De nachttrein

Het was de bedoeling om vandaag op tijd op te staan en te vertrekken maar dat lukte ons toch niet helemaal. We hadden eerst weer een lekker ontbijtje en checkten ons daarna uit. De spullen konden we achterlaten en zouden we aan het einde van de middag weer ophalen. Te voet liepen we met een plattegrondje in de hand in de richting van het Mausoleum van Ho Chi Minh. Iedere dag weer staan hier enorme wachtrijen om de oud president de laatste eer te bewijzen.

Onderweg naar het Mausoleum

Ho Chi Minh was de aanvoerder van de onafhankelijkheidsbeweging tegen de Franse kolonisten. Hij werd na de Vietnamoorlog een communistische grootheid en is nog steeds zeer geliefd in Vietnam. “Uncle Ho” zoals men hem vaak noemt was een wijs man met hart voor zijn land. We kwamen onderweg langst langs een park waar we even wat verkoeling zochten onder de bomen. De zon brandde fel en we hadden het erg warm. We moesten een heel stuk om het terrein van het mausoleum lopen om bij de ingang te komen. Het was een hele bedoeling om binnen te mogen. Rugzakken moesten worden afgegeven, drinken is niet toegestaan, kauwgom kauwen, petjes, zonnebrillen zijn verboden. We moesten fotocamera’s afgeven en zouden deze aan de andere kant van het terrein weer terugkrijgen.

Het Mausoleum van Ho Chi Minh

Mamma vond het niet zo’n prettig idee om haar duurdere camera zomaar af te geven. Op goed geluk dan maar, zei ze. We sloten achteraan in een lange rij. Gelukkig was de wachtrij overdekt en stonden we nog een klein beetje uit de zon. Langs de wachtrij stonden wachters die de mensenmassa (soms wel 50.000 bezoekers per dag) in de gaten hield. Vlak voor het mausoleum moesten we ons opstellen in twee rijen, mochten we niet meer praten en schuifelden we langzaam het mausoleum binnen. We mochten niet stilstaan en moesten vooral doorlopen. Ho Chi Minh wilde na zijn dood gecremeerd worden en zijn as uit laten strooien over zijn geliefde Vietnam.

Maar na zijn dood dachten de Vietnamese leiders daar echter anders over. Het lichaam van Uncle Ho ligt al jaren als een gebalsemde mummie opgebaard in het mausoleum. Wel vreemd als je bedenkt dat hij dit zelf absoluut niet zo wilde. Het zag er uit alsof hij vredig lag te slapen en ieder moment kon ontwaken en opstaan. Na het verlaten van het mausoleum vroeg Ronac waarom we zo lang in de rij hebben gestaan om langs een dood iemand te lopen? Eigenlijk is het ook wel een beetje luguber maar deze man heeft zoveel voor Vietnam betekend dat wij het bij deze vakantie vonden horen en daarom een bezoek brachten aan het mausoleum. We volgden de massa en kregen bij een loket mamma’s fotocamera weer terug. De rugzak moesten we aan de andere kant voor 12:00 uur ophalen.

Het presidentieel paleis.

We hadden niet veel tijd om door het op het zelfde terrein gelegen huis en tuinen van Ho Chi Minh te bezoeken. Bij het loket van de tassen was het rommelig en mamma werd naar het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk wist ze toch onze rugzak terug te krijgen. We wandelden nog in de omgeving van het mausoleum en namen toen een taxi naar het Old Quarter. Opnieuw was het heel warm vandaag, zo’n 38 graden, en zochten we een restaurant uit met airconditioning.

Het Old Hanoi Restaurant was heel sfeervol gedecoreerd met lampionnen en had een leuke menukaart. Ronac en ik namen Pho Bo (noedelsoep), mamma nam Bun Cha, varkensvlees geroosterd op de barbecue in een zoete soep. Pappa had het gerecht Cha Ca Ha Noi style en dit werd op een speciale manier opgediend. De serveerster bereidde het aan onze tafel. In een kleine wok werd vis, pinda’s, groenten etc. gebakken daarna doe je het in een rijstvel en kun je het eten. Het was erg lekker en blijkbaar een specialiteit in Hanoi.

En alweer een heerlijke lunch

We hadden ruim de tijd genomen voor onze lunch maar besloten om toch nog een bezoek te brengen aan de Hoa Lo gevangenis, nu een museum. Ondanks dat het niet ver was namen we uit tijdsbesparing een  taxi. We hadden al snel in de gaten dat de meter wel erg snel opliep en er iets niet klopte. We stopten bij de gevangenis en hij wilde ons voor het kleine stukje heel veel geld laten betalen. Pappa ging in discussie en zei dat hij de boel aan het oplichten was en we het bedrag van de meter niet gingen betalen. Ineens deed hij alsof hij het niet begreep en niet verstond.

Toen pappa zei dat we dan de politie erbij zouden halen, ze stonden toevallig ook nog daar met een auto, werd hij wat zenuwachtig. Pappa gaf hem een bedrag waarvan hij vond dat dit bij het ritje paste en wij stapten uit. De taxichauffeur was het er niet mee eens maar reed er toch maar snel vandoor. Tja, ook dat hoort er een beetje bij. Men probeert af en toe de toeristen voor de gek te houden met opgevoerde meters enzovoort maar wij zijn er gelukkig niet ingetrapt. We liepen de voormalige gevangenis in en kochten de entreekaartjes.

De indrukwekkende “Hoa Lo” gevangenis.

De Hao Li gevangenis is door de Fransen gebouwd en in de onafhankelijkheidsoorlog werden veel Vietnamese strijders hier gevangen gezet. De omstandigheden waren slecht en de gevangenen werden gemarteld en gedood. Het waren niet alleen maar mannen die hier gevangen zaten maar ook veel vrouwen die soms ook nog in gevangenschap een kind kregen. De Fransen vertrokken maar de gevangenis bleef staan. Tijdens de Vietnam oorlog werd de gevangenis door de Vietnamezen gebruikt om politieke en Amerikaanse soldaten gevangen te houden.

Busted!

Het museum verteld gruwelverhalen van deze periodes. Er wordt uitgelegd welke martelingen de gevangen moesten ondergaan en onder welke erbarmelijke omstandigheden zij als beesten in een kooi gehouden werden. Volgens de propaganda die we zagen, zouden de omstandigheden tijdens het Vietnamese regime een stuk beter zijn geweest. Op foto’s die we zagen hangen, zagen we lachende Amerikaanse gevangenen volleyballen, schilderen en roken . Toch zeggen verschillende Amerikaanse gevangenen dat ze gemarteld zijn en zwaar ondervoed waren.

De waarheid zal mogelijk ergens in het midden liggen, vermoeden wij. Het is zeer indrukwekkend en op deze manier besef je een klein beetje beter wat dit land en haar inwoners hebben moeten doorstaan in het verleden. We konden in de cellen om te ervaren hoe het was maar we vonden het maar akelig. We keken nog een film en bij het monument voor de herdenking van de gevallen slachtoffers. We liepen terug en aten een ijsje op het terras in het park naast het Hoan Kiem meer. We haalden onze backpacks op bij het hotel en er werd een Uber taxi gebeld. Het personeel hielp ons mee met alles in de taxi zetten en ze zwaaiden ons uit toen we vertrokken.

Klaar voor de treinreis!

