De citadel en de koninklijke tombes

Na een heerlijke nacht in het Hong Thien hotel zaten we rond 8:00 uur aan het ontbijt. Wij kregen een chocolade milkshake, Ronac en mamma hadden fruit met yoghurt, pappa en ik hadden een lekkere omelet. We liepen om 9:30 uur naar de straat waar we opgehaald werden door een touringcar- bus. Helaas zat de bus bijna helemaal vol. Er moesten nog meer mensen opgehaald worden en daar moesten we een geruime tijd op wachten. Er was één stel dat op het dooie akkertje kwam aanlopen. Ze leken totaal geen haast te hebben en waren zich niet bewust dat er mensen op hun aan het wachten waren. Enkele passagiers werden ergens anders afgezet en daarna konden we eindelijk naar het complex met de keizerlijke paleizen.

Het complex ligt in het historische centrum met de citadel en het is uitgeroepen tot een UNESCO World Heritage Site. De citadel was lange tijd het middelpunt van de Nguyen dynastie.  Het werd aan het begin van de negentiende eeuw gesticht door keizer Gia Long.

Binnen deze muren ligt de Paarse Verboden stad en de laatste koninklijke familie van Vietnam woonde hier. Vroeger was dit de plek waar alleen de Koninklijke familie en de directe volgers mochten komen maar tegenwoordig is het opengesteld voor publiek.

We kwamen via verschillende poorten en bruggen bij de paleizen, pagodes en tempels. Ik vond het erg mooi en mocht met de spiegelreflexcamera van mamma al het moois vastleggen. Te voet liepen we de citadel door en uiteindelijk weer terug naar de bus. De volgende stop werd gemaakt bij een mooi aangelegde tuin met paviljoen. In de tuin zagen we verschillende soorten fruit groeien en prachtige bloemen.

De laatste stop voor de lunch was bij de Thien Mu pagode die gelegen is op slechts 5 kilometer afstand van de stad. De hoofdtempel werd gebouwd in 1601 door Nguyen Hoang die in die tijd gouverneur was. De achthoekige Phuoc Duyen toren is beroemd en torent met zijn 21 meter hoogte uit boven het complex. Op elk van de zeven etages staat een standbeeld van Boeddha. We moesten flink wat traptreden beklimmen om bij de toegangspoort tot het complex te komen.

Op het terrein staat ook een paviljoen met een enorme bronzen klok. De klok is al meer dan drie eeuwen oud en de klok is op grote afstand te horen. Achter de toren en de klok ligt de werkelijke tempel en de kloostergebouwen. De pagode is omringd met een tuin van bloemen en planten, die zorgvuldig worden onderhouden. Na dit bezoek is het tijd voor de lunch. We zochten een tafeltje en wachten tot het buffet werd geopend. We stonden redelijk vooraan in de rij maar er waren mensen die duidelijk niet langer konden of wilden wachten die voorkropen of aan de andere kant van het buffet begonnen.

Op zich smaakte het redelijk al vonden wij de vorm van buffet iets minder. Na de lunch moesten we de bus weer in. Het was in de bus warmer dan buiten en we zweetten ons letterlijk “een ei uit”. We bleven vooral veel water drinken om het zweet weer aan te vullen en niet oververhit te raken.  De middag zouden we een bezoek brengen aan enkele graftombes. De Nguyen dynastie telde in totaal dertien heersers en zeven van deze heersers hebben een tombe in Hué.

We brachten als eerste een bezoek aan de tombe van Minh Mang. Het gigantische complex ligt bij het dorp An bang, zo’n 12 kilometer buiten het centrum van Hué. Na het verlaten van de bus bleek dat er nog een groep toeristen zich had aangesloten en onze gids hun ook moest begeleiden. De groep werd erg groot en het was moeilijk om de uitleg te verstaan. We liepen zelf maar wat rond en lazen de informatieborden. Rondom het mausoleum waren prachtige tuinen, sierlijke bruggen, rijkversierde gebouwen, pleinen en mooie paviljoens. Het complex is spectaculair en past geheel bij het eerbetoon aan een van de meest geëerde keizers die Vietnam heeft gehad. Minh Mang was van 1820 tot 1841 keizer, opvolger van Gia Long en hiermee de 2e keizer in de Nguyen dynastie.

 

Tijdens zijn regeerperiode werden er wetten uitgebracht die de Katholieke missionarissen in de ban deden. Ook de Boeddhisten en de Taoïsten werden gestraft omdat de goddelijkheid van de keizer ondermijnden. Vanaf een plein met figuren in traditionele kledij en gevechtsklare olifanten en paarden liepen wij omhoog naar één van de terrassen. De terrassen waren voorzien van mooie terrassen met patronen die aarde, hemel en water symboliseren. De belangrijkste gebouwen zijn de afgelopen jaren stap voor stap in oude staat teruggebracht. We liepen terug naar de bus en waren daar op de afgesproken tijd. Helaas namen de toeristen in de andere bus het niet zo nauw met de tijd en stonden wij een dik half uur te wachten. Echt belachelijk!

De Khai Dinh tombe bezochten wij als tweede in de rij. Alleen al het uitzicht vanaf het complex was prachtig. Keizer Khai Dinh was de twaalfde keizer in de Nguyen dynastie (1916 – 1925). Bij de bevolking was hij niet erg geliefd omdat men vond dat hij heulde met de Fransen. De bouwstijl van de tombe is dan ook een mix tussen Europese en Vietnamese bouwstijlen. De bewaking van het complex bestond uit stenen soldaten, paarden en olifanten.

Er zijn verschillende delen te benoemen: de grafheuvel met de tombe, de tempel en een galerij met verhalen over de goede daden van Khai Dinh.  Na deze tombe stopten we onderweg bij een kraampje waar wierrook en de traditionele Nón lá (punthoed) gemaakt werd. Leuk om te zien. Ons laatste bezoek was aan de tombe en het complex van keizer Tu Duc, vierde in de Nguyen dynastie. Het complex is gelegen in een vallei tussen de bossen bij het dorp Dong Xuan Thoung. Het werd niet alleen gebouwd als rustplaats na de dood van de keizer maar het werd door de keizer ook gebruikt als plek om te werken en als buitenverblijf.  We kwamen via de zuidpoort binnen en kochten bij een van de kraampjes een ijsje. We liepen over een bakstenen pad naar een meer met waterlelies en lotusbloemen. Er stond ook een paviljoen waar keizer Tu Duc wijn dronk, gedichten schreef en zijn eigen afscheidsrede maakte.

Op het terrein staan diverse tempels die zijn opgedragen aan de 104 vrouwen en minnaressen die de keizer er op na hield. Hij bleef ondanks zijn vele vrouwen en minnaressen kinderloos. Het was een mooi complex met fraaie tuinen en het moet rustgevend zijn geweest om hier de tijd door te brengen. We reden met de bus naar een aanlegsteiger voor boten.

Het laatste stukje van de city-tour werd afgelegd met een drakenboot. We voeren over de “Sông Huong”, de parfumrivier. Een beetje een vreemde naam want echt fris zag de rivier er niet uit. Voor Hué is de rivier altijd erg belangrijk geweest. Het zorgt voor eten, vis, en het is een goede manier om goederen te transporteren. Na deze warme dag namen we even een verfrissende duik in het zwembad.

’s Avonds hadden we ons diner bij een Country restaurant. De bediening was vriendelijk en we knoopten een gesprek aan met de ober die aan een technische universiteit in Europa wilde gaan studeren. Pappa, mamma en ik bestelde een lekkere hamburger met frietjes en Ronac nam een broodje tonijn. We waren vrij moe van deze dag en sliepen rond 22:00 uur al.

Fietsen door Bangkok

Wat hadden wij een moeite om vanmorgen wakker te worden en op te staan. Maar ja, wat wil je het was nog midden in de nacht. Toch moesten we opschieten want we werden om 6:30 uur aan de andere kant van het centrum verwacht bij het kantoor van Co van Kessel. Op straat vonden we direct een taxi die ons naar het kantoor wilde brengen. We waren vrij snel daar omdat het verkeer zo vroeg in de morgen nog niet echt druk was.

Het kantoor ligt in de wijk Yaowarat en is ’s werelds grootste Chinatown. Co van Kessel is een Nederlandse touroperator die dertig jaar geleden is begonnen met het aanbieden van tochten door Bangkok. Helaas is hij zelf in 2012 overleden maar zijn werk wordt voorgezet door een enthousiast team. We meldden ons aan bij de ontvangstbalie en vulden enkele papieren in.

