De Mekong Delta

Gelukkig waren de bouwvakkers van de afgelopen nacht klaar en sliepen we een stuk beter dan gisteren. We moesten ook vandaag weer op tijd klaar staan voor een tweedaagse trip naar de Mekong Delta, het riviergebied ten zuidwesten van HCMC. Onze spullen konden we achter laten in het hotel en we namen alleen twee kleine rugzakken mee met hoognodige spullen.

We werden op gehaald door een oververhitte reisgids die ons naar de mee nam en ons ergens langs de grote straat neerzette met de mededeling dat we even moesten wachten omdat hij nog andere mensen op moest halen. Mamma nam het er even van en haalde ons ontbijt bij een bakker die daar ook lag. Ze moest ineens haast maken want we moesten verder lopen. Hurry, hurry en ineens waren wij de gids kwijt?

We liepen een stukje terug maar niemand te zien. We besloten maar op het kruispunt te wachten in de hoop dat de gids terug zou komen. Gelukkig gebeurde dat maar hij ging er vervolgens weer als een speer vandoor nadat hij ons weer ergens liet wachten? Pappa en mamma lieten hem duidelijk merken dat hij iets rustiger aan moest doen omdat wij kinderen zijn, iets minder snel lopen en in het drukke verkeer met oversteken extra op moeten letten.

Uiteindelijk keerde hij terug en werden we met nog een heleboel anderen in een bus gezet. Ik hoop dat de rest van de tour iets rustiger verloopt dan de start. Het was ongeveer 2 uur rijden naar de Mekong Delta. Na iets meer dan een uur rijden werd er een stop gemaakt bij een wegrestaurant. Er was een mooi aangelegde tuin bij waar we even onze benen konden strekken. Ook kochten we twee gevulde broodjes en een bao pao broodje.

We reden met de bus verder het rivierengebied in. Het bestaat uit de grote rivier de Mekong en de vele zijtakken en kanalen. De rivier is in totaal 4200 kilometer lang en ontspringt op de hoogvlakte in Tibet en mondt uit in de Zuid Chinese zee. De Mekong delta is een bijzonder gebied met zijn web van riviertjes, (drijvende) markten en woonboten. Het dagelijks leven speelt zich voornamelijk af op het water. Het is het meest dichtbevolkte gebied van Vietnam en er is veel landbouw op de rijstvelden die zich tussen de waterwegen bevinden. Meer dan de helft van alle rijst die in Vietnam wordt verkocht komt hier vandaan.

De Mekong delta wordt daarom ook wel het ‘rijstschuur’ van Vietnam genoemd. Vietnam is naast Thailand en India één van de grootste exporteurs van rijst. Wij stopten ergens in de provincie Ban Tre langs de kant van de weg voor een rondleiding. Deze provincie lag vrij geïsoleerd doordat de Mekong er omheen ligt. Na de opening van de brug tussen de stad My Tho en Ban Tre in 2009 wordt het gebied steeds meer bezocht. De provincie staat bekend om haar fruitboomgaarden en palmbomen.

De Vietnamezen noemen het ook wel Kokosnooteiland. Vroeger  was het gebied een broeinest voor revolutionairen die samenspanden tegen de Fransen en later tegen de Amerikanen. In 1968 was het een van de gebieden die als eerste door de Vietcong werden bezet tijdens het Tetoffensief. We verlieten de bus en namen wat spullen mee want het was onduidelijk wanneer en of we naar de bus zouden terug keren.

We liepen via een pad en hadden de hoofdweg al snel achter ons gelaten. We kwamen in een klein dorp en kregen informatie bij een bijenhouderij. De bijen worden hier in houten kisten gehouden om honing te maken. Onze gids pakt een tray uit de houten kist die vol zit met bijen. Hij legt uit dat er 1 koninginnen bij is, en daarnaast de werkbijen (95% vrouwtjes en maar 5% mannetjes). De kisten worden door het seizoen heen verplaatst naar de beste plek om zo de meeste honing te krijgen.

Daarna mogen we gaan zitten aan een aantal tafeltjes die klaar stonden. We kregen vers fruit om te proeven en een honingdrankje. In een klein glaasje zit een laagje limoensap en daar gieten ze vervolgens honingthee bij. Het drankje was mierzoet en dat trok de bijen natuurlijk aan. Ze kropen in het glaasje en dreigden te verdrinken. Ik viste ze er met mijn lepeltje weer uit en redde hun leven.

