Fietstocht Kintamani

We konden vandaag een keer niet uitslapen. We hadden een excursie geboekt naar de bergachtige omgeving Kintamani. Na ons ontbijt werden we om 8:15 uur opgehaald. We maakten de tour met een groepje van acht personen. We haalden in Ubud nog een ouder Australisch koppel op en even buiten Ubud werd er een Duits-Argentijns koppel opgepikt. Iedereen was enthousiast, gezellig en er werd wat afgekletst.


Het was een stukje rijden en om 9:30 uur arriveerden we bij de Manic Abian, een plantage, waar we uitleg kregen over verschillende kruiden en specerijen. We kregen ook uitleg over verschillende soorten Balinese koffie en thee en we kregen te zien hoe koffiebonen op traditionele wijze worden gebrand. Na de uitleg over de verschillende soorten koffie en thee waren we natuurlijk wel benieuwd naar deze traditionele drankjes. We kregen een kleine proeverij met een aantal bekende soorten. Ik nipte er maar wat van maar Keyro had enkele favorieten, de ginger tea, vanille coffee en de coconut coffee. Erg leuk om al deze verschillende drankjes eens te proeven.


Na de proeverij reden we door naar de Kintamani regio gelegen ten westen van de actieve Gungung Batur. We stopten bij een restaurant voor het ontbijt, een Indonesisch buffet. Ons ontbijt aten we op met een uniek uitzicht over de Gunung Batur en het kratermeer. Vanwege diverse hoge vulkanen staat het Kintamani-gebied ook wel bekend als ‘het dak van Bali’. De Gunung Batur is nog steeds een actieve vulkaan en is 1717 meter hoog. De vulkaan bevindt zich in het centrum van de in noordwesten gelegen Gunung Agung. De eerste gedocumenteerde eruptie van de vulkaan was in 1804. De laatste uitbarsting was in het jaar 2000.


Aan het zwarte gebied rond de krater is nog steeds te zien tot hoever de laatste uitbarsting is gekomen. Met genoeg energie stapten we rond 12:00 uur op de fiets. Keyro fietste zelf op een kinderfiets en ik zat in een kinderstoeltje achterop de fiets van mamma. Op deze leuke manier zouden we de omgeving gaan verkennen. Echt fietsen zoals we in Nederland gewend zijn, zat er echter niet in. De fietstocht ging voornamelijk bergafwaarts. Er werd meer gebruik gemaakt van de remmen dan van de trappers. Gelukkig waren alle fietsen uitgerust met goede handremmen. Misschien zelfs wel iets te goed want toen Keyro te hard moest remmen, vloog hij van zijn fiets af en lag hij op de grond.

Gelukkig mankeerde hij niets en kwam hij met de schrik vrij. Tijdens de circa 25 kilometerlange fietstocht kwamen we door verschillende boerendorpjes waar de tijd stil is blijven staan en over de rijstvelden. Onderweg zagen we het typische Balinese leven. Zo kwamen we langs kleine familietempels waar vrouwen in kleurrijke kleding rijstoffers brachten en zagen we mensen bezig met het planten en oogsten van rijst. Ondanks dat Bali grotendeels uit rijstvelden bestaat, zijn deze rijstvelden niet eens genoeg om alle inwoners van rijst te voorzien. Een Balinees gezin van vier personen eet gemiddeld meer dan 1 kilo rijst per dag!


Ook brachten we een bezoekje aan een traditioneel Balinees huis. Veel Balinezen wonen tegenwoordig in Westerse huizen maar gelukkig zijn er ook nog genoeg traditionele huizen te vinden. Deze huizen zijn ommuurd en alle ramen kijken uit op de binnenplaats. Meestal wonen er meerdere gezinnen uit één familie samen in het huis. Getrouwde zonen en hun vrouw en kinderen mogen in het huis blijven wonen. Meisjes daarentegen gaan later bij hun schoonfamilie wonen. In het huis staat altijd in een hoek een huisaltaar die gericht is naar de bergen. Hier wonen immers de geesten van hun voorouders.