We zouden een tocht gaan maken door Bangkok en wel op de fiets! WTF! Hoe gaan we dat overleven met al dat verkeer, dacht ik? We kregen allemaal een mooie gele fiets en stelden het zadel in op de juiste hoogte. Voorop de fiets zat een handig mandje waar we onze waterflesjes en andere spullen in konden leggen. Ronac kreeg een speciale kinderfiets. Samen met nog zes andere Nederlanders gingen wij om 6:45 uur op pad.

DCIM101GOPRO

Onze gidsen waren de Nederlandse Beau en de Thaise Tommy. Ronac fietste direct achter Beau en zou het tempo aangeven voor de groep. Eerst fietsten we naar de pier van de Chao Phraya Express  en stapten we met fiets en al op de boot naar de overkant. De wijk Arunpat lag direct aan de overkant en grensde vroeger aan het paleisterrein van koning Taksin. In de korte tijd dat deze koning regeerde was Thonburi de hoofdstad van Siam. De koning probeerde zijn Siamese rijk weer op te bouwen na de verwoesting van de oude hoofdstad Ayutthaya door de Birmezen. Hij gebruikte daarbij de hulp van allerlei bevolkingsgroepen. De Portugezen die voor hem hadden gevochten en de Chinese immigranten en Maleisische handelaren die hem van wapens hadden voorzien, gaf hij land en toestemming voor het bouwen van een kerk, scholen en moskeeën. Ondanks de vele migranten is de sfeer in deze wijk is uitgesproken Thai en je komt er nauwelijks toeristen tegen.

We kwamen terecht in het gekrioel van een ontwakend Bangkok. We hobbelden op onze fiets door straatjes die minder dan twee meter breed waren. Af en toe moesten we flink op de rem om verschillende obstakels te ontwijken. We fietsen over de lokale markt tussen de lokale bevolking door. Ook zij rijden gewoon met hun scooter langs de kraampjes. Op sommige plaatsen moesten we even van de fiets afstappen en gingen we lopend met de fiets in de hand. We roken verschillende geuren en kleuren van al de producten die te koop aangeboden worden. De lokale bevolking doet hier hun dagelijkse boodschappen. De producten worden vers ingeslagen en maar voor één maaltijd gebruikt.  Er was een overvloed en ruime keuze aan groente, fruit, vlees, vis, rijst etc.

Ook zagen we veel eetstalletjes waar de Thai hun ontbijt aan het verorberen waren. We kregen bij één van de stalletjes kokosnootpannenkoekjes. Ik vond het net poffertjes. In het Thais heet de snack: Kanom Krok. De verkoper had een soort poffertjespan op het vuur staan. Daarin werd eerst het beslag, zoals wij dat ook kennen van de pannenkoeken, gegoten. Vervolgens deed hij daar kokosnootmelk en een topping overheen. De topping kan bestaan uit bosui of maiskorrels. Toen het beslag wat gestold was, haalde hij alles in één keer van de plaat en begon met een schaar te knippen. Nadat hij klaar was met knippen deed hij de pannenkoekjes op elkaar, zodat er een soort van gesloten bolletje ontstond. Per portie betaal je 30 tot 40 baht en krijg je er een stuk of zeven. Het is een erg populaire snack in Thailand die wij zeker wel wilden proeven! We hapten er in. Van binnen waren de pannenkoekjes nog niet helemaal gestold. De kokosmelk droop langs onze vingers en we plakten direct aan alle kanten. Ik vond het lekker maar niet super bijzonder.

We stapten weer op onze fietsen en vervolgden onze weg. Soms fietsten we over het trottoir en dan weer over een “soort van “ fietspad. Onze route ging over de rechter oever (Thonburi-kant) van de Chao Phraya rivier. In de verte zagen we de bekende Wat Arun maar deze prachtige tempel met Chinees porseleinen versieringen stond in de steigers voor restauratie. We stopten bij de Portugese kerk Santa Cruz en kregen daar verschillende soorten fruit te eten. We kregen ramboetan en mangosteen. Heerlijk tropisch fruit dat in Nederland niet of nauwelijks verkrijgbaar is. De mangosteen is sappig en het witte vruchtvlees is zoetzuur van smaak. De ramboetan met zijn “harige” schil had stevig wit vruchtvlees met een zoete smaak.

Als we weer op de fiets stappen komen we niet veel later uit bij de Wat Kalayanamit. We zien bouwvakkers aan het werk. Ze zijn de tempel en het gebied er omheen aan het renoveren. We gaan de tempel in en het blijkt een prachtig versierde ruimte te zijn met een enorm groot zittend Boeddha beeld. De Boeddha is 15 meter hoog en 12 meter breed en neemt bijna de hele ruimte in beslag. Ondanks dat het een boeddhistische tempel is, zie je hier ook veel Chinese invloeden en versieringen. Naast de tempel ligt een basisschool en we krijgen de toestemming om het schooltje even te bezoeken. De kinderen hebben net pauze en krijgen een pakje drinken.

Opvallend is dat ze allemaal een uniform dragen. De leerkrachten spreken een beetje Engels zodat een paar leerkrachten uit onze groep het een klein gesprekje kunnen voeren. Na deze korte onderbreking werd het hoog tijd om verder te gaan. We gaan opnieuw het water op maar deze keer niet met de ferry maar met een longtailboot.  De fietsen gaan gewoon mee! Ze worden netjes om en om tegen elkaar neergezet en als ze allemaal zijn ingeladen, kunnen wij aan boord. Ronac en mamma stappen voorin en pappa en ik zitten helemaal achterin. Een paar mensen moeten van plaats wisselen om de boot in balans te houden. Als iedereen zit, geeft de kapitein gas en de boot schiet vooruit! Het lijkt wel of we op moeten stijgen de lucht in, zo hard gaat het. Het water spat lekker hoog op aan beide zijkanten. Op deze manier verkenden we de vele kanalen en vertakkingen van de Chao Phraya. De kanalen worden “klongs” genoemd. Vooral de oude wijk Thonburi dat “Venetië van het Oosten” wordt genoemd is een wirwar van klongs. De klongs worden gebruikt voor transport, drijvende markten maar ook voor het lozen van afvalwater. Langs de kanalen zagen we houten huizen op palen, schamele hutjes, tempels, markten en restaurantjes. Ook werden er twee varanen langs de oevers gespot. Na ongeveer een half uur varen gingen we aan wal om bij één van de restaurantjes te gaan eten. Er stond allerlei lekkers op tafel maar om dat het pas 9:30 uur was, had ik nog niet zo veel trek. De eigenaresse sprak zelfs een aantal woorden Nederlands, grappig.

Het laatste deel van de fietstocht ging over betonnen weggetjes door een gedeelte waar vroeger bloemen en fruitplantages waren. Tegenwoordig is de grond opgekocht door projectontwikkelaars en worden er nieuwe huizen gebouwd. Ondanks dat er veel gebouwd wordt, is dit gedeelte nog vrij groen en heerst er vooral rust. Op een bepaald punt werden we weer door de longtailboot opgepikt en gaan we via het water terug naar het beginpunt. Voordat we de Chao Praya rivier opgaan moeten we de reddingsvesten aan doen. De zon was al aardig aan het schijnen en de reddingsvesten waren super warm. Eenmaal op de rivier gaf de kapitein gas en scheuren we letterlijk over het water. Het bootje stuiterde alle kanten op. Uiteindelijk zetten we veilig en wel weer voet aan wal. Het laatste stukje fietsten we door een deel van een ambachtswijk. Hier kun je voornamelijk alles voor auto, motor en scooters kopen. Onder andere auto-onderdelen worden gerecycled. Niets wordt weggegooid en alles krijgt een tweede leven. Veel onderdelen komen uit Singapore. In Singapore mogen motoren en auto onderdelen niet ouder zijn dan drie jaar en deze worden daarom veel verkocht aan het buitenland. Veel onderdelen komen dus naar Thailand en worden hergebruikt voor verschillende voertuigen zoals longtailboot, tuk tuk of motor. Opvallend was de sterke geur van rubber en motorolie.

