeerd en toen begon het kneden, drukken en wrijven. Door de massage wordt de bloedsomloop gestimuleerd en eventuele spierpijn wordt minder. Mijn lichaam ontspande zich en ik vond het heerlijk.

Na de massage moest ik nog 10 minuten met mijn voeten in een ontzettend warme ton met bladeren gaan zitten. Mijn voeten hadden een zacht babyhuidje gekregen. Rond 21:00 uur was mijn kaarsje zo goed als op. Natuurlijk wilde ik dit niet laten merken en vertrok ik onder luid protest naar onze kamer. Het duurde niet lang of ik was in dromenland.

Magisch Maastricht

Ons jaarlijks uitje met de familie Lemmens was dit jaar dichtbij en ging naar Magisch Maastricht. Ze kwamen eerst naar ons toe voor een kopje koffie met slagroomsoes. We reden in de auto van Oscar en Nicole mee naar de stad.  Hun Volvo biedt plaats voor 8 personen en is een super grote bak. Wel gezellig zo met zijn allen in één auto.


Overal waren er prachtige lampjes

Op het Vrijthof stond ook dit jaar weer een grote kerstmarkt en zijn er diverse andere kerstactiviteiten te doen. We liepen langs de sfeervolle verlichte kraampjes, kwamen langs een grote verlichte kerstbal en kwamen uiteindelijk uit in het midden bij het reuzenrad. De mamma’s en de kinderen maakten hier een ritje in. Wow, een geweldig mooi uitzicht en al die lampjes, super gewoon! We kwamen langs de 14 meter hoge kerst wensboom waar mensen hun wens in een kerstbal hadden gedaan en opgehangen.


Vanuit het reuzenrad hadden we een prachtig uitzicht over de kerstmarkt en de rest van Maastricht.

We gingen naar de overdekte schaatsbaan. Samen met Inoka en Kyomi huurde ik schaatsen. Keyro wilde niet mee doen. Iets waar hij later spijt van had maar goed. We stonden lang in de rij voor het verkrijgen van onze huurschaatsen. Toen we ze eindelijk hadden, trokken we ze snel aan en konden we naar het oefengedeelte voor beginners. Er stonden daar ijsberen en pinguïns klaar om ons aan vast te houden. In het begin ging het wat onwennig maar het ging steeds beter en ik kreeg er veel plezier in.


Capriolen uithalen op de schaatsbaan.

Opa Leo kan trots op mij zijn! We bleven dik anderhalf uur op de schaatsbaan en ik vond het jammer toen ik moest stoppen. We volgden een stukje van de lichtjesroute die door de hele stad liep. Overal in de stad hingen duizenden sfeerlichtjes op bekende en bijzondere plekjes. We zochten een restaurant maar alles bleek goed vol te zitten. Uiteindelijk had mamma het idee om naar de Griek in Vroenhoven te rijden en daar was plaats genoeg. We aten heerlijke Griekse mezzes (voorgerechtjes), souvlaki’s, gyros, suzuki’s en als toetje een lekker ijsje. Een leuke afsluiter van een gezellige dag!


Samen met Kyomi en Inoka werd er flink geracet op het ijs.

Centraal Europa: Dag 12; Kikkers zoeken in de Lage Tatra

We kwamen de ochtend langzaam op gang want het regende behoorlijk. Het was niet echt weer voor een uitgebreide wandeling in de bergen. We speelden in de motregen een beetje met de leuke hond van onze buren. De hond vond het geweldig om achter de grote stok aan te rennen. Om 11:00 uur liepen we naar restaurant Koliba Bystrina voor een kop koffie en thee. De sfeer in het restaurant is gezellig en er hangen veel attributen die je in de lokale berghutten ook tegen kunt komen. We speelden een paar potjes kaart en bestelden daarna iets te eten.

Mamma probeerde Kofola, een frisdrank die in Tsjechië en Slowakije geproduceerd wordt. Het werd in de tijd dat Tsjechoslowakije nog communistisch was geproduceerd als vervanger van de Westerse cola’s. Het belangrijkste ingrediënt is een zoetzure siroop Kofo genaamd. In de siroop zitten 14 natuurlijke ingrediënten zoals appen, kersen, kruiden, suiker en karamel.

Ondanks dat na 1989 de Westerse cola’s weer verkocht mochten worden, bleef het drankje erg populair onder de bevolking. Het smaakte lekker en het bevat ook nog eens veel minder suiker en cafeïne dan gewone cola. Mamma was op de “uitprobeer”- toer en bestelde als lunchgerecht de Slowaakse zuurkoolsoep “kapustnica”. De soep bevat gekookte zuurkool, gerookte worst, gedroogde paddenstoelen, pruimen en zure room. Pappa had halušky met bryndza en spek, Keyro had goulash met knedliky en ik had wat frietjes.

In de middag besloten we om ondanks de regen een klein stukje te gaan wandelen. We reden naar het dorp Jasná, gelegen op 1236 meter hoogte aan het einde van het 16 kilometer lange dal. In dit gebied bevonden wij ons in het toeristisch middelpunt van de Lage Tatra. De hellingen van de berg Chopok worden tot de beste skiterreinen van het land gerekend.