Er volgde nog een optreden met lokale instrumenten en gezang. Na dit onderhoud lopen we verder tussen de fruitbomen en kokospalmen door naar een aanlegsteiger voor bootjes. Samen met een Nederlandse die alleen reist, delen wij het bootje. De bootjes zijn een beetje onstabiel en je moet oppassen met het instappen om er niet aan de andere kant weer uit te vallen. We hoeven gelukkig niet zelf te roeien. De omgeving is prachtig en we waren echt aan het genieten. Tot onze verbazing meerde de roeier na nog geen 10 minuten alweer aan bij een kade.  We dachten eerst dat het een grapje was maar het was echt het einde van de route.

We stapten uit en kwamen bij een fabriekje waar de lokale vrouwen de specialiteit van dit gebied maken, namelijk keo dừa (kokossnoepjes). Het snoepje wordt gemaakt van ingedikte kokosmelk. In grote ketels wordt de melk tot een dikke, kleverige massa gekookt die wordt uitgerold en als het afgekoeld is, in vierkantjes wordt gesneden. Met de hand worden de snoepjes in flinterdun rijstpapier verpakt. Zou het rijstpapier er niet omheen zitten dan plakt het snoepje vast aan de verpakking. Je eet het snoepje dan ook met rijstpapier en al. Ze waren in verschillende smaken verkrijgbaar en we konden natuurlijk ook proeven, lekker maar niet speciaal.

Er lag hier ook een python of boa constrictor ? Het is wurgslang en hij heeft geen giftanden. Wie wilde mocht hem om zijn nek leggen. Pappa ging als eerste maar ik vroeg mij af of de slang niet te zwaar voor mij zou zijn. Ik vroeg het aan de gids en hij zei dat ik hem met gemak om mijn nek kon hangen. Een paar tellen later had ik hem om mijn nek. Wow, ik vind het wel stoer van mezelf. Keyro wilde niet of durfde hij gewoonweg niet?

We lieten het dorp achter ons en stapten op een grotere boot met rieten stoelen die de Mekong rivier op kon. We zagen diverse vissersboten en boten die producten vervoeren via de rivier. We gingen lunchen op het eiland Con Cuy bij restaurant Nhà hàng vườn Cồn Quy. We hadden een standaard menu inclusief en konden tegen meerprijs nog extra vis op tafel krijgen.

We hielden ons aan het standaard menu en dat was niet echt bijzonder. Op het bord lag wat rijst, een stukje varkensvlees, wat groenten en een ei. Na de lunch varen we een stuk met de boot en worden we opgepikt door de bus die ons naar het Cha Vinh Trang complex in My Tho brengt. De Binh Trang pagode werd gebouwd in 1849. Na een verbouwing in 1907 werd het gebruikt als paleis van de sultan en neobarokke villa met Korintische zuilen.

Binnen staan Boeddha beelden maar ook buiten is er geen gebrek aan beelden. Er staat een beeld van een Boeddha, een lachende Boeddha en een liggende Boeddha. Een tempel kan gebouwd worden voor iedereen die iets bijzonders heeft gedaan maar een pagode mag alleen gebouwd worden voor een Boeddha.

Na het bezoek aan de pagode stapten we in de bus richting de stad Can Tho. We brachten hier de gasten weg die in een hotel overnachten en wij werden opgewacht door een taxi om samen met nog drie anderen vervoerd te worden naar een homestay in de buurt. Het was toch nog een minuut of twintig rijden van Can Tho en het gebied was veel rustiger.

Hung’s homestay lag aan één van de vele zijtakken van de Mekong rivier. De homestay bleek een stuk groter te zijn en er waren meer dan twintig kamers. We hadden een leuke basic kamer aan de rand van het terrein. Voor de kamers was water en via een bruggetje kwam je bij de kamer. Voor het avondeten lagen we wat in de hangmatten en speelden we met de vele hondjes die er rond liepen, zo schattig!

Voor het avondeten moesten wij ook zelf aan de slag. We maakten springrolls met spinnenweb vellen en vulden het met verschillende groenten. De springrolls werden door de vrouw des huizes gefrituurd in een grote wok. Naast onze zelfgemaakte loempia’s kwamen er nog vele groenten, tofu en een vers gevangen vis op tafel.

Het smaakte goed en we hadden een leuk gezelschap om mee te praten (een Italiaans koppel en een in Frankrijk wonende en werkende Engelsman). Na het eten werd er “happy water” geserveerd. Deze zelfgestookte rijstwijn was natuurlijk niet voor Keyro en mij bestemd. We gingen op tijd terug naar onze kamer want morgenochtend moeten we vroeg op om de drijvende markt van Cai Rang.

