De nachttrein

Het was de bedoeling om vandaag op tijd op te staan en te vertrekken maar dat lukte ons toch niet helemaal. We hadden eerst weer een lekker ontbijtje en checkten ons daarna uit. De spullen konden we achterlaten en zouden we aan het einde van de middag weer ophalen. Te voet liepen we met een plattegrondje in de hand in de richting van het Mausoleum van Ho Chi Minh. Iedere dag weer staan hier enorme wachtrijen om de oud president de laatste eer te bewijzen.

Onderweg naar het Mausoleum

Ho Chi Minh was de aanvoerder van de onafhankelijkheidsbeweging tegen de Franse kolonisten. Hij werd na de Vietnamoorlog een communistische grootheid en is nog steeds zeer geliefd in Vietnam. “Uncle Ho” zoals men hem vaak noemt was een wijs man met hart voor zijn land. We kwamen onderweg langst langs een park waar we even wat verkoeling zochten onder de bomen. De zon brandde fel en we hadden het erg warm. We moesten een heel stuk om het terrein van het mausoleum lopen om bij de ingang te komen. Het was een hele bedoeling om binnen te mogen. Rugzakken moesten worden afgegeven, drinken is niet toegestaan, kauwgom kauwen, petjes, zonnebrillen zijn verboden. We moesten fotocamera’s afgeven en zouden deze aan de andere kant van het terrein weer terugkrijgen.

Het Mausoleum van Ho Chi Minh

Mamma vond het niet zo’n prettig idee om haar duurdere camera zomaar af te geven. Op goed geluk dan maar, zei ze. We sloten achteraan in een lange rij. Gelukkig was de wachtrij overdekt en stonden we nog een klein beetje uit de zon. Langs de wachtrij stonden wachters die de mensenmassa (soms wel 50.000 bezoekers per dag) in de gaten hield. Vlak voor het mausoleum moesten we ons opstellen in twee rijen, mochten we niet meer praten en schuifelden we langzaam het mausoleum binnen. We mochten niet stilstaan en moesten vooral doorlopen. Ho Chi Minh wilde na zijn dood gecremeerd worden en zijn as uit laten strooien over zijn geliefde Vietnam.

Maar na zijn dood dachten de Vietnamese leiders daar echter anders over. Het lichaam van Uncle Ho ligt al jaren als een gebalsemde mummie opgebaard in het mausoleum. Wel vreemd als je bedenkt dat hij dit zelf absoluut niet zo wilde. Het zag er uit alsof hij vredig lag te slapen en ieder moment kon ontwaken en opstaan. Na het verlaten van het mausoleum vroeg Ronac waarom we zo lang in de rij hebben gestaan om langs een dood iemand te lopen? Eigenlijk is het ook wel een beetje luguber maar deze man heeft zoveel voor Vietnam betekend dat wij het bij deze vakantie vonden horen en daarom een bezoek brachten aan het mausoleum. We volgden de massa en kregen bij een loket mamma’s fotocamera weer terug. De rugzak moesten we aan de andere kant voor 12:00 uur ophalen.

Het presidentieel paleis.

We hadden niet veel tijd om door het op het zelfde terrein gelegen huis en tuinen van Ho Chi Minh te bezoeken. Bij het loket van de tassen was het rommelig en mamma werd naar het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk wist ze toch onze rugzak terug te krijgen. We wandelden nog in de omgeving van het mausoleum en namen toen een taxi naar het Old Quarter. Opnieuw was het heel warm vandaag, zo’n 38 graden, en zochten we een restaurant uit met airconditioning.

Het Old Hanoi Restaurant was heel sfeervol gedecoreerd met lampionnen en had een leuke menukaart. Ronac en ik namen Pho Bo (noedelsoep), mamma nam Bun Cha, varkensvlees geroosterd op de barbecue in een zoete soep. Pappa had het gerecht Cha Ca Ha Noi style en dit werd op een speciale manier opgediend. De serveerster bereidde het aan onze tafel. In een kleine wok werd vis, pinda’s, groenten etc. gebakken daarna doe je het in een rijstvel en kun je het eten. Het was erg lekker en blijkbaar een specialiteit in Hanoi.

