Historisch Den Bosch

Mamma ging voor de APK controle en onderhoud naar de garage van Bas. Wij hebben deze week vakantie en moesten dus mee. Mamma besloot om er een leuk dagje weg van te maken. Het was even lastig wat we gingen doen want Ronac en ik verschilden van mening. Uiteindelijk stelde Ronac zijn mening bij en vertrokken we na het onderhoud en de keuring in goedgekeurde auto naar Den Bosch. Net zoals Den Haag (’s-Gravenhage) heeft Den Bosch ook twee namen.

De officiële naam is ’s-Hertogenbosch maar de naam Den Bosch is veel ouder. Wij parkeerden bij ondergrondse parkeergarage St Jan die we via een spiraalvormige baan, ook wel de Wokkel genoemd, binnen reden. De parkeergarage bevind zich onder het Zuiderpark waar het Baselaar Bastion is gelegen. Met een tunnel liepen we onder de vestingmuur door en kwamen we bij de vestinggracht uit. Het bastion was een verdedigingswerk en speelde een belangrijke rol tijdens het Beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629. Al met al is ’s-Hertogenbosch één van de oudste steden van Nederland en heeft het een middeleeuws stadscentrum.

Van de parkeergarage liepen wij in de richting van de Sint-Janskathedraal. Het is een uniek bouwwerk binnen de Nederlandse kerkelijke architectuur en is uitgevoerd in Brabants gotische stijl. Je ziet dit aan de vele ornamenten, dubbele luchtbogen, luchtboogfiguren maar liefst 96 stuks en versieringen van en boven de ramen. We bekeken de kathedraal vanaf het plein aan de parade. Vroeger was dit plein een deel van de Begijnhof en woonden er ongeveer 300 Begijnen binnen de muren.

Wij besloten eerst een hapje te gaan eten alvorens wij de kathedraal zouden bezoeken. Aan de Parade waren verschillende gezellige eetcafés gevestigd. We vonden ergens een plaatsje en bestelden lekkere gerechten. Ronac en ik namen een clubsandwich en mamma nam de soep van de dag (pompoensoep). We hadden flinke honger dus alles ging schoon op. Na de lunch liepen we naar de kathedraal en bekeken we het interieur.

Binnen zag je duidelijk dat de kathedraal gebouwd is in kruisvorm. In de Sint Jan zagen we een rijk versierd doopvont van 350 kilo, prachtige altaren, een orgel uit de renaissance periode, preekstoel en mooie glas in lood ramen. We kwamen de kerk uit en liepen verder naar het stadscentrum. Wij gingen eerst een trui kopen want we hadden geen jas meegenomen. De weerberichten hadden een graad of 22 voorspeld maar het was opmerkelijk fris en bewolkt. De zon scheen wel maar had een opmerkelijke oranje gloed en scheen minder fel dan gisteren.

Later hoorden we dat het kwam door een combinatie van sluierbewolking, rook- en asdeeltjes en Sahara stof. De rook- en asdeeltjes worden veroorzaakt door bosbranden in Spanje en Portugal en de Sahara stof komt mee met orkaan Ophelia. Een bijzondere combinatie die maar weinig voorkomt. Koud hadden wij het in ieder geval wel. We kwamen uit op de driehoekige Markt, het oudste deel van de stad. Bij de C&A kochten we een lekkere trui en we hadden het daarna een stuk warmer. Aan de Markt ligt het oudste nog bestaande bakstenen huis van Nederland, De Moriaan. Het werd gebouwd in 1220 door Hendrik I van Brabant.

In dit ondertussen gebouw, ondertussen erkend als rijksmonument, is het VVV kantoor gevestigd. We wilden graag een rondvaart maken over de Binnendieze (riviertjes binnen de stadsmuren), maar helaas, bleek bij navraag dat alle boten volgeboekt waren. We kochten daarom een wandelroute om zo toch het een en ander van de stad en zijn historie te kunnen zien. Bij deze route werden ook allerlei leuke wetenswaardigheden vermeld.