In dit gedeelte staan dan ook veel appartementencomplexen en hotels. Ook zijn ze nog volop bezig met het bouwen van nieuwe complexen. We deden de regenponcho’s aan en vertrokken voor een korte wandeling rondom het Vrbické pleso (bergmeertje). Het gebied waar we doorheen liepen was zeer bosrijk. Al snel zagen we overal kleine baby kikkers springen. Ik vond het leuk om ze te vangen en op mijn hand te laten zitten.

We zagen niet alleen veel eenden en kikkers maar ook waren er veel soorten paddenstoelen. Het leek al een beetje herfst zoveel vonden we er. We maakten nog een tweede korte wandeling naar een uitzichttoren. Langs dit pad stonden vooral veel struiken met bosbessen en frambozen. Al hingen er hier lang niet zoveel bosbessen en frambozen aan dan tijdens onze wandeling in Zuid Duitsland.

Aan het einde kwamen we uit bij de uitkijktoren. Door de dichte nevel was er natuurlijk niet veel te zien. Bij de uitkijktoren maakte mamma een aparte “lichaam zonder hoofd” foto van pappa. Super sjiek vond ik dat. Met zijn drieën probeerden pappa, Keyro en ik het nog een keer na te doen maar het lukte minder goed dan die met pappa alleen erop. Na de wandelingen liepen we nog even rond bij de stoeltjeslift die naar de berg Chopok gaat. Hier was ook een kleine kinderspeelplaats waar we even wat konden klimmen en klauteren. Later op de middag kwamen we weer terug op de camping.

De andere kampeerders op ons stuk hadden hun tenten opgebroken en waren vertrokken. Onze tent stond dus moederziel alleen op het grasveld. We bleven een tijdje muziek luisteren in de auto en de keiharde rock van Guns N’ Roses knalde uit de boxen. In de avond hadden we ervoor gekozen om voor de laatste keer te gaan eten bij Koliba Bystrina. Opnieuw aten we er heerlijk en het is wat ons betreft wel een echte aanrader als je in Demänovská Dolina verblijft. Keyro en ik hadden een Wienerschnitzel, mamma een champignons en kip ragout en pappa een vleesspies. In de avond maakten we ons alvast klaar voor ons vertrek van morgen. We willen een beetje op tijd vertrekken om naar Strbske Pleso te gaan.

Pitztaler gletsjer

We stonden vandaag op tijd op om naar de Pitztaler gletsjer te gaan. We reden zelf met de auto en lieten al snel Jerzens achter ons. De gletsjer ligt aan het einde van het Pitztal. We reden er een half uur over en parkeerden onze auto op de grote parkeerplaats. We kochten een dagpas en moesten wachten op het treintje van de gletscherexpress. Het was flink proppen in de trein en binnen 10 minuten stapten we uit op 2840 meter hoogte.

Hier maakte ik met pappa een afdaling terwijl mamma en Ronac met de Wildspitzbahn naar het hoogste punt (3440 meter) van Oostenrijk gingen. Wij voegden ons later bij hun in het gletscherrestaurant. Ik moest bijkomen want ik had het flink koud gekregen van het skiën en voelde mijn tenen niet eens meer. De afgelopen dagen was ik zo ie zo al niet helemaal fit door een verkoudheid, vervelende hoest en huidallergie.


Van de hoogte bleek ik ook wat last te hebben want ik kreeg moeilijk adem. In traag tempo klom ik naar boven naar het uitzichtplateau. Hiervandaan hadden we zicht op onder andere de hoogste berg van Tirol, de Wildspitze (3774 meter). Met pappa skiede ik terug naar het midden station en daar aten we lekker een broodje in de zon.

Het was goed toeven daar. Ik maakte nog een paar afdalingen maar was helemaal kapot en vermoeid. Rond 15:00 uur sloten we aan in de lange rij voor het treintje terug naar beneden. In de avond hadden we een lekker Indisch diner.

Dag 14; Folven; Langs de fjorden

Pappa vertrok om 07:30 uur al met de taxi naar Kristiansund. Het was circa 125 kilometer enkele reis en het zou zo’n 2 ½ uur duren voordat hij daar zou zijn. Om 10:00 uur kon hij de auto ophalen en daarna moest hij helemaal terugrijden. Ondertussen pakten wij de laatste dingen in en zorgden dat het huisje er netjes uit zag. Wij konden de spullen zo lang bij de eigenaresse laten en hielpen mamma met het dragen van de spullen naar de andere woning. Rond 11:30 uur liepen we naar de garage om te vertellen dat de onze auto na reparatie verscheept zou worden naar Nederland en wij vandaag verder zouden reizen per huurauto. Mamma wilde de spullen alvast uit de auto halen maar dat ging niet meteen omdat de monteur met pauze was. Eerst moest een en ander vast gezet worden voordat de auto van de brug naar beneden kon.


Een laatste blik op onze auto, nu maar hopen dat hij ooit terug komt.

