Salaam Aleikum

Vanwege de late aankomst en donkere kamer werden we pas rond 9:00 uur wakker. De luiken voor de ramen zaten dicht en je hoort behalve wat vogeltjes nauwelijks andere geluiden. De kamer bleek er super en sfeervol uit te zien. We gingen naar beneden voor ons ontbijt dat geserveerd in de centrale ruimte.  De hele Riad straalt sfeer uit. Er is veel aandacht besteed aan details en afwerking. Het overdadige ontbijt werd geserveerd door Moumir en Aziza. Er was onder andere matlou (plat brood), beghrir (luchtige pannenkoekjes), verse jus d ’oranje, yoghurt, verschillende soorten jam, honing, koffie en Marokkaanse thee. Het smaakte prima. Na het ontbijt vertrokken we om de stad te gaan verkennen. Eerst moesten we aan geld zien te komen. Aan het einde van de straat vonden we een geldautomaat en konden we Dirhams, de nationale munteenheid pinnen. Het omrekenen is vrij gemakkelijk, 1 Dirham is ongeveer € 0.10.

Marokko is natuurlijk niet altijd hetzelfde geweest. De oudste staat van het land zoals we het nu kennen was het koninkrijk Mauretania (huidig Marokko en Algerije). De Berbers waren de allereerste bewoners van Marokko. In de 2e eeuw voor Christus tot begin 4e eeuw na Christus waren de Romeinen de baas in Marokko. In de 7e eeuw kwamen de Arabieren. Zij veranderden de geschiedenis van Marokko totaal. De Arabieren zijn afkomstig uit Arabië en brachten hun cultuur en godsdienst, de islam, met zich mee. Vanaf dat moment volgden mensen van dezelfde familie elkaar telkens op aan het hoofd van Marokko. In het begin van de twintigste eeuw ging het niet goed in Marokko door de ruzies en gevechten in het land. De Spanjaarden maakten hier handig gebruik van en vestigen zich in 1912 in het Noorden van Marokko. Vanaf 1830 had Frankrijk interesse in Marokko en er werd een overeenkomst gesloten met Frankrijk. De sultan van Marokko regeerde over zijn land, maar eigenlijk was de Franse regering de baas. Uiteindelijk kwamen de Marokkanen in opstand. Zo kwam sultan Mohammed Ben Youssef in 1956 op de troon terecht. Hij verklaarde Marokko onafhankelijk. Sinds 1999 kwam de huidige koning Mohammed VI aan het hoofd van het koninkrijk.

In de twaalfde eeuw was het de hoofdstad van de Almohaden. De handelsstad lag op de karavaanroutes in de Sahara die destijds bijna allemaal naar Timboektoe liepen. Rondom de stad loopt een negen kilometer lange rode aarden wal. Na de Franse bezetting in 1913 werd het moderne gedeelte van de stad gebouwd. Om de hoek bij onze Riad lag één van de koninklijke paleizen. Het Palais de la Bahia  is het mooiste en grootste paleis van de stad.

Eén gedeelte van het paleis wordt nog gebruikt door de huidige Koninklijke familie wanneer zij in Marrakesh zijn. Het werd gebouwd aan het einde van de 19e eeuw in opdracht van Abu ‘Bou’ Ahmed. Hij was voorheen een negroïde slaaf die uiteindelijk Eerste Minister voor de Sultan werd. Abu Ahmed had vier echtgenotes en een harem van 24 concubines. De hoeveelheid kamers, 150 in totaal, moesten er voor zorgen dat de harem vrouwen elkaar zoveel als mogelijk konden ontwijken. We haalden de entreekaartjes en kinderen bleken gratis toegang te hebben. Het paleis was prachtig maar wordt overspoeld door vele toeristen. We liepen er een aardige tijd rond en volgden de aangegeven route zodat we niets van al het moois zouden missen. In het paleis zagen we sierlijk beschilderde plafonds, wanden van mozaïek en marmer, beschilderde houten deuren, mooie binnenpleinen en een zeer grote tuin.