We liepen door het Korenstraatje waar vroeger de korenboeren langs kwamen met hun handel op weg naar de Markt. In de Karrenstraat werden vroeger de karren gestald en bevonden zich veel cafés en logementen. Aan het einde van de Korenbrugstraat zagen we het standbeeld van Zoete lieve Gerritje. Het symbool van de Bossche geest wat staat voor vrolijk- en goedmoedigheid. Hier stroomde ook de Binnendieze, het riviertje dat gevoed wordt door de Dommel en de Aa.

De Binnendieze heeft door de jaren heen, veel voor de stad betekend. ‘s-Hertogenbosch ontstond als een kleine ommuurde stad, ter grootte van de Markt en een aantal andere straatjes. Later werd de stad nogmaals ommuurd, ditmaal ter grootte van de huidige binnenstad. De riviertjes binnen de muren kregen de naam De Binnendieze. De Binnendieze werd gebruikt als watervoorziening, wasplaats en visplaats, maar ook als afvalstort.

Tot ongeveer 40 jaar geleden was het water nog een open riool. Door aanleg van een rioolstelsel in de stad verdween de Binnendieze langzaam. Daar werd in 1972 een stokje voor gestoken. Het vaarwater werd beschermd stadsgebied. Het water onder de stad is nu met recht een van de historische trekpleisters van ‘s-Hertogenbosch! In de Lepelstraat was vroeger een maat die gebruikt werd voor het wegen van graan.

Ook was hier de vismarkt waar de visvrouwen hun waar verkochten. Er staat ook nog een Maria kapelletje. We liepen het oude centrum uit via de Wilhelminabrug, over de rivier de Dommel, in de richting van het centraal station. Op het Stationsplein staat de Drakenfontein die mogelijk verwijst naar de “Moerasdraak”, de bijnaam van ’s-Hertogenbosch tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De stad kreeg deze naam omdat ze onneembaar zou zijn vanwege de ligging bij een moeras. We liepen verder door omdat we wisten dat ergens aan de linker kant de bekende banketbakkerij  Jan de Groot moest liggen.

We kunnen Den Bosch natuurlijk niet verlaten zonder een Bossche bol te hebben geproefd. De Bossche bol is een chocoladebol en wordt gegeten als een gebakje. De bol wordt gemaakt van soezenbeslag, gevuld met slagroom en geglazuurd met gesmolten chocoladefondant. Bakkerij Jan de Groot werd in 1936 opgericht en begon de chocoladebollen naar eigen recept te verkopen. Ze zijn een bekend fenomeen in en buiten Den Bosch.

We zaten nog vol van de lunch en kochten vier van deze Bossche bollen voor thuis. Zo kon pappa ook meegenieten van ons uitstapje. We vervolgden de route langs de Sint Jansingel en bogen later weer af richting de oude wijk “Uilenburg”. Oorspronkelijk was dit een drukke wijk met veel pakhuizen.

Bij brouwerij Boegbeeld aan de Uilenburg kochten wij voor pappa enkele Bossche speciaal biertjes. De biertjes hadden de naam Sjekladebol, vernoemd naar de Bossche bol en natuurlijk met chocoladesmaak, Siberië, wit bier met sinaasappel en koriander en de laatste had de naam Kutbier. Wat! Ja, we moesten erg lachen om de naam. Het is een ode aan de Bossche Kut. “Kut” is de niet zo mooie bijnaam voor een Bossche volksvrouw die vaak het hart op de tong draagt.

De Bossche volksvrouw zou het haar in onnatuurlijke kleuren verven, draagt veel make-up en heeft opvallende getekende wenkbrauwen. Als je langs rijdt op haar brommer roepen de Bossche mannen: “Ziet goed uit, kut!”. Het biertje zou smaken naar pruimen. Wij stonden te trappelen om pappa te vertellen dat we Kutbier hadden gekocht, hihi.

We kwamen weer een stukje langs de Markt met het stadhuis dat dateert uit de tweede helft van de 14e eeuw. Jan Derkennis was als net zoals bij de bouw van de Sint-Janskathedraal betrokken bij de bouw van dit gebouw. We dwaalden verder door smalle straatjes waar allerlei leuke winkeltjes gevestigd waren en het geld bleef rollen. Een ouderwetse snoepwinkel was een waar paradijs voor ons. Toen we weer bij de Sint Jan aankwamen, sloegen we af en liepen we terug naar de parkeergarage. Het was tijd om terug naar huis te gaan. Na het avondeten mochten we de Bossche bol op eten en proefde pappa het meegebrachte Kutbier. Beiden smaakten voortreffelijk!

