Straattheater op de Noorderbrug

Samen met de familie Vrijhoeven gingen wij aan het begin van de avond een hapje eten bij eetcafé De Sjans. Het is café is gelegen aan de rand van de Sint Pietersberg. Er was een tafel binnen gereserveerd maar het was zo’n mooi weer dat we een tafel buiten op het terras vroegen. Er stond allerlei lekkers op de menukaart en ik ging voor de mosselen. Verder werd er nog zuurvlees, salade Val Dieu kaas en wildgerechten besteld.

We kletsen een tijdje en het duurde niet al te lang totdat het eten geserveerd werd. Jummie, de mosselen smaakten goed. Al het eten was zeer smakelijk. We kregen ook nog ijs als toetje dus extra smullen. We bleven niet al te lang na tafelen want wij wilden naar een openluchtvoorstelling op de Noorderbrug.

De bekende Noorderbrug waar dagelijks meer dan 50.000 auto’s overheen rijden, wordt verbouwd. Om het verkeer beter te laten doorstromen en een nieuwe afrit te maken aan de westzijde van de Maas, is de brug al een aantal weken gesloten voor het verkeer. Voor bouwer Strukton, de projectorganisatie de Noorderbrug en Festival Cultura Nova, een eenmalige mogelijkheid om iets speciaals te kunnen organiseren op de afgesloten brug.

Op het deel van de brug die gesloopt zal worden vond een buitenvoorstelling plaats. Er zou maar beperkte toegang tot de brug zijn, vol is vol, dus we wilden op tijd aanwezig zijn. Nou, wij waren niet de enigen, volgens mij, dacht half Maastricht en alle aanwezige toeristen dat ook. De wachtrij om de brug op te komen was enorm. We sloten heel even aan maar hadden vrij snel in de gaten dat het onbegonnen werk was om op de brug te komen.

We keerden teleurgesteld om en besloten terug te lopen naar de fiets. We liepen net onder het viaduct door toen we zagen dat er toeschouwers door de artiesteningang de brug op liepen. We volgden de meute en klommen een stukje heuvel op en over het hek en liepen zo de brug op. Niet helemaal netjes en volgens de regels maar goed.

We zochten een plaatsje op de brug en keken alvast naar de kleine theaterstukjes die werden opgevoerd. Voor de straattheater act op de brug werkten Theater Titanick en Les Plasticiens Volants samen. Theater Titanick is een Duits gezelschap dat in rijdende objecten voorbij komt in de openluchtvoorstelling “Firebirds”. Les Palasticiens Volants is een Frans gezelschap met opblaasbare figuren.

Het spektakel begon toen het schemerig begon te worden. De parade trok langzaam voorbij en we keken met open monden. De piloten zochten op hun vliegende Madmax-achtige machines hun weg langs het publiek. De piloten doen pogingen om op te stijgen en worden omringd door vuur en rookwolken. De grote opblaasbare marionetten zweefden door de lucht, aangestuurd door verschillende acteurs.

De figuren onder andere, een soort vis, een slang en T-rex bewogen, dansten en renden door het publiek. De T-rex was verbazingwekkend echt om te zien. Het was een uniek schouwspel, heel erg gaaf om te zien. We hadden het geluk dat we een plek hadden op het midden van de brug en we zagen de parade van twee kanten, geweldig.

Na afloop liepen we de brug af en werden we nog getrakteerd op een vuurwerkshow. Hier mee werd symbolisch afscheid genomen van de oude brug en kan morgen de nieuwe brug in gebruik genomen worden.

Yangshuo, een modderbad en lichtshow van Sanjie Liu (dag 18)

Het zou vandaag opnieuw een warme dag worden en na een lekker ontbijt maakten we ons klaar om te gaan fietsen. We huurden twee fietsen waarvan één herenfiets met fietsstoeltje, bij de damesfiets kon Ronac niet vast worden gemaakt en we kregen de fiets van Karst en Pelle. Deze speciale kinderfiets voor Keyro vonden we helemaal super. Het ziet eruit als een halve crossfiets die wordt vast gemaakt aan de mountainbike van de volwassene.


Eerst een lekker ontbijtje voor de fietstocht.

Paulien, de eigenaresse, kwam ook nog twee fietshelmpjes brengen en zo gingen we veilig op weg. Keyro kon flink mee trappen wat het voor Ralph een stuk makkelijker maakte. We waren net 20 minuten onderweg toen ik er achter kwam dat we het fietsslot waren vergeten. Het slot hing nog aan de damesfiets die we eerst wilden huren. Even een stukje terug, slot ophalen en meteen weer op weg. We fietsten op de doorgaande weg, langs kleine dorpjes en werden vaak gepasseerd door toeterende auto’s en tractors. Men toetert voor de veiligheid en om te laten weten dat ze eraan komen.