Als laatste bezochten we nog een oude Chinese tempel. De hoofdkleuren van de tempel waren rood en geel. De kleuren staan voor geluk en rijkdom. In de tempel komen geregeld tempelbezoekers die ieder zijn of haar eigen ritueel heeft. We zagen verschillende soorten offers. Zo waren er wierrookstokken, Chinese godenpapier, kaarsen, bloemen en eten of drinken. Ook was er een grote dikke lachende Boeddha. Beau onze gids vertelde ons de legende. Deze Boeddha was eerst heel mooi en had alles wat hij wilde. Hij was dit zat geworden en wenste dat hij lelijk was. Een dag later was hij lelijk en dik. Hij voelde zich veel gelukkiger en had geen zorgen meer. Hij trok door China om het boeddhisme te verspreiden en werd hierbij vaak omringd door kinderen. Vanwege zijn gulheid en blijheid noemt men hem vaker de “Happy Boeddha”.

We fietsten nog een klein stukje en ineens stonden we weer voor het kantoor van Co van Kessel. De fietstour was afgelopen. We namen afscheid en vonden een taxi. We lieten ons afzetten bij Kao San Road omdat de taxichauffeur het adres van ons hotel niet kende. We liepen wat door Kao San Road met zijn vele souvenir kraampjes. In een zijstraat dronken we een lekkere smoothie bij één van de vele toeristische restaurantjes. Ronac had honger en kreeg nog een paar kleine pannenkoekjes met chocoladesaus. Hij at het niet helemaal op en ik mocht de restjes op eten. We waren wat moe geworden en hadden geen zin om terug te lopen naar ons hotel en namen een tuk tuk. Voorafgaande aan het ritje moest er eerst onderhandelt worden (afdingen) over de ritprijs. Natuurlijk betaalden we nog veel te veel voor het korte ritje. Een tuk tuk is een lawaaierig voertuig met drie wielen. De naam is afgeleid van het geluid dat de motor van het vervoersmiddel maakt. Vooraan zit de chauffeur en achter op een brede bank zaten wij, de passagiers. Het was een leuke ervaring om hier een ritje mee te maken. We moesten ons goed vast houden want de tuk tuk scheurde door het verkeer.

In het hotel namen we een douche om ons wat op te frissen en daarna vertrokken we in de richting van de Giant Swing. Onderweg kwamen we langs winkels waar je Boeddha’s in alle vormen en maten kon kopen. De Giant Swing lag echt heel dichtbij het hotel en we waren er zo. De originele schommel werd gebouwd in 1784 als heiligdom door koning Rama I. Het heiligdom ligt op een plein voor de oude Wat Suthat. De Giant Swing werd diverse keren herbouwd en wordt nu nog gebruikt bij ceremonies. We liepen door en kwamen uit bij een centraal park waar veel mensen bezig waren met hun dagelijkse work-out. Van jong tot oud kan men zich in dit park op zijn of haar eigen manier bewegen. Een rondje hardlopen, gewichtheffen, balans oefeningen of een work-out op een van de aanwezige fitness toestellen behoort tot de mogelijkheden. Wij vonden het leuk en deden vrolijk mee.

Na onze work-out liepen we naar de Wat Saket of ook wel Golden Mount (Gouden berg) genoemd. De Boeddhistische tempel ligt op een kunstmatige heuvel die is omgeven met een betonnen muur. De muur is gebouwd om instortingsgevaar door erosie te voorkomen. Het was een steile klim maar het uitzicht over de stad was fenomenaal. Helemaal bovenop de heuvel staat een blinkende gouden stoepa.

We brachten een tijdje boven door maar wilden niet wachten tot het helemaal donker was. We liepen terug in de richting van het hotel en vonden een plaatsje in een restaurant waar geen woord Engels werd gesproken. We bestelden wat gerechten door deze aan te wijzen op de menukaart. Het bestelde drinken werd door de bediende bij de buren gehaald. Op tafel kwam Som tam, een pittige salade van onrijpe gesnipperde papaja met pinda’s, gedroogde garnaaltjes en tomaten, een pittige groene curry en rundvlees met groenten in pepersaus en een salade met rundvlees. Het smaakte goed. Ons hotel bleek uiteindelijk om de hoek te liggen en we waren weer snel terug. De spullen werden ingepakt want morgen gaat onze reis verder.

Wat Phra Kaew

Bangkok ligt op de oever van de Chao Phraya rivier en zo’n 25 kilometer van de Golf van Thailand. In het verleden werd het land Siam genoemd. Vroeger was Ayutthaya de hoofdstad van Siam en was Bangkok maar een kleine handelsplaats met verbinding naar zee. Nadat steeds meer drasland werd drooggelegd werd de hoofdstad verplaatst naar Bangkok. De Thaise naam voor Bangkok is Krung Thep of ook wel volledig Krung Thep Mahanakhon Amon Rattanakosin Mahinthara Ayuthaya Mahadilok Phop Noppharat Ratchathani Burirom Udomratchaniwet Mahasathan Amon Piman Awatan Sathit Sakkathattiya Witsanukam Prasit. De stad heeft hiermee een wereldrecord in handen voor de langste plaatsnaam.

Wij begonnen onze dag met een ontbijt op de vijfde etage van ons hotel. Er was koffie en thee, cornflakes, noedelsoep, toast en een versgebakken eitje. Een goede start voor onze verkenning van de bekendste bezienswaardigheden van de stad.


We verlieten het hotel op weg naar het grootste paleis van Thailand. Onderweg ontmoetten wij een Spanjaard die vertelde dat we ons paspoort nodig hadden om binnen te komen en dat het pas vanmiddag weer toegankelijk was in verband met een ceremonie. We liepen even terug om de paspoorten te halen maar besloten om toch naar het paleis te lopen omdat er veel oplichterij plaats vindt op straat. Bij het paleis moesten we inderdaad een procedure doorlopen met ons paspoort maar we konden gewoon naar binnen.

Het paleis bevindt zich op het eiland Rattanakosin in het historische hart van Bangkok. Eén van de eerste koningen van Thailand, Rama I, liet in de 18e eeuw het paleis bouwen. Het terrein van het paleis is even groot als 142 voetbalvelden en wordt volledig omgeven door een witte muur. Thailand is één van de weinige landen in Azië dat niet is gekoloniseerd. Thailand heeft net als Nederland een koninklijk huis en een regering. Aan het hoofd van het koninklijk huis staat een koning en bij de regering een minister-president. In oktober 2016 is de 88 jarige koning Bhumibol overleden. De koning heeft in totaal 70 jaar het land geregeerd. Hij was de langstzittende vorst ter wereld. De koning was zeer geliefd bij de Thai en zijn overlijden heeft een grote impact gehad. Er werd zelfs een jaar van rouw afgekondigd. De kroonprins, zijn zoon, zal hem opvolgen. Overal in de hele stad zagen we bloemenkransen met foto’s van de overleden koning hangen. Ook is er iedere dag een speciale ceremonie bij het paleis waar mensen uit heel Thailand naar toe komen om afscheid te nemen van hun koning, indrukwekkend.

We volgden de mensenstroom en kochten een entreekaartje voor het paleis. Er zijn meer dan 100 gebouwen maar het belangrijkste gebouw is de Wat Phra Kaew. De tempel van de Smaragdgroene Boeddha is de belangrijkste Boeddhistische tempel van Thailand. We liepen eerst in het gebied rondom de tempel. Overal waar je kijk, zie je gouden tempels, muren bedekt met edelstenen en mozaïektegeltje, pilaren afgezet met goud en kleine spiegeltjes en beelden van goden. Het is één en al bling bling. Keyro voelde zich niet echt lekker vermoedelijk door de warmte en we deden het rustig aan.

Anders dan in andere tempels wonen er in dit complex geen monniken. We bezochten het heiligste deel van het tempelcomplex waar de Smaragdgroene Boeddha gehuisvest is. Het beeld is maar 66 centimeter groot en niet gemaakt van smaragd (zoals de naam doet vermoeden) maar van jade. Volgens de legendes komt het beeld oorspronkelijk uit India. De Smaragden Boeddha draagt ieder seizoen een ander kostuum. Eén van de bewakers liet ons op zijn telefoon foto’s zien hoe de verschillende kostuums er dan uit zien. Zo draagt Boeddha in de zomer een kroon en sieraden, in de winter een gouden sjaal en in de regentijd een vergulde monnikspij en hoofdtooi. Alleen de koning of kroonprins mag de kostuums verwisselen tijdens een ceremonie. Het moet voorspoed en geluk brengen in ieder seizoen.