En alweer een heerlijke lunch

We hadden ruim de tijd genomen voor onze lunch maar besloten om toch nog een bezoek te brengen aan de Hoa Lo gevangenis, nu een museum. Ondanks dat het niet ver was namen we uit tijdsbesparing een  taxi. We hadden al snel in de gaten dat de meter wel erg snel opliep en er iets niet klopte. We stopten bij de gevangenis en hij wilde ons voor het kleine stukje heel veel geld laten betalen. Pappa ging in discussie en zei dat hij de boel aan het oplichten was en we het bedrag van de meter niet gingen betalen. Ineens deed hij alsof hij het niet begreep en niet verstond.

Toen pappa zei dat we dan de politie erbij zouden halen, ze stonden toevallig ook nog daar met een auto, werd hij wat zenuwachtig. Pappa gaf hem een bedrag waarvan hij vond dat dit bij het ritje paste en wij stapten uit. De taxichauffeur was het er niet mee eens maar reed er toch maar snel vandoor. Tja, ook dat hoort er een beetje bij. Men probeert af en toe de toeristen voor de gek te houden met opgevoerde meters enzovoort maar wij zijn er gelukkig niet ingetrapt. We liepen de voormalige gevangenis in en kochten de entreekaartjes.

De indrukwekkende “Hoa Lo” gevangenis.

De Hao Li gevangenis is door de Fransen gebouwd en in de onafhankelijkheidsoorlog werden veel Vietnamese strijders hier gevangen gezet. De omstandigheden waren slecht en de gevangenen werden gemarteld en gedood. Het waren niet alleen maar mannen die hier gevangen zaten maar ook veel vrouwen die soms ook nog in gevangenschap een kind kregen. De Fransen vertrokken maar de gevangenis bleef staan. Tijdens de Vietnam oorlog werd de gevangenis door de Vietnamezen gebruikt om politieke en Amerikaanse soldaten gevangen te houden.

Busted!

Het museum verteld gruwelverhalen van deze periodes. Er wordt uitgelegd welke martelingen de gevangen moesten ondergaan en onder welke erbarmelijke omstandigheden zij als beesten in een kooi gehouden werden. Volgens de propaganda die we zagen, zouden de omstandigheden tijdens het Vietnamese regime een stuk beter zijn geweest. Op foto’s die we zagen hangen, zagen we lachende Amerikaanse gevangenen volleyballen, schilderen en roken . Toch zeggen verschillende Amerikaanse gevangenen dat ze gemarteld zijn en zwaar ondervoed waren.

De waarheid zal mogelijk ergens in het midden liggen, vermoeden wij. Het is zeer indrukwekkend en op deze manier besef je een klein beetje beter wat dit land en haar inwoners hebben moeten doorstaan in het verleden. We konden in de cellen om te ervaren hoe het was maar we vonden het maar akelig. We keken nog een film en bij het monument voor de herdenking van de gevallen slachtoffers. We liepen terug en aten een ijsje op het terras in het park naast het Hoan Kiem meer. We haalden onze backpacks op bij het hotel en er werd een Uber taxi gebeld. Het personeel hielp ons mee met alles in de taxi zetten en ze zwaaiden ons uit toen we vertrokken.

Klaar voor de treinreis!

Wat een gastvrijheid! Binnen 10 minuten werden we netjes voor het station afgezet. We waren ruim op tijd en moesten nog dik 40 minuten in de wachtruimte wachten tot we de trein mochten betreden.  Omdat Vietnam uitgestrekt is, is het een ideaal land om met de trein te reizen. Er loopt een treinspoor van Hanoi tot Ho Chi Minhstad. Het is niet alleen een manier om van de ene naar de andere plaats te komen. Een treinreis is veel meer dan dat. Het treinspoor loopt door mooi landschap en je hebt kans om de lokale bevolking te ontmoeten.

In de slaaptrein.

De treinreizen duren in Vietnam vaak lang dus we hadden de nachttrein geboekt.  We hadden een vierpersoons- slaapcoupe in het Violetta gedeelte van de trein. We legden onze backpacks onder de smalle bedden en liepen wat heen en weer in de gang. We vertrokken stipt op tijd. Het was inmiddels donker geworden toen we het station uitreden. Het eerste stuk ging door Hanoi en de trein reed vrij langzaam. We zwaaiden naar de kinderen die langs het spoor liepen of achterop de motorfiets bij hun ouders zaten. In onze coupe was het sfeervol met de sfeerlamp en we deden wat spelletjes. We besloten om op tijd te gaan slapen. We poetsten onze tanden, gingen naar het toilet (lastig met dat wiebelen) en legden ons in het smalle bed. Door het heen en weer gaan van de trein, vielen wij al snel in slaap.