Saigon Unseen Motorbike tour

De nacht was een drama en we sliepen allemaal ontzettend slecht. De bouwvakkers aan de overzijde van de straat werkten dag en nacht door!? Drilboren, metselen en felle lampen hielden ons uit onze slaap. Helaas moesten we toch op tijd op want om 08:00 uur dienden we beneden klaar te staan voor de Unseen motorbike tour. Er was gebeld dat de gidsen iets later kwamen en dat kwam ons goed uit. We stonden net beneden tot de crew van Saigon on Motorbike arriveerde.

We maakten kennis met John”, “Dieu”, “Lam” and “Man”. Ronac zou tussen pappa of mamma gaan zitten maar er was een stagiaire bij en die kon Ronac achterop nemen. Ronac was echter verlegen en durfde niet. We kregen allemaal een helm, dit is verplicht sinds 2007. We zouden niet zelf gaan rijden maar kregen een “ervaren” bestuurder toegewezen. In HCMC noemt men een brommer, scooter, motorbike ook wel een “xe Honda”.

Honda, het bekende Japanse merk, is nog steeds de marktleider. Voor de “gewone” Vietnamees is het aanschaffen van een scooter best duur en ook de benzine is niet goedkoop. We stapten achter op de scooter en vertrokken de straat op. Het is een hele andere manier van de stad verkennen dan te voet. We bevonden ons nu precies midden in de heksenketel van scooters en niet op het trottoir. Af en toe is het alsof we in een kermisattractie zitten en honderden scooters passeren ons links en rechts op de weg. Ze lijken zich weinig van de verkeersregels aan te trekken.

Als we rechtsaf moeten, wordt er gewoon links voorgesorteerd en wordt er vervolgens dwars door de rijen brommers naar de rechterkant van de weg gemanoeuvreerd. Soms gaan de scooters rakelings langs elkaar maar iedere keer lijkt het weer goed te gaan. Vooral goed om je heem kijken en op de mede weggebruikers letten lijkt de sleutel te zijn om het te overleven in het verkeer van HCMC. Veel bestuurders dragen een mondkapje om te zorgen dat ze de uitlaatgassen niet inademen. Bij onze eerste stop maakten we kennis met een ouder Australisch koppel die ook met de tour meegingen.

We bezochten een monument van de Vietnamese monnik Thích Quảng Duc. Deze monnik stak zichzelf in 1963 op een drukke weg in Saigon in brand om te protesteren tegen de discriminatie van Boeddhistische monniken. De foto’s die tijdens zijn daad gemaakt werden door een journalist, gingen de hele wereld over. Na zijn dood werd het lichaam verder verbrand maar zijn hart bleef intact en verbrandde niet.

Zijn hart werd in een glazen kelk opgeslagen in de Xa Loi pagode maar werd later verplaatst naar de kluis van de bank. Een indrukwekkend verhaal in ieder geval. We stapten weer achterop de scooter. Ronac had besloten bij de stagiaire achterop te gaan en voelde zich heel erg stoer.

HCMC is opgedeeld in  negentien districten (Quận) en deze zijn weer verdeeld in wijken (phườngs). Zo verblijven wij in de backpackerswijk in district 1 en reden we nu naar district 3. Hier bezochten we het Nguyen Thien Thuat appartement, één van de oudste complexen van de stad. Hier zagen we goed het dagelijkse leven van de mensen in de stad. We reden door naar district 10 waar we de grootste bloemenmarkt bezochten. Het was een bont kleurenpallet en we roken allerlei lekkere geuren.

We liepen langs verschillende winkels met een keur aan bloemen. Sommige kwamen ons bekend voor en andere totaal niet. Er waren losse bloemen, boeketten en bloemstukken voor verschillende gelegenheden te koop. De Australische mevrouw en mamma kregen een boeket met bloemen van gids John.

We stapten weer op en reden naar een koffiebar voor een verfrissing. Voor koffieleuten is Vietnam een goed land om te bezoeken. Ze zijn namelijk de op één na grootste koffie exporteur ter wereld. De koffie wordt geserveerd in een glas met daarop een druipfilter. Het duurt een tijdje voordat de koffie druppel voor druppel het glas vult. Het duurde dus even voordat pappa aan zijn kopje koffie kon beginnen.

De volgende stop was bij een van de Chinese tempels in Cho Lon, de Chinese wijk in district 5. Onderweg raakten we in het drukke verkeer twee scooters kwijt. Op één van de scooters zat Ronac. Telefonisch was er direct contact. Gelukkig was er niets gebeurd en ze zaten “ vast” in het verkeer. Toch duurde het nog wel een tijdje voordat de twee scooters het terrein opreden. Ronac was wel blij om ons weer te zien en had het toch niet zo fijn gevonden dat hij ons uit het zicht was verloren.

