Dromedarisrit

Zo wat koelde het af in de nacht. Het was echt koud ondanks de dikke dekens die we hadden gekregen. Midden in de nacht ben ik mijn fleecevest nog aan gaan doen. Rond 6:15 uur werden we wakker gemaakt voor de zonsopgang maar Ronac en ik hadden geen zin om op te staan. Pappa was wel meteen wakker en mamma verliet 10 minuten later ook de tent om de zonsopgang te zien.

Wij bleven nog een half uur liggen en toen moesten we echt opstaan. We vertrokken rond de klok van 7:15 uur terug naar de bewoonde wereld. De temperatuur was een stuk aangenamer dan gisterenmiddag. De rit was minder prettig omdat we toch wel een beetje pijn aan de billen en bovenbenen hadden.

Rond 8:30 uur waren we terug bij het huis van Hassan. We konden al het zand afspoelen onder de douche en waren daarna weer helemaal schoon. We kregen na de douche nog een ontbijt aangeboden. Heerlijke lekkernijen kwamen er weer op tafel. De dadelpasta was verrukkelijk en we kregen van Hassan een pot cadeau om mee te nemen naar huis. Na het ontbijt laadden we de auto weer in en nemen afscheid.

We begonnen aan een lange rit naar Ouarzazate. Via Rissani reden we in de richting van Nkob en vervolgens naar Agdz. We kwamen door de vallei van de rivier de Draa. In de plaats Agdz maakten we een stop voor een late lunch. We bestelden spiesjes die op de barbecue voor het restaurant werden gegrild. Naast ons zat een Nederlandse familie waarvan de jongste zoon nog even mee deed met toepen (kaartspel). Het eten smaakte goed.

We hadden nog wat kilometers voor de boeg en reden na een uur pauzeren weer verder. Het laatste stuk ging weer door de bergen met scherpe bochten. De uitzichten waren fantastisch. In de late middag arriveerden we bij Maison d’ hotes Dar Farhana in Ouarzazate. We kregen thee met wat lekkers en werden daarna naar de kamers gebracht. We probeerden duidelijk te maken dat we een driepersoonskamer hadden gereserveerd maar dit werd niet begrepen.

We kregen twee tweepersoonskamers tegenover elkaar. We zetten onze spullen neer en trokken onze zwemkleding aan. Na anderhalf uur kwam de eigenaar ons vertellen dat we de verkeerde kamers hadden en vroeg of we onze spullen wilden verplaatsen. Gelukkig was er nog niet veel uitgepakt en hadden pappa en mamma het al snel geregeld. Ik zwom lekker in het zwembad maar net zoals bij alle andere zwembaden tot nu toe vond Ronac het te koud.

De accommodatie is echt super. De sfeervolle kamers, mooie binnentuin en het zwembad, heerlijk relaxen zo. We aten opnieuw bij de accommodatie. Het werd geserveerd in de speciale eetkamer met uitzicht op de tuin en het verlichte zwembad. We kregen salade vooraf, soep en als hoofdgerecht hadden we pastilla. Het nagerecht was vers fruit, sinaasappel en meloen. Na het eten mochten we nog even gamen en een korte film kijken voordat we naar bed gingen.

Centraal Europa: Dag 9; Wandeling Velký Rozsutec

Voor vandaag stond er een wandeling op het programma in het Nationaal Park Malá Fatra. Met de auto reden we naar Hotel Diery nabij het dorp Biely Potok. Hier vandaan vertrekken veel wandelingen het Malá Fatra gebied in. Het Nationaal Park Malá Fatra behoort al jarenlang tot de drukst bezochte plaatsen. Het zou ook één van de mooiste berggebieden van het land zijn.

We parkeerden (betaald) onze auto en maakten aan de hand van de plattegrond een keuze welke wandeling we wilden gaan maken. Het werd de blauwe route in de richting van de op 1344 meter hoogte gelegen Veľký Rozsutec. De wandeling is een vrij populaire dagtocht en in het begin liepen we af en toe in optocht over het wandelpad. In het begin liepen we door het beekdal op een wandelpad met bruggetjes en trappetjes.

Ronac struikelde al vrij snel doordat er iemand in de weg stond en schaafde zijn hele knie open op het grindpad. Bij het kruispunt van Podžiar aangekomen namen wij de blauwe route rechtdoor en veel mensen volgden een kortere route linksaf. Het werd al snel een stuk rustiger om te lopen.

De route kreeg wel steeds meer uitdaging en het pad ging over de rotsen en af en toe moesten we bij steile stukken een ketting vast houden. De wandelroute volgde de rivier Dierový potok. Het rots massief, de kloven en de ravijnen werden afgewisseld met dennenbossen en watervalletjes.

