Legongdans


Na alle dagen vroeg opstaan, konden we eindelijk eens een keer blijven liggen totdat we vonden dat we genoeg geslapen hadden. We wasten ons, kleden ons aan en gingen naar de gemeenschappelijke ruimte voor het ontbijt. We kregen een lekker omeletje en Ronac was helemaal blij dat hij eindelijk weer melk kon drinken in de ochtend. Hij ging het zelfs helemaal alleen in het Engels bestellen bij de serveerster. Knap van hem hoor!


De twee clowtjes in de tuin van onze accomodatie.

Na het ontbijt haalden we onze zwembroek en doken we het zwembad in. We brachten er een paar uur door met het opduiken van onze duikschijven. In de middag besloten we om Ubud een beetje te verkennen. Het dorp is centraal gelegen in het midden van Bali. De naam Ubud komt van het Balinese woord “ubad” dat medicijn betekent. In de begin periode was Ubud een gehucht maar in 1930 werd er onder leiding van vorst Sukawati begonnen met de bouw van een hotel. In 1936 begonnen een aantal kunstenaars de schilders organisatie en sindsdien groeide het dorp.


Waterpret in het zwembad van Sagitarius.

We liepen de Jalan Monkey Forest af en doken een zijstraatje in. We liepen meteen tegen groene rijstvelden aan. We aten bij een restaurantje dat gelegen was aan zo’n rijstveld. Terwijl wij genoten van heerlijke sapjes, kip met cashewnoten, nasi campur en spaghetti speelden de lokale kinderen met in een vlieger in het rijstveld. Na het eten vervolgden we onze verkenningstocht door Ubud. Opvallend is dat men op Bali overwegend hindoeïstisch is en dat zie je duidelijk terug in het straatbeeld. Overal zijn tempels en zie je mensen die dagelijkse offers brengen. De offers zijn meestal rijst, deeg, bloemen of vruchten en deze zijn verpakt in palmblad. Zelfs op straat, bij winkels, huizen en restaurants zie je de offers liggen. Het zijn vooral de vrouwen die de offers brengen om de geesten tevreden te stellen.


Offers die we overal langs de weg zagen.

Aan de hoofdstraat (Jalan Raya Ubud) tussen winkels, cafés, restaurants en hotels ligt het Puri Saren Agung. Het paleis van de oude koningen wordt ook wel ‘waterpaleis’ genoemd. Het werd gebouwd in de zestiende eeuw. In de jaren 30 van de vorige eeuw, dus al voor de Indonesische onafhankelijkheid, werd het koningshuis afgeschaft. Het paleis is te bezichtigen maar was tijdens ons bezoek voor het grootste gedeelte afgesloten vanwege een lokale ceremonie. Op de terugweg kochten we van straatverkopers kaartjes voor een dansvoorstelling. We gingen eerst terug naar het hotel en relaxten wat. De dansvoorstelling begon om exact 19:30 uur in Balai Banjar Ubud Kelod.


Op Bali kun je verschillende dansvoorstellingen bezoeken en wij hadden gekozen voor de Legongdans. Al op jonge leeftijd leren meisjes maar soms ook jongens de kunst van het traditioneel dansen. De dansen zijn vaak honderden jaren oud en worden gebruikt bij tempelfeesten of andere plechtigheden. Het verhaal van de Legongdans gaat over een prinses in de 12e eeuw die op zoek is naar haar prins. Meestal wordt er door twee meisjes gedanst. Wat ons opviel was de manier waarop de voeten worden neergezet tijdens deze dans. Ook de handgebaren en gezichtsuitdrukkingen zijn vaak vol drama en expressie.


De dans werd begeleid door het gamelanorkest. Er kwam een flink volume uit de instrumenten en soms moesten we de handen voor onze oren houden. De hele voorstelling keken wij met open mond en gingen we volledig op in de dans, de muziek en de mooie meisjes. Na de voorstelling zijn we bij één van de vele restaurants aan de Jalan Monkey Forest gaan eten. Er kwamen enkele specialiteiten uit de regio op tafel zoals babi guling (geroosterd speenvarken) en bebek bengil (geroosterde eend).

