Dagje aan de Belgische kust

Op onze laatste vakantiedag was het goed weer en gingen we naar het strand in de Haan. Het was een stukje rijden en we arriveerden rond 12 uur in het dorp. Het was druk en we gingen op zoek naar een parkeerplekje. Toevallig bleek er een plaatsje vrij te zijn naast vakantiehuis “De Dolfijnen”, waar pappa vroeger altijd met de familie naar toe ging.

Waarschijnlijk was hier net iemand weg gereden want werkelijk alles stond vol met auto’s. We namen de spullen mee uit de auto en liepen naar het strand. Bij de boulevard liepen we naar links het strand op. We liepen verder door waar het wat rustiger was en geen strandtenten.

In de duinen vonden we een mooi plekje uit de wind. Snel insmeren met zonnebrandcrème, de zwembroek aan en het strand op. Heerlijk spelen in het zand. We bouwden zandkastelen en groeven kanalen. Natuurlijk werden er ook geulen en dammen gebouwd om het zeewater tegen te houden. Tussendoor gingen we even eten en drinken maar we zaten voornamelijk op het strand. Af en toe namen we een duik in de zee om het zand even tijdelijk van ons af te spoelen.

We bleven tot een uur of zes op het strand en toen moesten we echt gaan. Bij de frituur aten wij een frietje met zure Belgische mayonaise en een snack. We konden niet aan de terugreis beginnen zonder een ambachtelijk gemaakt ijsje te hebben gehaald bij de ijssalon in het dorp. Op de terugweg vielen we allebei in slaap in de auto. Pappa en mamma legden ons thuis direct in bed en het douchen zou morgenochtend moeten gebeuren.

Cua Dai Beach

We zaten vanmorgen rond 9:00 uur al aan het ontbijt. Mamma bestelde een fruitsalade, Ronac cornflakes, ik een bananenpannenkoek en pappa nam Mi Quang (noedels). De noedels zijn speciaal van deze streek en zijn vernoemd naar de provincie Quang Nam. Wat is er zo speciaal aan deze noedels? Ze zijn in tegenstelling tot de andere noedels in bijvoorbeeld Pho, is dat ze veel dikker en geliger (door kurkuma) zijn door de gebruikte rijstmeel. De bouillon is meestal gemaakt van kip of varkensvlees en naast de noedels wordt er een bord met groenten en kruiden (morning glory, koriander, munt) geserveerd.

Na het ontbijt namen we opnieuw de fiets en gingen op weg naar een ander strand. Volgens informatie is het Cua Dai strand veel drukker dan het An Bang strand maar wij wilden dit met eigen ogen aanschouwen. Het was ongeveer 15 minuten fietsen en ook hier moesten we weer verplicht onze fiets stallen. Aan het strand stonden veel palmbomen en waren grote “bulten” (zanddijken) op het strand aangelegd om het land te beschermen tegen de zee.

We liepen het strand op en hier was het zelfde principe als op het An Bang strand. Gratis ligbedden en parasol bij gebruik maken van lunch in bijbehorende strandtent. Wij renden meteen het strand op en gingen weer heerlijk onze gang. Mamma hielp nog even een Japans stelletje dat met de scooter was gevallen. De verwondingen van de jongen waren best flink met heel veel vuil er in. Het vuil kon niet goed verwijderd worden en mamma en een behulpzame Vietnamese verkoopster adviseerden om In Hoi An naar een dokterspraktijk te gaan. De jongen vertrouwde echter op een of ander zalfje wat een passerende Japanse toeriste hem gaf en volgde het advies niet op.

Ondanks de verhalen die we hadden gehoord over dit strand vonden wij het juist prettiger en relaxter dan het andere strand. We  hadden een goede lunch bij de strandtent met hamburgers, mamma met zoetzure garnalen met ananas en pappa met clams (oesters). Tegen half vijf werd het ineens heel erg donker en toen we achter ons keken naar het vaste land, hingen daar grote donkere (onweers)wolken.

We pakten de spullen in en liepen naar onze fietsen. Het begon te waaien en de eerste druppels begonnen al uit de lucht te vallen. We stapten toch op de fiets maar al snel kwam de regen met bakken uit de lucht. Binnen enkele minuten waren wij helemaal nat. Ik fietste gewoon in mijn zwembroek dus voor mij maakte het niet uit. Straten kwamen onder water te staan en af en toe hoorden we in de verte wat onweer. Het bleef onze hele terugreis regenen en dit was dus een flinke tropische regenbui.

Bij het hotel werden we door het meisje van de receptie opgewacht met handdoeken om ons af te drogen. We besloten om ons een beetje op te laten drogen en zochten een plaatsje op het terras en bestelden (Vietnamese) thee, koffie en warme melk om een beetje warm te worden. De regen had ons toch wel wat afgekoeld.

