Fietstocht Kintamani

We konden vandaag een keer niet uitslapen. We hadden een excursie geboekt naar de bergachtige omgeving Kintamani. Na ons ontbijt werden we om 8:15 uur opgehaald. We maakten de tour met een groepje van acht personen. We haalden in Ubud nog een ouder Australisch koppel op en even buiten Ubud werd er een Duits-Argentijns koppel opgepikt. Iedereen was enthousiast, gezellig en er werd wat afgekletst.


Het was een stukje rijden en om 9:30 uur arriveerden we bij de Manic Abian, een plantage, waar we uitleg kregen over verschillende kruiden en specerijen. We kregen ook uitleg over verschillende soorten Balinese koffie en thee en we kregen te zien hoe koffiebonen op traditionele wijze worden gebrand. Na de uitleg over de verschillende soorten koffie en thee waren we natuurlijk wel benieuwd naar deze traditionele drankjes. We kregen een kleine proeverij met een aantal bekende soorten. Ik nipte er maar wat van maar Keyro had enkele favorieten, de ginger tea, vanille coffee en de coconut coffee. Erg leuk om al deze verschillende drankjes eens te proeven.


Na de proeverij reden we door naar de Kintamani regio gelegen ten westen van de actieve Gungung Batur. We stopten bij een restaurant voor het ontbijt, een Indonesisch buffet. Ons ontbijt aten we op met een uniek uitzicht over de Gunung Batur en het kratermeer. Vanwege diverse hoge vulkanen staat het Kintamani-gebied ook wel bekend als ‘het dak van Bali’. De Gunung Batur is nog steeds een actieve vulkaan en is 1717 meter hoog. De vulkaan bevindt zich in het centrum van de in noordwesten gelegen Gunung Agung. De eerste gedocumenteerde eruptie van de vulkaan was in 1804. De laatste uitbarsting was in het jaar 2000.


Aan het zwarte gebied rond de krater is nog steeds te zien tot hoever de laatste uitbarsting is gekomen. Met genoeg energie stapten we rond 12:00 uur op de fiets. Keyro fietste zelf op een kinderfiets en ik zat in een kinderstoeltje achterop de fiets van mamma. Op deze leuke manier zouden we de omgeving gaan verkennen. Echt fietsen zoals we in Nederland gewend zijn, zat er echter niet in. De fietstocht ging voornamelijk bergafwaarts. Er werd meer gebruik gemaakt van de remmen dan van de trappers. Gelukkig waren alle fietsen uitgerust met goede handremmen. Misschien zelfs wel iets te goed want toen Keyro te hard moest remmen, vloog hij van zijn fiets af en lag hij op de grond.

Gelukkig mankeerde hij niets en kwam hij met de schrik vrij. Tijdens de circa 25 kilometerlange fietstocht kwamen we door verschillende boerendorpjes waar de tijd stil is blijven staan en over de rijstvelden. Onderweg zagen we het typische Balinese leven. Zo kwamen we langs kleine familietempels waar vrouwen in kleurrijke kleding rijstoffers brachten en zagen we mensen bezig met het planten en oogsten van rijst. Ondanks dat Bali grotendeels uit rijstvelden bestaat, zijn deze rijstvelden niet eens genoeg om alle inwoners van rijst te voorzien. Een Balinees gezin van vier personen eet gemiddeld meer dan 1 kilo rijst per dag!


Ook brachten we een bezoekje aan een traditioneel Balinees huis. Veel Balinezen wonen tegenwoordig in Westerse huizen maar gelukkig zijn er ook nog genoeg traditionele huizen te vinden. Deze huizen zijn ommuurd en alle ramen kijken uit op de binnenplaats. Meestal wonen er meerdere gezinnen uit één familie samen in het huis. Getrouwde zonen en hun vrouw en kinderen mogen in het huis blijven wonen. Meisjes daarentegen gaan later bij hun schoonfamilie wonen. In het huis staat altijd in een hoek een huisaltaar die gericht is naar de bergen. Hier wonen immers de geesten van hun voorouders.

Langs de weg zagen we diverse omgekeerde manden staan met een haan er in. Ook zagen we manden met hierin hanen. De hanen worden gebruikt voor hanengevechten en wennen op deze manier aan lawaai. Het zijn vooral de Balinese mannen die dol zijn op hanen. De hanen worden geaaid en gemasseerd zoals wij doen bij onze huisdieren. Voor een gevecht krijgt de haan scherpe mesjes aan zijn poten gebonden en moet het dier een gevecht aan gaan met een andere haan. Het gevecht gaat door tot één van de hanen dood is. De Balinezen maken een weddenschap van welke haan de wedstrijd wint en er kan veel geld mee gewonnen worden.


Het is echter wel verboden en gebeurt meestal stiekem ergens achteraf. Een hanengevecht bij een tempel is echter niet verboden. Er wordt nu niet gewed maar het bloed van de verliezende haan wordt als offer gebruikt. Op het einde van de fietstocht moesten we een stuk tussen de rijstvelden door fietsen. Opletten geblazen want bij een keer verkeerd sturen, lag je in de modder tussen de rijstplantjes. Bij het eindpunt leverden we de fietsen in en kregen we een lunch aangeboden. We maakten ons eerst schoon met een wit warm doekje wat daarna roodbruin was van al het stof dat we onderweg op ons lichaam hadden gekregen. De lunch bestond uit onder andere tempé, tofu, kip, groenten en nasi putih. Weer terug bij onze accommodatie sprongen we heerlijk in het verfrissende zwembad. In de avond zijn we gaan eten bij één van de vele restaurants aan de Jalan Monkey Forest. Wij waren erg moe en toen we onze pizza op hadden gegeten, wilden we ook meteen terug en naar bed.