Langs de weg zagen we diverse omgekeerde manden staan met een haan er in. Ook zagen we manden met hierin hanen. De hanen worden gebruikt voor hanengevechten en wennen op deze manier aan lawaai. Het zijn vooral de Balinese mannen die dol zijn op hanen. De hanen worden geaaid en gemasseerd zoals wij doen bij onze huisdieren. Voor een gevecht krijgt de haan scherpe mesjes aan zijn poten gebonden en moet het dier een gevecht aan gaan met een andere haan. Het gevecht gaat door tot één van de hanen dood is. De Balinezen maken een weddenschap van welke haan de wedstrijd wint en er kan veel geld mee gewonnen worden.


Het is echter wel verboden en gebeurt meestal stiekem ergens achteraf. Een hanengevecht bij een tempel is echter niet verboden. Er wordt nu niet gewed maar het bloed van de verliezende haan wordt als offer gebruikt. Op het einde van de fietstocht moesten we een stuk tussen de rijstvelden door fietsen. Opletten geblazen want bij een keer verkeerd sturen, lag je in de modder tussen de rijstplantjes. Bij het eindpunt leverden we de fietsen in en kregen we een lunch aangeboden. We maakten ons eerst schoon met een wit warm doekje wat daarna roodbruin was van al het stof dat we onderweg op ons lichaam hadden gekregen. De lunch bestond uit onder andere tempé, tofu, kip, groenten en nasi putih. Weer terug bij onze accommodatie sprongen we heerlijk in het verfrissende zwembad. In de avond zijn we gaan eten bij één van de vele restaurants aan de Jalan Monkey Forest. Wij waren erg moe en toen we onze pizza op hadden gegeten, wilden we ook meteen terug en naar bed.

Brownsberg (dag 16)

Onze laatste tour in Suriname maakten we natuurlijk weer met onze vertrouwde gids Reginald. Hij haalde ons vanmorgen om 7:15 uur op en was deze keer niet alleen. Hij had zijn dochtertje Kaitlin van 5 jaar meegenomen om op school af te zetten. Kaitlin was een mooi meisje die qua uiterlijk veel op haar vader leek.  Zoals alle kinderen was ze wat verlegen maar ik weet zeker dat als we haar wat langer hadden gezien ze wel los was gekomen. We zetten Kaitlin af bij haar school en begonnen aan de tocht van ongeveer 110 kilometer naar de Brownsberg natuurpark in het Brokopondo district. We reden deze keer niet in de normale auto van Reginald maar in een gehuurde 4WD. Eenmaal uit het centrum van Paramaribo was het één lange rechte weg met aan beide kanten hoogspanningsmasten en af en toe dorpjes op zandgrond.
We hadden ons ontbijt langs de weg bij een eethuisje en kregen heerlijk belegde broodjes en samosa’s. Ronac sliep en bleef in de auto. Vanaf het terras hadden we zicht op het bedrijf Suralco of vroeger ook wel Surinaamse Bauxiet Maatschappij genoemd. Het bedrijf Suralco is een onderdeel van het Amerikaanse bedrijf Alcoa, één van de grootste aluminiumproducenten in de wereld. Suralco was en is de Surinaamse producent van bauxiet en aluinaarde. Bauxiet is een mineraal dat een erts van aluminium vormt. In 1915 werd het voor het eerst in Suriname gevonden en het werd een van de belangrijkste inkomsten van de staat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er veel vraag naar aluminium. Het grootste gedeelte van de luchtvloot werd gebouwd met aluminium uit Suriname. De bauxietreserves in Suriname beginnen uitgeput te raken dus de vraag is hoelang er nog bauxiet gewonnen kan worden. Na ons ontbijt vervolgden we de lange rechte weg tot de afslag naar het dorp Brownsweg. We reden door Brownsweg dat een transmigratiedorp is. Het is een heel nieuw dorp gebouwd ter vervanging van het oude dorp dat bij het bouwen van de Afobakadam onder water kwam te liggen.

