Centraal Europa: Dag 21; We love Boedapest

We hadden alle vier heerlijk geslapen in de zachte bedden. Toch wel lekker een keer niet hutje mutje in het tentje. We hadden verschillende plannen gemaakt over wat we allemaal wilden gaan doen. Om wat tijd te besparen kochten we een 24-uurskaart voor de metro en binnen 5 minuten waren we al in de buurt van onze eerste stop. We hadden nog geen ontbijt gehad en wilden dit gaan doen bij één van de bekendste koffiehuizen van Boedapest.

In de 19e eeuw waren de koffiehuizen een ontmoetingsplek voor onder andere schrijvers, kunstenaars en hoogopgeleiden. We liepen vanuit het metrostation naar het Vörösmárty Tér in het hartje centrum. Hier ligt het oudste koffiehuis van de stad: Gerbeaud. Het is ooit begonnen als theehuis en je kreeg er het “beste ijs in pest”. Het is een bekende en gewilde plek om elkaar te ontmoeten onder genot van koffie of thee met een heerlijk gebakje gemaakt volgens traditioneel recept.

We moesten al een tijdje wachten voordat we door éen van de bediendes naar een tafeltje gebracht werden. We namen plaats en keken op de menukaart. De prijzen waren belachelijk hoog maar goed. We wachten en wachten tot iemand onze bestelling kwam opnemen maar na een kwartier was er nog niemand gekomen. Uiteindelijk raakte ons geduld op en zijn we opgestaan en vertrokken. Voor ons gevoel is het een beetje vergane glorie en zijn ze aan hun eigen succes ten onder gegaan. We liepen met behulp van de stadsplattegrond in de richting van de Sint Stefanusbasiliek.

In een zijstraatje naast de kerk aten we een lekker broodje. Goedkoper en veel meer dan wat we bij Gerbeaud zouden hebben gekregen. Net voor het plein lag Gelarto Rosa. Er stond een lange rij en we waren nieuwsgierig wat er te krijgen was. Het bleek een ijssalon te zijn maar niet zo maar eentje. Je kreeg er originele smaken ijs zoals hibiscus en chocolade (wit) met lavendel. Ook de gewone smaken zoals aardbei, citroen en banaan hadden ze. Het ijs werd niet in bollen gedaan maar op een andere manier. Ze maken met een soort plamuurmes rozenblaadjes die ze langs elkaar plakken waardoor je een roos van ijs krijgt. Hoe meer smaken ijs je besteld, hoe groter de roos. We mochten allebei drie smaken uitkiezen en toen we het ijsje in onze handen hadden, was het bijna zonde om op te eten. Wat een mooi kunstwerkje!

We bezochten de imposante Sint Stefanusbasiliek. Het is de grootste kerk van Boedapest en de koepel heeft een hoogte van circa 96 meter. Het interieur van de kerk was prachtig en we zagen er veel pracht en praal. Het plafond van de koepel was aan de binnenzijde bedekt met veel mozaïeken. Na het bezoek aan de kerk liepen we via één van de bruggen weer naar de burchtheuvel aan de andere kant van de stad. Na het terugtrekken van de Mongolen werd hier in de 13e eeuw een burcht gebouwd. De vestingwallen moesten de koning en inwoners beschermen tegen nieuwe aanvallen.

Zeven eeuwen lang was deze burcht de woning van het Hongaarse koningshuis. Diverse keren is de burcht herbouwd na zware gevechten. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd hier flink gevochten door de Duitsers en Russen. De Duitsers gebruikten het paleis als hoofdkwartier. In de laatste maanden van de oorlog werd het belegerd door het leger van de Russen. Het paleis werd compleet in puin geschoten en platgebrand. Een nieuwe restauratie was noodzakelijk. Tegenwoordig zijn er in de gebouwen verschillende musea ondergebracht.

We liepen buiten langs de prachtige gebouwen die versierd zijn met barokke en gotische elementen. We vervolgden onze weg en kwamen langs de Matthiaskerk. Opmerkelijk waren de vele torentjes, gotische roostervensters en de gekleurde tegeltjes op het dak. In het verleden werden hier vele koningen gekroond en werden er koninklijke huwelijken gesloten.

