Nationaal Park Kornati

We werden vanochtend al vroeg verwacht bij de kade in het centrum voor onze boottocht naar het Kornati Nationaal park. De wekker ging om 7:00 uur en we moesten er uiterlijk om 8:30 uur zijn. Ik was niet vooruit te branden en hield iedereen daarmee op. We kwamen uiteindelijk rond 8:15 uur aan bij de boot en deze zat al aardig vol. We betaalden voor de trip en zochten naar een plaatsje aan boord van het schip “Arbiana”.

Op het bovendek en langs de reling zat alles al vol. We vonden een paar plekjes aan een tafel waar al een paar mensen zaten. Eerst werden er nog op twee andere plekken passagiers opgehaald voordat we op weg gingen naar het Nationaal park. Het zou ongeveer 3 tot 3 ½ uur varen zijn tot onze bestemming. De tijd kwamen we door met spelletjes kaarten en Sudoku.

Ik had met Keyro steeds ruzie en dat maakte het er niet gezelliger op. Vreselijk zo’n puberende broer. We kregen een broodje met ham of kaas als ontbijt. Tussendoor konden we water en een soort van waterige sinaasappelsap pakken. Al snel kwamen we in de wateren van het nationaal park Kornati (Nationaal park Kornaten).

Het park bestaat voor het grootste gedeelte uit onbewoonde eilanden (Kornaten) voor de kust van Dalmatië ten zuiden van Zadar. De archipel (eilandgroep) die binnen het park vallen bestaat uit 89 eilanden. De eilanden zijn dus onbewoond, ze bestaan uit rotsen en kalksteen en  zijn niet of nauwelijks begroeid.

Rond 11:15 uur begon het personeel met het serveren van de lunch maar wij kregen als een van de laatsten. Een beetje vervelend want de vis was ondertussen koud en we naderden onze bestemming voor de middag. Het was chaotisch en haasten.

De vis viel bij mij wel in de smaak maar voor de rest viel het allemaal wat tegen. Veel van de restjes werden gevoerd aan de groep kokmeeuwen die de boot volgden. We meerden aan bij het eiland Dugi Otok wat behoort tot het Telašćica Natuurpark. Het is een 10 kilometer lange baai die tot 1988 deel uit maakte van het nationaal park Kornati. Het is één van de mooiste baaien van de Adriatische kust.

Het was vrij druk en we verlieten de boot en volgden de mensenmassa het eiland op. Na 5 minuten lopen kwamen we bij het zoutwater meer Mir waar veel mensen hun handdoeken neerlegden om te gaan relaxen. Wij wilden dit niet en volgden het wandelpad van 2.2 kilometer rondom het meer. Het was heel erg mooi.

Overal zagen we pijnbomen, olijfbomen en vijgenbomen. Toen we wat verder van het strandje af waren, hoorden we geen geroezemoes meer van de vele mensen maar het getsjirp van de krekels. Ongelofelijk wat een verschil het maakt als je bij de mensenmassa vandaan bent. We kwamen aan de andere kant van het meer uit bij een steile klif met uitzicht op de open zee. Er stonden veel opgestapelde steentjes en het uitzicht was prachtig.

We besloten om een duik te nemen in het Mir lake. We waren vooraf gewaarschuwd dat het water heel erg zout zou zijn. Het meer is door ondergrondse kanalen verbonden met de zee. De concentratie zout is echter hoger dan de zee door verdamping die plaats vind. De temperatuur van het water kan enorm verschillen en daarom is er maar weinig leven mogelijk in het meer.

Er zijn een paar uitzonderingen zoals plankton, algen, schelpdieren, slakken zeebaars en mul (vissoort). Na even het water in geweest te zijn, maakten we ons klaar om terug te lopen. We zochten een plekje in de baai waar de boot lag aangemeerd en gingen daar nog een tijdje snorkelen. De boot vertrok om 14:30 uur terug naar Zadar.

