Dag 10; Åndalsnes; Trollstigen

Samen met mamma sliep ik deze nacht in het tentje. We sliepen als “roosjes” en werden rond 8: 00 uur wakker. Na ons standaard ochtendritueel verlieten we om 9:00 uur de hut in Oppdal om door te reizen naar de volgende camping in Ørsta.

Onze eerste stop maakten we na een uurtje rijden aan de rand van het Dovrefjell Nasjonal Park. We wandelde over een natuurpad van circa 1 ½ kilometer naar het “snøhettapaviljongen”. Keyro liep vandaag minder goed. Hij had een slecht humeur en bleef een stuk achterop. Ik volgde de verhaalstenen die om de honderd meter in het pad gemetseld waren. Pappa of mamma moest het voorlezen maar omdat het in het Noors was, snapten we er natuurlijk niets van.

Bij aankomst op de top zagen we een modern gebouw liggen dat ik eigenlijk niet zo in het landschap vond passen. Het snøhettapaviljongen op de top van de 1.200 meter hoge berg “Tjverrfjellet” werd door een Noors architectenbureau gebouwd. Het is architectonisch zo bijzonder dat het in 2011 zelfs tot gebouw van het jaar werd verkozen. Het uitzicht vanaf het paviljoen over het “snøhetta”bergmassief is schitterend. Je hebt ook grote kans dat je hiervandaan de langharige muskusos kunt spotten. Helaas hadden we vandaag geen geluk en liet niet één van deze grote kolossen zich zien op dat moment.

Op de terugweg stapten we flink door en daarna konden we weer even uitrusten in de auto. Rond het middaguur (12:00 u) stopten we in het centrum van het kleine plaatsje Dombås om even een ijsje te eten en Keyro een braincooler te drinken. Ook vonden we hier een winkel waar we een leuk souvenir (trolletje) voor thuis kochten.

We volgden weg E136 in de richting van Åndalsnes door een mooi dal. Bij de plaats Verma kwamen we langs de Slettafossen. Hier perst de rivier de Rauma zich door een nauwe kloof en heeft het een verval van 40 meter. Op deze mooie plek genoten we van een lekkere picknick met vers brood. Niet snel daarna maakten we een stop bij de parkeerplaats Trollveggen. Het is de naam van een steile rotswand van 1000 meter hoog en is één van de bekendste klimwanden ter wereld. Omstreeks de klok van 15:30 uur begonnen wij aan de beklimming van de legendarische Trollstigen. Deze negentiende-eeuwse bergweg heeft elf haarspeldbochten en onderweg kom je een aantal watervallen tegen. De huidige weg was klaar in 1936 en stijgt slechts 300 meter maar dan wel heel erg steil. Het weer was goed en de weg is toeristisch en wordt druk bereden. We kwamen allerlei voertuigen tegen op deze smalle bergweg, auto’s, bussen, campers en zelfs fietsers.

Soms moesten we bij een bocht of inhammen wachten om een tegenligger te laten passeren. We passeerden de Trollstigfossen (waterval) en in haarspeldbocht nummer 10 gebeurde er iets of beter gezegd niets. Pappa moest terugschakelen naar een lagere versnelling maar de versnellingspook werkte niet en bleef hangen. Middenin de bocht zette pappa de alarmlichten aan maar het verkeer achter ons bleek dit niet direct te begrijpen en begonnen te toeteren. Gelukkig bleef pappa rustig en probeerde hij de auto aan en uit te zetten in de hoop dat dit zou helpen. Hij kreeg hem hierna in versnelling 1 en kon de bocht uitrijden. Eenmaal uit de bocht en op het rechte stuk moest hij weer schakelen en ging dit opnieuw niet. Gelukkig stonden we toen op een iets veiligere plek en konden we de gevarendriehoek uitzetten.

Pappa wilde net gaan bellen met de hulpcentrale van Ford toen er een jeep met Zweeds kenteken stopte. Er stapte een jongen uit die vroeg of hij ons kon helpen. Natuurlijk sloegen we dat aanbod niet af. Ook hij probeerde nog het een en ander met de versnellingspook maar deze bleef muurvast zitten. De jongen bood aan om te proberen om ons naar de top te slepen want daar waren we tenslotte bijna. Na een zoektocht naar het sleepoog, waarbij onze halve bagage uit de auto moest, kon het slepen beginnen. Het was spannend en twijfelachtig of zijn sleepkabel onze zware auto kon houden maar de jonge Zweed wilde die uitdaging wel aangaan. Heel langzaam en met wat gekraak van de sleepkabel kwam onze auto toch in beweging. Het was een beetje eng maar het lukte de jeep om ons naar boven te slepen waar een grote parkeerplaats en restaurant lag. Hier stonden we een stuk veiliger dan op de steile bergweg.