De Thien Hau tempel is een taoïstische tempel met Vietnamese invloeden. De tempel is in de negentiende eeuw gebouwd door de in de Chinese wijk Cho Lon wonende gemeenschap. De tempel is gebouwd ter ere van de Chinese taoïstische Godin van de zee Tianhou (Māzǔ). Dat komt door de ligging vlak bij de zee waardoor de inwoners van Saigon redelijk sterk afhankelijk zijn van de goede wil van Tianhou. De zee zorgt immers voor vis en kan ook voor onheil zorgen. Als mooiste detail van de Vrouwenpagode (zoals de tempel ook wel genoemd wordt) is de fries met prachtig kleurrijk houtsnijwerk.

Het zijn scènes uit een negentiende-eeuwse Chinese stad die uitgebeeld worden. Aan de muren hingen rode stroken papier hierop schrijven gelovigen hun gebeden. Ook hingen er vele wierrookslingers en kwamen we een en andere te weten over de Chinese dierenriemtekens. We stapten weer op de scooter en reden meer naar de buiten wijken van HCMC. We reden een stuk langs de rivier Sài Gòn. De rivier is sterk verontreinigd doordat fabrieken nog steeds hun afvalwater er in lozen.

Ook bestaat er in veel delen van de stad nog geen fatsoenlijke riolering en komt dit ook allemaal in het rivierwater terecht. We stopten bij een vrouwtje dat jonge groene kokosnoten verkocht. We kregen even een gezonde opfrisser, kokoswater. Kokoswater wordt vaak verward met kokosmelk maar dat is iets geheel anders.

Kokosmelk wordt gemaakt van het kokosvlees in de kokosnoot en heeft een witte kleur en is een melkachtige substantie. Kokoswater is transparant, en is, na gewoon water, het meest natuurlijkste beetje vocht ter wereld. De kokosnoot zelf maakt tijdens het groeien en rijpen zelf kokoswater aan. De kokosnoot neemt regenwater op en wordt door de aanwezige vezels in de noot gefilterd en bewaard in het binnenste van de kokosnoot. Het is dus een natuurlijk filtersysteem. De kokosboom voegt tijdens de groei mineralen en vitaminen toe aan het kokoswater. De vrouw opende de noot met een groot kapmes en we dronken het water met een rietje uit de noot. Ik vond het maar een vreemd weeïg smaakje en was er niet kapot van.

DCIM101GOPRO

We reden verder langs de rivier naar district 4 waar we Pho gingen eten. Pho is zo’n beetje het nationale gerecht van Vietnam en we zijn het overal in het land tegen gekomen. De locals eten het als ontbijt, lunch en/of avondeten. Het is een soep met rijstnoedels die op vele manieren bereid kan worden.

Traditioneel wordt het gemaakt met rundvlees en kruiden zoals steranijs, gember en koriander. Je laat deze ingrediënten uren (soms zelfs dagen) trekken tot een bouillon. Ook kaneel, venkelzaad en kruidnagels worden vaker toegevoegd. We gingen aan tafel zitten en al snel stond er een dampende kom pho voor mijn neus. Wat de pho helemaal afmaakt zijn de verschillende toppings. Op tafels stonden verschillende geurende kruiden zoals Thaise basilicum, koriander maar ook vissaus, pepers, taugé, lente-uitjes, limoensap en pinda’s kunnen in de pho gedaan worden. Het smaakte goed!

Na het eten liepen we naar buiten en bleek het weer te zijn omgeslagen. Het was flink aan het regenen. Er werden regencapes gepakt en aangetrokken. Ronac had besloten dat hij niet meer zijn vaste chauffeuse  achterop wilde en wisselde met de chauffeur van pappa. Nu reed hij voorop en moest iedereen hem volgen. Ondanks de regencapes waren we bij aankomst in het hotel toch goed nat geworden.

We namen afscheid van de crew en gingen naar onze kamer om iets droogs aan te doen. Het was net even droog toen we weer naar buiten gingen om nog een stukje te gaan lopen. Nog geen 10 minuten later begon het weer hard te regenen. We zijn bij een foodcourt naar binnen gegaan. Ronac bleek nog honger te hebben en bestelde een wrap met kebab. Hij was helemaal blij ermee. Ik nam macarons met een bolletje ijs

Een macaron is een klein, rond en luchtige koekje met een vulling ertussen. Van oorsprong komen de koekjes uit Frankrijk. Ze bestaan in verschillende smaken (pistache, aardbei, citroen, chocolade, framboos)  en hebben de prachtige felle kleuren. Lekker zoet, heerlijk! Na een tijdje werd het droog en liepen wij in de richting van het Reunification palace (herenigingspaleis).