Terwijl wij een filmpje keken om de tijd te doden, arriveerde pappa met de huurauto. Pappa moest nog bellen met Ford over de betaling etc. Uit de flarden van het gesprek en de irritatie van pappa en mamma bleek dat het allemaal niet zo verliep als dat zij wilden. Uiteindelijk kon mamma rond 13:00 uur beginnen met het overhevelen van de bagage uit onze auto naar de huurauto. Pappa bleef maar bellen om de betaling geregeld te krijgen zodat wij verzekerd waren dat onze eigen auto terug naar Nederland zou komen. De huurauto was een Volkswagen Touran met dakkoffer en hij bleek een stuk ruimer te zijn dan onze eigen auto. Toen alles in de auto zat en de betaling voldaan was, vertrokken we rond de klok van 14:00 uur in de richting van de Trollstigen. Opnieuw moesten we de Trollstigen met de bekende haarspeldbochten nemen.

Het weer was minder mooi dan afgelopen maandag en we reden in één keer door naar boven. Op het hoogste punt 850 meter boven zeeniveau stopten we nog even. Vervolgens begonnen we aan de afdaling richting de dorpjes Valldal en Sylte en het Norddalsfjord. Langs het fjord was het ineens vrij druk en waren er verschillende souvenirwinkels langs de weg. We stopten even om te informeren of we nog met een toeristenveerboot naar het Geiranger fjord konden gaan. Helaas waren we daar te laat voor en moesten we het stuk per auto en ferry (veerboot) afleggen.

Even verderop namen we bij Linge de ferry naar Eidsdal, gelegen aan de overkant van het Norddalsfjord. Vanaf Eidsdal begon een schitterende route naar het Geirangerfjord. We volgden continu weg 63 en stopten even voor een fruithapje bij het prachtig gelegen Eidsvatnet. Het laatste stuk ging over de Ørnevegen, de Adelaarsweg naar Geiranger. Ook deze weg bleek een bergweg met flinke haarspeldbochten en een stijgingspercentage van circa 10%. We maakten verschillende stops om van de prachtige uitzichten over het Geirangerfjord en de bergen er omheen te genieten. Wauw, echt ongelofelijk mooi.

Volgens velen behoren de Noorse fjorden tot de mooiste landschappen ter wereld en daar ben ik het wel mee eens. Fjorden zijn lang geleden door gletsjers, rots en steen uitgeslepen tijdens de ijstijden. Bij de monding van een fjord is het water minder diep dan verder landinwaarts. Het water in een fjord is meestal zout maar in de zomer kan het voorkomen dat het water aan de oppervlakte zoet is doordat er veel regenwater en smeltwater wordt afgevoerd.

Het Geirangerfjord staat op de Werelderfgoed lijst van UNESCO. Het Geirangerfjord is 15 kilometer lang en is een zijarm van het Storfjord (110 kilometer lang), het op vier na langste fjord van Noorwegen. In het Geirangerfjord liggen vaak cruiseschepen en zijn een aantal mooie watervallen.

Vanaf een uitzichtpunt zagen we de “Zeven Zusters (syv søstrene)”, een waterval met zeven afzonderlijke stromen en een vrije val van circa 250 meter. We kwamen door het dorp en vervolgden onze route over weg 63 maar nu weer bergop. We passeerden het Djupvatnet en sloegen bij het Langvatnet af naar weg 15 in de richting van Stryn. Het begon al wat later te worden en we zouden gaan kijken voor een camping met vrije kampeerhutten. We kwamen door een paar lange tunnels die behoren tot de hoogst gelegen langere tunnels, zo’n 950 meter boven zeeniveau.

In het Hjelledalen vonden we bij Camping Folven een kampeerhut. De hutten lagen gezellig in een kring rond een grasveld en er waren trampolines en een beach volleybalveld. Pappa en mamma begonnen direct met koken omdat het al wat later was. Bij onze hut stond helaas geen picknickbank maar pappa en mamma haalden er eentje bij het hutje naast ons waar nog niemand zat en waarschijnlijk niet verhuurd was.

De stoelen haalden we uit onze hut en zo konden we toch lekker buiten eten. Pappa had een lekkere pasta met Smac gemaakt en onze buikjes zaten daarna flink vol. We waren van het spelen in het zand helemaal vies geworden en we moesten ons nog even douchen voor het slapen gaan. De douches waren hier anders dan bij de vorige campings. Hier zaten er geen deuren in en konden we allemaal tegelijk douchen naast elkaar douchen, ook wel handig. Weer helemaal schoon en wel doken we ons stapelbedje in voor een korte nacht.

Dag 10; Åndalsnes; Trollstigen

Samen met mamma sliep ik deze nacht in het tentje. We sliepen als “roosjes” en werden rond 8: 00 uur wakker. Na ons standaard ochtendritueel verlieten we om 9:00 uur de hut in Oppdal om door te reizen naar de volgende camping in Ørsta.

Onze eerste stop maakten we na een uurtje rijden aan de rand van het Dovrefjell Nasjonal Park. We wandelde over een natuurpad van circa 1 ½ kilometer naar het “snøhettapaviljongen”. Keyro liep vandaag minder goed. Hij had een slecht humeur en bleef een stuk achterop. Ik volgde de verhaalstenen die om de honderd meter in het pad gemetseld waren. Pappa of mamma moest het voorlezen maar omdat het in het Noors was, snapten we er natuurlijk niets van.