We waren nu op tijd aan boord en zochten een andere plaatsje dan op de heenweg. Blijkbaar werd ons dat niet in dank afgenomen door de mensen die op de heenreis op deze plek zaten. De blikken zeiden genoeg maar ze zeiden er niets van. Mensen zijn wat dat betreft echt kuddedieren en volgen een zelfde patroon. Wij lekker niet. Na een uurtje begonnen we allemaal wat te doezelen en hadden we geen tijd om ruzie te maken. Ik lag aan de ene kant tegen mamma en Keyro aan de andere kant, arme mamma.

We kwamen exact volgens schema aan in de haven van Zadar. Het was 18:00 uur en we liepen nog even het centrum in voor een paar foto’s te maken. Het weer was een stuk beter dan gisteren. We waren rond 20:00 uur terug in het appartement. Pappa maakte een heerlijke tikka masala met rijst klaar en we genoten ervan.

Eigenlijk wilden we terug gaan naar het centrum om nog twee kunstwerken te bezoeken: de Zonnegroet (glazen tegels die oplichten op basis van zonne-energie) en het zee-orgel (gepeeld door de golven van het water). Echter hadden we alle vier geen puf meer om weer naar het centrum heen en terug te lopen.

 

We bleven in het appartement en smikkelden als toetje van de geitenkaasjes met honing. Achteraf hadden we hier best nog een dag langer door kunnen brengen maar we hadden onze volgende accommodatie al geboekt dus dat ging niet meer. ’s Avonds lagen we weer laat in bed maar we hoeven morgen niet vroeg op dus dat is fijn.

Blejski Vintgar

We werden rond 8:00 uur wakker en hadden de klok bijna rond geslapen. Buiten viel wat miezelregen en we hoopten dat het wat op zou gaan klaren. We begonnen met een lekker ontbijt van broodjes met zalm en komkommer. Ronac had daar niet veel trek in en nam vanille yoghurt. Na het ontbijt bleven we nog even zitten en luisterden we naar “Mamma Appelsap” liedjes. Het zijn liedjes in andere talen, vooral Engelse liedjes, waarin mensen een Nederlandse tekst horen. Je hoort dus andere woorden dan die er eigenlijk zijn. Sommige zijn echt heel leuk en grappig.

We vertrokken rond 9:30 uur met de auto naar de Vintjar kloof (Blejski Vintgar). Het was nog geen tien minuutjes rijden. De parkeerplaats stond bijna vol en er stonden ook een paar touringcars (met bejaarden). Druk was het wel maar dat weet je in het hoogseizoen. Bovendien noemt men dit één van de mooiste kloven die je zeker bezocht moet hebben in Slovenië en daarom zal het ook zo populair zijn.

We parkeerden de auto op de plaats die de parkeerwacht ons aanwees en liepen het stukje naar de kassa aan het begin van de kloof. Het was buiten de kloof al mooi en nadat we bij het loket de kaartjes kochten, konden we verder de kloof in. Veel mensen begonnen aan de wandeling en dat bleek een klein voordeel te zijn. Het pad was vrij smal en je moest wachten om de terugkerende mensen te laten passeren. Gelukkig verspreide de mensenmassa zich een beetje en liepen we niet alleen maar in optocht.

De kloof werd in 1891 bij toeval ontdekt en werd twee jaar later toegankelijk gemaakt voor publiek. De kloof is ongeveer 1,6 kilometer lang en uitgesleten door de Radovna rivier.  Het eerste stuk van de wandeling liepen we over hangende houten vlonderpaden.

Het snelstromende water van de Radovna rivier zorgt voor stroomversnellingen en kleine watervallen. De kleur van het water verschilde, van groen tot turquoise en sterk afhankelijk van de lichtinval. Het water was zeer helder en we konden zelfs vissen zien zwemmen. Ik vond het zo mooi dat ik het allemaal mocht vastleggen met de spiegelreflexcamera van mamma.

Zelfs Ronac die vooraf mopperde dat hij niet wilde wandelen, vond het prachtig. Halverwege konden we tot aan de rivier komen waar allemaal opeengestapelde steentjes lagen.