We kwamen langs waterval Horné Diery naar de bergpas Sedlo Miedzirozsutce. Het laatste stuk naar de Sedlo Miedzirozsutce was flink zweten en de vermoeidheid van het naar boven lopen en klimmen en klauteren sloeg toe. We rustten lange tijd uit en genoten van het uitzicht. In dit gebied leefde Juraj Jánošík. Deze opstandeling, strijder en rover was een soort Robin Hood en is een nationale held van Slowakije. De verhalen van deze volksheld leven nog steeds voort in literatuur, opera’s en musicals.

Pappa besloot om alleen het laatste stuk naar de Veľký Rozsutec te lopen en mamma en wij zouden aan de terugweg beginnen. Het eerste stuk was lastig door een stuk bos dat tegen de steile bergwand van de Veľký Rozsutec was gelegen. Het was glad en modderig en met angst om niet naar beneden te glijden, wist mamma ons één voor één veilig verder te loodsen. Wij waren op sommige momenten toch wel wat angstig.

Na ongeveer een half uur gelopen te hebben, zagen we pappa alweer aan komen. Hij haalde ons in en met zijn vieren liepen we verder. Het laatste gedeelte van de wandeling was vrij vlak en we eindigden bij Hotel Diery.

We hadden honger gekregen en zochten een tafel bij restaurant Terchovská Koliba Diery. Ronac nam een pannenkoek met fruit, pappa en mamma een schotel met diverse Slowaakse specialiteiten (o.a. halušky, bryndza en worst ) en ik een schnitzel met spek en gebakken aardappelen. Op de camping speelden we nog voetbal en in de speeltuin. We eindigden de dag met een ijsje en vielen in slaap bij de gitaar spelende buurman.

Centraal Europa: Dag 8; Malá Fatra

We verlieten de camping rond de klok van 09:30 uur. Het was maar 20 kilometer rijden naar de grens van Slowakije. De officiële naam van Slowakije is Slovenská Republika. Het land is gelegen in het hart van Europa. In 1992 werd besloten om de Republiek Tsjecho-Slowakije op te splitsen. Het Tsjechische deel en het Slowaakse deel hadden onderling te veel meningsverschillen. In januari 1993 werd Slowakije een zelfstandige staat. Slowakije maakt sinds 2004 deel uit van de Europese Unie. Vanaf 2009 wordt er met de Euro betaald. Slowakije was na Slovenië het tweede voormalige Oostblokland dat de Euro invoerde.

Het land strekt zich voornamelijk uit tussen de langgerekte bergen van de Karpaten en de op één na grootste rivier van Europa: de Donau. Slowakije bestaat voor meer dan 30% uit bergen en uitgestrekte bossen en dat zagen we direct toen we de grens gepasseerd hadden. De ene bocht na de andere volgden elkaar op. Net na de grensovergang kochten we een elektronisch snelwegvignet zodat we ook hier van de snelwegen gebruik zouden kunnen maken.

We reden naar het nationaal Park Malá Fatra (kleine fatra) dat in het noordwesten van Slowakije ligt. Het middelpunt van deze regio is het dorp Terchová. Wij hadden een camping gevonden in Belá, gelegen op enkele kilometers van Terchová. We waren nog voor de middag bij Camping Nizne Kamence en er was gelukkig nog plaats om onze tent op te zetten. Het is een gemoedelijke camping met bungalows en kampeerplaatsen. De camping is geheel nieuw en geopend in de zomer van 2007 en werd aangelegd met geld van de Europese Unie. Aan de kentekens van de auto’s konden we zien dat er mensen stonden uit allerlei landen.

Na het opzetten van de tent konden we gaan spelen op de camping. Wij wilden niet weg en dat hoefde gelukkig ook niet. Op de camping was genoeg te doen en we hoefden ons niet te vervelen. Er was een speeltuin, een voetbalveld, kantine en zelfs een klein zwembad. ‘S avonds reden we met de auto naar Terchová om iets te eten. We vonden een tafel bij restaurant Kultúrny dom. De typische Slowaakse keuken is een calorierijke en zware keuken. Het is een mix van de Hongaarse, Oostenrijkse, Tsjechische en Boheemse keuken. Vanuit de traditie wordt er veel varkensvlees, aardappelen, groenten (vooral zuurkool) en melkproducten gebruikt. Wij bestelden pasta en een salade.

