Centraal Europa: Dag 12; Kikkers zoeken in de Lage Tatra

We kwamen de ochtend langzaam op gang want het regende behoorlijk. Het was niet echt weer voor een uitgebreide wandeling in de bergen. We speelden in de motregen een beetje met de leuke hond van onze buren. De hond vond het geweldig om achter de grote stok aan te rennen. Om 11:00 uur liepen we naar restaurant Koliba Bystrina voor een kop koffie en thee. De sfeer in het restaurant is gezellig en er hangen veel attributen die je in de lokale berghutten ook tegen kunt komen. We speelden een paar potjes kaart en bestelden daarna iets te eten.

Mamma probeerde Kofola, een frisdrank die in Tsjechië en Slowakije geproduceerd wordt. Het werd in de tijd dat Tsjechoslowakije nog communistisch was geproduceerd als vervanger van de Westerse cola’s. Het belangrijkste ingrediënt is een zoetzure siroop Kofo genaamd. In de siroop zitten 14 natuurlijke ingrediënten zoals appen, kersen, kruiden, suiker en karamel.

Ondanks dat na 1989 de Westerse cola’s weer verkocht mochten worden, bleef het drankje erg populair onder de bevolking. Het smaakte lekker en het bevat ook nog eens veel minder suiker en cafeïne dan gewone cola. Mamma was op de “uitprobeer”- toer en bestelde als lunchgerecht de Slowaakse zuurkoolsoep “kapustnica”. De soep bevat gekookte zuurkool, gerookte worst, gedroogde paddenstoelen, pruimen en zure room. Pappa had halušky met bryndza en spek, Keyro had goulash met knedliky en ik had wat frietjes.

In de middag besloten we om ondanks de regen een klein stukje te gaan wandelen. We reden naar het dorp Jasná, gelegen op 1236 meter hoogte aan het einde van het 16 kilometer lange dal. In dit gebied bevonden wij ons in het toeristisch middelpunt van de Lage Tatra. De hellingen van de berg Chopok worden tot de beste skiterreinen van het land gerekend.

In dit gedeelte staan dan ook veel appartementencomplexen en hotels. Ook zijn ze nog volop bezig met het bouwen van nieuwe complexen. We deden de regenponcho’s aan en vertrokken voor een korte wandeling rondom het Vrbické pleso (bergmeertje). Het gebied waar we doorheen liepen was zeer bosrijk. Al snel zagen we overal kleine baby kikkers springen. Ik vond het leuk om ze te vangen en op mijn hand te laten zitten.

We zagen niet alleen veel eenden en kikkers maar ook waren er veel soorten paddenstoelen. Het leek al een beetje herfst zoveel vonden we er. We maakten nog een tweede korte wandeling naar een uitzichttoren. Langs dit pad stonden vooral veel struiken met bosbessen en frambozen. Al hingen er hier lang niet zoveel bosbessen en frambozen aan dan tijdens onze wandeling in Zuid Duitsland.

Aan het einde kwamen we uit bij de uitkijktoren. Door de dichte nevel was er natuurlijk niet veel te zien. Bij de uitkijktoren maakte mamma een aparte “lichaam zonder hoofd” foto van pappa. Super sjiek vond ik dat. Met zijn drieën probeerden pappa, Keyro en ik het nog een keer na te doen maar het lukte minder goed dan die met pappa alleen erop. Na de wandelingen liepen we nog even rond bij de stoeltjeslift die naar de berg Chopok gaat. Hier was ook een kleine kinderspeelplaats waar we even wat konden klimmen en klauteren. Later op de middag kwamen we weer terug op de camping.

De andere kampeerders op ons stuk hadden hun tenten opgebroken en waren vertrokken. Onze tent stond dus moederziel alleen op het grasveld. We bleven een tijdje muziek luisteren in de auto en de keiharde rock van Guns N’ Roses knalde uit de boxen. In de avond hadden we ervoor gekozen om voor de laatste keer te gaan eten bij Koliba Bystrina. Opnieuw aten we er heerlijk en het is wat ons betreft wel een echte aanrader als je in Demänovská Dolina verblijft. Keyro en ik hadden een Wienerschnitzel, mamma een champignons en kip ragout en pappa een vleesspies. In de avond maakten we ons alvast klaar voor ons vertrek van morgen. We willen een beetje op tijd vertrekken om naar Strbske Pleso te gaan.

