De Mekong Delta

Gelukkig waren de bouwvakkers van de afgelopen nacht klaar en sliepen we een stuk beter dan gisteren. We moesten ook vandaag weer op tijd klaar staan voor een tweedaagse trip naar de Mekong Delta, het riviergebied ten zuidwesten van HCMC. Onze spullen konden we achter laten in het hotel en we namen alleen twee kleine rugzakken mee met hoognodige spullen.

We werden op gehaald door een oververhitte reisgids die ons naar de mee nam en ons ergens langs de grote straat neerzette met de mededeling dat we even moesten wachten omdat hij nog andere mensen op moest halen. Mamma nam het er even van en haalde ons ontbijt bij een bakker die daar ook lag. Ze moest ineens haast maken want we moesten verder lopen. Hurry, hurry en ineens waren wij de gids kwijt?

We liepen een stukje terug maar niemand te zien. We besloten maar op het kruispunt te wachten in de hoop dat de gids terug zou komen. Gelukkig gebeurde dat maar hij ging er vervolgens weer als een speer vandoor nadat hij ons weer ergens liet wachten? Pappa en mamma lieten hem duidelijk merken dat hij iets rustiger aan moest doen omdat wij kinderen zijn, iets minder snel lopen en in het drukke verkeer met oversteken extra op moeten letten.

Uiteindelijk keerde hij terug en werden we met nog een heleboel anderen in een bus gezet. Ik hoop dat de rest van de tour iets rustiger verloopt dan de start. Het was ongeveer 2 uur rijden naar de Mekong Delta. Na iets meer dan een uur rijden werd er een stop gemaakt bij een wegrestaurant. Er was een mooi aangelegde tuin bij waar we even onze benen konden strekken. Ook kochten we twee gevulde broodjes en een bao pao broodje.

We reden met de bus verder het rivierengebied in. Het bestaat uit de grote rivier de Mekong en de vele zijtakken en kanalen. De rivier is in totaal 4200 kilometer lang en ontspringt op de hoogvlakte in Tibet en mondt uit in de Zuid Chinese zee. De Mekong delta is een bijzonder gebied met zijn web van riviertjes, (drijvende) markten en woonboten. Het dagelijks leven speelt zich voornamelijk af op het water. Het is het meest dichtbevolkte gebied van Vietnam en er is veel landbouw op de rijstvelden die zich tussen de waterwegen bevinden. Meer dan de helft van alle rijst die in Vietnam wordt verkocht komt hier vandaan.

De Mekong delta wordt daarom ook wel het ‘rijstschuur’ van Vietnam genoemd. Vietnam is naast Thailand en India één van de grootste exporteurs van rijst. Wij stopten ergens in de provincie Ban Tre langs de kant van de weg voor een rondleiding. Deze provincie lag vrij geïsoleerd doordat de Mekong er omheen ligt. Na de opening van de brug tussen de stad My Tho en Ban Tre in 2009 wordt het gebied steeds meer bezocht. De provincie staat bekend om haar fruitboomgaarden en palmbomen.

De Vietnamezen noemen het ook wel Kokosnooteiland. Vroeger  was het gebied een broeinest voor revolutionairen die samenspanden tegen de Fransen en later tegen de Amerikanen. In 1968 was het een van de gebieden die als eerste door de Vietcong werden bezet tijdens het Tetoffensief. We verlieten de bus en namen wat spullen mee want het was onduidelijk wanneer en of we naar de bus zouden terug keren.

We liepen via een pad en hadden de hoofdweg al snel achter ons gelaten. We kwamen in een klein dorp en kregen informatie bij een bijenhouderij. De bijen worden hier in houten kisten gehouden om honing te maken. Onze gids pakt een tray uit de houten kist die vol zit met bijen. Hij legt uit dat er 1 koninginnen bij is, en daarnaast de werkbijen (95% vrouwtjes en maar 5% mannetjes). De kisten worden door het seizoen heen verplaatst naar de beste plek om zo de meeste honing te krijgen.