Na het bezoek aan de Smaragden Boeddha liepen we via het Koninklijk Paleis naar de uitgang. Wat een mensen niet normaal! We vervolgden onze weg in de richting van de Wat Po. Onderweg stopten we voor een ietwat verlate lunch bij restaurant Royal Club. Hier aten pappa en Keyro een heerlijke pittige Thaise groene curry, eentje met kip en eentje met beef. Ik had een mildere Massaman curry en mamma had garnalen met knoflook en basilicum. Het gerecht zat boordevol met hele rode rawitpepers. Het stoom kwam haar uit de oren. Gelukkig had zij een soda met limoen en honing om de hitte wat te temperen. Wij dronken een verse mango smoothie.

 

Met weer nieuwe energie liepen we naar de Wat Pho. Het Thaise woord voor een tempel met een klooster is “Wat”. In heel Thailand staan naar schatting zo’n 30.000 tempels die bewoond worden door ongeveer 250.000 monniken. Het Boeddhisme is geen geloof maar een levenswijze. Toch wordt het gezien als de belangrijkste “godsdienst” van het land. De Wat Pho is de grootste en oudste tempel van Bangkok. Op het terrein zagen we veel stoepa’s (symbool van het Boeddhisme). De stoepa’s zijn kleurrijk versierd met Chinees porselein. De legende gaat dat vroeger veel Chinese schepen aanmeerden in de haven van Bangkok en hier hun overtollig porselein dumpten. Veel porselein werd gerecycled en gebruikt om tempels mee te versieren.

Het hoogtepunt van deze tempel is de Phra Buddha Saiys. De 46 meter lange en 15 meter hoge liggende boeddha wordt in heel Thailand aanbeden. Het was niet gemakkelijk om het Boeddhabeeld te fotograferen want het ligt verscholen achter grote pilaren. Terwijl we door het tempelcomplex liepen begon het een heel klein beetje te regenen. Op ons gemak liepen we terug naar het hotel om even wat bij te komen van de hitte. ’s Avonds zijn we gaan eten bij Krua Apsorn restaurant een paar blokken verwijderd van ons hotel. Het restaurant had verschillende prijzen gewonnen.

We bestelden weer verschillende gerechten o.a. Massaman curry met garnalen en lotuswortel, gebakken rijst en een rode curry. Ik wilde graag de Thaise viskoekjes maar deze zouden erg pittig zijn volgens de serveerster. Toch werden ze besteld en ze waren heerlijk. Een beetje pittig maar zeker niet zo dat de vlammen uit mijn oren kwamen. Mamma had een bekend Thais gerecht: Tom Yam Kung, een Thaise pikante en zure soep met garnalen. Terug op onze kamer was er weinig tijd om nog iets te doen want morgenochtend moeten we om 5:30 uur al opstaan voor een activiteit. Wordt vervolgd……

Klungkung

We huurden voor vandaag een privé chauffeur die ons eerst naar een paar mooie tempels zou brengen en daarna af zou zetten in Sanur. We vertrokken op tijd want we wilden proberen om bij de eerste tempel de grote toeristenstroom voor te zijn en dat lukte. Onze chauffeur hield er goed de vaart in en na ongeveer twintig minuten rijden, waren we bij de Pura Gunung Kawi. We moesten om de tempel te betreden een sarong dragen (de volwassenen) en de kinderen een sjerp. We betaalden natuurlijk veel te veel voor de sarongs en later bleek dat je ze bij de ingang gewoon kon lenen. Ach ja, een extra souvenir is ook best leuk.


Om bij de Pura Gunung Kawi te komen moesten we eerst zo’n 260 traptreden afdalen. Onderweg hadden we een mooi uitzicht over de vallei met prachtige rijstterrassen. We werden meerdere malen gepasseerd door de lokale bevolking die offers gingen brengen bij de tempel. De vrouwen dragen de offers in rieten manden op hun hoofd, heel knap. Beneden staken we de oude stenen brug bij rivier de Pakerisan over en kwamen bij het tempelcomplex waar je de rotstempels vindt. Het bleken tien hoge uitgehakte candi’s (beelden) in de rotsen te zijn die dateren uit de 11e eeuw.


Pura Gunung Kawi

Men dacht dat het grafmonumenten waren maar dat klopt waarschijnlijk niet. Men denkt dat ze ter ere van de Koninklijke familie van de Udayana-dynastie zijn gemaakt. Bij de tempels zelf werden er voorbereidingen getroffen voor de vollemaanceremonie van morgen. Het vlechten van offermandjes, vlaggen en bloemenkransen is een taak die behoorlijk tijdrovend is. Op de terugweg naar boven kochten we nog een klein souvenir, een ketting met een munt er aan. Onze volgende stop was bij de Hindoeïstische Pura Tirta Empul tempel. De tempel werd gebouwd in het jaar 962 ten tijde van de Warmadewa-dynastie.


Weer een nieuw souvenir.

De tempel is bekend vanwege haar heilig water dat uit een nabijgelegen bron komt en dat gebruikt wordt voor reinigingsrituelen. Vele Balinezen komen hier jaarlijks om rijstoffers te brengen, te bidden en zich onder te dompelen in het heilige water. De mensen reinigen zich in het water voor hun gezondheid en geluk. We volgden op gepaste afstand het reinigingsritueel van een familie en twee jonge jongens. Het was interessant om te volgen en te zien. Na deze tempel gingen wij op weg naar paleis van Klungkung. Onderweg stuitten wij op een belangrijke en laatste plechtigheid in het leven van de Balinees namelijk de crematie. We zagen de voorbereiding van de processie waarbij de kist van de overledene door dragers naar de begraafplaats zou worden gebracht. De hele familie en alle mensen uit het dorp of wijk lopen mee in de stoet, net als een band en onderweg worden liederen gezongen.

Er wordt van alles gedaan om de overledene voor te bereiden op het hiernamaals. De straten worden hiervoor tijdelijk afgezet. Zo kan iedereen waardig afscheid nemen van de overledene. Uiteindelijk wordt het lichaam en allerlei offergeschenken open en bloot verbrand. Enkele uren later wordt de as uitgestrooid. Voor de crematie wordt het lichaam vaak tijdelijk begraven bij een tempel want crematies zijn vrij duur. In rijke families wordt het lichaam vrij snel verbrandt na het begraven maar in armere gezinnen kan dit soms langer duren. Sommige families wachten net zolang tot er voldoende geld is voor de crematie. De hele arme mensen maken gebruik van een Koninklijke crematie waarbij soms wel meer dan honderd lichamen te gelijk worden gecremeerd, dit is gratis.

Tegen 11:00 uur arriveerden we in Semarapura waar wij de overblijfselen van het historische Klungkung paleis zouden bezoeken. Bij het verlaten van de auto stapte Keyro in een diep gat en haalde hij zijn been lelijk open. Het was gelukkig een oppervlakkige schaafwond maar zijn been inclusief de wond was bedekt met gesmolten teer van het asfalt. Met veel doekjes wist hij het zelf redelijk schoon te maken. We betraden het paleis dat werd beschouwd als het hoogste en meest belangrijke van de negen koninkrijken van Bali uit de late 17e eeuw tot 1908. Het paleis werd verwoest tijdens de Nederlandse koloniale verovering. Het paleis werd gebouwd in een vierkante vorm met de belangrijkste poort naar het noorden. Het werd verdeeld in een aantal blokken voor verschillende rituelen en functies. Het Bale Kambang (drijvende paviljoen) is het hoogtepunt van de gebouwen die er nog staan.


Klungkung

Het Kerta Gosa is het Paviljoen van de gerechtigheid. Rechters losten hier problemen op die niet binnen families of dorpsgemeenschappen konden worden opgelost. Op het plafond zijn tekeningen geschilderd die duidelijk moeten maken wat het verschil is tussen goed en kwaad en wat je straf zou kunnen zijn. We bezochten ook het kleine museum met onder andere oude Hollandse kranten en veel militaire spullen. Na ons bezoek aan het paleis reden we in één keer door naar de badplaats Sanur. Het eerste hotel waar we gingen vragen om een kamer had niets meer beschikbaar. Onze chauffeur vroeg naar onze prijsklassen en wist een leuk hotel.

Bij Hotel Bumas hadden ze nog wel een kamer voor ons beschikbaar. We moesten alleen even wachten want de kamer werd net schoongemaakt. Ondertussen doken Keyro en ik in het zwembad. We hadden hier niet één maar twee zwembaden om uit te kiezen. We liepen rond 14:30 uur richting het levendige centrum van Sanur met allemaal barretjes en restaurants. Sanur was vroeger een klein vissersplaatsje aan de zuidoost kant van Bali maar groeide door de komst van toeristen. Het traditionele karakter van de stad heeft het echter redelijk weten te behouden doordat de overheid heeft besloten dat de gebouwen niet hoger dan vijftien meter mogen zijn.