Pappa en Ronac bouwden er ook een torentje. Op het einde van de kloof kwamen we bij een brug die hoog over de kloof hangt. Hieronder stortte de rivier de Radovna een aantal meters naar beneden met daverend geweld. We werden gewoon nat van de nevel van het opspattende water.

Aan het einde van de kloof kregen we een ijsje en toen liepen we terug. We reden terug naar het appartement voor de lunch. Helaas was de bakker aan het einde van de straat dicht. We besloten om te voet naar het meer van Bled te lopen en daar ergens te lunchen. Het was ongeveer 15 minuten lopen van ons appartement. De lucht was weer aan het dicht trekken en we hoopten dat het droog zou blijven. We hadden een lunch bij een Camping restaurant langs het meer. Ronac en ik hadden een hamburger, pappa had ćevapčići (ook wel ćevapi genoemd) en mamma een maaltijdsalade met kip.

Het eten smaakte goed en nadat de buikjes weer gevuld waren liepen we verder rondom het meer. In het midden van het meer ligt een bosrijk eilandje (Blejski Otok) met een klein kerkje. De geschiedenis van het kerkje: Cerkev Marijinega Vnebovzetja (Maria Hemelvaartskerk) gaat terug tot de negende eeuw. Helaas stond het voor een groot gedeelte in de steigers wegens renovatiewerkzaamheden. Voor de Slovenen is het een populaire plek om te trouwen.

De traditie gaat dat de bruidegom zelf zijn bruid naar boven moet dragen, wel 99 traptreden. Pas dan mag het huwelijk tussen bruid en bruidegom voltrokken worden. We hadden het idee om met een bootje het meer op te gaan en het eiland te bezoeken maar het begon te regenen. We besloten om onze wandeling om het meer af te maken en ergens in het centrum van Bled iets te gaan drinken.

We liepen over vlonderpaden en op paden direct langs het meer. Op de kade zagen we de traditionele Pletna liggen. Het zijn Sloveense gondelboten waarbij de stuurman de boot voortduwt met houten peddels. Af en toe hoorden we hoe de bel van het kerkje op het eiland werd geluid. Toeristen kunnen de wensbel drie keer laten luiden en dan zal de wens die je daar doet, uitkomen.  Hoog boven het meer van Bled zagen we het indrukwekkende kasteel uittorenen.

Het zou stammen uit de 11e eeuw en hiermee de oudste vesting van Slovenië zijn. In het centrum zochten we naar een café of bar waar we wat konden drinken en meteen de WK finale voetbal zouden kunnen kijken. Natuurlijk hadden meer mensen zich dat bedacht en was het moeilijk om een plekje te vinden. Uiteindelijk zijn we bij een theehuis binnen gaan zitten. De finale ging tussen Frankrijk en Kroatië.

 

Iedereen in Slovenië steunde het voetbalelftal van Kroatië. Het duel begon op hoog niveau en Frankrijk kwam op voorsprong door een eigen doelpunt van een Kroaat. Gelukkig stond er na 10 minuten 1-1 op het scorebord. De Fransen kregen een strafschop en maakten er 2-1 van. In de tweede helft werd het 3-1 maar Kroatie gaf niet op. Het werd nog 3-2 maar uiteindelijk wist Frankrijk de finale te winnen met 4-2! Wat een monsterscore!

Tijdens de wedstrijd bestelden we een typisch Sloveens gebakje: Blesjka kremšnita (Bled Cream cake) uit Bled. Het recept werd bedacht door de manager van de banketbakkerij van Hotel Park. Het gebakje is van bladerdeeg met banketbakkersroom en slagroom er tussen en wordt bestrooid met poedersuiker. Het lijkt een beetje op de Nederlandse tompouce en wij vonden het heel lekker maar ook erg machtig.

Op de terugweg naar het appartement begon het hard te regenen. Bij het appartement aangekomen waren we tot op het ondergoed nat geworden. Omdat we laat hadden geluncht en ook nog gebak hadden gegeten, hadden wij geen honger. We keken nog een filmpje en gingen daarna naar bed. Morgen gaat onze reis verder in de richting van Kroatië.