Daarna mogen we gaan zitten aan een aantal tafeltjes die klaar stonden. We kregen vers fruit om te proeven en een honingdrankje. In een klein glaasje zit een laagje limoensap en daar gieten ze vervolgens honingthee bij. Het drankje was mierzoet en dat trok de bijen natuurlijk aan. Ze kropen in het glaasje en dreigden te verdrinken. Ik viste ze er met mijn lepeltje weer uit en redde hun leven.

Er volgde nog een optreden met lokale instrumenten en gezang. Na dit onderhoud lopen we verder tussen de fruitbomen en kokospalmen door naar een aanlegsteiger voor bootjes. Samen met een Nederlandse die alleen reist, delen wij het bootje. De bootjes zijn een beetje onstabiel en je moet oppassen met het instappen om er niet aan de andere kant weer uit te vallen. We hoeven gelukkig niet zelf te roeien. De omgeving is prachtig en we waren echt aan het genieten. Tot onze verbazing meerde de roeier na nog geen 10 minuten alweer aan bij een kade.  We dachten eerst dat het een grapje was maar het was echt het einde van de route.

We stapten uit en kwamen bij een fabriekje waar de lokale vrouwen de specialiteit van dit gebied maken, namelijk keo dừa (kokossnoepjes). Het snoepje wordt gemaakt van ingedikte kokosmelk. In grote ketels wordt de melk tot een dikke, kleverige massa gekookt die wordt uitgerold en als het afgekoeld is, in vierkantjes wordt gesneden. Met de hand worden de snoepjes in flinterdun rijstpapier verpakt. Zou het rijstpapier er niet omheen zitten dan plakt het snoepje vast aan de verpakking. Je eet het snoepje dan ook met rijstpapier en al. Ze waren in verschillende smaken verkrijgbaar en we konden natuurlijk ook proeven, lekker maar niet speciaal.

Er lag hier ook een python of boa constrictor ? Het is wurgslang en hij heeft geen giftanden. Wie wilde mocht hem om zijn nek leggen. Pappa ging als eerste maar ik vroeg mij af of de slang niet te zwaar voor mij zou zijn. Ik vroeg het aan de gids en hij zei dat ik hem met gemak om mijn nek kon hangen. Een paar tellen later had ik hem om mijn nek. Wow, ik vind het wel stoer van mezelf. Keyro wilde niet of durfde hij gewoonweg niet?

We lieten het dorp achter ons en stapten op een grotere boot met rieten stoelen die de Mekong rivier op kon. We zagen diverse vissersboten en boten die producten vervoeren via de rivier. We gingen lunchen op het eiland Con Cuy bij restaurant Nhà hàng vườn Cồn Quy. We hadden een standaard menu inclusief en konden tegen meerprijs nog extra vis op tafel krijgen.

We hielden ons aan het standaard menu en dat was niet echt bijzonder. Op het bord lag wat rijst, een stukje varkensvlees, wat groenten en een ei. Na de lunch varen we een stuk met de boot en worden we opgepikt door de bus die ons naar het Cha Vinh Trang complex in My Tho brengt. De Binh Trang pagode werd gebouwd in 1849. Na een verbouwing in 1907 werd het gebruikt als paleis van de sultan en neobarokke villa met Korintische zuilen.

Binnen staan Boeddha beelden maar ook buiten is er geen gebrek aan beelden. Er staat een beeld van een Boeddha, een lachende Boeddha en een liggende Boeddha. Een tempel kan gebouwd worden voor iedereen die iets bijzonders heeft gedaan maar een pagode mag alleen gebouwd worden voor een Boeddha.

Na het bezoek aan de pagode stapten we in de bus richting de stad Can Tho. We brachten hier de gasten weg die in een hotel overnachten en wij werden opgewacht door een taxi om samen met nog drie anderen vervoerd te worden naar een homestay in de buurt. Het was toch nog een minuut of twintig rijden van Can Tho en het gebied was veel rustiger.