Na het paleis liepen we verder en kwamen we bij een mooi plein met restaurants en winkeltjes. Hier liepen wat verkopers rond die iedere toerist aanklampte om iets te verkopen. Sommigen spraken zelfs wat woordjes Nederlands. Zo zei één verkoopster tegen mamma: kijken, kijken en zegt mamma “niet kopen” waarop de verkoopster zegt: kijken, kijken, verkopen! Haha, een verkoopster met humor in ieder geval. We konden de verkopers netjes afwimpelen en liepen verder. We kwamen bij een ander fraai paleis, het El Badi. Hoewel dit paleis vroeger een paar honderd kamers meer had dan het Bahia paleis, is het tegenwoordig niet veel meer dan een ruïne. Sommige delen van dit zestiende -eeuws paleis zijn nog redelijk in tact.

We besloten om het toch een bezoek te brengen en het stelde zeker niet teleur. Op de muren van het paleis waren op verschillende plaatsen ooievaarsnesten te zien.  Ondertussen hadden we honger gekregen en besloten we op het pleintje waar we eerder waren geweest te gaan lunchen.

Bij Place des Saveurs bestelden we allemaal een ander gerecht. Pappa nam brochette boeuf (spiesjes rundvlees), mamma nam briwatte kofte (bladerdeeghapje met gehakt), Keyro nam swarma poulet (kipshoarma) en ik bestelde een cheeseburger. Het gerecht van mamma duurde lang en werd als laatste gebracht toen wij al klaar waren met eten. Desalniettemin smaakte alles erg lekker.

Met gevulde buikjes dwaalden we door een netwerk aan straatjes en pittoreske steegjes in de richting van het populaire centrale plein, Djemaa el Fna. Jammer dat we af en toe opgeschrikt werden door de brommers die als bezetenen langs rijden. Ook werden we af en toe ingehaald door ezel en wagen. De wirwar van markten ofwel soeks waren leuk om langs te struinen. Bij elkaar vormen de souks rondom het Djemaa el Fna plein de grootste overdekte markt van Afrika. We keken onze ogen uit van de verschillende kleuren, geuren, gesluierde vrouwen en ambachtslieden die we zagen.

Ieder heeft zijn eigen soek dus het ene moment liepen we tussen de tajine, lampen, tapijten of theepotten en dan weer tussen de kruiden, meubels of slippers. We hadden verwacht dat de verkopers zeer opdringerig zouden zijn maar wij ervaarden dit totaal niet zo. Bij een klein winkeltje kocht ik alvast mijn eerste souvenir, een mini tajine. Uiteindelijk kwamen we aan op het Djemaa el Fna plein.

De letterlijke vertaling is “Plein des doods” omdat hier vroeger executies plaats vonden. Op het plein stonden veel kramen waar je een glas versgeperst fruitsap kon kopen. Wij liepen naar een van de kramen  en konden proeven voor welke fruitsoort we wilden. We bestelden allebei een beker met gemengd fruit voor maar 10 dirham (ongeveer 1 euro).

We liepen wat over het plein en zagen slangenbezweerders en mannen met aangeklede aapjes. Er wordt vooral bij de toeristen geprobeerd om slangen om de nek te hangen of een aapje op de schouder te zetten. Wij maakten goed duidelijk dat we dit niet wilden en we werden netjes met rust gelaten.

Bij één van de kraampjes kochten we voor Keyro een FC Barcelona shirt en voor mij een Real Madrid pakje. We zochten een plaatsje bij een van de cafés met dakterras zodat we een goed uitzicht hadden over het plein. Mamma nam Marokkaanse muntthee, pappa cola en wij kregen een ijsje. Naar het wat later op de middag werd kwamen er langzaam karren het plein op. Er werd in recordtijd eetkraampjes opgebouwd.

Wij hadden afgesproken om in onze Riad te eten waar Aziza voor ons zou koken. Ons diner bestond uit voor- hoofd en nagerecht. Als eerste werden er olijven en diverse Marokkaanse salades geserveerd. Er was een aardappelsalade met peterselie, een wortelsalade met kurkuma en komijn en een tomaten komkommersalade. Het hoofdgerecht was een kip tajine met citroen en olijven en als toetje werd er verschillende soorten fruit geserveerd. Verrukkelijk allemaal.