Centraal Europa: Dag 11; Demänovská Dolina

Onze reisroute ging vandaag helaas alweer verder. We verlieten de Nizne Kamence camping redelijk vroeg. We reden door naar het hart van Slowakije. Het was minder dan twee uur rijden naar het Demänovská Dolina (Demänovská dal) en het meeste oponthoud hadden we bij de stad Ružomberok. We reden naar Kemping Bystrina aan het begin van het dal in het dorp Demänova.


Keyro las meerdere boeken van de Gladiator uit deze vakantie.

De camping had twee grote ronde kampeervelden met zicht op de Vysoké Tatry (Hoge Tatra). We reden als eerste naar het hoger gelegen gedeelte, een vrij kaal gedeelte. Er stonden daar ook al aardig wat tenten. Op het iets lager gelegen gedeelte stond maar één eenzame tent. Wij reden daar naar toe en vonden een mooi plaatsje tussen de dennenbomen. De tent werd opgezet en daarna gingen we een hapje eten bij restaurant Koliba Bystrina dat op hetzelfde terrein ligt als de camping en het hotel.


Dumplings en  halušky

Er werden vier gerechten besteld: germknödel, dumplings met fruit, halušky met bryndza en spek en goulash. Toen het eenmaal op tafel stond werd er wat met de gerechten geschoven omdat iedereen iets anders wilde eten dan hij/zij besteld had. Het restaurant heeft veel streekgerechten op de kaart staan en de bediening draagt de nationale klederdracht . Het eten was goed maar te porties wat te groot voor de lunch.

‘s Middags brachten we een bezoek aan de Demänovská ijsgrot. Om bij de grot te komen moesten we eerst betaald parkeren, vrij hoge prijzen voor Slowakije, op een nabijgelegen parkeerterrein. We trokken een lange broek en fleecevest aan want in de grot zou het tussen de 0,4°C en 3,0°C zijn. We moesten eerst ongeveer 25 minuten bergopwaarts in een mooi bos wandelen om bij de ingang van de grot te komen.


De schitterende omgeving van Demänovská Dolina

In de middag zijn er drie rondleidingen en we hadden de eerste net gemist. We moesten bijna een uur wachten. We kochten de kaartjes en kregen een velletje papier met uitleg in het Engels. De tour was helaas alleen in het Slowaaks. Er werd ook duidelijk vermeld dat foto’s maken verboden was of je moest een toeslag van 10 euro betalen. Wij hebben de toeslag niet betaald en maakten geen foto’s.


Impressie van de ijsloze ijsgrot.

Het viel ons heel erg op dat de prijzen hier veel hoger liggen dan in de rest van Slowakije. Alles in deze regio is toeristisch en men wilt vooral veel geld aan toeristen verdienen. De tour duurde ongeveer een half uur. De grot is 1.750 meter lang en bestaat uit drie verdiepingen. We zagen veel stalagmieten en stalactieten. In de grot werden ook botten aangetroffen van de grotbeer. In de achttiende eeuw werden de botten vaak aangezien voor botten van draken.

Op de plek waar normaal ijsvlakten, ijsstalactieten en stalagmieten te zien zouden moeten zijn, zagen wij nu alleen maar grond. Er werd ons duidelijk gemaakt dat het niet de juiste tijd van het jaar was en er afgelopen winter te weinig ijs aangroei is geweest. Voor ons allemaal een beetje een teleurstellend bezoek aan een ijsgrot die gewoon een grot bleek te zijn. Wat ons betreft mag je het geen ijsgrot noemen of maak er van te voren melding van.

Op de terugweg gingen we op zoek naar een supermarkt om boodschappen te doen voor een barbecue. De supermarkt was klein en de keuze beperkt. Het werden verschillende soorten Klobása (worst) en een simpele salade. Terwijl pappa en mamma de barbecue voorbereiden legde ik mij lekker in de zon en las ik mijn spannende boek “Gladiator”. Het eten was weer een succes. In de avond begon het te regenen en gingen we vroeg onze tent in om een boek te lezen en een potje te kaarten.


Worst, worst en worst op de barbecue

Centraal Europa: Dag 10; Naar de bergtop Veľký Kriváň

We wilden vandaag naar het hoogste bergtop van bergketen Malá Fatra namelijk de Velký Krivaň. We reden door het mooie Vrátnadal (Vrátna Dolina) naar het dorp Vrátna. We kochten kaartjes voor de gondel die ons naar 1524 meter hoge Snilovské sedlo bracht. Boven lag een restaurant en was er een panoramisch uitzicht over de omgeving.