De laatste 13 kilometer ging over de Bakaabato weg naar het Mazaroniplateau op 500 meter hoogte. Het gebied staat onder toezicht van Stinasu (Stichting Natuurbehoud Suriname). De weg was slecht begaanbaar en er wordt geadviseerd om deze weg alleen met een 4wd auto te rijden. Al snel was duidelijk waarom Reginald de 4wd had gehuurd want we schudden werkelijk alle kanten op. Steile stukken weg met modder, kuilen, hobbels, bobbels, takken en noem het maar op en we kwamen het op de weg tegen. Af en toe glipten de banden wat weg maar Reginald wist duidelijk hoe hij hier moest rijden. Met een hand aan het stuur manoeuvreerde hij de auto binnen een uurtje naar boven.

Eind 19de eeuw kwam een Amerikaan, John Brown, in dit gebied om goud te zoeken. Veel geluk had hij niet en later leverde de bauxietwinning ook weinig op. Uiteindelijk werd de Brownsberg in 1969 een natuurreservaat. Het gebied is bedekt met tropisch regenwoud dat deel uit maakt van het Amazoneregenwoud. We reden direct naar een parkeerplek in de buurt van de Leo waterval die we wilden bezoeken. We zorgden dat we voldoende drinken hadden voor onderweg en begonnen aan de wandeltocht. Het werd een pittige wandeling want het pad ging flink omhoog en omlaag. Ronac wilde in het draagstel maar Reginald wist hem zo te motiveren dat hij de hele wandeling zelf liep.  Zelfs de grootste stappen maakte hij zelf met hulp van Reggie’s hand. Ik liep natuurlijk voorop en wandelde goed.


Op de Brownsberg.

Hier in het bos leven allerlei dieren zoals toekans, agouti’s, kikkers, slangen en apen. Natuurlijk moet je een beetje geluk hebben om deze dieren tegen te komen. Hoewel het hier vrij gemakkelijk moet zijn om de dieren te spotten, zagen we er maar weinig. Na een tijd lopen kwamen we uit bij de Leo waterval. Hier namen Reggie, pappa, Ronac en ik een verkoelende duik in het koude water van de waterval. Het water kwam best hard naar beneden en ik durfde er niet helemaal onder te gaan staan. Na deze verfrissing in het oerwoud aten we lekkere bananenchips, die je hier overal krijgt, voordat we aan onze terugweg begonnen.

Het was een pittige klim omhoog en in de tropische hitte zweetten we dubbel zoveel. Aan het einde van de wandeling werden we beloond met een groep roodbruine brulapen die hoog in de bomen boven ons zaten. Het duurde mij allemaal te lang en ik besloot om stiekem alvast een stukje terug te lopen. Ik haastte mij weg maar gleed uit op een boomstronk en kwam ten val. Ik begon te huilen en pappa en Reginald snelden zich naar mij toe. Er zat een kleine en oppervlakkig bloedende snee aan de zijkant van zijn hoofd. Reginald maakte de wond schoon en plakte er een pleister op. Ik was zo geschrokken dat pappa en mamma mij niet straften voor het feit dat ik stiekem bij hun was weggeglipt. Het was daar vandaan nog maar een klein stukje lopen naar de geparkeerde auto.


Grote Tarantula spin op een boomtak.

We stapten in en reden met de auto naar het kamp van Stinasu. We hadden deze keer echter een andere chauffeur. Ik mocht van Reginald plaats nemen achter het stuur. Ik dacht eerst dat Reginald een grapje maakte maar hij meende het serieus. Ik moest de auto besturen en Reginald gaf gas. Voor mijwas dit natuurlijk een fantastische belevenis. Met gespannen gezichtje zat ik achter het stuur om de kuilen in de weg te ontwijken. Ik reed in de auto als een volleerd chauffeur en parkeerde zelfs bij het kamp. Hier liepen we naar een uitzichtpunt met zicht op het Van Blommensteinstuwmeer (Brokopondomeer).


Ik achter het stuur van een echte terreinwagen.

