Take One

We sliepen uit tot 8:30 uur en pakten de laatste spullen nog in. We hadden voordat we vertrokken nog een lekker ontbijt bij het zwembad. De eigenaar kwam nog vragen of alles naar wens was en wilde Ronac wel daar houden.

In ruil voor een paar dromedarissen kon het wel besproken worden, zei pappa. Uiteindelijk ging Ronac natuurlijk gewoon met ons mee

We reden door Ouarzazate, een vrij nieuwe stad die in 1928 werd opgebouwd vanuit het niets. Het was een garnizoensstad om te fungeren voor het Franse vreemdelingenlegioen. De stad diende om het grensgebied van de Sahara en de opstandige Berbervolken in de gaten te houden. Tegenwoordig is de stad vooral bekend om de grootste filmstudio ter wereld, de Atlas Studios. De stad wordt ook wel het “Hollywood van Marokko” genoemd. Er is een nieuw en een oud studiocomplex.

Het oude complex is toegankelijk gemaakt en het is een soort van museum. Wij bezochten het oude complex en zagen verschillende decors die gebuikt waren voor bekende films. Hier werden onder andere films als Gladiator, Jewel of the Nile, Kundun, Passion of Christ, Ben Hur, Asterix & Obelix, Kindom of Heaven en vrij recent de film Babel en serie Game of Thrones. Het was verbazingwekkend hoe de decors zijn opgebouwd.

Veel is van piepschuim en wordt met de hand beschilderd zodat het er echt uitziet. Achter het decor staan houten constructies die het decor omhoog houden. Ongelofelijk, zo waren we in een Chinese tempel en niet veel later weer in een Griekse tempel of bij de piramides.

We tilden met gemak een reuze rotsblok en Ronac was voor even een farao. Leuk om de wereld van de filmindustrie eens van een andere kant te bekijken. Na de filmstudio reden we weer richting de Tizi ’n Tichka. We namen een andere route dan de eerste keer. Eeuwen lang trokken de “Blauwe mannen” uit de woestijn (de Touaregs) via deze karavaanroute met hun kamelen en handelswaar de woestijn door. Slaven, goud, zout, thee, suiker enzovoort werden meegenomen dwars door de onmetelijke Sahara om in verschillende handelscentra van eigenaar te verwisselen.

Eén van de belangrijkste handelsroutes liep vanuit Timboektoe (Mali) via Zagora, de Dra-vallei, de vallei van Ounila en Marrakech naar Essaouira. We kwamen door Aït Ben Haddou waar het nu een stuk drukker was. Het was een vrij rustige maar goede weg en er was veel te zien que gesteente, valleien, dorpjes en uitzichten.

We kwamen langs de ruïnes van kasbah Tamdaght en langs het dorp Telouet. De weg werd steeds slechter en op een aantal plaatsen waren ze de weg ook aan het herstellen. Soms vroegen we ons wel af of het de juiste route was en we goed reden. Ronac werd weer misselijk en we stopten op sommige plaatsen om te genieten van al het moois. Vooral het contrast tussen het droge rood-oranje landschap en het uitbundige groen langs de oevers van rivier was opmerkelijk.

Hier en daar zagen we vrouwen die hun was doen en te drogen legden op de rotsen. De route was uiteindelijk wel een uur of anderhalf uur langer dan die op de heenweg. Net voor het hoogste punt draaiden we de doorgaande weg weer op. Ook hier veel wegwerkzaamheden dus echt opschieten deed het niet. Uiteindelijk arriveerden we rond de klok van 16:30 uur bij Palais Ghiat.

Het hotel is gelegen tussen de akkers bij één van de voorsteden van Marrakesh. We belden aan bij de dichte poort maar er werd niet opgedaan. We probeerden rond te rijden maar dat lukte niet. We draaiden om en keerden terug en toen ging het hek ineens wel open? We checkten in en kregen thee en cake op het terras.Het hotel had een mooie tuin en een zwembad. Er liep een pauw rond die af en toe zijn veren showde en later kwam er ook een puppy aanlopen.

Ronac was helemaal verliefd op het kleine hondje. Ik ging even zwemmen in het zwembad, lekker verfrissend. In de omgeving was niets te doen dus aten we bij het hotel.

Het eten viel een beetje tegen. De kiptajine was niet echt mals en na het eten werd de tafel ook niet afgeruimd. We speelden nog wat spelletje smet de kaarten en gingen daarna naar bed.