Het bleek dichterbij te zijn dan we dachten. Op deze plek stormde in april 1975 een tank van het Noord Vietnamese leger door de hekken van het paleis. De president Duong Van Minh werd gearresteerd en de val van Saigon luidde het einde in van de Vietnamoorlog. In november 1975 werden na onderhandelingen Noord en Zuid Vietnam samengevoegd tot de Socialistische republiek Vietnam. De naam van het paleis wordt op dat moment veranderd in het Herenigingspaleis.

Terwijl we verder lopen in de richting van de Notre Dame kathedraal lopen we in het park tegen een groep mannen aan die een bepaald spel spelen met een shuttle. We worden aangesproken door een trainer en hij laat ons kennis maken met shuttle voetbal zoals wij het maar noemen. Het eerste spel met shuttle is het Ti Jian Zi spel en vond zijn oorsprong in China. Het spel wordt al tenminste 100 jaar gespeeld. Het spel komt voort uit Tsu Chu een spel dat verwant is aan voetbal. Het spel werd gespeeld met een shuttlecock en is in China en Vietnam razend populair.

Er is een speelveld met net opgezet en de shuttle wordt hier met de voet overheen gespeeld. Het bleek vrij intensief en lastig te zijn. Natuurlijk is het op je sandalen nog lastiger dan met voetbalschoenen. We bleven een tijdje oefenen en vonden het erg leuk om te doen. We kochten uiteindelijk twee shuttles van de trainer om het thuis ook een keer te kunnen doen.

We liepen door en kwamen langs de kathedraal gebouwd door de katholieke Fransen. De twee hoge klokkentorens zijn opvallend in het straatbeeld. De rode bakstenen muren zijn gebouwd met stenen uit Marseille. De mooie glas in loodvensters komen uit de Franse Chartres provincie. Naast de kathedraal ligt het Central Post Office van Saigon. Het hoofdpostkantoor is in koloniale stijl gebouwd, het is een mix tussen de gotiek, renaissance en Franse architectuur.

Er wordt vaak gezegd dat het ontwerp van architect Gustav Eiffel zou zijn maar dit is niet het geval. De Franse architecten Vildieu en Foulhoux zouden het originele ontwerp gemaakt hebben. We keken binnen en zagen de hal met telefooncellen, een wandschildering van Saigon en omgeving en eentje van Zuid Vietnam en de telefoon verbindingen. We liepen via lange brede straten door en kwamen bij het stadshuis.

Ook dit gebouw is in koloniale stijl gebouwd. Voor het stadhuis ligt de grootste straat: Nguyen Hue street. Het is volledig wandelgebied en is prachtig verlicht. Er omheen liggen zowel oude als hyper moderne gebouwen. Een mooi contrast. De laatste plaats waar we langs kwamen was de Ben Thanh markt.  Het is de oudste markt in de stad. Hier vind je bijna alles van traditioneel Vietnamees eten, kleding, schoenen, juwelen, groenten, souvenirs en nog veel meer. Helaas waren we aan de late kant en waren de handelaren hun waren al aan het opruimen. In de Bui Vien straat waar tientallen restaurants gelegen zijn, hadden we bij restaurant Huong Viet een heerlijke maaltijd.

Met de jeep over de Wolkenpas

Ons verblijf in Hué zat er al weer op. We reisden vandaag verder naar kustplaats Hoi An. Pappa en mamma brachten rond 8:00 uur onze rugzakken naar Brothers Travel en die zouden per bus naar Hoi An vervoerd worden. Ons vervoer voor vandaag was een oude Amerikaanse legerjeep. Onze chauffeur en gids was Huy. We maakten even een paar foto’s voordat we rond de klok van 9:00 uur vertrokken. Al snel lieten we Hué achter ons. Huy reed rustig en we hadden alle tijd.

Op weg naar Hoi An!

We zouden de populaire route nemen over de Hai Van pas. In totaal was de trip zo’n 160 kilometer. Onderweg zouden we diverse stops maken zodat we ook wat van de omgeving kunnen zien. Keyro voelde zich vandaag niet zo heel fit en was nog erg moe. Ergens langs de hoofdweg maken we een stop bij klein vissersdorp. Hiervandaan was er ook een prachtig uitzicht over de kust en de bergen in het achterland.

