Pulau Satonda

Vroeg in de morgen werden we gewekt door de geur van tosti. We kregen zelfs een soort van ontbijt op “bed”. De tosti was wel apart en anders dan bij ons. Het bestond uit kaas en pindakaas, een vreemde maar toch lekkere combinatie. Mamma en Ronac voelden zich weer helemaal oké.

Ondertussen waren we de hele nacht doorgevaren en lag de boot voor anker bij Satonda eiland. Het eiland ligt enkele kilometers voor de kust van Sumbawa. Het was vroeger een vulkaan maar is nu uitgedoofd. De krater die toen gevuld was met hete lava is nu gevuld met water. Oorspronkelijk was dit zoet water maar na de tsunami in 1815 is het water in het meer zout. De tsunami ontstond na de dodelijkste vulkaan eruptie uit de geschiedenis namelijk de uitbarsting van de vulkaan Tambora. Deze vulkaan lag aan de noordkust van het eiland Sumbawa waarbij deze van ca 5100 meter naar 2800 meter hoogte is gehalveerd.


We gingen van boord en maakten een kleine wandeling langs de kraterrand en het meer. Ook was er nog tijd om het koraalrif voor de kust van Satonda te ontdekken. Ook hier was weer een kleurrijke onderwaterwereld te vinden. Het lijkt wel of het ene plekje nog mooier is dan het andere. Vervolgens moesten we een stukje varen en hadden tussendoor een lunch met groenten nasi putih en tempeh (soort koek op basis van sojabonen). We maakten even na de middag een stop bij Pulau Moyo. Dit eiland ligt aan het begin van Sumbawa.


Op dit eiland was een waterval waar we met z’n allen naar toe wandelden. Ik had geen zin om mijn wandelschoenen aan te doen en wilde op blote voeten lopen. Achteraf bleek dit een goede keuze te zijn want we moesten door meerdere riviertjes heen waden. We liepen door een dichte bebossing en hoorden van de kapitein dat hier veel herten leven. De waterval (Air Beling) is een waterval met een zoutwater meer. Er waren verschillende poeltjes waar je in kon zwemmen. Op een soort stoeltje van lianen konden we rustig heen en weer schommelen boven het water. Pappa klom met een deel van de groep nog verder langs de waterval omhoog.



Boven gekomen was hier ook een poel met een echte liaan waar men aan kon slingeren als een echte Tarzan. Al zwierend liet iedereen zich vanaf de liaan in het water plonsen. Na deze kort wandeling konden we nog even snorkelen en van de boot af springen en duiken. Een keer probeerde ik te duiken maar kwam iets te plat op mijn buik terecht, au. In de avond kregen we ons laatste diner aan boord en vertrokken we in de richting van Lombok. Ook weer een flink aantal uren varen. Samen met pappa sliep ik deze nacht op het bovendek. We waren de dieseldamp en benauwdheid een beetje zat en wilden wat frisse lucht. Ik sliep als een roosje.


Slapen op het dek onder de sterrenhemel.

Snorkelen op het rif

De ochtend begon al vroeg. De geur van bananenpannenkoeken kwam ons om half zeven al tegemoet. We aten op het bovendek onze pannenkoek samen met een kopje thee of koffie. Keyro vond de pannenkoek niet zo lekker en daar was Fransman David erg blij mee want die lustte er nog wel eentje. We begonnen rond 7:00 uur met varen naar Pink beach. Eigenlijk stond dit voor gisteren op het programma maar dat werd niet gehaald.

Rond 7:30 uur kwamen we er aan en konden we, in het nog erg koude water, gaan snorkelen. We klommen van de boot af en zouden zo naar het strand zwemmen en of snorkelen. Het snorkelen lukte mij nog steeds niet zo goed en ik hield het maar bij zwemmen. Af en toe liftte ik mee op de rug van mamma. Het koraalrif was hier erg mooi om te zien en zelfs zonder dat ik onderwater ging, kon ik door het glasheldere water van alles zien.