Hung’s homestay lag aan één van de vele zijtakken van de Mekong rivier. De homestay bleek een stuk groter te zijn en er waren meer dan twintig kamers. We hadden een leuke basic kamer aan de rand van het terrein. Voor de kamers was water en via een bruggetje kwam je bij de kamer. Voor het avondeten lagen we wat in de hangmatten en speelden we met de vele hondjes die er rond liepen, zo schattig!

Voor het avondeten moesten wij ook zelf aan de slag. We maakten springrolls met spinnenweb vellen en vulden het met verschillende groenten. De springrolls werden door de vrouw des huizes gefrituurd in een grote wok. Naast onze zelfgemaakte loempia’s kwamen er nog vele groenten, tofu en een vers gevangen vis op tafel.

Het smaakte goed en we hadden een leuk gezelschap om mee te praten (een Italiaans koppel en een in Frankrijk wonende en werkende Engelsman). Na het eten werd er “happy water” geserveerd. Deze zelfgestookte rijstwijn was natuurlijk niet voor Keyro en mij bestemd. We gingen op tijd terug naar onze kamer want morgenochtend moeten we vroeg op om de drijvende markt van Cai Rang.

Het dak van Vietnam

Wat heb ik lekker geslapen op mijn matrasje op de grond. Ik stond op om mij klaar te maken voor het ontbijt. Het was druk bij de douche en ik moest even wachten tot ik aan de beurt was. Tussendoor keek ik bij de kinderen die een uil als huisdier hadden. De geur van versgebakken pannenkoeken begon mijn neus te bereiken en ik bleek goede honger te hebben. De pannenkoeken met banaan en honing waren een goed en stevig ontbijt. Met genoeg energie begonnen wij rond 08:30 uur aan onze wandeling. We zouden vandaag rond de 12 kilometer gaan lopen.

Pannenkoeken, een goed begin van de dag.

De zon scheen fel dus het zou een warme dag worden. De weg gaat direct omhoog en al snel zijn we het dorp uit en overal waar we kijken zien we bergen en rijstvelden. Het zijn een aantal rijstvelden bij elkaar voorzien van een irrigatiesysteem van beekjes, kanaaltjes of bamboebuizen. De velden staan goed onder water want dat heeft rijst nodig om te kunnen groeien. Onderweg worden we af en toe ingehaald door vrouwen op slippertjes en soms met een baby op de rug. Het blijft bergop gaan en af en toe stoppen we even om wat bij te komen want de zon brand op ons hoofd.

Nog even rondkijken bij de homestay voordat we vertrekken.

Ping vertelt ons dat ze zeven kinderen heeft in de leeftijd van 17 jaar tot 5 maanden oud. De kinderen gaan tot ongeveer hun veertiende jaar naar school. De vrouwen leren Engels om de toeristen te woord te kunnen staan als gids of in het hotel. De mannen gaan voornamelijk op het land werken of gaan hout sprokkelen. Ping spreekt redelijk goed Engels en heeft dit allemaal zelf van de toeristen geleerd.

 

Prachtig weer tijdens onze wandeling door het schitterende landschap.

Tijdens het gesprek lopen wij rustig door. Tussendoor worden er pauzes ingelast en komen we af en toe ook de andere groep tegen. Bij een waterval gooien we wat steentjes in het water en we hadden hier graag wat langer willen blijven. Na deze stop staat ons nog een flinke klim te wachten. Het is echt afzien in de bloedhete zon. Ik arriveerde als eerste boven en het was lang wachten op mamma die als laatste boven kwam. Gelukkig hoefden we nog een klein stukje te lopen tot we bij een eenzaam hutje kwamen waar we zouden gaan lunchen.

Even rusten en spelen bij de waterval.

Het uitzicht vanaf het hutje was geweldig mooi. Tijdens onze wandeling waren we de hele tijd gevolgd door Flower, een Zwarte Hmong vrouw. De Hmong afstammelingen zijn verspreid over Noord- en Centraal-Laos, Zuid-China, Vietnam en Thailand. De Hmong behoort tot het meest achtergestelde deel van de Vietnamese bevolking.

