Terug naar de bewoonde wereld (dag 12)

Ondanks alle tarantula’s in en om ons huisje sliepen we vannacht heerlijk. Het was onze laatste ochtend in Awarradam. We aten ons ontbijt en pakten onze spullen weer in voor vertrek. We hadden tijd over en keken naar het personeel dat langs de waterkant de kleding wasten en afwas deden. Ook werden de etensresten en vuil in de rivier gegooid. Niet echt smakelijk als je bedenkt dat men zich in het zelfde rivier water ook wast en ons douche water er ook uit werd gepompt.


Vaarwel Awarradam, het was een geweldige ervaring!

Keyro en ik gingen nog op de foto met Sensi want we hadden hem in ons hart gesloten.Het was voor hem in het begin ook even wennen twee kinderen in de groep. Maar toen hij ons begon te kennen, hebben we veel met hem gelachen. We vertrokken om 11:00 uur met de boot naar het vliegveldje van Kajana. Onderweg kregen we een hoosbui over ons heen. We kregen plastic zeilen over ons heen maar deze hielden niet al het water tegen en we waren toch nog aardig doorweekt toen we bij het vliegveld aankwamen. We moesten nog een tijdje wachten maar gelukkig begon de zon weer te schijnen en konden we ons op laten drogen.

We kregen gezelschap van een paar kinderen die ons steeds over de armen en haren wilden aaien. Onze gladde steile haren waren vooral favoriet bij de meisjes. We sloten vriendschap en speelden ook nog met elkaar op een tractor die naast de landingsbaan stond. Uiteindelijk landde het vliegtuigje dat vanuit Pallumeu was vertrokken. We zagen Rob en Janny die we tijdens de Warappakreek tour hadden leren kennen en maakten even een praatje. De spullen werden in het vliegtuig geladen en we vertrokken met dezelfde piloot als op de heenweg terug naar Paramaribo. Er was veel meer bewolking dan op de heenweg en we zagen niet zo veel. Ik deed mijn ogen eventjes dicht en deed een hazeslaapje. Na nog geen uur landden we weer op het vliegveld Zorg en Hoop in Paramaribo.


In heel Suriname kun je echt heerlijk eten. Wat gaan we dat missen als we weer thuis zijn.

Reginald stond ons op te wachten en maakte een praatje met Sensi die ook met ons mee terug was gevlogen. Ze kenden elkaar van de opleiding tot gids en hebben ook diverse expedities samen gemaakt. Zo zie je maar weer hoe klein de wereld kan zijn. We lieten ons door Reginald afzetten bij Superhap voor een verlate lunch. We bestelden deze keer gebakken noodles, saoto ajam en kokoskip met sopropo, een bittere groente sopropo. Van eethuis Superhap liepen we terug naar appartement Martinus waar Reginald onze bagage al had neergezet. We werden enthousiast verwelkomt door Charda van de receptie en zij gaf ons de sleutel van onze kamer. De grote rugzakken stonden al klaar voor ons. We pakten niet te veel uit want we blijven maar voor één nachtje in het appartement.

Pappa ging even met Reginald pinnen bij het wisselkantoor zodat we onze tour voor de komende twee dagen konden betalen. Mamma ging lekker met ons naar het zwembad. We doken op tijd ons bed in want de afgelopen dagen zijn toch wel inspannend geweest en hebben veel indruk op ons allemaal gemaakt.

De Saramaccaners (dag 11)

Na het ontbijt vertrokken we rond de klok van 10:00 uur met de korjaal naar een kostgrondje in de buurt. De kapitein en bootsman Made brachten ons er binnen 15 minuten naar toe. Een kostgrondje wordt bij ons in Nederland ook wel volkstuin of moestuin genoemd. Wij bezocht het kostgrondje van familie van Sensi. De vrouw van wie het kostgrondje was is al ver boven de 70 jaar en was er zelf niet.  Ze wist wel dat we zouden komen om haar kostgrondje te bekijken.
Voordat we bij het kostgrondje aankwamen moesten we eerst door de ingang. De ingang bestond uit een poort met palmbladeren en een kleine offerplaats. In het binnenland zijn de mensen erg bijgelovig en geloven ze in geesten. Door de palmbladeren bij de ingang van dorp, huis of kostgrond op te hangen houden ze de geesten buiten blijven. Geesten zweven namelijk door de lucht en kunnen niet bukken.  Op het kleine altaar kunnen verschillende dingen zoals voedsel, water etc. worden geofferd om de geesten gunstig te stemmen. We liepen door de poort naar de open ruimte waar verschillende huisjes staan. Vervolgens kwamen we aan bij het kostgrondje zelf.