’s Avonds zijn we in het centrum gaan eten bij een Thais restaurant. We hadden viskoekjes, Chiang Mai kippenpootjes, Satay, en als hoofdgerecht diverse curry’s (massaman, groene en rode curry). Op de terugweg kochten we nog wat souvenirs en genoten wij voor de laatste keer van de prachtig verlichte straatjes. Wat een prachtig en gezellig stadje is Hoi An. Een echte aanrader voor iedereen die naar Vietnam gaat. Ronac viel al vrij snel in slaap en ik keek samen met pappa naar de EK finale vrouwenvoetbal. Het Nederlandse vrouwenelftal wist heel knap de titel te winnen en zijn Europees kampioen.

An Bang Beach

Vandaag voelde ik me al een stuk beter. Ik was nog wat slapjes maar de koorts leek gezakt te zijn. We hadden eerst ontbijt met brood en ei. We maakten onze tassen klaar om naar het strand te gaan.

Bij het hotel konden we gratis gebruik maken van de fietsen. Voor Ronac hadden ze zelfs een kleinere fiets geregeld. Ronac probeerde de fiets maar vond hem niet fijn en besloot met veel theater dat hij bij pappa of mamma achterop zou gaan. We vertrokken rond 10:00 uur in de richting van het An Bang strand. Het was ongeveer 6 kilometer en we volgden de hoofdwegen. Ik fietste steeds achteraan want ik had nog maar weinig energie.

We stopten tussendoor om wat te drinken en van de omgeving te genieten. Vlakbij het strand werden we aangesproken door vele mannetjes die ons hun fietsenstalling aanprijzen. We kwamen niet met de fiets bij het strand en moesten dus onze fiets stallen. We kregen een nummer op ons zadel dat we betaald hadden en bij elkaar hoorden. We gaven aan dat het niet klopte en Keyro bij ons hoorde maar er werd niet echt geluisterd of het werd niet begrepen.

We lieten het zo en liepen naar het strand. Er waren veel barretjes en restaurants en we besloten om eerst iets te drinken. Mamma nam een verse klappernoot en wij namen frisdrank. We trokken onze zwembroek aan op het toilet en gingen daarna het strand op. Er stonden veel ligbedden met parasols er boven. Ook hier werden we continu aangesproken om een bedje te huren bij een van de strandtenten.

Als je er die dag ging eten, waren de bedjes gratis. We besloten om bij een van de vele een ligbed te nemen zodat we ook wat schaduw van de parasol zouden hebben. Het An Bang strand is mooi met palmbomen en wit strand. Het strand zou het beste strand zijn rond Hoi An maar wij vonden het wel erg toeristisch. We vermaakten ons heerlijk in de zee en op het strand. We bouwden kastelen, dammen en geulen waar het water in liep. Lekker een middag ontspannen en niets doen.

Tussendoor hadden we een lekkere lunch bij het strandtentje waar we de ligbedden hadden gehuurd. Ronac nam een hamburger, mamma had noedels, pappa had iets anders en ik nam een noedelsoep. We verlieten het strand pas rond 17:00 uur. Bij de fietsenstalling kregen wij een discussie met de eigenaar dat wij mijn  fiets niet meekregen omdat hier een ander nummer op stond dan die van pappa en mamma.

Pappa was vasthoudend en liet duidelijk zien dat wij de fietssleutel hadden en we fietsten gewoon weg. Tja, we hadden dit vanmorgen al heel duidelijk gemaakt dus helaas voor hem. De terugweg fietsen we niet langs de grote weg maar reden we tussen de rijstvelden door. Heerlijk hoe rustig het daar was.

Terug in het hotel moesten we eerst douchen om al het zand van ons af te spoelen want het zat werkelijk overal. Tegen 19:30 uur werden we met het golfkarretje weer naar het centrum gebracht. We liepen deze keer de Cau An Hoi brug (Bridge of Lights) over. De brug is ’s avonds verlicht met veel lampjes en iedereen passeert deze brug maar ondanks de vele mensen werd er nauwelijks geduwd. Aan deze kant van de brug bleken veel restaurants te liggen en al snel hadden we een leuk restaurant gevonden. We liepen de trap op naar het For You restaurant.

We gaven onze bestelling door aan de bediende en speelden een potje kaart tot het eten klaar was. Ronac had gegrilde kipfilet met frietjes, mamma en ik namen een lokale specialiteit Banh Bao Vac ook wel White Rose genoemd.  Het is een dumpling, een deegpakketje van rijstvellen, in de vorm van een bloem. Het is gevuld met garnalen, krab en kruiden. Er worden krokant gebakken uien en een dip van bouillon, pepers, citroen en suiker bij geserveerd. Een smaakexplosie!