Wat een gastvrijheid! Binnen 10 minuten werden we netjes voor het station afgezet. We waren ruim op tijd en moesten nog dik 40 minuten in de wachtruimte wachten tot we de trein mochten betreden.  Omdat Vietnam uitgestrekt is, is het een ideaal land om met de trein te reizen. Er loopt een treinspoor van Hanoi tot Ho Chi Minhstad. Het is niet alleen een manier om van de ene naar de andere plaats te komen. Een treinreis is veel meer dan dat. Het treinspoor loopt door mooi landschap en je hebt kans om de lokale bevolking te ontmoeten.

In de slaaptrein.

De treinreizen duren in Vietnam vaak lang dus we hadden de nachttrein geboekt.  We hadden een vierpersoons- slaapcoupe in het Violetta gedeelte van de trein. We legden onze backpacks onder de smalle bedden en liepen wat heen en weer in de gang. We vertrokken stipt op tijd. Het was inmiddels donker geworden toen we het station uitreden. Het eerste stuk ging door Hanoi en de trein reed vrij langzaam. We zwaaiden naar de kinderen die langs het spoor liepen of achterop de motorfiets bij hun ouders zaten. In onze coupe was het sfeervol met de sfeerlamp en we deden wat spelletjes. We besloten om op tijd te gaan slapen. We poetsten onze tanden, gingen naar het toilet (lastig met dat wiebelen) en legden ons in het smalle bed. Door het heen en weer gaan van de trein, vielen wij al snel in slaap.

Old Quarter in Hanoi

We sliepen vanmorgen iets langer uit dan de andere dagen en waren nog net op tijd voor het ontbijt. In het Friends Inn hotel was het ontbijt inbegrepen en het werd geserveerd in een ruimte naast de receptie. Er stonden hoge tafels en we moesten op krukken zitten. Fruit en drinken kon je zo pakken en we konden kiezen van de kaart wat we wilden eten. Mamma bestelde een pannenkoek met honing, Keyro en ik namen scrambled eggs (roerei) met brood en pappa nam Pho, een noedelsoep.

Na het ontbijt vertrokken we lopend door de straatjes van het Old Quarter. We hebben nu twee dagen de tijd om Hanoi te ontdekken. Het is een drukke en levendige stad en er valt genoeg te zien en te beleven. Het charmante aan de stad is dat cultuur, oude ambachten en diepgewortelde rituelen  aan de andere kant worden aangevuld met hedendaagse mode, moderne restaurants en hotels. Hanoi is al eeuwenlang de hoofdstad van het Vietnamese keizerrijk.

De Vietnamese “Peppie & Kokkie”

Zo heette de stad onder bestuur van de Chinezen “Than Long (Stijgende draak)” en later in de vijftiende eeuw “Dong Kinh”. Tijdens de Vietnamoorlog richtten zware Amerikaanse bombardementen veel schade aan in de stad. Gelukkig zijn er toch nog veel gebouwen overeind gebleven en kunnen we deze nog terug zien in het straatbeeld. In Hanoi leven circa 2,6 miljoen mensen in de binnenstad en nog eens circa 6,5 miljoen mensen in de buitenwijken.

We gingen als eerste naar het kantoor van het Thang Long theater om kaartjes te kopen voor het waterpoppentheater. Het duurde heel erg lang en ondertussen dronken wij een smoothie op het terras naast het theater. Uiteindelijk wist mamma de kaartjes te bemachtigen voor de tweede show van vanavond om 19:00 uur. We liepen verder en kwamen bij een kraampje waar allerlei petten en hoedjes verkocht werden. Wij wilden wel zo’n traditionele Vietnamese punthoed. Na even afdingen kochten we voor een paar euro twee hoedjes die we meteen opzetten tegen de zon.

De Thap Rua pagode

We liepen naar het Hoan Kiemmeer (Meer van het zwaard). Het Hoan Kiemmeer is bekend vanwege de legende van Koning Le Thai To. Volgens de legende kreeg de koning van de goden een magisch gouden zwaard (Thuan Thien) toegezonden. Met dit zwaard kon hij de Chinezen, die de stad in bezit hadden, uit de stad verdrijven. Toen hij de dag na de gevechten met een boot over het meer voer, kwam er een gouden schildpad (Kim Qui) omhoog die het zwaard afpakte. De schildpad nam het zwaard mee naar de bodem van het meer en gaf het zo terug aan de goden. De reuzenschildpad zou nog steeds in het meer leven!? In het midden van het meer zagen we de Thap Rua pagode.

Deze pagode is gebouwd ter ere van de magische schildpad die er indirect voor zorgde dat de Chinese indringers verdreven werden. We bezochten ook de Ngoc Son tempel die gelegen is op een eiland in het Hoan Kiemmeer. De tempel werd gebouwd in de 18de eeuw en is opgedragen aan drie personenen. De geleerde Van Xuong, generaal Tran Hung Dao, die in de 13de eeuw de Mongolen versloeg, en La To, de patroonheilige van de artsen. We bereikten het eiland via de knalrode The Huc-brug. “The Huc” betekent in het Vietnamees opkomende zon. We liepen rond in en om de tempel en genoten ondanks de vele toeristen toch van de rust.

 

Na het bezoek aan de tempel liepen we langs de oever van het meer in de richting van het Vrouwenmuseum. Het museum is een eerbetoon aan de bijdrage van de vrouw bij de opbouw van het land. Bij aankomst bleek dat de airconditioning in het hele gebouw het niet deed maar we kregen allemaal een flesje water mee en er zouden fans staan. We namen een audioguide in het Engels mee en zo zouden we een route volgen door het hele museum. We leerden veel over de rol van de vrouw in Vietnam, zowel in het verleden als het heden.

In het vrouwenmuseum

We kregen informatie over familieaangelegenheden (trouwen), beroepen (straatverkopers, rijstverbouwers), mode en de rol van de vrouw in de oorlog tegen Amerika. In de 20 jarige oorlog hebben vrouwen een grote militaire bijdrage geleverd aan het bevrijden van Vietnam. Heel indrukwekkend om te lezen dat veel jonge vrouwen hebben gestreden en velen zijn omgebracht voor het bevrijden van hun land. Na het museumbezoek namen we een taxi terug naar het Old Quarter om iets te gaan eten. We liepen een tijdje rond maar vonden niet echt een leuk restaurant.

Uiteindelijk zijn we bij restaurant Le Pub gaan zitten en bestelden we iets te eten. De menukaart bevatte veel Westerse gerechten en natuurlijk bestelden Keyro en ik dat. Ik nam een hamburger met frietjes, Keyro had een pizza en pappa en mamma namen wel een Vietnamees gerecht. Op zich was het eten niet slecht maar op veel plaatsen krijg je een betere prijs-kwaliteit verhouding. Vanwege de warmte besloten we om even terug te lopen naar het hotel en ons iets op te frissen voordat we naar het theater zouden gaan.

De waterpoppenshow was geweldig!

De luchtvochtigheid is zo hoog dat de hele dag door het zweet van ons lijf afgutst. Na een uurtje in de hotelkamer waren we weer afgekoeld en opgefrist. We liepen terug naar het Thang Longtheater dat gelegen is aan de oever van het Hoan Kiemmeer. We moesten 10 minuutjes wachtten tot de mensen van de voorstelling van 18:00 uur naar buiten kwamen.