De mannen kappen in het oerwoud een stuk grond kaal en daarop werden dan groenten en fruit verbouwd voor eigen gebruik. De vrouwen werkten met name op de kostgrondjes en deden daar veelal het zware werk. De mannen gingen jagen en deden lichter werk zoals het vlechten van manden bijvoorbeeld. Op de kostgrondjes werd van alles door elkaar heen verbouwd. We zagen dat hier o.a. cassavewortel, okra, rijst, kruiden, ananas, kousenband en bananen verbouwd werd. Na een paar jaar zal de grond niet meer vruchtbaar zijn en wordt er een ander deel gebruikt. De cassave wordt veel verbouwd op de kostgrondjes omdat hij gemakkelijk groeit en zeer voedzaam is. Ook kun je deze aardvrucht lang bewaren. Er worden platte broden van gemaakt die op open vuur op een speciale platte plaat wordt gebakken. Daarna worden ze te drogen gelegd in de zon en kunnen ze enkele jaren bewaard worden.


Spelen met de kindertjes uit het dorp, wat een vechtersbazen zeg!

De rijst was net van het land gehaald en lag te drogen in bosjes bij elkaar. We zagen ook nog de zaden waarin saffraan zit, aan een boom hingen cacaobonen, een kruidje roer me niet en citroengras. Ik bleef de hele tijd speuren naar nieuw citroengras want dat vond ik zo lekker ruiken. Uiteindelijk vond ik nog wat citroengras op een andere plek en spotte ook een mooie sprinkhaan. We gingen met de boot terug naar Awarradam voor de lunch en een paar uurtjes relaxen.

We vertrokken om 15:00 uur met de korjaal naar de dorpen in de buurt. In het Langu gebied liggen 7 dorpen en Kajana is hier het grootste van. In totaal wonen er circa 850 inwoners verdeeld over de 7 dorpen. Wij zouden 3 van deze dorpen bezoeken Begoon, Ligorio en Kajana. De bewoners zijn de Saramaccanen, ook wel marron of bosnegers genoemd. Men spreekt hier voornamelijk het Saramaccaans. We zagen de toegangspoort, een offerplaats en kris kras door elkaar huisjes staan. Sommige huisjes zijn verlaten omdat de bewoners naar de stad zijn vertrokken.

 

We liepen van dorp naar dorp en zagen wat vrouwen aan het werk. Zowas er een kleine Saramaccaanse vrouw palmnoten aan het pletten voor de palmolie. In de noten zit soms ook een witte worm, de meelworm. Sensi vroeg wie er een wilde proberen en pappa en Zoey boden zich meteen aan. Ze staken de meelworm levend en wel in hun mond en na een beetje kauwen werd de worm doorgeslikt. Ronac en ik riepen allebei tegelijk: “ik wil ook”. Ronac was echt beledigd Sensi uitlegde dat jonge kinderen beter nog geen meelwormen kunnen eten. We snapten er niets van want pappa had er net toch ook een opgegeten?

In Ligorio bleven we even bij een school staan waar vooral les gegeven werd door vrijwilligers. Twee vrijwilligers, een Nederlandse en een Amerikaan waren net bezig om de school te versieren met een mooie zelfgemaakte wereldkaart. Ook stopten we bij een vrouw die broodjes aan het bakken was in een openluchtoven. Bij haar zat een vriendin met een baby van 9 maanden oud. Het schattige mannetje heette Clarence en hij keek ons met grote ogen aan. Natuurlijk kon mamma het niet laten om hem even op te tillen en te knuffelen.


Keyro vraagt uitleg over het openen van nootjes.

Uiteindelijk kwamen we uit in het dorp Kajana, waar aan de overkant van de rivier ook het vliegveld is. We kregen even tijd voor onszelf bij het toeristenoord Kosindo. Als snel verscheen er een horde met lokale kinderen en liepen Ronac en ik met de donkere kindjes te rennen op het grasveld. Mamma begon foto’s te maken en alle kinderen wilden wel poseren voor de camera, zo spontaan.