Ronac achterop de fiets bij mamma.


Ronac met helmpje.

Men is in dit gebied wel gewend aan toeristische fietsers (circa 2 miljoen per jaar) want die kom je hier in grote getallen tegen op tandems, mountainbikes etc. Tussen de akkers en rijstvelden door vingen we af en toe een glimp op van de Yulong rivier. Het landschap met de karstbergen was adembenemend. Karst doet zich voor in streken waar kalksteen aan de oppervlakte ligt en wordt aangetast door verwering en eigenschappen van (regen)water.

Op een gegeven moment kwamen we bij een brug waar het erg druk was. Hier was het begin of eindpunt van de tocht die je met bamboevlotjes kunt maken over de Yulong rivier. De rivier lag vol met alle bamboevlotjes en bootjes met hun gekleurde parasols.

We fietsten door en kwamen bij een huisje waar we tickets konden kopen voor de Buddha Cave. We kregen wat korting maar de entree was voor Chinese en Nederlandse begrippen aardig prijzig. We besloten toch om het totale pakket te nemen bestaande uit een wandeling met gids door de grot, het modderbad en de warmwaterbronnen. De fietsen zetten we bij het huisje en met een oud gammel busje naar de overkant gereden waar we ons klaar konden maken voor de wandeling.

Het verliep allemaal een beetje wazig. We konden een kluisje huren voor onze spullen en we kleden ons alvast om in badkleding. Met alleen een handdoek om begonnen we aan de wandeling in de Boeddha cave. We zagen stalagmieten en stalactieten in prachtige vormen. Zoals in veel grotten zien mensen allerlei afbeeldingen in de kalksteen. Hier zag men bijvoorbeeld iets dat op een aap en op Boeddha leek.

Na een flinke wandeling kwamen we uit bij het modderbad. Een ondiep, natuurlijk zwembadje vol koude modder. Ralph ging er als eerste in samen met Ronac. Keyro bleef bij de kant staan omdat hij de modder maar koud vond. Toen hij Ralph en Ronac van de modderglijbaan zag gaan besloot hij om zich er toch maar in te wagen. We wisselden af want Ronac vond het al snel niet leuk meer en had het koud gekregen.


Mud people.

We maakten nog wat leuke foto’s waarbij we er totaal bruin en glimmend door de modder maar vreemd uit zagen. We dobberden wat rond in de modder en liepen daarna verder naar de andere baden om ons af te spoelen. Dat was inderdaad wel nodig want er kwam een hoop bruin van ons af. Het bleek dat vooral onze haren, oren, zwembroeken en bikini de neiging hadden om veel modder op te nemen en lastig te verwijderen was. Zo goed als afgespoeld gingen we tot slot naar de hotspring. Heerlijk relaxte warmwaterbaden, een genot.


Relaxen in de grot in het warmwaterbad.

Het was een leuke ervaring om dit te doen in een grot bij sfeervolle verlichting. Na de heerlijke baden gingen we terug naar buiten waar het weer goed warm was. We werden terug gebracht naar onze fietsen en vervolgden onze weg naar de Moonhill (Maanberg). Het was nog geen 5 minuten fietsen. Moonhill is een kalksteen berg die wordt gekarakteriseerd door een gat in de vorm van de maan. We wilden naar de top van de 230 meter hoge berg gaan voor het mooie uitzicht. Om de top te bereiken moesten we 800 uitgehouwen treden beklimmen.


Moon hill.

Keyro en ik hadden veel moeite met de klim en hadden het erg warm. Volgens mij heb ik nog nooit in mijn leven zo veel gezweet. Het zweet liep in straaltjes van mijn voorhoofd naar beneden. Ergens halverwege besloot ik te stoppen en met de kinderen te wachten terwijl Ralph de top ging beklimmen.


Uitzicht vanaf moon hill.

Ik was net begonnen aan de terugweg naar beneden toen Ralph er ook alweer aan kwam. We waren verder dan halverwege en hij was snel boven. Het uitzicht was prachtig geweest. Met zijn vieren, Ronac voorop, liepen we naar beneden.


Ralph en Keyro met hun “combi” fiets.