De Zweed nam afscheid van ons en we konden hem nog net op het laatste moment naar zijn naam vragen, hij heette Haakon. We vroegen Haakon hoe we hem konden bedanken maar hij zei dat we hem niets schuldig waren. Voor hem was zijn uitdaging geslaagd en hij had ons naar een veilige plek gebracht dat was het belangrijkste. Hij vertrok in zijn jeep en pappa ging bellen met de hulpdienst van Ford om ons hier weg te krijgen in eigen auto of met sleepwagen.

We moesten bijna twee uur wachten voordat de Noorse ANWB ter plaatse kon zijn. We bevonden ons op een manjefieke plek en probeerden er ondanks de autopech toch van te genieten. Op de top ( 850 meter) liepen we rond bij het uitkijkplatform de Trollstigheim met uitzicht op onder andere de weg en de waterval Stigfossen. Vlakbij onze auto was ook een klein ijskoud meertje waar we konden pootje baden en met steentje konden gooien. De Noorse ANWB arriveerde rond 18:45 uur en al snel werd duidelijk dat er een probleem was dat niet direct opgelost kon worden. Het vermoeden is iets met de versnellingsbak of de hydraulica. We werden afgesleept naar het plaatsje Åndalsnes waar een Ford garage ligt. Onze auto werd op de sleepwagen getakeld en wij namen plaats in de cabine om de elf haarspeldbochten nog een keer te doen allen dan in andere richting.

Onderweg kwamen we een gestrande auto met Duits kenteken tegen. De man van de Noorse ANWB stopte na overleg met ons om ook hun hulp te bieden. Ook zij konden hun reis per auto niet voort zetten en moesten ook weggesleept worden. Omdat zij een automaat hadden, werd onze auto van de oplader gehaald en die van de Duitsers erop gezet. Onze auto ging vervolgens op een sleeplader en hing zo achter de sleepwagen. We vervolgen onze weg richting het Romsdal. De chauffeur reed met gemak door de haarspeldbochten met één hand aan het stuur en in de andere zijn mobiele telefoon. Ongelofelijk hoe dat kan met één auto op de oplegger en een andere auto erachter! Gelukkig doen ze dat hier veel vaker en heeft hij er genoeg ervaring mee. Onze auto werd als eerste bij de garage neergezet en daarna gingen we voor ons op zoek naar een overnachtingsplek. Het bleek moeilijker dan gedacht. Alle hytter in de omgeving waren volgeboekt en uiteindelijk vonden we een kamer voor 1700 NOK in ***Gran Hotel Bellevue.

Mamma mocht nog meerijden in de privé Hummer van de Noorse ANWB-man om wat spullen op te halen die we nodig hadden voor onze nacht in het hotel. In de tussentijd gingen wij met pappa naar het hotel waar we rond 21:00 uur incheckten in kamer 420. De Duitsers moesten wachten op mamma tot zij verder weggebracht konden worden naar de dichtstbijzijnde Mercedes garage in Molde. Het was niet lang wachten tot mamma ook bij het hotel arriveerde. Het was al laat geworden en we gingen op zoek naar een restaurant. We vonden een Thais restaurant op de hoek en het was nog geopend. Als eerste bestelden we iets te drinken.

Keyro en ik wilden graag cola maar dit hadden ze niet? We bestelden iets anders maar toen ik een minuut later naar de WC ging zag ik flesjes cola in de koeling staan. Ik liep er naar toe en wees er naar en zei “kijk ze hebben wel cola, dat wil ik”. De bediende zag wat ik bedoelde, probeerde zich er nog uit te praten maar opende uiteindelijk toch de koelkast en gaf ons een flesje cola. We hadden springrolls als voorgerecht en diverse hoofdgerechten (noodles met kip, gerecht met lamsvlees en szechuan garnalen en kip met cashewnotensaus). Het eten smaakte heerlijk en we zaten allemaal bomvol na afloop. Het werd zo toch nog een beetje een speciale avond omdat pappa en mamma precies vandaag 19 jaar samen zijn. We lagen laat in bed maar kunnen morgenochtend uitslapen. Stiekem is het ook wel lekker om even een goed bed met matras te hebben en toilet, douche en bad op de kamer.

