Historisch Den Bosch

Mamma ging voor de APK controle en onderhoud naar de garage van Bas. Wij hebben deze week vakantie en moesten dus mee. Mamma besloot om er een leuk dagje weg van te maken. Het was even lastig wat we gingen doen want Ronac en ik verschilden van mening. Uiteindelijk stelde Ronac zijn mening bij en vertrokken we na het onderhoud en de keuring in goedgekeurde auto naar Den Bosch. Net zoals Den Haag (’s-Gravenhage) heeft Den Bosch ook twee namen.

De officiële naam is ’s-Hertogenbosch maar de naam Den Bosch is veel ouder. Wij parkeerden bij ondergrondse parkeergarage St Jan die we via een spiraalvormige baan, ook wel de Wokkel genoemd, binnen reden. De parkeergarage bevind zich onder het Zuiderpark waar het Baselaar Bastion is gelegen. Met een tunnel liepen we onder de vestingmuur door en kwamen we bij de vestinggracht uit. Het bastion was een verdedigingswerk en speelde een belangrijke rol tijdens het Beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629. Al met al is ’s-Hertogenbosch één van de oudste steden van Nederland en heeft het een middeleeuws stadscentrum.

Van de parkeergarage liepen wij in de richting van de Sint-Janskathedraal. Het is een uniek bouwwerk binnen de Nederlandse kerkelijke architectuur en is uitgevoerd in Brabants gotische stijl. Je ziet dit aan de vele ornamenten, dubbele luchtbogen, luchtboogfiguren maar liefst 96 stuks en versieringen van en boven de ramen. We bekeken de kathedraal vanaf het plein aan de parade. Vroeger was dit plein een deel van de Begijnhof en woonden er ongeveer 300 Begijnen binnen de muren.

Wij besloten eerst een hapje te gaan eten alvorens wij de kathedraal zouden bezoeken. Aan de Parade waren verschillende gezellige eetcafés gevestigd. We vonden ergens een plaatsje en bestelden lekkere gerechten. Ronac en ik namen een clubsandwich en mamma nam de soep van de dag (pompoensoep). We hadden flinke honger dus alles ging schoon op. Na de lunch liepen we naar de kathedraal en bekeken we het interieur.

Binnen zag je duidelijk dat de kathedraal gebouwd is in kruisvorm. In de Sint Jan zagen we een rijk versierd doopvont van 350 kilo, prachtige altaren, een orgel uit de renaissance periode, preekstoel en mooie glas in lood ramen. We kwamen de kerk uit en liepen verder naar het stadscentrum. Wij gingen eerst een trui kopen want we hadden geen jas meegenomen. De weerberichten hadden een graad of 22 voorspeld maar het was opmerkelijk fris en bewolkt. De zon scheen wel maar had een opmerkelijke oranje gloed en scheen minder fel dan gisteren.

Later hoorden we dat het kwam door een combinatie van sluierbewolking, rook- en asdeeltjes en Sahara stof. De rook- en asdeeltjes worden veroorzaakt door bosbranden in Spanje en Portugal en de Sahara stof komt mee met orkaan Ophelia. Een bijzondere combinatie die maar weinig voorkomt. Koud hadden wij het in ieder geval wel. We kwamen uit op de driehoekige Markt, het oudste deel van de stad. Bij de C&A kochten we een lekkere trui en we hadden het daarna een stuk warmer. Aan de Markt ligt het oudste nog bestaande bakstenen huis van Nederland, De Moriaan. Het werd gebouwd in 1220 door Hendrik I van Brabant.

In dit ondertussen gebouw, ondertussen erkend als rijksmonument, is het VVV kantoor gevestigd. We wilden graag een rondvaart maken over de Binnendieze (riviertjes binnen de stadsmuren), maar helaas, bleek bij navraag dat alle boten volgeboekt waren. We kochten daarom een wandelroute om zo toch het een en ander van de stad en zijn historie te kunnen zien. Bij deze route werden ook allerlei leuke wetenswaardigheden vermeld.

We liepen door het Korenstraatje waar vroeger de korenboeren langs kwamen met hun handel op weg naar de Markt. In de Karrenstraat werden vroeger de karren gestald en bevonden zich veel cafés en logementen. Aan het einde van de Korenbrugstraat zagen we het standbeeld van Zoete lieve Gerritje. Het symbool van de Bossche geest wat staat voor vrolijk- en goedmoedigheid. Hier stroomde ook de Binnendieze, het riviertje dat gevoed wordt door de Dommel en de Aa.