De Saramaccaners (dag 11)

Na het ontbijt vertrokken we rond de klok van 10:00 uur met de korjaal naar een kostgrondje in de buurt. De kapitein en bootsman Made brachten ons er binnen 15 minuten naar toe. Een kostgrondje wordt bij ons in Nederland ook wel volkstuin of moestuin genoemd. Wij bezocht het kostgrondje van familie van Sensi. De vrouw van wie het kostgrondje was is al ver boven de 70 jaar en was er zelf niet.  Ze wist wel dat we zouden komen om haar kostgrondje te bekijken.
Voordat we bij het kostgrondje aankwamen moesten we eerst door de ingang. De ingang bestond uit een poort met palmbladeren en een kleine offerplaats. In het binnenland zijn de mensen erg bijgelovig en geloven ze in geesten. Door de palmbladeren bij de ingang van dorp, huis of kostgrond op te hangen houden ze de geesten buiten blijven. Geesten zweven namelijk door de lucht en kunnen niet bukken.  Op het kleine altaar kunnen verschillende dingen zoals voedsel, water etc. worden geofferd om de geesten gunstig te stemmen. We liepen door de poort naar de open ruimte waar verschillende huisjes staan. Vervolgens kwamen we aan bij het kostgrondje zelf.

De mannen kappen in het oerwoud een stuk grond kaal en daarop werden dan groenten en fruit verbouwd voor eigen gebruik. De vrouwen werkten met name op de kostgrondjes en deden daar veelal het zware werk. De mannen gingen jagen en deden lichter werk zoals het vlechten van manden bijvoorbeeld. Op de kostgrondjes werd van alles door elkaar heen verbouwd. We zagen dat hier o.a. cassavewortel, okra, rijst, kruiden, ananas, kousenband en bananen verbouwd werd. Na een paar jaar zal de grond niet meer vruchtbaar zijn en wordt er een ander deel gebruikt. De cassave wordt veel verbouwd op de kostgrondjes omdat hij gemakkelijk groeit en zeer voedzaam is. Ook kun je deze aardvrucht lang bewaren. Er worden platte broden van gemaakt die op open vuur op een speciale platte plaat wordt gebakken. Daarna worden ze te drogen gelegd in de zon en kunnen ze enkele jaren bewaard worden.


Spelen met de kindertjes uit het dorp, wat een vechtersbazen zeg!

De rijst was net van het land gehaald en lag te drogen in bosjes bij elkaar. We zagen ook nog de zaden waarin saffraan zit, aan een boom hingen cacaobonen, een kruidje roer me niet en citroengras. Ik bleef de hele tijd speuren naar nieuw citroengras want dat vond ik zo lekker ruiken. Uiteindelijk vond ik nog wat citroengras op een andere plek en spotte ook een mooie sprinkhaan. We gingen met de boot terug naar Awarradam voor de lunch en een paar uurtjes relaxen.

We vertrokken om 15:00 uur met de korjaal naar de dorpen in de buurt. In het Langu gebied liggen 7 dorpen en Kajana is hier het grootste van. In totaal wonen er circa 850 inwoners verdeeld over de 7 dorpen. Wij zouden 3 van deze dorpen bezoeken Begoon, Ligorio en Kajana. De bewoners zijn de Saramaccanen, ook wel marron of bosnegers genoemd. Men spreekt hier voornamelijk het Saramaccaans. We zagen de toegangspoort, een offerplaats en kris kras door elkaar huisjes staan. Sommige huisjes zijn verlaten omdat de bewoners naar de stad zijn vertrokken.

