Dag 22; Naar Colombo

Onze laatste dag reisden we via de zuid- en westkust terug naar de hoofdstad Colombo. Onderweg kwamen langs plaatsen waar het nog steeds zichtbaar was welke schade de tsunami had aangericht in 2004. De tsunami, veroorzaakt door een zeebeving, ontstond in de buurt van Indonesië en verplaatste zich over de hele Indische oceaan. De vloedgolf overspoelde o.a. de kust van India, Thailand. Somalië en Sri Lanka. De golven werden groter naar mate ze aan de kust aanspoelden en sleurden werkelijk alles met zich mee. Het maakte veel slachtoffers en liet een grote ravage achter. We zagen kale plaatsen waar vroeger huizen hadden gestaan en waar nooit iets herbouwd is. Ik kan me niet goed voorstellen hoe het geweest moet zijn maar verschrikkelijk is het wel. We stopten bij een monument om de slachtoffers van de tsunami te herdenken.


monument ter nagedachtenis aan de Tsunami van 2004.

Onze volgende stop maakten we aan de zuidkust bij het plaatsje Kosgoda. Deze kleine badplaats staat vooral bekend vanwege de zeeschildpaddenopvang. De stranden zijn een favoriete broedplaats voor zeeschildpadden. Vanwege het uitsterven van de zeeschildpadden worden de gelegde eieren verplaatst naar de opvang waar de gevonden eieren worden uitgebroed. De overlevingskans wordt op deze manier groteren de populatie beschermd. Van de zeven soorten zeeschildpadden in de wereld, worden hier vijf soorten beschermd: de soepschildpad (of groene zeeschildpad), de karetschildpad, de onechte karetschildpad, de warana en de lederschildpad. Tijdens de rondleiding kregen wij de ronde eieren in onze handen en later ook schildpadjes van één dag oud, zo schattig. Ik was er helemaal verliefd op en wilde iedere keer een andere oppakken en vast houden. Wanneer de schildpadden gezond zijn worden ze na een aantal dagen vrijgelaten in de zee.

Helaas zagen we ook een aantal volwassen schildpadden die niet terug konden naar de zee vanwege verwondingen. Zo zagen we een paar schildpadden die een voor- of achtervin misten door een ongeluk met een schroef van een boot. Ook waren er albino schildpadden die te veel opvallen in de open zee en een blinde schildpad. Ik vond het interessant om er van te leren en de dieren te zien.


Op de schildpaddenkwekerij.

 
We vervolgden onze weg langs de westkust en zagen daar vele kokospalmen. De kokospalmen groeien het liefst aan zee. De palm heeft een lange, grijze stam die wel 30 meter hoog kan worden. In de top ontstaan de bladeren en de vruchten, de kokosnoten. In veel tropische landen is de kokospalm van groot belang. Men kan alles van de boom gebruiken. Zo kun je er bijvoorbeeld van eten en drinken en allerlei voorwerpen van maken. Wij zagen een man die in de kokospalm geklommen was om daar kokosnoten te plukken. De man bewoog zich behendig met zijn kapmes door de boomtoppen van de palmen. Knap maar levensgevaarlijk!


Een echte palmbomenklimmer, wat een acrobaten zeg!

Hoe dichter we in de buurt van Colombo kwamen hoe drukker het op de weg werd. In de voorsteden kwamen we meteen in de file te staan en het schoot niet echt op. Een flinke regenbui zorgde er ook nog eens voor dat de straten blank kwamen te staan. We hadden onze lunch bij een Chinees restaurant die een goede kwaliteit eten op tafel zetten. Het was smikkelen en smullen. We maakten een kleine stadstour door Colombo. De oorsprong van de stad begon in de 16de eeuw toen de Portugezen aanmeerden en zich op deze plaats vestigden. Later volgden de Nederlanders en de Engelsen en groeide Colombo uit tot een belangrijke havenstad. In de stad stond alles door elkaar heen. We zagen mooie koloniale gebouwen met daarnaast weer moderne kantoorgebouwen. Tempels staan naast moskeeën. Ik vond het geen mooie stad om te zien maar de tegenstellingen zijn zeer bijzonder. We stopten bij het onafhankelijksplein en zagen daar het monument ter nagedachtenis aan de onafhankelijkheid van Sri Lanka in 1948. Bij het monument stond het standbeeld van de eerste minister president van Sri Lanka.