Bij aankomst op de top zagen we een modern gebouw liggen dat ik eigenlijk niet zo in het landschap vond passen. Het snøhettapaviljongen op de top van de 1.200 meter hoge berg “Tjverrfjellet” werd door een Noors architectenbureau gebouwd. Het is architectonisch zo bijzonder dat het in 2011 zelfs tot gebouw van het jaar werd verkozen. Het uitzicht vanaf het paviljoen over het “snøhetta”bergmassief is schitterend. Je hebt ook grote kans dat je hiervandaan de langharige muskusos kunt spotten. Helaas hadden we vandaag geen geluk en liet niet één van deze grote kolossen zich zien op dat moment.

Op de terugweg stapten we flink door en daarna konden we weer even uitrusten in de auto. Rond het middaguur (12:00 u) stopten we in het centrum van het kleine plaatsje Dombås om even een ijsje te eten en Keyro een braincooler te drinken. Ook vonden we hier een winkel waar we een leuk souvenir (trolletje) voor thuis kochten.

We volgden weg E136 in de richting van Åndalsnes door een mooi dal. Bij de plaats Verma kwamen we langs de Slettafossen. Hier perst de rivier de Rauma zich door een nauwe kloof en heeft het een verval van 40 meter. Op deze mooie plek genoten we van een lekkere picknick met vers brood. Niet snel daarna maakten we een stop bij de parkeerplaats Trollveggen. Het is de naam van een steile rotswand van 1000 meter hoog en is één van de bekendste klimwanden ter wereld. Omstreeks de klok van 15:30 uur begonnen wij aan de beklimming van de legendarische Trollstigen. Deze negentiende-eeuwse bergweg heeft elf haarspeldbochten en onderweg kom je een aantal watervallen tegen. De huidige weg was klaar in 1936 en stijgt slechts 300 meter maar dan wel heel erg steil. Het weer was goed en de weg is toeristisch en wordt druk bereden. We kwamen allerlei voertuigen tegen op deze smalle bergweg, auto’s, bussen, campers en zelfs fietsers.

Soms moesten we bij een bocht of inhammen wachten om een tegenligger te laten passeren. We passeerden de Trollstigfossen (waterval) en in haarspeldbocht nummer 10 gebeurde er iets of beter gezegd niets. Pappa moest terugschakelen naar een lagere versnelling maar de versnellingspook werkte niet en bleef hangen. Middenin de bocht zette pappa de alarmlichten aan maar het verkeer achter ons bleek dit niet direct te begrijpen en begonnen te toeteren. Gelukkig bleef pappa rustig en probeerde hij de auto aan en uit te zetten in de hoop dat dit zou helpen. Hij kreeg hem hierna in versnelling 1 en kon de bocht uitrijden. Eenmaal uit de bocht en op het rechte stuk moest hij weer schakelen en ging dit opnieuw niet. Gelukkig stonden we toen op een iets veiligere plek en konden we de gevarendriehoek uitzetten.

Pappa wilde net gaan bellen met de hulpcentrale van Ford toen er een jeep met Zweeds kenteken stopte. Er stapte een jongen uit die vroeg of hij ons kon helpen. Natuurlijk sloegen we dat aanbod niet af. Ook hij probeerde nog het een en ander met de versnellingspook maar deze bleef muurvast zitten. De jongen bood aan om te proberen om ons naar de top te slepen want daar waren we tenslotte bijna. Na een zoektocht naar het sleepoog, waarbij onze halve bagage uit de auto moest, kon het slepen beginnen. Het was spannend en twijfelachtig of zijn sleepkabel onze zware auto kon houden maar de jonge Zweed wilde die uitdaging wel aangaan. Heel langzaam en met wat gekraak van de sleepkabel kwam onze auto toch in beweging. Het was een beetje eng maar het lukte de jeep om ons naar boven te slepen waar een grote parkeerplaats en restaurant lag. Hier stonden we een stuk veiliger dan op de steile bergweg.

De Zweed nam afscheid van ons en we konden hem nog net op het laatste moment naar zijn naam vragen, hij heette Haakon. We vroegen Haakon hoe we hem konden bedanken maar hij zei dat we hem niets schuldig waren. Voor hem was zijn uitdaging geslaagd en hij had ons naar een veilige plek gebracht dat was het belangrijkste. Hij vertrok in zijn jeep en pappa ging bellen met de hulpdienst van Ford om ons hier weg te krijgen in eigen auto of met sleepwagen.

We moesten bijna twee uur wachten voordat de Noorse ANWB ter plaatse kon zijn. We bevonden ons op een manjefieke plek en probeerden er ondanks de autopech toch van te genieten. Op de top ( 850 meter) liepen we rond bij het uitkijkplatform de Trollstigheim met uitzicht op onder andere de weg en de waterval Stigfossen. Vlakbij onze auto was ook een klein ijskoud meertje waar we konden pootje baden en met steentje konden gooien. De Noorse ANWB arriveerde rond 18:45 uur en al snel werd duidelijk dat er een probleem was dat niet direct opgelost kon worden. Het vermoeden is iets met de versnellingsbak of de hydraulica. We werden afgesleept naar het plaatsje Åndalsnes waar een Ford garage ligt. Onze auto werd op de sleepwagen getakeld en wij namen plaats in de cabine om de elf haarspeldbochten nog een keer te doen allen dan in andere richting.