De Binnendieze heeft door de jaren heen, veel voor de stad betekend. ‘s-Hertogenbosch ontstond als een kleine ommuurde stad, ter grootte van de Markt en een aantal andere straatjes. Later werd de stad nogmaals ommuurd, ditmaal ter grootte van de huidige binnenstad. De riviertjes binnen de muren kregen de naam De Binnendieze. De Binnendieze werd gebruikt als watervoorziening, wasplaats en visplaats, maar ook als afvalstort.

Tot ongeveer 40 jaar geleden was het water nog een open riool. Door aanleg van een rioolstelsel in de stad verdween de Binnendieze langzaam. Daar werd in 1972 een stokje voor gestoken. Het vaarwater werd beschermd stadsgebied. Het water onder de stad is nu met recht een van de historische trekpleisters van ‘s-Hertogenbosch! In de Lepelstraat was vroeger een maat die gebruikt werd voor het wegen van graan.

Ook was hier de vismarkt waar de visvrouwen hun waar verkochten. Er staat ook nog een Maria kapelletje. We liepen het oude centrum uit via de Wilhelminabrug, over de rivier de Dommel, in de richting van het centraal station. Op het Stationsplein staat de Drakenfontein die mogelijk verwijst naar de “Moerasdraak”, de bijnaam van ’s-Hertogenbosch tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De stad kreeg deze naam omdat ze onneembaar zou zijn vanwege de ligging bij een moeras. We liepen verder door omdat we wisten dat ergens aan de linker kant de bekende banketbakkerij  Jan de Groot moest liggen.

We kunnen Den Bosch natuurlijk niet verlaten zonder een Bossche bol te hebben geproefd. De Bossche bol is een chocoladebol en wordt gegeten als een gebakje. De bol wordt gemaakt van soezenbeslag, gevuld met slagroom en geglazuurd met gesmolten chocoladefondant. Bakkerij Jan de Groot werd in 1936 opgericht en begon de chocoladebollen naar eigen recept te verkopen. Ze zijn een bekend fenomeen in en buiten Den Bosch.

We zaten nog vol van de lunch en kochten vier van deze Bossche bollen voor thuis. Zo kon pappa ook meegenieten van ons uitstapje. We vervolgden de route langs de Sint Jansingel en bogen later weer af richting de oude wijk “Uilenburg”. Oorspronkelijk was dit een drukke wijk met veel pakhuizen.

Bij brouwerij Boegbeeld aan de Uilenburg kochten wij voor pappa enkele Bossche speciaal biertjes. De biertjes hadden de naam Sjekladebol, vernoemd naar de Bossche bol en natuurlijk met chocoladesmaak, Siberië, wit bier met sinaasappel en koriander en de laatste had de naam Kutbier. Wat! Ja, we moesten erg lachen om de naam. Het is een ode aan de Bossche Kut. “Kut” is de niet zo mooie bijnaam voor een Bossche volksvrouw die vaak het hart op de tong draagt.

De Bossche volksvrouw zou het haar in onnatuurlijke kleuren verven, draagt veel make-up en heeft opvallende getekende wenkbrauwen. Als je langs rijdt op haar brommer roepen de Bossche mannen: “Ziet goed uit, kut!”. Het biertje zou smaken naar pruimen. Wij stonden te trappelen om pappa te vertellen dat we Kutbier hadden gekocht, hihi.

We kwamen weer een stukje langs de Markt met het stadhuis dat dateert uit de tweede helft van de 14e eeuw. Jan Derkennis was als net zoals bij de bouw van de Sint-Janskathedraal betrokken bij de bouw van dit gebouw. We dwaalden verder door smalle straatjes waar allerlei leuke winkeltjes gevestigd waren en het geld bleef rollen. Een ouderwetse snoepwinkel was een waar paradijs voor ons. Toen we weer bij de Sint Jan aankwamen, sloegen we af en liepen we terug naar de parkeergarage. Het was tijd om terug naar huis te gaan. Na het avondeten mochten we de Bossche bol op eten en proefde pappa het meegebrachte Kutbier. Beiden smaakten voortreffelijk!