We reden langs het Galle Face Green, een promenade die werd aangelegd om paardenraces en golf te spelen. Het wordt nu gebruikt als park om te ontspannen voor dagjes mensen. We reden door het gebied Colombo Fort waar vroeger het Nederlands en Brits fort stond. Nu is dit district het financiële district en vind je er tussen de historische gebouwen veel banken. We zagen de oude vuurtoren ent het oudste gebouw in Colombo: het Nederlands ziekenhuis (Old Colombo Dutch Hospital). Via het havengebied van Colombo reden we de stad langzaam uit. Het verkeer was erg chaotisch en rommelig.

We stonden tussen volgepropte bussen, pruttelende vrachtwagens, fietsers, trishaws (fietstaxi) en tuk-tuks. We hadden een paar keer een bijna botsing maar Nana had al bewezen een goede chauffeur te zijn en wist iedere keer weer een aanrijding te voorkomen. Ons laatste hotel lag in de plaats Katunayake op ongeveer 7 kilometer van het vliegveld. Het Tamarind Tree Hotel bestond uit 36 luxe bungalows in een mooie groene omgeving. Wij kregen een mooie, ruime bungalow in de buurt van het zwembad. We namen nog even een duikje tot het donker werd en we aangevallen werden door de muggen. Het avondeten bleek bij dit hotel niet inclusief te zijn en daarom wilden we a la carte eten. De ober probeerde ons het buffet op te dringen maar uiteindelijk kregen we toch de menukaart. We bestelden allemaal een pasta die goed smaakte. Voor de laatste keer deze vakantie pakten we onze spullen in. Morgen gaan we dit prachtige land verlaten om terug te gaan naar Nederland.


En nog één keertje zwemmen voordat we weer naar huis gaan.

Dag 19; Verering van Ganesha

Op ongeveer 20 kilometer afstand van Tissamaharana ligt het dorp Kataragama. Voor de Hindoes de heiligste plaats in Sri Lanka. Maar ook voor de Boeddhisten en Moslims is het een religieuze pelgrimsplaats. Wij wilden deze speciale plek bezoeken en reden hier vanmorgen als eerste naar toe. We parkeerden bij het centrale plein waar veel kraampjes waren die lotusbloemen, fruitmanden, kaarsen etc. verkochten.


Offers.
Wij wilden mee gaan in de religieuze gebruiken en lieten bij een van de kraampjes een fruitschaal opmaken die we later konden offeren. Ook kochten we een kokosnoot en aanmaakblokjes. Later werd mij duidelijk wat hiervan de bedoeling was. Net zoals vele pelgrims liepen wij richting de centrale park waar de Hindoetempel, de Boeddhatempel en een moskee op één terrein staan. Iedereen houdt rekening met het geloof van anderen en respecteert dit.

Onderweg liepen wij over de brug bij de heilige rivier Menik Ganga die langs het tempelterrein loopt. Veel gelovigen dompelen zich onder of baden in deze rivier, vergelijkbaar met de rivier de Ganges in India. Voordat we bij de Sivan Kovil het terrein konden betreden deden wij onze schoenen uit en lieten deze achter bij de schoenenbewaking. Omdat er nog geen ceremonie bezig was liepen we eerst een stuk over het terrein. Alles was al in voorbereiding op de Esela Perehera, het Kataragama Festival in augustus. Er worden dan duizenden pelgrims verwacht in de stad, er zal dan veel muziek zijn, er zijn olifanten en er is een parade die met godenbeelden door de straten trekt. Sommige gelovigen zullen dan diep in trance raken en lopen met haken in hun lijf of lopen over vuur.


Wassen in de rivier.

Op onze blote voeten liepen we door het zand naar het noorden van het complex en zagen daar de Kiri Vehera stupa. Onderweg kochten we lotusbloemen om deze bij het altaar van Boeddha neer te leggen. De grote witte stupa werd gebouwd door koning Mahasena en dateert waarschijnlijk uit de 3e eeuw voor Christus. De plek zou ook door Boeddha zijn bezocht voor een meditatie (spirituele oefeningen). Net zoals de vele biddende mensen legden wij onze lotusbloemen op het altaar en Nana deed een “vow” dit is een gebed of belofte.

