Cua Dai Beach

We zaten vanmorgen rond 9:00 uur al aan het ontbijt. Mamma bestelde een fruitsalade, Ronac cornflakes, ik een bananenpannenkoek en pappa nam Mi Quang (noedels). De noedels zijn speciaal van deze streek en zijn vernoemd naar de provincie Quang Nam. Wat is er zo speciaal aan deze noedels? Ze zijn in tegenstelling tot de andere noedels in bijvoorbeeld Pho, is dat ze veel dikker en geliger (door kurkuma) zijn door de gebruikte rijstmeel. De bouillon is meestal gemaakt van kip of varkensvlees en naast de noedels wordt er een bord met groenten en kruiden (morning glory, koriander, munt) geserveerd.

Na het ontbijt namen we opnieuw de fiets en gingen op weg naar een ander strand. Volgens informatie is het Cua Dai strand veel drukker dan het An Bang strand maar wij wilden dit met eigen ogen aanschouwen. Het was ongeveer 15 minuten fietsen en ook hier moesten we weer verplicht onze fiets stallen. Aan het strand stonden veel palmbomen en waren grote “bulten” (zanddijken) op het strand aangelegd om het land te beschermen tegen de zee.

We liepen het strand op en hier was het zelfde principe als op het An Bang strand. Gratis ligbedden en parasol bij gebruik maken van lunch in bijbehorende strandtent. Wij renden meteen het strand op en gingen weer heerlijk onze gang. Mamma hielp nog even een Japans stelletje dat met de scooter was gevallen. De verwondingen van de jongen waren best flink met heel veel vuil er in. Het vuil kon niet goed verwijderd worden en mamma en een behulpzame Vietnamese verkoopster adviseerden om In Hoi An naar een dokterspraktijk te gaan. De jongen vertrouwde echter op een of ander zalfje wat een passerende Japanse toeriste hem gaf en volgde het advies niet op.

Ondanks de verhalen die we hadden gehoord over dit strand vonden wij het juist prettiger en relaxter dan het andere strand. We  hadden een goede lunch bij de strandtent met hamburgers, mamma met zoetzure garnalen met ananas en pappa met clams (oesters). Tegen half vijf werd het ineens heel erg donker en toen we achter ons keken naar het vaste land, hingen daar grote donkere (onweers)wolken.

We pakten de spullen in en liepen naar onze fietsen. Het begon te waaien en de eerste druppels begonnen al uit de lucht te vallen. We stapten toch op de fiets maar al snel kwam de regen met bakken uit de lucht. Binnen enkele minuten waren wij helemaal nat. Ik fietste gewoon in mijn zwembroek dus voor mij maakte het niet uit. Straten kwamen onder water te staan en af en toe hoorden we in de verte wat onweer. Het bleef onze hele terugreis regenen en dit was dus een flinke tropische regenbui.

Bij het hotel werden we door het meisje van de receptie opgewacht met handdoeken om ons af te drogen. We besloten om ons een beetje op te laten drogen en zochten een plaatsje op het terras en bestelden (Vietnamese) thee, koffie en warme melk om een beetje warm te worden. De regen had ons toch wel wat afgekoeld.

’s Avonds zijn we in het centrum gaan eten bij een Thais restaurant. We hadden viskoekjes, Chiang Mai kippenpootjes, Satay, en als hoofdgerecht diverse curry’s (massaman, groene en rode curry). Op de terugweg kochten we nog wat souvenirs en genoten wij voor de laatste keer van de prachtig verlichte straatjes. Wat een prachtig en gezellig stadje is Hoi An. Een echte aanrader voor iedereen die naar Vietnam gaat. Ronac viel al vrij snel in slaap en ik keek samen met pappa naar de EK finale vrouwenvoetbal. Het Nederlandse vrouwenelftal wist heel knap de titel te winnen en zijn Europees kampioen.

An Bang Beach

Vandaag voelde ik me al een stuk beter. Ik was nog wat slapjes maar de koorts leek gezakt te zijn. We hadden eerst ontbijt met brood en ei. We maakten onze tassen klaar om naar het strand te gaan.