We hadden een plekje helemaal boven in de zaal op rij Q. Nadat de hele zaal vol zat met mensen, begon de voorstelling. De voorstelling werd uitgevoerd met poppen in en rond het water. Het is een typisch Vietnamese vorm van kunst. Het verhaal ging voornamelijk over het dagelijkse leven van de Vietnamese boeren. Tijdens de voorstelling werd gebruik gemaakt van zang (live), dramatische muziek (door een echt orkest) en allerlei effecten zoals vuurwerk, rook en water.

Het verhaal betoverde mij volledig en ik zat op het puntje van mijn stoel. De humor in de voorstelling deed ons lachen en het oh en ah gehalte bij het vuurwerk was heel hoog. Ik vond het heel jammer toen de voorstelling na 45 minuten alweer was afgelopen. We verlieten het theater en liepen naar de “Nightmarket”.

De markt wordt alleen gehouden in het weekend, is 3 kilometer lang en strekt zich uit van de Hang Dao straat in het noorden (nabij het meer) tot de Dong Xuan markt. Speciaal voor deze markt is het in de avond verboden gebied voor alle vervoersmiddelen. Er zijn kraampjes neergezet en de verkopers prijzen hun waren aan.  Bij de kraampjes kun je van alles kopen. Kleding, speelgoed, elektronica, souvenirs, je kunt het niet bedenken of je kunt het er vinden.

We mochten allebei wat kopen en al snel kocht ik een fidgetspinner. We kregen weinig van de prijs af en ik wilde hem zo graag hebben dat de verkoper uiteindelijk in het voordeel was. Tussendoor kochten we bij een eet-kraampje een gekrulde aardappel op een stokje. Jammer genoeg was deze iets te hard gebakken en brak ik bijna mijn tanden erop stuk. We zagen op een straathoek iemand een drankje verkopen. Het drankje heette Nuoc Mia (suikerrietsap).

De grote suikerrietstengels gingen door een pers heen en het sap dat er uitkwam, werd opgevangen en in een beker met ijs gedaan. Naar horen zeggen zou het drankje heel gezond moeten zijn. De Nuoc Mia zit vol met vezels en is daarom goed voor de darmen. Het was super zoet en voor we er erg in hadden was de beker leeg en had pappa niets om nog te proeven, acherm.

Smullen op de nightmarket

Keyro kocht op de markt nog een voetbalpakje en een fidgetspinner. Na al het slenteren liepen we terug in de richting van het hotel. We stopten nog bij een klein cafeetje waar we een drankje dronken met een paar verse “springrolls” erbij. Ondertussen was het toch weer laat op de avond geworden en gingen we moe maar voldaan ons bedje in.

Het terracottaleger

Vanmorgen werd mamma gebeld met de vraag of het klopte dat Quincy met ons mee mocht naar het museum in Luik. Stiekem had ik gisteravond met Quincy afgesproken. Nu wilde zij graag met ons mee. Het mocht van pappa en mamma en zo vertrokken wij rond 12:00 uur naar Luik.

Het prachtige station “Liège Guillemins”

We zouden een expositie van het Chinese terracottaleger bezoeken. Helaas hadden we dit jaren geleden tijdens onze vakantie in China niet gedaan. Een leuke gelegenheid om het nu te doen. Het museum is gelegen in het treinstation Liège Guillemins. Luik werd lange tijd gezien als sombere en vieze industriestad maar de afgelopen jaren heeft de stad een metamorfose ondergaan. Er is van alles gedaan om de stad aantrekkelijker te maken. We parkeerden vlakbij het station in een straatje en hoefden geen parkeergeld te betalen omdat het een feestdag was.

Het station is modern en architectonisch zeer bijzonder. Het is er ook bijzonder druk met fotografen en architectuurliefhebbers. Het gebouw is ontworpen door Santiago Calatrava, een Spaanse architect. Het is opvallend hoeveel glas er is gebruik en we waren best onder de indruk.

Ondanks dat Luik net over de grens bij Nederland ligt, wordt er geen woord Nederlands gesproken en staat alles in het Frans aangegeven. We waren verbaasd toen het meisje achter de ticketbalie van de tentoonstelling ons in het Nederlands aansprak. We betaalden de entree en ontvingen twee Nederlandstalige audiotours.

De introductiefilm was met een voice-over in het Frans en in het Engels ondertiteld. Met een beetje vertaling van pappa en mamma wisten wij het meeste dat er verteld werd toch te begrijpen. We keerden tijdens de tentoonstelling ongeveer 2200 jaar terug in tijd naar de eerste keizer van China. Keizer Qin Shi Huangdi wilde na zijn aantreden een grafmonument oprichten. Het monument en het leger bevindt zich tussen de berg Li en de stad Xi’an.

Op een maquette konden we zien hoe het monument er destijds uit moet hebben gezien.  Aan de bouw hebben meer dan 700.000 arbeiders waaronder vele slaven gewerkt. De grafheuvel was en begroeid met gras en bomen en werd omringd door dikke muren. Binnen deze muren stonden ooit ook tempels, zalen en bestuurlijke gebouwen. Op het terrein bevonden zich ook meerdere putten met grafgeschenken. Zo werden er onder andere 8000 levensgrote terracotta beelden gemaakt van krijgers en paarden om de keizer in het hiernamaals te beschermen.

Qin Shi Huangdi geloofde er in dat het graf zijn paleis voor de eeuwigheid was en dat het leven onder de grond een vervolg was van zijn leven op de aarde.  In 1974 werd het Chinese terracottaleger ontdekt door boeren die een put aan het graven waren. Het werd de grootste archeologische vondst van de 20ste eeuw. Het terracottaleger bestond uit soldaten, kruisboogschutters, ruiters met strijdwagens en paarden. Het leger was klaar voor de strijd. Er werd gebruik gemaakt van echte wapens en ze waren geschilderd in heldere kleuren.


Tenslotte keerden we nog één keertje terug bij de Chinese muur

Veel wapens werden geroofd en de kleuren vervaagden door blootstelling aan de buitenlucht. De beelden zin van binnen hol en in delen gemaakt. Ze werden gemaakt door rijksarbeiders en lokale werklui. De figuren zijn op ware grootte gebouwd. Er wordt gezegd dat alle terracottakrijgers gebaseerd zijn op echte mensen.  Ieder gezicht heeft verschillende eigenschappen en expressies.

Sommige figuren staan en weer andere zitten geknield, klaar voor de strijd. Sommige figuren dragen een harnas terwijl anderen gekleed zijn in een uniform. De figuren die we in Luik zagen waren echter niet de originele beelden maar wel erg getrouwe kopieën. De originele zijn te fragiel om te transporteren. Wij vonden het allemaal zeer interessant om te zien. Na de tentoonstelling liepen we nog wat door het station en liepen we naar het centrum van Luik. We kwamen door een mooi groen park met fitnesstoestellen en prachtige beelden.


Na het park liepen we de wijk ‘La Carré’ binnen. In deze wijk zijn een groot aantal winkelstraten te vinden en zijn er veel cafés en restaurants. Veel winkels en restaurants waren gesloten vanwege tweede paasdag. In het historische centrum kwamen we ook langs de Koninklijke Waalse Opera. Het operagebouw is in het begin van de negentiende eeuw gebouwd op de plaats waar een oud Dominicanenklooster stond.


Het Prins Bischoppelijk paleis van Luik.

