Station Hombourg

We maakten vandaag een uitstapje in de buurt. We reden naar het dorp Hombourg en even buiten het dorp bevind zich een voormalig spoorwegstation. Het station Hombourg werd in 1895 gelijktijdig geopend met het deel van lijn 38 dat door het Land van Herve loopt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het station gevorderd door Adolf Hitler en werd het deel van de Deutsche Reichsbahn.

Dagelijks gingen er zes heen- en terugritten naar het Duitse Aachen. Deze pendeldienst werd in gebruik genomen toen de tunnel tussen Hombourg en Hindel werd vervangen. Het Belgische leger had deze tunnel in 1940 opgeblazen. Sinds 1958 is het station niet meer in gebruik en sloot het haar deuren in 1962. Na een leegstand van bijna twintig jaar werd het station en een groot gedeelte van het spoor in 1983 verkocht.

De particuliere eigenaar wilde er een spoorwegmuseum van maken. In het oude station werd een café / restaurant gemaakt. De spoorlijn is gerestaureerd met het idee dat de oude treinen naar het station gereden konden worden.

Tegenwoordig staan er langs het spoor tientallen oude treinen, locomotieven en verlaten wagons. Velen zijn vervallen, leeg of staan vol met rommel.

Het is een paradijs voor fotografen en wij poseerden af en toe voor mamma bij de treintoestellen. We liepen het spoor af en liepen nog verder door langs het huidige spoor dat nu gebruikt wordt.

We kwamen uit in de buurt van het grote rangeerterrein van Montzen maar liepen terug richting de auto. Op een terras in het kleine leuke centrum van Hombourg dronken we een lekker glas bier en fris. Het was daarna nog maar een klein stukje teruglopen naar de auto.

Hué

We werden al vroeg wakker (6:30 uur) door de zon die door het raampje naar binnen scheen en de vroege vogels die al over de gang heen en weer aan het lopen waren. We fristen ons zo goed als mogelijk op en trokken onze kleding aan. We vermaakten ons met lezen, kaarten en kwartetten. Af en toe keken we door het raampje naar buiten. Het landschap veranderde al en het was een stuk vlakker dan in het noorden. Na een treinreis van 14 uur reden we omstreeks 08:50 uur het station van Hué binnen. We werden netjes op tijd gewaarschuwd door de train-attendant dat we ons klaar moesten maken om uit te stappen.

Kaarten in de trein richting Hué

Toen we het station uitliepen stonden er veel taxichauffeurs die ons naar het hotel wilden brengen. Er werden absurde prijzen gevraagd en we liepen verder door. Uiteindelijk troffen we een vriendelijke, goed Engels sprekende taxichauffeur die de meter aan wilde zetten en ons voor een “normale” prijs naar het door ons geboekte hotel bracht. We reden door Hué en het is een redelijk grote stad die zeer populair is bij toeristen. Ooit was het de keizerlijke hoofdstad van het land (1802 tot 1945). De stad heeft in het verleden behoorlijk wat ellende moeten doorstaan. Tijdens de Vietnamoorlog werd dit deel van Vietnam zwaar gebombardeerd en raakte een groot deel van de stad zwaar beschadigd. Hué lag namelijk vlak tegen de grens tussen Noord en Zuid Vietnam ten tijde van de Vietnamoorlog. Op zo’n 70 kilometer ten noorden van de stad lag de DMZ (Demilitariseerde Zone), dat de grens tussen beide strijdende landen aangaf. Tegenwoordig worden er veel nieuwe gebouwen neergezet en neemt de modernisering snel toe. Ook wordt er tegenwoordig hard gewerkt om zoveel mogelijk van de kapotte gebouwen te restaureren.

Bij het Hong Thien 1 hotel werden we vriendelijk welkom geheten door de receptionist en kregen we een drankje en vers fruit (ananas, watermeloen en passievrucht) aangeboden. We kregen nog wat uitleg over excursies die we konden doen en kregen toen al de sleutel van de kamer. De kamer was ruim en netjes. We hadden weinig zin om op de kamer te blijven want we hadden beneden een zwembad gezien. Snel onze zwembroeken aan en plonzen in het water. Van het zwemmen kregen we honger en we liepen richting de hoofdstraat waar we diverse restaurants hadden gezien.