Bij het hotel konden we gratis gebruik maken van de fietsen. Voor Ronac hadden ze zelfs een kleinere fiets geregeld. Ronac probeerde de fiets maar vond hem niet fijn en besloot met veel theater dat hij bij pappa of mamma achterop zou gaan. We vertrokken rond 10:00 uur in de richting van het An Bang strand. Het was ongeveer 6 kilometer en we volgden de hoofdwegen. Ik fietste steeds achteraan want ik had nog maar weinig energie.

We stopten tussendoor om wat te drinken en van de omgeving te genieten. Vlakbij het strand werden we aangesproken door vele mannetjes die ons hun fietsenstalling aanprijzen. We kwamen niet met de fiets bij het strand en moesten dus onze fiets stallen. We kregen een nummer op ons zadel dat we betaald hadden en bij elkaar hoorden. We gaven aan dat het niet klopte en Keyro bij ons hoorde maar er werd niet echt geluisterd of het werd niet begrepen.

We lieten het zo en liepen naar het strand. Er waren veel barretjes en restaurants en we besloten om eerst iets te drinken. Mamma nam een verse klappernoot en wij namen frisdrank. We trokken onze zwembroek aan op het toilet en gingen daarna het strand op. Er stonden veel ligbedden met parasols er boven. Ook hier werden we continu aangesproken om een bedje te huren bij een van de strandtenten.

Als je er die dag ging eten, waren de bedjes gratis. We besloten om bij een van de vele een ligbed te nemen zodat we ook wat schaduw van de parasol zouden hebben. Het An Bang strand is mooi met palmbomen en wit strand. Het strand zou het beste strand zijn rond Hoi An maar wij vonden het wel erg toeristisch. We vermaakten ons heerlijk in de zee en op het strand. We bouwden kastelen, dammen en geulen waar het water in liep. Lekker een middag ontspannen en niets doen.

Tussendoor hadden we een lekkere lunch bij het strandtentje waar we de ligbedden hadden gehuurd. Ronac nam een hamburger, mamma had noedels, pappa had iets anders en ik nam een noedelsoep. We verlieten het strand pas rond 17:00 uur. Bij de fietsenstalling kregen wij een discussie met de eigenaar dat wij mijn  fiets niet meekregen omdat hier een ander nummer op stond dan die van pappa en mamma.

Pappa was vasthoudend en liet duidelijk zien dat wij de fietssleutel hadden en we fietsten gewoon weg. Tja, we hadden dit vanmorgen al heel duidelijk gemaakt dus helaas voor hem. De terugweg fietsen we niet langs de grote weg maar reden we tussen de rijstvelden door. Heerlijk hoe rustig het daar was.

Terug in het hotel moesten we eerst douchen om al het zand van ons af te spoelen want het zat werkelijk overal. Tegen 19:30 uur werden we met het golfkarretje weer naar het centrum gebracht. We liepen deze keer de Cau An Hoi brug (Bridge of Lights) over. De brug is ’s avonds verlicht met veel lampjes en iedereen passeert deze brug maar ondanks de vele mensen werd er nauwelijks geduwd. Aan deze kant van de brug bleken veel restaurants te liggen en al snel hadden we een leuk restaurant gevonden. We liepen de trap op naar het For You restaurant.

We gaven onze bestelling door aan de bediende en speelden een potje kaart tot het eten klaar was. Ronac had gegrilde kipfilet met frietjes, mamma en ik namen een lokale specialiteit Banh Bao Vac ook wel White Rose genoemd.  Het is een dumpling, een deegpakketje van rijstvellen, in de vorm van een bloem. Het is gevuld met garnalen, krab en kruiden. Er worden krokant gebakken uien en een dip van bouillon, pepers, citroen en suiker bij geserveerd. Een smaakexplosie!

Pappa had een andere lokale specialiteit fried wonton. Gefrituurde wonton (rijst)vellen met daar bovenop garnalen en krabvlees gemengd met tomaat en kruiden. Ook zeer smakelijk! Na het eten liepen we nog wat door het stadje en genoten van alle lichtjes en prachtige lampionnen. Het is soms net of je in een sprookje loop met al die lichtjes. We waren rond 22:00 uur weer terug in het hotel.