Pappa en mamma bestelden het nationale gerecht: “Bryndzové halušky”. Het is een gerecht van aardappelballetjes met bryndza (verse schapenkaas) en spek. Iedere regio heeft zijn eigen versie van dit gerecht. Wij kennen de halušky als de uit Italië afkomstige gnocchi. Het eten smaakte super en toen we het op hadden konden we nog even op de stoep bij het restaurant spelen. Terug op de camping hadden wat buren een kampvuur gemaakt. De oudere, alleenstaande motorrijder van een paar tenten verderop, had zijn gitaar en microfoon uitgehaald en zat Slowaakse liederen te zingen. Erg gezellig maar zo voor ons onmogelijk om in slaap te komen. We waren dan ook blij dat hij er om 22:00 uur, op verzoek van de campingvoorschriften, er mee op hield.

Centraal Europa: Dag 5; Český Krumlov en het boomkroonpad

De morgen begon voor ons rond de klok van 08:00 uur, iets later dan gehoopt. Het allerliefste gingen Ronac en ik zwemmen in het meer maar pappa en mamma hadden andere plannen bedacht. We gingen vandaag naar één van de bekendste stadjes van de Bohemen: Český Krumlov. Binnen 50 minuten reden we er met de auto naar toe. Met borden werden de grote parkeerplaatsen om het centrum heen aangeduid. We vonden een plekje in de buurt van één van de toegangspoorten tot de stad.

Het stadje is gelegen in een lus van de rivier de Moldau. Het kasteel van Český Krumlov torent hoog boven de stad uit en is na de Praagse Burcht het grootste kasteel van Tsjechië. Met de bouw werd begonnen in de 13e eeuw en het werd het onderkomen van de adellijke familie Krumlov. Het grootste deel van de oude stad is gebouwd tussen de 14e en 17e eeuw en er werden vooral gotische, renaissance- en Barokbouwstijlen gebruikt. Tijdens het communistische tijdperk raakte Český Krumlov vervallen. Sinds 1989 zijn veel gebouwen gerestaureerd en om de oude stadskern te beschermen werd deze geplaatst op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Een lekker ontbijtje op een terrasje in Český Krumlov.

 

Werelderfgoed is door mensen gemaakt of in de natuur ontstaan erfgoed dat uniek en onvervangbaar is. Het is van belangrijke waarde voor de hele wereld en het is van belang om dit erfgoed te behouden. We vonden een plekje op een terrasje in één van de gezellige straatjes en bestelden ons een ontbijtje. Ronac nam een stuk taart, voor mamma een panini , een tosti voor pappa en voor mij roerei. Bij mijn ontbijt zat ook een kop koffie. Ik vond het zo lekker dat ik het van pappa en mamma ook op mocht drinken. Hordes toeristen kwamen voorbij maar ondanks dat, behoudt het stadje een unieke uitstraling. Ook de vele souvenirwinkeltjes zijn op een goede manier geïntegreerd in het stadsbeeld. We struinden een dik uur door het stadje en langs de vele souvenirwinkels.

Rond 13:00 uur verlieten we Český Krumlov en gingen we terug naar Lipno nad Vltavou waar we het Stezka korunami stromu (boomkroonpad) wilden bezoeken. We parkeerden de auto en kochten de kaartjes voor de stoeltjeslift naar boven. Het boomkroonpad begint op de 901 meter hoge berg “Kramolín”. Het pad is nog vrij nieuw en staat er sinds 2012. We liepen met de pas door de toegangspoortjes en kwamen op een pad van 2,5 meter breed.

 

Het eerste deel van het boomkroonpad liepen we over een houten loopbrug van 372 meter lang. Deze bracht ons met een aardige stijging (2 – 6 %) tot een hoogte van 24 meter. Onderweg kwamen we borden tegen met informatie over de bomen en dieren die hier voorkomen. Onderweg waren ook verschillende hindernissen aangebracht. Je kunt natuurlijk zelf kiezen of je de hindernis wilt nemen, of liever over het gewone pad wilt lopen.

 

Wij deden het natuurlijk wel want overal zorgen de veiligheidsnetten ervoor dat je nooit echt kunt vallen. Het was toch best spannend om over smalle of wiebelende balken te lopen en andere capriolen uit te halen. Het wandelpad gaat nog 303 meter verder en dan over in de 40 meter hoge toren. Eenmaal boven werden we beloond met een prachtig uitzicht op het Lipnomeer en de Oostenrijkse bergen. Pappa en mamma liepen dezelfde route terug naar beneden. Wij niet, wij namen de spannende 52 meter lange glijbaan naar beneden. Natuurlijk waren wij veel sneller beneden dan pappa en mamma die te voet terug kwamen.

De spannende 52 meter lange glijbaan

Met de stoeltjeslift gingen wij verder naar beneden, terug naar het dorp. Beneden naast de kabelbaan lag een supermarkt en daar haalden we wat boodschappen. In de avond wilden we gaan barbecueën. Er was weinig vlees voor op de barbecue en we konden alleen kiezen uit allerlei soorten worst. Groot, klein, dik, dun, noem het maar op. Je moet wel worst lusten anders heb je een probleem haha.

