Blejski Vintgar

We werden rond 8:00 uur wakker en hadden de klok bijna rond geslapen. Buiten viel wat miezelregen en we hoopten dat het wat op zou gaan klaren. We begonnen met een lekker ontbijt van broodjes met zalm en komkommer. Ronac had daar niet veel trek in en nam vanille yoghurt. Na het ontbijt bleven we nog even zitten en luisterden we naar “Mamma Appelsap” liedjes. Het zijn liedjes in andere talen, vooral Engelse liedjes, waarin mensen een Nederlandse tekst horen. Je hoort dus andere woorden dan die er eigenlijk zijn. Sommige zijn echt heel leuk en grappig.

We vertrokken rond 9:30 uur met de auto naar de Vintjar kloof (Blejski Vintgar). Het was nog geen tien minuutjes rijden. De parkeerplaats stond bijna vol en er stonden ook een paar touringcars (met bejaarden). Druk was het wel maar dat weet je in het hoogseizoen. Bovendien noemt men dit één van de mooiste kloven die je zeker bezocht moet hebben in Slovenië en daarom zal het ook zo populair zijn.

We parkeerden de auto op de plaats die de parkeerwacht ons aanwees en liepen het stukje naar de kassa aan het begin van de kloof. Het was buiten de kloof al mooi en nadat we bij het loket de kaartjes kochten, konden we verder de kloof in. Veel mensen begonnen aan de wandeling en dat bleek een klein voordeel te zijn. Het pad was vrij smal en je moest wachten om de terugkerende mensen te laten passeren. Gelukkig verspreide de mensenmassa zich een beetje en liepen we niet alleen maar in optocht.

De kloof werd in 1891 bij toeval ontdekt en werd twee jaar later toegankelijk gemaakt voor publiek. De kloof is ongeveer 1,6 kilometer lang en uitgesleten door de Radovna rivier.  Het eerste stuk van de wandeling liepen we over hangende houten vlonderpaden.

Het snelstromende water van de Radovna rivier zorgt voor stroomversnellingen en kleine watervallen. De kleur van het water verschilde, van groen tot turquoise en sterk afhankelijk van de lichtinval. Het water was zeer helder en we konden zelfs vissen zien zwemmen. Ik vond het zo mooi dat ik het allemaal mocht vastleggen met de spiegelreflexcamera van mamma.

Zelfs Ronac die vooraf mopperde dat hij niet wilde wandelen, vond het prachtig. Halverwege konden we tot aan de rivier komen waar allemaal opeengestapelde steentjes lagen.

Pappa en Ronac bouwden er ook een torentje. Op het einde van de kloof kwamen we bij een brug die hoog over de kloof hangt. Hieronder stortte de rivier de Radovna een aantal meters naar beneden met daverend geweld. We werden gewoon nat van de nevel van het opspattende water.

Aan het einde van de kloof kregen we een ijsje en toen liepen we terug. We reden terug naar het appartement voor de lunch. Helaas was de bakker aan het einde van de straat dicht. We besloten om te voet naar het meer van Bled te lopen en daar ergens te lunchen. Het was ongeveer 15 minuten lopen van ons appartement. De lucht was weer aan het dicht trekken en we hoopten dat het droog zou blijven. We hadden een lunch bij een Camping restaurant langs het meer. Ronac en ik hadden een hamburger, pappa had ćevapčići (ook wel ćevapi genoemd) en mamma een maaltijdsalade met kip.

Het eten smaakte goed en nadat de buikjes weer gevuld waren liepen we verder rondom het meer. In het midden van het meer ligt een bosrijk eilandje (Blejski Otok) met een klein kerkje. De geschiedenis van het kerkje: Cerkev Marijinega Vnebovzetja (Maria Hemelvaartskerk) gaat terug tot de negende eeuw. Helaas stond het voor een groot gedeelte in de steigers wegens renovatiewerkzaamheden. Voor de Slovenen is het een populaire plek om te trouwen.