Sapa

Onze ochtend begon vroeg (6.00 uur) en het was nog donker buiten. Even wassen, aankleden en de laatste dingen in de rugzakken stoppen. We hadden twee kleine dag rugzakken bij ons omdat we vooral licht moeten reizen tijdens de trekking. Veel hadden we dus niet bij ons. We liepen met bepakking naar het kantoor van Friends Travel Vietnam en daar was het al aardig druk. We zetten de grote rugzakken weg, die zouden daar blijven staan tot we weer terugkwamen. We kregen een goed ontbijt aangeboden. Het bestond uit twee Franse pistoletjes, roerei, jam en yoghurt. Met een goed gevulde maag gingen wij dus op weg naar Sa Pa. We werden door een bus opgehaald en naar het verzamelpunt gebracht. Hier stapten we over in een luxe bus met slaapstoelen. Het werd een rit van ongeveer vijf uur rijden. Tegenwoordig gaat dat over de snelweg en is het een stuk sneller dan vroeger. We probeerden nog even onze ogen dicht te doen en wat te rusten. Ronac sliep nog toen we de eerste pauze maakten. We konden even de benen strekken, plassen (tegen 2000 dong betaling) of iets te eten en drinken kopen.

Na ongeveer 4 uur rijden maakten we nog even een korte stop en kregen wij een lekker ijsje (45.000 dong). De laatste 30 kilometer naar Sa Pa ging over een bergweg met flinke haarspeldbochten. In veel reisgidsen staat geschreven dat je bij een bezoek aan Noord Vietnam vooral het gebied rondom het plaatsje Sa Pa niet over mag slaan. Sa Pa wordt ook wel “het dak van Vietnam” genoemd. Het dorp ligt in de Muong Hoa vallei op 1650 meter hoogte aan de voet van de Fansipan (Phan Si Pang), de hoogste berg van Vietnam (3143 meter). De grens met China is vlakbij. Ten tijde van de kolonisatie was Sa Pa de plaats waar de Franse bezetters konden ontsnappen aan de hitte in de rest van het land.

Net na de middag (12.45 uur) arriveerden we in Sa Pa. We werden bij het plaatselijke VVV kantoor afgezet. Meteen werden we omringd door meisjes die tasjes en souvenirs verkopen. Ze spreken wonderbaarlijk goed Engels. Mamma belooft aan één van de meisjes om later iets van haar te kopen. Ze blijven ons volgen ondanks de belofte die mamma gedaan heeft achter ons aanlopen. We worden per auto (het was maar een paar honderd meter) naar het Garden Eden Hotel gebracht waar we de lunch zouden hebben. De lunch werd geserveerd op de bovenste etage met een prachtig uitzicht over een groot deel van de vallei en de omringende bergen. Er werden allerlei lekkere gerechten geserveerd maar het was veel te veel. Ik at mijn buikje goed rond. We hadden wat tijd over en speelden een soort van hockey met enkele lokale kinderen. Met een stok en een plastic flesje werd het spel gespeeld. Niet veel later maakten we kennis met onze gids. Ping is een kleine, goedlachse vrouw. Er was tijd om Sa Pa te verkennen en Ping nam ons en nog een groepje Nederlandse jongens mee het centrum in. We bezochten als eerste het Sa Pa museum. Het is een goede manier om een indruk te krijgen van de cultuur van de mensen die hier in bergen leven. In en rondom Sa Pa zijn verschillende dorpjes waar etnische minderheden leven. Dit zijn de traditionele bevolkingsgroepen die, zoals gezegd, in de minderheid zijn. De bevolking leeft vaak nog volgens eeuwenoude gewoonten en gebruiken. Er zijn ongeveer 30 kleurrijke bergstammen in de omliggende omgeving van Sa Pa te vinden. Onder de stammen zijn bijvoorbeeld de Zwarte Hmong, de Bloemen Hmong, de Rode Dao (Yao), de Giay, de Tay en de Pho Lu. De groep van de Hmong, is de grootste. Iedere groep heeft zijn eigen klederdracht en taal.