Op de foto met Ping, onze gids en Flower, onze hulpgids

Oorspronkelijk komen ze uit Zuid China waar ze zijn vertrokken tijdens de Ming en Qing dynastie. Ze  waren het niet eens met de overheersing van het keizerrijk. De Zwarte Hmong staan bekend om hun handwerk en hun traditionele indigo blauwe kleding. Voor het vervaardigen van kleding gebruiken zij hennep en de indigokleur.

Flower hielp ons ondersteunen bij het lopen op de paden die gevaarlijk, steil of glad waren. Bij de lunchstop kwamen de tasjes en armbandjes uit haar tas en vroeg ze ons om iets te kopen in ruil voor de hulp die ze ons had geboden tijdens het lopen. Wij wilden allebei wel een tasje en kochten deze van haar. Ze was zelfs zo eerlijk dat ze ons “leerde” dat we moesten afdingen voordat we de tasjes kochten. We kregen ook nog een armbandje gratis erbij.  De man van Ping kwam op de brommer met hun baby zodat Ping hem kon voeden. We mochten even in de keuken kijken waar Ping op een houtvuur een heerlijk eiergerecht voor ons klaarmaakte.

Keyro kon al goed met stokjes eten, voor mij was er gelukkig een lepel.

Het eten wordt vers bereid en er was zoals vaak een overvloed aan eten. Kip met groenten, heerlijk aardappelen, geroerbakte Rau Mong (morning glory) en meer. Morning glory is een groente die door heel Vietnam wordt gegeten en hoezeer deze van invloed is op de Vietnamese keuken. Na rijst is dit het belangrijkste eten in Vietnam en wordt het dagelijks gegeten. De plant is extreem verend en groeit snel en gemakkelijk in vochtige grond, modder of water. De groente bevat veel calcium en wordt als vervanger van zuivel gegeten. Ping at gezellig met ons mee. Niet normaal wat zij allemaal op kon.

Onderweg kwamen we ook deze jongens tegen.

Met nieuwe energie begonnen we aan het tweede deel van de wandeling. Het ging af en toe wat bergop maar het meeste was vrij vlak of naar beneden. We kwamen door kleine dorpjes waar vaak kinderen aan het buiten spelen waren. In de namiddag kwamen we aan in het dorp Lao Chai waar veel Zwarte Hmong wonen. Onze homestay was thuis bij ZuZu (shoeshoe), de gids van de groep Nederlanders.

We kregen met zijn vieren een privé kamer op de benedenverdieping. We gingen naar het terras op de 1e etage en kletsten daar met de anderen. Het was erg gezellig. Terwijl we daar zo zaten uit te rusten kwam er iemand vers gebakken frieten brengen. Heerlijk gekruid met knoflook. Overweldigend lekker na zo’n stevige wandeling. Als we wilden konden we in de centrale keuken helpen met het bereiden van het avondeten.

Mamma en ik stonden net onder de douche en hierdoor misten we het vouwen van de loempia’s. Het avondeten werd op het (dak)terras geserveerd. Iedereen hielp mee om iets naar boven te brengen en de tafels te dekken. De tafels stonden helemaal vol met vers bereide traditionele lekkernijen. Ook de hele familie van ZuZu schoof aan. Het was een drukke maar gezellige boel.

Ronac de “Koning” van de berg aan de voetmassage met zijn vriend 

Na het eten kwamen er een paar mensen uit het dorp om ons een voetmassage te geven. Ik sloeg dit niet af en zat als eerste als een prinsje in de stoel. Mijn voeten en kuiten werden met olie ingesmeerd en toen begon het kneden, drukken en wrijven. Door de massage wordt de bloedsomloop gestimuleerd en eventuele spierpijn wordt minder. Mijn lichaam ontspande zich en ik vond het heerlijk.