Het meer is ontstaan door de aanleg van de Afobakadam in de Surinamerivier. De stuwdam werd aangelegd om elektriciteit op te wekken met behulp van waterkracht. Voor de bauxietwinning van het bedrijf  Suralco was veel elektriciteit nodig. Veel dieren werden geëvacueerd en 5000 Marron (bosnegers) werden verhuisd naar de nieuwe transmigratiedorpen. Het  meer was vrij groot maar naar horen zeggen niet diep (zo’n 40 centimeter). Het bos wat ten tijde van de bouw van de stuwdam zich daar bevond werd niet gekapt. Nu steken uit het stuwmeer nog steeds boomstammen omhoog die al tientallen jaren onder water staan. Een bizar gezicht.

We aten in het basiskamp van Stinasu waar de opzichter een heerlijke maaltijd bestaande uit gebakken rijst, kip en kousenband, voor ons had gemaakt. Terwijl wij daar zaten te eten kwam een tuinman nog naar ons toe met een tarantula op zijn hark. Ook dit was weer een redelijk groot exemplaar en we bekeken het dier uitgebreid. Na het eten begonnen we aan de terugweg die langer zou gaan duren dan de weg omhoog. Het had licht geregend en de weg was een beetje glad geworden. We waren allemaal moe van de wandeling en we werden een beetje slaperig van het hobbelen. Ronac en ik vielen in slaap en ze maakten ons pas wakker toen we bij de Afobakadam waren.

Reginald wilde ons de dam ook nog van dichtbij laten zien. Het was een imposant bouwwerk van 1,3 kilometer lang. Tijdens de bouw werden er ook nog 14 hulpdammen gebouwd om te zorgen dat het water niet weg liep. In 1964 werd de hoofddam gesloten en enkele maanden later stond het meer vol met water. Vanaf dat moment kon er worden begonnen het opwekken van elektriciteit uit waterkracht. Tegenwoordig wordt de meeste opgewekte elektriciteit verbruikt door de hoofdstad Paramaribo. Vanaf de dam begon onze reis terug over de lange saaie weg naar Paramaribo. Rond zeven uur waren we terug bij het appartment.

Zeeschildpadden bij Matapica (dag 13)

Onze ochtend begon vrij rustig. We sliepen wat langer uit dan de afgelopen dagen en gingen op ons gemak ontbijten. Pappa, Ronac en ik gingen zwemmen terwijl mamma zorgde dat alles weer klaar was voor vertrek. De tassen moesten weer worden ingepakt want we zouden om 12:00 uur weer voor een dag uitchecken.  Om 14: 00 uur stond Reginald voor de deur en vertrokken we opnieuw richting het groene Commewijne district.
Voordat we naar de boot gingen, maakten we eerst nog een stop bij Fort Nieuw Amsterdam. Het werd aangelegd in de periode 1735 tot 1747 met bakstenen die uit Nederland kwamen. Vanwege de strategische plek, de Suriname rivier en de Commewijne rivier komen hier samen, was dit een goede verdedigingsplaats. Bij de eerste aanval door de Engelsen in 1800 werd het fort vrijwel direct aan de vijand overgedragen.  Nu is er een mooi openluchtmuseum waar diverse overgebleven gebouwen nog te bezoeken zijn.

We zagen twee kruithuizen, oude rijtuigen, waterreservoirs en kapa’s. Kapa’s zijn pannen waarin het geperste sap van suikerriet werd gekookt. Vanaf 1873 deed het fort dienst als gevangenis en we bezochten het gevangenisgebouw met de cellen. Ook stond hier nog een geheime schatkist die we samen met Reginald en de grote sleutel wisten open te maken.