Oasis du Fint

We deden vandaag rustig aan en hadden niet echt iets op het programma staan. We bleven wat langer in bed liggen en zaten pas om 10:00 uur aan het ontbijt. Op aanraden van de eigenaar maakten we een uitstapje naar de oase van Fint. Het ligt op slechts 12 kilometer van Ouarzazate.

Een deel van de weg er naar toe is geasfalteerd maar dan verandert de omgeving en rijden we door een soort van maanlandschap. Het is een steenwoestijn en de weg bestaat uit grind. We zien een enkele auto maar verder alleen maar een droog en dor landschap en veel stenen. Zomaar ineens doemt de oase voor ons op. Een groene zee van palmbomen met een paar dorpjes en een rivier.

De oase ligt tussen de bergen van de hoge Atlas en de anti Atlas.  We reden de berg af naar beneden voor een bezoek aan de oase. Vlak voor de oase probeerden mannetjes ons te ronselen om de auto te parkeren met de reden dat we met de auto niet verder mochten rijden. We trapten er niet in en reden verder. Een tiental meter hetzelfde verhaal. Iedereen wilde onze gids zijn et cetera. We reden uiteindelijk achter iemand aan die ons leidde naar de parkeerplaats die ook op onze navigatie stond.

Net voor we de parking opreden, kwam er een vrouw met ezel langs. Er was eigenlijk geen ruimte voor haar om te passeren maar ze duwde haar ezel gewoon door. We horen een schurend geluid langs de auto. De takken die op de ezel gebonden waren, krasten in onze auto, ai, ai. Nou ja, we konden er nu niets meer aan doen en zouden het wel horen als we de auto moeten inleveren.

We gaven de jongen aan dat we zelf een rondje wilden lopen en dat respecteerde hij. De oase is nog niet zo heel lang bewoond en degenen die er wonen, zijn vooral voormalige slaven uit het zuiden. Het grootste deel van de oase is nog authentiek en heerlijk rustig. Toch hebben de laatste jaren ook de touringcars hun weg gevonden naar deze prachtige plek. Vandaag was het nog niet druk en we liepen door de oase met zijn akkers, boomgaarden en palmen.

Bij de rivier waren vrouwen de was aan het doen en kinderen waren aan het voetballen. We bleven even staan kijken bij alle bezigheden en liepen toen verder. Aan de overkant van de rivier lag een kleinschalig hotel. Vanaf het terras had je een prachtig uitzicht over de omgeving. We liepen terug naar de auto en besloten om in het restaurant nog wat te drinken. We kregen pindanootjes en een heel groot brood dat gebakken was in de traditionele oven.

We hadden niet veel honger maar namen uit beleefdheid toch allemaal een stukje. We kregen gezelschap van een lieve poes en een Italiaans stel met hun gids. De eigenaar kwam er ook bij zitten en we hadden wat leuke gesprekken. Toen we ons drinken op hadden, besloten we om verder te gaan. Onze volgende stop was het Cinema museum en de Taourirt kashba ten oosten van de stad Ouarzazate.

Het was niet ver rijden en we vonden direct een parkeerplek. We brachten een bezoekje aan het Cinema Museum. Het was best leuk om hier even rond te wandelen. We zagen foto’s, ornamenten, kleding en decorstukken die voor films zijn gebruikt. Ook was er een zaal met oude filmapparatuur. Het was jammer dat het ontbrak aan uitleg.

Nergens stond iets bij dus we hadden geen idee in welke films de rekwisieten waren gebruikt. Na het museum staken we de weg over naar de Taourirt kashba. Het dorp werd in de 13e eeuw gesticht en rond 1920 werd een grote vesting gebouwd op de overblijfselen van het oude fort. In de jaren 90 werd jet met hulp van UNESCO gerestaureerd. We liepen eerst om de kashba met zijn hoge kantelen en versierde gevels heen.

De kashba werd als decor gebruikt bij het draaien van meerdere films zoals ‘Jewel of the Nile’ en ‘Lawrence of Arabia’. We besloten om geen tour te doen en liepen zelf door het openbare gedeelte met de wirwar van straatjes. Een verkoper van tapijten wees ons een hotel waar we vanaf het dakterras een geweldig uitzicht hadden. De eigenaar was een Fransman en zeer vriendelijk. Het hotel was echt een pareltje.

Na ons tochtje door de straatjes waren we toe aan iets verfrissends. We wilden een ijsje halen. De eerste verkoper kon de sleutel van zijn diepvries niet vinden dus liepen we naar de tweede en kochten daar een lekker ijsje. Na de verfrissing liepen we terig naar de auto. We gaven de beveiliger een paar dirham en reden terug naar Dar Farhana.