De riffen barsten van het leven met kleurrijke vissen en ongewervelde dieren (zeelelies, sponzen). Het koraalrif is voor dieren een ideale plek om te wonen. Veel dieren verblijven er hun hele leven (papegaaivis, anemoonvis, slakken en zee-egels). Andere dieren (schildpad, haai, dolfijnen) komen er tijdelijk om voedsel te zoeken. De meeste dieren op het rif leven van plankton. Dit zijn heel kleine diertjes die in het water zweven. Het koraal zelf eet ook alleen maar plankton. Koraal wordt gegeten door de papegaaivis, de zee-egel en door een grote zeester. Het koraalrif biedt naast eten ook bescherming. Tussen de koralen zitten veel holletjes, spleten en andere schuilplaatsen. Veel vissen leggen hun eitjes tussen het koraal zodat hun jongen dan in een goed en veilig gebied groot kunnen worden en niet meteen worden op gegeten door andere vissen. De koraalvissen zijn vaak felgekleurd en vallen dus goed op. Ze zijn dus goed zichtbaar voor vijanden. De kleuren van de dieren dienen niet om vijanden af te schrikken maar houden een waarschuwing in voor soortgenoten: Dit is mijn gebied, blijf hier vandaan.


Op koraalriffen treft men ook poetsvissen aan. Het zijn vissen die nodig zijn om andere vissen van parasieten te ontdoen. In spleten en holen van het koraal bevinden zich murenes die vooral in de schemering en nacht op roof uitgaan. Het rif liep door tot aan het strand. Ik kon nergens staan en raakte lichtelijk in paniek en wilde niet naar het strand. Door mijn gespartel haalde mamma haar hand en been open aan het scherpe koraal. Gelukkig kwamen we snel weer in dieper water waar ik kon zwemmen. Pappa en Keyro gingen wel even het strand op. Het zand zou een roze gloed moeten hebben doordat het witte zand is gemengd met stukjes rood koraal. Misschien dat de lichtval niet goed was want het zag er gewoon wit uit en niet roze. Na ongeveer een uur klommen we weer aan boord om onze weg te vervolgen naar Manta Point. Op deze plek loopt een soort van snelweg voor reuzenmanta’s of ook wel de duivelsrog genoemd.
De stroming was sterk en daardoor wordt je bij het zwemmen erg snel moe van. De manta’s zouden ook veel dieper zwemmen door de sterke stroming en het was hopen dat we er een paar zouden kunnen vinden. Vanwege de stroming zouden wij aan boord blijven omdat het te gevaarlijk was om het water in te gaan. Vanaf de boot zochten de matrozen naar manta’s. Als er eentje gezien werd, moesten pappa, mamma en de anderen snel het water in om deze dieren te kunnen zien. Het duurde even maar toen werd er: “manta, manta” geroepen. Uiteindelijk hadden ze toch geluk en wisten ze er allebei een paar manta’s, ver onder hun, in de diepte te zien. Met een spanwijdte tot zeven meter kan de reuzenmanta tot maximaal 3000 kg wegen. De reuzenmanta doet er zes tot acht jaar over voor hij volwassen is en heeft dan zo’n 3 ½ tot 4 ½ meter spanwijdte.


Heerlijk lunchen op de boot.

De mond zit niet aan de onderkant zoals bij andere roggen maar min of meer aan de voorkant. De bovenkant is meestal zwart of blauw en de onderkant wit. De reuzenmanta voedt zich met plankton en kleine visjes die hij uit het water filtert. Zelf zijn de manta’s ongevaarlijk. Hun natuurlijke vijanden zijn grote haaien en orka’s. Volgens pappa en mamma was het een ongelofelijke ervaring om boven deze giganten te zweven. We voeren verder en speelden wat potjes kaart en hadden een lunch van groenten, verse tonijn en nasi putih. Rond het middaguur gingen we voor anker in de baai bij Gili Laba. De boot lag direct voor de kust en zo konden we van boord springen om te snorkelen naar de kust. Het onbewoonde eiland is een buur van Pulau Komodo alleen dan zonder de Komodovaraan. Op het eiland lag een heuvel die je ook kon beklimmen om een spectaculair uitzicht te hebben.


Voor ons was het veel te warm en daarom bleven wij met mamma beneden aan het mooie witte strand om te graven, te zwemmen en te snorkelen. Pappa waagde zich wel aan de pittige klim en werd boven getrakteerd op een wonderschoon uitzicht. Weer terug aan boord werd er iets nieuws gedaan. We lagen in water dat diep genoeg was om van de boot af in het water te springen. Samen met pappa, Berndt en Franziska maakte Keyro knappe sprongen die ik nog niet na wil doen. Ik stond hen aan te moedigen vanaf de boot. We kregen zelfs een deel van de bemanning zo ver om ook mee te doen met ons. Van sommige vroeg ik mij af of ze überhaupt wel konden zwemmen. Het was meer krabbelen zoals een hond doet dan dat het zwemmen was. Leuk was het in ieder geval wel.