Na een tijdje gingen we naar een gemeenschappelijke ruimte waar we een voorstelling kregen van traditionele zang en dans van de Saramaccaanse vrouwen en meisjes uit het dorp. De vrouwen waren kleurig gekleed en velen hadden gevlochten traditionele kapsels. Natuurlijk werden ook wij uitgenodigd om bij verschillende dansen mee te doen en dat vonden Ronac en ik wel erg leuk. Iedere zang en dans had een bepaalde betekenis die Sensi ons vertelde na afloop.

Voorafgaande aan een van de dansen was Ronac gaan zitten op een stoel die was klaar gezet voor deze dans. Er werd wat heen en weer gepraat en toen werdRonac gepromoveerd tot dorpshoofd die verleid zou worden door een jong meisje. De dans begon rustig en Ronac vond het allemaal wel prima. Toen het meisje voor hem met de heupen en billen ging schudden werd het hem wat te veel. Hij stond op van de stoel en rende hard weg. Iedereen moest lachen en had de grootste lol. De dans werd nog een keer vertolkt maar nu nam onze doofstomme bootsjongen Kaje de plaats in op de stoel. Hij genoot met volle teugen van de wiegende heupen van het meisje en danste de hele avond mee  op de trillingen van de muziek.

Tijdens het optreden was het hard gaan regen en konden we niet vertrekken met de korjaal. We bleven wachtten tot de regenbui minder was en trokken onze poncho’s aan. Het was ondertussen al rond 21:30 uur en het was pikdonker geworden. Met mijn poncho aan en zaklamp op mijn hoofd stapte ik in de korjaal en hoopte maar dat er niet nog zo’n regenbui zou volgen. Het was ongelofelijk knap hoe de kapitein en bootsman de korjaal door het donker veilig naar ons resort terug loodsten.

Ons eten stond al een lange tijd klaar en we vielen meteen aan. Het varkensvlees met rijst en groente smaakte ook nu het wat kouder was geworden nog prima. Eenmaal terug op de kamer werden we verrast door een verstopte gast. Pappa wilde een luier voor Ronac pakken uit de kast en had in plaats van een luier bijna een mega spin van circa 12 centimeter in zijn handen.  Even schrikken dus. Pappa en mamma twijfelden even wat ze moesten doen enbesloten om toch maar naar Sensi te gaan en om advies te vragen. Moesten ze hem wel of niet niet laten zitten? Hoe giftig was hij?

Pappa en ik haalde Sensi en mamma maakte natuurlijk wat foto’s van deze grote behaarde spin. Sensi bevestigde dat het een soort tarantula, een vogelspin was. Deze soort was niet giftig maar had op zijn lijf haartjes die hij kan afschieten als hij in gevaar is. Die haartjes kunnen irritatie geven aan slijmvliezen van bijvoorbeeld de ogen of luchtwegen. Het zou irritatie, zwelling en jeuk geven en klachten kunnen wekenlang aanhouden. Hoewel vogelspinnen meestal proberen te vluchten bij gevaar bestond er toch de mogelijkheid dat als hij in het nauw zit hij die haartjes af zou schieten. Volgens Sensi was het beter om hem dood te maken en geen risico te nemen vooral vanwege het effect dat het kan hebben op kinderen. Gewapend met een klerenhanger maakte Sensi dus een einde aan het leven van deze tarantula. Ronac en ik vonden het allemaal maar erg spannend en Ronac bleef maar praten over de “taatula” zoals hij de spin noemde.

Door de opwinding sliepen we dus niet voor 00:00 uur maar ja dat hoort er ook een beetje bij. Terwijl Ronac, mamma en ik in bed lagen, rookte pappa nog een sigarettje op het balkon. Een keer raden wat hij daar in de nok van het dak zag zitten? Nog een tarantula maar deze hebben we fijn in leven gelaten.