Centraal Europa: Dag 24; Badascony

Het was vanmorgen regenachtig en we maakten een kleine toer met de auto door het achterland van het Balatonmeer. We reden door beschermd natuurgebied en zagen veel wijngaarden op de hellingen van de uitgedoofde vulkanen. In de tijd van het communisme moesten de wijnboeren massawijn produceren voor de eigen bevolking. Na de val van het communisme konden de boeren ook kwaliteitswijn gaan produceren en kon het product verkocht worden in het buitenland. We reden door slapende dorpjes en kwamen langs een oud en vervallen kerkje.

Terug in Badascony gingen we op zoek naar een restaurant voor de lunch. Het dorpje zelf stelde niet veel voor. Er was een mini supermarkt, slager, bakker en ook één restaurant. We namen een tafeltje buiten onder een parasol zodat we droog bleven. Vooraf bestelden we wat augurken en pepers. Als lunchgerecht hadden mamma en ik voor de Hongaarse goulashsoep gekozen, pappa nam een runderbouillon en Ronac had een groentesoep. Het smaakte goed.

In de loop van de middag klaarde het weer op en konden we een waterfiets huren om het Balatonmeer van een andere kant te zien. We hadden veel plezier met de glijbaan die op de waterfiets zat. Na dit uitje speelden we lekker in de zandbak en konden we genieten van een mager zonnetje en een lekkere Magnum. In de avond hadden we een aantal Hongaarse overburen gekregen.

Eén van de kindjes vond het gezellig bij ons en samen speelden we met hem. In de avond hadden we een barbecue met worst, salade en frietjes. De frietjes ging ik in mijn eentje halen bij de snackbar van de camping. Na het eten kregen we gezelschap van de Hongaarse overburen die een praatje kwamen maken en een drankje dronken met pappa en mamma.

Pappa kreeg de hele tijd shotjes van de nationale drank “Unicum”. Een sterke kruidenlikeur die gemaakt wordt van veertig verschillende en zorgvuldig geheimgehouden kruiden en wortels. De overbuurman was dit al vanaf vanmiddag aan het drinken en ging zich steeds vreemder gedragen. Hij had een beetje te veel gedronken en was op een gegeven moment ladderzat. Zijn vriendin nam hem mee terug naar de tent maar hij kon bijna niet meer op zijn benen blijven staan. Rare snuiter deze Hongaar. Ik snap niet wat daar nu zo leuk aan is? Wij gingen ons ook omkleden om naar bed te gaan. Morgen begint onze lange terugreis naar Maastricht.

 

Centraal Europa: Dag 22; Hongaarse Riviera

Met gemengde gevoelens verlieten we het appartement in Boedapest. We hadden echt nog langer willen blijven. We reden vrij snel het centrum uit en kwamen op de snelweg naar het Balatonmeer. De snelweg reed goed door en het was nog geen uur rijden. We reden in de buurt van het meer nog een klein stukje te ver en moesten weer terug draaien.

We stopten onderweg naar onze eindbestemming even bij het rijkste dorp van Hongarije. Het kleine stadje Tihany ligt op een schiereiland aan de noordzijde van het Balatonmeer. Het schiereiland en het dorp hebben dezelfde naam. We reden het dorp binnen via een mooie, lange, smalle weg tussen de populieren. Als snel werd duidelijk hoe populair het dorp was. Alle natuurlijke betaalde parkeerplaatsen stonden vol en het was echt zoeken naar een plaatsje. Uiteindelijk vonden we er eentje en werd al ons klein geld in de parkeermeter gegooid.

We hadden ongeveer anderhalf uur om het dorpje te bezoeken. We liepen in de richting van het centrum. De witte huisjes met strooien daken, druivenranken en paarse lavendel die overal staat, gaf het een romantische sfeer. Het wordt daarom ook wel de Hongaarse Riviera genoemd. Het schiereiland werd in 1952 tot beschermd natuurgebied verklaard. Het eiland is bedekt met vulkaankegels, rotsen, stranden, naaldbomen en lavendelvelden. We vonden bij restaurant Echo een tafeltje met uitzicht over het Balatonmeer.