Ook nog even tijd om te graven en te zwemmen.

Terug op de camping gingen we lekker zwemmen in het meer terwijl pappa en mamma de barbecue voorbereiden. We hadden een heerlijk diner met salade en barbecueworsten. In de avond gingen we ons nog even douchen en we gingen op tijd naar bed. Morgen hebben we een reisdag en rijden we naar het noordoosten van Tsjechië.

Uiteraard weer aan de barbecue.

Centraal Europa: Dag 4; Glasblazen en het Lipnomeer

Na het opstaan en aankleden, begonnen we met het afbreken van de tent. Op zich verliep het allemaal redelijk vlot en konden we rond de klok van 09:30 uur vertrekken. Pappa startte de auto en er kwam een alarmmelding in de display te staan. De melding vertelde ons dat er te weinig remvloeistof was en we naar de garage moeten voor controle. Onze eerste reactie was natuurlijk: “het zal toch niet weer hé?”. We werden direct herinnerd aan onze autopech in Noorwegen ook met deze auto. Bovendien heeft de auto een week voor ons vertrek nog een uitgebreide beurt gehad in de garage en dan verwacht je dit dus niet.

 

Voorzichtig gingen we toch rijden naar het dorp Frauenau, zo’n 10 kilometer verderop. We zouden naar een glasblazerij gaan en daar lag ook een tankstation. Hopelijk zouden we hier ook een garage kunnen vinden. Heel voorzichtig reden we over de bochtige weg, af en toe opgeschrikt door de melding die weer door gaf dat we naar de garage moesten gaan. Bij het tankstation hebben we getankt en aan de medewerkster gevraagd of er een garage in de buurt was. De dame was zo vriendelijk om een lokale garage te bellen en te vragen of wij met onze Ford Focus Wagon bij hem terecht konden. Gelukkig was dit geen probleem en ze gaf ons een beknopte route om hem te vinden. Het bleek niet zo makkelijk te zijn. We vroegen het onderweg opnieuw aan een mevrouw en die gaf ons weer een andere route. We reden terug naar het tankstation en vroegen daar om het adres zodat we met de navigatie er heen konden rijden. Wat bleek? De garage lag in dezelfde straat als de glasblazerij. Uiteindelijk vonden we de garage en eigenaar Helmut stond al op ons te wachten. Hij keek even naar de remschijven en opende de motorkap. Het reservoir voor de remvloeistof bleek inderdaad zo goed als leeg te zijn. Hij vulde hem bij en zei dat het geen kwaad kon om met de auto te rijden. Hij vermoedde dat ze bij het onderhoud te weinig of vergeten zijn om het reservoir bij te vullen. Mocht het zijn dat er een lekkage is, kunnen we als de melding verschijnt gewoon remvloeistof kopen en zelf bijvullen. Gelukkig konden we onze reis dus voortzetten.

We reden van de garage zo de parkeerplaats van De Freiherr von Poschinger Glasmanufaktur (glasfabriek) op. Ieder uur werd er een rondleiding gegeven en we moesten nog 40 minuten wachten. We brachten de tijd door in de showroom waar tevens een kleine zitgelegenheid was waar we iets konden drinken. De glasindustrie in het Beierse Woud heeft een eeuwenoude traditie en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de streek. Over de hele wereld is het Boheems glas bekend. In de omgeving worden de grondstoffen (hout en zand) gevonden voor het vervaardigen van glas en kristal. Glasblazen is een oude eeuwenoude ambacht en het is bijzonder om een glasblazer aan het werk te zien. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar gemaakt worden in een oven. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus!

Glasblazen is echt vakmanschap, heel mooi om te zien.

Onze rondleiding begon om 12:00 uur en we werden rondgeleid door Herbert Kammermeier. De glasfabriek Von Poschinger is een familiebedrijf dat al bestaat sinds 1568. De familie behoort tot één van de oudste families van het Beierse Woud. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Er waren op het moment van bezichtiging drie glasblazers aan het werk. Voor een aantal ontwerpen werken de glasblazers samen omdat het anders te zwaar is. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar worden gemaakt. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus en zelfs wij voelden dat!

Het vloeibaar glas wordt met een pijp uit de pot gehaald. Men noemt dit ook wel “keien”. Door de stalenpijp rustig en regelmatig te draaien en erin te blazen, kun je het voorwerp vormen. Door de lucht in de pijp te blazen zal het object ook langzaam groeien naar de gewenste grootte. De techniek van het glasblazen is vrij moeilijk en je hebt veel geduld en aanleg nodig. De glasblazers maken van alles van glazen, schalen tot vazen. Als het in de juiste vorm is geblazen gaat het naar een speciale koelruimte. Na het afkoelen volgt de “finishing touch” en kan het glas eventueel ook nog beschilderd worden. Aan het einde was de mogelijkheid om zelf een poging te wagen om glas te blazen.