Onderweg kwamen we een gestrande auto met Duits kenteken tegen. De man van de Noorse ANWB stopte na overleg met ons om ook hun hulp te bieden. Ook zij konden hun reis per auto niet voort zetten en moesten ook weggesleept worden. Omdat zij een automaat hadden, werd onze auto van de oplader gehaald en die van de Duitsers erop gezet. Onze auto ging vervolgens op een sleeplader en hing zo achter de sleepwagen. We vervolgen onze weg richting het Romsdal. De chauffeur reed met gemak door de haarspeldbochten met één hand aan het stuur en in de andere zijn mobiele telefoon. Ongelofelijk hoe dat kan met één auto op de oplegger en een andere auto erachter! Gelukkig doen ze dat hier veel vaker en heeft hij er genoeg ervaring mee. Onze auto werd als eerste bij de garage neergezet en daarna gingen we voor ons op zoek naar een overnachtingsplek. Het bleek moeilijker dan gedacht. Alle hytter in de omgeving waren volgeboekt en uiteindelijk vonden we een kamer voor 1700 NOK in ***Gran Hotel Bellevue.

Mamma mocht nog meerijden in de privé Hummer van de Noorse ANWB-man om wat spullen op te halen die we nodig hadden voor onze nacht in het hotel. In de tussentijd gingen wij met pappa naar het hotel waar we rond 21:00 uur incheckten in kamer 420. De Duitsers moesten wachten op mamma tot zij verder weggebracht konden worden naar de dichtstbijzijnde Mercedes garage in Molde. Het was niet lang wachten tot mamma ook bij het hotel arriveerde. Het was al laat geworden en we gingen op zoek naar een restaurant. We vonden een Thais restaurant op de hoek en het was nog geopend. Als eerste bestelden we iets te drinken.

Keyro en ik wilden graag cola maar dit hadden ze niet? We bestelden iets anders maar toen ik een minuut later naar de WC ging zag ik flesjes cola in de koeling staan. Ik liep er naar toe en wees er naar en zei “kijk ze hebben wel cola, dat wil ik”. De bediende zag wat ik bedoelde, probeerde zich er nog uit te praten maar opende uiteindelijk toch de koelkast en gaf ons een flesje cola. We hadden springrolls als voorgerecht en diverse hoofdgerechten (noodles met kip, gerecht met lamsvlees en szechuan garnalen en kip met cashewnotensaus). Het eten smaakte heerlijk en we zaten allemaal bomvol na afloop. Het werd zo toch nog een beetje een speciale avond omdat pappa en mamma precies vandaag 19 jaar samen zijn. We lagen laat in bed maar kunnen morgenochtend uitslapen. Stiekem is het ook wel lekker om even een goed bed met matras te hebben en toilet, douche en bad op de kamer.

Dag 7; Oppdal; Nasjonal park Rondane

De wekker stond vanmorgen op 7:00 uur afgesteld en we hadden allemaal weinig zin om op te staan. Uiteindelijk werd er in sneltreinvaart aangekleed, gegeten, ingepakt en schoongemaakt. We verlieten de leuke camping Pluscamp Rustberg om 8:30 uur. De route naar Oppdal zou gaan via de Rondeveien en het Dovrefjell Nasjonal Park. Net zoals gisteren was het bewolkt maar droog. We verlieten net na Ringebu de hoofdweg om de 75 kilometer lange toeristische route door het Ronadane Nasjonal Park te volgen. Het park is het oudste park van Noorwegen en werd in 1962 opgericht. Het ligt deels in de provincie Hedmark en deels in de provincie Oppland. In het gebied ligt een hooggebergte met 10 bergtoppen boven de 2000 meter.

Ontbijten langs de weg.

Wat ons al snel op viel was dat er weinig begroeiing was. Het is een vrij droog klimaat en de bodem bevat weinig voedingstoffen. We zagen vooral rotsen bedekt met korstmossen en af en toe wat struiken veenbessen of bosbessen. Het was een prachtige ongerepte en ruige wildernis. Onderweg waren mooie parkeerplaatsen met mooie uitzichten. Zo stopten we bij het uitzichtpunt Sohlbergplassen. Hier hadden we een schitterend uitzicht over het meer Atnsjøen en de “blauwe”bergen van Rondane. Schilder Harald Sohlberg gebruikte dit decor voor zijn schilderij “Winternacht in de Bergen”. Halverwege maakten we bij Strømbu een stop om te gaan lunchen. De parking is ontworpen door architect Carl-Viggo Hølmebakk. Het was een mooie plek met zicht op de bergen aan de Atna, een wild stromende rivier. We smeerden een boterham en aten deze met veel smaak.