We vonden een tafeltje bij Hot Tuna. Het was wederom een super warme dag en de fan bracht maar weinig verkoeling. Keyro bestelde fried seafood, mamma had fried calamari, pappa had zoutzure garnalen en ik nam frietjes. We liepen nog wat door de straten en zochten een tour voor morgen en vervoer naar Hoi An voor de dag erna. We boekten een citytour bij Brothers Travel en regelden bij hun ook een jeep met chauffeur voor de dag erna. Het bleef zweten en we zochten daarom in de middag weer verkoeling aan het zwembad. Aan het einde van de middag waren er nog meer Nederlandse kinderen dus een gezellige boel.

In de avond werden de straten opgelicht door de vele barretjes en restaurants. Bij de ene was het drukker dan bij de andere. We vonden een gezellig restaurant Les Garden waar we buiten op het terras konden zitten. We bestelden weer verschillende gerechten o.a. rundvlees met sojasaus, tomaat en paprika, eiernoedels met rundvlees en groenten en pizza margarita en pizza suprême . Na het smakelijke eten liepen we terug naar het hotel waar we nog even een filmpje keken voordat we naar bed moesten.

De nachttrein

Het was de bedoeling om vandaag op tijd op te staan en te vertrekken maar dat lukte ons toch niet helemaal. We hadden eerst weer een lekker ontbijtje en checkten ons daarna uit. De spullen konden we achterlaten en zouden we aan het einde van de middag weer ophalen. Te voet liepen we met een plattegrondje in de hand in de richting van het Mausoleum van Ho Chi Minh. Iedere dag weer staan hier enorme wachtrijen om de oud president de laatste eer te bewijzen.

Onderweg naar het Mausoleum

Ho Chi Minh was de aanvoerder van de onafhankelijkheidsbeweging tegen de Franse kolonisten. Hij werd na de Vietnamoorlog een communistische grootheid en is nog steeds zeer geliefd in Vietnam. “Uncle Ho” zoals men hem vaak noemt was een wijs man met hart voor zijn land. We kwamen onderweg langst langs een park waar we even wat verkoeling zochten onder de bomen. De zon brandde fel en we hadden het erg warm. We moesten een heel stuk om het terrein van het mausoleum lopen om bij de ingang te komen. Het was een hele bedoeling om binnen te mogen. Rugzakken moesten worden afgegeven, drinken is niet toegestaan, kauwgom kauwen, petjes, zonnebrillen zijn verboden. We moesten fotocamera’s afgeven en zouden deze aan de andere kant van het terrein weer terugkrijgen.

Het Mausoleum van Ho Chi Minh

Mamma vond het niet zo’n prettig idee om haar duurdere camera zomaar af te geven. Op goed geluk dan maar, zei ze. We sloten achteraan in een lange rij. Gelukkig was de wachtrij overdekt en stonden we nog een klein beetje uit de zon. Langs de wachtrij stonden wachters die de mensenmassa (soms wel 50.000 bezoekers per dag) in de gaten hield. Vlak voor het mausoleum moesten we ons opstellen in twee rijen, mochten we niet meer praten en schuifelden we langzaam het mausoleum binnen. We mochten niet stilstaan en moesten vooral doorlopen. Ho Chi Minh wilde na zijn dood gecremeerd worden en zijn as uit laten strooien over zijn geliefde Vietnam.

Maar na zijn dood dachten de Vietnamese leiders daar echter anders over. Het lichaam van Uncle Ho ligt al jaren als een gebalsemde mummie opgebaard in het mausoleum. Wel vreemd als je bedenkt dat hij dit zelf absoluut niet zo wilde. Het zag er uit alsof hij vredig lag te slapen en ieder moment kon ontwaken en opstaan. Na het verlaten van het mausoleum vroeg Ronac waarom we zo lang in de rij hebben gestaan om langs een dood iemand te lopen? Eigenlijk is het ook wel een beetje luguber maar deze man heeft zoveel voor Vietnam betekend dat wij het bij deze vakantie vonden horen en daarom een bezoek brachten aan het mausoleum. We volgden de massa en kregen bij een loket mamma’s fotocamera weer terug. De rugzak moesten we aan de andere kant voor 12:00 uur ophalen.

Het presidentieel paleis.