Na een goed ontbijt op stap voor hopelijk een mooie hike.

Het Fatra-gebergte bestaat uit twee bergketens: Malá (klein) en Velká (groot) Fatra en wordt doorsneden door de rivier de Váh. Het is wel zo dat de Malá Fatra het hoogste gebergte is van de twee. Zoals we gisteren ook al gezien hadden werden door bergstromen ravijnen uitgeslepen in de rotsachtige bodem. De lagere gedeelten van de bergen zijn dichtbegroeid met naaldbomen. Het gebied is tevens het leefgebied van lynxen en bruine beren. We volgden in optocht de rode route naar de Veľký Kriváň.

De wandeling naar de top duurde circa drie kwartier. We hoefden maar een hoogteverschil van slechts 200 meter te overbruggen tot aan de top. We liepen door bergweiden die in het verleden door grazende schapen zijn ontstaan. Door de vele bloemen, watervallen en beekjes doet het gebied schilderachtig aan. De 1709 meter hoge top van de Veľký Kriváň was in nevel gehuld toen we boven kwamen.

We bleven een tijdje op de kale bergtop van de Veľký Kriváň om te genieten van de weidse vergezichten. De terugweg naar beneden ging een stuk sneller. Grappig was wel dat wij als één van de weinigen op sandalen liepen. Iedereen was super sportief uitgerust met wandelkleding, wandelschoenen, wandelstokken en zo voort. Maar met onze sandalen liepen wij prima hoor!

Bij het restaurant aten we een verfrissend ijsje voordat we met de lift terug naar beneden gingen. Net voordat we de gondel in wilden stappen viel er een oudere man uit en die kwam klem te zitten tussen de deur en de vloer. Mamma hielp mee om de man er tussen uit te krijgen en pappa zorgde ervoor dat de liftbediende de gondel stil zette. Gelukkig mankeerde de man niets en kon hij zelf niet veel later weer verder gaan. Het duurde wel even voordat de lift weer volledig opgestart was en wij konden instappen.

Onze tweede activiteit die we wilden doen was raften op de rivier de Váh. We hadden een folder gekregen maar daar stond geen adres maar alleen een plaats op vermeld. We begonnen te rijden in de hoop dat we in het dorp bewegwijzering zouden zien. Helaas vonden we dit net en reden we verder naar het plaatsje Strečno.

Hier zou je op een vlot van houten boomstammen een tocht kunnen maken over de rivier de Váh. Ook hier konden we het niet direct vinden en moesten we het een aantal keer gaan vragen. Uiteindelijk kwamen we toch bij het bedrijf dat deze tochten verzorgde. We moesten ongeveer een half uur wachten. Met een busje werden we naar een punt ongeveer 10 kilometer buiten Strečno gebracht. We deelden het vlot met twee andere Slowaakse families. Het vlot werd bestuurd door twee mannen waarvan de ene wel verdacht veel op de beroemde voetballer Lionel Messi leek.

De uitleg onderweg werd gegeven (uiteraard) in het Slowaaks. Wij moesten het doen met een goed gedetailleerd informatieblad in het Engels. Het water van de rivier stroomde redelijk hard en het vlot gleed gemakkelijk door het water. De Váh is een zijrivier van de Donau en de langste rivier van Slowakije. De rivier is ontstaan uit samenvloeing van twee rivieren en de lengte bedraagt 403 km.

Direct aan de rivier de Váh liggen twee burchten tegenover elkaar. Beide kastelen dateren uit de 14e eeuw. Als eerste zagen we op de rechter over van de Váh de burchtruíne Starý hrad (kasteel). Niet veel later zagen we hoog op een steile rots het Strečno Hrad boven het landschap uit torenen. In het verleden lag de vesting aan een belangrijke handelsroute door de Waagvallei. In 1678 werd het bouwwerk en is het onbewoond gebleven en tot een ruïne vervallen.

Uiteindelijk werd de ruïne gerestaureerd en is er een museum over de geschiedenis van het kasteel en de nationale Slowaakse opstand ondergebracht. Na het passeren van het kasteel waren we vrij snel bij het eindpunt van de één uur durende tocht over de rivier. Op de terugweg naar Belá stopten we bij de Country Saloon voor ons diner. Het was wat vroeg maar we hadden onze lunch overgeslagen vandaag.