Na deze gezellige waterpret gingen we circa 17 uur aan één stuk doorvaren richting Satonda Island, wat bij Sumbawa hoort. Het is best wel een gevaarlijk stuk op open zee en er zijn hier nog weleens boten gezonken. De zee was wild en de golven tilden de boot alle kanten op. Mamma en ik werden later op de middag misselijk en moesten overgeven. We waren zeeziek of waren het toch de in Bena gekochte nootjes die niet goed meer waren? We weten het niet. Na het overgeven ging het met allebei wel direct beter. We vermaakten ons aan boord vooral met de Nintendo en de tablet. Rond een uur of zes kregen we te eten en we werden getrakteerd op een mooie zonsondergang met in de verte een vulkaan op de achtergrond. De lichten gingen al vroeg uit zodat de kapitein kon zien waar hij moest varen en daarom lagen we al op tijd in bed.

Komodo National Park


Ergens rond de klok van 5:00 uur werden we in onze slaap even gewekt door de zingende klanken van de muezzin, de persoon die de moslims oproept tot gebed. Gelukkig vielen we daarna nog even in slaap om rond 7:30 uur wakker te worden en op te staan. We pakten onze spullen en genoten nog even snel van een lekker ontbijtbuffet met pannenkoeken, mie goreng en nasi putih. Op de afgesproken tijd (08:30 uur) stonden we bij het kantoor van de rederij. Er waren sinds gisteravond nog acht extra mensen bij gekomen en zo kwam het aantal passagiers aan boord in totaal op veertien. We moesten lopend naar de haven en de straat langs de haven is een combinatie van traditionele havenbedrijvigheid, souvenir shops, duikscholen, restaurants en kleine hotelletjes. In de haven moesten we wat hindernissen overbruggen om bij de boot te komen.


Het werd klimmen en klauteren over de relingen van de schepen. Op de boot maakten we kennis met de hele groep. Twee Duitsers (Berndt en Franziska), twee Noord Italianen, twee Fransen (broer en zus), een Engelsman, een Amerikaans/Japans koppel en een Indonesisch meisje. Een gevarieerd gezelschap dus. Het personeel aan boord bestond uit een man of acht. We lieten de haven al snel achter ons en gingen over de Flores zee op weg naar het Komodo National Park. Het was een paar uur varen en in de tussentijd werd aan boord de lunch bereidt en verorberd. Lekkere nasi putih met gado gado en kroepoek. Als toetje was er vers fruit van watermeloen en ananas. De maaltijden, water, koffie en thee aan boord zijn inclusief. In de zeestraat tussen de eilanden Sumbawa en Flores liggen Pulau Komodo en Pulau Rinca. Op deze eilanden leeft de Komodovaraan. Het is een hagedis uit de familie die ze ook wel varanen noemen. Het is de grootste varaan/hagedis ter wereld en één van de oudste nog levende diersoorten die 60 miljoen jaar geleden leefde.

De lokale bevolking noemt de varaan “ora” wat ‘mond’ betekent. Andere namen zijn biawak raksasa (reuzenvaraan) en buaja darat wat landkrokodil betekent. We bezochten als eerste Pulau Rinca. Met een klein bootje werden we van de grote boot naar het eiland gebracht. Op de steiger stond een bord dat waarschuwde voor krokodillen in het water maar wij zagen alleen heel veel vissen in het heldere water. We moesten een klein stukje lopen naar het hoofdkwartier van het park om ons te laten registreren. Hier werden we door een in onze ogen “belangrijke” man welkom geheten. We moesten hier ook betalen, onder andere de entree voor het park, toeslag voor de fotocamera en de gids tijdens de wandeling over het eiland. We liepen naar buiten en kregen een ranger toegewezen die ons zou begeleiden tijdens de wandeling. Je mag niet alleen rondlopen in het park. Je moet altijd onder begeleiding van een ranger die een grote stok met een V-vormig einde heeft. Hiermee kan hij de varanen op afstand houden als het nodig is. We konden kiezen uit een aantal “hikes” en namen de “medium trek” van ongeveer anderhalf uur lopen.