Ik mocht ook een prachtig kunstwerk blazen.

Helaas stond er al een rij wachtenden en duurde het wel een half uur totdat wij aan de beurt waren. Ik mocht als eerste een glasbol blazen en zocht de kleur rood en geel hiervoor uit. Herbert gaf mij aanwijzingen hoe ik het moest doen en ik blies een prachtige bol. De kleur zou je pas zien als de bol is afgekoeld. Keyro mocht zelfs twee keer blazen. De eerste keer blies hij zich een ongeluk zonder dat er een bol ontstond. Herbert verontschuldigde zich en zij dat hij het glas niet warm genoeg had verwarmd waardoor het veel moeilijker is om een bol te blazen. De tweede keer ging het veel beter en blies Keyro ook een mooie bol die later de kleuren geel en groen zou hebben.

Het resultaat, twee prachtige glazen en meteen een mooi souvenir.

We moesten nog een tijdje wachten voordat de bol was afgekoeld en we ze goed ingepakt mee konden nemen. We reden via de weg door het Nationaal Park naar de grens met Tsjechië. In het zuiden van Tsjechië aan de grens met Oostenrijk in het Nationale Park Šumava ligt namelijk onze bestemming, het Lipnomeer. Bij de grensovergang kochten we meteen een vignet voor de snelweg, al hadden we het voorlopig nog niet nodig. Mamma zou veel te gestrest naast pappa zitten als we het niet nu kochten. We vervolgden de weg en kwamen uit in het dorp Lipno nad Vltavou. Het dorp ligt op 776 meter hoogte aan de oever van het Lipnomeer. Het meer is een stuwmeer van ongeveer 40 kilometer lang. Het is een kunstmatig aangelegd door de aanleg van een stuwdam. Een stuwdam en stuwmeer kun je voor verschillende dingen aanleggen, bijvoorbeeld voor het opwekken van elektrische energie of als watervoorraad voor irrigatie of drinkwater. Het Lipnomeer werd aangelegd vanwege de problemen die het stadje Český Krumlov ondervond van overstromingen van de Moldau. In 1951 werd bij het dorpje Lipno nad Vltavou begonnen aan de aanleg van de stuwdam en het meer was gereed in 1960.

Aan het Lipnomeer

Lipno nad Vltavou is een echt toeristendorp en in de omgeving vind je heel veel leuke en diverse activiteiten om te ondernemen. Wij reden naar camping Panorama en hoopten daar een overnachtingsplek te vinden. De camping ligt bij het gelijknamige hotel en direct aan de oevers van het meer. Bij de receptie gingen we vragen voor een plek en er waren gelukkig nog verschillende plaatsen beschikbaar. We konden maar twee nachten blijven want vanaf zondag was er geen plaats beschikbaar. Op het naastgelegen terrein waren wel bouwwerkzaamheden gaande voor de aankomende Olympische Spelen. We hadden geen zin om nog langs andere campings te rijden en besloten om hier een plekje te zoeken.

De camping is gelegen op terrassen en daarmee hebben veel plaatsen toch wat uitzicht tussen de bomen door op het Lipnomeer. We vonden een plekje en ik hielp mee met het opzetten van onze tent. Het was hard werken en ik was flink bezweet. Keyro en ik besloten een duik te nemen in het water van het Lipnomeer. Het was gelukkig warm genoeg hiervoor. Tegen de avond liepen we wat langs de straatjes met veel winkeltjes en restaurants. Ondanks dat Tsjechië deel uitmaakt van de Europese Unie zijn zij nog niet overgestapt naar de Euro. We pinden daarom Tsjechische kronen (Czech Koruna). Iets verderop lag een vakantiepark van Landal en dat hoorde je direct aan de hoeveelheid Nederlands wat we hoorden. Bij het haventje vonden we een leuk restaurant waar we konden eten. Keyro en ik namen beiden pasta, mamma had risotto en pappa nam een vleesschotel.

Grappig kunstwerk aan het Liponomeer.