Het volgende mooie gebouw dat we zagen was het prins bisschoppelijk paleis van Luik aan het Place Saint Lambert. Het paleis van Luik is zonder twijfel het mooiste oude gebouw in de stad.  Het paleis werd oorspronkelijk geheel in de gotisch renaissancistische stijl gebouwd. De voorgevel is echter in de achttiende eeuw vervangen door een gevel in de neoclassicistische stijl.

Tegenwoordig is het Paleis van Justitie en het provinciebestuur hier gevestigd. Het Place Saint-Lambert is één van de grootste en belangrijkste pleinen van Luik. Het plein is aan het einde van de achttiende eeuw ontstaan nadat de Sint-Lambertuskathedraal gesloopt werd. Het plein ligt hoger dan de andere delen van het historische centrum en de trappen rond het plein zaten vol met jongeren. Onze zoektocht naar een echte Luikse wafel mislukte. De Gaufre de Liège is de bekendste lekkernij uit Luik en is nog bij enkele patisserieën in het centrum te vinden. Helaas waren deze vandaag allemaal gesloten. We reden tegen de klok van vijf uur weer terug naar Maastricht voldaan na een leuke leerzame dag.

Mosasaurus Bèr

We hadden een educatief uitstapje naar het Natuur Historisch Museum met de kinderen van Trajekt. We maakten een reis door de tijd en kwamen uit zo’n 66 miljoen jaar geleden toen Zuid Limburg nog werd overspoeld door de ondiepe tropische Krijtzee.

In deze periode leefden de reusachtige reptielen de mosasauriërs. De zee is natuurlijk al lang geleden verdwenen en de mosasauriërs zijn uitgestorven maar we kunnen wel fossielen en hun skeletten zien. In die tijd waren deze gevaarlijke roofdieren de heersers van de zee. Het waren geen dinosauriërs want dat waren namelijk landdieren. In 1998 werd een stukje staart ontdekt in de kalksteengroeve op de Sint Pietersberg.

De ENCI graaft daar kalksteen af om deze tot cement te verwerken. In deze groeven zoeken paleontologen vaak naar fossielen en botten. Het bleek dat men niet alleen een deel van de staart had gevonden maar het bleek dat er meer botten van het skelet bewaard waren gebleven. In 1999 werd een groot deel opgegraven maar een deel van de botten ontbreekt. Mogelijk werden de resten van de Mosasaurus na zijn dood door haaien uit elkaar getrokken en opgegeten.

Op de botten zitten bijtsporen van haaien en er zijn haaientanden gevonden tussen de botresten. De nog niet volgroeide mosasaurus kreeg de bijnaam Bèr. Wij zagen zijn versteende skelet in een glazen huis op de binnenplaats van het museum. In het museum zelf staat een replica van het skelet zodat we konden zien hoe groot de Mosasaurus moet zijn geweest. De schedel van de mosasaurus had een langwerpige snuit, ongeveer 46 rugwervels en ongeveer 80 wervels vormden de staart.

Het lichaam had aan de zijkanten vier lange vinnen met botjes. Het dier bewoog zich voort met zijdelingse bewegingen van de staart en hij stuurde met behulp van de vinnen. De tanden in de kaken waren krachtig en konden botten breken en vlees van de prooi scheuren. De prooi hoefde dus niet in een keer opgegeten te worden.  Het was allemaal erg interessant.

Er was ook een gedeelte waar we bij verschillende vogels hun geluiden konden horen. Een echt bijennest was voor velen van ons ook erg interessant. In een kamer vonden we allerlei opgezette dieren en potten gevuld met organen of dieren. We zagen echte hersenen en het hart van een mens. Ik vond het er een beetje luguber uitzien. Na het bezoek aan het museum liepen wij via het stadspark terug naar de parkeerplaats. In het park liep nog een pauw te pronken met zijn veren en ook de herten hadden een prachtig gewei op hun kop.

Space Expo

We moesten er even een flink stuk voor rijden maar het was meer dan de moeite waard. We bezochten de Space Expo in Noordwijk. Het is het officiële bezoekerscentrum van de Nederlandse vestiging van ESA (European Space Agency). Hier is van alles te zien en te leren over de ruimtevaart. We leerden eerst over verre planeten en het Melkwegstelsel.

Zo kwamen we er achter hoe zwaartekracht werkt en wat een zwart gat is. We vervolgden onze tocht langs de tentoonstelling en kwamen veel te weten over de geschiedenis van de ruimtevaart.  Er waren veel foto’s en ook attributen tentoongesteld. Zo zagen we de Soyuz capsule waar de Nederlandse astronaut André Kuipers mee naar het ISS ruimtestation ging om daar onderzoek te doen.

Samen met een Rus en een Amerikaan vertrok hij eind 2011 in diezelfde capsule die bovenop de raket zat en keerde hij ruim een half jaar later hier ook weer in terug op aarde. De Soyuz landde hangend aan een parachute en zwart geblakerd door de wrijving van de atmosfeer op de steppe van Kazachstan. Op het einde stond nog een simulator van een Soyux capsule.

In de Soyux capsule simulator

Wij gingen erin en konden zo ervaren hoe het is om in de kleine capsule te zitten en de ruimte in te worden gelanceerd. Het was vooral heel veel trillen in de stoel en een harde landing.


We kregen allebei een stoer astronauten diploma!

Tijdens de tentoonstelling hadden we ook een speurtocht gedaan en hadden we vragen op moeten lossen. Na afloop konden we het formulier inleveren en kregen wij ons astronauten diploma. Toen we buiten kwamen was het aan het regenen dus een strandwandeling zat er helaas niet in. We reden daarom terug naar huis en waren rond etenstijd weer daar. Op zich ook niet erg want morgen moeten we ook weer naar school.

Centraal Europa: Dag 19; De poesta

Onze reis door Hongarije ging vandaag weer verder. We hadden een rit van iets minder dan 2 uur voor de boeg. Het was voornamelijk een binnendoor weg en daarom ging het allemaal niet zo snel. We wilden in Hortobágy eens niet in de tent slapen en gingen met plattegrond van het VV Informatiekantoor op pad naar diverse mensen die een kamer in hun huis verhuren.

Het zat niet echt mee en alles waar we kwamen zat al vol. Onze laatste poging was in een achteraf straat waarbij we geholpen werden door twee 75+ oude dametjes die geen woord Engels verstaan laat staan spreken. Uiteindelijk werd ons met handen en voeten duidelijk gemaakt dat ook zij geen plek beschikbaar hadden. We reden naar één van de twee campings maar deze bleek volledig afgehuurd te zijn. We begonnen hem een klein beetje te knijpen.

We reden naar de andere camping en gelukkig hadden zij plaats genoeg. We vonden een mooi plekje onder de bomen en wisten de tent weer snel op te zetten. Hortobágy is het ruige herdersland en de bakermat van de goulash. We hadden allen deze middag maar om de poesta van het Hortobágyi Nemzeti Park te bezoeken. Het is het grootste beschermd natuurgebied van Hongarije en het grootste aaneengesloten natuurlijke grasvlakte van Europa. Wij reden naar het dorp Máta waar de belangrijkste paardenfokkerij van Hongarije, Máta Stud, gelegen is.