Strand bij Sanur.

We gingen bij een restaurant iets eten en bestelden laksa (curry en vis noodlesoup), bakso (noodlesoup) en twee keer mie goreng. Na de late lunch vertrokken we naar het strand dat achter de hoofdstraat, hotels, restaurants en winkels ligt. Langs het 5 kilometer lange strand loopt een voet/fietspad zodat je er heerlijk kunt flaneren. De zee bij Sanur is kalm en ondiep. Het was eb en er waren brede stroken zanderige modder met hier en daar wat koraal zichtbaar. Wij doken meteen in het zand om te graven en te bouwen. In de avond besloten wij om het rustig aan de doen en lekker in het hotel te blijven. Pappa en mamma hadden een afhaalrestaurant gezien en daar haalden ze rond een uur of acht wat te eten. Op het bed aten we van de mie goreng, nasi goreng, nasi campur en loempia’s terwijl we een film keken die we niet konden verstaan, haha.

Dag 14; Tempel van de Tand

We bleven vandaag de hele dag in en om Kandy dus we konden iets langer in bed blijven liggen. Na een uitgebreid ontbijt haalde Nana ons op. We hadden ons schema gisteren iets aangepast en daarom gingen we vandaag naar de Tempel van de Tand. De stad Kandy was de laatste hoofdstad van het Singhaleserijk voordat het eiland in 1815 in Engelse handen viel. De stad is vooral bekend vanwege de Dalada Maligwa (Tempel van de Tand) waar volgens de verhalen een hoektand van Boeddha bewaard zou worden.


Wij brachten als eerste een bezoek aan deze beroemde tempel. De ingang was goed beveiligd met gewapende militairen en betonblokken. In het verleden werd er door de Tamil Tijgers een aanslag gepleegd op de ingang van het complex en daarbij zijn vele doden gevallen. Nu bestaat de ingang dus uit hekken, metaaldetectors en militairen. Wel stonden er veel kraampjes met fleurige lotusbloemen die door pelgrims gekocht werden om de tand van Boeddha te vereren. Samen met pappa ga ik door de controle en Ronac ging met mamma.

Om de gebouwen te mogen betreden moesten we uiteraard onze schoenen uit doen en op blote voeten verder gaan. Bij de eerste zaal waar we binnen kwamen, stonden twee mannen te trommelen, dit hoorde bij de puja-ceremonies (offerdiensten) die drie keer per dag uitgevoerd worden. Voor de ruimte waar de heilige tand bewaard wordt, was het erg druk. Veel mensen stonden in de rij, offerden lotusbloemen of zaten op de grond te bidden. Drie keer per dag (‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds) worden er rituelen uitgevoerd en wordt de deur naar de tand geopend. Men krijgt de tand niet te zien, maar wel een gouden kistje op het altaar in de vorm van een stupa waar de tand in zou zitten.


De tand zou na Boeddha’s verbranding uit het vuur zijn gehaald en werd uit India naar Sri Lanka gebracht. Vele eeuwen wordt de tand op Sri Lanka al vereerd. Vanaf Anuradhapura verhuisde de tand steeds mee wanneer de hoofdstad van het Singaleese rijk verplaatst werd. Zo kwam hij uiteindelijk in Kandy terecht. Het duurde nog een tijd voordat de deur werd geopend en Nana besloot om eerst naar het museum te gaan.

Hier zagen we veel schilderijen hangen die het verhaal vertellen van de tand. Voor mij dus makkelijk te begrijpen en ik volgde aandachtig alle schilderijen zodat ik de hele geschiedenis begreep. We stonden al bijna buiten toen we Nana er aan herrinerden dat we de tand nog niet hadden gezien. Hij was het bijna vergeten en we keerden weer terug naar de Inner tempel op de eerste etage. We sloten aan in de rij en liepen tien minuten later in een flits langs de kleine ruimte met de gouden stupa (dagoba). Je hebt maar tien seconden om te kijken en je kunt bijna niet stil staan. Toch was het lang genoeg voor mij om de mooie gouden stupa te zien glinsteren.

Op de terugweg naar de minivan kwamen we nog een olifant tegen. De mahout nam een baby mee en liep met haar een aantal keer onder de buik van de olifant door. Het zou de baby geluk brengen in de toekomst. We reden via een slingerende bergweg naar Peradeniya, een plaats net buiten Kandy. Hier bezochten we de botanische tuinen van Peradeniya.

In 1371 werden de tuinen aangelegd door de toenmalige koning en in 1815 hebben de Engelsen er een botanische tuin van gemaakt. Het regende flink dus onze paraplu’s gingen mee. We bezochten als eerste een kas met allerlei soorten orchideeën. In de tuinen was een verscheidenheid aan bomen en tropische planten en ondanks de regen was het prachtig om er doorheen te lopen. Op de Memorylane stonden bomen die gepland waren door hoogwaardigheidsbekleders o.a. Joeri Gagarin en Indira Gandhi. Onze lunch hadden we in de tuin bij een mooi paviljoen. Om daar te komen moesten we een flink grasveld oversteken en het was echt soppen geblazen in onze schoenen.


Ondanks de regen was de botanische tuin toch prachtig

Toen we aan tafel op ons eten wachten, hoorden we dat er mensen waren met bloedzuigers op hun lichaam. Ik werd een beetje panisch en mamma controleerde ons meteen. Wij hadden niets maar pappa bleek er eentje tussen zijn tenen te hebben. Hij had er niets van gevoeld maar er liep wel een straaltje bloed over zijn voet. Hij haalde hem met een doekje er vanaf, jakkes. Het eten was super uitgebreid en de curry’s pasten niet allemaal op tafel en werden daarom op een extra bijzettafeltje gezet. Het eten en de service was hier echt top en toen we afrekenden konden we bijna niet geloven dat we in verhouding zo weinig hoefden te betalen.


We liepen terug aar de minivan en besloten om niet naar het Millenium park te gaan en als alternatief gingen we naar een edelstenenshop/juwelier. In Sri Lanka worden veel edelstenen gevonden soms hele kostbare. Zo vonden ze hier ooit de grootste en zwaarste blauwe saffier ter wereld. Bij de juwelier kregen we eerst een film te zien, in het Nederlands ook nog, over de mijnbouw en het delven van edelstenen in Sri Lanka, zeer interessant. Na de film zagen we onbewerkt en bewerkte edelstenen zoals saffieren, robijnen en maanstenen. In de winkel keken we even rond en pappa zei tegen mamma dat ze wel een mooi sierraad uit mocht zoeken. Ze had tenslotte nog geen verjaardagscadeau gehad.

Mamma’s oog viel op de bijzondere Cat’s Eye (kattenoog), een mineraal die na bewerking een kattenoogeffect geeft. Bij de juiste lichtinval wordt er een zilverachtige streep veroorzaakt in de steen en dit lijkt op een kattenoog. Er waren verschillende kleuren stenen variërend van grijs, bruinig tot groen. Vroeger waren kattenogen geliefde edelstenen die men combineerde met diamanten. De steen zou je aura beschermen tegen een negatieve energie en het stimuleert geluk, vertrouwen, innerlijke rust en voorspoed. Na wat zoeken, kijken en onderhandelen zocht mamma een mooie steen uit die ze in een ring zouden plaatsen. Morgenochtend zou de ring klaar zijn en konden we hem ophalen.

We bezochten daarna nog een werkplaats voor houtbewerking. Hier zagen we verschillende houtsoorten en hoe je deze in verschillende kleuren kan verven met natuurlijke producten. Het was sjiek om te zien wat een mooie dingen de houtbewerkers allemaal maakten van het hout. Van bed tot kast, maskers en schaakspellen.


Rond 16.30 uur stapten we uit bij de “Kandyan Arts Association Hall” vlakbij de Tempel van de Tand. Hier kregen we een culturele dansshow te zien van de “Kandy Dansers”. Helaas was het druk en waren de voorste rijen al bezet. Gelukkig vonden we een plaatsje op de vijfde rij en hadden we ruim zicht op het podium. Een paar minuten voor aanvang van de show kwam een man mamma en Ronac halen en mochten ze op twee gereserveerde plaatsen op de voorste rij gaan zitten. De show begon met mannen die in rood-witte kleding een oorverdovend lawaai produceren met hun traditionele instrumenten, de “Pancha Thuryas”. Er werden verschillende dansen opgevoerd en die werden begeleid door de muziekinstrumenten.Halverwege moesten Ronac en ik allebei naar het toilet. Snel plassen en daarna weer terug voor de show. Ik glipte snel met mamma en Ronac mee om de tweede helft ook vanaf de voorste rij te kunnen zien.