In het zonnetje genoten we van al het lekkers dat op tafel kwam. Jammer dat er de hele tijd wespen rond circuleerden om van onze zoete drankjes mee te kunnen genieten. Na ons eten renden we over de boulevard en lieten we pappa en mamma even lekker rustig zitten. We kregen een ijsje en speelden nog wat bij een kleurrijk kunstwerk in de vorm van een vis. Terug op de camping gingen wij weer terug naar het meer en daar speelden we tot het donker werd. Door het mooie weer konden we nog lang buiten zitten en speelden we een paar kaartspelletjes met zijn allen onder genot van een (alcoholisch) drankje. Onze Oostenrijkse buren hielden een barbecue en hadden te veel worsten. Ze kwam ons vragen of wij er eentje wilden. Keyro zei “nee” maar ik had daar wel zin in. Mamma zocht de ketchup en zo at ik laat op de avond nog een Tsjechische worst. Al met al een zeer gelaagde dag vandaag.

Centraal Europa: Dag 3; Waldspielgelände

Na flink wat regen en onweer gedurende de nacht, was het in de morgen toch droog. Vanwege de mooie omgeving en rustige camping hadden we besloten om hier een dag langer blijven. We deden het vandaag wel rustig aan. In onze pyjama deden we lekker een spelletje in de tent. We vertrokken rond 10:00 uur en liepen naar Spiegelau en zochten naar bordjes met de route naar het Waldspielgelände.

 

Het Waldspielgelände is een natuurbelevenisbos. Je kunt er op spelende wijs de natuur ontdekken. Er zijn speeltoestellen en een speciaal ontdekpad waar we van alles te weten kwamen over de natuur in het Bohemer Woud. Eerst brachten we tijd door bij wat speeltoestellen en daarna volgden we enthousiast het pad vol belevenissen. We kwamen veel te weten over allerlei zaken in het bos.

Tussendoor begon het even te regenen maar echt nat werden we niet omdat we in het bos liepen. Na het spelen liepen we Spiegelau in om ergens iets te gaan eten maar de paar restaurants die er waren, bleken dicht te zijn. We kochten een broodje en wachten op de bus die we gratis in konden met de gratis ontvangen toeristenkaart.

We bleken we de toeristische route te rijden en waren 15 tot 20 minuten onderweg voordat we in Klingenbrunn konden uitstappen. Met de auto is het nog geen 5 minuten rijden, schat ik. In Klingenbrunn was wel een café/restaurant geopend. Helaas konden we hier alleen maar iets drinken omdat er om 17:00 uur een begrafenis zou zijn in de plaatselijke kerk. Op het terras dronken we een drankje en deden we een wedstrijdje gekke bekken trekken, hihi.

Onze late lunch werd uiteindelijk een vroeg diner bij het restaurant op de camping. De overheerlijke schnitzel werd door ons allemaal volledig verorberd. Ronac maakte nog contact met een jongetje van zo’n acht maanden oud. Het ventje vond het helemaal leuk om naar ons te lachen en te proberen om ons na te doen. In de avond regende het weer en las ik mijn boek. Tussen de buien door werden de meeste spullen ingepakt zodat we morgen verder kunnen reizen naar Tsjechië. De laatste dingen en de tent kunnen we pas morgenochtend inpakken. Hopen dat het dan droog is want dan gaat het een stuk gemakkelijker.

Centraal Europa: Dag 2; Wandeling rondom Spiegelau


Ontbijten naast onze tent.

Wat heb ik de eerste nacht lekker geslapen in onze tent. Voor pappa was het een slechte nacht en zijn rugpijn werd alleen maar erger. We deden het rustig aan en haalden broodjes bij de receptie voor het ontbijt. Aan de campingtafel, voor onze tent, aten we de broodjes op. We besloten om vandaag niet al te veel te doen vanwege pappa’s rugpijn. Bij onze camping komen twee wandelroutes langs: het konijn en het zwijntje. Op de kaart zagen we dat de konijnenwandelroute in totaal vier kilometer was en naar het dorp Spiegelau ging.


Wij volgden deze route naar het dorp. Onderweg stonden bosbesstruiken, frambozenstruiken en aalbesstruiken. Mamma en ik plukten er vrolijk op los en stopten alles rechtstreeks in onze mond. Verser dan dit kan niet en natuurlijk zitten de vruchten boordevol vitamientjes. Gezond en ook nog verantwoord snoepen dus! De omgeving hier aan de voet van het Bohemer Woud is prachtig. Het gebergte in het Bohemer Woud is zo’n 200 kilometer lang en tussen de 500 en 1500 meter hoog.

Lekker snoepen van alle lekkere besjes in het bos.

De Šumavabergketen is bedekt met het grootste bos van Centraal Europa. Het bos bestaat vooral uit aangeplante sparren die zich helemaal aan het gebied hebben aangepast ook aan harde wind. De letterlijke vertaling van Šumava is “ruisen”. De langste rivier (440 kilometer) van Tsjechië, de Moldau (Tsjechisch: Vltava), ontspringt in het Bohemer Woud. Sneller dan verwacht, liepen we het dorp binnen. Het dorp zelf heeft weinig uitstraling en ligt wat onsamenhangend bij elkaar.