We liepen het kamp een klein stukje uit en zagen, net voorbij het hoofdkwartier bij de gaarkeuken, al een aantal komodovaranen in de zon liggen om op te warmen. Ondanks dat de varanen niet gevoerd worden, komen ze toch op de geur van het eten af. De komodovaraan werd pas on 1910 ontdekt en bestudeerd door biologen. Vanwege het kleine gebeid waar de komodovaraan voorkomt is het een kwetsbare diersoort en is het afhankelijk van bescherming. Het zijn enorme beesten, die tot wel drie meter groot kunnen worden. We liepen het bos in op zoek naar een andere varaan. Al snel had onze ranger er eentje gespot in de begroeiing langs het pad. De varaan stond net op en liep een stuk voor ons uit langs de bosrand. Met de grote varaan nog in onze ooghoeken, zagen we aan de andere kant een kleine jonge varaan van ongeveer één jaar oud lopen. Even dachten we dat de grote varaan achter de kleine varaan aan zou gaan, het zijn namelijk echte kannibalen, maar ze kruisten elkaar op een aantal meter en gingen ieder hun eigen weg. Na een tijdje lopen verlieten we de beschutting van het bos en kwamen we in een open gebied met grasachtige begroeiing.


Het was in de zon echt bloedheet en dat maakte de wandeling minder aangenaam. Het zweet parelde op ons lichaam en liep in straaltjes naar beneden. We zagen nog een kolonie langstaartmakaak apen, wilde zwijntjes, Javaanse hertjes en een bijennest. Onze wandeling eindigde bij het park hoofdkwartier en daar vandaan liepen we terug naar de steiger voor de boten. We gingen aan boord en vervolgden de tocht naar het volgende eiland, pulau Komodo. Als je alle eilanden vanaf bovenaf ziet liggen, lijken ze dicht bij elkaar te liggen. Het lijkt zo want in de praktijk valt dat wel tegen. Het was nog een aardig stukje varen. Ondertussen was het later op de middag geworden (16:00 uur)  en de meeste toeristen hadden Pulau Komodo al bezocht en waren weer vertrokken. Onze groep was samen met een andere groep nog de enige die op zoek gingen naar de komodovaranen. We kregen een ervaren gids/ranger toegewezen en drie helpers gewapend met V-stok. Wij mochten hier zelf ook een stok in de hand nemen om de varanen op afstand te houden. Ronac had direct een “click” met de gids en liep al snel hand in hand met hem voorop.


We waren net vertrokken toen we al een varaan zagen liggen in het gras. Het was een van de oudere varanen van het park. We konden hem goed bekijken. We zagen een langwerpig lichaam en een lange staart. Ze kunnen tot wel drie meter lang worden en een volwassen mannetje kan wel 150 kilo wegen. Een mannetje is beduidend groter dan het vrouwtje maar omdat jongere en oudere varanen samen leven is het in de praktijk moeilijk te onderscheiden. Hij heeft vier gebogen poten en een brede en platte kop. Aan de poten zitten lange platte, gekromde mesachtige nagels. De huid van de varaan is bedekt met schubben die ongeveer zo dik zijn als je nagel. In de bek van de varaan zitten ongeveer een 60-tal tanden waardoor ze als een zaag makkelijk door het vlees van hun prooi kunnen snijden en er stukken af kunnen scheuren. De komodovaraan is een echte vleeseter en hij eet naast levende prooien ook wel aas (dode dieren). Met behulp van zijn oren, ogen en vooral zijn tong zoekt hij een mogelijke prooi. De varaan zal proberen om zijn prooi direct te doden maar dit lukt niet altijd. Een prooi bezwijkt echter snel door de (giftige) beet van de varaan die kan leiden tot bloedvergiftiging. Door zijn gespleten tong, kan een varaan bij een gunstige wind, een rottend karkas op een afstand van meer dan acht kilometer opsporen. De stok in onze handen voelt ineens als een wat klein wapen tegen deze bijna drie meter lange ‘draak’, zoals ontdekkingsreizigers het zeldzame dier vroeger beschreven.