Na de lunch trokken we onze wandelschoenen aan voor een korte wandeling. We volgden de oever van de rivier tot aan de hangbrug. De hangbrug staken we voorzichtig over en we volgden een route over een onverhard pad. Het begon Het pad was modderig en overal lagen nog plassen waar we voorzichtig om heen moesten lopen om geen natte voeten te krijgen.

Het begon licht te regenen maar het eerste stuk van de wandeling ging door een groen bos en we hadden weinig last van de regen. In het bos groeiden onder andere kleine berkjes, naaldbomen en prachtige varens. Het gebied bleef drassig en we werden flink belaagd door zwermen muggen die hier leven in de moerassen. We moesten blijven lopen om zo min mogelijk geprikt te worden.

We werden af en toe geraakt door Ronac de “muggenmepper” die maar om zich heen bleef slaan om de vervelende muggen van iedereen af te houden. Na een paar kilometer kwamen we in een open gebied met rotsen en mosgebied. Het rendiermos dat hier groeide is struikvormig en groengrijs gekleurd. Het dankt zijn naam aan de vorm die lijkt op een hertengewei. Het mos lijkt op een plant maar bestaat in werkelijkheid uit twee organismen, een schimmel en een alg (groenwier). In sommige gebieden zoals in Lapland eten rendieren het mos. Vroeger werd het ook wel gebruikt om matrassen en kussens van te maken. Het mos zorgde voor een sprookjesachtige sfeer in het bos.


Tijdens de wandeling zagen we sporen van dieren. We vonden hoopjes met keutels die waarschijnlijk van konijnen en herten waren. Ook leeft in dit gebied de veelvraat, vos, marter en nerts maar daar zagen we geen sporen van. Terwijl wij na een kilometer of twee aan de terugweg begonnen, liep pappa nog een stukje door. Net voor de hangbrug bij een klein beekje wachtten we op zijn terugkeer. Het duurde nog even en we hadden dorst gekregen van de wandeling. Mamma vertelde ons dat je in onbewoonde gebieden in Noorwegen water uit beken en rivieren kunt drinken. Wij maakten kommetjes van onze handen en dronken zo het koele en schone water uit de beek. Heerlijk! Toen pappa terugkeerde liepen we het laatste stukje gezamenlijk terug naar de parkeerplaats. Met de auto vervolgden we onze tocht in de richting Hjerkinn.

We misten de afslag naar Snøhetta uitzichtpunt aan de rand van het Nasjonal Park Dovrefjell. Ondanks de regen was ook hier het landschap weer adembenemend. We maakten onderweg nog een paar stops. Bij één van deze stops liepen we een klein stukje van de oude “Hogronden” weg. Vanaf een brug hadden we mooi zicht op een van de vele watervallen die hier langs de bergwanden naar beneden storten. In de namiddag arriveerden we bij de Granmo camping zo’n zes kilometer ten zuiden van Oppdal. We kregen bij de receptie de sleutel van onze kampeerhut (nr.24).

Naast onze hut lag direct de speeltuin en ook het vernieuwde sanitairgebouw met familiebadkamers lag dichtbij. Terwijl wij speelden deed mamma de was en pappa pakte de auto uit. Ik liep met pappa nog even naar de rivier de Driva die langs de camping stroomt.

Kok pappa maakte vandaag een overheerlijke chili con carne waar ik van bleef eten. Na het eten vermaakten we ons met Noorse en Finse kindjes in de speeltuin. Vanaf een bankje werd er op de trampoline gesprongen. Sommigen haalden wel hele gevaarlijke toeren uit op de trampoline. In de avond koelde het behoorlijk af en zetten we zelfs heel even de verwarming in het hutje aan. We vielen laat in slaap maar dat maakte niet uit want morgen kunnen we lekker uitslapen en zijn er nog geen plannen.

Created with Nokia Smart Cam

Dag 16; Hiken naar World’s End


Het was vroeg (5:30 uur) en nog donker toen de wekker ging. Ik had veel moeite om op te staan en mijn warme bed uit te komen. Toch stonden we een half uur later klaar om te vertrekken naar de Horton Plains. We kregen een ontbijtpakket mee die we onderweg op konden eten. Helaas had de 4WD vertraging en stonden we een half uur voor niets te wachten. In de auto vielen Ronac en ik allebei weer in slaap en gelukkig duurde de rit zo’n 1 ½ uur. Bij de park entrance maakten pappa en mamma ons wakker en om ongeveer 8:15 uur vertrokken wij aan onze wandeling. Nana ging niet met ons mee vanwege klachten aan zijn voet maar dat vonden wij niet erg. Zo konden we lekker ons eigen tempo lopen en ons eigen ding doen.


Met walkie-talkies hielden we contact met pappa en Ronac.

De Horton Plains, staat op de werelderfgoedlijst, is een hoogvlakte gelegen tussen de 2100 en 2300 meter hoogte. Vroeger was dit het domein van olifanten, luipaarden en apen maar dat is verleden tijd. De wandeling die we gingen maken was zo’n 9 kilometer. Al snel zagen we hoe uniek het landschap was. Het eerste gedeelte ging door grasland en langs kleine moerassen. In het landschap staan veel rododendrons, dit zijn struiken tot kleine bomen met prachtige bloemen. Het gebied staat bekend om zijn diversiteit van planten, bomen, vlinders en dieren. Na het grasland kwamen we in een wat dichter bosgebied ook wel “cloud forest” of nevelwoud genoemd.