In de verte zagen we ook de stad Balatonfüred liggen. Wat een mooie locatie om onze lunch te hebben. Pappa nam pasta, mamma risotto met meerval en wij hadden schnitzel met frietjes. Na het lekkere eten liepen we in de richting van het abdij en de abdijkerk. Het is gebouwd in barokstijl en in de crypte ligt Koning András I begraven. Het was de bedoeling om hier een mausoleum te maken voor Hongaarse koningen maar hij is echter de enige Hongaarse koning die er begraven ligt.

Onze parkeertijd zat er veel te snel op en we moesten helaas terug naar de auto om een boete te voorkomen. We vervolgden onze weg langs het Balatonmeer en gingen op zoek naar een leuke, kleinschalige camping. De camping in Badascony voldeed hier aan en ze hadden nog plaatsen beschikbaar.

Terwijl pappa en mamma de tent opzetten, hadden wij al snel de zandbak gevonden. Vanaf nu zouden we twee dagen helemaal niets hoeven te doen. We gaan onze laatste dagen lekker relaxen aan het Balatonmeer. Eindelijk hadden we de tijd om te zwemmen maar het water in het meer vonden wij aan de koude kant. Tegen de avond voetbalden we met twee Nederlandse jongetjes op het grote grasveld.

We aten in de avond bij de snackbar frietjes, broodje hotdog en een shoarmaschotel. Toen het eenmaal donker was kwamen er vele muggen en moesten we lange kleding aan en ons goed inspuiten met muggenspray. De tent hadden we goed dicht gehouden zodat we rustig konden slapen zonder geprikt te worden door de muggen. In de avond koelde het flink af en je merkt dat het al wat later in het seizoen is. We kropen op tijd in onze warme slaapzakken en genoten van een lange nachtrust.

Centraal Europa: Dag 4; Glasblazen en het Lipnomeer

Na het opstaan en aankleden, begonnen we met het afbreken van de tent. Op zich verliep het allemaal redelijk vlot en konden we rond de klok van 09:30 uur vertrekken. Pappa startte de auto en er kwam een alarmmelding in de display te staan. De melding vertelde ons dat er te weinig remvloeistof was en we naar de garage moeten voor controle. Onze eerste reactie was natuurlijk: “het zal toch niet weer hé?”. We werden direct herinnerd aan onze autopech in Noorwegen ook met deze auto. Bovendien heeft de auto een week voor ons vertrek nog een uitgebreide beurt gehad in de garage en dan verwacht je dit dus niet.

 

Voorzichtig gingen we toch rijden naar het dorp Frauenau, zo’n 10 kilometer verderop. We zouden naar een glasblazerij gaan en daar lag ook een tankstation. Hopelijk zouden we hier ook een garage kunnen vinden. Heel voorzichtig reden we over de bochtige weg, af en toe opgeschrikt door de melding die weer door gaf dat we naar de garage moesten gaan. Bij het tankstation hebben we getankt en aan de medewerkster gevraagd of er een garage in de buurt was. De dame was zo vriendelijk om een lokale garage te bellen en te vragen of wij met onze Ford Focus Wagon bij hem terecht konden. Gelukkig was dit geen probleem en ze gaf ons een beknopte route om hem te vinden. Het bleek niet zo makkelijk te zijn. We vroegen het onderweg opnieuw aan een mevrouw en die gaf ons weer een andere route. We reden terug naar het tankstation en vroegen daar om het adres zodat we met de navigatie er heen konden rijden. Wat bleek? De garage lag in dezelfde straat als de glasblazerij. Uiteindelijk vonden we de garage en eigenaar Helmut stond al op ons te wachten. Hij keek even naar de remschijven en opende de motorkap. Het reservoir voor de remvloeistof bleek inderdaad zo goed als leeg te zijn. Hij vulde hem bij en zei dat het geen kwaad kon om met de auto te rijden. Hij vermoedde dat ze bij het onderhoud te weinig of vergeten zijn om het reservoir bij te vullen. Mocht het zijn dat er een lekkage is, kunnen we als de melding verschijnt gewoon remvloeistof kopen en zelf bijvullen. Gelukkig konden we onze reis dus voortzetten.

