Cu Chi tunnels

Op onze laatste dag in Vietnam gingen wij naar de bekende Cu Chi tunnels. Het is een tour met veel historische waarde en het mag eigenlijk niet ontbreken in je bezoek aan Zuid Vietnam. Eerst hadden we ongeveer twee uur in de bus voor de boeg. De geschiedenis van de Cu Chi tunnels gaat terug naar de Vietnamoorlog of zoals de Vietnamezen zeggen: De Amerikaanse oorlog. In deze oorlog speelde Ho Chi Minh ook een belangrijke rol.

Na de Eerste wereldoorlog vertrok Hồ in 1923 naar het communistische Rusland. Hij ging weken voor een bedrijf en werd hun afgevaardigde in China. In 1941 keerde hij terug naar Vietnam om de onafhankelijkheidsbeweging Viet Minh te leiden. Hij zorgde tijdens de Tweede wereldoorlog voor veel succesvolle militaire acties tegen de Japanners.

Na de oorlog zag de Viet Minh beweging de mogelijkheid om na de revolutie aan de macht te komen en werd Noord Vietnam onafhankelijk. Het land kwam onder leiding te staan van de communistische partij van Hồ en hij werd de eerste premier. De verkiezingen die later dat jaar gepland stonden, werden echter tegengehouden door de Verenigde Staten. Hierop brak in 1957 de Vietnamoorlog uit tussen de VS en Zuid-Vietnam aan de ene kant en communistische Noord-Vietnam en de Viet Minh aan de andere kant.

Zuid Vietnam werd militair door de VS gesteund maar het Vietnamese volk kwam zelf ook in opstand tegen de VS. Samen met gevluchte Vietminh-strijders infiltreerden ze in speciale eenheden en verenigden zij zich met lokale vechtende guerrillagroepen. Zo ontstond de communistische guerrillabeweging de Vietcong.

Vietcong werd door de Amerikanen afgekort tot VC en uitgesproken volgens het Navo alfabet “Victor Charlie”. Er volgden bombardementen op het noorden maar ook het gebruik van chemische wapens zoals napalm die in het zuiden in de strijd tegen de werd gebruikt, richtten zware verwoestingen aan. Er werden steeds meer Amerikaanse troepen in Vietnam gevestigd. De VS had genoeg zelfvertrouwen om te geloven dat ze de Viet Minh wel aan konden en konden verslaan.

De VS had meer materiaal en wapens beschikbaar en ze waren veel sterker dan de Vietnamezen. De Amerikanen dachten dat ze de oorlog binnen enkele maanden zouden winnen maar dit liep al snel uit en werden jaren. Eén van de redenen was dat de Vietcong zich terug kon trekken in de ondergrondse tunnels zoals die bij Cu Chi. De Viet Minh en Vietcong maakte gebruik van het tunnelstelsel en was hierdoor een dodelijke, gevaarlijke en ongrijpbare vijand.

In de bodem, die zacht en kleiachtig is, werden tunnels uitgegraven (meestal in het natte seizoen) die stabiel bleven en niet instortten. De ingang van de tunnels waren goed verborgen en voor het blote oog nauwelijks zichtbaar. De gangen waren heel smal en gegraven op verschillende niveaus. Ze volgden dikwijls een zigzag patroon en hadden vaak bochten ter bescherming tegen explosies.

In de gangen waren allerlei valkuilen aangelegd om ongewenste indringers te verjagen. De tunnels waren een wereld op zich met onder andere ondergrondse werkruimtes, hospitalen, slaap- en eetruimtes en wapen- en voedselopslag. Het leven van de strijders in de tunnels moet ongelofelijk hard zijn geweest. De lucht om in te ademen was slecht, er leefde veel ongedierte en ze hadden last van vitaminetekort door gebrek aan zonlicht.

De strijders zaten overdag voornamelijk ondergronds en verlieten de tunnels in de nacht om de strijd te gaan voeren. Ze konden in een gevecht zijn met de Amerikaanse soldaten en dan ineens weer in het niets verdwijnen, vaak tot grote verbazing van de Amerikaanse soldaten.

