Van Lombok naar Bali

Toen we onze ogen opendeden lagen we al aangemeerd in de haven van Bangsal. We bleken aan de noordkant van het eiland Lombok te zijn terwijl ons was doorgegeven dat we zouden aanmeren aan de westkant van Lombok in de plaats Mataram. Het Duitse koppel was weer gezegd dat ze in Labuhan Lombok aan zouden komen, vreemd?


Wakker worden op het dek.
We kregen aan boord nog een ontbijt geserveerd van groene banananpannenkoeken. Keyro wilde er niets van hebben maar ze smaakten hetzelfde als de gewone bananenpannenkoeken. We pakten onze laatste spullen in en tilden alles naar het bovendek. De bemanning hielp ons bij het aan wal gaan en daar namen we afscheid van elkaar. We liepen de aanlegsteiger af en kwamen bij een lokaal kantoor waar je vervoer kon regelen naar accommodatie in Lombok, de Gili-eilanden en Bali. Wij wilden door naar Bali en graag zo snel mogelijk. Er zijn zogenaamde “snelle” boten (fast ferry’s) alleen zaten die al vrij vol. Ongelofelijk want het was pas 08:00 uur in de morgen. Pappa kon een ticket regelen voor de boot van 11:30 uur en we moesten daarom nog een uur of drie daar doorbrengen.


Wachten op de boot naar Lombok.

Het dorp stelde niet veel voor en uiteindelijk ging ik met mamma cijfers leren en deed Keyro wat opdrachten uit zijn werkboek en las de Donald Duck Special. De boot had uiteindelijk nog vertraging maar rond 12:00 uur konden we toch aan boord gaan. De boot was volgepropt met alleen maar toeristen en we moesten even zoeken voor een zitplaats. Voor ons zat een chagrijnige vrouw die blijkbaar niet gewend is dat kinderen ook reizen. Ze liet via haar man weten dat we rustig aan moesten doen terwijl we helemaal niet druk of vervelend waren. Binnen ongeveer aanderhalf uur legde de boot de afstand tussen Bangsal en Padangbai af.


Welkom Bali! Aankomst met de speedferry vanuit Lombok.

We gingen van de boot af en moesten een tijd wachten op onze rugzakken. Het was megadruk op de steiger en het was goed opletten geblazen. We liepen de haven uit opzoek naar het busje dat ons naar Ubud zou brengen. Het vervoer was inclusief in de ticket die we hadden gekocht. De ticket was echter ingenomen door de rederij en hadden wij niet terug gehad. Pappa ging terug naar de boot maar daar konden ze onze tickets niet vinden, heel erg vreemd. Ondertussen stonden wij te zweten in de felle zon en verveelden we ons enorm. Gelukkig wist pappa via een aantal touroperators te achterhalen wie ons naar Ubud kon brengen.

Een mannetje ging voorop en loodste ons door de achteraf straatjes van Padangbai naar een minibus die al aardig vol zat. Er werd geschoven met bagage en flink gepropt en zo konden wij zonder ticket toch mee naar Ubud. We lieten ons afzetten bij Sagittarius Inn, een accommodatie die in één van de boekjes stond en ons wel aanstond. We waren bang dat het vol zou zitten maar het tegendeel bleek waar. Ze hadden plaats genoeg en we kregen een mooie kamer met twee tweepersoonsbedden en badkamer met bad, douche en toilet.


Eindelijk weer eens een “echt” bed en douche.
Ondanks dat de accommodatie in het centrum ligt aan de drukke Jalan Monkey Forest merk je daar weinig van. De goed aangelegde en verzorgde tuin is een oase van rust met veel Hindoeïstische beelden. Ook was er een mooi zwembad waar wij natuurlijk direct gebruik van wilden maken. We vermaakten ons de rest van de dag bij het zwembad. In de avond zijn we gaan eten bij restaurant “Three Monkeys”. Het is een vrij populaire gelegenheid en dus ook erg druk. We kregen een tafel in de binnentuin aan een klein rijstveld. Het was sfeervol verlicht en er heerste een prettige sfeer. De menukaart was uitgebreid en de gerechten vooral georiënteerd op de Westerse toerist. Wij bestelden een voorgerecht (o.a. bruschetta, loempia met spinazie, feta, dadels en walnoten. Als hoofdgerecht bestelden we o.a. pizza en beef rendang. Als toetje kregen we een bolletje huisgemaakt ijs. Ik nam aardbei en Keyro nam koffie. Vannacht konden we weer eens lekker slapen in een gewoon bed met dekbed en fatsoenlijk kussen, heerlijk.