Vlak bij de kerk ligt het Vissersbastion dat gebouwd werd in de 19e eeuw toen de Matthiaskerk gerestaureerd werd. Het is geen vestingwerk maar meer een terras om de kerk meer “glans” te geven. De witte muren, trappen en torens maken het geheel een mooi plaatje. Je hebt hier vandaan ook een fraai uitzocht over de oude stad en de waterstad beneden, het domein van de vissers. We liepen de trappen af naar beneden en stapten daar in de tram naar Margaretha eiland. Het eiland ligt in de Donau ten noorden van de gelijknamige brug. Het park heette vroeger Konijneneiland en was aanzienlijk kleiner. Tegenwoordig draagt het de naam van koningsdochter Margaretha van Hongarije die in de 13e eeuw in het klooster leefde dat toen hier op het eiland stond.

Het eiland is nu één groot vrijetijdspark waar je verschillende dingen kunt doen. Zo zijn er tuinen, eetgelegenheden, speeltuinen, mogelijkheden om te fietsen, joggen enzovoort. Aan het begin van het eiland stond een grote fontein. De waterstralen van de fontein dansten op de maat van de muziek die werd afgespeeld. Wij kwamen aanlopen en de waterstralen dansten op ons favoriete rocknummer van Guns ’n Roses. Echt cool om te zien.

We liepen wat rond maar belandden al snel in de zandbak van de speeltuin om kuilen en kastelen te graven. Op de terugweg liepen we weer langs de fontein en we besloten om met onze voeten in het water nog wat naar de show te kijken. Nu spoten de waterstralen de lucht in op Hongaarse kinderliedjes. Het bleef prachtig om te zien. We namen de tram en stapten ergens uit in de Joodse wijk. We dronken een gezond drankje op een terras en bestelden er wat tapas bij. We gingen daarna op zoek naar een plek om iets te eten.

We kwamen uit bij een Vietnamees restaurant. We namen vooraf dumplings en loempia en als hoofdgerecht kwamen er curry, rijst met groenten en kip en noedels met groenten en kip op tafel. Het smaakte goed. Na het eten vervolgden we onze routen en kwamen we langs de Grote Synagoge van Boedapest. Het is zelfs de op één na grootste synagoge ter wereld. De beveiliging was er volop aanwezig. Vroeger was dit het religieuze hart voor de joodse wijk maar tegenwoordig is hier geen sprake meer van. Er wonen nog redelijk wat joden maar ook andere mensen. De bouw van de grote Synagoge duurde vijf jaar en in 1859 werden de deuren geopend voor de gelovigen. In de jaren negentig van de vorige eeuw vond er een grote renovatie plaats.

De miljoenen euro’s verbouwingskosten werden gefinancierd door de Hongaars-joodse zakenvrouw Estée Lauder. Het was ondertussen donker aan het worden en we namen de metro terug naar de Donau. In de avond zijn veel gebouwen namelijk prachtig verlicht. Eén van de bekendste gebouwen van Boedapest, het Parlementsgebouw, was gehuld in lichtjes. Het is één van de oudste en grootste Parlementsgebouwen die nog steeds in gebruik is.

De bruggen en gebouwen op de Géllertheuvel waren ook mooi verlicht. We liepen de brug over en liepen voor de laatste keer over de Donaupromenade. We kochten nog een souvenir en namen nog kebab mee. Op iedere hoek vind je kebab zaken en we wilden de stad niet verlaten zonder dit gegeten te hebben. Wat een geweldig toffe stad bleek Boedapest te zijn. We hadden helemaal geen zin om morgen alweer verder te reizen. In deze stad hadden we nog vele dagen door kunnen brengen zonder ons te vervelen. Hier komen we zeker nog eens terug.

Centraal Europa: Dag 20; Boeda en Pest aan de Donau

Onze reis door Hongarije ging opnieuw weer verder. Vandaag gingen wij op naar de hoofdstad van het land: Boedapest. Het is de grootste stad van het land met bijna twee miljoen inwoners. Dat is een vijfde deel van alle Hongaren samen. Het was ongeveer 2 uur rijden vanaf Hortobágy. Het eerste stuk ging binnendoor maar gelukkig reden we ook bijna een uur op de snelweg. We hadden met de verhuurder van het appartement gesproken om te bellen als we op de ring van Boedapest reden. Zo kon hij ons opwachten bij de parkeergarage die hij voor ons geregeld had.

Het verkeer in het centrum viel reuze mee en was niet anders dan een grote stad in Nederland. Ze rijden hier zelfs veel hoffelijker en vriendelijker. We arriveerden stipt op de afgesproken tijd (12.30 uur) bij de parkeergarage. We werden ontvangen door Gabor een vriendelijke man die maar aan één stuk door bleef praten. Hij liep met ons mee naar het appartement en gaf ons een uitgebreide rondleiding. Het appartement was werkelijk voorzien van alles wat je maar nodig hebt. WIFI, koelkast, wasmachine etc.