Wij liepen rustig verder met Ronac en de gids voorop. Het duurde niet lang of een varaan kruiste ons op het pad. Hij/zij besloot om het pad te volgen en liep voor ons uit. Wij volgden op gepaste afstand. Ronac en de gids als eerste. Ronac voelde zich natuurlijk wel heel erg cool om zo dicht achter de varaan te lopen. Het imposante van de varanen is dat ze zich bij het lopen helemaal oprichten. Ze zien er bij het lopen direct veel dreigender en enger uit. Ze waggelen van links naar rechts, en kunnen een behoorlijke snelheid ontwikkelen. De varaan ging uiteindelijk het pad af en verdween rustig in de struiken. We hadden erg veel geluk want niet veel later zat er weer eentje midden op onze trail. Deze wilde echter niet van het pad afwijken en wij moesten daarvoor zelf uitwijken naar de struiken. Ronac en de gids gingen voorop. Toen mamma ging, hoorde de varaan takken kraken en hij keek haar een lange tijd aan. Gelukkig bleef ze muisstil staan. Eén van de helpers moest uiteindelijk voor afleiding zorgen zodat de hele groep de varaan veilig kon passeren. Wow, het was wel een spannende ervaring.

Echt heel gaaf om deze imposante beesten van dichtbij mee te maken in hun eigen leefomgeving. We wandelden verder en kwamen bij een hoger gelegen gebied en daar vandaan hadden we ook weer een mooi uitzicht over de omgeving. Weer terug bij het kamp, kochten we van één van de helpers, twee kleine beeldjes van een varaan. Het begon al schemerig te worden toen we Pulau Komodo verlieten. We zouden richting Pulau Kalong varen om daar voor anker te gaan en de nacht door te brengen. Op dit eiland hangen ook duizenden vliegende honden in bomen die uitvliegen tegen de schemering.


We kwamen er pas bij donker aan en er waren geen vliegende honden meer te zien.We kregen een lekker diner voorgeschoteld en daarna mochten we nog even op de tablet een spelletje doen en een filmpje kijken. Omdat we met veel minder mensen aan boord waren dan de berekende capaciteit, konden we kiezen waar we wilden slapen. Je kon ook boven op dek slapen dan heb je natuurlijke airco. Wij sliepen de eerste nacht beneden onder het dek. In het begin bleek het beneden toch wel erg warm te zijn en de dieseldampen zijn ook niet echt lekker. Ik zou er niet aan moeten denken dat je hier met 16 of meer personen slaapt! In de loop van de nacht koelde het echter flink af en hadden we niet genoeg aan alleen de dunne deken. Onze lange broek en fleece vest bood uiteindelijk genoeg warmte om lekker te kunnen slapen.

Seventeen Islands

Vermoeid van de onrustige nacht maakten pappa en mamma ons rond 7:00 uur wakker. We hadden allebei geen zin om op te staan. Ronac zijn humeur was duidelijk nog een tikje erger dan die van mij. Een kwartier later dan gepland, werden we door Elvis naar de haven gebracht. Hier lag de boot voor onze snorkeltrip voor ons klaar. Eigenlijk belachelijk want de haven was aan het einde van de weg en zo’n 300 meter lopen vanaf ons verblijf!


Riung is een klein vissersdorp en langs de kust zagen we de traditionele huizen die gebouwd zijn op palen. De bevolking van Riung bestaat uit een mengeling van islamitische Buginezen en Bajau (zee nomaden) oorspronkelijk afkomstig van het eiland Sulawesi en katholieken uit het achterland. Voor de kust liggen verschillende eilanden behorende bij het National Park Pulau Tujuhbelas (Zeventien eilanden) en deze zijn bekend vanwege de koralen, vissen en duizenden vliegende honden. We maakten kennis met de bootsman en zijn twee zonen en gingen aan boord. We voeren als eerste naar het eiland Ontoloe begroeid met mangroevebossen.


Vliegende honden

De bomen hangen er vol met duizenden kalongs (vliegende honden). Ze zijn familie van de vleermuizen maar in tegenstelling tot hun, ook overdag actief. Hun oranje-bruin kop blijkt echt op een hondenkop te lijken. Je moet dan wel heel goed kijken want ze zaten best ver weg. Als een aantal kalongs opvliegen is het een spectaculair gezicht. Daarna moesten we een aardig stuk varen en meerden we aan bij een mooi eiland met prachtig wit zandstrand. Vanaf het strand konden wij direct gaan snorkelen. Terwijl wij tussen de koralen en wuivende grassen op zoek gingen naar de oranje en geel gestreepte “Nemo ”visjes, werd onze lunch klaargemaakt.

lekker vers gebakken vis.