We kochten kaartjes om per huifkar de poesta te bezoeken, de paardenstallen te zien en de ruiters van de poesta te aanschouwen met hun paarden. We waren wat vroeg en moesten bijna een uur wachten voordat we konden vertrekken. We aten wat chips en bezochten de paardenstallen waar veel sportpaarden en jonge hengsten staan. Voornamelijk worden de paarden gefokt en getraind bij deze stoeterijen om aan concoursen en paardenshows te kunnen deelnemen. De bekendste Hongaarse paardenrassen zijn de Nonius en de Furioso. Het Nonius paard is sterk en gespierd en is geschikt voor aangespannen rijden.

Na bezoek aan de stallen konden we in één van de huifkarren stappen. Het was erg toeristisch en we reden met vijf volle huifkarren achter elkaar aan. Echt prettig zitten was het niet want de huifkar bonkt over een droog pad met kuilen en je wordt daarbij alle kanten op geschud. De poesta, oftewel de grote laagvlakte, is het droogste en zonnigste deel van Hongarije en dat is te zien. Het is een kale grond die bestaat uit mos en zand.

Het Hongaarse woord voor poesta, “puszta” betekent letterlijk leegte en leeg was het. De poesta is nooit dichtbevolkt geweest en de paar dorpjes die er waren, zijn platgebrand tijdens de Turkse overheersing . De poesta wordt wel al duizenden jaren bewoond door herders met hun kuddes en de csikós (ruiters) met hun paarden. Uiteindelijk hebben de rivieren de Donau en de Tisza de poesta veel veranderd. Ook hebben de mensen stukje voor stukje de poesta klaar gemaakt voor landbouw.

We kwamen tijdens de tocht de beroemde Hongaarse grijze runderen tegen die een heerlijk bad namen in de modder. Deze witte koeien met hun lange horens worden gehoed door de gulyás (koeienherders). Ook zagen we de racka-schapen met hun gedraaide horens die gehoed worden door de juhász (schepenherders), de Mangalica varkens (wolvarken) en de langharige Hongaarse herdershond.

We zagen ook drie Hongaarse csikós gekleed in de traditionele blauwe kleding die hun paarden aan het trainen waren. De Hongaren zijn een echt ruitervolk. Ze zijn er trots op want paarden spelen al honderden jaren een belangrijke rol in hun geschiedenis. De Magyaren kwamen van de steppes vanuit het Oeralgebergte over de Karpaten met behulp van hun paarden. In de 15e eeuw gebruikten de Hongaarse huzaren (lichtbewapende ruiters) hun ruiterkracht in strijd tegen de Turkse overheersers. Vooral de moed, snelheid en mobiliteit van de paarden en de ruiters waren bepalend.

De paarden luisterden gehoorzaam naar het klappen van de zweep. Ze waren aan het geluid gewend en schrokken hierdoor niet van de geweerschoten. Een andere manier om de vijand te misleiden, was het laten liggen van de paarden. Vroeger was het van levensbelang dat de huzaren bij het gevaar dat dreigde, één waren met hun paarden. Zo waren ze een minder makkelijk doelwit op de open vlakte en konden ze overleven.

De csikós (ruiters) lieten ons al deze technieken zien. Het vertrouwen tussen mens en het dier is mooi om te zien. Ronac maakte nog een rondje op een echt Noniuspaard maar ik bleef in de huifkar zitten. Op de één of andere manier was ik wat moe vandaag. Na de tocht over de poesta bezochten we in het dorp Hortobágy nog het Pásztor múzeum (herdersmuseum ) en een expositie over de zeldzame zilverreigers en andere vogels die in deze regio voorkomen. Om 18:00 uur dienden we de expositie te verlaten omdat het museum ging sluiten.

We zochten een restaurant om te eten en kwamen terecht bij Hortobágyi Csárda. Het gebouw stamt uit 1699 en was vroeger een herberg waar ruiters en hun paarden even konden bijkomen tijdens hun tocht. Je kon hier een typische poesta-maaltijd bestellen. Pappa bestelde een goulash van rund, mamma nam er eentje met schapenvlees, Ronac een ragout met champignons en ik nam een schotel met spek en aardappel. Het eten was voortreffelijk.

In de avond liepen we naar het bekendste bouwwerk van het dorp: de Brug met de negen Gaten. De 92 meter lange brug zou de grootste stenen brug van Hongarije zijn. Helaas zijn we een week te vroeg hier want volgende week wordt bij de brug de jaarlijkse grote veemarkt gehouden en zijn er ruiterfeesten. We zagen nog een prachtige zonsondergang en liepen in het donker terug naar de camping. We gingen ons snel even douchen want we zaten vol met stof van de poesta en gingen daarna naar bed.

Centraal Europa: Dag 18; Ridders van Egri Vár

In de ochtend reden we met de auto naar één van de mooiste delen van het Bükkgebergte. Nabij het dorp Szilásvárad zo’n 30 kilometer noordelijk van Eger ligt het Szalajkadal. Het dorp is het centrum van de prachtige witte Lippizaner paarden In Hongarije. Wij bezochten het dorp niet maar reden naar een parkeerplaats aan het begin van het dal.


Wij liepen naar het treinstation en kochten een kaartje voor een tocht met het treintje dat ons een stuk naar boven bracht. In de zomer rijdt het treintje t met enige regelmaat heen-en-weer over de 5 kilometer lange smalspoorlijn. We hoefden niet lang te wachten. Bij het laatste station stapten wij uit en begonnen we aan de wandeling naar de oermensengrot van Istállóskõ dat boven aan het Szalajkadal ligt. Het was een pittige klim over een smal, glibberig pad. De grot ligt bovenaan de hoogste berg van het Bükkgebergte op zo’n 959 meter hoogte.


Genieten van de prachtige groene omgeving.

Archeologen vonden in de grot onder andere resten van twee bewonersgemeenschappen. Zij vonden onderdak in de grot zo’n, 44.000 jaar geleden en 30.900 jaar geleden. Het waren voornamelijk jagers die waren gespecialiseerd in de jacht op de holenbeer, oer bizon en mammoet. Er werden pijlpunten, , beenderen en een fluit met drie gaatjes vervaardigd uit een stuk bot van een holenbeer gevonden. Wat dieper in de grot vonden ze ook een stookplaats. Er was ook een lugubere vondst. Archeologen groeven het gebeente op van maar liefst 27 personen die er het slachtoffer van kannibalisme waren geworden.


de oermensengrot van Istállóskõ

We liepen wat door de grot en begonnen aan de terugweg naar beneden. De natuur is hier schitterend. We volgden het dal en kwamen langs verschillende meren die gevuld worden door een klein beekje. De beek wordt weer gevoed door verschillende bronnen. Op weg naar beneden heeft de beek verschillende watervallen gevormd. De bekendste is de zeventien meter hoge Fáytol trappenwaterval. De waterval stroomt trapsgewijs naar beneden en is ontstaan door kalkafzetting. Ieder jaar is de waterval weer een beetje anders, omdat de bekkens waar het water in blijft staan, aangroeien en veranderen.


De Fáytol trappenwaterval

In dit bos lagen ook nog verschillende oude kweekvijvers voor de viskwekerij. We zagen de vierkante bassins direct langs het pad liggen en deze worden nog altijd gebruikt. De Szalajka-forellen (pisztrang) zwemmen in de bassins lekker hun rondjes. We kwamen nog langs een hertenkamp en voor we het wisten waren we alweer terug bij de parkeerplaats. We aten een broodje in de auto en reden terug naar de camping om de auto achter te laten.