We beginnen zoals de Slowaken dat ook vaak doen met een soep. We hadden knoflooksoep, kippensoep en goulashsoep. Als hoofdgerecht hadden we rundergoulash met knedliky (gestoomd brood), een Mexicaanse schotel en twee pasta’s. Het eten werd erg snel na elkaar geserveerd en wij vonden het allemaal een beetje tegenvallen. Het eten was niet echt warm en leek opgewarmd te zijn. Jammer want tot nu toe hebben we overal lekker gegeten. Op de camping deden we nog een raar dansje voor de tent, speelden we voetbal en gingen we zelf bij de kleine campingwinkel chips en een suikerspin halen. Het was een prachtige dag vandaag.

Centraal Europa: Dag 9; Wandeling Velký Rozsutec

Voor vandaag stond er een wandeling op het programma in het Nationaal Park Malá Fatra. Met de auto reden we naar Hotel Diery nabij het dorp Biely Potok. Hier vandaan vertrekken veel wandelingen het Malá Fatra gebied in. Het Nationaal Park Malá Fatra behoort al jarenlang tot de drukst bezochte plaatsen. Het zou ook één van de mooiste berggebieden van het land zijn.

We parkeerden (betaald) onze auto en maakten aan de hand van de plattegrond een keuze welke wandeling we wilden gaan maken. Het werd de blauwe route in de richting van de op 1344 meter hoogte gelegen Veľký Rozsutec. De wandeling is een vrij populaire dagtocht en in het begin liepen we af en toe in optocht over het wandelpad. In het begin liepen we door het beekdal op een wandelpad met bruggetjes en trappetjes.

Ronac struikelde al vrij snel doordat er iemand in de weg stond en schaafde zijn hele knie open op het grindpad. Bij het kruispunt van Podžiar aangekomen namen wij de blauwe route rechtdoor en veel mensen volgden een kortere route linksaf. Het werd al snel een stuk rustiger om te lopen.

De route kreeg wel steeds meer uitdaging en het pad ging over de rotsen en af en toe moesten we bij steile stukken een ketting vast houden. De wandelroute volgde de rivier Dierový potok. Het rots massief, de kloven en de ravijnen werden afgewisseld met dennenbossen en watervalletjes.

We kwamen langs waterval Horné Diery naar de bergpas Sedlo Miedzirozsutce. Het laatste stuk naar de Sedlo Miedzirozsutce was flink zweten en de vermoeidheid van het naar boven lopen en klimmen en klauteren sloeg toe. We rustten lange tijd uit en genoten van het uitzicht. In dit gebied leefde Juraj Jánošík. Deze opstandeling, strijder en rover was een soort Robin Hood en is een nationale held van Slowakije. De verhalen van deze volksheld leven nog steeds voort in literatuur, opera’s en musicals.

Pappa besloot om alleen het laatste stuk naar de Veľký Rozsutec te lopen en mamma en wij zouden aan de terugweg beginnen. Het eerste stuk was lastig door een stuk bos dat tegen de steile bergwand van de Veľký Rozsutec was gelegen. Het was glad en modderig en met angst om niet naar beneden te glijden, wist mamma ons één voor één veilig verder te loodsen. Wij waren op sommige momenten toch wel wat angstig.

Na ongeveer een half uur gelopen te hebben, zagen we pappa alweer aan komen. Hij haalde ons in en met zijn vieren liepen we verder. Het laatste gedeelte van de wandeling was vrij vlak en we eindigden bij Hotel Diery.

We hadden honger gekregen en zochten een tafel bij restaurant Terchovská Koliba Diery. Ronac nam een pannenkoek met fruit, pappa en mamma een schotel met diverse Slowaakse specialiteiten (o.a. halušky, bryndza en worst ) en ik een schnitzel met spek en gebakken aardappelen. Op de camping speelden we nog voetbal en in de speeltuin. We eindigden de dag met een ijsje en vielen in slaap bij de gitaar spelende buurman.

Centraal Europa: Dag 8; Malá Fatra

We verlieten de camping rond de klok van 09:30 uur. Het was maar 20 kilometer rijden naar de grens van Slowakije. De officiële naam van Slowakije is Slovenská Republika. Het land is gelegen in het hart van Europa. In 1992 werd besloten om de Republiek Tsjecho-Slowakije op te splitsen. Het Tsjechische deel en het Slowaakse deel hadden onderling te veel meningsverschillen. In januari 1993 werd Slowakije een zelfstandige staat. Slowakije maakt sinds 2004 deel uit van de Europese Unie. Vanaf 2009 wordt er met de Euro betaald. Slowakije was na Slovenië het tweede voormalige Oostblokland dat de Euro invoerde.