We liepen verder en brachten een kort bezoek aan de kleine, stenen katholieke kerk. De kerk werd gebouwd door de Fransen. Voor de kerk ligt het grote Quang Truong plein, het centrale punt in de stad. Kinderen doen hier een spelletje en vrouwen proberen hun waar te verkopen of maken een praatje met elkaar. Sa Pa is niet echt een schilderachtige bergplaatsje. De laatste jaren is het toerisme explosief gegroeid en hierdoor wordt nu overal lukraak gebouwd. In sommige straten is het een grote bouwplaats . Het uitzicht wordt door de vele hotels en bouwkranen flink belemmerd en dat maakt het dorp een stuk minder aantrekkelijk. We liepen verder naar de overdekte markthal die net buiten het centrum van het dorp ligt. De bevolking van de stammen uit de omliggende dorpen komen hier hun producten verkopen. Alles wat je hier aan voedsel koopt is super vers. We kwamen langs de slager waar we verschillende onderdelen van geslachte dieren zagen liggen. Sommige dieren werden zelfs ter plekke geslacht. Ik zag hoe er bij kikkers en vissen de koppen werden afgehakt.

De verkopers doen die onder andere om te laten zien dat het gekochte product kakelvers is. We hadden gehoord da Vietnamezen ook hond eten en we vroegen Ping of dit klopt.  Ze bevestigde dat er inderdaad hond wordt gegeten. De Vietnamezen eten hond sinds de oorlog. In die tijd was er weinig eten en werden honden naast kippen, varkens en eenden gewoon gegeten.  De Vietnamezen denken dat het eten van honden goed is voor de gezondheid, het libido en het zou geluk moeten brengen. Op deze markt wordt ook hond verkocht maar deze was vandaag al uitverkocht. Er werd ook veel fruit en groente uit de omgeving te koop aangeboden. Wij kochten drakenfruit, ramboetan en  mangosteen.

Na het bezoek aan de markt liepen we terug en moesten we bij het Garden Eden Hotel wachten op onze transfer minibus naar de homestay. Mamma kocht een tasje bij het Hmong meisje dat nog steeds op de oprit van het hotel zat te wachten tot we terugkwamen. Met een minibus werden we naar de omgeving van Giang Ta Chai gebracht. De rit er naar toe was erg hobbelig en Stan en Archie stootten een paar keer hun hoofd tegen het dak. We werden langs de kant van de weg afgezet en moesten nog een stukje te voet afleggen naar onze homestay.

Onderweg hielpen Ronac en ik nog met het malen van meel op de ouderwetse manier. Best nog lastig om de maalsteen goed rond te laten draaien zodat graan gemalen wordt. Onze homestay lag op een prachtige locatie en we werden welkom geheten door de gastvrouw Zu. We sliepen op een soort zolder en hadden een matras en klamboe ter beschikking. Er was één badkamer en één (Westers) toilet voor de hele groep beschikbaar. Niet veel luxe maar dat hebben wij ook niet nodig.

De sfeer om het “echte “ leven in de bergen te ervaren is veel leuker dan luxe. Bovendien hebben de locals de luxe ook niet. Voor het avondeten aten wij wat van het gekochte fruit en babbelden we wat met Stan, Archie en Job. Het avondeten bevatte gerechten met groenten, aardappel en natuurlijk witte rijst. Na het eten mocht ik wat langer opblijven dan Ronac. Ik leerde van Stan het kaartspel “toepen”. Ik bleek een talent te zijn en wist heel wat potjes te winnen tot frustratie van Stan, hihi. Beginnersgeluk noemde hij het. Rond 21:30 uur zocht ik mijn matrasje op en ben ik gaan slapen.

Centraal Europa: Dag 21; We love Boedapest

We hadden alle vier heerlijk geslapen in de zachte bedden. Toch wel lekker een keer niet hutje mutje in het tentje. We hadden verschillende plannen gemaakt over wat we allemaal wilden gaan doen. Om wat tijd te besparen kochten we een 24-uurskaart voor de metro en binnen 5 minuten waren we al in de buurt van onze eerste stop. We hadden nog geen ontbijt gehad en wilden dit gaan doen bij één van de bekendste koffiehuizen van Boedapest.

In de 19e eeuw waren de koffiehuizen een ontmoetingsplek voor onder andere schrijvers, kunstenaars en hoogopgeleiden. We liepen vanuit het metrostation naar het Vörösmárty Tér in het hartje centrum. Hier ligt het oudste koffiehuis van de stad: Gerbeaud. Het is ooit begonnen als theehuis en je kreeg er het “beste ijs in pest”. Het is een bekende en gewilde plek om elkaar te ontmoeten onder genot van koffie of thee met een heerlijk gebakje gemaakt volgens traditioneel recept.