We reden van de garage zo de parkeerplaats van De Freiherr von Poschinger Glasmanufaktur (glasfabriek) op. Ieder uur werd er een rondleiding gegeven en we moesten nog 40 minuten wachten. We brachten de tijd door in de showroom waar tevens een kleine zitgelegenheid was waar we iets konden drinken. De glasindustrie in het Beierse Woud heeft een eeuwenoude traditie en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de streek. Over de hele wereld is het Boheems glas bekend. In de omgeving worden de grondstoffen (hout en zand) gevonden voor het vervaardigen van glas en kristal. Glasblazen is een oude eeuwenoude ambacht en het is bijzonder om een glasblazer aan het werk te zien. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar gemaakt worden in een oven. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus!

Glasblazen is echt vakmanschap, heel mooi om te zien.

Onze rondleiding begon om 12:00 uur en we werden rondgeleid door Herbert Kammermeier. De glasfabriek Von Poschinger is een familiebedrijf dat al bestaat sinds 1568. De familie behoort tot één van de oudste families van het Beierse Woud. Tijdens de bezichtiging liepen we over een breed pad en we zagen de historische ovenhal, het hart van de fabriek met in het midden de glasoven. Er waren op het moment van bezichtiging drie glasblazers aan het werk. Voor een aantal ontwerpen werken de glasblazers samen omdat het anders te zwaar is. Als eerste moet het glas dik en vloeibaar worden gemaakt. De temperatuur moet hiervoor tussen de 870 en 1040 graden Celsius liggen! Heel erg warm dus en zelfs wij voelden dat!

Het vloeibaar glas wordt met een pijp uit de pot gehaald. Men noemt dit ook wel “keien”. Door de stalenpijp rustig en regelmatig te draaien en erin te blazen, kun je het voorwerp vormen. Door de lucht in de pijp te blazen zal het object ook langzaam groeien naar de gewenste grootte. De techniek van het glasblazen is vrij moeilijk en je hebt veel geduld en aanleg nodig. De glasblazers maken van alles van glazen, schalen tot vazen. Als het in de juiste vorm is geblazen gaat het naar een speciale koelruimte. Na het afkoelen volgt de “finishing touch” en kan het glas eventueel ook nog beschilderd worden. Aan het einde was de mogelijkheid om zelf een poging te wagen om glas te blazen.

Ik mocht ook een prachtig kunstwerk blazen.

Helaas stond er al een rij wachtenden en duurde het wel een half uur totdat wij aan de beurt waren. Ik mocht als eerste een glasbol blazen en zocht de kleur rood en geel hiervoor uit. Herbert gaf mij aanwijzingen hoe ik het moest doen en ik blies een prachtige bol. De kleur zou je pas zien als de bol is afgekoeld. Keyro mocht zelfs twee keer blazen. De eerste keer blies hij zich een ongeluk zonder dat er een bol ontstond. Herbert verontschuldigde zich en zij dat hij het glas niet warm genoeg had verwarmd waardoor het veel moeilijker is om een bol te blazen. De tweede keer ging het veel beter en blies Keyro ook een mooie bol die later de kleuren geel en groen zou hebben.

Het resultaat, twee prachtige glazen en meteen een mooi souvenir.