Eten bij de three Monkeys in Ubud.

Dag 21; Skanderborg (DEN); ColorLine

Mamma was vanmorgen als eerste wakker en de mannen volgden met zijn allen een uur later pas ( 9:30 uur). We konden niet veel meer doen want vandaag moesten we naar boot in Kristiansand voor onze overtocht naar Denemarken. We douchten ons, pakten de laatste bagage in en aten zoveel mogelijk restjes op zodat we dat niet weg hoefden te gooien of mee te nemen. Wij gingen in de tussentijd nog even voetballen en op het luchtkussen. We checkten rond 12:00 uur uit en namen afscheid van alle bekenden. Zo’n 30 minuten later waren we op weg naar Kristiansand. De weg rijdt goed door en er is veel meer bebouwing dan wij gewend zijn.

Omstreeks de klok van 13:30 uur checkten wij in bij ColorLine. We gaven door dat we met een andere auto waren dan op de formulieren van inschepen stond maar daar werd totaal niet naar gekeken. We kregen een lijn aangewezen waar we in moesten gaan staan om aan boord te kunnen. We hadden nog heel wat tijd te overbruggen want we zouden pas om 16:30 uur vertrekken uit de haven. De boot was er ook nog niet dus we begonnen maar een filmpje te kijken. Niet veel later zagen we Monique, Jeroen en Martijn een paar rijen verderop staan. We gingen bij een van de officials vragen of we het terrein konden verlaten en dat was geen probleem. Onze incheckkaartjes werden gescand en we konden het terrein af. Met zijn zevenen liepen we naar het centrum van Kristiansand en vonden al snel een terrasje in de zon. We dronken gezellig wat en pappa liet Monique nog het een en ander zien wat ze met haar telefoon kon doen. Gezamenlijk liepen we nog door het centrum van Kristiansand.

Het is een vrij jonge stad en in de zomer druk bezocht door Noorse en buitenlandse toeristen. De straten in het centrum bleken volledig rechthoekig te zijn en er stonden veel grote statige huizen. Het straatbeeld was sfeervol en overal stonden of hingen bloemen. We kwamen langs winkelstraten, de domkerk één van de grootste kerken in Noorwegen en een prachtig plein met een standbeeld van een belangrijk iemand. We waren rond 15:30 uur terug bij de haven en lieten ons bij de ingang weer inchecken. De veerboot was er nog steeds niet en wij vroegen ons af of we wel op tijd zouden vertrekken. Een kwartier later kwam de boot aan en werd snel leeg gemaakt zodat wij weer konden inschepen. Het boarden begon om 16:10 uur en uiteindelijk vertrok de boot bijna stipt op tijd. Ongelofelijk hoe snel dat allemaal ging en wat een goede coördinatie.

De Superspeed ferry van ColorLine is een vrij nieuwe, moderne en snelle boot. In slechts 3 uur en 15 minuten zouden we naar Hirtshals in Denemarken varen. Aan boort was dezelfde luxe als bij de Stena Line alleen hoefden we hier niet te overnachten en hadden wij geen hut. Op de boot was echt wel erg druk en het was moeilijk om een plekje te vinden om te zitten. Toen we langs het restaurant liepen hoorden we Monique roepen. Zij waren als een van de eersten aan boord gegaan en had een tafel bezet gehouden voor ons allemaal. Samen met pappa ging ik nog even op dek kijken terwijl wij de haven van Kristiansand achter ons lieten. Je merkt op deze boot veel beter dat je op het water bent en voelt de deining en het draaien van het schip.

Keyro vermaakte zich met Martijn door een potje te pesten en ik speelde met mamma en Monique een paar potjes kwartet. Rond de klok van 18:00 uur werd er wat te eten gehaald in het restaurant. Er waren frietjes, hamburgers, hotdogs en een garnalensalade. De boot meerde om 19:45 uur aan in Denemarken en nog geen kwartier later waren wij onderweg naar het Motel in Skanderborg. Denemarken was vlak net zoals Nederland maar een stuk minder bebouwd. We arriveerden om 22:10 uur bij Motel Skanderborg Syd. We werden vriendelijk ontvangen en kregen een mooie ruime vierpersoonskamer. Terwijl we televisie keken kregen we nog een toetje met verse kersen. We lagen pas laat in bed maar morgen hebben we de lange terugreis naar Maastricht voor de boeg en dan kunnen we genoeg uitrusten.