Na het eten vertrokken we weer naar het Djemaa el Fna plein om het in de avond te bekijken. De eetstalletjes deden goed zaken, er waren muzikanten en er werden spelletjes gedaan. Leuk om zo rond te lopen. Na wat afdingen wisten we nog twee petjes te kopen om ons te beschermen tegen de zon. We kwamen uiteindelijk om 22:00 uur pas weer terug in onze riad. Helaas moeten we morgen deze geweldige stad al verlaten en werden de spullen ingepakt. We vertrekken morgenochtend op tijd en zouden Aziza niet meer zien. We namen daarom vanavond al afscheid van haar. Keyro en ik kregen een knuffel en dikke kus op onze wang. Wat een ontzettend warm en lief mens

Wat Phra Kaew

Bangkok ligt op de oever van de Chao Phraya rivier en zo’n 25 kilometer van de Golf van Thailand. In het verleden werd het land Siam genoemd. Vroeger was Ayutthaya de hoofdstad van Siam en was Bangkok maar een kleine handelsplaats met verbinding naar zee. Nadat steeds meer drasland werd drooggelegd werd de hoofdstad verplaatst naar Bangkok. De Thaise naam voor Bangkok is Krung Thep of ook wel volledig Krung Thep Mahanakhon Amon Rattanakosin Mahinthara Ayuthaya Mahadilok Phop Noppharat Ratchathani Burirom Udomratchaniwet Mahasathan Amon Piman Awatan Sathit Sakkathattiya Witsanukam Prasit. De stad heeft hiermee een wereldrecord in handen voor de langste plaatsnaam.

Wij begonnen onze dag met een ontbijt op de vijfde etage van ons hotel. Er was koffie en thee, cornflakes, noedelsoep, toast en een versgebakken eitje. Een goede start voor onze verkenning van de bekendste bezienswaardigheden van de stad.


We verlieten het hotel op weg naar het grootste paleis van Thailand. Onderweg ontmoetten wij een Spanjaard die vertelde dat we ons paspoort nodig hadden om binnen te komen en dat het pas vanmiddag weer toegankelijk was in verband met een ceremonie. We liepen even terug om de paspoorten te halen maar besloten om toch naar het paleis te lopen omdat er veel oplichterij plaats vindt op straat. Bij het paleis moesten we inderdaad een procedure doorlopen met ons paspoort maar we konden gewoon naar binnen.

Het paleis bevindt zich op het eiland Rattanakosin in het historische hart van Bangkok. Eén van de eerste koningen van Thailand, Rama I, liet in de 18e eeuw het paleis bouwen. Het terrein van het paleis is even groot als 142 voetbalvelden en wordt volledig omgeven door een witte muur. Thailand is één van de weinige landen in Azië dat niet is gekoloniseerd. Thailand heeft net als Nederland een koninklijk huis en een regering. Aan het hoofd van het koninklijk huis staat een koning en bij de regering een minister-president. In oktober 2016 is de 88 jarige koning Bhumibol overleden. De koning heeft in totaal 70 jaar het land geregeerd. Hij was de langstzittende vorst ter wereld. De koning was zeer geliefd bij de Thai en zijn overlijden heeft een grote impact gehad. Er werd zelfs een jaar van rouw afgekondigd. De kroonprins, zijn zoon, zal hem opvolgen. Overal in de hele stad zagen we bloemenkransen met foto’s van de overleden koning hangen. Ook is er iedere dag een speciale ceremonie bij het paleis waar mensen uit heel Thailand naar toe komen om afscheid te nemen van hun koning, indrukwekkend.