Er werden pogingen ondernomen om de tunnels op te blazen maar dit had weinig succes. Net zoals het gebruik van traangas om de tunnels mee te vullen. Er waren te veel foefjes om de doorgangen af te sluiten waardoor de verspreiding van het gas werd tegen gegaan. Het circa 250 kilometer uitgestrekte tunnelcomplex werd pas echt beschadigd toen de Amerikaanse luchtmacht het gebied begon te bombarderen met B-52 vliegtuigen die een bommenregen veroorzaakte. Ho Chi Minh probeerde tijdens dit conflict, waarbij meer dan een miljoen mensen omkwamen, regelmatig over vrede te onderhandelen, maar dit was tevergeefs. De overwinning van Vietnam kwam uiteindelijk in 1975 en een jaar later werd de Socialistische Republiek Vietnam uitgeroepen, waardoor Noord- en Zuid-Vietnam weer herenigd werden.

Tegenwoordig is een deel van het tunnelcomplex omgebouwd tot een museum en is het gebied te bezoeken. Per groep werden we met gids en begeleider toegelaten op het complex. We kregen eerst een algemene inleiding over de oorlog en de kant van het verhaal van de Vietnamezen. Dit verhaal is natuurlijk heel anders dan het verhaal die in de Westerse wereld wordt verkondigd.

Na de inleiding we de bossen in. Heel vreemd om hier te lopen en te weten dat hier zo heftig is gevochten in het verleden. Als eerste zagen we slim ontworpen ventilatieschachten die op termietenheuvels leken. Daarna gingen we op zoek naar een ingang van een tunnel. Vaak zijn deze goed verstopt onder de bladeren van de jungle. Wij wisten dat er een ingang moest zijn en nog zagen wij het niet.

De ingang die tevoorschijn kwam, bleek heel klein te zijn. En dan te bedenken dat de tunnels zijn vergroot en verbreed om de bezoekers makkelijker toe te laten dan dat ze daadwerkelijk waren. Pappa ging als tweede van de groep in zo’n tunnel en moest wat moeite doen om zich er in te laten zakken. Een paar meter verder kwam hij er bij een andere ingang weer uit. We konden allemaal 3 verschillende tunnels in die varieerden in lengte. Het was zelfs voor mij al moeilijk bewegen in de gangen, laat staan hoe het voor een volwassene geweest moet zijn!

We zagen nog een hospitaal en een ondergrondse ruimte waar van Amerikaanse wapens nieuwe wapens of boobytraps werden gemaakt. Een ander deel van het museum is ingericht op de diverse boobytraps (valkuilen) die de Vietcong voor zijn vijanden achterliet.

Zeer afschrikwekkend. Na de rondleiding konden degenen die het wilden nog een bezoekje brengen aan een schietbaan. Hier kon men tegen betaling wat kogels afschieten met verschillende soorten wapens. Ik kon me niet indenken dat iemand dit zou doen. Toch waren er in de bus drie personen die het wel wilde. Waarom zou je dat doen, vroeg ik mij af?

We moesten ongeveer een 20 minuten wachten tot deze hedendaagse soldaatje “Wanna Be” klaar waren en we aan de terugreis naar HCMC konden beginnen. We arriveerden daar rond 15:00 uur en liepen direct door naar de Bui Vien waar we aan het einde van de straat bij restaurant Five Oysters, een tafeltje vonden. Het was ondertussen weer zachtjes begonnen met regenen.

We bestelden een gerecht met aubergine (mamma), morning glory met kip. Na het eten bleven we onder genot van een drankje nog wat aan tafel zitten en speelden we een potje pesten. Tegen de klok van 17.:00 uur lopen we naar het hotel om onze spullen op te halen. We hadden een taxi gereserveerd die ons naar het vliegveld zou brengen. Eén van de medewerkers gaf aan dat de taxi er was maar toen we langs de weg stonden, zagen we hem niet.

De medewerker was al aan het bellen toen mamma aan de overkant iemand met de lampen zag seinen. Het bleek onze taxi te zijn. Het was natuurlijk midden in de spits en alle wegen stonden vast. De chauffeur probeerde iedere keer een andere weg om sneller vooruit te komen maar dat mocht niet helpen. Gelukkig hadden wij geen haast en waren we ruim op tijd bij het vliegveld. We vlogen met lowcost airline Nok Air naar Bangkok.

Het inchecken duurde enorm lang en toen wij uiteindelijk aan de beurt waren, begrepen we ook waarom. Bij iedere balie zat een stagiaire en iedereen moest een vliegticket voor kunnen leggen voor het verlaten van Thailand. Een en ander had te maken met het visum voor Thailand. Handig als je voor de balie staat en dit nog op moet gaan zoeken in je email?!