De traditie gaat dat de bruidegom zelf zijn bruid naar boven moet dragen, wel 99 traptreden. Pas dan mag het huwelijk tussen bruid en bruidegom voltrokken worden. We hadden het idee om met een bootje het meer op te gaan en het eiland te bezoeken maar het begon te regenen. We besloten om onze wandeling om het meer af te maken en ergens in het centrum van Bled iets te gaan drinken.

We liepen over vlonderpaden en op paden direct langs het meer. Op de kade zagen we de traditionele Pletna liggen. Het zijn Sloveense gondelboten waarbij de stuurman de boot voortduwt met houten peddels. Af en toe hoorden we hoe de bel van het kerkje op het eiland werd geluid. Toeristen kunnen de wensbel drie keer laten luiden en dan zal de wens die je daar doet, uitkomen.  Hoog boven het meer van Bled zagen we het indrukwekkende kasteel uittorenen.

Het zou stammen uit de 11e eeuw en hiermee de oudste vesting van Slovenië zijn. In het centrum zochten we naar een café of bar waar we wat konden drinken en meteen de WK finale voetbal zouden kunnen kijken. Natuurlijk hadden meer mensen zich dat bedacht en was het moeilijk om een plekje te vinden. Uiteindelijk zijn we bij een theehuis binnen gaan zitten. De finale ging tussen Frankrijk en Kroatië.

 

Iedereen in Slovenië steunde het voetbalelftal van Kroatië. Het duel begon op hoog niveau en Frankrijk kwam op voorsprong door een eigen doelpunt van een Kroaat. Gelukkig stond er na 10 minuten 1-1 op het scorebord. De Fransen kregen een strafschop en maakten er 2-1 van. In de tweede helft werd het 3-1 maar Kroatie gaf niet op. Het werd nog 3-2 maar uiteindelijk wist Frankrijk de finale te winnen met 4-2! Wat een monsterscore!

Tijdens de wedstrijd bestelden we een typisch Sloveens gebakje: Blesjka kremšnita (Bled Cream cake) uit Bled. Het recept werd bedacht door de manager van de banketbakkerij van Hotel Park. Het gebakje is van bladerdeeg met banketbakkersroom en slagroom er tussen en wordt bestrooid met poedersuiker. Het lijkt een beetje op de Nederlandse tompouce en wij vonden het heel lekker maar ook erg machtig.

Op de terugweg naar het appartement begon het hard te regenen. Bij het appartement aangekomen waren we tot op het ondergoed nat geworden. Omdat we laat hadden geluncht en ook nog gebak hadden gegeten, hadden wij geen honger. We keken nog een filmpje en gingen daarna naar bed. Morgen gaat onze reis verder in de richting van Kroatië.

Todgha kloof

Na het ontbijt verlaten we de Dadès kloof en gaan we op weg naar de bekende Todgha kloof (Todrakloof). Volgens de boeken zou dit gebied het hoogtepunt van het Atlasgebergte moeten zijn. Het eerste stuk was de doorgaande weg en vanaf het dorp Tinghir namen we de afslag naar de spectaculaire 15 kilometer lange kloof. We maakten een korte stop bij een uitzichtpunt over een oase, kashba en de bergen. Hier stonden veel verkopers en al snel werden we in berberstijl aangekleed.

We wilden doeken kopen die we in de woestijn zouden kunnen dragen. De onderhandelingen verliepen moeizaam. We kochten uiteindelijk toch vier doeken maar betaalden toch net te veel hiervoor. We reden verder en volgden de weg en rivier het steeds smaller wordende ravijn in. Het viel ons op hoe toeristisch het hier is. Bij de kloof betaalden we “entree” 5 MAD om de weg te mogen vervolgen. Het was superdruk. Overal stonden bussen geparkeerd en toeristen liepen als kippen zonder kop over de weg zonder te kijken. We reden eerst de kloof door draaiden de auto en zochten een parkeerplek.