Het land strekt zich voornamelijk uit tussen de langgerekte bergen van de Karpaten en de op één na grootste rivier van Europa: de Donau. Slowakije bestaat voor meer dan 30% uit bergen en uitgestrekte bossen en dat zagen we direct toen we de grens gepasseerd hadden. De ene bocht na de andere volgden elkaar op. Net na de grensovergang kochten we een elektronisch snelwegvignet zodat we ook hier van de snelwegen gebruik zouden kunnen maken.

We reden naar het nationaal Park Malá Fatra (kleine fatra) dat in het noordwesten van Slowakije ligt. Het middelpunt van deze regio is het dorp Terchová. Wij hadden een camping gevonden in Belá, gelegen op enkele kilometers van Terchová. We waren nog voor de middag bij Camping Nizne Kamence en er was gelukkig nog plaats om onze tent op te zetten. Het is een gemoedelijke camping met bungalows en kampeerplaatsen. De camping is geheel nieuw en geopend in de zomer van 2007 en werd aangelegd met geld van de Europese Unie. Aan de kentekens van de auto’s konden we zien dat er mensen stonden uit allerlei landen.

Na het opzetten van de tent konden we gaan spelen op de camping. Wij wilden niet weg en dat hoefde gelukkig ook niet. Op de camping was genoeg te doen en we hoefden ons niet te vervelen. Er was een speeltuin, een voetbalveld, kantine en zelfs een klein zwembad. ‘S avonds reden we met de auto naar Terchová om iets te eten. We vonden een tafel bij restaurant Kultúrny dom. De typische Slowaakse keuken is een calorierijke en zware keuken. Het is een mix van de Hongaarse, Oostenrijkse, Tsjechische en Boheemse keuken. Vanuit de traditie wordt er veel varkensvlees, aardappelen, groenten (vooral zuurkool) en melkproducten gebruikt. Wij bestelden pasta en een salade.

Pappa en mamma bestelden het nationale gerecht: “Bryndzové halušky”. Het is een gerecht van aardappelballetjes met bryndza (verse schapenkaas) en spek. Iedere regio heeft zijn eigen versie van dit gerecht. Wij kennen de halušky als de uit Italië afkomstige gnocchi. Het eten smaakte super en toen we het op hadden konden we nog even op de stoep bij het restaurant spelen. Terug op de camping hadden wat buren een kampvuur gemaakt. De oudere, alleenstaande motorrijder van een paar tenten verderop, had zijn gitaar en microfoon uitgehaald en zat Slowaakse liederen te zingen. Erg gezellig maar zo voor ons onmogelijk om in slaap te komen. We waren dan ook blij dat hij er om 22:00 uur, op verzoek van de campingvoorschriften, er mee op hield.

Centraal Europa: Dag 2; Wandeling rondom Spiegelau


Ontbijten naast onze tent.

Wat heb ik de eerste nacht lekker geslapen in onze tent. Voor pappa was het een slechte nacht en zijn rugpijn werd alleen maar erger. We deden het rustig aan en haalden broodjes bij de receptie voor het ontbijt. Aan de campingtafel, voor onze tent, aten we de broodjes op. We besloten om vandaag niet al te veel te doen vanwege pappa’s rugpijn. Bij onze camping komen twee wandelroutes langs: het konijn en het zwijntje. Op de kaart zagen we dat de konijnenwandelroute in totaal vier kilometer was en naar het dorp Spiegelau ging.


Wij volgden deze route naar het dorp. Onderweg stonden bosbesstruiken, frambozenstruiken en aalbesstruiken. Mamma en ik plukten er vrolijk op los en stopten alles rechtstreeks in onze mond. Verser dan dit kan niet en natuurlijk zitten de vruchten boordevol vitamientjes. Gezond en ook nog verantwoord snoepen dus! De omgeving hier aan de voet van het Bohemer Woud is prachtig. Het gebergte in het Bohemer Woud is zo’n 200 kilometer lang en tussen de 500 en 1500 meter hoog.

Lekker snoepen van alle lekkere besjes in het bos.

De Šumavabergketen is bedekt met het grootste bos van Centraal Europa. Het bos bestaat vooral uit aangeplante sparren die zich helemaal aan het gebied hebben aangepast ook aan harde wind. De letterlijke vertaling van Šumava is “ruisen”. De langste rivier (440 kilometer) van Tsjechië, de Moldau (Tsjechisch: Vltava), ontspringt in het Bohemer Woud. Sneller dan verwacht, liepen we het dorp binnen. Het dorp zelf heeft weinig uitstraling en ligt wat onsamenhangend bij elkaar.