We besloten om terug te fietsen naar de Giggling Tree want Ronac begon moe en jengelig te worden. Terug bij ons guesthouse aten we lekker wat en deden we het even rustig aan. ’s Avonds werden we om 19:00 uur opgehaald door de taxi om naar de lichtshow van Sanjie Liu te gaan. Iedere avond speelt zich hier een spektakel af gebaseerd op de gelijknamige film uit 1961 met de Li Rivier in de hoofdrol. De bekendste regisseur van China, Zhang Yimou, heeft hier in de buitenlucht tussen de karstbergen in Yangshuo een prachtige show neergezet. Hij regiseerde ook bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen 2008 in Peking.

Tijdens deze Chinese love story zijn er maar liefst 600 spelers te zien en zijn de omliggende bergen spectaculair verlicht. We arriveerden veel te vroeg bij het grootste natuurlijke openluchttheater ter wereld en moesten een tijd wachten voordat we naar binnen konden. Nadat we de kaartjes hadden gekregen van een gids liepen we zelf het theater binnen en zochten onze plaatsen.

Ronac zat op schoot en voor Keyro werd een klapstoeltje tussen de rijen in geplaatst. Het was ontzettend warm maar gelukkig was een Chinese dame naast Ralph zo vriendelijk om met haar waaier wat frisse koelere lucht naar de kinderen toe te wuiven. Tijdens de show zagen we impressies uit het dagelijks leven van de bewoners in het gebied van de Li rivier.


Rode golven tijdens de Sanjie Liu show.

De show begon met prachtige zang dat weergalmde tegen de bergen. Vervolgens kwam de rode impressie (volksmuziek). Hiervoor kwamen een heleboel vissersbootjes het water op gevaren, sommige vissers stonden en andere zaten met een stuk zijden doek in de handen. Onder begeleidig van de lichten en muziek ontstond er een prachtig rood schouwspel. Met z’n allen zaten we ademloos te kijken, prachtig gewoon.

Het volgende gedeelte was de groene impressie (natuur) waarbij herders hun ossen van het land haalden, vrouwen de kleding wassen en de vissers die terug keerden naar hun huis. Een vrolijk stuk over het leven langs de Li rivier. De volgende impressie was de gouden impressie. Hiervoor kwamen de vissers met hun aalscholvers en vissersbootjes het water op. Geheel verlicht met lampjes gaf dit een gouden gloed en een sprookjesachtig beeld.

Ronac keek zijn oogjes uit maar uiteindelijk werd de vermoeidheid hem ook te veel en viel hij op schoot in slaap. Wij keken verder naar de blauwe impressie, een stuk met traditionele liefdesliedjes en de laatste zilveren impressie. Bij de laatste impressie lopen circa 200 Zhuang meisjes over de brug in zilveren jurken. In totaal doen aan het stuk ongeveer 600 inwoners van Yangshuo mee. Keyro vond de show helemaal het einde en wilde morgen nog een keer terug gaan om alle mooie meisjes te zien. Leuk om te zien dat hij het net zo mooi vond als ons.

We liepen na afloop naar de uitgang waar het erg druk was. We vonden onze taxi maar moesten nog een tijdje wachten voordat het drukke verkeer wat rustiger werd en we terug konden rijden naar de Giggling Tree. Keyro en Ralph aten nog een ijsje op de binnenplaats en daarna gingen we lekker naar bed. Moe van al het moois wat we vandaag weer hebben gezien.

Mérida – Uxmal (dag 5)

Vandaag moesten we ons hotel in koloniale Mérida alweer verlaten. We waren weer op tijd wakker, rond half zeven. Eerst gingen we beneden nog eventjes a la carte ontbijten. Ik kreeg lekker een beker yoghurt met héél veel honing.


Parque Hidalgo.


Ontbijten in hotel Caribe.

Na het ontbijt maakten we eerst nog een korte wandeling door Mérida want gisteren hadden we niet alles kunnen zien door de regenbui aan het einde van de dag. Mérida is net als andere koloniale steden gebouwd in een rastersysteem rond het Zócalo (of ook wel Plaza Mayor genoemd). We liepen via de drukke straatjes naar het Zócalo (hoofdplein).


De Cathedral San Ildefonso.

Aan het Zócalo staat het Palacio Municipal (gemeentehuis) en de Cathedral de San Ildefonso. Beiden mooie gebouwen en de kathedraal is zelfs de oudste van Amerika. We liepen hier een tijdje rond over het midden van het plein en rende ik achter de vele duiven aan. Op het plein zaten ook veel schoenenpoetsers die de schoenen van hun cliënten lieten blinken.