Pappa had een andere lokale specialiteit fried wonton. Gefrituurde wonton (rijst)vellen met daar bovenop garnalen en krabvlees gemengd met tomaat en kruiden. Ook zeer smakelijk! Na het eten liepen we nog wat door het stadje en genoten van alle lichtjes en prachtige lampionnen. Het is soms net of je in een sprookje loop met al die lichtjes. We waren rond 22:00 uur weer terug in het hotel.

Nam Cat Island in de Lan Ha Bay

We sliepen heerlijk op de boot. Ons ontbijt stond al klaar en we schoven aan bij de lange tafel. Terwijl wij van het ontbijt aan het genieten waren, lichtte de boot het anker en voer weg. We meerden aan in een mooie baai en zouden daar een bezoek brengen aan de Hang Sung Sot Cave (Grot vol verrassingen).

In de grot vol verrassingen (hang Sung Cot Cace).

De baai lag vol met boten en we gingen in optocht de trappen op naar de ingang van de grot. In de grot zijn drie kamers die we konden bezoeken. Het was een mooie grot en we zagen stalagmieten en stalactieten in bizarre vormen en maten. De grot wordt door verschillende kleuren verlicht en dat geeft het extra sfeer. Aan het einde van het wandelpad door de grot, kwamen we bij een lange trap. Deze leidde ons naar een plateau dat 25 meter boven het zeeniveau ligt. Hier vandaan hadden we een prachtig uitzicht over de baai.

We hoorden dat veel foto’s in de reisgidsen vaak vanaf dit punt worden gemaakt. We daalden terug af met de trap naar de wandelpromenade en liepen terug naar onze kleine boot die ons weer naar de grote boot bracht. We vervolgden onze vaarroute richting de Lan Ha Baai. Onderweg gingen wij aan boord van een andere boot die ons verder zou brengen naar Nam Cat eiland.

De Lan Ha baai ligt aan de andere kant van Halong Baai en is stukken minder toeristisch. Wij vonden de landschappen hier ook veel mooier. De eilanden liggen dichter op elkaar en er steken meer kalksteenrotsen uit het water. Tijdens het varen speelden we “bottle flip” en een spelletje op onze tablet. Net na de middag kwamen we aan bij Nam Cat eiland waar we een dag en een nacht doorbrengen bij het Cat Ba Sandy Beach resort.

Op weg naar Nam Cat 

De naam suggereert dat het resort op Cat Ba eiland ligt maar dit was niet het geval. Nam Cat is een privé eiland middenin de baai van Lan Ha. Vanaf de aanlegsteiger liepen we langs gezellige bungalows die gebouwd zijn op palen. We kregen eerst de lunch aangeboden in het restaurant alvorens we konden inchecken.  De tafel was al snel weer gevuld met heerlijke lekkernijen.

Paradijs op aarde.

Na het eten kregen we de sleutels van de bungalows en we lagen vrij ver van elkaar af. We hadden één deluxe bungalow aan het water en een andere aan het strand. In eerste instantie konden we niet ruilen omdat we voor een duurdere betaald zouden hebben? Na veel aandringen kregen wij een “downgrade” en hadden we twee kamers naast elkaar aan het strand. Bij het resort konden we veel watersportactiviteiten doen.

Ik ging samen met pappa een stukje kajakken en Keyro ging met duikbril op samen met Mart zwemmen. Blijkbaar hadden we in ons excursie pakket ook nog een middaguitstapje zitten maar dit meldden wij af. We wilden gewoon relaxen aan het strand en doen waar we zin in hadden.

Zwemmen, zandkastelen bouwen, graven, snorkelen, lezen, genieten van de mooie locatie en wat zonnen. Gewoon een middag niets doen, heerlijk! We speelden lang door tot de zon onder ging en het donker werd. We moesten ons voor het avondeten goed douchen want we hadden werkelijk overal zand zitten. Het avondeten bleek een barbecue-buffet te zijn en eerlijk gezegd vonden wij het allemaal een beetje tegenvallen. Er was weinig variatie en het bijvullen werd ook niet echt goed gedaan. Jammer want de lunch van vanmiddag was juist wel erg goed.

In de avond keken we nog een kort filmpje op de tablet en daarna gingen wij naar bed. Pappa en mamma genoten op de veranda nog van een lekkere cocktail en van het ruisen van de golven.

Kaarten en relaxen

Onze laatste dag op Bali brachten we voornamelijk door aan het zwembad. We checkten om 12:00 uur uit bij onze kamer en legden de spullen bij de receptie neer. Voor ons was het geen straf om lekker in het zwembad te hangen. Tegen een uur of drie kleedden we ons aan en gingen we op zoek naar een leuke warung om iets te eten. We kwamen uit bij warung Little Bird en bestelden daar mie goreng speciaal, een noodlesoup en een zoetzure kip.