Het begon even licht te regenen en we besloten om te lunchen bij Gasthof Genosko. Wij namen het kindermenu. Met nieuwe energie besloten we een stukje van de wandeling naar de Steinklamm te lopen. We volgden de afbeelding van het  lieveheersbeestje en al snel kwamen we in een mooi bos met rotsen en een riviertje. Het pad was oneffen en we moesten soms klimmen en klauteren. Het landschap was zeer gevarieerd, afwisselend bos met loof- en naaldbomen maar ook met open stukken. We stopten een tijdje bij een droog liggend stuk naast het riviertje.


We klommen op de hoge rotsen maar ik kon mijn voeten niet droog houden. Ik was wat uit balans en stapte met één van mijn voet recht in het water. Het werd dus soppen in mijn schoen maar dat hinderde mij niet. We liepen de route rond en besloten toen terug richting de camping te lopen. Het begon licht te regenen en we hielden er flink de pas in. We volgden de zwijntjesroute want die kwam bij de camping langs.


Wat we echter te laat in de gaten kregen was dat we niet tegen de klok in liepen (camping 2 kilometer) maar met de klok mee (camping nog 10 kilometer). We liepen dus de lange route en het begon ook nog harder te regenen. We stopten in een klein gehuchtje voor een ijsje en een drankje en hoopten dat het daarna weer droog zou worden. Het ijsje dat we hadden besteld, was enorm groot en met moeite kregen we het op.


Helaas was het na de rustpauze alleen nog maar harder gaan regenen. We liepen de regen in en probeerden met behulp van de telefoon met Here Maps een snellere route te vinden. Eenmaal terug op de camping bleek dat we in totaal dik 16 kilometer hadden gelopen. En we zouden het rustig aan doen vandaag, ahum. Snel trokken we alle natte kleding uit en gingen we douchen. Vanwege de regen konden we buiten weinig doen en vermaakten we ons in de tent met een filmpje kijken op de tablet en het lezen van een boek.

De “Dep”

Centraal Europa: Dag 1; Reis naar het Boheems Woud

De wekker ging om 06:30 uur af en we stonden direct op. De zomervakantie gaat nu echt beginnen. Onze reis gaat dit jaar naar Centraal Europa. Met de auto zullen wij verschillende landen gaan doorkruisen zoals Duitsland, Tsjechië, Slowakije en Hongarije. We hebben vooraf geen accommodaties geboekt dus de gehele route ligt nog open. Het is de bedoeling de meeste tijd door te brengen in Slowakije en Hongarije. Onze eerste stop zouden we maken in de Zuid-Bohemen in Duitsland. Het was ongeveer 7 tot 8 uur rijden naar onze bestemming in de buurt van de plaats Spiegelau.


Het Bohemerwoud ligt langs de grenzen van Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië. Aan de Duitse kant heet het ook wel het Beierse Woud, in Oostenrijk het Böhmerwald en in Tsjechië Šumava. De reis verliep voorspoedig al waren er wel enorm veel wegwerkzaamheden. We arriveerden rond een uur of vier bij camping Am Nationalpark. De camping ligt midden in het bos en wordt gerund door de familie Heidner. Wij, als kampeeranalfabeten, vonden het allemaal wel een beetje spannend. Alles is tenslotte nieuw voor ons.


Al snel hoorden we dat we zelf het plekje uit konden zoeken waar we de tent op wilden zetten. Er was plek genoeg en we vonden een mooie redelijk vlakke plaats met water en elektriciteit. Pappa had tijdens de reis last van zijn rug gekregen en kon moeilijk op of neer.


Samen met Ronac en mamma zette ik grotendeels de tent op. Van de tent opzetten, hadden we honger gekregen. We wilden naar het dorpje rijden om wat te gaan eten. Maar wat bleek: op de camping was ook een restaurant en we hoefden dus niet ver te gaan. Er werden curryworsten en grill-tellers besteld. Het smaakte goed. Na het eten maakten we ons klaar om naar bed te gaan. Het koelde in de avond aardig af en het regende heel eventjes. Wel gezellig als je zo met zijn vieren in de tent ligt en je hoort het druppelen op het tentdoek. Al snel waren Ronac en ik in dromenland.


En uiteraard aten we in Zuid-Duitsland een heerlijke curry-würst