Het mailtje dat we in eerste instantie hadden was niet voldoende en uiteindelijk vond pappa de benodigde formulieren, pfff. Uiteindelijk waren we ingecheckt en mochten we mee op de vlucht naar Bangkok. We kwamen de tijd door met snuffelen in de Tax free winkeltjes en wat spelen op de tablet. Ook belden we met jarige oma Margriet om haar te feliciteren. De vlucht verliep prima en om 22:30 uur  landden we op het oude vliegveld Don Muang.

We hadden al snel onze bagage en liepen naar de taxistandplaats. Er stond een mega wachtrij en we besloten om met de Airport shuttle gratis naar het andere vliegveld Suvarnabhumi te gaan en daar vandaan een taxi te nemen naar het geboekte hotel. Het hotel lag ergens tussen in dus het zou qua tijd weinig uitmaken. Al snel kwamen we erachter dat er heel veel file stond op de snelwegen rondom Bangkok

De shuttlebus was snel bij het andere vliegveld en gelukkig wisten we ook snel een taxi te krijgen. We stonden in de staart van een file maar de chauffeur wist om te rijden. Wij waren letterlijk doodmoe en konden nog nauwelijks op onze benen staan. We kwamen rond 1:00 uur aan bij Hotel Siam Piman en hadden nog twee gasten voor ons die nog aan het inchecken waren. Toen pappa wilde inchecken vond de baliemedewerker geen reservering en waren we even bang dat we nog niet naar bed konden. Uiteindelijk werd de reservering gevonden en konden we snel inchecken, naar de kamer en slapen.

Saigon Unseen Motorbike tour

De nacht was een drama en we sliepen allemaal ontzettend slecht. De bouwvakkers aan de overzijde van de straat werkten dag en nacht door!? Drilboren, metselen en felle lampen hielden ons uit onze slaap. Helaas moesten we toch op tijd op want om 08:00 uur dienden we beneden klaar te staan voor de Unseen motorbike tour. Er was gebeld dat de gidsen iets later kwamen en dat kwam ons goed uit. We stonden net beneden tot de crew van Saigon on Motorbike arriveerde.

We maakten kennis met John”, “Dieu”, “Lam” and “Man”. Ronac zou tussen pappa of mamma gaan zitten maar er was een stagiaire bij en die kon Ronac achterop nemen. Ronac was echter verlegen en durfde niet. We kregen allemaal een helm, dit is verplicht sinds 2007. We zouden niet zelf gaan rijden maar kregen een “ervaren” bestuurder toegewezen. In HCMC noemt men een brommer, scooter, motorbike ook wel een “xe Honda”.

Honda, het bekende Japanse merk, is nog steeds de marktleider. Voor de “gewone” Vietnamees is het aanschaffen van een scooter best duur en ook de benzine is niet goedkoop. We stapten achter op de scooter en vertrokken de straat op. Het is een hele andere manier van de stad verkennen dan te voet. We bevonden ons nu precies midden in de heksenketel van scooters en niet op het trottoir. Af en toe is het alsof we in een kermisattractie zitten en honderden scooters passeren ons links en rechts op de weg. Ze lijken zich weinig van de verkeersregels aan te trekken.

Als we rechtsaf moeten, wordt er gewoon links voorgesorteerd en wordt er vervolgens dwars door de rijen brommers naar de rechterkant van de weg gemanoeuvreerd. Soms gaan de scooters rakelings langs elkaar maar iedere keer lijkt het weer goed te gaan. Vooral goed om je heem kijken en op de mede weggebruikers letten lijkt de sleutel te zijn om het te overleven in het verkeer van HCMC. Veel bestuurders dragen een mondkapje om te zorgen dat ze de uitlaatgassen niet inademen. Bij onze eerste stop maakten we kennis met een ouder Australisch koppel die ook met de tour meegingen.

We bezochten een monument van de Vietnamese monnik Thích Quảng Duc. Deze monnik stak zichzelf in 1963 op een drukke weg in Saigon in brand om te protesteren tegen de discriminatie van Boeddhistische monniken. De foto’s die tijdens zijn daad gemaakt werden door een journalist, gingen de hele wereld over. Na zijn dood werd het lichaam verder verbrand maar zijn hart bleef intact en verbrandde niet.

Zijn hart werd in een glazen kelk opgeslagen in de Xa Loi pagode maar werd later verplaatst naar de kluis van de bank. Een indrukwekkend verhaal in ieder geval. We stapten weer achterop de scooter. Ronac had besloten bij de stagiaire achterop te gaan en voelde zich heel erg stoer.