Het was nog even genieten van het heerlijke eten in Indonesië. We liepen terug langs de hoofdstraat en gingen nog iets drinken bij de Wicked Parrot. Ondertussen speelden we een potje “pesten” met de speelkaarten. Voor het eerst deed ik ook helemaal alleen mee. Ik vind het nog best moeilijk maar zo leer ik het wel sneller. Het lukte mij aardig om mijn broer Keyro dwars te zitten zodat hij het spelletje niet kon winnen.


We werden om 18:00 uur opgehaald door een privé taxi die ons naar het Ngurah Rai International Airport in Denpasar bracht. De controles verliepen vrij voorspoedig en we hadden nog veel tijd over. We liepen wat rond en kochten een lekker ijsje. Ook gingen we op de foto bij de M&M stand. De lekkere chocoladesnoepjes hebben ook hun eigen personage zoals Red, Yellow, Blue, Orange en de enige dame van het stel, Miss Green. Wij vonden het natuurlijk leuk om hiermee op de foto te gaan. De vlucht verliep rustig en rond 22:30 uur landden we op het vliegveld van Jakarta.


We haalden onze spullen op bij de bagageband en liepen we naar buiten voor een taxi. We moesten ons inschrijven op een lijst en hadden nog 35 wachtenden voor ons. Het duurde ruim een half uur tot we aan de beurt waren en er een taxi voor ons klaar stond. Ons hotel zou dicht bij het vliegveld liggen maar dit bleek niet zo te zijn. Hemelsbreed was het inderdaad niet ver maar om er te komen moest de chauffeur via de ring rijden en de rit duurde in totaal 50 minuten. Bij aankomst in het hotel Olive (1:00 uur ’s nachts) moest er meteen betaald worden ook een beetje raar want bijna overal ter wereld doe je dit achteraf. Gelukkig kreeg ik het niet mee want in de taxi was ik in slaap gevallen en bij mamma in haar armen sliep ik gewoon verder.

Sanur


Heerlijk nog een dag relaxen. We moeten helemaal niets maar echt veel is er in de omgeving toch niet te doen. We sliepen uit en gingen daarna voor het inclusieve ontbijt. Vervolgens vermaakten we ons een aantal uren in het zwembad. Het zwembad bracht ons flink wat verkoeling want in de zon was het super heet. We moesten opletten dat we nu niet alsnog zouden verbranden in de felle zon. Net na de middag liepen we voor de lunch naar het strand. Hier hadden we gisteren al veel leuke eettentjes zien liggen, het tafeltje stond op het strand en met onze voeten zaten we in het zand.


Op het strand zagen we veel jukungs dit zijn kleurige vissersboten uit Bali met een driehoekig zeil. Ze worden niet alleen gebruikt door de vissers maar men gebruikt ze ook als veerboot naar nabij gelegen eilandjes zoals bijvoorbeeld het eiland Nusa Lembongan. We bestelden allemaal een hamburger en moesten de monden wagenwijd opendoen om hem te kunnen eten. Terwijl mamma en pappa genoten van een cocktail met arrac, speelden wij op het strand. We maakten een fort en ik groef Ronac, op zijn hoofd na volledig in, in het zand. In de avond kwamen er een paar lieve kleine poesjes kijken bij ons op het terras.


Gezellig even knuffelen want we missen Ushi toch wel een beetje. We gingen pas laat op de avond dineren. We kregen een tafeltje in een van de drukke restaurantjes. Het duurde lange tijd tot we onze bestelling kregen maar het eten was heerlijk. Ik was een beetje jaloers op Ronac want hij kreeg drie verschillende soorten saté op een minibarbecue geserveerd. We kwamen pas laat op de avond weer terug in de hotelkamer. Morgen moeten we uitchecken dus de spullen werden voor de laatste keer ingepakt.


Seventeen Islands

Vermoeid van de onrustige nacht maakten pappa en mamma ons rond 7:00 uur wakker. We hadden allebei geen zin om op te staan. Ronac zijn humeur was duidelijk nog een tikje erger dan die van mij. Een kwartier later dan gepland, werden we door Elvis naar de haven gebracht. Hier lag de boot voor onze snorkeltrip voor ons klaar. Eigenlijk belachelijk want de haven was aan het einde van de weg en zo’n 300 meter lopen vanaf ons verblijf!