We hadden niet veel tijd om door het op het zelfde terrein gelegen huis en tuinen van Ho Chi Minh te bezoeken. Bij het loket van de tassen was het rommelig en mamma werd naar het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk wist ze toch onze rugzak terug te krijgen. We wandelden nog in de omgeving van het mausoleum en namen toen een taxi naar het Old Quarter. Opnieuw was het heel warm vandaag, zo’n 38 graden, en zochten we een restaurant uit met airconditioning.

Het Old Hanoi Restaurant was heel sfeervol gedecoreerd met lampionnen en had een leuke menukaart. Ronac en ik namen Pho Bo (noedelsoep), mamma nam Bun Cha, varkensvlees geroosterd op de barbecue in een zoete soep. Pappa had het gerecht Cha Ca Ha Noi style en dit werd op een speciale manier opgediend. De serveerster bereidde het aan onze tafel. In een kleine wok werd vis, pinda’s, groenten etc. gebakken daarna doe je het in een rijstvel en kun je het eten. Het was erg lekker en blijkbaar een specialiteit in Hanoi.

En alweer een heerlijke lunch

We hadden ruim de tijd genomen voor onze lunch maar besloten om toch nog een bezoek te brengen aan de Hoa Lo gevangenis, nu een museum. Ondanks dat het niet ver was namen we uit tijdsbesparing een  taxi. We hadden al snel in de gaten dat de meter wel erg snel opliep en er iets niet klopte. We stopten bij de gevangenis en hij wilde ons voor het kleine stukje heel veel geld laten betalen. Pappa ging in discussie en zei dat hij de boel aan het oplichten was en we het bedrag van de meter niet gingen betalen. Ineens deed hij alsof hij het niet begreep en niet verstond.

Toen pappa zei dat we dan de politie erbij zouden halen, ze stonden toevallig ook nog daar met een auto, werd hij wat zenuwachtig. Pappa gaf hem een bedrag waarvan hij vond dat dit bij het ritje paste en wij stapten uit. De taxichauffeur was het er niet mee eens maar reed er toch maar snel vandoor. Tja, ook dat hoort er een beetje bij. Men probeert af en toe de toeristen voor de gek te houden met opgevoerde meters enzovoort maar wij zijn er gelukkig niet ingetrapt. We liepen de voormalige gevangenis in en kochten de entreekaartjes.

De indrukwekkende “Hoa Lo” gevangenis.

De Hao Li gevangenis is door de Fransen gebouwd en in de onafhankelijkheidsoorlog werden veel Vietnamese strijders hier gevangen gezet. De omstandigheden waren slecht en de gevangenen werden gemarteld en gedood. Het waren niet alleen maar mannen die hier gevangen zaten maar ook veel vrouwen die soms ook nog in gevangenschap een kind kregen. De Fransen vertrokken maar de gevangenis bleef staan. Tijdens de Vietnam oorlog werd de gevangenis door de Vietnamezen gebruikt om politieke en Amerikaanse soldaten gevangen te houden.

Busted!

Het museum verteld gruwelverhalen van deze periodes. Er wordt uitgelegd welke martelingen de gevangen moesten ondergaan en onder welke erbarmelijke omstandigheden zij als beesten in een kooi gehouden werden. Volgens de propaganda die we zagen, zouden de omstandigheden tijdens het Vietnamese regime een stuk beter zijn geweest. Op foto’s die we zagen hangen, zagen we lachende Amerikaanse gevangenen volleyballen, schilderen en roken . Toch zeggen verschillende Amerikaanse gevangenen dat ze gemarteld zijn en zwaar ondervoed waren.

De waarheid zal mogelijk ergens in het midden liggen, vermoeden wij. Het is zeer indrukwekkend en op deze manier besef je een klein beetje beter wat dit land en haar inwoners hebben moeten doorstaan in het verleden. We konden in de cellen om te ervaren hoe het was maar we vonden het maar akelig. We keken nog een film en bij het monument voor de herdenking van de gevallen slachtoffers. We liepen terug en aten een ijsje op het terras in het park naast het Hoan Kiem meer. We haalden onze backpacks op bij het hotel en er werd een Uber taxi gebeld. Het personeel hielp ons mee met alles in de taxi zetten en ze zwaaiden ons uit toen we vertrokken.

Klaar voor de treinreis!