Fietsen door Bangkok

Wat hadden wij een moeite om vanmorgen wakker te worden en op te staan. Maar ja, wat wil je het was nog midden in de nacht. Toch moesten we opschieten want we werden om 6:30 uur aan de andere kant van het centrum verwacht bij het kantoor van Co van Kessel. Op straat vonden we direct een taxi die ons naar het kantoor wilde brengen. We waren vrij snel daar omdat het verkeer zo vroeg in de morgen nog niet echt druk was.

Het kantoor ligt in de wijk Yaowarat en is ’s werelds grootste Chinatown. Co van Kessel is een Nederlandse touroperator die dertig jaar geleden is begonnen met het aanbieden van tochten door Bangkok. Helaas is hij zelf in 2012 overleden maar zijn werk wordt voorgezet door een enthousiast team. We meldden ons aan bij de ontvangstbalie en vulden enkele papieren in.

We zouden een tocht gaan maken door Bangkok en wel op de fiets! WTF! Hoe gaan we dat overleven met al dat verkeer, dacht ik? We kregen allemaal een mooie gele fiets en stelden het zadel in op de juiste hoogte. Voorop de fiets zat een handig mandje waar we onze waterflesjes en andere spullen in konden leggen. Ronac kreeg een speciale kinderfiets. Samen met nog zes andere Nederlanders gingen wij om 6:45 uur op pad.

DCIM101GOPRO

Onze gidsen waren de Nederlandse Beau en de Thaise Tommy. Ronac fietste direct achter Beau en zou het tempo aangeven voor de groep. Eerst fietsten we naar de pier van de Chao Phraya Express  en stapten we met fiets en al op de boot naar de overkant. De wijk Arunpat lag direct aan de overkant en grensde vroeger aan het paleisterrein van koning Taksin. In de korte tijd dat deze koning regeerde was Thonburi de hoofdstad van Siam. De koning probeerde zijn Siamese rijk weer op te bouwen na de verwoesting van de oude hoofdstad Ayutthaya door de Birmezen. Hij gebruikte daarbij de hulp van allerlei bevolkingsgroepen. De Portugezen die voor hem hadden gevochten en de Chinese immigranten en Maleisische handelaren die hem van wapens hadden voorzien, gaf hij land en toestemming voor het bouwen van een kerk, scholen en moskeeën. Ondanks de vele migranten is de sfeer in deze wijk is uitgesproken Thai en je komt er nauwelijks toeristen tegen.

We kwamen terecht in het gekrioel van een ontwakend Bangkok. We hobbelden op onze fiets door straatjes die minder dan twee meter breed waren. Af en toe moesten we flink op de rem om verschillende obstakels te ontwijken. We fietsen over de lokale markt tussen de lokale bevolking door. Ook zij rijden gewoon met hun scooter langs de kraampjes. Op sommige plaatsen moesten we even van de fiets afstappen en gingen we lopend met de fiets in de hand. We roken verschillende geuren en kleuren van al de producten die te koop aangeboden worden. De lokale bevolking doet hier hun dagelijkse boodschappen. De producten worden vers ingeslagen en maar voor één maaltijd gebruikt.  Er was een overvloed en ruime keuze aan groente, fruit, vlees, vis, rijst etc.

Ook zagen we veel eetstalletjes waar de Thai hun ontbijt aan het verorberen waren. We kregen bij één van de stalletjes kokosnootpannenkoekjes. Ik vond het net poffertjes. In het Thais heet de snack: Kanom Krok. De verkoper had een soort poffertjespan op het vuur staan. Daarin werd eerst het beslag, zoals wij dat ook kennen van de pannenkoeken, gegoten. Vervolgens deed hij daar kokosnootmelk en een topping overheen. De topping kan bestaan uit bosui of maiskorrels. Toen het beslag wat gestold was, haalde hij alles in één keer van de plaat en begon met een schaar te knippen. Nadat hij klaar was met knippen deed hij de pannenkoekjes op elkaar, zodat er een soort van gesloten bolletje ontstond. Per portie betaal je 30 tot 40 baht en krijg je er een stuk of zeven. Het is een erg populaire snack in Thailand die wij zeker wel wilden proeven! We hapten er in. Van binnen waren de pannenkoekjes nog niet helemaal gestold. De kokosmelk droop langs onze vingers en we plakten direct aan alle kanten. Ik vond het lekker maar niet super bijzonder.