Riung is een klein vissersdorp en langs de kust zagen we de traditionele huizen die gebouwd zijn op palen. De bevolking van Riung bestaat uit een mengeling van islamitische Buginezen en Bajau (zee nomaden) oorspronkelijk afkomstig van het eiland Sulawesi en katholieken uit het achterland. Voor de kust liggen verschillende eilanden behorende bij het National Park Pulau Tujuhbelas (Zeventien eilanden) en deze zijn bekend vanwege de koralen, vissen en duizenden vliegende honden. We maakten kennis met de bootsman en zijn twee zonen en gingen aan boord. We voeren als eerste naar het eiland Ontoloe begroeid met mangroevebossen.


Vliegende honden

De bomen hangen er vol met duizenden kalongs (vliegende honden). Ze zijn familie van de vleermuizen maar in tegenstelling tot hun, ook overdag actief. Hun oranje-bruin kop blijkt echt op een hondenkop te lijken. Je moet dan wel heel goed kijken want ze zaten best ver weg. Als een aantal kalongs opvliegen is het een spectaculair gezicht. Daarna moesten we een aardig stuk varen en meerden we aan bij een mooi eiland met prachtig wit zandstrand. Vanaf het strand konden wij direct gaan snorkelen. Terwijl wij tussen de koralen en wuivende grassen op zoek gingen naar de oranje en geel gestreepte “Nemo ”visjes, werd onze lunch klaargemaakt.

lekker vers gebakken vis.

De vers gevangen vis werd schoongemaakt en geroosterd op een vuurtje. De geur alleen al was onbeschrijfelijk. De lunch was voortreffelijke en bestond naast de geroosterde vis uit mie goreng of nasi putih (witte rijst), kroepoek en bananen. Na de lunch gingen we aan boord en voeren we een stukje terug. De bootsman gaf aan dat we tussen de twee eilanden overboord konden gaan om te snorkelen en zo naar het eiland konden zwemmen. Hij zou ons dan aan de andere kant van het eiland weer oppikken. Met zijn vieren gingen we overboord. Ik samen met pappa en Ronac met mamma. We zagen koraal in de meest schitterende kleuren: blauw, roze, geel, wit en alles kleuren die daartussen zitten. De vormen variëren van hertengewei en mensenhersens tot uitwaaierende rokken van flamenco-danseressen.


Finding Nemo.

Natuurlijk kwamen er ook weer een boel felgekleurde vissen voorbij zwemmen en lagen er een hoop zee-egels en zeesterren op de bodem. We vermaakten ons na het snorkelen nog een uurtje op het strand voordat we terugkeerden naar het dorp. Elvis stond ons al op te wachten en bracht ons naar het huis om onze spullen op te halen. Deze nacht zouden we in het Bintang Wisata Hotel doorbrengen. In de avond zijn wij gaan eten bij Rumah Makan Murah Muriah restaurant en zij staan bekend om hun ikan asam pedas (soep). Mamma bestelde het en pittig was het inderdaad maar wel lekker. Terwijl wij wachten tot het eten klaar was, las ik in mijn werkboek Indonesië en leerde Ronac van alles met getallen in een werkboek over hoe kan het ook anders getallen. Teruggekomen bij het hotel, was het voor onze kamer een gezellige boel. Een aantal families waren noedelsoepjes aan het maken en er was een groot kampvuur. We waren bang dat we weer lang wakker zouden liggen vanwege geluidsoverlast maar dat bleek gelukkig niet het geval. We gingen naar bed, keken een aflevering Raveleijn en vielen direct in slaap.

 

Kelimutu vulkaan


Heel vroeg op om naar de top van de vulkaan te lopen.

Allemachtig, wat vroeg! Om iets voor vier uur ging de wekker. We wasten ons snel onder de kraan en trokken warme kleren aan. Om 4:30 uur stond onze chauffeur Elvis al te wachten om te vertrekken in de richting van het Nationaal Park. Eerst moesten we een stuk van ongeveer 14 kilometer naar boven rijden via een kronkelende bergweg. Bij de ingang van het park moesten we entreekaartjes kopen en vervolgens konden we door rijden naar de parkeerplaats. Vanaf de parkeerplaats was het ongeveer een kilometer lopen naar de top van de berg.


Het was 05:30 uur en nog donker. Met het licht van één zaklampje gingen we op pad. Het was een goed begaanbaar pad en vele traptreden. De top van de berg ligt op 1650 meter boven zeeniveau. In de het bahasa indonesia betekent keli mutu de “mooie berg”. Eenmaal boven was het nog schemerig en de opkomende zon gaf al een mooie gloed over de omgeving. Even later kwam de zon echt omhoog. In een woord fantastisch! De kratermeren werden heel langzaam verlicht door de steeds mooier wordende zon. De vulkaan heeft drie kratermeren met ieder hun eigen kleur. In de loop der jaren veranderden de meren ook nog eens van kleur. Zo was het groen/blauwe meer eind jaren tachtig nog rood gekleurd en in 1991 werd het zwart. Het helgroene kratermeer was ooit blauw en het zwarte kratermeer wit. Men weet niet precies wat de oorzaak is van de kleurwisseling maar men vermoedt dat het water in de loop van de tijd op een andere mineraal laag komt.