Wat een gastvrijheid! Binnen 10 minuten werden we netjes voor het station afgezet. We waren ruim op tijd en moesten nog dik 40 minuten in de wachtruimte wachten tot we de trein mochten betreden.  Omdat Vietnam uitgestrekt is, is het een ideaal land om met de trein te reizen. Er loopt een treinspoor van Hanoi tot Ho Chi Minhstad. Het is niet alleen een manier om van de ene naar de andere plaats te komen. Een treinreis is veel meer dan dat. Het treinspoor loopt door mooi landschap en je hebt kans om de lokale bevolking te ontmoeten.

In de slaaptrein.

De treinreizen duren in Vietnam vaak lang dus we hadden de nachttrein geboekt.  We hadden een vierpersoons- slaapcoupe in het Violetta gedeelte van de trein. We legden onze backpacks onder de smalle bedden en liepen wat heen en weer in de gang. We vertrokken stipt op tijd. Het was inmiddels donker geworden toen we het station uitreden. Het eerste stuk ging door Hanoi en de trein reed vrij langzaam. We zwaaiden naar de kinderen die langs het spoor liepen of achterop de motorfiets bij hun ouders zaten. In onze coupe was het sfeervol met de sfeerlamp en we deden wat spelletjes. We besloten om op tijd te gaan slapen. We poetsten onze tanden, gingen naar het toilet (lastig met dat wiebelen) en legden ons in het smalle bed. Door het heen en weer gaan van de trein, vielen wij al snel in slaap.

Dag 16; Vøringsfossen; Flåmsbane

Het was vroeg vanmorgen maar het zonnetje scheen al vrolijk naar binnen. Ik was om 6:30 uur al wakker en kon niet meer in slaap komen. Het beloofde een mooie dag te worden. Ik stond op, moest plassen en samen met mamma ging ik naar het sanitairgebouw. We besloten om ons maar direct te wassen en aan te kleden. In tegenstelling tot de andere campings kon je hier wel gratis douchen in de nieuwe douches. Pappa en Keyro hadden meer moeite met opstaan maar uiteindelijk waren we rond half acht klaar voor vertrek. We wilden al vroegde ferry halen anders moesten we weer langer wachten.

We waren ruim op tijd in Dragsvik en konden na vijf minuten wachten aan boord van de ferry naar Vangsnes. De ferry voer over het Sognefjord, het langste fjord van Noorwegen. Veel meer dan het uitzicht vanaf de boot, zouden wij niet zien van het bekende fjord. De tocht duurde ongeveer 20 minuten en we genoten van het uitzicht. We vervolgden vanaf Vangsnes onze weg langs het Sognefjord. Bij het plaatsje Vik verlieten we de weg langs het fjord om wat landinwaarts te rijden naar Hopperstad. We bezochten bij Hopperstad een van de weinig overgebleven staafkerken van Noorwegen.

De staafkerk (stavkirke) bleek een geheel uit hout opgetrokken kerkgebouw. Het had een typische bouwstijl die vooral in Scandinavië ziet. De staafkerken deden hun intrede in de tijd dat het Christendom in Noorwegen werd verspreid. De staafkerk van Hopperstad dateert uit 1140 en verkeert nu na restauratie in goede staat.

Een Noorse jongen met Nederlandse ouders gaf ons een korte rondleiding in het Nederlands. Binnen zagen we de houtenconstructie van de staven, de galerij en het altaarbaldakijn. Het houtsnijwerk en de motieven hiervan gaan terug tot aan het Vikingentijdperk. Zo zie je in het dak van de kerk drakenkoppen en dezelfde structuur als bij een Vikingschip. We vervolgden weg RV13 (Riksvei) en het was een van de mooiste routes die we tot nu toe gereden hadden.

We reden over een slingerende bergweg tussen de meertjes, de rotsblokken en sneeuwresten door. Natuurlijk stopten we even om met onze korte broeken en slippers in een laag sneeuw langs de kant van de weg te kunnen staan. We hadden eigenlijk een stuk willen lopen maar daar hadden we geen tijd voor. Bij Vinje verlieten we RV13 en namen we de E16 naar het plaatsje Flåm.

Het plaatsje is gelegen aan het Aurlandsfjord en is bekend om de Flåmsbane, de zeer beroemde spoorlijn die hier begint. De trein van 12:30 uur was volgeboekt en wij kochten een ticket voor die van 13:30 uur. We deden wat boodschappen en aten onze lunch bij een restaurant. Een kwartier voor vertrek liepen we naar de gereed staande trein. Er was al een lange rij van toeristen die allemaal in wilden stappen. Het treinstel waar wij in moesten zat al flink vol en een plekje bij elkaar was niet mogelijk. Gelukkig konden we wel met twee personen bij elkaar zitten.