We moesten al een tijdje wachten voordat we door éen van de bediendes naar een tafeltje gebracht werden. We namen plaats en keken op de menukaart. De prijzen waren belachelijk hoog maar goed. We wachten en wachten tot iemand onze bestelling kwam opnemen maar na een kwartier was er nog niemand gekomen. Uiteindelijk raakte ons geduld op en zijn we opgestaan en vertrokken. Voor ons gevoel is het een beetje vergane glorie en zijn ze aan hun eigen succes ten onder gegaan. We liepen met behulp van de stadsplattegrond in de richting van de Sint Stefanusbasiliek.

In een zijstraatje naast de kerk aten we een lekker broodje. Goedkoper en veel meer dan wat we bij Gerbeaud zouden hebben gekregen. Net voor het plein lag Gelarto Rosa. Er stond een lange rij en we waren nieuwsgierig wat er te krijgen was. Het bleek een ijssalon te zijn maar niet zo maar eentje. Je kreeg er originele smaken ijs zoals hibiscus en chocolade (wit) met lavendel. Ook de gewone smaken zoals aardbei, citroen en banaan hadden ze. Het ijs werd niet in bollen gedaan maar op een andere manier. Ze maken met een soort plamuurmes rozenblaadjes die ze langs elkaar plakken waardoor je een roos van ijs krijgt. Hoe meer smaken ijs je besteld, hoe groter de roos. We mochten allebei drie smaken uitkiezen en toen we het ijsje in onze handen hadden, was het bijna zonde om op te eten. Wat een mooi kunstwerkje!

We bezochten de imposante Sint Stefanusbasiliek. Het is de grootste kerk van Boedapest en de koepel heeft een hoogte van circa 96 meter. Het interieur van de kerk was prachtig en we zagen er veel pracht en praal. Het plafond van de koepel was aan de binnenzijde bedekt met veel mozaïeken. Na het bezoek aan de kerk liepen we via één van de bruggen weer naar de burchtheuvel aan de andere kant van de stad. Na het terugtrekken van de Mongolen werd hier in de 13e eeuw een burcht gebouwd. De vestingwallen moesten de koning en inwoners beschermen tegen nieuwe aanvallen.

Zeven eeuwen lang was deze burcht de woning van het Hongaarse koningshuis. Diverse keren is de burcht herbouwd na zware gevechten. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd hier flink gevochten door de Duitsers en Russen. De Duitsers gebruikten het paleis als hoofdkwartier. In de laatste maanden van de oorlog werd het belegerd door het leger van de Russen. Het paleis werd compleet in puin geschoten en platgebrand. Een nieuwe restauratie was noodzakelijk. Tegenwoordig zijn er in de gebouwen verschillende musea ondergebracht.

We liepen buiten langs de prachtige gebouwen die versierd zijn met barokke en gotische elementen. We vervolgden onze weg en kwamen langs de Matthiaskerk. Opmerkelijk waren de vele torentjes, gotische roostervensters en de gekleurde tegeltjes op het dak. In het verleden werden hier vele koningen gekroond en werden er koninklijke huwelijken gesloten.

Vlak bij de kerk ligt het Vissersbastion dat gebouwd werd in de 19e eeuw toen de Matthiaskerk gerestaureerd werd. Het is geen vestingwerk maar meer een terras om de kerk meer “glans” te geven. De witte muren, trappen en torens maken het geheel een mooi plaatje. Je hebt hier vandaan ook een fraai uitzocht over de oude stad en de waterstad beneden, het domein van de vissers. We liepen de trappen af naar beneden en stapten daar in de tram naar Margaretha eiland. Het eiland ligt in de Donau ten noorden van de gelijknamige brug. Het park heette vroeger Konijneneiland en was aanzienlijk kleiner. Tegenwoordig draagt het de naam van koningsdochter Margaretha van Hongarije die in de 13e eeuw in het klooster leefde dat toen hier op het eiland stond.

Het eiland is nu één groot vrijetijdspark waar je verschillende dingen kunt doen. Zo zijn er tuinen, eetgelegenheden, speeltuinen, mogelijkheden om te fietsen, joggen enzovoort. Aan het begin van het eiland stond een grote fontein. De waterstralen van de fontein dansten op de maat van de muziek die werd afgespeeld. Wij kwamen aanlopen en de waterstralen dansten op ons favoriete rocknummer van Guns ’n Roses. Echt cool om te zien.