De vers gevangen vis werd schoongemaakt en geroosterd op een vuurtje. De geur alleen al was onbeschrijfelijk. De lunch was voortreffelijke en bestond naast de geroosterde vis uit mie goreng of nasi putih (witte rijst), kroepoek en bananen. Na de lunch gingen we aan boord en voeren we een stukje terug. De bootsman gaf aan dat we tussen de twee eilanden overboord konden gaan om te snorkelen en zo naar het eiland konden zwemmen. Hij zou ons dan aan de andere kant van het eiland weer oppikken. Met zijn vieren gingen we overboord. Ik samen met pappa en Ronac met mamma. We zagen koraal in de meest schitterende kleuren: blauw, roze, geel, wit en alles kleuren die daartussen zitten. De vormen variëren van hertengewei en mensenhersens tot uitwaaierende rokken van flamenco-danseressen.


Finding Nemo.

Natuurlijk kwamen er ook weer een boel felgekleurde vissen voorbij zwemmen en lagen er een hoop zee-egels en zeesterren op de bodem. We vermaakten ons na het snorkelen nog een uurtje op het strand voordat we terugkeerden naar het dorp. Elvis stond ons al op te wachten en bracht ons naar het huis om onze spullen op te halen. Deze nacht zouden we in het Bintang Wisata Hotel doorbrengen. In de avond zijn wij gaan eten bij Rumah Makan Murah Muriah restaurant en zij staan bekend om hun ikan asam pedas (soep). Mamma bestelde het en pittig was het inderdaad maar wel lekker. Terwijl wij wachten tot het eten klaar was, las ik in mijn werkboek Indonesië en leerde Ronac van alles met getallen in een werkboek over hoe kan het ook anders getallen. Teruggekomen bij het hotel, was het voor onze kamer een gezellige boel. Een aantal families waren noedelsoepjes aan het maken en er was een groot kampvuur. We waren bang dat we weer lang wakker zouden liggen vanwege geluidsoverlast maar dat bleek gelukkig niet het geval. We gingen naar bed, keken een aflevering Raveleijn en vielen direct in slaap.

 

Finding Nemo


We konden vanmorgen niet te lang uitslapen. We stonden om 8:00 uur klaar voor een boottripje. Aldi had bami goreng gemaakt voor de lunch en bracht dit samen met twee extra snorkels naar de boot. We stapten in en vertrokken. We zouden naar nabijgelegen eiland met authentiek vissersdorp varen en verschillende plekken om te snorkelen. Het was een gewone vissersboot zonder echte zitplaatsen en we zaten niet echt gemakkelijk. De motor ging steeds meer lawaai maken naar mate er meer stroming kwam waar hij tegenin moest varen. Flores behoort tot de Nusa Tenggara of wordt ook wel de Kleine Soenda-eilanden genoemd. De eilanden Sumbawa, Komodo en een aantal kleinere eilanden behoren ook tot de Nusa Tenggara.


De eilanden behoren tot de armste en meest onvruchtbare gebieden van Indonesië. De meeste inwoners zijn dan ook boeren en vissers. De naam Flores, is afgeleid van de Portugese naam ‘Cabo de Flores’ wat bloemenkaap betekent. Het is niet duidelijk of de naam verwijst naar bloemen op land of naar het rijke koraal wat men onder water bij de kust kan aantreffen. Na ongeveer 1 ½ uur varen stopten we voor de kust van een eiland en konden we vanaf de boot het water in om te gaan snorkelen.

Pappa en Keyro zagen de prachtigste koralen en vissen. Ze zagen ook veel grote blauwe en oranje zeesterren en zee-egels. Mij lukte het niet zo goed om te snorkelen en ik hield het maar bij zwemmen. Keyro kwam op een gegeven moment uit het water om te melden dat hij ”Nemo”, een anemoonvis had gezien. Toch kon hij mij daar niet mee verleiden om de duikbril en snorkel op te zetten. Iedere keer als ik het probeer krijg ik vies, zout water binnen en begin ik te proesten. Rond 13:00 uur hadden we onze lunch op het strand. Helaas waren twee pannetjes met bami omgevallen tijdens het varen en moesten we het met de twee overgebleven pannetjes doen.


