Hotspring en Ngagda- dorpen Luba en Bena

Onze dag begon weer op tijd. We wilden eigenlijk iets later vertrekken omdat het qua afstand naar Bajawa niet zo heel ver was maar Elvis gaf ons aan dat het beter was om rond 07:30 uur te vertrekken. Het eerste stuk van de rit ging vrij langzaam vanwege de slechte wegen en het was weer schudden geblazen. Na een paar uur rijden arriveerden we rond 09:30 uur bij Mangaruda, een dorp in het Soa district op zo’n 25 kilometer van Bajawa. Bij dit dorp ligt een natuurlijke warm waterbron (hotspring). Het complex zag er wat verwaarloosd uit maar de ligging was werkelijk top.


We zijn hier heerlijk gaan badderen in het warme water van de bron. Het was weekend en dus kwamen de lokale mensen hier in grote getalen naar toe. Zij komen om in de bron hun haren en lijf te wassen. Voor deze mensen is dit de enige gelegenheid om een warme douche te nemen want thuis hebben ze alleen de beschikking over een mandi met koud water. Het water van de bron was erg warm en we gingen er voorzichtig in om er niet uit te komen als een gekookte kreeft. De natuurlijke uitgesleten baden waren begroeid met algen en dat maakte het lopen af en toe wat gevaarlijk. Overal waren stroompjes, klimrotsen, stroomversnellingen en natuurlijke glijbanen.


We waren de eerste paar uur samen met de lokale mensen die vriendelijk een praatje met ons kwamen maken of met ons in het water wilden spelen. Tegen de middag stroomde het vol met buitenlandse toeristen en gingen wij er snel van door. We begrepen nu waarom Elvis graag wat eerder wilde vertrekken.


We reden direct door naar Bajawa en daar maakten we een lunchstop bij het Camellia restaurant. De inrichting doet denken aan een bedrijfskantine en er is weinig sfeer. Over tafel en stoelen zit nog het bekende plastic en er zijn maar weinig mensen. We schreven onze bestelling op een briefje (o.a. Foe yong Hai, Cap Cay (tjap tjoy), gebakken aardappel (frietjes) en bestelden gezonde sapjes ( avocado sap en sirsaksap) om uit te proberen. Het eten smaakte prima. Na de lunch checkten we in bij het Bintang Wisata Hotel. De kamer was eenvoudig en met een likje verf zou het er al heel anders uitzien. We hadden even om uit te rusten en vertrokken rond 14:30 uur naar de twee dorpjes Luba en Bena.


De hooglanden rond het koele Bajawa worden bevolkt door de Ngada-stam, een van de gemoderniseerde bevolkingsgroepen op Flores. In de dorpen leven de bewoners nog op authentieke wijze. Beide dorpen liggen aan de voet van de Gunung Inerie in een bamboebos.  We bezochten als eerste het kleinere en minder toeristische Luba. In het dorp waren voornamelijk kinderen en oude vrouwen aanwezig. De aanwezige kinderen daagden Keyro en Ronac uit voor een potje volleybal en voetbal. Heel erg leuk.


Het traditionele dorp Luba.

In het traditionele Ngagda dorp Bena, zagen we een twee rijen met traditionele huizen. In het midden lag een grote gemeenschappelijke plein met megalithische stenen (offerplaatsen), graven en de ngadhu en bhaga bouwwerken.  De mannelijke ngadhu is een soort parasol van 3 meter hoog, de vrouwelijke bhaga is een soort klein huisje. Beide zijn gemaakt van hetzelfde materiaal als de “gewone” huizen, hout en riet dus. Ze symboliseren de continue aanwezigheid van de voorvaderen van iedere familie in het dorp. Verder liggen er verschillende graven verspreid over het plein.


Uitzicht vanuit het dorpje Bena.
Deze zijn allemaal voorzien van kruizen, dus ook het christendom is hier sterk aanwezig. De woonhuizen hebben erg hoge daken. Boven de veranda is er een afdakje van bamboe. Bovenop sommige huizen staat een miniatuurhuisje of een poppetje. Deze huizen zijn van de belangrijkere families in het dorp. Bij verschillende huizen lag een verzameling van opgestapelde buffelhoorns, deze geven de status van een familie aan. Indrukwekkend vonden wij de rode monden van veel vrouwen en enkele mannen.


Het is een oud gebruik van sirih pruimen. De pruim is een combinatie van sirihblad met een stukje betelnoot, gambirwortel en wat kalkpoeder. Het wordt samen gevouwen tot een pakketje en dan begin je te pruimen. Ze kauwen het de gehele dag en spugen er ook lustig op los. Het is verslavend en de rode kleurstof dit ontstaat bij het pruimen kleurt de mond rood. Tandenpoetsen helpt hier niet meer en zo lopen vele vrouwen in Flores rond alsof ze een bebloede mond hebben. De sirihpruim kan net zo verslavend zijn als een gewone sigaret. Op het plein speelde een groep mannen volleybal en we bleven er geruime tijd kijken.


We liepen terug richting de auto toen ik werd overvallen door een meisje van een jaar of twee. Ze pakte mijn hand vast en wilde me niet meer loslaten. Blijkbaar vond ze mij erg leuk en wilde me niet meer laten gaan. Uiteindelijk werd ze door haar moeder meegenomen en was ze erg boos. In de avond wilden we iets gaan eten maar in de buurt vonden we geen restaurants. We eindigden bij een warung waar we in de etalage konden aanwijzen wat we wilden eten. De maaltijd bestaande uit rijst, ingelegde groenten en omelet was eenvoudig maar goed. De hoeveelheid was enorm en de gastvrijheid onvergetelijk. Toen we afrekenden dachten we dat we het verkeerd begrepen. Gezamenlijk moesten we 40000 roepia (zo’n € 2,80) betalen voor alles. We vonden het zo weinig dat we een fooi van 10000 roepia gaven en we brachten de eigenaresse daarmee een beetje in verlegenheid. We liepen terug naar het hotel en gingen op tijd naar bed. Morgen gaan we naar Ruteng gelegen in de Manggarai provincie.