We liepen wat rond maar belandden al snel in de zandbak van de speeltuin om kuilen en kastelen te graven. Op de terugweg liepen we weer langs de fontein en we besloten om met onze voeten in het water nog wat naar de show te kijken. Nu spoten de waterstralen de lucht in op Hongaarse kinderliedjes. Het bleef prachtig om te zien. We namen de tram en stapten ergens uit in de Joodse wijk. We dronken een gezond drankje op een terras en bestelden er wat tapas bij. We gingen daarna op zoek naar een plek om iets te eten.

We kwamen uit bij een Vietnamees restaurant. We namen vooraf dumplings en loempia en als hoofdgerecht kwamen er curry, rijst met groenten en kip en noedels met groenten en kip op tafel. Het smaakte goed. Na het eten vervolgden we onze routen en kwamen we langs de Grote Synagoge van Boedapest. Het is zelfs de op één na grootste synagoge ter wereld. De beveiliging was er volop aanwezig. Vroeger was dit het religieuze hart voor de joodse wijk maar tegenwoordig is hier geen sprake meer van. Er wonen nog redelijk wat joden maar ook andere mensen. De bouw van de grote Synagoge duurde vijf jaar en in 1859 werden de deuren geopend voor de gelovigen. In de jaren negentig van de vorige eeuw vond er een grote renovatie plaats.

De miljoenen euro’s verbouwingskosten werden gefinancierd door de Hongaars-joodse zakenvrouw Estée Lauder. Het was ondertussen donker aan het worden en we namen de metro terug naar de Donau. In de avond zijn veel gebouwen namelijk prachtig verlicht. Eén van de bekendste gebouwen van Boedapest, het Parlementsgebouw, was gehuld in lichtjes. Het is één van de oudste en grootste Parlementsgebouwen die nog steeds in gebruik is.

De bruggen en gebouwen op de Géllertheuvel waren ook mooi verlicht. We liepen de brug over en liepen voor de laatste keer over de Donaupromenade. We kochten nog een souvenir en namen nog kebab mee. Op iedere hoek vind je kebab zaken en we wilden de stad niet verlaten zonder dit gegeten te hebben. Wat een geweldig toffe stad bleek Boedapest te zijn. We hadden helemaal geen zin om morgen alweer verder te reizen. In deze stad hadden we nog vele dagen door kunnen brengen zonder ons te vervelen. Hier komen we zeker nog eens terug.

Centraal Europa: Dag 20; Boeda en Pest aan de Donau

Onze reis door Hongarije ging opnieuw weer verder. Vandaag gingen wij op naar de hoofdstad van het land: Boedapest. Het is de grootste stad van het land met bijna twee miljoen inwoners. Dat is een vijfde deel van alle Hongaren samen. Het was ongeveer 2 uur rijden vanaf Hortobágy. Het eerste stuk ging binnendoor maar gelukkig reden we ook bijna een uur op de snelweg. We hadden met de verhuurder van het appartement gesproken om te bellen als we op de ring van Boedapest reden. Zo kon hij ons opwachten bij de parkeergarage die hij voor ons geregeld had.

Het verkeer in het centrum viel reuze mee en was niet anders dan een grote stad in Nederland. Ze rijden hier zelfs veel hoffelijker en vriendelijker. We arriveerden stipt op de afgesproken tijd (12.30 uur) bij de parkeergarage. We werden ontvangen door Gabor een vriendelijke man die maar aan één stuk door bleef praten. Hij liep met ons mee naar het appartement en gaf ons een uitgebreide rondleiding. Het appartement was werkelijk voorzien van alles wat je maar nodig hebt. WIFI, koelkast, wasmachine etc.

We besloten om niet te lang in het appartement te blijven en direct de stad in te gaan. We liepen een stukje en gingen op zoek naar een plek voor een late lunch. We vonden een Burgerrestaurant maar niet zo eentje als de McDrek. De hamburgers waren overheerlijk en gemaakt van “echt” vlees. We zaten overvol toen we alles op hadden. Terwijl wij moesten wachten op het eten, hadden we op de plattegrond van Boedapest gekeken en een route uitgestippeld om de meeste bezienswaardigheden te kunnen zien.