Na het openluchtmuseum dronken we nog wat en vertrokken we richting een aanlegsteiger nabij Alkmaar. Bij de aanlegsteiger troffen we Lando, de oom van Reginald opnieuw. Hij ging met ons mee op trip en ging zelf ook voor het eerst in zijn leven naar Matapica. Ronac en ik mochten hem meteen en de kindvriendelijkheid lijkt in de familie te zitten. We staken de rivier de Commewijne over in een korjaal en kwamen bij de plantage Johan en Margarethe aan. Wij waren hier met de dolfijnentour ook al geweest. De gemeenschap die er woont bestaat voornamelijk uit Hindoestanen en zij zouden ons ook naar het strand van het Matapica Natuurreservaat brengen. We moesten even wachten op Reginald want de kinderreddingsvestjes waren er niet en hij ging het meteen regelen. Voor de tocht over het moeras was het niet zo’n probleem maar voor de trip op zee van vanavond toch wel belangrijk.

Onze tocht begon bij de sluis langs de oude plantage. Bij de controlepost van het reservaat moest de korjaal over een soort van dijk. De korjaal moest op een helling worden getrokken wat nog een flink karwei bleek te zijn. Alle mannen en ik hielpen mee terwijl om de boot over de helling te krijgen. Ronac en mamma keken toe vanaf de zijkant. Uiteindelijk lukte het ons en kon de boot aan de andere kant weer omlaag het water in en konden we onze tocht vervolgen.

Al snel veranderde het landschap in moerasgebied, soms open vlakten en soms dichtbegroeid, prachtig. We zagen verschillende watervogels zoals de Amerikaanse purperhoen (blauwe vogel),een leljacana (rood bruine vogel) en de grote en kleine ani (zwarte vogels). Na ongeveer een half uur varen kwamen we aan bij het strand.

We bleken de enigste gasten van die dag te zijn en het strand was uitgestorven. Er waren nog wat vissers aanwezig en zij hadden onze tenten al klaar gezet. We waren precies op tijd voor de zonsondergang wat een prachtig schouwspel was. We aten roti op het strand terwijl de zon langzaam onderging. Zodra de zon onder was werden we belaagd door de muggen. We leken wel een magneet waar ze naar toegetrokken werden, ze zaten echt met tientallen op ons. We liepen snel naar de hut op het strand en trokken snel onze speciale muggenwerende kleding aan en smeerden ons in Deet. Even leek het te werken maar we bleven erg aantrekkelijk voor de muggen.

Niet veel later stapten we in een piaka, een korjaal met hoge boeg om op de zee te varen. We voeren eerst een aantal kilometer langs het strand voordat we uitstapten. De zee was erg wild en het uitstappen moest snel gebeuren zodat de piaka niet kapot zou gaan door de hoge golven. We zouden een avond/nachtwandeling gaan maken op zoek naar zeeschildpadden die hier aan land komen om hun eieren te leggen.

In Suriname komen er in totaal vier soorten schildpadden naar de kust om hun eieren te leggen. De grootste is de lederschildpad (Surinaams Aitkanti), de soepschilpad (Krapé), Karet en de Warana. De laatste twee komen het minste voor. Het broedseizoen liep op het einde maar er was nog steeds een kans om de schildpadden te zien. Een jongen ging vooruit om schildpadden te zoeken die onderweg zijn om aan land te komen. We liepen een aantal kilometer maar hadden geen geluk.


Een prachtige zonsondergang op het strand van Matapica.

Bij een hutje van de kustwacht rustten we een lange tijd uit en dronken we water en aten we chips. Vervolgens hadden we twee mogelijkheden. 1. Doorlopen naar een stuk kust waarbij de kans groter was om schildpadden te zien, nadeel verder lopen betekende ook verder terug lopen 2. Terug lopen in de richting waar we vandaan kwamen en de kans om in een regenbui terecht te komen. Ik was al erg moe en er werd besloten om toch maar terug te keren in de richting van ons kamp met het risico dat we nat zouden worden van de regen.