Het terracottaleger

Vanmorgen werd mamma gebeld met de vraag of het klopte dat Quincy met ons mee mocht naar het museum in Luik. Stiekem had ik gisteravond met Quincy afgesproken. Nu wilde zij graag met ons mee. Het mocht van pappa en mamma en zo vertrokken wij rond 12:00 uur naar Luik.

Het prachtige station “Liège Guillemins”

We zouden een expositie van het Chinese terracottaleger bezoeken. Helaas hadden we dit jaren geleden tijdens onze vakantie in China niet gedaan. Een leuke gelegenheid om het nu te doen. Het museum is gelegen in het treinstation Liège Guillemins. Luik werd lange tijd gezien als sombere en vieze industriestad maar de afgelopen jaren heeft de stad een metamorfose ondergaan. Er is van alles gedaan om de stad aantrekkelijker te maken. We parkeerden vlakbij het station in een straatje en hoefden geen parkeergeld te betalen omdat het een feestdag was.

Het station is modern en architectonisch zeer bijzonder. Het is er ook bijzonder druk met fotografen en architectuurliefhebbers. Het gebouw is ontworpen door Santiago Calatrava, een Spaanse architect. Het is opvallend hoeveel glas er is gebruik en we waren best onder de indruk.

Ondanks dat Luik net over de grens bij Nederland ligt, wordt er geen woord Nederlands gesproken en staat alles in het Frans aangegeven. We waren verbaasd toen het meisje achter de ticketbalie van de tentoonstelling ons in het Nederlands aansprak. We betaalden de entree en ontvingen twee Nederlandstalige audiotours.

De introductiefilm was met een voice-over in het Frans en in het Engels ondertiteld. Met een beetje vertaling van pappa en mamma wisten wij het meeste dat er verteld werd toch te begrijpen. We keerden tijdens de tentoonstelling ongeveer 2200 jaar terug in tijd naar de eerste keizer van China. Keizer Qin Shi Huangdi wilde na zijn aantreden een grafmonument oprichten. Het monument en het leger bevindt zich tussen de berg Li en de stad Xi’an.

Op een maquette konden we zien hoe het monument er destijds uit moet hebben gezien.  Aan de bouw hebben meer dan 700.000 arbeiders waaronder vele slaven gewerkt. De grafheuvel was en begroeid met gras en bomen en werd omringd door dikke muren. Binnen deze muren stonden ooit ook tempels, zalen en bestuurlijke gebouwen. Op het terrein bevonden zich ook meerdere putten met grafgeschenken. Zo werden er onder andere 8000 levensgrote terracotta beelden gemaakt van krijgers en paarden om de keizer in het hiernamaals te beschermen.

Qin Shi Huangdi geloofde er in dat het graf zijn paleis voor de eeuwigheid was en dat het leven onder de grond een vervolg was van zijn leven op de aarde.  In 1974 werd het Chinese terracottaleger ontdekt door boeren die een put aan het graven waren. Het werd de grootste archeologische vondst van de 20ste eeuw. Het terracottaleger bestond uit soldaten, kruisboogschutters, ruiters met strijdwagens en paarden. Het leger was klaar voor de strijd. Er werd gebruik gemaakt van echte wapens en ze waren geschilderd in heldere kleuren.


Tenslotte keerden we nog één keertje terug bij de Chinese muur

Veel wapens werden geroofd en de kleuren vervaagden door blootstelling aan de buitenlucht. De beelden zin van binnen hol en in delen gemaakt. Ze werden gemaakt door rijksarbeiders en lokale werklui. De figuren zijn op ware grootte gebouwd. Er wordt gezegd dat alle terracottakrijgers gebaseerd zijn op echte mensen.  Ieder gezicht heeft verschillende eigenschappen en expressies.