Old Quarter in Hanoi

We sliepen vanmorgen iets langer uit dan de andere dagen en waren nog net op tijd voor het ontbijt. In het Friends Inn hotel was het ontbijt inbegrepen en het werd geserveerd in een ruimte naast de receptie. Er stonden hoge tafels en we moesten op krukken zitten. Fruit en drinken kon je zo pakken en we konden kiezen van de kaart wat we wilden eten. Mamma bestelde een pannenkoek met honing, Keyro en ik namen scrambled eggs (roerei) met brood en pappa nam Pho, een noedelsoep.

Na het ontbijt vertrokken we lopend door de straatjes van het Old Quarter. We hebben nu twee dagen de tijd om Hanoi te ontdekken. Het is een drukke en levendige stad en er valt genoeg te zien en te beleven. Het charmante aan de stad is dat cultuur, oude ambachten en diepgewortelde rituelen  aan de andere kant worden aangevuld met hedendaagse mode, moderne restaurants en hotels. Hanoi is al eeuwenlang de hoofdstad van het Vietnamese keizerrijk.

De Vietnamese “Peppie & Kokkie”

Zo heette de stad onder bestuur van de Chinezen “Than Long (Stijgende draak)” en later in de vijftiende eeuw “Dong Kinh”. Tijdens de Vietnamoorlog richtten zware Amerikaanse bombardementen veel schade aan in de stad. Gelukkig zijn er toch nog veel gebouwen overeind gebleven en kunnen we deze nog terug zien in het straatbeeld. In Hanoi leven circa 2,6 miljoen mensen in de binnenstad en nog eens circa 6,5 miljoen mensen in de buitenwijken.

We gingen als eerste naar het kantoor van het Thang Long theater om kaartjes te kopen voor het waterpoppentheater. Het duurde heel erg lang en ondertussen dronken wij een smoothie op het terras naast het theater. Uiteindelijk wist mamma de kaartjes te bemachtigen voor de tweede show van vanavond om 19:00 uur. We liepen verder en kwamen bij een kraampje waar allerlei petten en hoedjes verkocht werden. Wij wilden wel zo’n traditionele Vietnamese punthoed. Na even afdingen kochten we voor een paar euro twee hoedjes die we meteen opzetten tegen de zon.

De Thap Rua pagode

We liepen naar het Hoan Kiemmeer (Meer van het zwaard). Het Hoan Kiemmeer is bekend vanwege de legende van Koning Le Thai To. Volgens de legende kreeg de koning van de goden een magisch gouden zwaard (Thuan Thien) toegezonden. Met dit zwaard kon hij de Chinezen, die de stad in bezit hadden, uit de stad verdrijven. Toen hij de dag na de gevechten met een boot over het meer voer, kwam er een gouden schildpad (Kim Qui) omhoog die het zwaard afpakte. De schildpad nam het zwaard mee naar de bodem van het meer en gaf het zo terug aan de goden. De reuzenschildpad zou nog steeds in het meer leven!? In het midden van het meer zagen we de Thap Rua pagode.

Deze pagode is gebouwd ter ere van de magische schildpad die er indirect voor zorgde dat de Chinese indringers verdreven werden. We bezochten ook de Ngoc Son tempel die gelegen is op een eiland in het Hoan Kiemmeer. De tempel werd gebouwd in de 18de eeuw en is opgedragen aan drie personenen. De geleerde Van Xuong, generaal Tran Hung Dao, die in de 13de eeuw de Mongolen versloeg, en La To, de patroonheilige van de artsen. We bereikten het eiland via de knalrode The Huc-brug. “The Huc” betekent in het Vietnamees opkomende zon. We liepen rond in en om de tempel en genoten ondanks de vele toeristen toch van de rust.

 

Na het bezoek aan de tempel liepen we langs de oever van het meer in de richting van het Vrouwenmuseum. Het museum is een eerbetoon aan de bijdrage van de vrouw bij de opbouw van het land. Bij aankomst bleek dat de airconditioning in het hele gebouw het niet deed maar we kregen allemaal een flesje water mee en er zouden fans staan. We namen een audioguide in het Engels mee en zo zouden we een route volgen door het hele museum. We leerden veel over de rol van de vrouw in Vietnam, zowel in het verleden als het heden.