We hielden even een “zen” moment en vertrokken daarna voor alle festiviteiten naar het centrum van Eger. Voordat we naar de burcht gingen aten we iets bij één van de gezellige restaurantjes. Wij namen pasta en pappa en mamma hadden halušky met stoofschotel. Na de lunch liepen we naar de burcht. Het gebied rondom Eger is al bewoond sinds de steentijd. In de 11e eeuw werd het pas echt belangrijk toen koning István er een bisschopszetel stichtte. De restanten van het bisschoppelijk paleis liggen binnen de muren van de burcht (Egri Vár). Toch is de burcht het meest bekend om “het beleg van Eger”.

Tijdens de oorlog tegen de Turken vielen in 1522 veel burchten zonder verzet in Turkse handen. In 1552 werd de stad door een grote Turkse legermacht omsingeld. De Hongaren (2000 soldaten met hulp van hun vrouwen en kinderen) hielden 40 dagen stand tegen de Turkse aanval. Onder leiding van István Dobó vochten de verdedigers van de burcht succesvol tegen een overmacht van 100.000 Ottomaanse soldaten. Doordat de verdedigers telkens van bastion verwisselden kregen de Turken het idee tegenover een veel grotere verdedigingsmacht te staan.


De belegering van Eger

Dappere vrouwen en kinderen hielpen de Hongaarse soldaten mee en goten vanaf de kasteelmuren kokend water en teer op de Turkse belegeraars. De naam van de bekendste wijn van Hongarije, Egri Bikavér (“stierenbloed”) komt voort uit twee legendes rond deze overwinning. De Hongaarse verdedigers kregen hulp van de legendarische “strijdende vrouwen van Eger”. Volgens de legende mengden zij stierenbloed door de wijn, waardoor de kracht en de strijdlust van de verdedigers toenam. Een ander verhaal dat verteld wordt is dat kasteelcommandant István Dobó tijdens de strijd tegen de Turken zijn oververmoeide en verzwakte manschappen wijn te drinken gaf. De wijn pepte de Hongaren op, en zo verschenen ze, half dronken, op de kantelen van de burcht.

De belegeraars zagen het rode vocht van de Hongaarse snorren en baarden druipen en dachten dat de Hongaren stierenbloed hadden gedronken. Met het kromzwaard tussen de benen sloegen de Turken op de vlucht. Iemand die het bloed van een stier gedronken had was immers onoverwinnelijk.” In 1596 keerden ze echter terug en toen lukte het hen wel de burcht te veroveren.


Martelmuseum in het kasteel.

In de burcht werden onder andere verhalen nagespeeld van het beleg. Er waren Hongaarse krijgers, Turkse krijgers, vaandeldragers, ambachtslieden en marktkoopmannen te zien. We liepen lange tijd rond en amuseerden ons super. Bij een van de marktkramen kochten wij een ridder outfit. Zwaard en helm. We konden zo mee doen in het thema, haha.


Onze twee strijders hielden ook een aantal heroïsche gevechten in het kasteel.

We bezochten ook nog de onderaardse gangen waar een tentoonstelling was met allerlei martelwerktuigen. Een beetje luguber allemaal. Toen het wat donker werd dronken we wat op het binnenplaats en oefenden onze riddermoves op het plein. In het donker liepen we terug naar de camping. We dachten een stukje af te snijden door een andere weg te nemen maar dit pakte net verkeerd uit. We liepen uiteindelijk een stuk om maar voor ons als ridder was dat geen probleem. Moe van alle gevechten en indrukken, vielen wij al snel in slaap.

Centraal Europa: Dag 7; Wallachijns openluchtmuseum

Voor vandaag hadden we geen specifieke dingen te doen dus konden we lekker uitslapen en rustig aan doen. We wilden een bezoek brengen aan het Wallachijns openluchtmuseum maar wachtten daarmee tot het weer wat op zou klaren en het niet meer zou regenen. Het dorp Rožnov pod Radhoštěm is vernoemd naar de 1.129m hoge berg de Radhošt. Op de berg bevindt zich een bedevaartsoord, een houten kapel voor de apostelen Cyrillus en Methodius.

Tegen de middag vertrokken wij voor een bezoek aan het oudste, grootste en beste openluchtmuseum in Tsjechie en Slowakije. Het bestaat uit houten gebouwen die uit heel Wallachije zijn overgebracht en vervolgens in het stedelijke park op bijgelegen hellingen zijn neergezet. Rožnov pod Radhoštěm is een gebied waar de bewoners nog steeds grote nadruk leggen op de tradities van hun voorouders. Wallachije of Valašsko in het Tsjechisch is een regio in de Beskiden. De Beskiden zijn het westelijke uiteinde van de uitlopers van de Karpaten. De Karpaten lopen door tot in Polen en de Oekraïne. Het grootste deel van de Beskiden is beschermd landschap. De Wallachen waren een half-nomadisch schapen houdend volk die in de 15e eeuw rondtrokken. Niemand weet zeker waar ze vandaan kwamen, Oost-Polen, Slowakije, West-Oekraïne of Roemenië.

Wallachije was ook de naam van een vorstendom aan de Donau dat de voorbode was van Roemenië en zou kunnen dat er een oude connectie was. In de 18e eeuw zijn de Wallachen opgegaan in het Habsburgse rijk en vermengden zich via huwelijken met de Moraviërs en Slowaken. Maar ze hebben het voor elkaar gekregen om iets van hun landelijk leven te behoeden, inclusief het unieke houtsnijwerk waar de Wallachen om bekend staan. De monumenten in het museum zijn verspreid over drie locaties namelijk: Drevene mestecko (Houten stadje), Valasska dedina (Wallachijs dorp) en Mlynska dolina (Molendal). We liepen als eerste in de richting van het Wallachijns dorp.

Onderweg kwamen we langs een soort keuken en we besloten eerst wat te eten want dat hadden we nog niet gedaan. Natuurlijk sprak hier ook niemand Engels maar al snel werd een jong meisje gehaald die een beetje Engels sprak. Zij vertelde dat ze traditionele gerechtjes maken en noemde op wat we konden bestellen. We gaven door wat we graag wilden proberen en 10 minuten later werd het aan onze tafel geserveerd. We hadden een heerlijk handgemaakte en gegrilde schapenkaas (zout met sterke smaak), handgemaakte gekruide en gegrilde worst (klobása), vers gegrild varkensvlees allemaal geserveerd met vers brood (chleba dat zwaar en zuur smaakt) en zuurkool.

Gegrilde schapenkaas.

Met goedgevulde maag liepen we langs de houten herdershuizen. Om de huizen heen lagen velden waarop oorspronkelijke gewassen verbouwd worden. We moesten om 14:00 uur bij de ingang zijn voor de rondleiding in het Molendal. Hier zagen we onder andere een molen, ijzersmederij en houtzagerij. Als laatste brachten we een bezoek aan het houten dorpje met onder andere een postkantoor en de Sint-Annakerk. Er bevindt zich zelfs een kerkhof waarop beroemde mensen liggen begraven die in Wallachije geboren zijn. We kochten bij een kraampje wat drinken, een honinglikeur en perník. Het laatste was een soort koek en het leek op peperkoek en de koeken waren versierd met glazuur. De koek is steviger en de smaak is veel meer uitgesproken dan die van peperkoek. De eigenaar maakte een praatje met ons in het Engels en gaf ons zelfs nog een extra koek gratis mee.