We moesten nog een tijdje wachten voordat de bol was afgekoeld en we ze goed ingepakt mee konden nemen. We reden via de weg door het Nationaal Park naar de grens met Tsjechië. In het zuiden van Tsjechië aan de grens met Oostenrijk in het Nationale Park Šumava ligt namelijk onze bestemming, het Lipnomeer. Bij de grensovergang kochten we meteen een vignet voor de snelweg, al hadden we het voorlopig nog niet nodig. Mamma zou veel te gestrest naast pappa zitten als we het niet nu kochten. We vervolgden de weg en kwamen uit in het dorp Lipno nad Vltavou. Het dorp ligt op 776 meter hoogte aan de oever van het Lipnomeer. Het meer is een stuwmeer van ongeveer 40 kilometer lang. Het is een kunstmatig aangelegd door de aanleg van een stuwdam. Een stuwdam en stuwmeer kun je voor verschillende dingen aanleggen, bijvoorbeeld voor het opwekken van elektrische energie of als watervoorraad voor irrigatie of drinkwater. Het Lipnomeer werd aangelegd vanwege de problemen die het stadje Český Krumlov ondervond van overstromingen van de Moldau. In 1951 werd bij het dorpje Lipno nad Vltavou begonnen aan de aanleg van de stuwdam en het meer was gereed in 1960.

Aan het Lipnomeer

Lipno nad Vltavou is een echt toeristendorp en in de omgeving vind je heel veel leuke en diverse activiteiten om te ondernemen. Wij reden naar camping Panorama en hoopten daar een overnachtingsplek te vinden. De camping ligt bij het gelijknamige hotel en direct aan de oevers van het meer. Bij de receptie gingen we vragen voor een plek en er waren gelukkig nog verschillende plaatsen beschikbaar. We konden maar twee nachten blijven want vanaf zondag was er geen plaats beschikbaar. Op het naastgelegen terrein waren wel bouwwerkzaamheden gaande voor de aankomende Olympische Spelen. We hadden geen zin om nog langs andere campings te rijden en besloten om hier een plekje te zoeken.

De camping is gelegen op terrassen en daarmee hebben veel plaatsen toch wat uitzicht tussen de bomen door op het Lipnomeer. We vonden een plekje en ik hielp mee met het opzetten van onze tent. Het was hard werken en ik was flink bezweet. Keyro en ik besloten een duik te nemen in het water van het Lipnomeer. Het was gelukkig warm genoeg hiervoor. Tegen de avond liepen we wat langs de straatjes met veel winkeltjes en restaurants. Ondanks dat Tsjechië deel uitmaakt van de Europese Unie zijn zij nog niet overgestapt naar de Euro. We pinden daarom Tsjechische kronen (Czech Koruna). Iets verderop lag een vakantiepark van Landal en dat hoorde je direct aan de hoeveelheid Nederlands wat we hoorden. Bij het haventje vonden we een leuk restaurant waar we konden eten. Keyro en ik namen beiden pasta, mamma had risotto en pappa nam een vleesschotel.

Grappig kunstwerk aan het Liponomeer.

In het zonnetje genoten we van al het lekkers dat op tafel kwam. Jammer dat er de hele tijd wespen rond circuleerden om van onze zoete drankjes mee te kunnen genieten. Na ons eten renden we over de boulevard en lieten we pappa en mamma even lekker rustig zitten. We kregen een ijsje en speelden nog wat bij een kleurrijk kunstwerk in de vorm van een vis. Terug op de camping gingen wij weer terug naar het meer en daar speelden we tot het donker werd. Door het mooie weer konden we nog lang buiten zitten en speelden we een paar kaartspelletjes met zijn allen onder genot van een (alcoholisch) drankje. Onze Oostenrijkse buren hielden een barbecue en hadden te veel worsten. Ze kwam ons vragen of wij er eentje wilden. Keyro zei “nee” maar ik had daar wel zin in. Mamma zocht de ketchup en zo at ik laat op de avond nog een Tsjechische worst. Al met al een zeer gelaagde dag vandaag.

Dag 18; Byglandsfjord; Setesdal

De wekker ging erg vroeg af vanmorgen. We bleven een kwartier langer liggen en stonden rond 7:00 uur op. Keyro werd zoals bijna alle dagen het laatste wakker en stond als laatste op. Alles was al ingepakt in de auto en het wachten was op Keyro. Uiteindelijk reden we om 8:10 uur de camping af en hadden we een rit van totaal 350 kilometer voor de boeg.

