Van Maumere naar Moni

We stonden eerder dan gepland klaar en we moesten nog even wachten tot we kennis konden maken met onze chauffeur van de komende dagen. Precies op de geplande tijd reed er een Toyota Rauris het terrein op en maakten we kennis met Elvis. Hij gaat ons de komende dagen rondrijden over het eiland Flores. We namen afscheid van eigenaar Hendrik en kok Aldi en vertrokken in de richting van Maumere. In Maumere stopten we bij de lokale markt. We liepen rond langs en zagen allerlei etenswaren, elektronica en huishoudartikelen. Af en toe werden we door mensen aangeraakt en iedereen was even vriendelijk en attent.


Lokale markt in maumere.
Nadat we bij de bank weer wat miljoenen hadden gepind, reden we naar een dorpje Sikka. Het ligt aan de zuidkust en heeft een zwart strand met hoge golven. Naast de Portugese kerk, de oudste kerk van Flores, vind je één van de meest belangrijke weefcentra van het eiland. Indonesië is van oudsher beroemd om zijn rijkdom aan weeftechnieken en weelderige motieven. Op eilanden als Sumba, Flores en Timor waren kostbare geweven doeken vast onderdeel van bruidsschatten en grafgeschenken. Sommige kleuren en motieven waren voorbehouden aan mensen van Koninklijke afkomst. Direct na het uitstappen van de auto stond er al iemand klaar om ons een rondleiding te geven over het weefproces van de traditionele ikat. De rondleiding was in het Engels maar achteraf gezien was het gevraagde bedrag (350.000 roepia) veel te hoog.

We zagen het eeuwenoude proces van het weven en kleuren van de traditionele ikat. Als eerste het katoen plukken, het bewerken en spinnen tot draden. Voorafgaand aan het weven worden delen van de garens geverfd. Men doet dit door delen garen samen te binden of te bedekken met een waterafstotende stof (bijv. was). De kleurstof zal zich op die plaatsen niet aan het garen hechten. De blauwe kleur krijg je door indigo te mengen met kalk van koraal, de rode verfstof wordt gewonnen uit de wortels van de moerbeiboom en de gele kleur wordt gemaakt van de bast van de Kayu kuning (gele boom). Na het verven worden de draden opgespannen in het weefraam, een draagbare constructie van stokken.


Het weven van de motieven zijn complex maar symmetrisch. Uiteindelijk ontstaat er een prachtige sarongs en kleden die natuurlijk te koop worden aangeboden. Wij besloten om niets te kopen vanwege het hoge bedrag voor de rondleiding. Ronac en ik keken bij zelfgemaakte armbandjes van schelpen en werden direct overspoeld door verschillende verkoopsters. Voor nog geen euro kochten we uiteindelijk twee armbandjes die we meteen om onze arm deden.


De weg van Maumere naar Moni bleek behoorlijk bochtig te zijn. In de loop der eeuwen verhuisden de oorspronkelijke bewoners van Flores uit angst voor zeevarende volkeren, die de kust van het eiland belaagden, naar het bergachtige binnenland. De kolonisten vestigden zich voornamelijk langs de kust. In de 16de eeuw vestigden de Portugezen zich op Flores. Hun Dominicaner missionarissen waren zeer succesvol. In 1613 verscheen voor de kust van de Soenda-eilanden een Nederlandse vloot van vier schepen. Zij openden vrijwel meteen het vuur. De inheemse christenen die onder leiding van de missionarissen de missiepost verdedigden werden uiteindelijk gedwongen zich over te geven. Eerst in 1660 sloten de Nederlanders met de vorst van Makassar een contract volgens welke de VOC het alleenrecht gaven op de handel van specerijen. De Portugese invloed was op Flores was hiermee echter nog niet verdwenen en het grootste deel van de bevolking bleef Rooms katholiek. Onze auto was uitgerust met een rozenkrans en Mariabeeldje waarschijnlijk om ons te behoeden voor een goede reis.


Onderweg zagen we van alles. Zo zagen we geiten met een stok om hun hals. Dit is om te voorkomen dat de geiten de tuinen inlopen en alles leeg eten. En graven in de voortuinen bij de huizen. Onderweg maakten we een korte stop bij Paga Beach aan de zuidkant van het eiland. We keken even bij het ruige strand met wit zand en wilde golven. Helaas kreeg mamma’s fototoestel hier problemen en kon ze geen foto’s meer maken. Gelukkig hebben we nog de twee andere toestellen zodat we al deze mooie plekken toch nog vast kunnen leggen. In Paga dorp was maar één restaurant en hier wilden we lunchen. Helaas zat het restaurant helemaal vol met toeristen en besloten we om door te rijden naar Moni en daar een late lunch te nemen.


Tegen 14:00 uur kwamen we aan in Moni dat gelegen is tussen de rijstvelden en aan de voet van de Kelimutu vulkaan. Het dorp is meer een gehucht dat bestaat uit één lange straat met aan beide kantenhuizen en hotels. We checkten in bij de Antoneri Lodge en kregen daar een tweepersoonskamer plus een extra bed in de vorm van een matras op de grond. Eigenaar Oscar kwam wat warrig over en we begrepen hem maar half maar gelukkig had hij een kamer want als we hem moesten geloven was alles in Flores volgeboekt. We legden de spullen op de kamer en gingen op zoek naar een restaurantje om iets te eten. We kwamen uit bij een klein zaakje en bestelden daar een noodlesoup. Voor het drinken konden we kiezen uit Bintang (bier) of een fruitsapje want verder hadden ze niets voorradig.

Het soepje smaakte goed en na de late lunch liepen we wat door de lange straat en langs de rijstvelden. In de avond aten we bij de Bintang Lodge. Een gezellige sfeer met goed eten. Pappa had saté, mamma gekruide aardappelkoekjes, Ronac mie goreng  en ik een chemisch roze uitziende spaghetti met verse tomaten. We zochten op tijd ons bed op want we moeten om 4:30 uur  klaar staan voor vertrek naar het Nationaal Park Kelimutu.