Het was echt sjiek om door het nevelwoud te hiken.

Het was duidelijk waarom alles hier zo weelderig groeit en bloeit want het was er vochtig en klam. Het ene moment zag je veel en het andere moment was je in een nevel van mist gehuld. We liepen over smalle, steile en meestal rotsige paadjes die voornamelijk door erosie tot stand zijn gekomen. Af en toe liepen we flink omhoog om vervolgens weer voorzichtig af te dalen. Als eerste kwamen we aan bij Mini Worlds’s End, de afgrond was hier wel 270 meter diep. Vanwege de wind moesten we ons goed vast houden en niet te dicht bij de rand komen. Nadat we weer iets verder hadden gelopen kwamen we aan bij het daadwerkelijke World’s End.


 World’s end.
Het plateau eindigde op dit punt en er was een 900 meter diepe afgrond. We hadden geluk met het weer en het was redelijk open zodat we van het dal en een adembenemende uitzicht konden genieten. Bij mooi weer zou je zelfs de Indische oceaan moeten kunnen zien liggen. Ook hier stond weer veel wind dus oppassen geblazen. We aten een kipsandwich uit ons ontbijtpakket en dat gaf ons nieuwe energie om verder te gaan met de wandeling. Vanaf de plateaurand van World’s End volgden we de weg naar de BakersFalls en kwamen we opnieuw langs mooie vergezichten. Tijdens het lopen werden we aangemoedigd door Ronac die liedjes aan het zingen was.

Vlak voordat we een grillig bos in zouden lopen, moesten we nog even naar het toilet. Er waren hokjes en een wc-pot in de openlucht en ik heb nog nooit zo’n prachtig uitzicht gehad terwijl ik een plasje deed op het toilet, uniek! Eerst was het een stuk steil klimmen tussen de bomen door. Eenmaal boven aangekomen moesten we een steil pad naar beneden volgen om bij de BakersFalls te komen. Ik weet niet hoe pappa het voor elkaar kreeg met Ronac op zijn rug maar hij was heel snel uit ons gezichtsveld verdwenen. Samen met mamma klauterde ik veilig en wel naar beneden.


Baker’s falls.

De watervallen waren 20 meter hoog maar zijn vooral indrukwekkend door de breedte. Er kletterde flink wat water naar beneden. We rusten uit en vertrokken toen er een stel “lompe Hollanders” arriveerden. Het was een flinke klim naar boven maar ik klauterde heel goed en was als eerste boven. Natuurlijk zat ik helemaal onder de modder en schrammen maar dat kon mij niets schelen. Het laatste stuk van de wandeling ging weer door de graslanden. Af en toe zagen we beekjes en meertjes. Soms scheen de zon even en dan was er weer de mist. Op de laatste paar honderd meter van de wandeling begon het te regenen.


Omhoog klauteren over het steile pad.

Nana stond ons op te wachten en we liepen snel naar de 4WD minibus. Op de parkeerplaats zagen we nog een groot Sambarhert. Het prachtige dier was groot, had een donker bruine vacht en een gewei. De dieren leven meestal alleen en niet in kuddes zoals andere herten wel doen. Ronac viel in slaap en miste hierdoor de heerlijke verse vanilleyoghurt die Nana onderweg kocht bij de lokale melkfabriek.


Sambarhert.

Tegen de klok van 13:30 uur waren we weer terug bij ons hotel. We kleedden ons om, douchten ons en wilden daarna even naar het dorpje lopen. Toen we net onderweg waren begon het flink te regenen en we namen de eerste de beste tuk tuk die we zagen. We hadden geen zin om af te dingen en betaalden de jongen 100 roepie (€ 0,50) voor een ritje van een paar kilometer. Het centrum stelde niet veel voor en we liepen wat langs de winkels en over de groentemarkt. We hadden een late lunch bij een van de weinige restaurantjes die we konden vinden.

We namen kleine broodjes (worstenbroodjes, roti kip) maar die smaakten zo lekker dat we er nog een paar haalden. We liepen terug naar het hotel en zagen onderweg nog wat typisch Engelse huizen en tuinen met rozen. Ook kwamen we langs een wedstrijdbaan voor paardenraces. Ons diner stond om 19:00 uur klaar en we gedroegen ons voorbeeldig. Het hoofdgerecht was mijn favoriete eten namelijk spaghetti bolognese. Na het eten vielen onze oogjes bijna dicht en zat er niets anders op dan lekker in ons bedje te kruipen en te gaan slapen.

Dag 15; Treinreis naar Nuwara Eliya


Wachten op de trein vanuit Negombo.

We vetrokken vanmorgen rond de klok van 8:00 uur en haalden eerst de ring van mamma op bij de juwelier. Ik vond hem super mooi geworden en vind hem ook echt bij haar passen. We reden door naar Peradeniya waar we bij het treinstation werden afgezet. We waren ruim op tijd en gingen nog wat eten en drinken kopen bij de plaatselijke winkeltjes. Op het station zaten veel mensen te wachten op de trein die uit Colombo moest komen. Als snel hoorden we dat de trein ook nog eens een uur vertraging had. Dat betekende dat we nog langer moesten wachten.