Na de lunch gingen we met de boot een stukje verder om het eiland heen. Pappa, mamma en Keyro konden vanaf de boot het water in om te snorkelen. Het was hier veel dieper en de stroming was een stuk sterker. Keyro en ik vonden de sterke stroming veel te eng en klommen zo snel als we konden weer aan boord. Pappa en mamma verdwenen snel met de stroming en bleven een tijdje in het water om te snorkelen. Mamma had er ook vrij snel genoeg van en moest flink zwemmen om terug te komen bij de boot. Pappa kwam als laatste aan boord terug waarna de bootsman meteen de motor startte om terug te varen naar Sunset Cottages. Het eentonige ronken van de motor zorgde ervoor dat Keyro en ik in een diepe slaap vielen. Met veel moeite werd ik een uur later wakker.


’s Avonds bij het diner hadden we een auberginecurry en op ons verzoek had Aldi verse vis bereidt. De vis werd heel opgediend met kop en staart en we moesten zelf het vlees er vanaf halen. Opnieuw een overheerlijke maaltijd. Na ons diner werden de rugzakken ingepakt want morgen gaan we deze prachtige, relaxte plek verlaten. We gaan 6 dagen over het eiland trekken in een auto met chauffeur. Ik ben benieuwd!

Robinson Crusoe

Wat sliepen wij allemaal heerlijk deze nacht zeg! De rust en de ruisende zee op de achtergrond maakt ons allemaal ontspannen. Het koelde in de nacht wel wat af maar met een extra vest en handdoek over ons heen hadden we het niet koud. Ook hadden we wat ongenodigde gasten in de hut zoals een gekko en heremietkreeftjes en krabben in de badkamer. We plensden wat water uit de mandibak over ons heen en trokken na deze verfrissende douche direct onze zwembroek aan.


Ik ging gewapend met mijn duikbril en snorkel het water in. Er is aardig wat koraal en genoeg te zien onderwater. Je bent in een hele nieuwe wereld en bekijkt het onderwaterleven door je duikbril. Je kunt bij het snorkelen vinnen, ook wel flippers genoemd, gebruiken maar dit hoeft niet. Omdat wij “licht” reizen hadden wij geen plaats om vinnen mee te nemen. Het rif voor de kust is zich nog aan het herstellen van een aardbeving die een aantal jaren geleden heeft plaats gevonden. Er was veel koraal verwoest maar gelukkig is het opnieuw aan het aangroeien en er was genoeg te zien. Koraal lijkt op een witte steen met gleufjes, sterretjes en gaatjes. Eens werd gedacht dat koraal uit planten bestond maar nu weet men dat het een kolonie van zeer kleine diertjes betreft die koraalpoliepen heten. De meeste poliepen zijn nog geen 2,5 centimeter in doorsnede. Koralen die zich vertakken zijn harde koralen, omdat ze een kalkskelet hebben. Hun felle kleuren worden veroorzaakt door de aanwezigheid van samenlevende algen die in het lichaamsweefsel van het koraal leven en het grootste deel van het voedsel maken dat het koraal nodig heeft te overleven.


De vorm hangt af van het soort koraal en van de plaats waar het groeit. Ik zag koraal in verschillende kleuren van geel, groen, bruin en lichtrood. Een groep verschillende koralen bij elkaar noemen we een rif. Koraalriffen zijn misschien wel de mooiste gebieden van de wereld. Het zit vol leven in de prachtigste vormen en kleuren. Koraalriffen groeien alleen in warme, ondiepe tropische zeeën meestal rond de evenaar en daar ligt precies Indonesië. Tussen de middag gingen we eten en maakte Aldi voor ons een overheerlijke vegetarische groentecurry.


In de middag gingen we opnieuw de zee in en we kregen er geen genoeg van. We relaxten nog en we brachten tijd door met lezen en tekeningen maken. We zagen helemaal niemand meer behalve af en toe een visser of een lokaal kindje. Werkelijk het toppunt van ontspannen en het “alleen op de wereld gevoel”. In de avond gingen we gezellig kaarten en kwartetten terwijl we wachtten op ons eten.


Pappa en mamma hadden een lokale specialiteit van aardappelen met specerijen besteld en dit had veel tijd nodig om klaar te maken. Wij namen een noodlesoup. Maar ook dit duurde nog even. Aldi maakt alles vers en zonder pakjes dus moet het even pruttelen tot de smaken zijn ingetrokken. Iedere keer weer weet hij een feestmaal voor te zetten en het was ook nu weer smullen. Wat kan deze man koken. Voor mij is hij een echte top chef! Het gerecht van pappa en mamma had bijna twee uur tijd nodig voor het klaar was maar het was het wachten meer dan waard. In de avond mochten we natuurlijk nog Raveleijn kijken voordat we onze ogen dicht deden.