Op onze weg terug kwamen we langs de moskee, de Bodhi-boom en een klein museum dat we niet bezochten. Nana kocht loten voor een of andere loterij en Ronac wilde perse ook een lot hebben. Gelukkig had Nana nog oude loten waar hij niets mee had gewonnen en gaf hij deze aan Ronac. Ook gaven we nog wat klein geld aan enkele bedelaars. We keken bij een kleine visnu tempel naar een zegening van een gezin door een priester. Nana regelde voor ons ook een korte zegening. De kapurala (tempelpriester) zong een lied voor de bescherming van ons gezin en we moesten wat water drinken.


Lotusbloem

Vervolgens liepen we naar de belangrijkste schrijn van Kataragama de Maha Devale. Er was een privé ceremonie aan de gang dus keken wij bij de naastgelegen tempel ter verering van de Hindoegod Ganesha. We werden door een oud vrouwtje aangesproken om de tempel binnen te gaan en te helpen bij een puja-ceremonie voor de goden die in deze tempel zou gaan beginnen. Wie deelt neemt aan zo’n puja verzameld een goed karma. Met een goed karma krijg je, als je ziel terug op aarde komt, een beter leven. We volgden de vrouw en liepen de kleine tempel binnen. Achteraan stond het belangrijkste beeld namelijk die van de Hindoegod Ganesha. Er stonden veel lichtjes omheen.


Ook wij offerden wij lotusbloemen bij Boeddha.

De god Ganesha had een “olifantenhoofd” en was de zoon van Hindoegod Shiva en Parvati. Volgens het verhaal heeft Shiva het mensenhoofd van Ganesha in een boze bui afgesneden en er later een hoofd van een wijze olifant opgezet. Men zegt dat Ganesha moeilijkheden en hindernissen weg neemt en hij is de beschermheilige van reizigers. Hindoes bidden tot Ganesha voor ze aan iets nieuws beginnen, zoals een nieuwe baan of nieuwe school of wanneer ze verhuizen. In de kleine tempel werd een rode mat uitgerold waar we niet op mochten staan en we kregen touwen in onze handen. De touwen waren bevestigd aan de klepel van verschillende bellen. De bellen hadden verschillende groten en het geluid van iedere bel bleek anders te zijn. We moesten aan de touwen gaan trekken om de ceremonie te laten beginnen.

De oude vrouw en een kapurala (tempelpriester) hielpen ons en het was een hels lawaai. Na een aantal minuten verscheen de Sadhu (heilige man) van achter het rode gordijn. Achter het gordijn bevind zich het heiligste de heiligen en het is uitsluitend toegankelijk voor de Sadhu en de tempelpriester. Sadhu of sadhoe betekent: goed persoon, deze persoon heeft de drie Hindoeïstische levensdoelen: kāma (plezier), artha (rijkdom), dharma (juist handelen) opgegeven. De nogal lelijk uitziende sadhu schuifelde wat rond voor de afbeelding van Ganesha en zwaaide met een schaaltje wierrook. Af en toe maakte hij een soort van beweging als verering of gebed naar de God Ganesha. De rituelen die de Sadhu uitvoerde zijn al eeuwenoud. We moesten aan de touwen blijven trekken totdat de ceremonie tot een einde kwam.


Ceremonie voor Ganesha waar wij mee mochten helpen.

Mijn armen waren tegen die tijd helemaal lam van het touwtrekken. Voordat we de tempel uit mochten gaf de Sadhu ons nog een witte stip op ons voorhoofd. Men noemt dit een tikka (of ook wel bindi) en het is een traditionele versiering. Het is een derde oog dat bedoeld is om de blik op de goddelijke wereld te richten en het boze oog af te weren. Aan de stip kun je tevens zien dat iemand in een tempel gebeden of geofferd heeft. Ook kregen we uit een grote pan een handje plakkerige zoete rijst die men eet na een gebed.

We liepen met de kokosnoten naar een hek met middenin een steen. Het aanmaakblokje werd aangestoken en op de kokosnoot gelegd. Pas toen hij was opgebrand, mocht pappa als eerste de kokosnoot kapot gooien op de steen waardoor hij brak. De kokosnoot staat symbool voor voorspoed en wordt kapotgeslagen (bijvoorbeeld aan het begin van iets nieuws ) in naam van Ganesha. De binnenkant van de kokosnoot symboliseert de ziel en de harde schil aan de buitenkant is ons ego. Door de kokosnoot kapot te maken doorbreken we ons ego om zo onze ware zelf te tonen. Alle hindernissen worden zo weggenomen en er volgt voorspoed.