De dansen waren heel acrobatisch en ik vond het fantastisch. Aan het einde van de voorstelling was er een act met vuurfakkels die ze over hun lichaam lieten bewegen. Ze deden de fakkel zelfs in hun mond! Als laatste werden er kolen aangestoken. Je voelde de hitte er van af komen en toen gingen er twee mannen over heen lopen op blote voeten! Met open mond zaten wij te kijken, hoe kan dat?? Ongelofelijk hoor, zo knap!

Na deze show gingen we terug naar het hotel en regende het nog steeds. We kleedden ons om en gingen lekker wat eten in het goede restaurant van het hotel. Mamma waagde zich aan de verse krab en had veel priegelwerk om de kleine beetjes vlees uit de schaal te halen. Ze liet mij proeven en ik moet toegeven dat het wel heel erg lekker was. Ik nam verder soep, pasta met pestosaus en overheerlijke toetjes. Jammer dat we dit hotel morgen weer verlaten want ik vond het echt een super goed hotel.

Chengdu, Wuhou tempelcomplex (dag 9)

We stonden vandaag redelijk op tijd op en besloten om eerst te gaan ontbijten voordat we naar het busstation zouden gaan. We bestelden één koffie voor Ralph, verse sinaasappelsap, muesli met fruit en yoghurt en één keer roerei met brood. Na het ontbijt liepen we naar de straat om een taxi naar het busstation te nemen.


Ook In Chengdu nog veel fietsen.

Eenmaal bij het busstation aangekomen bleek het erg druk te zijn. Overal stonden lange rijen bij de counters en alles was zoals overal in het Chinees aangegeven. We liepen wat rond en zagen een informatiebalie waar we direct naar toe liepen. We lieten het briefje zien met de plaats Hua Xu Ling erop in het Chinees. De dame vertelde ons dat alle bussen vol zaten en dat we met de bus van 14:00 uur mee konden. Tja, het was net 10:30 uur en dat zou veel te lang gaan duren omdat de rit ook nog eens twee uur zou duren.

We moesten ter plekke een alternatief bedenken wat lastig is als je die dag toevallig geen reisgids hebt meegenomen. We keken op de plattegrond die we hadden meegenomen en ik kon mij herinneren dat ik een stukje over de Wuhou tempel had gelezen. Het bleek niet ver van het busstation af te liggen en we besloten om er naar toe te lopen. We liepen over een promenade langs de rivier met zicht op de hoge gebouwen, kantoren en appartementen. Het was flink warm maar na ongeveer een half uur lopen waren we bij het complex aangekomen.


Het prachtige Wuhou tempel complex.

Ik sloot aan in de rij met Chinese toeristen om de entreekaartjes te kopen. Toen ik de kaartjes had bemachtigd en terug liep stonden de mannen te kijken bij een grote spin die zich verscholen hield bij een boom. We liepen naar de ingang en volgden de stroom aan Chinese toeristen die door de vele toerbussen werden aan- en afgevoerd. Inmiddels beginnen we wel een beetje gewend te raken aan de grote hoeveelheden Chinese toeristen. Het complex bleek niet alleen te bestaan uit de Wuhou tempel maar had ook prachtige tuinen, een museum en nog diverse andere tempels.


Weer op de foto met de Chinese toeristen.

De Wuhou tempel(Tempel van de Hertog van Wu) is gebouwd ter nagedachtenis aan de legendarische Shu minister van oorlog, Zhuge Liang. De man was een befaamd militair in de periode van de drie Koninkrijken (220-80). In de Ming periode werd de tempel samengevoegd met de Zhaomieliao, een tempel gewijd aan de nagedachtenis Liu Bei. In de tempel vind je een tiental beelden van beroemde personen uit de Shu en de Han periode, verder gedenkstenen, rollen en heilige voorwerpen. We wandelden door het prachtige complex en dwaalden door de rustgevende tuinen.


Eventjes uitrusten.

Keyro rende wel vijf rondjes rond een grafheuvel in de benauwde hitte. Veel mensen en ook wij stonden hem raar aan te kijken waar hij de energie vandaan haalde. De tempels waren prachtig en we brachten er flink wat uren door.

Naast de Wuhou tempel ligt Jinli street. Een toeristische straat met nagemaakte authentieke straatjes waar je souvenirs kunt kopen, wat kan drinken of een hapje kunt eten in ´snack`street. We wandelden langs de kraampjes en namen ook iets te snacken.

We dachten dat we kip op stokjes hadden besteld maar het bleek hele pittige tofu te zijn. Erg lekker maar te pittig voor de kinderen en wij moesten dus 6 stokjes met z´n tweetjes verorberen. Ronac at nog een kleine pannenkoek met suiker.

In de ´snack´street kon je werkelijk van alles snacken, stokjes vlees, vis, orgaanvlees, bamboebladeren met rijst, noodles in een bakje, eend en kleine vogeltjes op een stokje.


Lopen door de toeristische Jinli straat.

Terwijl we terug liepen kwamen we ook nog langs een optreden van Chinese danseressen waar we even bleven staan kijken. We hadden direct een taxi terug naar Sim´s hostel waar we lekker even hebben gerelaxed.


Lekker vogeltje eten?

Rond de klok van 19.00 uur zijn we lekker bij Sim´s gaan eten. Op zich wel makkelijk en ze hebben een prima keuken. Keyro nam frietjes en wij beiden een kipgerecht met rijst. ‘s Avonds terwijl de kinderen sliepen pakten we de rugzakken weer in en maakten we alles zo ver klaar om morgenochtend zo snel en makkelijk mogelijk kunnen vertrekken. De taxi komt al om 5.30 uur want de vlucht is om 7.30 uur en we moeten circa anderhalf uur van te voren aanwezig zijn. Het zal dus een korte nacht worden en hopelijk kunnen we wat bij slapen tijdens de lange rit met vliegtuig en bus naar Dalí.

Chetumal – Tulum – Playa del Carmen (dag 13)

Onze laatste reisdag met de auto was aangebroken. Na het ontbijt werd de auto nog een keer ingepakt en zo begonnen we aan onze laatste 325 kilometer. We reden ongeveer twee uur over een saaie rechte weg met af en toe wegwerkzaamheden. Ik kon gelukkig de Disney film van Robin Hood op mijn dvd-speler kijken.


“El Trenecito”

We stopten bij het dorpje Tulúm Pueblo waar we vlakbij de ruïnes van de oude Mayastad Tulúm zouden bezoeken. Vanwege de ligging dichtbij Cancun en Playa del Carmen zijn deze ruïnes super toeristisch. We zagen veel Amerikanen, veel souvenirwinkeltjes en amusement / vermaak voor de toeristen. Hier reed ook een speciaal toeristentreintje “El Trenecito” naar de ingang van het ruïnecomplex zodat men niet hoefde te lopen. Het bleek echt een ritje van een paar minuten te zijn maar ik vond het wel leuk.


Tulúm

Hier bij Tulúm is geen oerwoud en de ruïnes liggen op een 12 meter hoge klif aan de Caribische zee. Het was erg warm en ik was flink aan het zweten. Via een gat in de ommuring kwamen we binnen in het complex. Over de prachtig aangelegde paden en goed onderhouden grasperken liepen we langs de ruïnes. Overal zagen we hagedissen en leguanen in de zon zitten. De ommuurde stad strekte zich in de lengte uit over de rotsen langs de zee en het was in het verleden een belangrijk religieus centrum. Ook was Tulúm een belangrijke handelsplaats van de Maya’s en het enige fort dat aan zee werd gebouwd. Zo kwamen hier land- en zeeroutes bij elkaar en werd er waarschijnlijk zelfs handel gedreven met de binnenlanden van het huidige Guatemala via de Río Motagua. Binnen in “El Castillo” staken de Maya’s vuur aan en het licht van dit vuur scheen door twee openingen in de muur aan de zeezijde. Het doel hiervan was om de zeelui veilig tussen de vele rotsen door te loodsen.