We stapten weer op onze fietsen en vervolgden onze weg. Soms fietsten we over het trottoir en dan weer over een “soort van “ fietspad. Onze route ging over de rechter oever (Thonburi-kant) van de Chao Phraya rivier. In de verte zagen we de bekende Wat Arun maar deze prachtige tempel met Chinees porseleinen versieringen stond in de steigers voor restauratie. We stopten bij de Portugese kerk Santa Cruz en kregen daar verschillende soorten fruit te eten. We kregen ramboetan en mangosteen. Heerlijk tropisch fruit dat in Nederland niet of nauwelijks verkrijgbaar is. De mangosteen is sappig en het witte vruchtvlees is zoetzuur van smaak. De ramboetan met zijn “harige” schil had stevig wit vruchtvlees met een zoete smaak.

Als we weer op de fiets stappen komen we niet veel later uit bij de Wat Kalayanamit. We zien bouwvakkers aan het werk. Ze zijn de tempel en het gebied er omheen aan het renoveren. We gaan de tempel in en het blijkt een prachtig versierde ruimte te zijn met een enorm groot zittend Boeddha beeld. De Boeddha is 15 meter hoog en 12 meter breed en neemt bijna de hele ruimte in beslag. Ondanks dat het een boeddhistische tempel is, zie je hier ook veel Chinese invloeden en versieringen. Naast de tempel ligt een basisschool en we krijgen de toestemming om het schooltje even te bezoeken. De kinderen hebben net pauze en krijgen een pakje drinken.

Opvallend is dat ze allemaal een uniform dragen. De leerkrachten spreken een beetje Engels zodat een paar leerkrachten uit onze groep het een klein gesprekje kunnen voeren. Na deze korte onderbreking werd het hoog tijd om verder te gaan. We gaan opnieuw het water op maar deze keer niet met de ferry maar met een longtailboot.  De fietsen gaan gewoon mee! Ze worden netjes om en om tegen elkaar neergezet en als ze allemaal zijn ingeladen, kunnen wij aan boord. Ronac en mamma stappen voorin en pappa en ik zitten helemaal achterin. Een paar mensen moeten van plaats wisselen om de boot in balans te houden. Als iedereen zit, geeft de kapitein gas en de boot schiet vooruit! Het lijkt wel of we op moeten stijgen de lucht in, zo hard gaat het. Het water spat lekker hoog op aan beide zijkanten. Op deze manier verkenden we de vele kanalen en vertakkingen van de Chao Phraya. De kanalen worden “klongs” genoemd. Vooral de oude wijk Thonburi dat “Venetië van het Oosten” wordt genoemd is een wirwar van klongs. De klongs worden gebruikt voor transport, drijvende markten maar ook voor het lozen van afvalwater. Langs de kanalen zagen we houten huizen op palen, schamele hutjes, tempels, markten en restaurantjes. Ook werden er twee varanen langs de oevers gespot. Na ongeveer een half uur varen gingen we aan wal om bij één van de restaurantjes te gaan eten. Er stond allerlei lekkers op tafel maar om dat het pas 9:30 uur was, had ik nog niet zo veel trek. De eigenaresse sprak zelfs een aantal woorden Nederlands, grappig.