Onze keus bleek een goede te zijn want na een tijdje lopen kregen we een signaal van de spotter dat hij een schildpad had gevonden. We liepen door en naderden het dier zachtjes. Het was een soepschildpad (Krapé) of ook wel de groene zeeschildpad genoemd. Het schild van deze schildpadden is ongeveer een meter groot. Ze was aan land gekomen en had al een kuil van ongeveer ½ meter diep gegraven en hier ongeveer 80 tot 100 eieren in gelegd. Ze was net bezig om haar eieren te bedekken en de kuil dicht te maken. Vol bewondering keken we naar het prachtige dier. Deze schildpad was ongeveer 80 jaar oud, kenners kunnen dit aflezen aan het schild. Het dichtmaken kan lange tijd duren en daarna gaat ze nog een dwaalspoor maken zodat andere roofdieren of stropers het nest niet kunnen vinden. Pas als ze dat allemaal heeft gedaan keert ze terug naar zee.  We wachten een tijdje maar kregen na een tijdje een nieuw signaal van de spotter dat hij een Aitkanti had gezien. We besloten om daar naar toe te lopen maar daar aangekomen bleek zij al terug te zijn gekeerd in de zee.


De schilpadden begraven na het de eieren na het leggen.

Het was ondertussen bijna middernacht en Ronac en ik begonnen flink moe te worden. Reggie had nog op kaaimannen willen gaan jagen met mij maar het was veel te laat geworden. Gelukkig bleek er niet veel verderop de paika klaar te liggen om ons op te pikken zodat we de laatste drie kilometer naar het kamp niet meer hoefden te lopen. Ronac viel direct in slaap op het deinen van de golven.

In het kamp aangekomen hadden pappa en ik het idee om de nacht in een hangmat met klamboe door te brengen. Toen Reginald me een maal geïnstalleerd had in de hangmat, kwam ik er na 15 minuten al achter dat het toch niet zo lekker lag. Ik verruilde de hangmat  toch maar voor de warme benauwde tent. Pappa bracht de nacht wel door in de hangmat met het gezoem van de muggen op de achtergrond.

Warappa kreek (dag 8)

Het was erg vroeg dag vanmorgen. De wekker van de mobiele telefoon ging om 4.45 uur al af. Ik was vrij snel wakker maar het duurde even voordat het ok lukte om Keyro te laten ontwaken. Mijn grote broer was nog veel te ver in dromenland. Uiteindelijk lukte het ons toch om op tijd klaar te staan. Reginald haalde ons om 5.30 uur op met een bus. We moesten nog andere mensen op halen op twee verschillende plaatsen. We zagen de lompe toeristen van gisteren aankomen en even dachten we dat we vandaag weer met ze opgescheept zouden zitten. Gelukkig bleken ze niet met onze tour mee te gaan en we slaakten een diepe zucht van opluchting.
Keyro en ik keken nog even in het koele Krasnapolsky Hotel, een  van de duurste hotels in de stad terwijl we wachten op de laatste vier gasten. Het duurde wat langer dan verwacht maar uiteindelijk konden we dan toch vertrekken. We waren met een Nederlandse vrouw Vivian uit Rotterdam, een ouder echtpaar Rob en Janny uit Blerick en twee jonge koppels uit Amsterdam.
Het was erg vroeg dag vanmorgen. De wekker van de mobiele telefoon ging om 4.45 uur al af. Ik was vrij snel wakker maar het duurde even voordat het ok lukte om Keyro te laten ontwaken. Mijn grote broer was nog veel te ver in dromenland. Uiteindelijk lukte het ons toch om op tijd klaar te staan. Reginald haalde ons om 5.30 uur op met een bus. We moesten nog andere mensen op halen op twee verschillende plaatsen. We zagen de lompe toeristen van gisteren aankomen en even dachten we dat we vandaag weer met ze opgescheept zouden zitten. Gelukkig bleken ze niet met onze tour mee te gaan en we slaakten een diepe zucht van opluchting. Keyro en ik keken nog even in het koele Krasnapolsky Hotel, een  van de duurste hotels in de stad terwijl we wachten op de laatste vier gasten. Het duurde wat langer dan verwacht maar uiteindelijk konden we dan toch vertrekken. We waren met een Nederlandse vrouw Vivian uit Rotterdam, een ouder echtpaar Rob en Janny uit Blerick en twee jonge koppels uit Amsterdam.