We reden verder en namen na een half uur een afslag naar recht, landinwaarts. We passeerden een controle punt waar betaald moest worden. De weg die we volgden was een zandweg met putten en het was hobbelig en we slingerden alle kanten op. De natuur was hier echt prachtig.

Spannende jeep rit, Ronac als hulpchauffeur

We parkeerden de auto en liepen te voet verder naar Soui Voi, de olifantenwaterval. We waren de drukte net voor en kleedden ons snel om zodat we een duik konden nemen in de verschillende bassins bij de waterval. Het geheel is erg toeristisch ingericht en ingesteld maar dat neemt niet weg dat het een mooi stukje natuur is. Het uitzicht op de bergen is echt geweldig mooi.

Samen met pappa of mamma gleed ik van de stenen af naar beneden. Nog geen half uur later begon het druk te worden en konden wij ons weer aankleden om verder te gaan.

Een prachtig uitzicht vanaf ons lunchadres.

De volgende stop was voor de lunch. We stopten bij een bekend visrestaurant waar Huy zich moeite deed om kleinere porties te bestellen want normaal wordt er per kilo besteld.

Keyro en ik hadden nergens zin in en waren wat dwars. Mamma bestelde garnalen en pappa had oesters. Voor ons werd er een bord gebakken rijst gebracht. Bij het zien van mamma’s garnalen kregen wij er ineens toch zin in en was mamma zo lief om haar garnalen met ons te delen. Aan de lange tafel naast ons werd luidruchtig gegeten en gedronken.

Om de minuut werd er wel een “toast” uitgebracht en werden de glazen geheven. De overgebleven schelpen, servetten, graten etc. belandde zo op de grond, wat een rotzooi! Bij ons had de Keuringsdienst van Waren het restaurant allang gesloten, hihi.

Na de lunch was het een klein stukje rijden naar het begin van de Hai Van pas. Tegenwoordig gaat het meeste verkeer door de aangelegde tunnel dus op scooters, motors en toeristen bussen na, rijdt er niet veel verkeer over de pas. Voordat we de pas op rijden maken we nog even een korte fotostop met uitzicht over de kust en het plaatsje Lang Co.

 

De Hai Van pas, ook wel wolkenpas of in het Vietnamees Deo Hai Van genoemd wordt gezien als een van de mooiste kustwegen ter wereld. De Hai Van pas is het stuk over de bergen wat het plaatsje Lang Co verbindt met de moderne stad Da Nang. De pas is een 21kilometer lange bergweg. Langzaam aan brengt de jeep ons via de kronkelende weg naar het hoogste punt (496 meter).

Hier stoppen we bij een oude bunker en is er naar beide richtingen een mooi uitzicht over de kustlijn. We dalen af naar de grote stad Da Nang dat vroeger bekend stond als Tourane. In 1965 richtten de Amerikanen hier een militaire basis in. Er was een vliegveld, haven en depots met wapens. Er werden veel economische en industriële activiteiten ontwikkeld en het werd een van de belangrijkste handelscentra van het land.

De stranden rondom de stad zagen er mooi uit maar verder vonden wij het niet erg aantrekkelijk door alle grote, hoge gebouwen. Een stuk buiten Da Nang, langs de kustweg, stopten we bij de Marble Mountains.

De marmerbergen bestaan uit marmer en zandsteen. De Vietnamese naam: Ngu Hanh Son betekent “bergen van de 5 elementen”. Elke berg vertegenwoordigt een element en is daar ook naar vernoemd: Hoa Son (vuurberg), Moc Son (houtberg), Kim Son (metaalberg), Tho Son (aardeberg) en Thuy Son (waterberg).

Zelf was ik in de jeep in slaap gevallen en had ik geen zin om mee te gaan. Ik mocht bij Huy blijven terwijl pappa, mamma en Keyro de trappen op klommen om de bergen te bezoeken.

Er waren mooie grotten, pagodes, tempels en mooie uitzichtpunten. Het was nog ongeveer een half uurtje rijden van de Marble mountains naar Hoi An. Onderweg pikten we bij het busstation onze rugzakken op. We hadden gereserveerd bij Rural Scene hotel. Het ligt op het Cam Nam, een van de riviereneilanden. Het is een rustige locatie, twee kilometer van het historische centrum van Hoi An. Huy zette ons er af en wij namen afscheid van hem.