Junglewandeling en sula’s (dag 10)

Vannacht was het flink gaan regenen en dat hield aan tot het begin van de ochtend. Rond 6:30 uur was er een thermoskan warm water voor koffie en thee en een pot met koekjes voor de deur gezet. Voor de vroege vogels onder ons. Wij sliepen echter tot 7:00 uur uit en pappa en mamma maakten ons wakker om op tijd bij het ontbijt te zijn. Bij het ontbijt waren pannenkoeken, broodjes, eieren en overheerlijke grove pindakaas.

Na het ontbijt werden we om 10:00 uur met de boot naar het vaste land aan de overkant gebracht.  We gingen een wandeling maken door het primaire deel van het oerwoud. Sensi werd bijgestaan door de lokale gids meneer Ardanki van 72 jaar oud.


Gids Sensi wist alles te vertellen over planten en vruchten in de jungle.

De temperatuur en de luchtvochtigheid liepen op en al snel begonnen we te zweten. We hadden pas een paar meter gelopen of we zagen geel met blauwe gifkikkertjes en de bullet-ant. De bullet-ant is een grote mier die flink kan prikken. Ze wonen voornamelijk onder de grond bij de voet van een boomstam. Ze klopten op de stam met een machete en de boze mieren kropen hun holletjes uit. Als je geprikt wordt door de bullet-ant kun je onwel worden en heb je 24 uur helse pijn. Meneer Ardanki gaf aan Sensi door Keyro en ik goed uit de buurt van die mieren moesten blijven omdat hij niet precies wist wat het effect van de steek met kinderen zou doen.

Sensi en meneer Ardanki wisten veel over insecten en vooral planten te vertellen. We kwamen erachter dat als je alleen en onwetend door de jungle zou lopen je overlevingskansen klein zijn. We zagen de zogenaamde “telefoonboom”, een reusachtige boom waar als je tegen de wortel slaat met een stok of machete, een enorme klank vanaf kwam. De klank hoor je kilometers ver en zo kunnen redders je eventueel komen zoeken. We zagen lianen waar je water uit kon halen tegen de dorst, geneeskrachtige planten waar we de naam van zijn vergeten, bomen waar olie uit komt die je kunt gebruiken om een fakkel te maken, de monkeybrush om haren mee te kammen en nog veel meer om allemaal op te noemen.


Zwemmen bij de stroomversnellingen.

Halverwege de tocht hielden we een korte rustpauze en kregen we lekker fruit te eten. We begonnen met de passievrucht of ook wel markoesa genoemd in Suriname. In Europa zie je meestal de paarse passievrucht maar hier in Suriname hadden ze een gele variant. De vrucht was eivormig en een beetje taai. Sensi deed ons voor hoe we de vrucht het makkelijkste openmaakten zodat we hem konden eten. Binnenin de passievrucht zaten een soort van geleiachtige bolletjes met eetbaar pitje in slijmerig vruchtvlees. Het lijkt misschien niet zo lekker maar het is overheerlijk. De volgende vrucht waar we kennis mee maken was de grootste citrusvrucht op aarde, de pompelmoes (pomelo). De schil was een beetje groen geel en dik. Sensi sneed de vrucht open en toen moesten de taaie vliezen rondom het vruchtvlees nog verwijderd worden. De smaak van het roze vruchtvlees was zoetzuur en toch een tikkeltje bitter.

Na deze fruitproef sessie gingen we weer op pad en kwamen we uiteindelijk weer uit bij de rivier. De korjaal lag al te wachten op ons en zette ons aan de overkant bij het eco-resort weer af. We hadden even de tijd om wat spulletjes te pakken en weer te vertrekken. We voeren met de korjaal naar “Peti” om daar de middag door te brengen. De lunch was meegenomen en konden we daar nuttigen. Het was een overheerlijke pom met rijst en kousenband.

Na het eten konden we zwemmen, wegdrijven in de sula’s (stroomversnellingen) en in de hangmatten liggen. Het was een heerlijke middag op dit prachtige stukje aarde. Rond de klok van 17:00 uur gingen we weer terug naar Awarradam. Keyro en ik kropen aan de bar en hadden een gesprek met barvrouw Samelia die een heerlijke aanstekelijke lach had die je over het hele terrein kon horen.

Ik nam ook nog een kijkje in de keuken bij Sofie die voor ons het avondeten aan het bereiden was. Om 19:00 uur werd er een heerlijk pasta met rundvleesschotel op tafel gezet. De vrouwen hier weten wel hoe ze moeten koken.