Vervolgens liepen we terug naar hotel Caribe om uit te checken. We brachten de spullen naar beneden en samen met pappa liep ik naar de parkeergarage een blok verderop. Samen reden we twee calles (straten) terug naar het hotel waar we de spullen bijna voor de deur in konden laden.
We reden door het drukke centrum Mérida uit en tankten nog eventjes zodat we met een volle tank op pad gingen. Op sommige plaatsen zijn minder tot geen benzinestations en we willen natuurlijk niet onderweg strandden met een lege tank.

Het voornemen was om een kijkje te nemen bij Hacienda Yaxcopoil maar we zijn er twee keer langs gereden en konden geen tekenen zien dat het museum geopend was. We reden uiteindelijk maar door naar Uxmal waar we al rond 12:30 uur aankwamen.


Ons hotel in Uxmal.

We verbleven in Hotel Villas Arqueológicas op 5 minuten loopafstand van de ruïnes van Uxmal. De kamer was erg sfeervol en ik had zelfs mijn eigen bed! Het hotel had ook een mooi zwembad en een goede keuken. Terwijl ik aan het wachtten was op mijn noodle-soup zag ik ineens een dier verschijnen. Volgens pappa en mamma was dit een leguaan (iguana) maar ik vond het een krokodil en was er een beetje bang van.


Ik was een beetje bang voor de leguaan.

Na het eten liepen we naar de ruïnes van Uxmal. We betaalden de entree en kregen een bandje om waarmee je naar binnen kon. De Maya-stad Uxmal is gebouwd in de Puuc architectuur (Puuc is de naam van de streek) en staat op de Werelderfgoedlijst. De stijl zagen we duidelijk terug in de Pirámide del Adivino (piramide van de tovenaar). Op het bovenste deel van het bouwwerk staan verfijnde decoraties en de rest van het bouwwerk is vrij sober. De piramide van de tovenaar is met 35 m het hoogste gebouw van Uxmal. Ik zwaaide af en toe met mijn toverstaf (lees: houten stok) en probeerde te toveren maar dit lukte niet. Op de gebouwen zagen we vaak de afbeelding van Chac, de Maya-god van de regen en bliksem mogelijk is dit om dat er in dit gebied veel waterschaarste was.


Abracadabra.

In de oude beschavingen werden vaak goden en godinnen aanbeden. Sommigen van hen zijn gerelateerd aan hemellichamen (zon, ster, maan) weer anderen heersten over schepping, dood of dagelijks leven. De goden werden vereerd en gevreesd en het was dan ook belangrijk om hen gunstig te stemmen met offers.


Pirámide del Adivino (piramide van de tovenaar)

We hadden pas een klein gedeelte gezien toen we het in de verte hoorden omweren en er donkere wolken aankwamen. Het was weer het einde van de dag en dit betekende een tropische regenbui. We waren net op tijd terug bij het hotel en werden gelukkig niet nat. Toen het later ophield met regenen en onweren ben ik nog even met pappa het zwembad in gedoken.

Rond 19:30 uur liepen we opnieuw naar de ruïnes maar deze keer voor een lichtshow. Hiervoor werden we naar het Cuadrángulo de las Monjas (Vierkant van de Nonnen) geleid. Het is een plein dat aan vier zijden wordt geflankeerd door gebouwen met daarin 74 vertrekken die waarschijnlijk werden bewoond door priesters. De benaming is bedacht door de Spaanse ontdekker die het op een klooster vond lijken. De gevels zijn gedecoreerd met talloze maskers van de regengod Chac en slangen. Het beeldhouwwerk is in een nauwsluitend mozaïek aan elkaar gelegd. Door de verschillende kleuren lampen die op de gebouwen schenen kon je de decoratie heel goed zien.


Lichtschow bij de ruines.

De lichtshow en begeleidende muziek zorgden voor een mysterieus schouwspel. Er werden ook nog twee legendes verteld in het Spaans. Mamma had een koptelefoon met de Engelse vertaling en pappa probeerde het in het Spaans te volgen. Voor mij was de één uur durende lichtshow is te lang en ik viel net zoals Ronac in slaap. Zoals vaker deze vakantie moesten pappa en mamma sjouwen met twee slapende kinderen. Ze zullen wel flinke spierballen hebben over 3 weken. Toen we terug waren in het hotel hebben ze ons in bed gelegd en zijn ze met z’n tweetjes beneden gaan eten. Af en toe kwamen ze even bij ons kijken maar veel hebben we er niet van gemerkt.