We besloten om niet te lang in het appartement te blijven en direct de stad in te gaan. We liepen een stukje en gingen op zoek naar een plek voor een late lunch. We vonden een Burgerrestaurant maar niet zo eentje als de McDrek. De hamburgers waren overheerlijk en gemaakt van “echt” vlees. We zaten overvol toen we alles op hadden. Terwijl wij moesten wachten op het eten, hadden we op de plattegrond van Boedapest gekeken en een route uitgestippeld om de meeste bezienswaardigheden te kunnen zien.

De stad bestaat uit twee gedeelten, Boeda en Pest. Tussen Boeda en Pest stroomt de rivier de Donau. Boeda is rustig en heuvelachtig en hier vind je de burcht en het Koninklijk Paleis. Pest is vlakker, veel drukker en moderner. Je vindt er fabrieken, winkels en kantoren. Ook ons appartement ligt aan deze kant. We liepen naar de Donaupromenade onder de bevolking bekend als Duna Korzo.

De promenade loopt tussen de Kettingbrug en de Elizabeth brug. In totaal verbinden negen bruggen de stadsdelen Boeda en Pest met elkaar. We kwamen langs een straat vol met souvenirwinkels maar liepen er langs. We kwamen uit bij de grote Markthal van Boedapest. Het gebouw werd eind 19e eeuw gebouwd en ontworpen door de Hongaar Samu Pecz. Oorspronkelijk liep er door dit gebouw een kanaal. Bootjes konden naar binnen varen om de goederen rechtstreeks tot bij de markthandelaars te brengen. De gevel van het gebouw is prachtig versierd met gekleurde tegels van de Hongaarse fabrikant Zsolnay. We gingen niet naar binnen maar speelden even met het water van een fontein.

Vervolgens liepen we in de richting van de Vrijheidsbrug (Szabadság hid). De stalen groen geverfde brug is één van de negen Donaubruggen en dateert uit 1896. Een paar jaar later reed de eerste tram over de brug. In 1945 werd de brug door de Duitsers verwoest. De brug werd herbouwd en in 1946 weer opnieuw in gebruik genomen. Op de torens van de brug staan vier roofvogels: de turul. Deze vogel speelde een belangrijke rol in de Hongaarse mythologie. We liepen de Vrijheidsbrug over en kwamen zo in het stadsdeel Boeda. We liepen de bosrijke en steile Géllertheuvel op. en eindigden op de top (235 m) bij het Vrijheidsbeeld.

De berg dankt zijn naam aan de heilige Géllert die hier door de heidense Magyaren een marteldood vond. Op de plaats waar Géllert in een dichtgemaakt vat van de rotsen af naar beneden werd gegooid, staat nu een beeld van hem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Hongaarse revolutie in 1956 was de Géllertheuvel de plek waar vandaan de stad door de Russische tanks beschoten werd. Op de top van de heuvel. Op 235 meter hoogte, staat het Vrijheidsbeeld (Szabadság Szobor). Het monument werd opgericht door het Rode leger om hun overwinning in de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Het veertien meter hoge standbeeld is een vrouw met een palmblad in haar handen.

We liepen wat rond en hadden aan verschillende kanten, een prachtig uitzicht over de stad. Iedere keer opnieuw zagen we andere bekende gebouwen liggen zoals het parlement, de opera, koninklijk paleis en de Matthiaskerk. We liepen de berg af naar beneden en kwamen langs het Koninklijk paleis. We bezochten dit nog niet en liepen door naar de oudste brug over de rivier de Donau. De Széchenyi kettingbrug werd gebouwd van 1842 tot 1849.

Boedapest dankt deze brug aan een graaf István Széchenyi die in 1820 hoorde dat zijn vader in Wenen was overleden. Hij moest naar de andere zijde van de Donau met een pontjesbrug. Echter was deze buiten gebruik door de strenge winter. Hij strandde dus in het Pest gedeelte en kon een week niet verder. Hij kwam toen op het idee om een permanente brug over de Donau te bouwen en dit zou betalen, ongeacht wat de kosten zouden zijn.

In de tijd dat de hangbrug werd gebouwd was het een bouwkundig hoogstandje te noemen. Het was toen met 375 meter lengte één van de langste bruggen van Europa. Aan beide zijden van de brug staan grote leeuwen die de brug bewaken. We liepen deze prachtige brug over en kwamen weer aan de andere kant van de stad uit. Via een lange hoofdweg liepen we in het donker terug naar ons appartement. In het appartement aten we nog een bordje soep met brood voordat we naar bed gingen.