Het laatste deel van de fietstocht ging over betonnen weggetjes door een gedeelte waar vroeger bloemen en fruitplantages waren. Tegenwoordig is de grond opgekocht door projectontwikkelaars en worden er nieuwe huizen gebouwd. Ondanks dat er veel gebouwd wordt, is dit gedeelte nog vrij groen en heerst er vooral rust. Op een bepaald punt werden we weer door de longtailboot opgepikt en gaan we via het water terug naar het beginpunt. Voordat we de Chao Praya rivier opgaan moeten we de reddingsvesten aan doen. De zon was al aardig aan het schijnen en de reddingsvesten waren super warm. Eenmaal op de rivier gaf de kapitein gas en scheuren we letterlijk over het water. Het bootje stuiterde alle kanten op. Uiteindelijk zetten we veilig en wel weer voet aan wal. Het laatste stukje fietsten we door een deel van een ambachtswijk. Hier kun je voornamelijk alles voor auto, motor en scooters kopen. Onder andere auto-onderdelen worden gerecycled. Niets wordt weggegooid en alles krijgt een tweede leven. Veel onderdelen komen uit Singapore. In Singapore mogen motoren en auto onderdelen niet ouder zijn dan drie jaar en deze worden daarom veel verkocht aan het buitenland. Veel onderdelen komen dus naar Thailand en worden hergebruikt voor verschillende voertuigen zoals longtailboot, tuk tuk of motor. Opvallend was de sterke geur van rubber en motorolie.

Als laatste bezochten we nog een oude Chinese tempel. De hoofdkleuren van de tempel waren rood en geel. De kleuren staan voor geluk en rijkdom. In de tempel komen geregeld tempelbezoekers die ieder zijn of haar eigen ritueel heeft. We zagen verschillende soorten offers. Zo waren er wierrookstokken, Chinese godenpapier, kaarsen, bloemen en eten of drinken. Ook was er een grote dikke lachende Boeddha. Beau onze gids vertelde ons de legende. Deze Boeddha was eerst heel mooi en had alles wat hij wilde. Hij was dit zat geworden en wenste dat hij lelijk was. Een dag later was hij lelijk en dik. Hij voelde zich veel gelukkiger en had geen zorgen meer. Hij trok door China om het boeddhisme te verspreiden en werd hierbij vaak omringd door kinderen. Vanwege zijn gulheid en blijheid noemt men hem vaker de “Happy Boeddha”.

We fietsten nog een klein stukje en ineens stonden we weer voor het kantoor van Co van Kessel. De fietstour was afgelopen. We namen afscheid en vonden een taxi. We lieten ons afzetten bij Kao San Road omdat de taxichauffeur het adres van ons hotel niet kende. We liepen wat door Kao San Road met zijn vele souvenir kraampjes. In een zijstraat dronken we een lekkere smoothie bij één van de vele toeristische restaurantjes. Ronac had honger en kreeg nog een paar kleine pannenkoekjes met chocoladesaus. Hij at het niet helemaal op en ik mocht de restjes op eten. We waren wat moe geworden en hadden geen zin om terug te lopen naar ons hotel en namen een tuk tuk. Voorafgaande aan het ritje moest er eerst onderhandelt worden (afdingen) over de ritprijs. Natuurlijk betaalden we nog veel te veel voor het korte ritje. Een tuk tuk is een lawaaierig voertuig met drie wielen. De naam is afgeleid van het geluid dat de motor van het vervoersmiddel maakt. Vooraan zit de chauffeur en achter op een brede bank zaten wij, de passagiers. Het was een leuke ervaring om hier een ritje mee te maken. We moesten ons goed vast houden want de tuk tuk scheurde door het verkeer.

In het hotel namen we een douche om ons wat op te frissen en daarna vertrokken we in de richting van de Giant Swing. Onderweg kwamen we langs winkels waar je Boeddha’s in alle vormen en maten kon kopen. De Giant Swing lag echt heel dichtbij het hotel en we waren er zo. De originele schommel werd gebouwd in 1784 als heiligdom door koning Rama I. Het heiligdom ligt op een plein voor de oude Wat Suthat. De Giant Swing werd diverse keren herbouwd en wordt nu nog gebruikt bij ceremonies. We liepen door en kwamen uit bij een centraal park waar veel mensen bezig waren met hun dagelijkse work-out. Van jong tot oud kan men zich in dit park op zijn of haar eigen manier bewegen. Een rondje hardlopen, gewichtheffen, balans oefeningen of een work-out op een van de aanwezige fitness toestellen behoort tot de mogelijkheden. Wij vonden het leuk en deden vrolijk mee.