De terugweg zou voor hem een stuk sneller gaan via de tunnel. Wij checkten in en kregen een lekker drankje. We hadden al snel het zwembad gespot. Snel brachten we de spullen naar onze twee grote, aaneengeschakelde slaapkamers op de tweede etage. Daarna snel het zwembad in en lekker even spetteren. We stonden om 19:00 uur klaar zodat we met een elektrisch golfkarretje van het hotel naar het centrum werden gebracht. Wat een top service! Het centrum was erg sfeervol en de straten werden verlicht door lampionnen.

Er zijn talloze restaurants en barretjes te vinden. We liepen door een van de straatjes en zagen bij toeval nog een bekend Nederlandse koppel uit Noord Vietnam zitten bij een van de restaurantjes. Wij maakten even een praatje over wat zij hadden gedaan na de trekking in Sa Pa. Zij gingen verder met hun eten en wij zochten een tafeltje en ook iets bestelden.

Keyro en ik namen pizza, pappa Sint Jacobsschelpen en mamma nam een lokale specialiteit met vis en  een cocktail. Keyro en ik hadden uiteindelijk niet zo’n honger en lieten meer dan de helft van onze pizza over. Gelukkig konden we deze mee krijgen in een doos. We werden om 21:00 uur weer opgepikt door het karretje en zo waren we snel weer terug in het hotel. Terwijl Keyro meteen naar bed ging, keek ik nog even een Vietnamees filmpje op televisie.

De citadel en de koninklijke tombes

Na een heerlijke nacht in het Hong Thien hotel zaten we rond 8:00 uur aan het ontbijt. Wij kregen een chocolade milkshake, Ronac en mamma hadden fruit met yoghurt, pappa en ik hadden een lekkere omelet. We liepen om 9:30 uur naar de straat waar we opgehaald werden door een touringcar- bus. Helaas zat de bus bijna helemaal vol. Er moesten nog meer mensen opgehaald worden en daar moesten we een geruime tijd op wachten. Er was één stel dat op het dooie akkertje kwam aanlopen. Ze leken totaal geen haast te hebben en waren zich niet bewust dat er mensen op hun aan het wachten waren. Enkele passagiers werden ergens anders afgezet en daarna konden we eindelijk naar het complex met de keizerlijke paleizen.

Het complex ligt in het historische centrum met de citadel en het is uitgeroepen tot een UNESCO World Heritage Site. De citadel was lange tijd het middelpunt van de Nguyen dynastie.  Het werd aan het begin van de negentiende eeuw gesticht door keizer Gia Long.

Binnen deze muren ligt de Paarse Verboden stad en de laatste koninklijke familie van Vietnam woonde hier. Vroeger was dit de plek waar alleen de Koninklijke familie en de directe volgers mochten komen maar tegenwoordig is het opengesteld voor publiek.

We kwamen via verschillende poorten en bruggen bij de paleizen, pagodes en tempels. Ik vond het erg mooi en mocht met de spiegelreflexcamera van mamma al het moois vastleggen. Te voet liepen we de citadel door en uiteindelijk weer terug naar de bus. De volgende stop werd gemaakt bij een mooi aangelegde tuin met paviljoen. In de tuin zagen we verschillende soorten fruit groeien en prachtige bloemen.

De laatste stop voor de lunch was bij de Thien Mu pagode die gelegen is op slechts 5 kilometer afstand van de stad. De hoofdtempel werd gebouwd in 1601 door Nguyen Hoang die in die tijd gouverneur was. De achthoekige Phuoc Duyen toren is beroemd en torent met zijn 21 meter hoogte uit boven het complex. Op elk van de zeven etages staat een standbeeld van Boeddha. We moesten flink wat traptreden beklimmen om bij de toegangspoort tot het complex te komen.

Op het terrein staat ook een paviljoen met een enorme bronzen klok. De klok is al meer dan drie eeuwen oud en de klok is op grote afstand te horen. Achter de toren en de klok ligt de werkelijke tempel en de kloostergebouwen. De pagode is omringd met een tuin van bloemen en planten, die zorgvuldig worden onderhouden. Na dit bezoek is het tijd voor de lunch. We zochten een tafeltje en wachten tot het buffet werd geopend. We stonden redelijk vooraan in de rij maar er waren mensen die duidelijk niet langer konden of wilden wachten die voorkropen of aan de andere kant van het buffet begonnen.

Op zich smaakte het redelijk al vonden wij de vorm van buffet iets minder. Na de lunch moesten we de bus weer in. Het was in de bus warmer dan buiten en we zweetten ons letterlijk “een ei uit”. We bleven vooral veel water drinken om het zweet weer aan te vullen en niet oververhit te raken.  De middag zouden we een bezoek brengen aan enkele graftombes. De Nguyen dynastie telde in totaal dertien heersers en zeven van deze heersers hebben een tombe in Hué.