Het begon even licht te regenen en we besloten om te lunchen bij Gasthof Genosko. Wij namen het kindermenu. Met nieuwe energie besloten we een stukje van de wandeling naar de Steinklamm te lopen. We volgden de afbeelding van het  lieveheersbeestje en al snel kwamen we in een mooi bos met rotsen en een riviertje. Het pad was oneffen en we moesten soms klimmen en klauteren. Het landschap was zeer gevarieerd, afwisselend bos met loof- en naaldbomen maar ook met open stukken. We stopten een tijdje bij een droog liggend stuk naast het riviertje.


We klommen op de hoge rotsen maar ik kon mijn voeten niet droog houden. Ik was wat uit balans en stapte met één van mijn voet recht in het water. Het werd dus soppen in mijn schoen maar dat hinderde mij niet. We liepen de route rond en besloten toen terug richting de camping te lopen. Het begon licht te regenen en we hielden er flink de pas in. We volgden de zwijntjesroute want die kwam bij de camping langs.


Wat we echter te laat in de gaten kregen was dat we niet tegen de klok in liepen (camping 2 kilometer) maar met de klok mee (camping nog 10 kilometer). We liepen dus de lange route en het begon ook nog harder te regenen. We stopten in een klein gehuchtje voor een ijsje en een drankje en hoopten dat het daarna weer droog zou worden. Het ijsje dat we hadden besteld, was enorm groot en met moeite kregen we het op.


Helaas was het na de rustpauze alleen nog maar harder gaan regenen. We liepen de regen in en probeerden met behulp van de telefoon met Here Maps een snellere route te vinden. Eenmaal terug op de camping bleek dat we in totaal dik 16 kilometer hadden gelopen. En we zouden het rustig aan doen vandaag, ahum. Snel trokken we alle natte kleding uit en gingen we douchen. Vanwege de regen konden we buiten weinig doen en vermaakten we ons in de tent met een filmpje kijken op de tablet en het lezen van een boek.

De “Dep”

Centraal Europa: Dag 1; Reis naar het Boheems Woud

De wekker ging om 06:30 uur af en we stonden direct op. De zomervakantie gaat nu echt beginnen. Onze reis gaat dit jaar naar Centraal Europa. Met de auto zullen wij verschillende landen gaan doorkruisen zoals Duitsland, Tsjechië, Slowakije en Hongarije. We hebben vooraf geen accommodaties geboekt dus de gehele route ligt nog open. Het is de bedoeling de meeste tijd door te brengen in Slowakije en Hongarije. Onze eerste stop zouden we maken in de Zuid-Bohemen in Duitsland. Het was ongeveer 7 tot 8 uur rijden naar onze bestemming in de buurt van de plaats Spiegelau.


Het Bohemerwoud ligt langs de grenzen van Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië. Aan de Duitse kant heet het ook wel het Beierse Woud, in Oostenrijk het Böhmerwald en in Tsjechië Šumava. De reis verliep voorspoedig al waren er wel enorm veel wegwerkzaamheden. We arriveerden rond een uur of vier bij camping Am Nationalpark. De camping ligt midden in het bos en wordt gerund door de familie Heidner. Wij, als kampeeranalfabeten, vonden het allemaal wel een beetje spannend. Alles is tenslotte nieuw voor ons.


Al snel hoorden we dat we zelf het plekje uit konden zoeken waar we de tent op wilden zetten. Er was plek genoeg en we vonden een mooie redelijk vlakke plaats met water en elektriciteit. Pappa had tijdens de reis last van zijn rug gekregen en kon moeilijk op of neer.


Samen met Ronac en mamma zette ik grotendeels de tent op. Van de tent opzetten, hadden we honger gekregen. We wilden naar het dorpje rijden om wat te gaan eten. Maar wat bleek: op de camping was ook een restaurant en we hoefden dus niet ver te gaan. Er werden curryworsten en grill-tellers besteld. Het smaakte goed. Na het eten maakten we ons klaar om naar bed te gaan. Het koelde in de avond aardig af en het regende heel eventjes. Wel gezellig als je zo met zijn vieren in de tent ligt en je hoort het druppelen op het tentdoek. Al snel waren Ronac en ik in dromenland.