Na onze work-out liepen we naar de Wat Saket of ook wel Golden Mount (Gouden berg) genoemd. De Boeddhistische tempel ligt op een kunstmatige heuvel die is omgeven met een betonnen muur. De muur is gebouwd om instortingsgevaar door erosie te voorkomen. Het was een steile klim maar het uitzicht over de stad was fenomenaal. Helemaal bovenop de heuvel staat een blinkende gouden stoepa.

We brachten een tijdje boven door maar wilden niet wachten tot het helemaal donker was. We liepen terug in de richting van het hotel en vonden een plaatsje in een restaurant waar geen woord Engels werd gesproken. We bestelden wat gerechten door deze aan te wijzen op de menukaart. Het bestelde drinken werd door de bediende bij de buren gehaald. Op tafel kwam Som tam, een pittige salade van onrijpe gesnipperde papaja met pinda’s, gedroogde garnaaltjes en tomaten, een pittige groene curry en rundvlees met groenten in pepersaus en een salade met rundvlees. Het smaakte goed. Ons hotel bleek uiteindelijk om de hoek te liggen en we waren weer snel terug. De spullen werden ingepakt want morgen gaat onze reis verder.

Fietsen door landelijk Dalí (dag 11)

Na een goede nacht zijn we vanmorgen rond 8:30 uur opgestaan. Lekker een ontbijt met vers gebakken witte en bruine broodjes, yoghurt, muesli, fruit, eitjes, koffie en thee. De energie zouden we nodig hebben vandaag want we huurden twee fietsen met kinderzitjes om de omgeving te gaan verkennen.


Dalí per fiets verkennen.

Dalí ligt in de zuidwestelijke provincie Yunnan op 2000 m hoogte aan het Erhai meer. De nieuwe stad Xiaguan vol met betonnen bouwsels was niet echt aantrekkelijk toen we daar aankwamen met de bus. Gelukkig ligt ons hotel net buiten de zuidpoort van het ommuurde deel van de oude stad Dalí. We reden het erf van het hotel af en zagen direct dat het hotel was gelegen in een oude wijk met traditionele huizen.


Af en toe leek de tijd stil te hebben gestaan in Dalí.

We reden een stuk langs de grote doorgaande weg maar buigen al snel af om tussen de akkers, rijst- en maïsvelden te kunnen fietsen. In en rond Dalí wonen vooral de Bai en de Yi minderheden. Soms zijn ze nog herkenbaar aan hun klederdracht maar velen dragen gewoon een spijkerbroek. Dalí was meer dan 600 jaar het centrum van Dali rijk van de Bai. Zo was er eens een groot boeddhistisch tempelcomplex even ten noorden van het huidige Dalí. In de Qing-dynastrie is dit door brand verwoest.


Vissers op het Erhai meer bij Dalí.

Gespaard bleven de drie ranke pagodes die we tijdens het fietsen bijna continu bleven zien. We fietsten door kleine gehuchtjes waar we het “echte” leven aan het Erhai meer konden zien. De naam Erhai betekent in het Chinees: “zee in de vorm van een oor”. Het meer is 250 vierkante kilometer groot en ligt op ongeveer 2 kilometer ten oosten van Dalí. We hadden niet echt een fietsroute gepland en we fietsten gewoon op ons gemak wat rond. De wegen waren niet allemaal even goed en het was fijn dat we een mountainbike hadden.

Af en toe moesten we door de modder, plassen en gaten in de weg fietsen. Ook leek het dat de weg vlak was om te fietsen maar het bleek soms verraderlijk “vals plat” te zijn. Mijn benen leken op een gegeven moment wel van lood te zijn en het trappen ging steeds lastiger. Misschien ook wat last gehad van de hoogte (2000m)

Tussendoor stopten we in een dorpje waar we de kinderen tussen de lokale kinderen op de gymtoestellen lieten spelen. Na deze stop besloten we om tussen de akkers door terug te gaan fietsen in de richting van de drie pagodes. Onderweg stopten we bij een kleine supermarkt langs de weg waar we wat eten, drinken en ijsjes kochten (in totaal 130 yuan, zo’n 1 euro 30).