Dag 14; Folven; Langs de fjorden

Pappa vertrok om 07:30 uur al met de taxi naar Kristiansund. Het was circa 125 kilometer enkele reis en het zou zo’n 2 ½ uur duren voordat hij daar zou zijn. Om 10:00 uur kon hij de auto ophalen en daarna moest hij helemaal terugrijden. Ondertussen pakten wij de laatste dingen in en zorgden dat het huisje er netjes uit zag. Wij konden de spullen zo lang bij de eigenaresse laten en hielpen mamma met het dragen van de spullen naar de andere woning. Rond 11:30 uur liepen we naar de garage om te vertellen dat de onze auto na reparatie verscheept zou worden naar Nederland en wij vandaag verder zouden reizen per huurauto. Mamma wilde de spullen alvast uit de auto halen maar dat ging niet meteen omdat de monteur met pauze was. Eerst moest een en ander vast gezet worden voordat de auto van de brug naar beneden kon.


Een laatste blik op onze auto, nu maar hopen dat hij ooit terug komt.

Terwijl wij een filmpje keken om de tijd te doden, arriveerde pappa met de huurauto. Pappa moest nog bellen met Ford over de betaling etc. Uit de flarden van het gesprek en de irritatie van pappa en mamma bleek dat het allemaal niet zo verliep als dat zij wilden. Uiteindelijk kon mamma rond 13:00 uur beginnen met het overhevelen van de bagage uit onze auto naar de huurauto. Pappa bleef maar bellen om de betaling geregeld te krijgen zodat wij verzekerd waren dat onze eigen auto terug naar Nederland zou komen. De huurauto was een Volkswagen Touran met dakkoffer en hij bleek een stuk ruimer te zijn dan onze eigen auto. Toen alles in de auto zat en de betaling voldaan was, vertrokken we rond de klok van 14:00 uur in de richting van de Trollstigen. Opnieuw moesten we de Trollstigen met de bekende haarspeldbochten nemen.

Het weer was minder mooi dan afgelopen maandag en we reden in één keer door naar boven. Op het hoogste punt 850 meter boven zeeniveau stopten we nog even. Vervolgens begonnen we aan de afdaling richting de dorpjes Valldal en Sylte en het Norddalsfjord. Langs het fjord was het ineens vrij druk en waren er verschillende souvenirwinkels langs de weg. We stopten even om te informeren of we nog met een toeristenveerboot naar het Geiranger fjord konden gaan. Helaas waren we daar te laat voor en moesten we het stuk per auto en ferry (veerboot) afleggen.

Even verderop namen we bij Linge de ferry naar Eidsdal, gelegen aan de overkant van het Norddalsfjord. Vanaf Eidsdal begon een schitterende route naar het Geirangerfjord. We volgden continu weg 63 en stopten even voor een fruithapje bij het prachtig gelegen Eidsvatnet. Het laatste stuk ging over de Ørnevegen, de Adelaarsweg naar Geiranger. Ook deze weg bleek een bergweg met flinke haarspeldbochten en een stijgingspercentage van circa 10%. We maakten verschillende stops om van de prachtige uitzichten over het Geirangerfjord en de bergen er omheen te genieten. Wauw, echt ongelofelijk mooi.

Volgens velen behoren de Noorse fjorden tot de mooiste landschappen ter wereld en daar ben ik het wel mee eens. Fjorden zijn lang geleden door gletsjers, rots en steen uitgeslepen tijdens de ijstijden. Bij de monding van een fjord is het water minder diep dan verder landinwaarts. Het water in een fjord is meestal zout maar in de zomer kan het voorkomen dat het water aan de oppervlakte zoet is doordat er veel regenwater en smeltwater wordt afgevoerd.

Het Geirangerfjord staat op de Werelderfgoed lijst van UNESCO. Het Geirangerfjord is 15 kilometer lang en is een zijarm van het Storfjord (110 kilometer lang), het op vier na langste fjord van Noorwegen. In het Geirangerfjord liggen vaak cruiseschepen en zijn een aantal mooie watervallen.