HCMC is opgedeeld in  negentien districten (Quận) en deze zijn weer verdeeld in wijken (phườngs). Zo verblijven wij in de backpackerswijk in district 1 en reden we nu naar district 3. Hier bezochten we het Nguyen Thien Thuat appartement, één van de oudste complexen van de stad. Hier zagen we goed het dagelijkse leven van de mensen in de stad. We reden door naar district 10 waar we de grootste bloemenmarkt bezochten. Het was een bont kleurenpallet en we roken allerlei lekkere geuren.

We liepen langs verschillende winkels met een keur aan bloemen. Sommige kwamen ons bekend voor en andere totaal niet. Er waren losse bloemen, boeketten en bloemstukken voor verschillende gelegenheden te koop. De Australische mevrouw en mamma kregen een boeket met bloemen van gids John.

We stapten weer op en reden naar een koffiebar voor een verfrissing. Voor koffieleuten is Vietnam een goed land om te bezoeken. Ze zijn namelijk de op één na grootste koffie exporteur ter wereld. De koffie wordt geserveerd in een glas met daarop een druipfilter. Het duurt een tijdje voordat de koffie druppel voor druppel het glas vult. Het duurde dus even voordat pappa aan zijn kopje koffie kon beginnen.

De volgende stop was bij een van de Chinese tempels in Cho Lon, de Chinese wijk in district 5. Onderweg raakten we in het drukke verkeer twee scooters kwijt. Op één van de scooters zat Ronac. Telefonisch was er direct contact. Gelukkig was er niets gebeurd en ze zaten “ vast” in het verkeer. Toch duurde het nog wel een tijdje voordat de twee scooters het terrein opreden. Ronac was wel blij om ons weer te zien en had het toch niet zo fijn gevonden dat hij ons uit het zicht was verloren.

De Thien Hau tempel is een taoïstische tempel met Vietnamese invloeden. De tempel is in de negentiende eeuw gebouwd door de in de Chinese wijk Cho Lon wonende gemeenschap. De tempel is gebouwd ter ere van de Chinese taoïstische Godin van de zee Tianhou (Māzǔ). Dat komt door de ligging vlak bij de zee waardoor de inwoners van Saigon redelijk sterk afhankelijk zijn van de goede wil van Tianhou. De zee zorgt immers voor vis en kan ook voor onheil zorgen. Als mooiste detail van de Vrouwenpagode (zoals de tempel ook wel genoemd wordt) is de fries met prachtig kleurrijk houtsnijwerk.

Het zijn scènes uit een negentiende-eeuwse Chinese stad die uitgebeeld worden. Aan de muren hingen rode stroken papier hierop schrijven gelovigen hun gebeden. Ook hingen er vele wierrookslingers en kwamen we een en andere te weten over de Chinese dierenriemtekens. We stapten weer op de scooter en reden meer naar de buiten wijken van HCMC. We reden een stuk langs de rivier Sài Gòn. De rivier is sterk verontreinigd doordat fabrieken nog steeds hun afvalwater er in lozen.

Ook bestaat er in veel delen van de stad nog geen fatsoenlijke riolering en komt dit ook allemaal in het rivierwater terecht. We stopten bij een vrouwtje dat jonge groene kokosnoten verkocht. We kregen even een gezonde opfrisser, kokoswater. Kokoswater wordt vaak verward met kokosmelk maar dat is iets geheel anders.

Kokosmelk wordt gemaakt van het kokosvlees in de kokosnoot en heeft een witte kleur en is een melkachtige substantie. Kokoswater is transparant, en is, na gewoon water, het meest natuurlijkste beetje vocht ter wereld. De kokosnoot zelf maakt tijdens het groeien en rijpen zelf kokoswater aan. De kokosnoot neemt regenwater op en wordt door de aanwezige vezels in de noot gefilterd en bewaard in het binnenste van de kokosnoot. Het is dus een natuurlijk filtersysteem. De kokosboom voegt tijdens de groei mineralen en vitaminen toe aan het kokoswater. De vrouw opende de noot met een groot kapmes en we dronken het water met een rietje uit de noot. Ik vond het maar een vreemd weeïg smaakje en was er niet kapot van.

DCIM101GOPRO

We reden verder langs de rivier naar district 4 waar we Pho gingen eten. Pho is zo’n beetje het nationale gerecht van Vietnam en we zijn het overal in het land tegen gekomen. De locals eten het als ontbijt, lunch en/of avondeten. Het is een soep met rijstnoedels die op vele manieren bereid kan worden.