Ons laatste bezoek is aan de Maha Devale, de belangrijkste plaats van Kataragama. In de 2e eeuw v Chr. bouwde koning Dutugemunu hier een schrijn voor de god Kataragama Deviyo,de hindoegod Skanda. In de tempel staat volgens zeggen de originele lans van oorlogsgod Skanda. Er staan vele gelovigen in de rij maar Nana weet ons via een andere rij naar binnen te krijgen. We sluiten ons aan bij de vele wachtende mensen. Velen dragen een grote fruitmand bij zich, de ene nog groter dan de andere. Voorin de tempel stonden in het wit geklede tempelpriesters die de offers, in ons geval de fruitschaal, in ontvangst namen. De schaal werd gezegend door de goden, het geld eruit gehaald en de fruitmand werd van een krans en lotusblad voorzien. Buiten aten we van het fruit en deelden we dit met andere mensen. Net voordat we wilden vertrekken, kwam er nog een muziek- en dansgroep aan. De trommels maakten flink kabaal en er liep een vrouw wervelend te dansen op de opzwepende muziek. We bleven een tijdje staan kijken en gingen weg toen ze stopten. We haalden onze schoenen op en deelden nog wat fruit uit. We liepen terug naar de auto om vervolgens een niet al te lange rit te maken naar Tangalle aan de zuidkust van Sri Lanka.


Onze cabana.
We checkten in bij Palm Paradise Cabanas aan het Goyambokka strand. We kregen een vrijstaand houten huisje (cabana) gelegen tussen de palmbomen. Het huisje staat op houten palen en is binnen en buiten ingericht met houten meubels. De zee was door de dichte begroeiing niet te zien maar we hoorden hem we te keer gaan. We gingen eerst eten bij het restaurant. We waren nog net op tijd want de keuken sloot om 14:30 uur. Nadat we onze buikjes vol hadden gegeten, gingen we natuurlijk naar het strand. Het was een mooi afgelegen tropisch strand en als de zon zou schijnen was het helemaal een paradijsje geweest.

Vanwege het regenseizoen hingen er donkere regenwolken en was de zee erg wild. Het was niet echt veilig om het water in te gaan en te gaan zwemmen. De stroming was sterk en de golven heel hoog en je werd bedolven onder de golven als je het water in ging. Ik ging niet te ver maar pappa trotseerde de golven en zwom een stuk uit de kust. Terwijl ik kung fu speelde met de golven vermaakte Ronac zich in het zand. Toen het begon te regenen keerden we terug naar onze cabana waar we met zand en schelpen onder de veranda speelden.


Woeste hoge golven, daar weet Keyro wel raad mee.

S’ avonds hadden we een drie-gangendiner bij het restaurant. Er werd heerlijke versgevangen tonijn geserveerd. Samen met pappa en Nana ben ik na het eten nog naar de Rekawa Turtle Sanctuary gegaan. Mamma en Ronac bleven thuis. Rekawa is een klein vissersdorp ten oosten van Tangalle. Op een beschermde strook strand was het mogelijk om vijf verschillende soorten zeeschildpadden te zien. De zeeschildpadden komen aan land om nesten te maken. Het Turtle Conservation Project zorgt dat de zeeschildpadden niet gestoord worden tijdens het leggen en dat de nesten niet leeg geroofd worden.

We kregen vooraf informatie van een vrijwilliger over de zeeschildpadden en moesten toen gaan afwachten of er een schildpad aan land zou komen. Uiteindelijk hoorden we dat er eentje was gesignaleerd. Toen we er aankwamen, ging de schildpad net terug naar zee. Ze had geen eieren gelegd en was waarschijnlijk ergens van geschrokken. Ondanks dat we het eieren leggen niet hadden gezien liepen we terug en was het bezoek meteen afgelopen. Jammer dat men alleen maar dacht aan commercie en niet de moeite nam om nog een poging te wagen om een andere schildpad te zien. Voor ons maakte het niet zoveel uit want wij hadden het geluk gehad dit vorig jaar in Suriname ook al te zien. Pas tegen middernacht kwamen we terug bij de cabana waar mamma en Ronac al lekker onder de klamboe lagen te slapen. Ondanks de ventilator en zeewind was het nog flink warm in het hutje. Gelukkig was ik zo moe dat ik al snel in een diepe slaap viel.