Sommige figuren staan en weer andere zitten geknield, klaar voor de strijd. Sommige figuren dragen een harnas terwijl anderen gekleed zijn in een uniform. De figuren die we in Luik zagen waren echter niet de originele beelden maar wel erg getrouwe kopieën. De originele zijn te fragiel om te transporteren. Wij vonden het allemaal zeer interessant om te zien. Na de tentoonstelling liepen we nog wat door het station en liepen we naar het centrum van Luik. We kwamen door een mooi groen park met fitnesstoestellen en prachtige beelden.


Na het park liepen we de wijk ‘La Carré’ binnen. In deze wijk zijn een groot aantal winkelstraten te vinden en zijn er veel cafés en restaurants. Veel winkels en restaurants waren gesloten vanwege tweede paasdag. In het historische centrum kwamen we ook langs de Koninklijke Waalse Opera. Het operagebouw is in het begin van de negentiende eeuw gebouwd op de plaats waar een oud Dominicanenklooster stond.


Het Prins Bischoppelijk paleis van Luik.

Het volgende mooie gebouw dat we zagen was het prins bisschoppelijk paleis van Luik aan het Place Saint Lambert. Het paleis van Luik is zonder twijfel het mooiste oude gebouw in de stad.  Het paleis werd oorspronkelijk geheel in de gotisch renaissancistische stijl gebouwd. De voorgevel is echter in de achttiende eeuw vervangen door een gevel in de neoclassicistische stijl.

Tegenwoordig is het Paleis van Justitie en het provinciebestuur hier gevestigd. Het Place Saint-Lambert is één van de grootste en belangrijkste pleinen van Luik. Het plein is aan het einde van de achttiende eeuw ontstaan nadat de Sint-Lambertuskathedraal gesloopt werd. Het plein ligt hoger dan de andere delen van het historische centrum en de trappen rond het plein zaten vol met jongeren. Onze zoektocht naar een echte Luikse wafel mislukte. De Gaufre de Liège is de bekendste lekkernij uit Luik en is nog bij enkele patisserieën in het centrum te vinden. Helaas waren deze vandaag allemaal gesloten. We reden tegen de klok van vijf uur weer terug naar Maastricht voldaan na een leuke leerzame dag.

Dag 22; Naar Colombo

Onze laatste dag reisden we via de zuid- en westkust terug naar de hoofdstad Colombo. Onderweg kwamen langs plaatsen waar het nog steeds zichtbaar was welke schade de tsunami had aangericht in 2004. De tsunami, veroorzaakt door een zeebeving, ontstond in de buurt van Indonesië en verplaatste zich over de hele Indische oceaan. De vloedgolf overspoelde o.a. de kust van India, Thailand. Somalië en Sri Lanka. De golven werden groter naar mate ze aan de kust aanspoelden en sleurden werkelijk alles met zich mee. Het maakte veel slachtoffers en liet een grote ravage achter. We zagen kale plaatsen waar vroeger huizen hadden gestaan en waar nooit iets herbouwd is. Ik kan me niet goed voorstellen hoe het geweest moet zijn maar verschrikkelijk is het wel. We stopten bij een monument om de slachtoffers van de tsunami te herdenken.


monument ter nagedachtenis aan de Tsunami van 2004.

Onze volgende stop maakten we aan de zuidkust bij het plaatsje Kosgoda. Deze kleine badplaats staat vooral bekend vanwege de zeeschildpaddenopvang. De stranden zijn een favoriete broedplaats voor zeeschildpadden. Vanwege het uitsterven van de zeeschildpadden worden de gelegde eieren verplaatst naar de opvang waar de gevonden eieren worden uitgebroed. De overlevingskans wordt op deze manier groteren de populatie beschermd. Van de zeven soorten zeeschildpadden in de wereld, worden hier vijf soorten beschermd: de soepschildpad (of groene zeeschildpad), de karetschildpad, de onechte karetschildpad, de warana en de lederschildpad. Tijdens de rondleiding kregen wij de ronde eieren in onze handen en later ook schildpadjes van één dag oud, zo schattig. Ik was er helemaal verliefd op en wilde iedere keer een andere oppakken en vast houden. Wanneer de schildpadden gezond zijn worden ze na een aantal dagen vrijgelaten in de zee.