Traditioneel wordt het gemaakt met rundvlees en kruiden zoals steranijs, gember en koriander. Je laat deze ingrediënten uren (soms zelfs dagen) trekken tot een bouillon. Ook kaneel, venkelzaad en kruidnagels worden vaker toegevoegd. We gingen aan tafel zitten en al snel stond er een dampende kom pho voor mijn neus. Wat de pho helemaal afmaakt zijn de verschillende toppings. Op tafels stonden verschillende geurende kruiden zoals Thaise basilicum, koriander maar ook vissaus, pepers, taugé, lente-uitjes, limoensap en pinda’s kunnen in de pho gedaan worden. Het smaakte goed!

Na het eten liepen we naar buiten en bleek het weer te zijn omgeslagen. Het was flink aan het regenen. Er werden regencapes gepakt en aangetrokken. Ronac had besloten dat hij niet meer zijn vaste chauffeuse  achterop wilde en wisselde met de chauffeur van pappa. Nu reed hij voorop en moest iedereen hem volgen. Ondanks de regencapes waren we bij aankomst in het hotel toch goed nat geworden.

We namen afscheid van de crew en gingen naar onze kamer om iets droogs aan te doen. Het was net even droog toen we weer naar buiten gingen om nog een stukje te gaan lopen. Nog geen 10 minuten later begon het weer hard te regenen. We zijn bij een foodcourt naar binnen gegaan. Ronac bleek nog honger te hebben en bestelde een wrap met kebab. Hij was helemaal blij ermee. Ik nam macarons met een bolletje ijs

Een macaron is een klein, rond en luchtige koekje met een vulling ertussen. Van oorsprong komen de koekjes uit Frankrijk. Ze bestaan in verschillende smaken (pistache, aardbei, citroen, chocolade, framboos)  en hebben de prachtige felle kleuren. Lekker zoet, heerlijk! Na een tijdje werd het droog en liepen wij in de richting van het Reunification palace (herenigingspaleis).

Het bleek dichterbij te zijn dan we dachten. Op deze plek stormde in april 1975 een tank van het Noord Vietnamese leger door de hekken van het paleis. De president Duong Van Minh werd gearresteerd en de val van Saigon luidde het einde in van de Vietnamoorlog. In november 1975 werden na onderhandelingen Noord en Zuid Vietnam samengevoegd tot de Socialistische republiek Vietnam. De naam van het paleis wordt op dat moment veranderd in het Herenigingspaleis.

Terwijl we verder lopen in de richting van de Notre Dame kathedraal lopen we in het park tegen een groep mannen aan die een bepaald spel spelen met een shuttle. We worden aangesproken door een trainer en hij laat ons kennis maken met shuttle voetbal zoals wij het maar noemen. Het eerste spel met shuttle is het Ti Jian Zi spel en vond zijn oorsprong in China. Het spel wordt al tenminste 100 jaar gespeeld. Het spel komt voort uit Tsu Chu een spel dat verwant is aan voetbal. Het spel werd gespeeld met een shuttlecock en is in China en Vietnam razend populair.

Er is een speelveld met net opgezet en de shuttle wordt hier met de voet overheen gespeeld. Het bleek vrij intensief en lastig te zijn. Natuurlijk is het op je sandalen nog lastiger dan met voetbalschoenen. We bleven een tijdje oefenen en vonden het erg leuk om te doen. We kochten uiteindelijk twee shuttles van de trainer om het thuis ook een keer te kunnen doen.

We liepen door en kwamen langs de kathedraal gebouwd door de katholieke Fransen. De twee hoge klokkentorens zijn opvallend in het straatbeeld. De rode bakstenen muren zijn gebouwd met stenen uit Marseille. De mooie glas in loodvensters komen uit de Franse Chartres provincie. Naast de kathedraal ligt het Central Post Office van Saigon. Het hoofdpostkantoor is in koloniale stijl gebouwd, het is een mix tussen de gotiek, renaissance en Franse architectuur.

Er wordt vaak gezegd dat het ontwerp van architect Gustav Eiffel zou zijn maar dit is niet het geval. De Franse architecten Vildieu en Foulhoux zouden het originele ontwerp gemaakt hebben. We keken binnen en zagen de hal met telefooncellen, een wandschildering van Saigon en omgeving en eentje van Zuid Vietnam en de telefoon verbindingen. We liepen via lange brede straten door en kwamen bij het stadshuis.

