Cua Dai Beach

We zaten vanmorgen rond 9:00 uur al aan het ontbijt. Mamma bestelde een fruitsalade, Ronac cornflakes, ik een bananenpannenkoek en pappa nam Mi Quang (noedels). De noedels zijn speciaal van deze streek en zijn vernoemd naar de provincie Quang Nam. Wat is er zo speciaal aan deze noedels? Ze zijn in tegenstelling tot de andere noedels in bijvoorbeeld Pho, is dat ze veel dikker en geliger (door kurkuma) zijn door de gebruikte rijstmeel. De bouillon is meestal gemaakt van kip of varkensvlees en naast de noedels wordt er een bord met groenten en kruiden (morning glory, koriander, munt) geserveerd.

Na het ontbijt namen we opnieuw de fiets en gingen op weg naar een ander strand. Volgens informatie is het Cua Dai strand veel drukker dan het An Bang strand maar wij wilden dit met eigen ogen aanschouwen. Het was ongeveer 15 minuten fietsen en ook hier moesten we weer verplicht onze fiets stallen. Aan het strand stonden veel palmbomen en waren grote “bulten” (zanddijken) op het strand aangelegd om het land te beschermen tegen de zee.

We liepen het strand op en hier was het zelfde principe als op het An Bang strand. Gratis ligbedden en parasol bij gebruik maken van lunch in bijbehorende strandtent. Wij renden meteen het strand op en gingen weer heerlijk onze gang. Mamma hielp nog even een Japans stelletje dat met de scooter was gevallen. De verwondingen van de jongen waren best flink met heel veel vuil er in. Het vuil kon niet goed verwijderd worden en mamma en een behulpzame Vietnamese verkoopster adviseerden om In Hoi An naar een dokterspraktijk te gaan. De jongen vertrouwde echter op een of ander zalfje wat een passerende Japanse toeriste hem gaf en volgde het advies niet op.

Ondanks de verhalen die we hadden gehoord over dit strand vonden wij het juist prettiger en relaxter dan het andere strand. We  hadden een goede lunch bij de strandtent met hamburgers, mamma met zoetzure garnalen met ananas en pappa met clams (oesters). Tegen half vijf werd het ineens heel erg donker en toen we achter ons keken naar het vaste land, hingen daar grote donkere (onweers)wolken.

We pakten de spullen in en liepen naar onze fietsen. Het begon te waaien en de eerste druppels begonnen al uit de lucht te vallen. We stapten toch op de fiets maar al snel kwam de regen met bakken uit de lucht. Binnen enkele minuten waren wij helemaal nat. Ik fietste gewoon in mijn zwembroek dus voor mij maakte het niet uit. Straten kwamen onder water te staan en af en toe hoorden we in de verte wat onweer. Het bleef onze hele terugreis regenen en dit was dus een flinke tropische regenbui.

Bij het hotel werden we door het meisje van de receptie opgewacht met handdoeken om ons af te drogen. We besloten om ons een beetje op te laten drogen en zochten een plaatsje op het terras en bestelden (Vietnamese) thee, koffie en warme melk om een beetje warm te worden. De regen had ons toch wel wat afgekoeld.

’s Avonds zijn we in het centrum gaan eten bij een Thais restaurant. We hadden viskoekjes, Chiang Mai kippenpootjes, Satay, en als hoofdgerecht diverse curry’s (massaman, groene en rode curry). Op de terugweg kochten we nog wat souvenirs en genoten wij voor de laatste keer van de prachtig verlichte straatjes. Wat een prachtig en gezellig stadje is Hoi An. Een echte aanrader voor iedereen die naar Vietnam gaat. Ronac viel al vrij snel in slaap en ik keek samen met pappa naar de EK finale vrouwenvoetbal. Het Nederlandse vrouwenelftal wist heel knap de titel te winnen en zijn Europees kampioen.

Streetfood

We sliepen een aantal uurtjes maar veel was het niet. Na iets meer dan 11 uur vliegen landden we op het Suvarnabhumi International Airport. Vanwege het tijdsverschil tussen Nederland en Thailand moesten we ons horloge aanpassen en 5 uur later zetten. Eenmaal op Thaise bodem moesten we eerst langs bij “immigration” voor de paspoortcontrole en het visum. Hier stond een MEGA rij en het duurde meer dan een uur voordat we langs de immigratie aren en het visum in ons paspoort hadden zitten.

De skyline van Bangkok, vanuit de shuttlebus richting centrum.

De bagage draaide al rondjes op de bagageband en die hadden we snel opgepikt. Buiten zochten we naar de airport shuttle bus die heen en weer pendelt tussen het vliegveld en de bekende backpackersstraat (wijk) Kao San Road. De bus stond al klaar en vertrok direct toen wij instapten. We kochten een kaartje voor slechts 60 baht, ongeveer € 1,50 per persoon. Het was 33 kilometer van het vliegveld naar Kao San Road maar het verliep vlotter dan we hadden verwacht.


Kao San Road

Bangkok is een miljoenenstad en de eerste indruk was overweldigend. Er wonen zo’n 8 miljoen mensen in Bangkok en met de buiten wijken etc. wordt het totaal aantal op 15 miljoen geschat. Na 50 minuten verlieten we op Kao San Road de bus en moesten we nog een stukje te voet verder. Met behulp van de gedownloade wegenkaarten zochten we de weg naar het Siri Poshtel Hotel. We kwamen door leuke straatjes gevuld met markt- en eetkraampjes. Ons hotel lag op ongeveer 15 minuten lopen van Kao San Road in een rustig gedeelte en opvallend minder toeristisch.

We kregen een ruime, schone kamer met drie stapelbedden. We namen even wat rust want het was behoorlijk warm. Bovendien waren we ook redelijk moe van de hele reis. We besloten op tijd te gaan eten zodat we vroeg naar bed konden. Voor de Thai speelt eten een grote rol in het dagelijks leven. Een Thai eet niet zoals ons drie keer per dag maar snackt de hele dag door. Tijdens het lopen naar het hotel hadden we al diverse eetstalletjes, foodcourts, handkarren, fietsen, brommers en driewielers gezien die eten verkopen. Het eten langs de kant van de weg is niet alleen heel erg goedkoop maar moet ook nog eens overheerlijk zijn.

Keyro was meteen verliefd op Bangkok en vooral de Thaise keuken.

Tijd om het uit te gaan proberen! We vonden in een zijstraat bij het hotel een aantal eetstalletjes aan de straat en namen daar plaats aan een tafeltje. Er was geen menukaart maar op plaatjes wezen we aan welke gerechten we wilden hebben. We namen vier gerechten en proefden van allemaal. Het was overheerlijk en kostte ons 262 baht, nog geen 7 euro, inclusief (dure merk) frisdrank. Helaas is het stadsbestuur van Bangkok bezig om de kraampjes met “Street food” te verbieden. Met ingang van 2018 moeten alle straatverkopers zijn verdwenen uit het straatbeeld. Erg zonde als je bedenkt dat juist deze voedselkramen een belangrijk kenmerk zijn van Bangkok. Terwijl wij zaten te eten brak er een tropische regenbui los. Niet normaal de regen kwam echt met bakken uit de lucht. De trottoirs stonden blank en het regenwater kon niet weg. Na een tijd wachten besloten wij om de regen toch te trotseren en naar het hotel terug te gaan. Ronac kon het niets schelen en liep dansend door de regen en was tot op zijn onderbroek nat. In de hotelkamer droogden we ons lekker af en gingen we zonder te klagen direct ons bedje in.