 

We liepen van dorp naar dorp en zagen wat vrouwen aan het werk. Zowas er een kleine Saramaccaanse vrouw palmnoten aan het pletten voor de palmolie. In de noten zit soms ook een witte worm, de meelworm. Sensi vroeg wie er een wilde proberen en pappa en Zoey boden zich meteen aan. Ze staken de meelworm levend en wel in hun mond en na een beetje kauwen werd de worm doorgeslikt. Ronac en ik riepen allebei tegelijk: “ik wil ook”. Ronac was echt beledigd Sensi uitlegde dat jonge kinderen beter nog geen meelwormen kunnen eten. We snapten er niets van want pappa had er net toch ook een opgegeten?

In Ligorio bleven we even bij een school staan waar vooral les gegeven werd door vrijwilligers. Twee vrijwilligers, een Nederlandse en een Amerikaan waren net bezig om de school te versieren met een mooie zelfgemaakte wereldkaart. Ook stopten we bij een vrouw die broodjes aan het bakken was in een openluchtoven. Bij haar zat een vriendin met een baby van 9 maanden oud. Het schattige mannetje heette Clarence en hij keek ons met grote ogen aan. Natuurlijk kon mamma het niet laten om hem even op te tillen en te knuffelen.


Keyro vraagt uitleg over het openen van nootjes.

Uiteindelijk kwamen we uit in het dorp Kajana, waar aan de overkant van de rivier ook het vliegveld is. We kregen even tijd voor onszelf bij het toeristenoord Kosindo. Als snel verscheen er een horde met lokale kinderen en liepen Ronac en ik met de donkere kindjes te rennen op het grasveld. Mamma begon foto’s te maken en alle kinderen wilden wel poseren voor de camera, zo spontaan.

Na een tijdje gingen we naar een gemeenschappelijke ruimte waar we een voorstelling kregen van traditionele zang en dans van de Saramaccaanse vrouwen en meisjes uit het dorp. De vrouwen waren kleurig gekleed en velen hadden gevlochten traditionele kapsels. Natuurlijk werden ook wij uitgenodigd om bij verschillende dansen mee te doen en dat vonden Ronac en ik wel erg leuk. Iedere zang en dans had een bepaalde betekenis die Sensi ons vertelde na afloop.

Voorafgaande aan een van de dansen was Ronac gaan zitten op een stoel die was klaar gezet voor deze dans. Er werd wat heen en weer gepraat en toen werdRonac gepromoveerd tot dorpshoofd die verleid zou worden door een jong meisje. De dans begon rustig en Ronac vond het allemaal wel prima. Toen het meisje voor hem met de heupen en billen ging schudden werd het hem wat te veel. Hij stond op van de stoel en rende hard weg. Iedereen moest lachen en had de grootste lol. De dans werd nog een keer vertolkt maar nu nam onze doofstomme bootsjongen Kaje de plaats in op de stoel. Hij genoot met volle teugen van de wiegende heupen van het meisje en danste de hele avond mee  op de trillingen van de muziek.

Tijdens het optreden was het hard gaan regen en konden we niet vertrekken met de korjaal. We bleven wachtten tot de regenbui minder was en trokken onze poncho’s aan. Het was ondertussen al rond 21:30 uur en het was pikdonker geworden. Met mijn poncho aan en zaklamp op mijn hoofd stapte ik in de korjaal en hoopte maar dat er niet nog zo’n regenbui zou volgen. Het was ongelofelijk knap hoe de kapitein en bootsman de korjaal door het donker veilig naar ons resort terug loodsten.

Ons eten stond al een lange tijd klaar en we vielen meteen aan. Het varkensvlees met rijst en groente smaakte ook nu het wat kouder was geworden nog prima. Eenmaal terug op de kamer werden we verrast door een verstopte gast. Pappa wilde een luier voor Ronac pakken uit de kast en had in plaats van een luier bijna een mega spin van circa 12 centimeter in zijn handen.  Even schrikken dus. Pappa en mamma twijfelden even wat ze moesten doen enbesloten om toch maar naar Sensi te gaan en om advies te vragen. Moesten ze hem wel of niet niet laten zitten? Hoe giftig was hij?