De stad bestaat uit twee gedeelten, Boeda en Pest. Tussen Boeda en Pest stroomt de rivier de Donau. Boeda is rustig en heuvelachtig en hier vind je de burcht en het Koninklijk Paleis. Pest is vlakker, veel drukker en moderner. Je vindt er fabrieken, winkels en kantoren. Ook ons appartement ligt aan deze kant. We liepen naar de Donaupromenade onder de bevolking bekend als Duna Korzo.

De promenade loopt tussen de Kettingbrug en de Elizabeth brug. In totaal verbinden negen bruggen de stadsdelen Boeda en Pest met elkaar. We kwamen langs een straat vol met souvenirwinkels maar liepen er langs. We kwamen uit bij de grote Markthal van Boedapest. Het gebouw werd eind 19e eeuw gebouwd en ontworpen door de Hongaar Samu Pecz. Oorspronkelijk liep er door dit gebouw een kanaal. Bootjes konden naar binnen varen om de goederen rechtstreeks tot bij de markthandelaars te brengen. De gevel van het gebouw is prachtig versierd met gekleurde tegels van de Hongaarse fabrikant Zsolnay. We gingen niet naar binnen maar speelden even met het water van een fontein.

Vervolgens liepen we in de richting van de Vrijheidsbrug (Szabadság hid). De stalen groen geverfde brug is één van de negen Donaubruggen en dateert uit 1896. Een paar jaar later reed de eerste tram over de brug. In 1945 werd de brug door de Duitsers verwoest. De brug werd herbouwd en in 1946 weer opnieuw in gebruik genomen. Op de torens van de brug staan vier roofvogels: de turul. Deze vogel speelde een belangrijke rol in de Hongaarse mythologie. We liepen de Vrijheidsbrug over en kwamen zo in het stadsdeel Boeda. We liepen de bosrijke en steile Géllertheuvel op. en eindigden op de top (235 m) bij het Vrijheidsbeeld.

De berg dankt zijn naam aan de heilige Géllert die hier door de heidense Magyaren een marteldood vond. Op de plaats waar Géllert in een dichtgemaakt vat van de rotsen af naar beneden werd gegooid, staat nu een beeld van hem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Hongaarse revolutie in 1956 was de Géllertheuvel de plek waar vandaan de stad door de Russische tanks beschoten werd. Op de top van de heuvel. Op 235 meter hoogte, staat het Vrijheidsbeeld (Szabadság Szobor). Het monument werd opgericht door het Rode leger om hun overwinning in de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Het veertien meter hoge standbeeld is een vrouw met een palmblad in haar handen.

We liepen wat rond en hadden aan verschillende kanten, een prachtig uitzicht over de stad. Iedere keer opnieuw zagen we andere bekende gebouwen liggen zoals het parlement, de opera, koninklijk paleis en de Matthiaskerk. We liepen de berg af naar beneden en kwamen langs het Koninklijk paleis. We bezochten dit nog niet en liepen door naar de oudste brug over de rivier de Donau. De Széchenyi kettingbrug werd gebouwd van 1842 tot 1849.

Boedapest dankt deze brug aan een graaf István Széchenyi die in 1820 hoorde dat zijn vader in Wenen was overleden. Hij moest naar de andere zijde van de Donau met een pontjesbrug. Echter was deze buiten gebruik door de strenge winter. Hij strandde dus in het Pest gedeelte en kon een week niet verder. Hij kwam toen op het idee om een permanente brug over de Donau te bouwen en dit zou betalen, ongeacht wat de kosten zouden zijn.

In de tijd dat de hangbrug werd gebouwd was het een bouwkundig hoogstandje te noemen. Het was toen met 375 meter lengte één van de langste bruggen van Europa. Aan beide zijden van de brug staan grote leeuwen die de brug bewaken. We liepen deze prachtige brug over en kwamen weer aan de andere kant van de stad uit. Via een lange hoofdweg liepen we in het donker terug naar ons appartement. In het appartement aten we nog een bordje soep met brood voordat we naar bed gingen.

Centraal Europa: Dag 17; Barok Eger

We hadden vandaag geen uitgebreid programma. Mamma moest in de ochtend eerst twee wasjes in de wasmachine doen. Pas toen dat klaar was liepen we naar het centrum van Eger om lekker te gaan lunchen. Tijdens onze wandeling naar het centrum kwamen we langs de Basiliek van Eger. Het is de op één na grootste basiliek van Hongarije. De basiliek werd in 1831 – 1836 in korte tijd gebouwd in classicistische stijl.


De twee heilige boontjes waren onder de indruk.