Leguaan op de uitkijk bij Tulúm.

Tulúm heeft voorheen waarschijnlijk bekendgestaan onder de naam Zama, wat ‘stad der ochtendstond’ betekend. Tulúm is ook het Yucatec-Maya woord voor hek of muur, en de muren rondom het complex dienden ertoe dat het fort van Tulum bescherming bood tegen een invasie.
We liepen verder rond en kwamen langs de Tempel van de Fresco’s en “El Castillo”. Vanaf de klif hadden we een prachtig uitzicht over de azuurblauwe maar woeste zee. Pappa en mamma vonden de zee te woest en de golven te hoog en ik mocht helaas niet zwemmen. Wel bleef ik lang staan kijken bij het uitkijkplatform. Wat een uitzonderlijk mooie lokatie voor een stad is dit.


Lachen op de foto met Ronac en pappa.

Na onze rondwandeling namen we “El Trenecito” terug en zijn we nog lekker iets gaan eten. Ik at bijna een heel bord met papas fritas leeg. Ondanks dat alles erg toeristisch was, smaakte het eten er niet minder door. Ons laatste stukje per auto ging naar Playa del Carmen en het stadsdeel Playacar waar ons hotel zich bevindt. We hadden de verkeerde afslag maar via de volgende afslag kwamen we er ook. We moesten onze hotelvoucher laten zien aan een beveiligingsmannetje voordat we de hotelzone mochten betreden. We moesten nog een aardig stukje rijden en een aantal diepe topes trotseren voordat we bij het hotel aankwamen.

We parkeerden de auto en checkten in bij RIU Hotel Yucatán. Alles werd uit de auto gehaald en naar onze kamer gebracht. We bleven niet te lang op onze kamer en in het hotel want de huurauto moest ingeleverd worden. We zouden naar het stadskantoor in Playa del Carmen moeten gaan maar de receptioniste zei dat we het ook bij het winkelcentrumpje in Playacar konden proberen. We reden hier naar toe en leverden de auto daar af. Wat een goede tip van de receptioniste want dit kostte een stuk minder tijd. Alles werd afgehandeld en er waren gelukkig geen gebreken aan de auto.

In totaal hebben we deze vakantie bijna 2500 kilometer met de auto afgelegd. Soms zijn we de weg kwijt geweest, verkeerd gereden, topes rustig en hard overgereden, diverse controles gehad maar uiteindelijk hebben we veilig en zonder pech of ongelukken Playa del Carmen bereikt. Opnieuw is gebleken dat pappa een prima chauffeur is die zich overal aanpast en mamma redelijk goed kan navigeren. ‘s Avonds inspecteerde ik met pappa nog het zwembad en het strand maar het was helaas al te laat om een frisse duik te nemen. Komende dagen krijgen we wat meer rust, hoeven we niet meer te rijden en kunnen we lekker gaan relaxen.

Palenque (dag 11)

Het had vannacht flink geregend maar gelukkig was het vanochtend weer opgeklaard. We hadden het ontbijt in de eetzaal en kregen zoals bijna overal roerei, bonenpuree, brood en fruit. Ik at lekker brood met jam.

Vandaag gingen we naar de bekende archeologische Maya vindplaats vlakbij Palenque. Palenque ligt op de grens van het laagland van Yucatán en de Lancadón-jungle. We hoefden maar een klein stukje (circa 10 minuten) te rijden tot de ingang van de ruïnes. Palenque is vooral vanwege de ondoordringbare jungle een van de meest bijzondere overblijfselen van de Maya’s.


Eindelijk samen de Maya tempels beklimmen met pappa.

We betaalden de entree en moesten eerst een stukje door de jungle lopen totdat we door de dichte vegetatie een gebouw konden zien. Sommige ruïnes liggen nog volledig bedekt onder het oerwoud terwijl andere volledig zijn vrijgemaakt en gerestaureerd. In Palenque regeerde een van de bekendste Maya koningen namelijk Pakal de Grote. Hij regeerde van 615 tot 683 en heeft de indrukwekkendste graven in Midden-Amerika nagelaten.

Het eerste wat voor ons opdoemde was de Tempel van de Inscripties. Binnen in de tempel is een lange hiërogliefentekst die het koningshuis van de stad en de daden van Pakal de Grote beschreef. Bij het opheffen van een grote steen in de vloer kwam er een gang te voorschijn, die naar een lange inwendige trap voerde die terug naar de begane grond en de tombe van de vergoddelijkte Pakal leidde.

De Tempel van de Stervende Maan naast de Tempel van de Inscripties konden we beklimmen. Samen met pappa ging ik de hoge traptreden op als een echte ontdekker. Sjiek hoor, hier had ik de hele vakantie al op gehoopt. We liepen daarna naar het middelpunt van het complex namelijk “El Palacio”(het paleis). Het paleis is gebouwd op overblijfselen van eerder gebouwde gebouwen en beslaat een totale oppervlakte van ruim 5000m2.


uitzicht op o.a. het paleis.

In het paleis waren o.a. een sauna, sanitaire ruimtes met stromend water en riolering. Ook is er een vierkante toren waarvan de functie nog niet achterhaald is. Ik liep eerst samen met pappa door het paleis en daarna gaf ik mamma een rondleiding als een volleerd gids. Mamma ontdekte op een muurtje nog een grote harige spin. Volgens een van de gidsen die daar rond liep was het een tarantula (vogelspin).

Vogelspinnen worden door veel mensen gevreesd door de grootte en het sterk behaarde lichaam. Vogelspinnen zijn ondanks hun grootte relatief ongevaarlijk. De meeste soorten zijn niet erg snel, niet giftig voor de mens en ook niet agressief. Ik vond de spin niet eng maar bekeek hem toch maar van een afstandje.

Door het oerwoud liepen we naar het Plein van het Kruis. Hier staan drie tempels Tempel van het Kruis, Tempel van de Zon en Tempel van het Bebladerde Kruis waarvan laatste het grootste is. We beklommen de Tempel van het Bebladerde Kruis met z’n vieren. Zelfs Ronac vond het leuk want hij heeft de hele weg naar boven hard zitten lachen. Vanaf de tempel hadden we een prachtig uitzicht over de Tempel van de Inscripties, het Paleis en het oerwoud. In het oerwoud zouden ook brulapen moeten zitten maar wij hebben ze niet gezien of gehoord, jammer.

Bij een van de vele souvenirstalletjes kochten we nog twee lederen zemen met de Maya-kalender erop. De Tzolkin was de heilige kalender van de Maya en telde 260 dagen. De kalender was afgestemd op de natuurlijke ritmes van het menselijk lichaam en op de cyclus van de aarde met de maan en zon. Heel ingewikkeld allemaal en ik ga het gewoon gebruiken als schatkaart om de Mayaschat te vinden. Het begon langzamer warm te worden en daarom liepen we zo veel mogelijk door de schaduw in de richting van de uitgang.


Ons hotel “Plaza Palenque”

‘s Middags gingen we heerlijk zwemmen in het zwembad van het hotel. Ik zag ook nog een hele grote iguana (leguaan) die uit een boom kwam klimmen. Het was een groene leguaan (iguana iguana), een reptiel (koudbloedig dier) die lekker in de zon ging liggen om zichzelf op te warmen. Iguana’s kunnen wel tot 2 meter groot worden en kunnen goed klimmen. Ze eten voornamelijk bladeren en fruit. Ik blijf het toch fascinerende dieren vinden. Tussendoor aten we lekker wat bij het zwembad en ik bleef zwemmen tot het uiteindelijk weer begon te regenen en onweren (wat een verrassing). ‘s Avonds werden de rugzakken alweer gepakt want morgen vertrekken we richting de kust

Mérida – Uxmal (dag 5)

Vandaag moesten we ons hotel in koloniale Mérida alweer verlaten. We waren weer op tijd wakker, rond half zeven. Eerst gingen we beneden nog eventjes a la carte ontbijten. Ik kreeg lekker een beker yoghurt met héél veel honing.


Parque Hidalgo.


Ontbijten in hotel Caribe.

Na het ontbijt maakten we eerst nog een korte wandeling door Mérida want gisteren hadden we niet alles kunnen zien door de regenbui aan het einde van de dag. Mérida is net als andere koloniale steden gebouwd in een rastersysteem rond het Zócalo (of ook wel Plaza Mayor genoemd). We liepen via de drukke straatjes naar het Zócalo (hoofdplein).


De Cathedral San Ildefonso.