Op sommige plaatsen was een parkeerverbod maar daar leek niemand zich iets van aan te trekken. We vonden een plekje en liepen het ravijn in. Het was erg fris zelfs met onze vestjes aan. De mooiste plaats was de reusachtige spleet met aan de ene de Oued Todra (rivier) en aan de andere kant de weg. Op dit punt zijn de 300 meter hoge bergwanden nog maar 10 meter van elkaar verwijderd. Je moest je hoofd in je nek leggen om dit wonder van Moeder Natuur op je in te laten werken. De kloof is ontstaan door de rivier de Todgha en de naburige rivieren die zich in de kalksteen hebben uitgesneden.

Uiteindelijk lopen we na niet al te lange tijd weer terug naar de auto. We verlaten de kloof rond het middaguur en gingen op weg naar Ksar El Khorbat in het dorp Tinejdad. Onze accommodatie voor vannacht bevindt zich in de oude ksar. Onderweg zien we langs de kant wilde dromedarissen lopen en het landschap wordt kaler en droger. De rit verliep voorspoedig en we arriveerden rond 13:00 uur bij de accommodatie. In het dorp was het nog even zoeken omdat onze navigatie het liet afweten en ons rondjes liet rijden.

El Khorbat is gelegen in de Ferkla Oase niet ver van het centrum van Tinejdad. De ksar werd in 1860 gebouwd en wordt nog steeds bewoond. In de ksar zijn een aantal huizen ingericht als verblijfplaats voor toeristen. We krijgen een kopje thee aangeboden en konden daarna naar onze kamer. De ksar is volledig opgebouwd uit aangestampte leem en binnen is het heerlijk koel. De kamer is donker maar qua sfeer fantastisch. Het feit dat we in een echte ksar logeren tussen de lokale bevolking maakte het extra speciaal. We zetten de bagage op de kamer en gaan terug naar de mooie groene tuin waar we konden lunchen.

Pappa en mamma bestellen briouts (bladerdeeghapje) en wij namen beiden de sandwich tuna. Na de lunch konden we relaxen in het zwembad. Het was bewolkt en ook hier ging ik alleen het zwembad in. Ronac vond het veel te koud. Tussendoor gingen pappa en mamma nog een stukje wandelen door de ksar en vingen zij een glimp op van het lokale leven. Het complex bestaat uit een hoofdsteeg en een aantal zijstegen.

De stegen zijn overdekt doordat de huizen eroverheen gebouwd zijn. Hier is het dan ook erg koel. Op sommige plaatsen valt het zonlicht door de steegjes en dit zorgt voor een prachtig lichteffect. De palmoase bleek ook weer droog en dor te zijn net zoals in Skoura. Het was heerlijk toeven in El Khorbat en we deden niet veel meer dan zwemmen, spelletjes en relaxen. ’s Avonds aten we in het restaurant.  Mamma had tajine met köfte (gehaktballetjes), pappa grillspies met kip en wij hadden spaghetti bolognese.

Toen het donker was gingen we terug naar de kamer. Het was gemakkelijk om in slaap te vallen want de kamer was donker en liet nergens licht door.

De Dadès vallei

Het was vandaag moeilijk om wakker te worden en op te staan. Uiteindelijk zaten we om 8:45 uur aan het ontbijt. We zouden om 9:30 uur starten met de wandeling. Het was nog koud maar het zonnetje begon al aardig te schijnen.

Onze gids heet Olaiyd en we hadden hem gisteren en vandaag al aan het werk gezien in het hotel. Hij vroeg ons wat geduld te hebben en even te wachten. We gingen naar buiten en genoten vanaf het terras van het uitzicht. Wat een verschil was met gisteren.

Om 10:00 uur kwam Olaiyd zich verontschuldigen dat onze lunch nog gemaakt moest worden en we nog niet konden vertrekken. Uiteindelijk was alle klaar en konden we gaan. We liepen een klein stukje langs de weg en sloegen daarna af de wadi (vallei) in.