 Eindelijk vertrokken!

Uiteindelijk kwam de oude stoomtrein die maar dertig kilometer per uur rijdt het station binnen rijden. Het trein werd in de 19e eeuw gebouwd door de Britten en er is weinig veranderd sinds die tijd. Wij hadden vaste plaatsen in de observatiewagon al bleken deze stoelen niet allemaal naast elkaar te zijn. Veel toeristen gaan met deze trein naar Nuwara Eliya en de rit duurt zo’n 3 tot 4 uur en de afstand is nog geen tachtig kilometer. Men zegt dat het één van de mooiste treinritten van Azië is. Met de ramen en deuren open vetrok de trein aan de rit. In het begin stopten we bij kleine dorpjes maar al snel zagen we alleen nog maar het prachtige berglandschap. Er kwamen vele theeplantages voorbij en af en toe zagen we geen hand voor ogen door de mistflarden. Het landschap is uniek en sprookjesachtig te noemen.


Keyro speelde potjes “pesten” met pappa en ik keek lekker naar buiten. Tijdens de reis kwamen er af en toe mannetjes langs met grote manden gevuld met snoep en etenswaren. Wij kochten heerlijke warme, gebrande, chilipinda’s, lekker! Pappa werd op een gegeven moment meegenomen naar de gang om met een groepje Sri Lankaanse mannen een sigaretje te roken en sterke drank te drinken.


Potje pesten in de trein.


Dolle pret in de trein.

Ik liep naar voren waar een heleboel kinderen zaten en speelde met hen. Ik kreeg van alles toegestopt, snoep en lokale koekjes, de laatste keihard dat Keyro zijn tand er zelfs los van ging zitten. Mamma maakte een praatje met de vrouwen en iedereen amuseerde zich goed. Wat een unieke treinreis samen met vriendelijke lokale mensen. We genoten er iedere minuut van.


Kiekeboe!

De treinreis duurde veel langer dan verwacht en om 17:00 uur stapten we uit bij station Ambewela waar Nana ons op stond te wachten. Natuurlijk konden we de trein niet verlaten zonder afscheid te hebben genomen van de mensen die we hadden leren kennen. We zwaaiden ze na totdat de trein helemaal was verdwenen. We reden nog een ½ uur naar het plaatsje Nuwara Eliya (spreek uit “Nureilya”). De plaats ligt op ongeveer 1890 meter hoogte in de bergen.

Het wordt ook wel “Klein Engeland” genoemd vanwege de Engelsen die hier in de koloniale tijd kwamen vanwege het koele klimaat. In het straatbeeld zie je nog veel van de Brits koloniale bouwstijl terug. De regen in deze streek zorgt voor een vruchtbare grond en we zagen veel akkers waar groente (o.a. prei, wortel, kool, ui) op werd verbouwd. Terwijl ik sliep, checkten we in bij Hotel Heaven Seven en kregen daar de suite aangeboden. Het personeel was vriendelijk en we kregen een heerlijk kopje Ceylon thee. Het was opmerkelijk koud en in onze suite was het niet echt veel warmer. De wind gierde langs de ramen en deden de gordijnen licht bewegen. Onze suite leek op een klein appartement met keukentje, zithoek, badkamer en slaapkamer. In de slaapkamer stond een klein kacheltje die we direct aanzetten. Snel de korte broeken en T-shirts uit en op zoek naar warmere kleding. Je ziet duidelijk verschillen in het klimaat binnen de regio’s. Langs de kust is het gemiddeld zo’n 26 tot 30 graden en loopt de temperatuur niet veel verder op door de oceaanwind. Hoe hoger je komt hoe kouder het wordt, voor iedere honderd meter hoogte daalt de temperatuur met een halve graad. In de bergen kan er van december tot januari ook nachtvorst zijn.

In de bergen valt de regen voornamelijk van juni tot juli en van oktober tot november. Afhankelijk van de moesson regent het dan in de andere delen. In deze periode heerst de zuidwest moesson en dan regent het meer aan de west- en zuidkust en dan is het aan de oostkant aangenaam. In november en februari is het omgekeerd. Het avondeten hadden we in de gemeenschappelijke ruimte en bestond uit een voor-, hoofd-, en nagerecht en tussendoor kregen we ook soep. De presentatie van het eten was leuk en de gerechten smaakten ook goed. Vooral de soep was favoriet bij Keyro en mij. Van al dat zitten was ik niet heel moe geworden en ik had energie voor tien. Ik kon (tot ergernis van pappa en mamma) geen seconde op mijn stoel blijven zitten. Ik mocht met de ober mee naar de keuken en liep met hem mee als hij de gerechten ging serveren. Na het eten gingen we terug naar onze kamer. Daar trokken we onze pyjama aan, zetten de kachel aan en kropen lekker warm onder de dekens. We moeten goed uitgerust zijn want morgen maken we een wandeling over de Horton Plains.