In het vrouwenmuseum

We kregen informatie over familieaangelegenheden (trouwen), beroepen (straatverkopers, rijstverbouwers), mode en de rol van de vrouw in de oorlog tegen Amerika. In de 20 jarige oorlog hebben vrouwen een grote militaire bijdrage geleverd aan het bevrijden van Vietnam. Heel indrukwekkend om te lezen dat veel jonge vrouwen hebben gestreden en velen zijn omgebracht voor het bevrijden van hun land. Na het museumbezoek namen we een taxi terug naar het Old Quarter om iets te gaan eten. We liepen een tijdje rond maar vonden niet echt een leuk restaurant.

Uiteindelijk zijn we bij restaurant Le Pub gaan zitten en bestelden we iets te eten. De menukaart bevatte veel Westerse gerechten en natuurlijk bestelden Keyro en ik dat. Ik nam een hamburger met frietjes, Keyro had een pizza en pappa en mamma namen wel een Vietnamees gerecht. Op zich was het eten niet slecht maar op veel plaatsen krijg je een betere prijs-kwaliteit verhouding. Vanwege de warmte besloten we om even terug te lopen naar het hotel en ons iets op te frissen voordat we naar het theater zouden gaan.

De waterpoppenshow was geweldig!

De luchtvochtigheid is zo hoog dat de hele dag door het zweet van ons lijf afgutst. Na een uurtje in de hotelkamer waren we weer afgekoeld en opgefrist. We liepen terug naar het Thang Longtheater dat gelegen is aan de oever van het Hoan Kiemmeer. We moesten 10 minuutjes wachtten tot de mensen van de voorstelling van 18:00 uur naar buiten kwamen.

We hadden een plekje helemaal boven in de zaal op rij Q. Nadat de hele zaal vol zat met mensen, begon de voorstelling. De voorstelling werd uitgevoerd met poppen in en rond het water. Het is een typisch Vietnamese vorm van kunst. Het verhaal ging voornamelijk over het dagelijkse leven van de Vietnamese boeren. Tijdens de voorstelling werd gebruik gemaakt van zang (live), dramatische muziek (door een echt orkest) en allerlei effecten zoals vuurwerk, rook en water.

Het verhaal betoverde mij volledig en ik zat op het puntje van mijn stoel. De humor in de voorstelling deed ons lachen en het oh en ah gehalte bij het vuurwerk was heel hoog. Ik vond het heel jammer toen de voorstelling na 45 minuten alweer was afgelopen. We verlieten het theater en liepen naar de “Nightmarket”.

De markt wordt alleen gehouden in het weekend, is 3 kilometer lang en strekt zich uit van de Hang Dao straat in het noorden (nabij het meer) tot de Dong Xuan markt. Speciaal voor deze markt is het in de avond verboden gebied voor alle vervoersmiddelen. Er zijn kraampjes neergezet en de verkopers prijzen hun waren aan.  Bij de kraampjes kun je van alles kopen. Kleding, speelgoed, elektronica, souvenirs, je kunt het niet bedenken of je kunt het er vinden.

We mochten allebei wat kopen en al snel kocht ik een fidgetspinner. We kregen weinig van de prijs af en ik wilde hem zo graag hebben dat de verkoper uiteindelijk in het voordeel was. Tussendoor kochten we bij een eet-kraampje een gekrulde aardappel op een stokje. Jammer genoeg was deze iets te hard gebakken en brak ik bijna mijn tanden erop stuk. We zagen op een straathoek iemand een drankje verkopen. Het drankje heette Nuoc Mia (suikerrietsap).

De grote suikerrietstengels gingen door een pers heen en het sap dat er uitkwam, werd opgevangen en in een beker met ijs gedaan. Naar horen zeggen zou het drankje heel gezond moeten zijn. De Nuoc Mia zit vol met vezels en is daarom goed voor de darmen. Het was super zoet en voor we er erg in hadden was de beker leeg en had pappa niets om nog te proeven, acherm.

Smullen op de nightmarket

Keyro kocht op de markt nog een voetbalpakje en een fidgetspinner. Na al het slenteren liepen we terug in de richting van het hotel. We stopten nog bij een klein cafeetje waar we een drankje dronken met een paar verse “springrolls” erbij. Ondertussen was het toch weer laat op de avond geworden en gingen we moe maar voldaan ons bedje in.

Bánh mì

We werden wakker van het ruisen van de zee. De spullen werden alweer ingepakt want we zouden deze mooie plek alweer verlaten. We gingen naar het restaurant voor het ontbijt en opnieuw viel het eten tegen. Op zich verlangen wij niet veel maar gezien de hoge bedragen die het resort vraagt per nacht, verwacht je toch wel iets meer.