We reden het centrum uit en gingen over “De brug” van 55 meer hoogte naar het district Commewijne. Keyro zag weer het Duits gezonken schip de Goslar midden in de Surinamerivier liggen. Het  schip werd in 1940 door zijn eigen bemanning tot zinken gebracht.  Het district Commewijne staat bekend om de vele plantages. We reden in de richting van Alkmaar en daar stapten we bij een aanlegsteiger op een boot om de Commewijnerivier een stuk af te varen. Onze kapitein was een grote Hindoestaanse man en zijn naam was Henny.


Met Reggie als gids op de Warappa kreek.

Aan boord kregen we koffie, thee en een lekker pasteitje dat ik vrij snel op at, verrukkelijk. De vaart zat er flink in en na ongeveer een uur varen legden we even aan bij het plaatsje Bakkie (Reynsdorp) voor een sanitaire stop. We gingen meteen verder want vanwege de getijden kun je niet op alle momenten de kreek bezoeken. Het water stond nu vrij hoog vanwege volle maan en dat wordt ook wel springtij genoemd.

We waren net een stukje op weg in de Warappakreek toen we de eerste dieren al konden spotten. Het was een groep met kleine doodskopaapjes. Ze keken nieuwsgierig naar ons en wij natuurlijk naar hun. Niet snel daarna zagen we tussen het mangrovebos een, helaas dode, kaaiman liggen. We voeren verder door de prachtige natuur.  Het was jammer dat we zo snel gingen en weinig van de geluiden om ons heen konden horen. De motor van de boot maakte ook nog eens een flink kabaal.

De geschiedenis van de Warappakreek gaat terug naar 1804. De Engelsen gebruikten de kreek om Fort Nieuw Amsterdam via de achterkant aan te vallen. In het gebied waren veel cacao-, katoen-, koffie- en suikerplantages. Na de opheffing van de slavernij raakte de kreek verlaten en slibte deze dicht. In 2007 werd begonnen met het uitgraven van de kreek. Men vond bij het uitgraven resten van de voormalige plantages, een oude kameelbrug, sluizen, stoomauto en nog veel meer.

We voeren langs de verschillende plantages die nog steeds voor het grootste gedeelte overwoekerd zijn met planten. Op de plantages werd vroeger cacao-, katoen-, koffie- en suiker verbouwd.  Voor het zware werk werden vooral slaven uit West Afrika gekocht.  De slaven werden wreed onderdrukt en dit leidde ook tot opstanden. We zagen delen van oude ringdammen van de plantages die met giftige cactussen werden beplant om de slaven op de plantages te houden en te zorgen dat ze niet weg zouden lopen. Gelukkig werd in1863 de slavernij afgeschaft.

Zo’n 10 minuten voor het einde, de kreek mond hier uit in de oceaan, werd onze weg versperd door een omgevallen boom. Er werd grof geschut ingezet en er werd een motorzaag bijgehaald. De eerste takken werden makkelijk doorgezaagd maar op een gegeven moment kwam de ketting van de zaag vast te zitten. Het lukte Reginald uiteindelijk toch om de zaag weer los te krijgen. Er werd geprobeerd om over de takken heen te varen maar onderwater bleek ook nog een boomstam te liggen. Helaas kwam de schroef van de motor hier tegenaan en was hij bijna kapot. We konden niet verder vanwege de boomstam en de kapotte schroef. We draaiden om en zouden langzaam terug moeten varen om de schroef van de motor te sparen. Zo konden we alsnog genieten van alle geluiden om ons heen. We zagen nog de bekende en beschermde rode ibis, katay (slijkkruipers) en een zeeotter.

Omdat we nu langzamer voeren, werden we wel meer lastig gevallen door muskieten. Ondanks het herhaaldelijk insmeren leken ze zich weinig van de Deet aan te trekken. We gingen ook nog even aan land om de oude plantage om diverse gereedschappen te bekijken. Hier maakten we echter snel rechtsomkeert want we werden letterlijk belaagd door de muggen. Die rot beesten zaten echt overal, echt niet leuk meer. Snel gingen we weer aan boord van onze boot en voeren we verder.