Vandaag ging pappa met onsterug naar het huisje en bleef mamma om te kijken naar de diapresentatie over de Saramacanen en te luisteren naar de verhalen van Sensi. Ze vond het ongelofelijk hoe deze man kan vertellen. Hij vertelde zijn verhalen met veel persoonlijk “touch”. Hij is echt een man die tussen twee culturen in zit, de Westerse cultuur en de traditionele Saramacaanse cultuur. Tegen 23:00 uur was mamma pas terug in het huisje waar haar mannen al heerlijk in dromenland lagen.

Awarradam in het binnenland (dag 9)

Na een dikke week gingen we appartementen Martinus verlaten voor een vierdaagse trip naar Awarradam. De grote rugzakken lieten we achter bij appartementen Martinus en we namen een sporttas en twee kleine rugzakken mee voor onze tocht naar het binnenland. We werden om 09:30 uur opgehaald door Reginald die ons naar het vliegveld Zorg en Hoop bracht. Het vliegveld lag ten westen van het centrum van Paramaribo. Het was gelegen tussen de twee wijken Zorg en Hoop en Flora. Vanaf dit vliegveld vertrekken binnenlandse charter- en lijndienstvluchten met kleinere vliegtuigen.
Wij vlogen met Gum Air, een Surinaamse maatschappij die voornamelijk de charters doet naar het binnenland en het Caribische gebied. We werden opgewacht door iemand van de Mets organisatie en moesten daar in de naar wat men zegt de vertrekhal is plaats nemen tot iedereen aanwezig was. We kregen een broodje met kaas en een bekertje drinken. Er bleken rond dezelfde tijd  twee vluchten te vertrekken, één naar Pallumeu en één naar Awarradam. Toen iedereen er was moesten alle passagiers voor de vlucht Awarradam gezamenlijk met hun bagage op de weegschaal. De kleine Cessna vliegtuigen mogen maar een bepaald gewicht aan boord hebben vandaar het wegen. Uiteindelijk vertrok de groep naar Pallumeu ruim een half uur eerder.

Wij stapten rond de klok van 11:45 uur in de Cessna Karavan. Het was een eenmotorig vliegtuig voor maximaal 12 passagiers met één piloot. Het toestel taxiede snel naar de startbaan en het toestel was zo in de lucht. Het weer was helder dus we zagen goed de uitgestrektheid van Paramaribo en het Brokopondo stuwmeer. Awarradam lag ongeveer 225 kilometer ten zuiden van Paramaribo in het amazoneregenwoud. We vlogen ongeveer 50 minuten en toen zagen we tussen het broccoli landschap, zo noemde ik het, het dorp Kajana verschijnen. We landden op een landingsbaan dat gewoon een grasveld bleek te zijn?.


Met het kleine vliegtuigje naar de jungle.

We maakten kennis met onze gids voor de komende dagen, Sensi genaamd. Hij bleek uit een van de dorpen hier in de buurt te komen en was dus heel bekend met dit gebied. Onze bagage werd uit het vliegtuig gehaald en naar de korjaal gebracht. We zagen het vliegtuigje weer vetrekken en liepen toen naar de korjaal. Er bleken geen kinderzwemvesten aanwezig te zijn dus moesten Ronac en ik een zwemvest voor volwassenen aan. We verdronken in het grote zwemvest en mochten we overboord slaan dan zullen we er eerder mee verdrinken dan dat het ons zal redden. Maar ja, we moesten het vanwege veiligheidsaspecten aan. Bij de het jungle resort zouden kinderzwemvesten zijn dus het was alleen maar om daar te komen.

Awarradam maakt deel uit van het gebied Langu waar acht dorpjes toe behoren en die liggen aan de Gran Rio rivier. De Gran Rio komt stroomopwaarts samen een andere rivier en gaat daarna de Surinamerivier heten. Uiteindelijk loopt deze via het Brokopondomeer en Paramaribo uit in de Atlantische oceaan. In de dorpjes langs de Gran Rio wonen voornamelijk de Saramaccanen. De Saramaccanen zijn afstammelingen van de weggevluchte slaven die zich diep in het oerwoud hebben gevestigd.