Pappa en ik haalde Sensi en mamma maakte natuurlijk wat foto’s van deze grote behaarde spin. Sensi bevestigde dat het een soort tarantula, een vogelspin was. Deze soort was niet giftig maar had op zijn lijf haartjes die hij kan afschieten als hij in gevaar is. Die haartjes kunnen irritatie geven aan slijmvliezen van bijvoorbeeld de ogen of luchtwegen. Het zou irritatie, zwelling en jeuk geven en klachten kunnen wekenlang aanhouden. Hoewel vogelspinnen meestal proberen te vluchten bij gevaar bestond er toch de mogelijkheid dat als hij in het nauw zit hij die haartjes af zou schieten. Volgens Sensi was het beter om hem dood te maken en geen risico te nemen vooral vanwege het effect dat het kan hebben op kinderen. Gewapend met een klerenhanger maakte Sensi dus een einde aan het leven van deze tarantula. Ronac en ik vonden het allemaal maar erg spannend en Ronac bleef maar praten over de “taatula” zoals hij de spin noemde.

Door de opwinding sliepen we dus niet voor 00:00 uur maar ja dat hoort er ook een beetje bij. Terwijl Ronac, mamma en ik in bed lagen, rookte pappa nog een sigarettje op het balkon. Een keer raden wat hij daar in de nok van het dak zag zitten? Nog een tarantula maar deze hebben we fijn in leven gelaten.

Villa Zapakara (dag 3)

Voor vandaag hadden we een speciale dag voor Ronac en mij op het programma staan. Pappa en mamma hadden gehoord van kindermuseum Villa Zapakara en wilden daar naar toe gaan. We hadden eerst nog even een ontbijtje en bestelden toen een taxi bij de receptie. De taxi was er vrij snel en we waren binnen 10 minuten op de plaats van bestemming. We waren wat aan de vroege kant (9.40 uur) want vanaf 10.00 uur gingen alle activiteiten pas beginnen. We werden welkom geheten door Cher en zij legde uit wat we allemaal aan workshops konden doen deze dag.

Villa Zapakara is niet zomaar een museum maar meer een interactieve tentoonstelling waarbij de kinderen zelf dingen moeten doen. We werden hierbij geholpen door educatieve begeleiders. Voordat we met de eerste workshop konden beginnen speelden we in de speeltuin en op een tuk tuk die op het terrein stond. Pappa en mamma snapten niet waar wij al die energie vandaan haalden want op dit tijdstip was het al ontzettend warm. Er kwamen nog een aantal kinderen en gezamenlijk begonnen we aan de eerste activiteit.

Vanwege de Keti koti feestdag van morgen was het thema van vandaag een combinatie van Afrika en India. We gingen als eerste onze Ghanese dagnaam opschrijven en zo zouden we de hele dag heten. Afhankelijk van je geboortedag krijg je in Ghana je naam. Ronac, mamma en ik zijn alle drie op een woensdag geboren. Alle jongetjes die op een woensdag werden geboren kregen de naam Kwaku, alle meisjes Akua. Pappa was geboren op een zaterdag en kreeg de dagnaam Kwame. Pappa en moesten wel lachen want nu hadden ze twee kindjes met dezelfde naam Kwaku en Kwaku.