En uiteraard aten we in Zuid-Duitsland een heerlijke curry-würst

Dag 9; Oppdal; Hiken door bergen en langs watervallen

Wat heb ik heerlijk geslapen samen met pappa in het tentje. We werden echter wel vroeg wakker omdat de zon fel op de tent scheen en het daardoor erg warm werd. We stonden op en maakten ons klaar voor weer een nieuwe dag in Oppdal. We reden naar de gondel bij het “stads”deel Hovden om daar de bergen in te kunnen gaan. Er was een mountainbike wedstrijd die dag en het was al aardig druk onder aan de gondel. Het was onduidelijk waar we tickets konden kopen want het loket was gesloten. Uiteindelijk bleek dat we bij het hutje van de liftbediende de kaartjes konden kopen. Er bleek zelfs een mobiel pinautomaat te zijn.

We kochten de kaartjes en werden door de zeer vriendelijke man naar de lift begeleid. De lift had een aantal dichte gondels en een deel bestond uit fietsenrekken. Wij hoefden niet te lang te wachten en stapten al vrij snel in de krappe gondel. Hovden ligt op 550 meter hoogte en met de gondel waren we binnen 10 minuten boven op het hoogste punt (1300 meter). In de winter is dit een wintersportgebied met 58 kilometer aan skipiste. We liepen rond op de top en genoten van de prachtige uitzichten over de verschillende bergen in de omgeving. We gingen niet met de lift terug naar beneden maar te voet.

Ronac wilde in het begin slecht lopen maar uiteindelijk begon hij het na 1 kilometer toch leuk te vinden. We zongen liedjes, deden spelletjes terwijl we over het steile pad naar beneden liepen. Onderweg zagen we mooie bloeiende planten, berkenbomen, koeien en schapen. De wandeling terug zou ongeveer 4 ½ kilometer moeten zijn maar uiteindelijk werd dat dik een kilometer meer. Het laatste stuk van het pad was namelijk afgezet voor de mountainbike wedstrijd. Vervolgens reden we met de auto over weg No. 70 in de richting van Sunndalsøra.

De weg die we volgden was prachtig. Het landschap werd ruiger en aan beide kanten van de weg torenden hoge bergen. Na ongeveer 40 kilometer sloegen we af richting het dorpje Gjøra waar de spectaculaire Åmotan watervallen liggen. We parkeerden de auto bij boerderij Jenstad. Plaats genoeg maar wel betaald parkeren. Voor een dagkaart moest je 20 NOK betalen bij het parkeerautomaat. We hadden kleingeld in onze beurs maar kwamen tot 17 NOK kleingeld, te weinig dus. Mamma ging aan een Noor vragen of hij kon wisselen en de man gaf ons 10 NOK en wilde er niets voor terug hebben.

Wat een gastvrijheid zeg! We zouden een korte wandeling maken van 1.6 kilometer en moesten de geel gemarkeerde route volgen. De wandeling ging het eerste stuk naar beneden over een smal en soms steil pad bedekt met rotsblokken en boomwortels. Aan de voet van de Åmotan watervallen komen drie rivieren samen en het water stroomt onder luid geraas verder het dal in. Het was werkelijk een prachtig gezicht en we hebben een lange tijd in de zon zitten kijken naar het neerstortend water. We vervolgden onze route en kwamen nog wat obstakels tegen.


Zo moesten we via een touw aan een ketting over een groot rotsblok klimmen. We kwamen ook langs een smalle wiebelig bruggetje. We staken hem voor de lol even over om boven de snelstromende watermassa te kunnen staan. Pappa vulde onze drinkflessen met water uit de rivier en daarna begonnen we aan de klim terug naar de parkeerplaats. Het werd flink zweten want het pad ging steil naar boven en het was flink klauteren over het ongelijke pad. Het laatste gedeelte van de wandeling ging door een weiland met schapen. We plukten daar van de struik trossen met aalbessen. De kleur was helder doorschijnend rood en ze hadden een zoetzure smaak.

Onze vitamientjes hebben we vandaag dus gemakkelijk binnen gekregen zo rechtstreeks uit de natuur door ze zelf te plukken. Ronac was aan het einde van de wandeling helemaal uitgeput en daarom liepen pappa en ik vooruit om de auto op te halen zodat hij de laatste paar honderd meter niet hoefde te lopen. We reden binnen een uur terug naar Oppdal, deden nog wat boodschappen en tankten alvast zodat we dat morgenvroeg niet meer hoefden te doen. Terwijl pappa het eten verzorgde, pakte mamma de meeste spullen alweer in.  ’s Avonds voetbalde ik met de grote jongens Martijn en Mathijs en kreeg ik tot twee keer toe een bloedneus doordat ik de voetbal op mijn neus kreeg. Ronac speelde op de trampoline en pappa en mamma kletsten wat met de buren. Rond de klok van 22:00 uur was het tijd om naar bed te gaan. Ronac en mamma sliepen vandaag in de tent en pappa en ik in de hut.