Aan het Zócalo staat het Palacio Municipal (gemeentehuis) en de Cathedral de San Ildefonso. Beiden mooie gebouwen en de kathedraal is zelfs de oudste van Amerika. We liepen hier een tijdje rond over het midden van het plein en rende ik achter de vele duiven aan. Op het plein zaten ook veel schoenenpoetsers die de schoenen van hun cliënten lieten blinken.

Vervolgens liepen we terug naar hotel Caribe om uit te checken. We brachten de spullen naar beneden en samen met pappa liep ik naar de parkeergarage een blok verderop. Samen reden we twee calles (straten) terug naar het hotel waar we de spullen bijna voor de deur in konden laden.
We reden door het drukke centrum Mérida uit en tankten nog eventjes zodat we met een volle tank op pad gingen. Op sommige plaatsen zijn minder tot geen benzinestations en we willen natuurlijk niet onderweg strandden met een lege tank.

Het voornemen was om een kijkje te nemen bij Hacienda Yaxcopoil maar we zijn er twee keer langs gereden en konden geen tekenen zien dat het museum geopend was. We reden uiteindelijk maar door naar Uxmal waar we al rond 12:30 uur aankwamen.


Ons hotel in Uxmal.

We verbleven in Hotel Villas Arqueológicas op 5 minuten loopafstand van de ruïnes van Uxmal. De kamer was erg sfeervol en ik had zelfs mijn eigen bed! Het hotel had ook een mooi zwembad en een goede keuken. Terwijl ik aan het wachtten was op mijn noodle-soup zag ik ineens een dier verschijnen. Volgens pappa en mamma was dit een leguaan (iguana) maar ik vond het een krokodil en was er een beetje bang van.


Ik was een beetje bang voor de leguaan.

Na het eten liepen we naar de ruïnes van Uxmal. We betaalden de entree en kregen een bandje om waarmee je naar binnen kon. De Maya-stad Uxmal is gebouwd in de Puuc architectuur (Puuc is de naam van de streek) en staat op de Werelderfgoedlijst. De stijl zagen we duidelijk terug in de Pirámide del Adivino (piramide van de tovenaar). Op het bovenste deel van het bouwwerk staan verfijnde decoraties en de rest van het bouwwerk is vrij sober. De piramide van de tovenaar is met 35 m het hoogste gebouw van Uxmal. Ik zwaaide af en toe met mijn toverstaf (lees: houten stok) en probeerde te toveren maar dit lukte niet. Op de gebouwen zagen we vaak de afbeelding van Chac, de Maya-god van de regen en bliksem mogelijk is dit om dat er in dit gebied veel waterschaarste was.


Abracadabra.

In de oude beschavingen werden vaak goden en godinnen aanbeden. Sommigen van hen zijn gerelateerd aan hemellichamen (zon, ster, maan) weer anderen heersten over schepping, dood of dagelijks leven. De goden werden vereerd en gevreesd en het was dan ook belangrijk om hen gunstig te stemmen met offers.


Pirámide del Adivino (piramide van de tovenaar)

We hadden pas een klein gedeelte gezien toen we het in de verte hoorden omweren en er donkere wolken aankwamen. Het was weer het einde van de dag en dit betekende een tropische regenbui. We waren net op tijd terug bij het hotel en werden gelukkig niet nat. Toen het later ophield met regenen en onweren ben ik nog even met pappa het zwembad in gedoken.

Rond 19:30 uur liepen we opnieuw naar de ruïnes maar deze keer voor een lichtshow. Hiervoor werden we naar het Cuadrángulo de las Monjas (Vierkant van de Nonnen) geleid. Het is een plein dat aan vier zijden wordt geflankeerd door gebouwen met daarin 74 vertrekken die waarschijnlijk werden bewoond door priesters. De benaming is bedacht door de Spaanse ontdekker die het op een klooster vond lijken. De gevels zijn gedecoreerd met talloze maskers van de regengod Chac en slangen. Het beeldhouwwerk is in een nauwsluitend mozaïek aan elkaar gelegd. Door de verschillende kleuren lampen die op de gebouwen schenen kon je de decoratie heel goed zien.


Lichtschow bij de ruines.

De lichtshow en begeleidende muziek zorgden voor een mysterieus schouwspel. Er werden ook nog twee legendes verteld in het Spaans. Mamma had een koptelefoon met de Engelse vertaling en pappa probeerde het in het Spaans te volgen. Voor mij was de één uur durende lichtshow is te lang en ik viel net zoals Ronac in slaap. Zoals vaker deze vakantie moesten pappa en mamma sjouwen met twee slapende kinderen. Ze zullen wel flinke spierballen hebben over 3 weken. Toen we terug waren in het hotel hebben ze ons in bed gelegd en zijn ze met z’n tweetjes beneden gaan eten. Af en toe kwamen ze even bij ons kijken maar veel hebben we er niet van gemerkt.

Cancun – Mérida en Chichén Itza (dag 3)

Vandaag zouden we eindelijk aan de rondreis beginnen als alles goed zou gaan. We werden op onze normale (Nederlandse tijd) wakker, namelijk 7:00 uur. Zo zijn we direct gewend aan het tijdsverschil en hebben dan ook geen last van een jetlag. We pakten de spullen in en gingen lunchen in het buffetrestaurant. Daarna konden we op weg. Even pinnen en wat kleine boodschappen halen en daarna de stad Cancun uit.


Onderweg naar Mérida.

Cancun is een moderne en luxe badplaats gebouwd in de jaren zeventig. We zagen er niet veel van en reden direct naar de carettera cuota (tolweg) richting Chichén Itza. De weg was voor pappa makkelijk te rijden we zagen maar weinig verkeer.

Na ongeveer twee uurtjes rijden kwamen we aan bij het wereldberoemde Chichén Itza, één van de bekendste van de Maya- oudheden. Voordat we de hitte in gingen , het zweet liep ons over de rug, aten we wat bij een restaurantje. (faijitas en taco’s ). Chichén Itza is een groot complex en we liepen meteen als eerste tegen de “Templo de Kukulcán” of ook wel “El Castillo” genoemd aan. Wat een grote Maya-tempel zeg! Ik had ze al in boekjes gezien maar nu ik er voor sta is het wel een enorm gebouw. De tempel bezit tekenen van de Maya cultuur maar ook die van de Tolteken. Men denkt dat er in de glorietijd zo’n 35.0000 mensen hebben gewoond.


Lunchpauze bij Chitchen Itcha.

De 24 meter hoge piramide was gewijd aan Kukulcán, de Maya versie van de god Quetzalcoatl. Het is een volmaakt astronomisch ontwerp: de vier trappen geven de windrichting weer en de 52 panelen op de zijden vertegenwoordigen het aantal jaren van de heilige Maya-cyclus. Helaas is het tegenwoordig verboden om de tempel te beklimmen misschien niet zo heel erg want om met deze hitte 92 traptreden op te lopen en weer af te dalen in een hoek van 45 graden is niet zo’n pretje. We liepen verder en kwamen bij de balspeelplaats die ik ken uit de film “El Dorado”. De speelplaats hier is 168 meter lang en de twee ringen waar de “pelota” (de bal) door heen moet zijn nog intact. Een heel moeilijk karwei om de pelota erdoor te krijgen want de pelota mocht alleen met knieën, heupen en ellebogen van de grond gehouden worden. Men denkt dat de verliezers geofferd werden maar dat zag men als een eervolle dood. Ook zagen we onder andere nog de Tempel van de Krijgers.


Het Maya ruine complex Chitchen Itcha.

De tempel is versierd met beelden van de regengod Chac en de geverderde slang Kukulcán. Een chacmool, een beeld in de vorm van een zittend mens met de knieën omhoog getrokken en twee slangen bewaken de ingang. We kochten nog een klein souvenir en daar was ik erg blij mee. Nu heb ik mijn eigen “Maya tempel”.

We reden daarna via een binnendoor weg met heel veel “topes”, een soort extra hoge verkeersdrempels, naar de plaats Mérida. We reden in één keer goed naar “hotel Caribe” met dank aan google-earth streetview. Het hotel lag middenin het historische centrum van Mérida aan het parque Hidalgo. Hotel Caribe is een voormalig San Ildefonso katholieke school in koloniale stijl. We zaten in een kamer op de tweede etage direct aan zwembad. Helaas begon het net te regenen en onweren dus kon ik het niet uit proberen. We waren allemaal best moe en gingen op tijd naar ons bedje.