Bij de eerste workshop van de dag werden wij aan het werk gezet. We gingen zelf een Afrikaanse bordspel maken. Hiervoor werd eerst uitgelegd wat er gedaan moest worden en daarna konden we zelf aan de slag. We kregen een vierkant stuk karton, moesten hier negen cirkels op tekenen en de cirkels onderling verbinden met een lijn. Daarna konden we het  bord nog inkleuren als daar tijd voor was. Vervolgens kregen alle kinderen drie dezelfde kleur flessendopjes als pionnen. Toen iedereen klaar zat, legde een van de begeleiders het doel van het spel uit. Het was eigenlijk gewoon hetzelfde als het bij ons bekende boter, kaas en eierenspel. Na de uitleg kon iedereen op hun eigen bord een spelletje gaan spelen. Ik kreeg de smaak te pakken en wilde niet ophouden met het spelen van het spel. Zelfs tijdens de lunchpauze speelde ik gewoon door met de Nederlandse stagiaire Melanie. Gelukkig nam ik nog net even de tijd om een tosti te eten en wat stroop te drinken. Stroop is hier de naam voor siroop dat wordt aangelengd met water.


Keyro danst mee in een echte Bollywood film (rechtsonderin)

Na de pauze namen we deel aan de Bombay-tour. Het thema van de tentoonstelling is momenteel de miljoenenstad Mumbai (Bombay) in India. We werden 75 minuten lang ondergedompeld in het leven in Mumbai. De begeleiders beginnen met een verhaal te vertellen en alle kinderen werden in groepjes verdeeld. We waren allemaal een “neefje” of “nichtje” van onze begeleider. Ik was zo bij de hand en zei dat het helemaal niet kon want wij zijn geen familie van elkaar. Door middel van een verhaal, rollenspel en activiteiten gingen wij het leven in Mumbai ervaren. Bombay “City of dreams” genoemd, liet zien dat dromen werkelijkheid kunnen worden. Er werd verteld dat wij nieuwkomers zijn in de Bollywood-industrie en dat we graag filmster wilden worden.

Met de trein gingen we naar hartje Bombay en daar zagen we verschillende woon- en werkplaatsjes. We begonnen in een arme wijk van Bombay waar we een kamer zagen waar twee volwassenen en 5 kinderen in woonden. We bezochten een naaiatelier, een werkplaats voor recycling, kledingwinkel en nog veel meer. Ook hoorden we het verhaal van de lunchbezorger in Bombay en werd ons het verhaal verteld van een meisje met maar één been die beroemd werd in een videoclip. Ik ging helemaal op in het verhaal en deed goed mee. We kwamen langs een auto, een Ganesha beeld (Indiase olifantengod) en belandden uiteindelijk in de betere wijk van Bombay.

Kwaku en Kwaku maken samen een Afrikaans spelletje.

In de bloemenwinkel moesten we een mala maken, dit is een Indiase bloemenkrans. Ondertussen kwam er een kindje uit de andere groep met kopjes Chai, Indiase thee. Opeens klonk daar een oproep dat er een clip opgenomen ging worden en dat alle kinderen naar beneden moeten komen voor opnames van de videoclip. We moesten het dansje wat we aan het begin hadden geleerd uitvoeren. We oefenden eerst nog een keer en moesten ons daarna omkleden in Indiase gewaden. Ik had goed opgelet en deed het dansje mee. Vervolgens gingen we door naar de bioscoop waar een film te zien kregen. Ik was erg nieuwsgierig en bleef maar vragen wat voor verrassing we zouden krijgen. Het enige antwoord wat ik kreeg was: “je zult het zo wel zien”. We kregen nog een lekkere Bombay sandwich die goed verpakt was in een zakje van gerecycled krantenpapier, in Bombay wordt niet weggegooid en krijgt alles een twee kans. Vervolgens gingen de lichten uit en begon er een videoclip te spelen op het scherm. Ineens zag ik mijzelf op het scherm en riep ik enthousiast door de stille zaal “hé dat ben ik!”.  We zaten allemaal in de videoclip gemonteerd met het dansje wat we hadden gedaan. Alle pappa’s en mamma’s waren trots en wij vonden het geweldig. Helaas was dit meteen het einde van de Bombay-tour.