Vanaf een uitzichtpunt zagen we de “Zeven Zusters (syv søstrene)”, een waterval met zeven afzonderlijke stromen en een vrije val van circa 250 meter. We kwamen door het dorp en vervolgden onze route over weg 63 maar nu weer bergop. We passeerden het Djupvatnet en sloegen bij het Langvatnet af naar weg 15 in de richting van Stryn. Het begon al wat later te worden en we zouden gaan kijken voor een camping met vrije kampeerhutten. We kwamen door een paar lange tunnels die behoren tot de hoogst gelegen langere tunnels, zo’n 950 meter boven zeeniveau.

In het Hjelledalen vonden we bij Camping Folven een kampeerhut. De hutten lagen gezellig in een kring rond een grasveld en er waren trampolines en een beach volleybalveld. Pappa en mamma begonnen direct met koken omdat het al wat later was. Bij onze hut stond helaas geen picknickbank maar pappa en mamma haalden er eentje bij het hutje naast ons waar nog niemand zat en waarschijnlijk niet verhuurd was.

De stoelen haalden we uit onze hut en zo konden we toch lekker buiten eten. Pappa had een lekkere pasta met Smac gemaakt en onze buikjes zaten daarna flink vol. We waren van het spelen in het zand helemaal vies geworden en we moesten ons nog even douchen voor het slapen gaan. De douches waren hier anders dan bij de vorige campings. Hier zaten er geen deuren in en konden we allemaal tegelijk douchen naast elkaar douchen, ook wel handig. Weer helemaal schoon en wel doken we ons stapelbedje in voor een korte nacht.

Dag 12; Åndalsnes; Rozenstad Molde

Keyro was vandaag als eerste wakker om 8:30 uur. Ik was vannacht stiekem bij pappa en mamma in bed gekropen en Keyro kwam mij zoeken. Al snel waren we allemaal wakker en stonden we op. Pappa en mamma hadden gelukkig geen kater van de alcohol en na de ochtendrituelen vertrokken we met de huurauto. We reden in de richting van Nesset en het einddoel was het rozenstadje Molde. We volgden het eerste deel de weg 64 om het Romsdalfjord heen. Onderweg maakten we stops om te genieten van de prachtige uitzichten over het fjord en de bergen.

We stopten ook bij een klein haventje waar veel vissersbootjes lagen. Ook waren hier vissers bezig met het schoon maken van hun vangst. De vissen werden ontdaan van hun ingewanden en gefileerd. Wij stonden een tijdje geïnteresseerd te kijken. De visser vertelde in het Duits dat hij “seelachs” had gevangen. Seelachs wordt in Duitsland ook wel zeezalm genoemd. In Nederland noemen wij de vis, koolvis.

Het is een kabeljauwachtige vissoort en leeft in zoutwater. De vis heeft een zachte smaak en de filet blijft stevig na bereiding. Van de visser kregen wij de gehoorbeentjes van de vis. Deze gebruikt de vis niet alleen om mee te horen maar ook voor het evenwicht en de balans in het water. Kenners kunnen aan de gehoorbeentjes de leeftijd van de vis aflezen. We reden door en vlak voor Molde parkeerden we bij de jachthaven de auto bij een recreatiestrook langs de Fannefjorden. Hier genieten veel Noren van het prachtige weer en wij voegen ons daarbij.

Na een boterham en een stuk koude pizza begeven wij ons naar het zandstrandje. Keyro en pappa wagen het nog om in het koude water een stuk het fjord op te zwemmen, brrrr. Tegen 15:00 uur pakken we alles weer in en rijden we door naar Molde. Het staat bekend als rozenstad omdat er veel rozentuinen te vinden zijn. Wij zagen de rozen niet. De ligging van Molde is wel mooi en dat is tegen een beschutte helling aan het Moldefjord, een aftakking van het Romsdalfjord. Wij bezochten het Romsdalsmuseet, een openluchtmuseum met diverse huizen uit de omgeving van het Romsdal.

Het is het grootste volksmuseum in Noorwegen. Hier kregen we een goede indruk hoe met name de boeren en vissers in de omgeving van Molde leefden in de Middeleeuwen(16de eeuw) tot en met de jaren zestig van de 19de eeuw. De huizen zijn omgeven door een park met veel bomen, bankjes en het was een oase van rust. We vonden een struik met frambozen en wisten de rijpe te plukken en op te eten. In de “bygata”, de dorpsstraat dronken we bij Mali’s café een verkoelend colaatje.