We stapten in de lange korjaal en gingen twee aan twee zitten. Tijdens de 25 minuten durende tocht zagen we langs de oevers van de Gran Rio de mensen uit de dorpen bezig met hun dagelijkse bezigheden. Er werd gewassen, gevist en door kinderen gespeeld in het water. Uit respect voor geloof en traditie was ons gevraagd om geen foto’s te maken van de dorpelingen zonder nadrukkelijke toestemming. Het fototoestel en de camera bleven in de tas en we lieten al deze indrukken goed op ons inwerken.


Spetteren in de gran Rio.

In Awarradam werden we uitbundig verwelkomt door het personeel. Er werden handen geschud en als een lopend vuurtje ging over het eiland dat er twee kinderen (Ronac en ik) bij waren. Awarradam is een toeristenaccommodatie op een eiland in de Gran Rio. In totaal stonden er zo’n 14 huisjes, een gemeenschappelijke ruimte, een extra toiletgebouw en een aantal huisjes voor het personeel. Een deel van het personeel verblijft ook ’s nachts op het eiland voor de service en de rest woont aan de overkant van de rivier in een dorpje.

We konden meteen aanschuiven aan de tafel in de gemeenschapsruimte voor een lekkere lunch. Het bestond uit rijst, groenten en vis. Na de maaltijd stelde iedereen zich in een kort persoonlijk gesprek aan elkaar voor. Ronac en ik vonden daar niet veel aan en chillden in de hangmatten. De groep bestond uit echtpaar Kors en Joyce, echtpaar Reginald en Corine, de alleen reizende Sarina en koppel Zoëy en Justine. We kregen ook nog wat algemene informatie over de etenstijden en het programma van vandaag.

De huisjes werden verdeeld onder de gasten. Voor ons was het gemakkelijk want wij hadden de familiehut en daar is er maar één van op het eiland. Het lag afgelegen van de andere huisjes en direct naast de aanlegsteiger van de korjaal. In het huisje was een douche met alleen koud water, toilet en een wasbak. Er waren twee eenpersoonsbedden en een tweepersoonsbed allemaal voorzien van klamboe. Aan de rivierzijde was een balkon met twee hangmatten en Ronac en ik lagen er al snel in.  We hadden ongeveer een uurtje om wat spulletjes uit te pakken, ons te installeren en wat te relaxen.


Keyro “Tarzan”  zwemt in de stroomversnelling.

We liepen wat rond op het kleine eiland en zwommen bij een strandje. We kregen gezelschap van een meisje die vrolijk met ons mee spetterde in het water. Rond de klok van 16: 00 uur gingen we met de korjaal een stukje stroomopwaarts om te gaan zwemmen bij stroomversnelling “Peti”. Voorzichtig klommen we over de met waterplanten bedekte rotspartijen om in het water te komen. Ronac en ik met reddingsvest aan want de stroming is toch best aardig. Pappa en ik waagden ons in een stroomversnelling en kwamen verderop pas weer aan de kant. We moesten via wat boten weer op de wal klimmen. Pappa was bijna zijn sandaal verloren en daarom waren ze zo veel afgedreven. Ik vond het natuurlijk fantastisch en wilde nog een paar keer de stroomversnelling af. Het was fijn dat ik nu zelf goed kon zwemmen anders zou ik dit nooit hebben kunnen doen. Pappa en mamma houden me wel continu in de gaten.

Op de terugweg in de boot vertelde Sensi dat er piranha’s en slangen in de rivier voorkomen. Leuk als je dat te horen krijgt en je er net zo lekker hebt gezwommen. Maar in principe hoef je niet bang te zijn als je maar geen bloedende wondjes hebt. Terwijl we terug voeren naar het eiland spotte mamma als eerst een groep met doodskopaapjes die heerlijk door de bomen klommen. Zodra ze ons in de gaten hadden waren ze ook meteen verdwenen.

’s Avonds kregen we de bekende gritbana soep voor het diner. Heerlijk! Na het diner ging pappa naar de diapresentatie over de flora en fauna in het gebied terwijl mamma met ons naar het huisje ging om te slapen. Het was zo’n inspannende dag geweest dat we allebei binnen 10 minuten waren vertrokken.