Vaarwel paradijsje…

We stapten op de boot en voeren door de Lan Ha baai richting Ha Long baai. Onderweg zagen we bij een aantal eilanden drijvende dorpen van vissers. Veel bewoners van de dorpjes komen nooit aan het vaste land en leven hun hele leven op zee. Ze leven van de vis en weekdieren die ze vangen en verkopen. Bij Ha Long Baai stapten we over op de boot die we eigenlijk hadden geboekt. Hij was groter dan de andere boot en iets luxer. Onze voorkeur had toch echt de eerste boot.

Aan boord van het schip volgden we een korte kookles. De gids aan boord leerde ons een echt Vietnamees gerecht klaar maken. Natuurlijk maakten we de wereldbekende Vietnamese loempia’s. De loempia’s worden gemaakt van rijstpapier. We vulden de loempia met ingrediënten die we lekker vinden. Zo kun je ze vullen met noedels, kip, garnalen, kruiden of knapperige groenten. Toen wij aan de beurt waren was er al veel van de vulling op maar het lukte ons toch om met de overgebleven ingrediënten een lekker loempia te vullen.

Workshop Vietnamese loempia’s

Na het klaar maken van onze eigen loempia mochten wij hem op eten. We vonden een tafeltje aan dek met het uitzicht op Ha Long baai op de achtergrond. Voordat we van boord gingen, hadden we nog een lunch. De gids van vandaag had veel haast en liep ons flink op te jagen bij het van boord gaan. Uiteindelijk stonden wij op de kade en pappa was nog op de boot. Ook in de haven zaten we nog een dik half uur te wachten voordat we in de bus konden. Dus waar al die haast nu voor nodig was, geen idee.

De terugreis naar Hanoi was een stuk relaxter dan op de heen weg. Na aankomst haalden we in Hanoi onze spullen op bij Friends Travel. Vanuit de Hang Buom was het ongeveer 10 minuten lopen naar ons hotel. We werden zeer vriendelijk ontvangen door het personeel van hotel Friends Inn. We kregen een hele zoete lemon juice aangeboden van het huis. Onze kamer lag op de eerste etage, was zeer ruim en had airco, douche en toilet. We fristen ons op en wilden iets gaan eten. Net op het moment dat wij de straat uitlopen, begint het toch te regenen. We schuilen even onder een afdak maar we hadden niet het idee dat het voorlopig zou stoppen met regenen. Aan de overkant van de straat lag een Coffee bar en we besluiten daar naar toe te rennen en iets te drinken. Alleen al van het oversteken waren we goed nat geworden.

Verrast door een tropische bui.

De vriendelijke mevrouw kwam meteen met een handdoek aan zodat we ons wat konden afdrogen. Ondanks dat ze geen Engels sprak lukte het ons om een bestelling te doen. We wilden ook iets eten maar dat ging niet in de bar maar ze nam pappa en mij mee naar de buren waar we een  Bánh mì bestelden. Het Vietnamese brood, Bánh mì (“Bánh” is brood, “mì” is  tarwe is afgeleid van het Franse baguette (stokbrood) dat werd geïntroduceerd door de Fransen in de koloniale tijd. Het brood is over het algemeen luchtiger en heeft een dunnere korst dan de Franse variant.

Een broodje “Bánh mì”

Het broodje kan gevuld worden met verschillende ingrediënten maar meestal zit er varkensvlees bij. Het is vaak een ratjetoe van varkensvlees. Werkelijk alles kan erin. Het vlees kan bestaan uit: Vietnamese gestoomde varkensworst (Cha lua), ham met veel vet, varkensoor,  gegrilde gehaktburgers (Nem nuong), varkenspaté, varkensgehakt Xiu mai of Chinese geroosterde varkensvlees (Xa xiu). Maar ook eieren of viskoekjes (Cha ca) kunnen erin. Bij het vlees kan er nog verse koriander, ingemaakte wortel, komkommer, Thaise basilicum en of chilipepers worden toegevoegd. Geen idee wat wij bestelden dus het was een grote verrassing toen het gebracht werd. Het was een heerlijk broodje die we binnen no- time op hadden. De rekening viel zoals altijd mee en de drankjes bleken duurder te zijn dan de broodjes. Gelukkig was het in de tussentijd droog geworden en waren we snel terug in het hotel.