Tijdens de fietstocht even fitnessen.

De eigenaresse kwam meteen met twee krukjes aan om op te zitten en probeerde zelfs een gesprekje met ons aan te knopen. Weer een beetje bijgetankt en met nieuwe energie fietsten we verder. We reden een stuk langs de grote weg omdat dit sneller en makkelijker fietste. Vlakbij de pagodes viel Ronac in slaap en moest ik gaan lopen zodat hij niet uit het stoeltje zou vallen.

Helaas was de gordel die hem stevig in het stoeltje zou houden aan een kant kapot en zat er niets anders op. Na 10 minuten werd hij echter alweer wakker en konden we weer verder fietsen. Voordat we het tempelcomplex betraden kochten we een lekkere maïskolf om te eten en kregen de kinderen fruit aangeboden door de fruitverkoopsters. De kinderen krijgen echt overal van alles toe gestopt en profiteren er dankbaar van. Ook bij deze bezienswaardigheid waren weer hordes met Chinese toeristen.


De drie pagodes.

De drie pagodes (Santasi) van het Chongshan-klooster zijn het symbool geworden voor Dalí. Het nieuwe tempelcomplex is pas na de dood van Mao gebouwd op de plaats waar eeuwenlang een soortgelijk klooster stond maar door brand was verwoest. De drie witgele torens aan de rand van de stad zijn al van veraf te zien. Ze behoren tot de oudste, nog bestaande bouwwerken van Zuidwest China. Na de ontdekking van meer dan 600 zeldzame relieken van de Nanzhou en het Dalí Koninkrijk.

Met speciale busjes werden we naar de hoogst gelegen tempel gebracht. In deze tempel waren net Boeddhistische monniken bezig met hun gebed. Het boeddhisme is ongeveer 2500 jaar geleden in India ontstaan. Boeddha zag dat er veel leed was. Hij leerde hoe je je van dit lijden kunt bevrijden. Boeddhisme is een godsdienst zonder god. Eigenlijk dus geen godsdienst, maar een leer.


Tempels vanhet Chongshan klooster.

Bij de tempel waren veel Chinezen die bloemen neer leggen voor het Boeddhabeeld en steken ze kaarsen of wierookstokjes aan. Hiermee willen ze hun liefde en respect voor Boeddha laten zien. Meestal buigen ze ook voor Boeddha uit dankbaarheid voor de wijze lessen. Met een busje gingen we weer een stuk naar beneden om uit te stappen bij het plein voor de drie pagodes.


Vanessa en haar mennekes.

De Qianxun Pagode is de hoofd pagode en tevens de hoogste van de drie met 16 verdiepingen en een hoogte van 69 meter. Deze pagode is in de 9de eeuw gebouwd door ingenieurs uit Xi’an. De twee kleinere pagodes ten noorden en zuiden van de hoofd pagode zijn beiden 42 meter hoog en bestaan uit 10 verdiepingen. Deze elegante pagodes zijn gebouwd tijdens de Vijf Dynastieën (907 tot 960). Op het plein werd vooral Ronac weer gestalkt door fotograferende Chinezen en hij liet het gewoon weer over zich heen komen.


Fotomodel Ronac omsingeld door toeristen.

We liepen de vele trappen naar beneden en liepen nog door prachtige tuinen waarbij de drie pagoden weerspiegelden in de vijvers. Het was nog maar een klein stukje terug naar Jim’s Tibetan Hotel maar we kregen het toch voor elkaar om de juiste weg niet te vinden. Uiteindelijk lukte het ons met behulp van een foto waar bergen op stonden onze locatie te bepalen. Een aardig Chinees stel wees ons dezelfde kant op als we dachten en gelukkig waren we daarna snel terug in het hotel.

’s Avonds aten we lekker bij het hoitel.Ralph had fried rice met nootjes, Keyro had een aardappelpannenkoek en ik een typisch streekgerecht uit Yunnan met aardappelen.