Playa Porto Marie (dag 19)

Ik was vanmorgen alweer vroeg wakker. Ik keek eerst nog wat televisie en daarna trok ik mijn zwembroek aan en ging ik zwemmen. In de tussentijd regelde pappa een huurauto bij de receptie zodat we ons gemakkelijker over het eiland konden verplaatsen. Ons resort ligt in het landelijke gedeelte van het eiland dus buiten dorp of stad. In het papiamento wordt het platteland ook wel Kunuku genoemd. Vandaar dus de benaming van het resort waar wij verblijven “Kunuku Resort”.
We kregen de huurauto, een KIA picanto, om 11:30 uur en we reden er meteen mee naar de nabij gelegen supermarkt in het dorp Tera Korá. We haalden een flinke berg boodschappen zodat we de komende dagen niet meer hoefden te gaan. We gingen terug naar het resort om de boodschappen in de koelkast te zetten en lekker wat te eten.


De gebroeders Wahlen aan het snorkelen.

’s Middags zouden we naar één van de vele stranden gaan die Curacao rijk is. We kwamen langs de zoutpannen van Sint Willibrordus waar veel flamingo’s zouden moeten zitten. We stapten uit de auto en zagen in totaal een stuk of 7 flamingo’s in de zoutpannen staan. Meer dan die zeven konden we er echt niet ontdekken. De flamingo’s hadden een zachte roze kleur en stonden in het water. De roze kleur komt voornamelijk door de kreeftjes, weekdieren, wormen en algen die ze eten. Vroeger werd er in deze zoutpannen bij landhuis Jan Kok en Rif Marie zout gewonnen en geëxporteerd naar Nederland. Op de zoutpannen werkten voornamelijk slaven maar tegenwoordig wordt er geen zout meer gewonnen. We kwamen daarna door het dorp Sint Willibrordus dat gelegen is aan de Bullenbaai. Het dorp had een imposante Rooms katholieke kerk in neogotische stijl.

We volgden de bordjes naar de plantage Port Marie, een privédomein aan de westkust van Curaçao. Uiteindelijk kwamen we aan bij Playa Porto Marie gelegen aan de gelijknamige baai. We parkeerden de auto en liepen naar het strand. Voor het strand moest betaald worden maar een deel van de inkomsten komen ten goede van het milieu. We huurden ook twee strandbedden om iets comfortabeler te liggen. Het strand was prachtig met fijn wit zand en een helder blauwe zee. De zee was vrij rustig en in het midden lag een ponton waar je naar toe kon zwemmen. We zwommen er met zijn vieren naar toe en sprongen er om de beurt weer vanaf. Na het zwemmen kregen we bij de bar een lekker ijsje.


Met pappa zwom ik naar een afgelegen baaitje waar het mooi snorkelen was.

Terwijl mamma en Ronac zich op het strand vermaakten, ging ik met pappa snorkelen voor de kust. Er was hier naar wat men noemt een “dubbel rif”  en er wordt geëxperimenteerd met  kunstmatige koraalriffen. We hoefden dus niet ver te zwemmen om koraalrif en vissen te zien. Ronac wilde natuurlijk ook een duikbril op en we lieten hem maar even. Ik vond het moeilijk om door de snorkel adem te halen en daarom zette ik alleen mijn duikbril op en hield mij adem gewoon in om onder water te kijken. Samen met pappa zwom ik een stuk en we kwamen bij een verlaten strandje uit, sjiek. Ik vond het allemaal prachtig, het koraal en de vissen die we zagen.

Na het snorkel- en zwemavontuur kleedden we ons om en gingen we terug naar Kunuku Resort. Mamma maakte een pan met nasi en satésaus van verse pinda’s. Ook wel weer eens lekker. De afwas konden we zo in de vaatwasmachine zetten en zo hoefde mamma verder ook niets meer te doen. Natuurlijk had ik nog niet genoeg gezwommen en dook ik nog even het zwembad in. Toen het donker werd moest ik er uit komen en kon ik in de gezellige woonkamer nog een film kijken voordat ik naar bed ging.