Goodmorning Vietnam

Na een paar dagen in Bangkok was het tijd om verder te reizen naar onze werkelijke bestemming: Vietnam. We vertrokken rond de klok van 9:00 uur met de taxi naar het vliegveld. Met het vliegtuig van lowcost maatschappij VietJet Air vertrokken we om 11:45 uur naar Hà Nội (Hanoi). De hoofdstad van Vietnam ligt in het noorden van het land en daar beginnen wij met onze reis. We konden Vietnam niet zo maar naar binnen en we hebben in Nederland al een speciale brief aan moeten vragen voor ons visum. Via deze “Visa approval letter” kregen wij toestemming om het land binnen te mogen. Op het vliegveld in Hanoi moesten we nog ter plaatse het visum kopen (visa on arrival). Met ons visum mogen we maximaal 30 dagen in Vietnam verblijven.

We hadden gehoord dat al deze formaliteiten aardig wat tijd konden kosten maar het viel reuze mee. Na ongeveer 15 minuten wachten verscheen Keyro zijn naam op het scherm. We haalden onze paspoorten met visum erin op en betaalden de kosten (100 dollar voor ons vieren). Daarna door de douane en naar de bagageband. Bij de uitgang werden wij opgewacht door de airport service van het Camel City Hotel. De rit van het vliegveld naar hartje centrum van Hanoi, duurde 45 minuten.

Het Camel City Hotel ligt in het historische centrum dat ook wel “Old Quarter” (oude kwartier) wordt genoemd. Het hotel lag in een klein steegje dus werden we op de grote weg uit de taxi gelaten en liepen we de paar meter naar het hotel. We kregen een kamer op de vijfde etage en er was geen lift. Het was even pittig om met onze bepakking naar boven te gaan. Het was een ruime kamer en we hadden zelfs een ligbad in de badkamer. We bleven niet lang in de kamer want we wilden iets gaan eten. Op straat was het een drukte van jewelste.

In het Old Quarter vind je gezellige kleurrijke straatjes, kraampjes, restaurants en vooral heel veel mensen en heel veel scooters. Waar je ook kijkt overal zie je de scooters alle kanten uitschieten. Het oversteken van de straat is in Hanoi een grote uitdaging. Wachten tot de weg vrij is , hoef je te doen want dat gebeurd nooit. We begonnen, net zoals alle voetgangers, gewoon met oversteken en hoopten dat de scooters en taxi’s om ons heen zouden rijden. We mochten vooral niet stil gaan staan maar moesten gewoon door blijven lopen.

In het begin een beetje eng maar al het verkeer bleek op tijd voor ons te stoppen of om ons heen te rijden. We liepen even naar het kantoor van Friends Travel Vietnam voor de laatste check en update voor onze trips naar Sapa en Halong Bay. Sidney, de Nederlandse eigenaar bleek een super aardige man te zijn. We kregen een Vietnamese ice tea en pappa ice coffee. Allebei ijskoud en mierzoet maar wel erg lekker. We kregen een korte uitleg wat we de komende dagen allemaal zullen gaan doen. Ik heb er nu al zin in want het klinkt allemaal erg leuk.

We dwaalden wat door de straatjes waar de Franse architectuur het Vietnamese straatleven ontmoet. In elke straat wordt één ambacht of product verkocht. Zo koop je in de Lampionnenstraat: lampionnen en in de Mandensteeg koop je manden. We kwamen langs het Hoan Kiem meer en pinden daar bij de bank 5 miljoen Vietnamese Dong. De nationale munt, de Vietnamese Nationale Dong (VND) kwam in 1850 als eerste wettelijke munt in Vietnam. Het biljet met de hoogste waarde van 500.000 VND is iets minder dan € 20 waard. De komende drie weken zijn wij miljonairs en is onze portemonnee flink gevuld hebben met veel bankbiljetten.

Bij restaurant Green Farm vonden wij een tafeltje voor ons avondeten. Keyro had een hamburger (waar hij wel lang op moest wachten), mamma had gebakken kip met groenten, pappa had beef met champignons en ik had frietjes met kaasnuggets. Als voorgerecht hadden we verse Vietnamese loempia’s besteld maar deze kwam tegelijk met het hoofdgerecht. Het eten was biologisch en smaakte goed. Weer terug in het hotel nam ik nog een lekker bad. Op tijd gingen we ons bed in want morgen moeten we op tijd opstaan voor ons 3-daagse Real Sapa Experience tour.