Vroeger waren de meren van de Kelimutu een belangrijke rituele plek. Zo werden er waterbuffels en varkens in de meren geofferd. De lokale bevolking gelooft nog steeds dat de Kelimutu de rustplaats is voor de zielen van overleden familieleden. Zij noemen de vulkaan daarom de berg der geesten. We liepen een tijd rond, maakten foto’s en zagen nog een aantal andere bezoekers, de langstaartmakaken. Ze komen zich in de zon opwarmen en hopen dat ze iets te eten krijgen van één van de toeristen. We lopen de weg terug naar de parkeerplaats en horen muziek uit een paar enorme luidsprekers komen en het doet een beetje af aan de prachtige omgeving. Blijkbaar is er in de avond één of andere ceremonie en wil men de luidsprekers uitproberen.


We stappen in de auto en keren terug naar Moni om onze spullen op te halen. Onderweg stoppen we nog bij een paar mooie rijstterrassen en bij een waterval. We hadden een flinke rit naar Riung voor de boeg door de bergen, langs de kust en door het binnenland. Niet ver van Ende, aan de zuidkust stopten we bij Pantai Nanga Panda, ook wel bekend als Blue Stone Beach. Niets zandstrand of zwart lava strand maar een strand bedekt met licht blauwe kiezelstenen. Zodra ze in contact met water komen wordt de kleur diepblauw turquoise. Het gebied achter het strand ligt vol met hoopjes blauwe stenen, van groot tot klein. De stenen worden door de lokale bevolking verzameld en gesorteerd. Men gebruikt ze vooral in vloermozaïeken in huis en in privé-zwembaden.


De rit naar Riung duurde veel langer dan gedacht. We volgden waarschijnlijk één van de slechtste wegen van Flores. We werden flink door elkaar heen geschud door de enorme kuilen in de weg. Onderweg wilden we iets eten maar dit werd door Elvis niet helemaal begrepen en we reden het enige dorp van betekenis voorbij zonder te lunchen. Af en toe is de communicatie wat lastig en overal krijgen we het antwoord: “Yes” op. Onderweg werd ik misselijk en moest ik een paar keer overgeven. Gelukkig wel in een zakje. Ook moest er een paar keer gestopt worden voor een kleine of grote boodschap. Tegen 15:30 uur reden we Riung binnen. Het is een klein niet toeristisch plaatsje aan de noordkust. Helaas kwamen we er al snel achter dat alle accommodatie in het dorp volgeboekt was.


Onderweg prachtige uitzichten over de rijstvelden.

Uiteindelijk regelde Elvis voor ons twee “kamers” bij de gastvrije lokale bevolking. Hier bleken ook de andere Nederlanders die wij bij Maumere hadden ontmoet, te overnachten. We maakten een gezellig praatje met Martijn en Eefje over hun uitstapje naar de 17 Islands. Hun chauffeur/gids Edison regelde voor ons de accommodatie voor de komende dagen en bracht ons in contact met een contactpersoon voor een boottrip naar Lombok. Hij spreekt beter Engels dan Elvis en dat maakte het een stuk gemakkelijker. In de avond liepen we naar het dorp op zoek naar een restaurant om te eten. Ook hier werden we veel begroet en kwamen Indonesische kinderen weer enthousiast vragen “where’re you from?”, “what’s your name?”, enz.


Op het balkon/terras van onze Homestay accomodatie.
We hadden een lekker diner (o.a. Foe Yong Hai en mie goreng) in een simpele warung die overdadig was gedecoreerd met gekleurde verlichting. We liepen terug en wilden op tijd naar bed gaan. Het licht werd om 21:00 uur uitgedaan maar van slapen was geen sprake. Ergens in de buurt was een feest met harde muziek, karaoke en een presentator die veel te hard in de microfoon praatte. Het was ook nog eens benauwd, de bedden waren hard en plakkerig omdat ze nog bedekt waren met plastic. We hebben dat al vaker gezien in Flores. Men laat de beschermende plastic laag die voor transport over stoelen, banken en matrassen zit, gewoon zitten ter bescherming van het product tijdens het gebruik. Uiteindelijk wisten we toch de slaap te vatten en werd het een onrustige nacht.