Ik zat met mamma bij een aardig Nederlands koppel en ze lieten mij zelfs bij het raam zitten. Keyro en pappa zaten in het midden en konden maar weinig zien. De Flamsbaan (Flåmsbane) is met een hellingspercentage van gemiddeld 5,5% één van de steilste spoorlijnen ter wereld. Het wordt gezien als Noors meesterwerk. De aanleg van de lijn heeft in totaal 20 jaar geduurd en werd in 1940 geopend. De lijn loopt tussen Flåm en Myrdal en de treinreis duurt in totaal een uur enkele reis. De uitzichten zouden uitzonderlijk mooi moeten zijn maar dat viel ons een beetje tegen.

Nu regende het wel maar toch, we hebben echt mooiere plekken gezien. Halverwege konden we de trein even verlaten om te kijken bij de imposante waterval Kjosfossen. Er werd een hele show van gemaakt door muziek en danseressen. Mooi maar wel erg toeristisch en overdreven. De terugweg verliep hetzelfde maar toen konden we gelukkig wel bij elkaar zitten en konden pappa en Keyro ook naar buiten kijken. Achteraf was de treinrit wel aardig maar volgens ons erg overgewaardeerd en toeristisch.

We reden de E16 terug en namen bij Vinje de afslag op de RV13 in de richting van Voss. We speelden een tijdje op de Nintendo en ik sliep zelfs een lange tijd. Bij Eidfjord namen we de nieuwe brug over het Hardangerfjord en de verschillende tunnels want de veerboot werd in 2013 opgeheven. De Hardangerbrug overspant het Eidfjord, een deel van het Hardangerfjord en is de enige vaste oeververbinding over het fjord. De brug is 1.380 meter lang en zag er enorm uit, wat een constructie!

Aan beide zijden was een tunnel en in één ervan was zelfs een rotonde aangelegd. We hoorden op de navigatie: “neem bij de rotonden de derde afslag…”. We lachten erom want we reden in de tunnel en dat kon toch niet? Nou het kon dus wel! Even later reden we door een wel hele vreemde tunnel die leek op een soort slakkenhuis waar je doorheen reed. We kwamen langs de Vøringfossen waterval waar we morgen naar toe willen en niet veel later zagen we aan de rechterkant de Garen camping voor de komende twee nachten liggen. Ons hutje was sfeervol en gezellig en had een prachtig uitzicht over het riviertje en het dal. We hadden al snel ontdekt dat er voldoende kinderactiviteiten te doen waren, een ruim en groot speelveld, trampolines, een schaakspel etc.

We speelden met de 13-jarige Nederlandse Esther en haar grote 16-jarige broer Daniel. Tussendoor gingen we even wat eten in de hut. Omdat we vanmiddag al warm hadden gegeten, werd het vandaag makkelijk soep met broodjes en gebakken ei. Na het eten konden we nog een tijdje buiten spelen totdat pappa en mamma het tijd vonden om naar bed te gaan.

Dag 15; Treinreis naar Nuwara Eliya


Wachten op de trein vanuit Negombo.

We vetrokken vanmorgen rond de klok van 8:00 uur en haalden eerst de ring van mamma op bij de juwelier. Ik vond hem super mooi geworden en vind hem ook echt bij haar passen. We reden door naar Peradeniya waar we bij het treinstation werden afgezet. We waren ruim op tijd en gingen nog wat eten en drinken kopen bij de plaatselijke winkeltjes. Op het station zaten veel mensen te wachten op de trein die uit Colombo moest komen. Als snel hoorden we dat de trein ook nog eens een uur vertraging had. Dat betekende dat we nog langer moesten wachten.


 Eindelijk vertrokken!

Uiteindelijk kwam de oude stoomtrein die maar dertig kilometer per uur rijdt het station binnen rijden. Het trein werd in de 19e eeuw gebouwd door de Britten en er is weinig veranderd sinds die tijd. Wij hadden vaste plaatsen in de observatiewagon al bleken deze stoelen niet allemaal naast elkaar te zijn. Veel toeristen gaan met deze trein naar Nuwara Eliya en de rit duurt zo’n 3 tot 4 uur en de afstand is nog geen tachtig kilometer. Men zegt dat het één van de mooiste treinritten van Azië is. Met de ramen en deuren open vetrok de trein aan de rit. In het begin stopten we bij kleine dorpjes maar al snel zagen we alleen nog maar het prachtige berglandschap. Er kwamen vele theeplantages voorbij en af en toe zagen we geen hand voor ogen door de mistflarden. Het landschap is uniek en sprookjesachtig te noemen.