Het eerste stuk ging via de E13 in de richting van Odda. De weg liep langs het fjord en op de oevers waren veel fruitboomgaarden te zien. Het gebied is te vergelijken met onze Betuwe. We zagen appel, peren, pruimen –en kersenbomen. Ook werd er langs de weg fruit uit de boomgaarden verkocht. In de stalletjes werden op dit moment voornamelijk kersen verkocht. De kersen waren 50 NOK voor een bakje van 500 gram en eigenlijk een beetje te duur.

In Odda stopten we bij een tankstation voor het vullen van onze 60 liter tank. Hier eindigde ook het fjord en gingen we de bergen weer in. Opnieuw langzaam rijden, maximaal 60 kilomter per uur en veel bochten. We kwamen door verschillende tunnels en langs prachtige meertjes waarin lucht en bergen weerspiegelden. We maakten een korte stop bij de Låtefossen waterval, een tweeling waterval die direct langs de weg lag.

Op een gegeven moment buigen we af naar de E134 richting Røldal en komen we door een bergachtig gebied. In de winter sneeuwzeker en goed om te skiën. Na weer een uur rijden nemen we de afslag naar RV9 in de richting van Hovden. Daar haalden we bij de supermarkt wat broodjes die we later bij een mooie picknickplaats langs de autoweg nuttigen. We hadden vandaag niet alleen een brood (Kanalsbrot) maar ook pizzabroodjes en prinsessenbrot (brood met krenten en room in het midden).

Voor het eerst deze vakantie neemt mamma het stuur van pappa over omdat hij toch wat vermoeid was van het rijden. Voor mamma was het wel even wennen in de auto. Het is tenslotte een automaat en het piepen van de snelheidsoverschrijder maakte haar af en toe woest.

Na een kilometer of honderd nam pappa het stuur weer over voor het laatste gedeelte. In het zuidelijke deel van het Setesdal lag de Neset camping. Het is prachtig gelegen tussen de bergen en direct aan het Byglandsfjord. De camping was groot en er bleken veel Nederlandse gasten te zijn. We checkten in om 15:00 uur en we kregen drie sleutels mee en konden kiezen uit drie kampeerhutten. We namen uiteindelijk de hut met de slaapbank en één stapelbed.

Qua oppervlakte was deze net wat ruimer dan de andere twee hutten. Het enige nadeel was dat deze hut geschakeld zat aan een andere hut en dus niet vrijstaand was. Onze buren bleken oude bekenden te zijn namelijk Esther, Daniel en hun ouders. Zij waren hier een dag eerder gearriveerd. Vanaf het balkon hadden we een mooi zicht over het water en de camping. Terwijl pappa en mamma wat spullen uitlaadden, gingen wij er direct vandoor om de camping te verkennen. Ook hier weer voldoende ruimte en speeltoestellen voor ons. En natuurlijk was er een strand waar we zo het water in konden om te zwemmen. Al snel gingen we terug om onze zwembroeken te vragen.

Pappa en mamma gingen wel mee naar het water want mijn zwemdiploma heb ik natuurlijk nog niet. Keyro zwom met Esther naar een ponton om daar vanaf verhogingen in het water te springen en te duiken. Uiteindelijk nam pappa mij ook zwemmend mee naar het ponton en kon ik er ook en keer vanaf springen. Samen met Esther zwom ik nog een paar keer op en neer. Wat hadden we geluk met dit mooie en warme weer (circa 26 graden).

We maakten nog meer vriendjes Suus van 9 jaar en Jip van 11 jaar. Het was een gezellige kinderbende in het water. ’s Avonds aten we spaghetti met ham en tomatensaus. We aten binnen omdat er buiten veel te veel wespen rond circuleerden. Helaas wisten ze ondanks dat we de deur dicht hadden zich toch een weg naar binnen te vinden. Na het eten vertrokken we weer naar buiten om te spelen langs het water. Keyro en Esther zwommen tot 22:00 uur maar ik bleef lekker aan de kant in het zand. We gingen laat naar bed maar ik had me prima vermaakt vandaag.