Spiderweb rijstvelden


Uitzicht vanaf het ontbijtje in het hotel.

We begonnen vandaag aan onze laatste reisdag over Flores met privé chauffeur Elvis. Na het ontbijt bezochten we als eerste een compang ruteng van een Manggarai stam. Dit is een traditioneel dorpje van de plaatselijke Manggarai bevolking. In het midden van het dorpje staat de “compang”, een soort platform van stenen waarop de offers aan de goden worden gepresenteerd. Het platform is omgeven door een stenen muur, waarachter de huizen staan. Eigenlijk stonden er nog maar weinig traditionele huizen, en in één daarvan konden we het gastenboek tekenen en een donatie doen. Hier en daar lag rijst en koffiebonen te drogen maar veel meer was er niet te zien helaas.


Typisch dorpje van de Manggarai. 

Via slingerende wegen reden we berg op en berg af naar het plaatsje Cancar zo’n 17 kilometer ten westen van Ruteng. In dit gebied vind je heel veel rijstvelden. Rijst is een graansoort die door de eeuwen heen en nog steeds in grote delen van de wereld als belangrijkste voedsel dient. We stopten bij een huisje aan de voet van een heuvel. Achter het huis moesten we een paar honderd meter omhoog klimmen via een smal paadje de heuvel op. Vanaf de heuvel hadden we een mooi uitzicht op de rijstvelden. De rijstvelden zijn aangelegd in de vorm van spinnenwebben en van bovenaf konden we de vormen goed zien. In het hart van deze rijstvelden staat een offer in de vorm van een paal met daarop een steen, de Lodok genaamd.


De spiderweb rijstvelden.

De driehoekige segmenten in het web zijn de zogeheten lingko’s. Deze lingko’s werden gevormd door de Tu’a Teno, de heer van het Land. Hij wees vanuit de Lodok met twee vingers richting de buitencirkel van het land en waar de vingers de rand “raakten” werden twee rechte lijn richting de Lodok getrokken. Voor ieder gezin uit de gemeenschap werd op deze manier een stukje land bepaald. Een gezin met aanzien kreeg een groter stuk toegekend dan een armer gezin. Samen met Keyro liep ik alleen de weg naar beneden want pappa en mamma wilden nog wat foto’s maken. Toen we weer compleet waren stapten we weer in de auto en vervolgden onze weg. We draaiden het raampje van de auto open en riepen naar iedereen die we zagen: “hello”. Iedereen reageerde even vriendelijk door hetzelfde terug te roepen. Toen we in een dorpje moesten wachten op mensen die overstaken, kreeg ik spontaan een dikke kus op mijn wang van een oudere vrouw.

De rit naar Labuan Bajo, één van de bekendste plaatsjes op Flores, verliep voorspoedig en we kwamen rond 14:00 uur aan. Onderweg werden we gebeld door de rederij voor onze vierdaagse boottocht naar Lombok. De vraag was: of we niet morgen al wilden vertrekken in plaats van de afgesproken vrijdag. Het komt voor ons eerlijk gezegd nog beter uit en daarom moesten we even langs het kantoor komen om de zaken te regelen. Nadat we dat gedaan hadden, bracht Elvis ons naar het Gardena hotel en gelukkig hadden zij nog een kamer beschikbaar. Onze bungalow had bamboewanden, een fan en veranda. Simpel maar voor ons voldoet het prima. Het was aardig warm en we zweetten ons een ei uit toen we met onze bagage de heuvel een paar keer op en af moesten.

We namen afscheid van Elvis en bedankten hem voor de mooie en veilige tocht over Flores. Naast het hotel lag een Italiaans restaurant Cit Ma Bón want we hadden wel zin in een keer iets anders dan rijst. Pappa en Keyro bestelden spaghetti alla Cotta (mosselen), mamma penna alla polpa (krab) en ik nam een pizza Margherita. Het was heerlijk relaxen in het restaurant en na het eten verplaatsten we ons naar het lounge gedeelte. Hier gingen we zitten op de zitzakken en hadden we een mooi uitzicht over de omgeving en haven van Labuan Bajo.

Met maar ongeveer 3000 inwoners, waarvan de meesten van de visvangst leven, is het nog een echte, authentieke, Indonesische plaats. De kleine eilandjes, de mooie kustlijn, de prachtige koraalriffen en het nabijgelegen Komodo National Park hebben ervoor gezorgd dat de populariteit van Flores is toegenomen. Toerisme is hier flink in opkomst en overal zie en hoor je dan ook toeristen. Na een prachtige zonsondergang liepen we nog even door het plaatsje en kochten we een nieuwe zwembroek voor Keyro. Zijn eigen zwembroek was op vreemde wijze verdwenen bij onze hut in Maumere. We gingen redelijk op tijd naar bed want morgen begint onze vierdaagse boottocht naar Lombok.


Zonsondergang in Labuan Bajo.