Van Maumere naar Moni

We stonden eerder dan gepland klaar en we moesten nog even wachten tot we kennis konden maken met onze chauffeur van de komende dagen. Precies op de geplande tijd reed er een Toyota Rauris het terrein op en maakten we kennis met Elvis. Hij gaat ons de komende dagen rondrijden over het eiland Flores. We namen afscheid van eigenaar Hendrik en kok Aldi en vertrokken in de richting van Maumere. In Maumere stopten we bij de lokale markt. We liepen rond langs en zagen allerlei etenswaren, elektronica en huishoudartikelen. Af en toe werden we door mensen aangeraakt en iedereen was even vriendelijk en attent.


Lokale markt in maumere.
Nadat we bij de bank weer wat miljoenen hadden gepind, reden we naar een dorpje Sikka. Het ligt aan de zuidkust en heeft een zwart strand met hoge golven. Naast de Portugese kerk, de oudste kerk van Flores, vind je één van de meest belangrijke weefcentra van het eiland. Indonesië is van oudsher beroemd om zijn rijkdom aan weeftechnieken en weelderige motieven. Op eilanden als Sumba, Flores en Timor waren kostbare geweven doeken vast onderdeel van bruidsschatten en grafgeschenken. Sommige kleuren en motieven waren voorbehouden aan mensen van Koninklijke afkomst. Direct na het uitstappen van de auto stond er al iemand klaar om ons een rondleiding te geven over het weefproces van de traditionele ikat. De rondleiding was in het Engels maar achteraf gezien was het gevraagde bedrag (350.000 roepia) veel te hoog.

We zagen het eeuwenoude proces van het weven en kleuren van de traditionele ikat. Als eerste het katoen plukken, het bewerken en spinnen tot draden. Voorafgaand aan het weven worden delen van de garens geverfd. Men doet dit door delen garen samen te binden of te bedekken met een waterafstotende stof (bijv. was). De kleurstof zal zich op die plaatsen niet aan het garen hechten. De blauwe kleur krijg je door indigo te mengen met kalk van koraal, de rode verfstof wordt gewonnen uit de wortels van de moerbeiboom en de gele kleur wordt gemaakt van de bast van de Kayu kuning (gele boom). Na het verven worden de draden opgespannen in het weefraam, een draagbare constructie van stokken.


Het weven van de motieven zijn complex maar symmetrisch. Uiteindelijk ontstaat er een prachtige sarongs en kleden die natuurlijk te koop worden aangeboden. Wij besloten om niets te kopen vanwege het hoge bedrag voor de rondleiding. Ronac en ik keken bij zelfgemaakte armbandjes van schelpen en werden direct overspoeld door verschillende verkoopsters. Voor nog geen euro kochten we uiteindelijk twee armbandjes die we meteen om onze arm deden.


De weg van Maumere naar Moni bleek behoorlijk bochtig te zijn. In de loop der eeuwen verhuisden de oorspronkelijke bewoners van Flores uit angst voor zeevarende volkeren, die de kust van het eiland belaagden, naar het bergachtige binnenland. De kolonisten vestigden zich voornamelijk langs de kust. In de 16de eeuw vestigden de Portugezen zich op Flores. Hun Dominicaner missionarissen waren zeer succesvol. In 1613 verscheen voor de kust van de Soenda-eilanden een Nederlandse vloot van vier schepen. Zij openden vrijwel meteen het vuur. De inheemse christenen die onder leiding van de missionarissen de missiepost verdedigden werden uiteindelijk gedwongen zich over te geven. Eerst in 1660 sloten de Nederlanders met de vorst van Makassar een contract volgens welke de VOC het alleenrecht gaven op de handel van specerijen. De Portugese invloed was op Flores was hiermee echter nog niet verdwenen en het grootste deel van de bevolking bleef Rooms katholiek. Onze auto was uitgerust met een rozenkrans en Mariabeeldje waarschijnlijk om ons te behoeden voor een goede reis.


Onderweg zagen we van alles. Zo zagen we geiten met een stok om hun hals. Dit is om te voorkomen dat de geiten de tuinen inlopen en alles leeg eten. En graven in de voortuinen bij de huizen. Onderweg maakten we een korte stop bij Paga Beach aan de zuidkant van het eiland. We keken even bij het ruige strand met wit zand en wilde golven. Helaas kreeg mamma’s fototoestel hier problemen en kon ze geen foto’s meer maken. Gelukkig hebben we nog de twee andere toestellen zodat we al deze mooie plekken toch nog vast kunnen leggen. In Paga dorp was maar één restaurant en hier wilden we lunchen. Helaas zat het restaurant helemaal vol met toeristen en besloten we om door te rijden naar Moni en daar een late lunch te nemen.