We volgden de mensenstroom en kochten een entreekaartje voor het paleis. Er zijn meer dan 100 gebouwen maar het belangrijkste gebouw is de Wat Phra Kaew. De tempel van de Smaragdgroene Boeddha is de belangrijkste Boeddhistische tempel van Thailand. We liepen eerst in het gebied rondom de tempel. Overal waar je kijk, zie je gouden tempels, muren bedekt met edelstenen en mozaïektegeltje, pilaren afgezet met goud en kleine spiegeltjes en beelden van goden. Het is één en al bling bling. Keyro voelde zich niet echt lekker vermoedelijk door de warmte en we deden het rustig aan.

Anders dan in andere tempels wonen er in dit complex geen monniken. We bezochten het heiligste deel van het tempelcomplex waar de Smaragdgroene Boeddha gehuisvest is. Het beeld is maar 66 centimeter groot en niet gemaakt van smaragd (zoals de naam doet vermoeden) maar van jade. Volgens de legendes komt het beeld oorspronkelijk uit India. De Smaragden Boeddha draagt ieder seizoen een ander kostuum. Eén van de bewakers liet ons op zijn telefoon foto’s zien hoe de verschillende kostuums er dan uit zien. Zo draagt Boeddha in de zomer een kroon en sieraden, in de winter een gouden sjaal en in de regentijd een vergulde monnikspij en hoofdtooi. Alleen de koning of kroonprins mag de kostuums verwisselen tijdens een ceremonie. Het moet voorspoed en geluk brengen in ieder seizoen.

Na het bezoek aan de Smaragden Boeddha liepen we via het Koninklijk Paleis naar de uitgang. Wat een mensen niet normaal! We vervolgden onze weg in de richting van de Wat Po. Onderweg stopten we voor een ietwat verlate lunch bij restaurant Royal Club. Hier aten pappa en Keyro een heerlijke pittige Thaise groene curry, eentje met kip en eentje met beef. Ik had een mildere Massaman curry en mamma had garnalen met knoflook en basilicum. Het gerecht zat boordevol met hele rode rawitpepers. Het stoom kwam haar uit de oren. Gelukkig had zij een soda met limoen en honing om de hitte wat te temperen. Wij dronken een verse mango smoothie.

 

Met weer nieuwe energie liepen we naar de Wat Pho. Het Thaise woord voor een tempel met een klooster is “Wat”. In heel Thailand staan naar schatting zo’n 30.000 tempels die bewoond worden door ongeveer 250.000 monniken. Het Boeddhisme is geen geloof maar een levenswijze. Toch wordt het gezien als de belangrijkste “godsdienst” van het land. De Wat Pho is de grootste en oudste tempel van Bangkok. Op het terrein zagen we veel stoepa’s (symbool van het Boeddhisme). De stoepa’s zijn kleurrijk versierd met Chinees porselein. De legende gaat dat vroeger veel Chinese schepen aanmeerden in de haven van Bangkok en hier hun overtollig porselein dumpten. Veel porselein werd gerecycled en gebruikt om tempels mee te versieren.

Het hoogtepunt van deze tempel is de Phra Buddha Saiys. De 46 meter lange en 15 meter hoge liggende boeddha wordt in heel Thailand aanbeden. Het was niet gemakkelijk om het Boeddhabeeld te fotograferen want het ligt verscholen achter grote pilaren. Terwijl we door het tempelcomplex liepen begon het een heel klein beetje te regenen. Op ons gemak liepen we terug naar het hotel om even wat bij te komen van de hitte. ’s Avonds zijn we gaan eten bij Krua Apsorn restaurant een paar blokken verwijderd van ons hotel. Het restaurant had verschillende prijzen gewonnen.

We bestelden weer verschillende gerechten o.a. Massaman curry met garnalen en lotuswortel, gebakken rijst en een rode curry. Ik wilde graag de Thaise viskoekjes maar deze zouden erg pittig zijn volgens de serveerster. Toch werden ze besteld en ze waren heerlijk. Een beetje pittig maar zeker niet zo dat de vlammen uit mijn oren kwamen. Mamma had een bekend Thais gerecht: Tom Yam Kung, een Thaise pikante en zure soep met garnalen. Terug op onze kamer was er weinig tijd om nog iets te doen want morgenochtend moeten we om 5:30 uur al opstaan voor een activiteit. Wordt vervolgd……