We brachten als eerste een bezoek aan de tombe van Minh Mang. Het gigantische complex ligt bij het dorp An bang, zo’n 12 kilometer buiten het centrum van Hué. Na het verlaten van de bus bleek dat er nog een groep toeristen zich had aangesloten en onze gids hun ook moest begeleiden. De groep werd erg groot en het was moeilijk om de uitleg te verstaan. We liepen zelf maar wat rond en lazen de informatieborden. Rondom het mausoleum waren prachtige tuinen, sierlijke bruggen, rijkversierde gebouwen, pleinen en mooie paviljoens. Het complex is spectaculair en past geheel bij het eerbetoon aan een van de meest geëerde keizers die Vietnam heeft gehad. Minh Mang was van 1820 tot 1841 keizer, opvolger van Gia Long en hiermee de 2e keizer in de Nguyen dynastie.

 

Tijdens zijn regeerperiode werden er wetten uitgebracht die de Katholieke missionarissen in de ban deden. Ook de Boeddhisten en de Taoïsten werden gestraft omdat de goddelijkheid van de keizer ondermijnden. Vanaf een plein met figuren in traditionele kledij en gevechtsklare olifanten en paarden liepen wij omhoog naar één van de terrassen. De terrassen waren voorzien van mooie terrassen met patronen die aarde, hemel en water symboliseren. De belangrijkste gebouwen zijn de afgelopen jaren stap voor stap in oude staat teruggebracht. We liepen terug naar de bus en waren daar op de afgesproken tijd. Helaas namen de toeristen in de andere bus het niet zo nauw met de tijd en stonden wij een dik half uur te wachten. Echt belachelijk!

De Khai Dinh tombe bezochten wij als tweede in de rij. Alleen al het uitzicht vanaf het complex was prachtig. Keizer Khai Dinh was de twaalfde keizer in de Nguyen dynastie (1916 – 1925). Bij de bevolking was hij niet erg geliefd omdat men vond dat hij heulde met de Fransen. De bouwstijl van de tombe is dan ook een mix tussen Europese en Vietnamese bouwstijlen. De bewaking van het complex bestond uit stenen soldaten, paarden en olifanten.

Er zijn verschillende delen te benoemen: de grafheuvel met de tombe, de tempel en een galerij met verhalen over de goede daden van Khai Dinh.  Na deze tombe stopten we onderweg bij een kraampje waar wierrook en de traditionele Nón lá (punthoed) gemaakt werd. Leuk om te zien. Ons laatste bezoek was aan de tombe en het complex van keizer Tu Duc, vierde in de Nguyen dynastie. Het complex is gelegen in een vallei tussen de bossen bij het dorp Dong Xuan Thoung. Het werd niet alleen gebouwd als rustplaats na de dood van de keizer maar het werd door de keizer ook gebruikt als plek om te werken en als buitenverblijf.  We kwamen via de zuidpoort binnen en kochten bij een van de kraampjes een ijsje. We liepen over een bakstenen pad naar een meer met waterlelies en lotusbloemen. Er stond ook een paviljoen waar keizer Tu Duc wijn dronk, gedichten schreef en zijn eigen afscheidsrede maakte.

Op het terrein staan diverse tempels die zijn opgedragen aan de 104 vrouwen en minnaressen die de keizer er op na hield. Hij bleef ondanks zijn vele vrouwen en minnaressen kinderloos. Het was een mooi complex met fraaie tuinen en het moet rustgevend zijn geweest om hier de tijd door te brengen. We reden met de bus naar een aanlegsteiger voor boten.

Het laatste stukje van de city-tour werd afgelegd met een drakenboot. We voeren over de “Sông Huong”, de parfumrivier. Een beetje een vreemde naam want echt fris zag de rivier er niet uit. Voor Hué is de rivier altijd erg belangrijk geweest. Het zorgt voor eten, vis, en het is een goede manier om goederen te transporteren. Na deze warme dag namen we even een verfrissende duik in het zwembad.

’s Avonds hadden we ons diner bij een Country restaurant. De bediening was vriendelijk en we knoopten een gesprek aan met de ober die aan een technische universiteit in Europa wilde gaan studeren. Pappa, mamma en ik bestelde een lekkere hamburger met frietjes en Ronac nam een broodje tonijn. We waren vrij moe van deze dag en sliepen rond 22:00 uur al.