We namen een kijkje in deze prachtige kathedraal en voelden ons echte heilige boontjes toen we in de kerkbanken zaten. We liepen verder en gingen bij een van de vele restaurantjes in het centrum zitten. Ronac en ik bestelden een wrap, mamma uiensoep en pappa nam goulashsoep. De ober had het verkeerd begrepen en bracht maar één wrap in plaats van twee. Ik moest dus nog eventjes wachten.

In de tussentijd snoepte ik lekker mee van de soepen. Goulash, in het Hongaars Gulyás, is wereldbekend en dé Hongaarse specialiteit. De originele goulash is een soep. De ingedikte variant die wij kennen is een vleesstoofpot en heet in het Hongaars Pörkölt. De soep wordt bereidt in een grote ketel (bogrács) die boven een houtvuur wordt gehangen. De uiensoep van mamma werd geserveerd in een hardgebakken brood. De uiensoep lost de binnenkant van het brood op en zo krijg je een zacht uienbroodje om op te eten. Gelukkig had ik nog plaats over voor de heerlijk wrap die na 15 minuten alsnog werd geserveerd.

Na de lunch liepen we verder door het centrum. Overal zagen we mooie barokke gebouwen. De barok is de architectuurstroming die gedurende de 17e en het begin van de 18e eeuw bloeide. De bouwstijl is weelderig en met veel versieringen. Bij de bouw werden veel ornamenten en decoraties van marmer en dure soorten hout gebuikt. Het draait in deze bouwstijl voornamelijk om pracht en praal.

In het hart van de stad ligt het Dobóplein. De sfeer van het plein wordt bepaald door de uitstraling van de Minorieten-kerk en het grote standbeeld van István Dobó, de kapitein en verdediger van de burcht tijdens de aanval van de Turken in 1552. Op het plein was ook een fontein waar je doorheen kon rennen. De kunst is natuurlijk om dit te doen zonder nat te worden. Ik bleef redelijk droog maar Ronac kwam er helemaal nat uit. We hadden veel lol en wisten van geen ophouden. We liepen verder in de richting van Egri Vár, de burcht van Eger.

We wilden het graag bezoeken maar zagen dat er vanaf morgen een festival zou beginnen. Na wat informatie te hebben gekregen bij de kassa, besloten we om hier morgen nog een dag extra te blijven en dan het festival te bezoeken. We liepen verder door het centrum en kwamen uit bij de overdekte fruit- en groentemarkt. Overal zagen we soorten paprika wat het belangrijkste kruid en ingrediënt is in de Hongaarse keuken. Oorspronkelijk komt de paprika uit Midden-Amerika en is deze door de Spanjaarden naar Europa gebracht.

Via Italië werd de paprikaplant vervoerd naar Turkije, de Balkan en Hongarije. In Hongarije kreeg de paprika haar naam. De paprika wordt gekweekt in verschillende kleurvariaties, vormen, grootte en scherpte (pittigheid). We zagen de bekende rood, geel, oranje en groene varianten maar er waren ook witte, bruine en paarse varianten te vinden op de markt.


Een slush hoort er natuurlijk ook bij, lekker fris!

Tijdens het groeien is de paprika groen, paars, bruin of wit. Tijdens het rijpen verandert de kleur naar rood, geel, bruin of oranje. De smaak van de paprika verandert ook tijdens het rijpen. Rijpe paprika’s zijn zoet terwijl onrijpe paprika’s eerder kruidig met een bittere smaak zijn. We kochten wat paprika’s, groenten en fruit. Bij een andere winkel kochten we een pan zodat we deze avond in de gezamenlijke keuken op de camping zelf een pasta konden maken.


Ronac was niet bang voor de rare snuiters en wilde graag met ze op de foto.

Op de terugweg kwamen we op het Dobóplein nog mannen in klederdracht tegen. Zij waren reclame aan het maken voor het festival dat dit weekend in Eger plaats zou vinden. We liepen op ons gemak terug naar de camping. Wij speelden lekker even op het grasveld terwijl mamma een snelle pasta klaarmaakte in de keuken. We aten aan een van de picknicktafels in de keuken omdat het licht begon te regenen. Na het eten belden we via What’s App met oma Margriet. Zij vierde vandaag haar verjaardag en wij zongen haar toe via de telefoon. In de avond keken wij een filmpje in de tent want met regen valt er buiten niet veel te doen.