Op de terugweg reden we eerst door de Fannefjordtunnelen naar het eiland Bolsøya. Vervolgens verlieten we het eiland vrij snel weer via een spectaculaire en zeer steile brug. Na een fotostop reden we door totdat de weg bij Sølsnes op hield en we met een veerdienst de overtocht moesten maken. Met een veerpont staken we het Langfjorden over naar het plaatsje Åfarnes waar de weg verder ging. Het was een korte oversteek maar voor ons wel spannend. De veerboot ging net vertrekken en wij reden onze auto nog net als laatste aan boord. We betaalden 133 NOK voor 4 personen en de auto. We konden uit de auto, liepen rond en hingen uit een patrijspoort om uitzicht te hebben over het fjord. We arriveerden rond 17:30 uur weer bij onze bungalow.

We hadden daar een goed avondmaal bestaande uit een salade met verse garnalen en een pasta met tonijn. Ik moet zeggen dat pappa en mamma ondanks de tweepits-kookplaatjes iedere dag een fantastische maaltijd op tafel weten te zetten. Na het eten voetbalden Keyro en mamma tegen elkaar en wist mamma het potje te winnen met 10-9. Voordat we naar bed gingen kregen we nog een stuk watermeloen.

Pappa maakte die avond nog een wandeling over de Romsdalseggen. Hij wandelde de berg op en had prachtige uitzichten over het berglandschap met de Trolltinda, Romsdalhorn en Vengetidene. Beneden in het dal zag hij de Raumarivier zich slingeren door het landschap en hij zag het fjord en het dorp Åndalsnes.

Dag 2; Halden; Fredriksten Festning

We werden om 7:15 uur uit onze diepe slaap gewekt door de scheepsradio. De kapitein vertelde dat we rond 9:00 uur de haven van Göteborg in Zweden binnen zouden varen. We gingen ons douchen en kleedden ons aan. We gingen naar het Sun Deck maar eenmaal boven gekomen, begon het net heel hard te regenen. We vluchtten snel weer naar binnen en amuseerden ons nog even in de kids corner. Pappa haalde vlak voor de aankomst nog een kop koffie met een muffin en een glas melk voor Keyro. Iedereen haastte zich naar het Car deck maar wij bleven lang zitten. Uiteindelijk schoot mamma nog in de stress omdat we niet direct de “blauwe” lift konden vinden die ons naar het juiste car deck zou brengen waar onze auto stond. We waren prima op tijd bij de auto en konden vrij snel instappen en de boot afrijden.

De haven van Göteborg, de grootste haven van Zweden, stelde in onze ogen niet veel voor en zag er wat verwaarloosd uit in vergelijking met de haven die we in Kiel hadden gezien. We stonden met alle auto’s en vrachtwagens van de boot in de rij om de snelweg op te komen. We namen eerst de verkeerde afslag maar na snel te draaien, bleek dit nog sneller te zijn. Pappa en mamma hadden besloten om Göteborg niet te bezoeken en meteen richting Noorwegen te rijden. Op de snelweg was het vrij rustig en je mocht er niet harder dan 110 kilometer per uur rijden en op veel stukken zelfs maar 90 kilometer per uur. Pappa zette zijn cruise-control aan om te zorgen dat hij niet te snel zou rijden. De snelweg liep door een mooi groen gebied en overal zagen we stops. Na zo’n anderhalf uur rijden namen we de afslag naar het kustplaatsje Smögen. Het dorp zou een van de best bewaarde vissersdorpen zijn en ligt aan de bekende scherenkust (skärgård) van West Zweden. De kustgebieden hebben vaak ondiep water met kleine rotsachtige eilanden en die worden scheren genoemd. In de zomer zijn er veel toeristen te vinden en dat zagen we ook wel aan de campers en caravans die we op weg er naar toe tegen kwamen. We stopten met de auto op een gratis parkeerplaats net buiten het centrum van Smögen.