Na de massage moest ik nog 10 minuten met mijn voeten in een ontzettend warme ton met bladeren gaan zitten. Mijn voeten hadden een zacht babyhuidje gekregen. Rond 21:00 uur was mijn kaarsje zo goed als op. Natuurlijk wilde ik dit niet laten merken en vertrok ik onder luid protest naar onze kamer. Het duurde niet lang of ik was in dromenland.

Sapa

Onze ochtend begon vroeg (6.00 uur) en het was nog donker buiten. Even wassen, aankleden en de laatste dingen in de rugzakken stoppen. We hadden twee kleine dag rugzakken bij ons omdat we vooral licht moeten reizen tijdens de trekking. Veel hadden we dus niet bij ons. We liepen met bepakking naar het kantoor van Friends Travel Vietnam en daar was het al aardig druk. We zetten de grote rugzakken weg, die zouden daar blijven staan tot we weer terugkwamen. We kregen een goed ontbijt aangeboden. Het bestond uit twee Franse pistoletjes, roerei, jam en yoghurt. Met een goed gevulde maag gingen wij dus op weg naar Sa Pa. We werden door een bus opgehaald en naar het verzamelpunt gebracht. Hier stapten we over in een luxe bus met slaapstoelen. Het werd een rit van ongeveer vijf uur rijden. Tegenwoordig gaat dat over de snelweg en is het een stuk sneller dan vroeger. We probeerden nog even onze ogen dicht te doen en wat te rusten. Ronac sliep nog toen we de eerste pauze maakten. We konden even de benen strekken, plassen (tegen 2000 dong betaling) of iets te eten en drinken kopen.

Na ongeveer 4 uur rijden maakten we nog even een korte stop en kregen wij een lekker ijsje (45.000 dong). De laatste 30 kilometer naar Sa Pa ging over een bergweg met flinke haarspeldbochten. In veel reisgidsen staat geschreven dat je bij een bezoek aan Noord Vietnam vooral het gebied rondom het plaatsje Sa Pa niet over mag slaan. Sa Pa wordt ook wel “het dak van Vietnam” genoemd. Het dorp ligt in de Muong Hoa vallei op 1650 meter hoogte aan de voet van de Fansipan (Phan Si Pang), de hoogste berg van Vietnam (3143 meter). De grens met China is vlakbij. Ten tijde van de kolonisatie was Sa Pa de plaats waar de Franse bezetters konden ontsnappen aan de hitte in de rest van het land.

Net na de middag (12.45 uur) arriveerden we in Sa Pa. We werden bij het plaatselijke VVV kantoor afgezet. Meteen werden we omringd door meisjes die tasjes en souvenirs verkopen. Ze spreken wonderbaarlijk goed Engels. Mamma belooft aan één van de meisjes om later iets van haar te kopen. Ze blijven ons volgen ondanks de belofte die mamma gedaan heeft achter ons aanlopen. We worden per auto (het was maar een paar honderd meter) naar het Garden Eden Hotel gebracht waar we de lunch zouden hebben. De lunch werd geserveerd op de bovenste etage met een prachtig uitzicht over een groot deel van de vallei en de omringende bergen. Er werden allerlei lekkere gerechten geserveerd maar het was veel te veel. Ik at mijn buikje goed rond. We hadden wat tijd over en speelden een soort van hockey met enkele lokale kinderen. Met een stok en een plastic flesje werd het spel gespeeld. Niet veel later maakten we kennis met onze gids. Ping is een kleine, goedlachse vrouw. Er was tijd om Sa Pa te verkennen en Ping nam ons en nog een groepje Nederlandse jongens mee het centrum in. We bezochten als eerste het Sa Pa museum. Het is een goede manier om een indruk te krijgen van de cultuur van de mensen die hier in bergen leven. In en rondom Sa Pa zijn verschillende dorpjes waar etnische minderheden leven. Dit zijn de traditionele bevolkingsgroepen die, zoals gezegd, in de minderheid zijn. De bevolking leeft vaak nog volgens eeuwenoude gewoonten en gebruiken. Er zijn ongeveer 30 kleurrijke bergstammen in de omliggende omgeving van Sa Pa te vinden. Onder de stammen zijn bijvoorbeeld de Zwarte Hmong, de Bloemen Hmong, de Rode Dao (Yao), de Giay, de Tay en de Pho Lu. De groep van de Hmong, is de grootste. Iedere groep heeft zijn eigen klederdracht en taal.