Een van de medewerkers belde een taxi voor ons en het duurde nog een tijdje voordat er eentje kwam. We gingen naar het Mets kantoor om een tour te boeken naar Awarradam maar het kantoor was gesloten. Pappa en mamma besloten daarom maar terug te gaan naar Tiscover Suriname en daar de tour alvast te boeken en volgende week dan te gaan betalen bij Mets. Toen we het allemaal geregeld hadden gingen we terug naar het appartement. Pappa en ik gingen nog even naar Telesur om een simkaart te kopen voor de mobiele telefoon. Zo kunnen we een taxi bellen als we ergens staan, zelf gebeld worden en contact opnemen met de familie. Ik voorspelde pappa dat het zou gaan regenen en bleek ook nog gelijk te hebben. We moesten hard rennen om voor de bui binnen te zijn.

We gingen vanavond eten bij het Surinaams restaurant in de buurt van het appartement. Ze waren nog geopend alleen waren de meeste gerechten al uitverkocht. We konden kiezen uit een paar gerechten die al verpakt waren om mee te nemen naar huis. We namen een moksi alesi met vis en een kip in hete saus geserveerd met kool. Alles werd warm gemaakt en er volgden verontschuldigingen voor de kartonnen bakjes. Voor ons maakte dat niets uit want het smaakte allemaal overheerlijk. Moksi alesi is een echt Surinaams gerecht en betekend letterlijk “gemengde rijst”. Er zijn daarom ook verschillende soorten bijvoorbeeld met zout vlees, vis, kip etc.

In het restaurant werd door het personeel nog druk gewerkt aan de voorbereidingen voor het Keti Koti feest van morgen. We hadden dus geluk dat ze nog open waren. Opvallend is dat veel restaurantjes hier in de buurt ‘s middags geopend zijn en ’s avonds meestal uitverkocht of gesloten zijn. Ronac speelde nog een tijdje met een kindje van een van de medewerkers en samen renden ze op en neer bij de fan die aan stond. Bij terugkomst in het appartement ging Ronac direct naar bed en gingen pappa en ik nog even in het donker zwemmen in het zwembad van appartement Martinus.

 

Een optreden van wereld klasse!

Onze laatste vakantiedag in Ladis was alweer aangebroken. Het was vandaag de beurt aan de mamma’s om de piste op te gaan en de pappa’s bleven thuis met de kinderen. Het was buiten erg koud en er stond een flinke wind. Onze mamma’s gingen pas rond de klok van 10:00 uur weg. Mamma kwam echter al snel weer terug naar het appartement.

Ze was flink gevallen op haar stuitje en kon niet goed bewegen of zitten. Ze durfde het niet aan om verder te snowboarden. Omdat mamma terug was kon pappa nog even gaan snowboarden, had hij weer geluk! Mamma ging ondanks de pijn toch met Keyro en mij naar het zwembad bij Kinderhotel Laderhof. Voor mij was het de eerste keer maar Keyro was er deze week al eens geweest. Hij wees ons de weg naar het zwembad. Ik moest eerst even wennen in het zwembad maar al snel vond ik het helemaal fantastisch en rende ik door het kinderbadje. Op de muren waren allemaal vissen en zeedieren getekend en ik herkende zelfs “Nemo”. Mamma vond het na bijna twee uur zwemmen wel genoeg geweest. We moesten ons weer aankleden en gingen daarna nog een stukje lopen. We kwamen langs het meertje met Burcht Laudegg en liepen daarna toch maar naar huis omdat het flink koud was.

Ik deed een middagdutje en toen ik wakker werd was pappa ook al thuis. De rest van de middag werd er voornamelijk opgeruimd en ingepakt. We aten ’s avonds Mexicaanse tortilla’s en na het eten werden we getrakteerd op een optreden van Allek, Keyro en Camielle. Zij dansten voor een groot publiek op het liedje “Chu Chu Ua” en “Aram Sam Sam”. Het was een optreden van wereldklasse en ze kregen een groot applaus. Op tijd weer naar bed want morgen hebben we weer een lange terugreis voor de boeg.


Samen met Allek en Camielle gaven we een spetterend optreden.