De parkeerplaats lag naast de Smögenbron (Smögenbrug) die Smögen verbindt met de plaats Kungshamn. We besloten om van de mooie uitzichten te genieten en niet het drukke centrum in te gaan. We zagen veel bootjes en de pittoreske rood geverfde vissershuisjes. Ook liepen we een tijdje over de rotsen en vonden daar mooie steentjes en skeletjes (scharen en harnas) van krabben. Na deze mooie stop reden we dezelfde weg terug naar de snelweg en vervolgden we onze reis in de richting van Halden. We kwamen het Koninkrijk Noorwegen binnen via de oude Svinesundbrug over het Iddefjord. Inmiddels is er ook een nieuwe boogbrug gebouwd om de oude brug te ontlasten. Voor beide bruggen die Zweden en Noorwegen met elkaar verbinden moest tol betaald worden. Wij hadden via internet de AutoPass aangevraagd omdat veel tolstations onbemand zijn. Nu wordt er een foto gemaakt van je kenteken en krijg je achteraf een afschrijving via je creditcard. Er was op het moment dat wij passeerden niets van een grenscontrole en al snel reden we Halden binnen. De stad deed groter aan dan we hadden verwacht met veel industrie maar het centrum zag er gezellig uit.

Dwars door Halden stoomt de rivier de Trista en in het midden van het centrum ligt een gezellige jachthaven. Boven het centrum van de stad zagen we de Fredriksten Festning liggen. We pinden in het dorp geld, geen Euro’s maar Noorse Kronen (NOK) om mee te kunnen betalen. Het laatste stukje naar de camping ging de weg steil omhoog. We reden de Fredriksten Camping op en gingen naar de resepsjon (receptie). We kregen de sleutel van onze eerste kampeerhut en hoorden waar de douches, toiletten etc. waren. Huisje nummer 10 was klein maar knus en had een slaapzolder. We moesten even zoeken naar een (eet)tafel maar deze bleek omhoog te staan en creëerde zo meer plaats in het huisje. Het begon helaas net wat te regenen maar daar lieten we ons niet door belemmeren. De camping lag in het bos direct naast de Fredriksten Festning. Voor de deur waren direct wandelmogelijkheden met prachtige uitzichten over het Iddefjord en het fort. De regenbui was van korte duur en het zonnetje begon al snel weer te schijnen.

Pappa en mamma zorgden samen voor de avondmaaltijd en die ze moesten bereidden op een elektrisch kookplaatje met maar één pit. Ook hebben we geen stromend water of wasbak in het huisje. Weer eens iets anders en een leuke uitdaging vonden zij. Het was handig dat we zelf nog een elektrische grillplaat hadden meegenomen zodat alles net iets sneller klaar was. De maaltijd bestond uit pasta met courgette, paprika, champignons en gehaktballetjes, lekker! Na het eten wachtte ons een klein karweitje. De afwas moest gedaan worden en wij verrasten mamma door haar mee te helpen. Met een teiltje gevult met vuile borden, pannen, bestek en een theedoek liepen wij naar het wasgebouw. Samen werkten we snel en efficient en was de afwas zo gedaan.

Na de afwas liepen we met zijn vieren naar het Fredrikstenfort. Het fort werd lang geleden gebouwd (de bouw begon in 1658) door de toenmalige Deense koning en wordt ook wel het Gouden Leeuw fort genoemd. Vanaf de vesting konden ze goed buurland Zweden in de gaten houden. Vanaf 1905 werd Noorwegen onafhankelijk en werd het fort niet meer gebruikt. We liepen door het fort en zagen dingen zoals: vestingmuren, munitiemagazijnen, bakkerij, brouwerij en de bastions (uitspringend deel in de vestingmuren). Het was voor ons een grote ontdekking, heel leuk. Ik zag vanaf het fort zelfs onze auto voor het hutje staan! Met mijn ogen is dus niets mis. Ook zagen we een prachtige regenboog die leek te verdwijnen in een eenzaam huisje op een heuvel. Keyro en mamma werden nog even in het schandblok gezet. Het schandblok bestond uit twee planken op een paal en tussen de planken zaten drie gaten. Aan de buitenkant moesten ze hun polsen leggen en in het midden hun hals leggen.