We liepen langs de rivierbedding die vol met stenen ligt en er stroomt water doorheen.  We liepen langs akkers waar graan (gerst, tarwe), wortelen, kool en aardappelen verbouwd worden. Ook staan er veel palmbomen, amandelbomen en vijgenbomen. Veelal voor lokaal gebruik. We kwamen door slaperige berberdorpjes en langs stoffige ingestorte kashba’s. Zomaar ineens stonden we voor de kleurige rode bergen en vreemd uitziende rotspartijen. Hier loopt een smal bergpad de bergen in.

De tocht bestaat uit drie delen. Het eerste deel was vrij gemakkelijk lopen maar al snel werd het smaller en we moesten we flink gaan klimmen. Dit is dus het tweede deel. Op sommige stukken moeten we ons zien te redden op de bijna verticale rotsen. Met kleine pasjes liepen we over smalle richeltjes en trokken we ons omhoog aan de rotsen om de weg te vervolgen. Sommige stukken waren weer smal en waren we bang dat mamma kwam vast te zitten.

Voor hele dikke mensen is deze route niet aan te bevelen. We kwamen ook twee karkassen van berggeiten tegen die in de winter door het water in de kloof waren verdronken. Olaiyd steekt ons vaak een helpende hand uit maar de meeste tijd loop en klim ik als eerste naar boven. Het laatste stuk naar het plateau was een flinke klim en ging bijna steil omhoog. Olaiyd vertelde ons om rustig aan te doen en heel voorzichtig te zijn.

Ik ondervond geen problemen en stond als eerste boven. Leuk om mamma en Keyro zo te zien zwoegen. Het plateau is grauw en dor en er staan alleen maar rotsplanten en struiken.

We moeten nog een stukje lopen totdat we bij een berberwoning komen. De woning is uitgehakt in de rotsen. We worden door de familie (moeder met drie kinderen) uitgenodigd om binnen te komen kijken. Het is niet groot en best donker. De moeder en dochter verzorgen een kop thee.

Nu niet alleen met mint maar er bleek ook verse tijm aan toegevoegd te zijn. Naast de grot is nog een kleine ruimte waar het vee gestald staat. Er liep een ezel, een jonge geit en een kip. De jonge kinderen keken verlegen naar ons.

De dochter was bescheiden en verlegen maar ondanks at zeer geïnteresseerd in foto’s die we konden laten zien op de display van onze spiegelreflexcamera. De terugweg gaat bergaf en is een stuk gemakkelijker te lopen.

We komen weer uit in de groene vallei maar gaan nog niet terug. We lunchen op een vlak stuk met gras langs de rivier. Het broodje met kip, paprika en uien was het wachten wel waard geweest. Het was veel en er was ook nog banaan en sinaasappel.

De zon scheen behoorlijk fel en het werd aardig warm. We lopen nog een stuk tot we uitkomen bij een plek waar de rivier flink stroomt. We houden een rustpauze bij het water.

Ik was al aardig moe en er werd besloten om terug te lopen naar het hotel. We steken de (op deze plek) flink stromende rivier over. Geen stevige brug maar een smalle boomstam. Het grootste gedeelte van de terugweg lopen we langs de openbare weg.

Goed opletten want sommige auto’s scheurden toch nog best hard langs. Mamma nam me de laatste paar honderd meter op haar rug, super lief.

We waren rond 16:00 uur terug en verlangden naar een lekkere douche. Helaas viel dat tegen en werd het water niet warm. We spoelden ons snel schoon en droogden ons snel weer af. We deden het verder rustig aan. In de avond aten we weer bij het hotel. Helaas werd er exact hetzelfde eten geserveerd als gisteren. Na het eten waren we moe en gingen we direct slapen. Morgen rijden we verder naar nog een kloof in het Atlasgebergte en wel de bekende Todgha (Todra) kloof.