Tegen 14:00 uur kwamen we aan in Moni dat gelegen is tussen de rijstvelden en aan de voet van de Kelimutu vulkaan. Het dorp is meer een gehucht dat bestaat uit één lange straat met aan beide kantenhuizen en hotels. We checkten in bij de Antoneri Lodge en kregen daar een tweepersoonskamer plus een extra bed in de vorm van een matras op de grond. Eigenaar Oscar kwam wat warrig over en we begrepen hem maar half maar gelukkig had hij een kamer want als we hem moesten geloven was alles in Flores volgeboekt. We legden de spullen op de kamer en gingen op zoek naar een restaurantje om iets te eten. We kwamen uit bij een klein zaakje en bestelden daar een noodlesoup. Voor het drinken konden we kiezen uit Bintang (bier) of een fruitsapje want verder hadden ze niets voorradig.

Het soepje smaakte goed en na de late lunch liepen we wat door de lange straat en langs de rijstvelden. In de avond aten we bij de Bintang Lodge. Een gezellige sfeer met goed eten. Pappa had saté, mamma gekruide aardappelkoekjes, Ronac mie goreng  en ik een chemisch roze uitziende spaghetti met verse tomaten. We zochten op tijd ons bed op want we moeten om 4:30 uur  klaar staan voor vertrek naar het Nationaal Park Kelimutu.

Robinson Crusoe

Wat sliepen wij allemaal heerlijk deze nacht zeg! De rust en de ruisende zee op de achtergrond maakt ons allemaal ontspannen. Het koelde in de nacht wel wat af maar met een extra vest en handdoek over ons heen hadden we het niet koud. Ook hadden we wat ongenodigde gasten in de hut zoals een gekko en heremietkreeftjes en krabben in de badkamer. We plensden wat water uit de mandibak over ons heen en trokken na deze verfrissende douche direct onze zwembroek aan.


Ik ging gewapend met mijn duikbril en snorkel het water in. Er is aardig wat koraal en genoeg te zien onderwater. Je bent in een hele nieuwe wereld en bekijkt het onderwaterleven door je duikbril. Je kunt bij het snorkelen vinnen, ook wel flippers genoemd, gebruiken maar dit hoeft niet. Omdat wij “licht” reizen hadden wij geen plaats om vinnen mee te nemen. Het rif voor de kust is zich nog aan het herstellen van een aardbeving die een aantal jaren geleden heeft plaats gevonden. Er was veel koraal verwoest maar gelukkig is het opnieuw aan het aangroeien en er was genoeg te zien. Koraal lijkt op een witte steen met gleufjes, sterretjes en gaatjes. Eens werd gedacht dat koraal uit planten bestond maar nu weet men dat het een kolonie van zeer kleine diertjes betreft die koraalpoliepen heten. De meeste poliepen zijn nog geen 2,5 centimeter in doorsnede. Koralen die zich vertakken zijn harde koralen, omdat ze een kalkskelet hebben. Hun felle kleuren worden veroorzaakt door de aanwezigheid van samenlevende algen die in het lichaamsweefsel van het koraal leven en het grootste deel van het voedsel maken dat het koraal nodig heeft te overleven.


De vorm hangt af van het soort koraal en van de plaats waar het groeit. Ik zag koraal in verschillende kleuren van geel, groen, bruin en lichtrood. Een groep verschillende koralen bij elkaar noemen we een rif. Koraalriffen zijn misschien wel de mooiste gebieden van de wereld. Het zit vol leven in de prachtigste vormen en kleuren. Koraalriffen groeien alleen in warme, ondiepe tropische zeeën meestal rond de evenaar en daar ligt precies Indonesië. Tussen de middag gingen we eten en maakte Aldi voor ons een overheerlijke vegetarische groentecurry.


In de middag gingen we opnieuw de zee in en we kregen er geen genoeg van. We relaxten nog en we brachten tijd door met lezen en tekeningen maken. We zagen helemaal niemand meer behalve af en toe een visser of een lokaal kindje. Werkelijk het toppunt van ontspannen en het “alleen op de wereld gevoel”. In de avond gingen we gezellig kaarten en kwartetten terwijl we wachtten op ons eten.


Pappa en mamma hadden een lokale specialiteit van aardappelen met specerijen besteld en dit had veel tijd nodig om klaar te maken. Wij namen een noodlesoup. Maar ook dit duurde nog even. Aldi maakt alles vers en zonder pakjes dus moet het even pruttelen tot de smaken zijn ingetrokken. Iedere keer weer weet hij een feestmaal voor te zetten en het was ook nu weer smullen. Wat kan deze man koken. Voor mij is hij een echte top chef! Het gerecht van pappa en mamma had bijna twee uur tijd nodig voor het klaar was maar het was het wachten meer dan waard. In de avond mochten we natuurlijk nog Raveleijn kijken voordat we onze ogen dicht deden.