Vamos a México?

Gisteravond waren we al naar opa Leo en oma Margriet in Papendrecht gereden om daar vandaan door te gaan naar Schiphol. Samen met opa Leo reden we naar het vliegveld Schiphol in Amsterdam, een klein uurtje rijden vanaf Papendrecht. Onze autostoeltjes werden uit de auto gehaald en in een zak gestopt zodat ze mee konden naar Mexico. We liepen een klein stukje naar de incheckbalie en moesten daar aangekomen, aansluiten in een hele lange rij. Uiteindelijk duurde het een uur voordat we eindelijk aan de beurt waren. De rugzakken en stoeltjes werden gelabeld en gingen op de band om vervoerd te worden naar het vliegtuig. Wij liepen door naar de douane waar mijn nieuwe paspoort gecontroleerd werd.

Omdat alles zo veel tijd in beslag nam konden we bijna meteen aan boord gaan van het vliegtuig. Onze spullen werden gecontroleerd en we mochten toch geen water mee nemen voor mijn voeding. Raar want in de papieren staat dat je alle benodigdheden voor kindervoeding mee aan boord mag nemen. Een andere douanebeambte regelde dat we toch één flesje mee mochten nemen, de tweede werd leeggegooid in de plantenbak maar konden we in het toilet weer vullen met kraanwater. Hoezo verspilling? Gelukkig zijn er dus toch beambten die begrijpen dat je voor kinderen voldoende spullen bij je moet hebben als je aan boord gaat.


Voor het eerst in het vliegtuig.

Wij mochten helemaal als eerste aan boord van het vliegtuig gaan. Zo’n vliegtuig is eigenlijk best krapjes en overal staan stoelen. Wij zaten op rij 27, stoelen D, E, F en helaas niet bij het raampje. Ik zat op schoot bij mamma en kreeg een speciale kinderbelt om. Iets na 12:00 uur kregen we het sein dat we op gingen stijgen. Het vliegtuig ging eerst heel snel rijden om vervolgens los te komen van de grond en hoog de lucht in te gaan. Wauw, dat was best sjiek hoor!

De vlucht ging eerst naar Varadero in Cuba en zou 9 uur en 30 minuten duren. Het was een lange zit maar we vermaakten ons wel aan boord. We keken een Dora film, speelden wat en natuurlijk lachte ik naar iedereen. De stewardessen noemden mij hun lachebekje. Ik sliep maar heel weinig, zo’n 45 minuten en was klaar wakker toen we om vier uur landden op Varadero (Nederlandse tijd 22:00 uur).
Hier zouden we tanken en nieuwe passagiers aan boord krijgen. Echter kwam er na een half uur de mededeling dat er bij de landing iets met de remmen was gebeurd en ze gingen kijken wat er mis was en of het gemaakt kon worden. We moesten voorlopig nog aan boord blijven en konden nog niet verder. Na ongeveer 1 ½ uur kregen we de mededeling dat er een hydraulisch defect was aan het linker voorwiel, en dat het zeer waarschijnlijk niet direct gemaakt kan worden. We moesten van boord om te wachten in de transitruimte tot er meer bekend was.


Urenlang wachten op het vliegveld van Varadero.

In de hal waar de passagiers stonden te wachten om terug te vliegen naar Nederland hoorden we al snel dat er rook en vuur gezien was bij de wielen tijdens de landing van ons vliegtuig. Wij hadden binnen gelukkig niets gemerkt, al had mamma wel al een vreemd geluid gehoord tijdens voor de landing. De uren gingen voorbij en we moesten wachten en wachten. Keyro viel op een bank in slaap maar ik was nog steeds klaarwakker (Nederlandse tijd 00:30 uur). Uiteindelijk werd ik het toch zat en viel ik bij pappa in de draagzak in slaap.

Pappa en mamma gingen met twee slapende kinderen op de arm en de handbagage door de douane en langs de visumregistratie. Met bussen werd iedereen uit de transithal (250 mensen in totaal) vervoerd naar de overnachtinghotels. Wij werden naar hotel Sirenis La Salinas in Varadero gebracht. Helaas was het slepen met kinderen en bagage nog niet afgelopen want we hadden een kamer op de tweede etage en er was geen lift aanwezig. Wij waren allebei even wakker maar al snel deden pappa en mamma het licht weer uit en moesten we gaan slapen. Mijn broer had dus toch gelijk toen hij vanmorgen tegen oma zei dat we naar Cuba gingen en niet naar Mexico!