Helaas zagen we ook een aantal volwassen schildpadden die niet terug konden naar de zee vanwege verwondingen. Zo zagen we een paar schildpadden die een voor- of achtervin misten door een ongeluk met een schroef van een boot. Ook waren er albino schildpadden die te veel opvallen in de open zee en een blinde schildpad. Ik vond het interessant om er van te leren en de dieren te zien.


Op de schildpaddenkwekerij.

 
We vervolgden onze weg langs de westkust en zagen daar vele kokospalmen. De kokospalmen groeien het liefst aan zee. De palm heeft een lange, grijze stam die wel 30 meter hoog kan worden. In de top ontstaan de bladeren en de vruchten, de kokosnoten. In veel tropische landen is de kokospalm van groot belang. Men kan alles van de boom gebruiken. Zo kun je er bijvoorbeeld van eten en drinken en allerlei voorwerpen van maken. Wij zagen een man die in de kokospalm geklommen was om daar kokosnoten te plukken. De man bewoog zich behendig met zijn kapmes door de boomtoppen van de palmen. Knap maar levensgevaarlijk!


Een echte palmbomenklimmer, wat een acrobaten zeg!

Hoe dichter we in de buurt van Colombo kwamen hoe drukker het op de weg werd. In de voorsteden kwamen we meteen in de file te staan en het schoot niet echt op. Een flinke regenbui zorgde er ook nog eens voor dat de straten blank kwamen te staan. We hadden onze lunch bij een Chinees restaurant die een goede kwaliteit eten op tafel zetten. Het was smikkelen en smullen. We maakten een kleine stadstour door Colombo. De oorsprong van de stad begon in de 16de eeuw toen de Portugezen aanmeerden en zich op deze plaats vestigden. Later volgden de Nederlanders en de Engelsen en groeide Colombo uit tot een belangrijke havenstad. In de stad stond alles door elkaar heen. We zagen mooie koloniale gebouwen met daarnaast weer moderne kantoorgebouwen. Tempels staan naast moskeeën. Ik vond het geen mooie stad om te zien maar de tegenstellingen zijn zeer bijzonder. We stopten bij het onafhankelijksplein en zagen daar het monument ter nagedachtenis aan de onafhankelijkheid van Sri Lanka in 1948. Bij het monument stond het standbeeld van de eerste minister president van Sri Lanka.

We reden langs het Galle Face Green, een promenade die werd aangelegd om paardenraces en golf te spelen. Het wordt nu gebruikt als park om te ontspannen voor dagjes mensen. We reden door het gebied Colombo Fort waar vroeger het Nederlands en Brits fort stond. Nu is dit district het financiële district en vind je er tussen de historische gebouwen veel banken. We zagen de oude vuurtoren ent het oudste gebouw in Colombo: het Nederlands ziekenhuis (Old Colombo Dutch Hospital). Via het havengebied van Colombo reden we de stad langzaam uit. Het verkeer was erg chaotisch en rommelig.

We stonden tussen volgepropte bussen, pruttelende vrachtwagens, fietsers, trishaws (fietstaxi) en tuk-tuks. We hadden een paar keer een bijna botsing maar Nana had al bewezen een goede chauffeur te zijn en wist iedere keer weer een aanrijding te voorkomen. Ons laatste hotel lag in de plaats Katunayake op ongeveer 7 kilometer van het vliegveld. Het Tamarind Tree Hotel bestond uit 36 luxe bungalows in een mooie groene omgeving. Wij kregen een mooie, ruime bungalow in de buurt van het zwembad. We namen nog even een duikje tot het donker werd en we aangevallen werden door de muggen. Het avondeten bleek bij dit hotel niet inclusief te zijn en daarom wilden we a la carte eten. De ober probeerde ons het buffet op te dringen maar uiteindelijk kregen we toch de menukaart. We bestelden allemaal een pasta die goed smaakte. Voor de laatste keer deze vakantie pakten we onze spullen in. Morgen gaan we dit prachtige land verlaten om terug te gaan naar Nederland.


En nog één keertje zwemmen voordat we weer naar huis gaan.