Hier besteedden we onze vrije tijd lekker aan het zwembad en op het dakterras. ’s Avonds was het opnieuw genieten van het heerlijke eten dat door het personeel van Dar Farhana werd klaar gemaakt. De tajine was toch weer anders dan we hem elders hadden gehad. We lagen wat later in bed maar hebben morgen dan ook weer een rustige dag.

Todgha kloof

Na het ontbijt verlaten we de Dadès kloof en gaan we op weg naar de bekende Todgha kloof (Todrakloof). Volgens de boeken zou dit gebied het hoogtepunt van het Atlasgebergte moeten zijn. Het eerste stuk was de doorgaande weg en vanaf het dorp Tinghir namen we de afslag naar de spectaculaire 15 kilometer lange kloof. We maakten een korte stop bij een uitzichtpunt over een oase, kashba en de bergen. Hier stonden veel verkopers en al snel werden we in berberstijl aangekleed.

We wilden doeken kopen die we in de woestijn zouden kunnen dragen. De onderhandelingen verliepen moeizaam. We kochten uiteindelijk toch vier doeken maar betaalden toch net te veel hiervoor. We reden verder en volgden de weg en rivier het steeds smaller wordende ravijn in. Het viel ons op hoe toeristisch het hier is. Bij de kloof betaalden we “entree” 5 MAD om de weg te mogen vervolgen. Het was superdruk. Overal stonden bussen geparkeerd en toeristen liepen als kippen zonder kop over de weg zonder te kijken. We reden eerst de kloof door draaiden de auto en zochten een parkeerplek.

Op sommige plaatsen was een parkeerverbod maar daar leek niemand zich iets van aan te trekken. We vonden een plekje en liepen het ravijn in. Het was erg fris zelfs met onze vestjes aan. De mooiste plaats was de reusachtige spleet met aan de ene de Oued Todra (rivier) en aan de andere kant de weg. Op dit punt zijn de 300 meter hoge bergwanden nog maar 10 meter van elkaar verwijderd. Je moest je hoofd in je nek leggen om dit wonder van Moeder Natuur op je in te laten werken. De kloof is ontstaan door de rivier de Todgha en de naburige rivieren die zich in de kalksteen hebben uitgesneden.

Uiteindelijk lopen we na niet al te lange tijd weer terug naar de auto. We verlaten de kloof rond het middaguur en gingen op weg naar Ksar El Khorbat in het dorp Tinejdad. Onze accommodatie voor vannacht bevindt zich in de oude ksar. Onderweg zien we langs de kant wilde dromedarissen lopen en het landschap wordt kaler en droger. De rit verliep voorspoedig en we arriveerden rond 13:00 uur bij de accommodatie. In het dorp was het nog even zoeken omdat onze navigatie het liet afweten en ons rondjes liet rijden.

El Khorbat is gelegen in de Ferkla Oase niet ver van het centrum van Tinejdad. De ksar werd in 1860 gebouwd en wordt nog steeds bewoond. In de ksar zijn een aantal huizen ingericht als verblijfplaats voor toeristen. We krijgen een kopje thee aangeboden en konden daarna naar onze kamer. De ksar is volledig opgebouwd uit aangestampte leem en binnen is het heerlijk koel. De kamer is donker maar qua sfeer fantastisch. Het feit dat we in een echte ksar logeren tussen de lokale bevolking maakte het extra speciaal. We zetten de bagage op de kamer en gaan terug naar de mooie groene tuin waar we konden lunchen.

Pappa en mamma bestellen briouts (bladerdeeghapje) en wij namen beiden de sandwich tuna. Na de lunch konden we relaxen in het zwembad. Het was bewolkt en ook hier ging ik alleen het zwembad in. Ronac vond het veel te koud. Tussendoor gingen pappa en mamma nog een stukje wandelen door de ksar en vingen zij een glimp op van het lokale leven. Het complex bestaat uit een hoofdsteeg en een aantal zijstegen.

De stegen zijn overdekt doordat de huizen eroverheen gebouwd zijn. Hier is het dan ook erg koel. Op sommige plaatsen valt het zonlicht door de steegjes en dit zorgt voor een prachtig lichteffect. De palmoase bleek ook weer droog en dor te zijn net zoals in Skoura. Het was heerlijk toeven in El Khorbat en we deden niet veel meer dan zwemmen, spelletjes en relaxen. ’s Avonds aten we in het restaurant.  Mamma had tajine met köfte (gehaktballetjes), pappa grillspies met kip en wij hadden spaghetti bolognese.

Toen het donker was gingen we terug naar de kamer. Het was gemakkelijk om in slaap te vallen want de kamer was donker en liet nergens licht door.