Vriendelijk mensen die Tsjechen. Na ons bezoek liepen we via het park naar het centrum van Rožnov pod Radhoštěm. We haalden wat boodschappen bij de supermarkt en zochten een leuk restaurant om te eten. We kwamen terecht bij een restaurant net buiten het centrum en er was zelfs een kleine speeltuin met zandbak en schommel bij. We bestelden voor ons twee hamburgers, voor mamma kipfilet met krokante Parmezaanse korst en voor pappa bramborák, een aardappelpannenkoek. Na het eten speelden wij nog even in de speeltuin en zo konden pappa en mamma nog even rustig zitten. We liepen terug naar ons huisje en pakten de spullen weer in. Morgen vertrekken we naar buurland Slowakije.

 

 

Centraal Europa: Dag 4; Glasblazen en het Lipnomeer

Na het opstaan en aankleden, begonnen we met het afbreken van de tent. Op zich verliep het allemaal redelijk vlot en konden we rond de klok van 09:30 uur vertrekken. Pappa startte de auto en er kwam een alarmmelding in de display te staan. De melding vertelde ons dat er te weinig remvloeistof was en we naar de garage moeten voor controle. Onze eerste reactie was natuurlijk: “het zal toch niet weer hé?”. We werden direct herinnerd aan onze autopech in Noorwegen ook met deze auto. Bovendien heeft de auto een week voor ons vertrek nog een uitgebreide beurt gehad in de garage en dan verwacht je dit dus niet.

 

Voorzichtig gingen we toch rijden naar het dorp Frauenau, zo’n 10 kilometer verderop. We zouden naar een glasblazerij gaan en daar lag ook een tankstation. Hopelijk zouden we hier ook een garage kunnen vinden. Heel voorzichtig reden we over de bochtige weg, af en toe opgeschrikt door de melding die weer door gaf dat we naar de garage moesten gaan. Bij het tankstation hebben we getankt en aan de medewerkster gevraagd of er een garage in de buurt was. De dame was zo vriendelijk om een lokale garage te bellen en te vragen of wij met onze Ford Focus Wagon bij hem terecht konden. Gelukkig was dit geen probleem en ze gaf ons een beknopte route om hem te vinden. Het bleek niet zo makkelijk te zijn. We vroegen het onderweg opnieuw aan een mevrouw en die gaf ons weer een andere route. We reden terug naar het tankstation en vroegen daar om het adres zodat we met de navigatie er heen konden rijden. Wat bleek? De garage lag in dezelfde straat als de glasblazerij. Uiteindelijk vonden we de garage en eigenaar Helmut stond al op ons te wachten. Hij keek even naar de remschijven en opende de motorkap. Het reservoir voor de remvloeistof bleek inderdaad zo goed als leeg te zijn. Hij vulde hem bij en zei dat het geen kwaad kon om met de auto te rijden. Hij vermoedde dat ze bij het onderhoud te weinig of vergeten zijn om het reservoir bij te vullen. Mocht het zijn dat er een lekkage is, kunnen we als de melding verschijnt gewoon remvloeistof kopen en zelf bijvullen. Gelukkig konden we onze reis dus voortzetten.

We reden van de garage zo de parkeerplaats van De Freiherr von Poschinger Glasmanufaktur (glasfabriek) op. Ieder uur werd er een rondleiding gegeven en we moesten nog 40 minuten wachten. We brachten de tijd door in de showroom waar tevens een kleine zitgelegenheid was waar we iets konden drinken. De glasindustrie in het Beierse Woud heeft een eeuwenoude traditie en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de streek. Over de hele wereld is het Boheems glas bekend. In de omgeving worden de grondstoffen (hout en zand) gevonden voor het vervaardigen van glas en kristal. Glasblazen is een oude eeuwenoude ambacht en het is bijzonder om een glasblazer aan het werk te zien. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar gemaakt worden in een oven. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus!

Glasblazen is echt vakmanschap, heel mooi om te zien.

Onze rondleiding begon om 12:00 uur en we werden rondgeleid door Herbert Kammermeier. De glasfabriek Von Poschinger is een familiebedrijf dat al bestaat sinds 1568. De familie behoort tot één van de oudste families van het Beierse Woud. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Er waren op het moment van bezichtiging drie glasblazers aan het werk. Voor een aantal ontwerpen werken de glasblazers samen omdat het anders te zwaar is. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar worden gemaakt. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus en zelfs wij voelden dat!

Het vloeibaar glas wordt met een pijp uit de pot gehaald. Men noemt dit ook wel “keien”. Door de stalenpijp rustig en regelmatig te draaien en erin te blazen, kun je het voorwerp vormen. Door de lucht in de pijp te blazen zal het object ook langzaam groeien naar de gewenste grootte. De techniek van het glasblazen is vrij moeilijk en je hebt veel geduld en aanleg nodig. De glasblazers maken van alles van glazen, schalen tot vazen. Als het in de juiste vorm is geblazen gaat het naar een speciale koelruimte. Na het afkoelen volgt de “finishing touch” en kan het glas eventueel ook nog beschilderd worden. Aan het einde was de mogelijkheid om zelf een poging te wagen om glas te blazen.

Ik mocht ook een prachtig kunstwerk blazen.

Helaas stond er al een rij wachtenden en duurde het wel een half uur totdat wij aan de beurt waren. Ik mocht als eerste een glasbol blazen en zocht de kleur rood en geel hiervoor uit. Herbert gaf mij aanwijzingen hoe ik het moest doen en ik blies een prachtige bol. De kleur zou je pas zien als de bol is afgekoeld. Keyro mocht zelfs twee keer blazen. De eerste keer blies hij zich een ongeluk zonder dat er een bol ontstond. Herbert verontschuldigde zich en zij dat hij het glas niet warm genoeg had verwarmd waardoor het veel moeilijker is om een bol te blazen. De tweede keer ging het veel beter en blies Keyro ook een mooie bol die later de kleuren geel en groen zou hebben.

Het resultaat, twee prachtige glazen en meteen een mooi souvenir.

We moesten nog een tijdje wachten voordat de bol was afgekoeld en we ze goed ingepakt mee konden nemen. We reden via de weg door het Nationaal Park naar de grens met Tsjechië. In het zuiden van Tsjechië aan de grens met Oostenrijk in het Nationale Park Šumava ligt namelijk onze bestemming, het Lipnomeer. Bij de grensovergang kochten we meteen een vignet voor de snelweg, al hadden we het voorlopig nog niet nodig. Mamma zou veel te gestrest naast pappa zitten als we het niet nu kochten. We vervolgden de weg en kwamen uit in het dorp Lipno nad Vltavou. Het dorp ligt op 776 meter hoogte aan de oever van het Lipnomeer. Het meer is een stuwmeer van ongeveer 40 kilometer lang. Het is een kunstmatig aangelegd door de aanleg van een stuwdam. Een stuwdam en stuwmeer kun je voor verschillende dingen aanleggen, bijvoorbeeld voor het opwekken van elektrische energie of als watervoorraad voor irrigatie of drinkwater. Het Lipnomeer werd aangelegd vanwege de problemen die het stadje Český Krumlov ondervond van overstromingen van de Moldau. In 1951 werd bij het dorpje Lipno nad Vltavou begonnen aan de aanleg van de stuwdam en het meer was gereed in 1960.