In de Middeleeuwen werd dit als strafmiddel gebruikt toen gevangenisstraf nog niet gebruikelijk was. De veroordeelde werd zo voor iedereen te kijk gesteld en men kon de veroordeelde bespuwen, uitschelden, lijstraffen uitdelen (bijvoorbeeld zweepslagen) en bekogelen met rot fruit of stenen. Natuurlijk gebeurde dat niet echt met mamma en Keyro. Na deze leuke wandeling kregen we een ijsje en maakten we ons op voor onze eerste nacht. Pappa en Keyro gingen in de kantine nog de WK finale tussen Duitsland en Argentinië kijken. Gelukkig was ik al een tijdje in dromenland toen zij Duitsland in de verlenging zagen winnen en in een regenbui naar het huisje terug kwamen. In het huisje was het warm en broeierig. Op de slaapzolder was het helemaal niet uit te houden. Pappa en mamma legden de matrassen van de slaapzolder op de grond en zo was het nog ietsjes aangenamer.

Dag 1; Göteborg; De Stena Germanica

Eindelijk was het dan zo ver. Tijd om weer op zomervakantie te gaan. Dit jaar weer iets heel anders als andere jaren. Nu een keertje niet met het vliegtuig naar een verre bestemming maar relatief in de buurt naar Noorwegen met onze eigen auto. Om 6:30 uur stonden we op, kleedden we ons aan en zetten we de laatste spullen in de auto. We vetrokken om 7:15 uur voor de bijna 600 kilometer lange tocht naar de haven van Kiel. Kiel is een plaats in het noorden van Duitsland en ligt aan het Noord-Oostzeekanaal. Het is een belangrijke havenstad en hiervandaan zal onze boot vertrekken naar Göteborg in Zweden.

Heel toevallig zagen we dat in de auto met caravan die achter ons reed, onze vriendjes Jochem, Sebastian en Floris zaten, grappig. Het viel mee met de drukte op de weg en pappa kon aardig doorrijden. We hadden een paar korte plaspauzes en arriveerden rond 14:30 uur?? uur bij de terminal van Stena Line in Kiel. We checkten ons in bij de balie en voegden ons in de rij bij de andere auto’s om aan boord van de Stena Germanica te gaan. Het inschepen duurde nog ongeveer een uur maar we keken onze ogen uit. Wat een groot schip is de Stena Germanica en het is ongelofelijk hoeveel auto’s en vrachtauto’s er aan boord gingen. We lazen later dat er 1300 passagiers aan boord kunnen en 300 auto’s. Toen we in konden schepen was het even spannend omdat onze auto inclusief dakkoffer onder de 2 meter moest zijn en we hadden het vermoeden dat hij een paar centimeter te hoog zou zijn. Uiteindelijk bleek het allemaal net te passen en kwamen we niet vast te zitten tussen de vloer en het plafond.

We pakten de spullen die we voor deze nacht nodig hadden uit de auto en gingen op zoek naar onze hut. De gangen op het schip leken allemaal op elkaar maar al snel hadden we onze vier persoonshut gevonden. Onze hut had een douche, toilet en zelfs een televisie! Al snel verlieten we onze kamer weer om het schip te gaan ontdekken. Op het Sun Deck vonden we een springkussen en genoot ik van een slush puppie en Ronac van een heerlijk ijsje. In de kidscorner speelden we een tijdje op de mini variant van de Stena Germanica. Om 18:30 uur hadden we een tafel gereserveerd bij het all-inclusive buffetrestaurant Taste.

Het was erg druk maar we namen de tijd en het eten was heerlijk. Er werd veel vis geserveerd en ik nam onder andere verse zalm, garnalen en mosselen, smullen! Terwijl wij aan tafel zaten was de boot vertrokken uit de haven van Kiel en gingen we op weg naar de haven van Göteborg in Zweden. De boottocht zou ongeveer 14 uur duren. We zouden over het Kattegat, de zeestraat tussen Jutland in Denemarken en Halland in Zweden, varen. Het Kattegat maakt deel uit van de verbinding van de Noordzee en de Oostzee.

Na het eten liepen we nog wat rond en rond 21:00 uur waren we terug in onze hut. Pappa en mamma keken nog naar de troostfinale van het WK waarbij Nederland en Brazilië tegen elkaar streden om de derde en vierde plaats. Gelukkig won Nederland met 5-1 en moesten we genoegen nemen met de derde plaats bij de strijd om het Wereldkampioenschap Voetbal. Wij hadden onze oogjes al lang dicht en merkten er niets van dat we sliepen op een boot.