Ook dit gebouw is in koloniale stijl gebouwd. Voor het stadhuis ligt de grootste straat: Nguyen Hue street. Het is volledig wandelgebied en is prachtig verlicht. Er omheen liggen zowel oude als hyper moderne gebouwen. Een mooi contrast. De laatste plaats waar we langs kwamen was de Ben Thanh markt.  Het is de oudste markt in de stad. Hier vind je bijna alles van traditioneel Vietnamees eten, kleding, schoenen, juwelen, groenten, souvenirs en nog veel meer. Helaas waren we aan de late kant en waren de handelaren hun waren al aan het opruimen. In de Bui Vien straat waar tientallen restaurants gelegen zijn, hadden we bij restaurant Huong Viet een heerlijke maaltijd.

Zuid Vietnam

In de ochtend werden onze spullen na vijf dagen verblijf in Hoi An weer ingepakt. We namen we nog een korte duik in het zwembaden en relaxten wat. Rond de klok van 10:30 uur checkten we uit maar we konden gewoon nog gebruik maken van alle hotelfaciliteiten. We betaalden de rekening van de afgelopen dagen en deze klopte niet helemaal. Ze waren een aantal dingen vergeten en wij gaven dit natuurlijk netjes door.

Stipt om 13:00 uur werden we opgehaald door een privé taxi die ons naar het internationaal vliegveld in Da Nang zou brengen. Vliegen in Vietnam is relatief goedkoop en het brengt je snel op de plaats van bestemming. Wij zouden met Vietjet Air vliegen naar Ho Chi Minh in het zuiden van Vietnam. De taxi bracht ons snel (binnen een uur) naar het vliegveld dat maar twee kilometer van de binnenstad verwijderd ligt. Tijdens de Vietnamoorlog werd dit vliegveld gebruikt als militaire basis van de Verenigde Staten. Hier vandaan werd het chemische ontbladeringsmiddel verdeeld over heel Vietnam.

Het gebied rondom het vliegveld was hierdoor sterk vervuild maar er werd in 2012 gestart met een schoonmaak van de vervuilde grond. Het inchecken verliep vlot en we hadden de tijd om nog een hapje te eten voordat we het vliegtuig in moesten. Ik wilde perse bij de Burger King iets eten en na flink zeuren kreeg ik het voor elkaar. Het vliegtuig waar we mee zouden vliegen landde te laat en hierdoor liepen wij een vertraging van 45 minuten op. Uiteindelijk was het vliegtuig toch gereed voor vertrek en werden we met een bus vliegtuig gebracht.

Het was een vliegtuig van Jetstar Pacific. De vliegtijd was ongeveer 1 uur en 20 minuten. De tijd kwamen we door met een potje kaarten. Na het landen op het internationaal vliegveld Tan Son Nhat haalden we onze bagage op en die kwam ook nog vrij snel. We hadden een taxi via het hotel geregeld en we werden netjes opgewacht door de chauffeur. Ho Chi Minh City (HCMC) heette vroeger Saigon maar dit veranderde na de oorlog. De stad werd daarna vernoemd naar de grote leider van Vietnam; Ho Chi Minh. HCMC is met ruim 9 miljoen inwoners de grootste stad van het land en dat zagen we duidelijk terug in het stadsbeeld. De eerste indruk was dat de stad erg Westers aandoet.

Hoewel de afstand van het vliegveld naar het hotel niet ver was (zo’n 7 kilometer), deden we er bijna een uur over om bij het hotel te komen. In tegenstelling tot Hanoi staan hier overal stoplichten, rijden er honderden scooters (motorbikes) en meer auto’s. Het Ailen Garden Hotel lag in district 1, in de bekende backpackerswijk Tay Ba Lo. Het hotel was niet per taxi bereikbaar omdat het in een autovrij straatje lag. Het laatste stuk liepen we met onze rugzakken door een stuk modderpoel. De weg was op gebroken en er werd flink gewerkt door bouwvakkers aan gebouwen en weg. We kregen een kamer in Ailen Garden 2 op de 2e etage.

De kamer was groot en voorzien van airco. Ondanks dat we niet veel hadden gedaan vandaag waren we moe. We verlieten het hotel om een hapje te eten. Rondom het hotel zijn veel restaurants te vinden en wij namen er eentje waar we vanuit het steegje recht tegenaan liepen.  We lagen uiteindelijk rond 20:30 uur in bed maar vielen niet direct in slaap. Mamma regelde namelijk nog een toer per motorbike (scooter) voor morgenochtend en werd door de receptie een paar keer teruggebeld. Ik ben wel benieuwd naar morgen als we op de scooter HCMC gaan verkennen.