Aan het Lipnomeer

Lipno nad Vltavou is een echt toeristendorp en in de omgeving vind je heel veel leuke en diverse activiteiten om te ondernemen. Wij reden naar camping Panorama en hoopten daar een overnachtingsplek te vinden. De camping ligt bij het gelijknamige hotel en direct aan de oevers van het meer. Bij de receptie gingen we vragen voor een plek en er waren gelukkig nog verschillende plaatsen beschikbaar. We konden maar twee nachten blijven want vanaf zondag was er geen plaats beschikbaar. Op het naastgelegen terrein waren wel bouwwerkzaamheden gaande voor de aankomende Olympische Spelen. We hadden geen zin om nog langs andere campings te rijden en besloten om hier een plekje te zoeken.

De camping is gelegen op terrassen en daarmee hebben veel plaatsen toch wat uitzicht tussen de bomen door op het Lipnomeer. We vonden een plekje en ik hielp mee met het opzetten van onze tent. Het was hard werken en ik was flink bezweet. Keyro en ik besloten een duik te nemen in het water van het Lipnomeer. Het was gelukkig warm genoeg hiervoor. Tegen de avond liepen we wat langs de straatjes met veel winkeltjes en restaurants. Ondanks dat Tsjechië deel uitmaakt van de Europese Unie zijn zij nog niet overgestapt naar de Euro. We pinden daarom Tsjechische kronen (Czech Koruna). Iets verderop lag een vakantiepark van Landal en dat hoorde je direct aan de hoeveelheid Nederlands wat we hoorden. Bij het haventje vonden we een leuk restaurant waar we konden eten. Keyro en ik namen beiden pasta, mamma had risotto en pappa nam een vleesschotel.

Grappig kunstwerk aan het Liponomeer.

In het zonnetje genoten we van al het lekkers dat op tafel kwam. Jammer dat er de hele tijd wespen rond circuleerden om van onze zoete drankjes mee te kunnen genieten. Na ons eten renden we over de boulevard en lieten we pappa en mamma even lekker rustig zitten. We kregen een ijsje en speelden nog wat bij een kleurrijk kunstwerk in de vorm van een vis. Terug op de camping gingen wij weer terug naar het meer en daar speelden we tot het donker werd. Door het mooie weer konden we nog lang buiten zitten en speelden we een paar kaartspelletjes met zijn allen onder genot van een (alcoholisch) drankje. Onze Oostenrijkse buren hielden een barbecue en hadden te veel worsten. Ze kwam ons vragen of wij er eentje wilden. Keyro zei “nee” maar ik had daar wel zin in. Mamma zocht de ketchup en zo at ik laat op de avond nog een Tsjechische worst. Al met al een zeer gelaagde dag vandaag.

Dag 20; Byglandsfjord; Klatreskogen

We sliepen vanmorgen uit tot 9:00 uur. Het was bewolkt weer en het leek erop alsof het ieder moment kon gaan regenen. Na het ontbijt vertrokken we met de auto naar Evje waar zich een klimbos bevindt. We parkeerden op de grote parkeerplaats en liepen naar de entree van het Klatre Skogen klimpark. We kochten een kaartje voor het Discovery Park. Het Grand Park is voor volwassenen en kinderen boven de 10 jaar. Bij een lengte vanaf 1.00 m en de leeftijd van 4 jaar oud heb je hier ook de mogelijkheid om te klimmen in de boomtoppen en verschillende spannende obstakels te overbruggen. Het is een ideale omgeving met hoge bomen, rotsen en de rivier de Otra die als natuurlijke hindernissen gebruikt worden. We kregen als eerste instructie en een harnas met veiligheidslijnen aan. Ook moesten we een veiligheidshelm dragen. Bij de start van het parcours werden de veiligheidslijnen vast gemaakt en kon deze niet meer los tot aan het einde van het parcours.

Het Discovery Park had 18 verschillende elementen over 35 meter en was voor ons een flinke uitdaging. Ik ging voorop samen met mamma en Keyro en pappa volgden ons. De hindernissen waren soms lastig maar het ging mij redelijk goed af. Op sommige momenten was ik wel bang en was ik blij dat ik mamma een handje kon geven. We moesten onder andere lopen over een dun touw, door een buis klauteren en als Spiderman klimmen langs een net. Op het eind moesten we een stukje abseilen en dat durfde ik echt niet. Toch moest ik gaan want ik kon mijn veiligheidslijn niet losmaken. Uiteindelijk mocht ik van de instructeur samen met mamma de sprong wagen. Ik schreeuwde het uit en was boos op mamma dat ik dit moest doen. Ik nam mij voor om het niet meer te doen. Na wat rusten en een lekker snoepje wilde ik het parcours toch nog wel een keer doen. We legden het parcours sneller af dan de eerste keer en al snel stond ik weer bij het tokkelgedeelte. Opnieuw moest ik afdalen. Pappa en Keyro stonden al beneden te wachten en moedigden mij aan om te komen.

Ik was opnieuw bang en angst was af te lezen van mijn gezicht. Mamma zei dat we samen zouden gaan maar toen ik sprong, bleef zij verdorie op het plateau staan! Daar ging ik helemaal alleen, ik schreeuwde van angst en zoefde snel naar beneden. Toen ik landde werd er geroepen en geklapt voor mij. Ik had het toch mooi helemaal alleen gedaan. Met een grijns op mijn gezicht maakte ik de veiligheidslijn los en rende ik naar pappa en Keyro. Mamma kwam als laatste naar beneden.

Wat een super ervaring waarin ik uiteindelijk een angst heb overwonnen. We liepen naar het naastgelegen Mineralenpark en kregen daar als eerste een Braincooler. We liepen daarna de grot in waar prachtige edelstenen, kristallen en mineralen werden tentoongesteld. In de ondergrondse tunnels werden we betoverd door de prachtige kleuren en alle denkbare vormen van de mineralen en kristallen. Het leek wel een soort schatkamer. Na onze tocht door de grot kochten we in de souvenirwinkel zelf wat steentjes die zijn gevonden in de groeven hier in de buurt.

We liepen rond op het terrein en stopten bij een plek waar we zelf naar edelstenen konden zoeken. We moesten een zakje zand kopen en met de zak liepen we naar de waterbak. De zeef werd gevuld met zand uit de zak en dit moesten we gaan wassen. Een beetje water bij het zand en dan voorzichtig schudden met de zeef. De zeef is zo fijn dat het zand er doorheen kan en de edelstenen achter blijven in de zeef. Al snel zagen we dat er onbewerkte kristallen en edelstenen in onze zeef achterbleven. Op een kaart die we hadden gekregen konden we zien welke stenen we hadden gevonden.

Op het einde konden we nog even zwemmen bij het strandje langs de rivier de Otra. Nou ja, zwemmen deden we niet echt maar spelen in het zand blijft onze favoriet. Op de terugweg naar de camping deden we nog wat laatste boodschappen. We aten een door pappa bedachte pasta met Smak en groenten. Als tweede gerecht hadden we een stuk zalm van wel 800 gram van de grilplaat, echt mijn ding, heerlijk. In de avond maakte pappa alleen nog een wandeling in de buurt van de camping. Keyro en ik gingen voetballen op het grasveld. Mamma zat lekker bij Monique en Annemiek op het terras. Later voegden de pappa’s zich er ook bij en werd het een gezellig avondje met iedereen. Lekker chippies eten en laat opblijven. We gingen pas om 23:30 uur naar bed onder luid protest.