Keyro speelde potjes “pesten” met pappa en ik keek lekker naar buiten. Tijdens de reis kwamen er af en toe mannetjes langs met grote manden gevuld met snoep en etenswaren. Wij kochten heerlijke warme, gebrande, chilipinda’s, lekker! Pappa werd op een gegeven moment meegenomen naar de gang om met een groepje Sri Lankaanse mannen een sigaretje te roken en sterke drank te drinken.


Potje pesten in de trein.


Dolle pret in de trein.

Ik liep naar voren waar een heleboel kinderen zaten en speelde met hen. Ik kreeg van alles toegestopt, snoep en lokale koekjes, de laatste keihard dat Keyro zijn tand er zelfs los van ging zitten. Mamma maakte een praatje met de vrouwen en iedereen amuseerde zich goed. Wat een unieke treinreis samen met vriendelijke lokale mensen. We genoten er iedere minuut van.


Kiekeboe!

De treinreis duurde veel langer dan verwacht en om 17:00 uur stapten we uit bij station Ambewela waar Nana ons op stond te wachten. Natuurlijk konden we de trein niet verlaten zonder afscheid te hebben genomen van de mensen die we hadden leren kennen. We zwaaiden ze na totdat de trein helemaal was verdwenen. We reden nog een ½ uur naar het plaatsje Nuwara Eliya (spreek uit “Nureilya”). De plaats ligt op ongeveer 1890 meter hoogte in de bergen.

Het wordt ook wel “Klein Engeland” genoemd vanwege de Engelsen die hier in de koloniale tijd kwamen vanwege het koele klimaat. In het straatbeeld zie je nog veel van de Brits koloniale bouwstijl terug. De regen in deze streek zorgt voor een vruchtbare grond en we zagen veel akkers waar groente (o.a. prei, wortel, kool, ui) op werd verbouwd. Terwijl ik sliep, checkten we in bij Hotel Heaven Seven en kregen daar de suite aangeboden. Het personeel was vriendelijk en we kregen een heerlijk kopje Ceylon thee. Het was opmerkelijk koud en in onze suite was het niet echt veel warmer. De wind gierde langs de ramen en deden de gordijnen licht bewegen. Onze suite leek op een klein appartement met keukentje, zithoek, badkamer en slaapkamer. In de slaapkamer stond een klein kacheltje die we direct aanzetten. Snel de korte broeken en T-shirts uit en op zoek naar warmere kleding. Je ziet duidelijk verschillen in het klimaat binnen de regio’s. Langs de kust is het gemiddeld zo’n 26 tot 30 graden en loopt de temperatuur niet veel verder op door de oceaanwind. Hoe hoger je komt hoe kouder het wordt, voor iedere honderd meter hoogte daalt de temperatuur met een halve graad. In de bergen kan er van december tot januari ook nachtvorst zijn.

In de bergen valt de regen voornamelijk van juni tot juli en van oktober tot november. Afhankelijk van de moesson regent het dan in de andere delen. In deze periode heerst de zuidwest moesson en dan regent het meer aan de west- en zuidkust en dan is het aan de oostkant aangenaam. In november en februari is het omgekeerd. Het avondeten hadden we in de gemeenschappelijke ruimte en bestond uit een voor-, hoofd-, en nagerecht en tussendoor kregen we ook soep. De presentatie van het eten was leuk en de gerechten smaakten ook goed. Vooral de soep was favoriet bij Keyro en mij. Van al dat zitten was ik niet heel moe geworden en ik had energie voor tien. Ik kon (tot ergernis van pappa en mamma) geen seconde op mijn stoel blijven zitten. Ik mocht met de ober mee naar de keuken en liep met hem mee als hij de gerechten ging serveren. Na het eten gingen we terug naar onze kamer. Daar trokken we onze pyjama aan, zetten de kachel aan en kropen lekker warm onder de dekens. We moeten goed uitgerust zijn want morgen maken we een wandeling over de Horton Plains.