We liepen verder en brachten een kort bezoek aan de kleine, stenen katholieke kerk. De kerk werd gebouwd door de Fransen. Voor de kerk ligt het grote Quang Truong plein, het centrale punt in de stad. Kinderen doen hier een spelletje en vrouwen proberen hun waar te verkopen of maken een praatje met elkaar. Sa Pa is niet echt een schilderachtige bergplaatsje. De laatste jaren is het toerisme explosief gegroeid en hierdoor wordt nu overal lukraak gebouwd. In sommige straten is het een grote bouwplaats . Het uitzicht wordt door de vele hotels en bouwkranen flink belemmerd en dat maakt het dorp een stuk minder aantrekkelijk. We liepen verder naar de overdekte markthal die net buiten het centrum van het dorp ligt. De bevolking van de stammen uit de omliggende dorpen komen hier hun producten verkopen. Alles wat je hier aan voedsel koopt is super vers. We kwamen langs de slager waar we verschillende onderdelen van geslachte dieren zagen liggen. Sommige dieren werden zelfs ter plekke geslacht. Ik zag hoe er bij kikkers en vissen de koppen werden afgehakt.

De verkopers doen die onder andere om te laten zien dat het gekochte product kakelvers is. We hadden gehoord da Vietnamezen ook hond eten en we vroegen Ping of dit klopt.  Ze bevestigde dat er inderdaad hond wordt gegeten. De Vietnamezen eten hond sinds de oorlog. In die tijd was er weinig eten en werden honden naast kippen, varkens en eenden gewoon gegeten.  De Vietnamezen denken dat het eten van honden goed is voor de gezondheid, het libido en het zou geluk moeten brengen. Op deze markt wordt ook hond verkocht maar deze was vandaag al uitverkocht. Er werd ook veel fruit en groente uit de omgeving te koop aangeboden. Wij kochten drakenfruit, ramboetan en  mangosteen.

Na het bezoek aan de markt liepen we terug en moesten we bij het Garden Eden Hotel wachten op onze transfer minibus naar de homestay. Mamma kocht een tasje bij het Hmong meisje dat nog steeds op de oprit van het hotel zat te wachten tot we terugkwamen. Met een minibus werden we naar de omgeving van Giang Ta Chai gebracht. De rit er naar toe was erg hobbelig en Stan en Archie stootten een paar keer hun hoofd tegen het dak. We werden langs de kant van de weg afgezet en moesten nog een stukje te voet afleggen naar onze homestay.

Onderweg hielpen Ronac en ik nog met het malen van meel op de ouderwetse manier. Best nog lastig om de maalsteen goed rond te laten draaien zodat graan gemalen wordt. Onze homestay lag op een prachtige locatie en we werden welkom geheten door de gastvrouw Zu. We sliepen op een soort zolder en hadden een matras en klamboe ter beschikking. Er was één badkamer en één (Westers) toilet voor de hele groep beschikbaar. Niet veel luxe maar dat hebben wij ook niet nodig.

De sfeer om het “echte “ leven in de bergen te ervaren is veel leuker dan luxe. Bovendien hebben de locals de luxe ook niet. Voor het avondeten aten wij wat van het gekochte fruit en babbelden we wat met Stan, Archie en Job. Het avondeten bevatte gerechten met groenten, aardappel en natuurlijk witte rijst. Na het eten mocht ik wat langer opblijven dan Ronac. Ik leerde van Stan het kaartspel “toepen”. Ik bleek een talent te zijn en wist heel wat potjes te winnen tot frustratie van Stan, hihi. Beginnersgeluk noemde hij het. Rond 21:30 uur zocht ik mijn matrasje op en ben ik gaan slapen.