Keyro moest ineens nodig plassen maar wilde dit dus niet doen met alle mensen in de boot. Pappa en mamma wisten hem uiteindelijk  met veel overredingskracht over te halen om op het achtersteven van de boot af zo in het water van de kreek te plassen. Dit noem je dus echt wild plassen. Tijdens onze vakantie ga ik ook al veel zelf naar de wc en dat wild plassen leek mij ook wel iets. Maar door die vele muggen besloot ik ik om toch mijn luierbroek maar lekker aan te laten.

Iets voor het einde van de kreek kwam er een andere boot met nieuwe motor zodat we op volle kracht vooruit weer verder konden. We stopten opnieuw bij Reynsdorp in de volksmond ook wel Bakkie of Baki genoemd. In het privémuseum zagen we een collectie met voorwerpen die allemaal uit de kreek zijn gehaald. Oude flessen, kaarten, gebruiksvoorwerpen en zelfs de akte van erkenning van Suriname en de wet op afschaffing van de slavernij ondertekend door willem II. We kregen van Reginald allemaal uitleg over verschillende planten en gewassen. Zo proefden we van suikerriet, zagen we pandanbladeren, citroengras, kalebasboom en de katoenboom. Keyro deed nog een katoenprop in zijn oor tegen oorpijn.

Vanaf Bakkie was het nog ongeveer 5 minuten varen naar de Alliance plantage waar we onze lunch hadden. De Alliance plantage is door de regering opnieuw in gebruik genomen en er wordt met name citrusvruchten verbouwd. We gingen lunchen op de veranda van een van de aanwezige woonhuizen. We kregen saoto met kip en ei als voorgerecht en nasi met kip en kousenband als hoofdgerecht. Het smaakte lekker en ik at erg goed.

Na de lunch namen we plaats op een kar achter de tractor en zo gingen we de plantage bekijken. We zagen dat er verschillende citrusvruchten zoals sinaasappel, mandarijn en grapefruit werden verbouwd. Onderweg werden er wat sinaasappels geplukt door Reginald en konden we lekker proeven van al het fruit, lekker. Keyro en ik vonden het ritje helemaal fantastisch en mochten op het einde ook nog even op de tractor zelf zitten.


Ik mocht zelfs eventjes de tractor besturen!

We verlieten plantage Alliance en begonnen aan de terugweg die ongeveer een uur duurde. Ik viel halverwege in slaap en was helemaal knock out. Ik had niet eens in de gaten dat we de boot verlieten en overstapten in de bus. In de bus was het flink hobbelen en uiteindelijk viel iedereen wel even in slaap. We arriveerden rond de klok van 16.00 uur weer terug bij ons appartement. Omdat we zo vroeg waren vetrokken waren we ook eerder terug en dat was natuurlijk wel weer fijn.

‘s Avonds pakten we zoveel mogelijk spullen in want morgen gaan we appartement Martinus verlaten voor een trip naar het binnenland. Pappa haalde bij de supermarkt nog een nieuwe fles OFF (muggenspray met Deet) want dat zullen we naar alle waarschijnlijk nodig gaan hebben de komende dagen. Ons avondeten was makkelijk, een noodlesoepje en als toetje had pappa ijsjes meegenomen bij de supermarkt. Keyro en mamma gingen nog even zwemmen in het zwembad. Pappe en ik lagen al snel op een oor terwijl Keyro en mamma de slaap niet konden vatten.

Vlindertuin en Cola Kreek (dag 5)

Na een lekker ontbijt werden we deze ochtend rond de klok van 09:00 uur opgehaald door Reginald Wiratma, onze privégids, voor een dagtrip. Hij ging ons naar de Vlindertuin in Lelydorp en Cola kreek brengen. Gelukkig hadden we op korte termijn deze tour nog kunnen boeken. We reden door het redelijk rustige centrum van Suriname, het was vandaag namelijk een vrije dag omdat Keti Koti op een zondag viel. Zonder problemen reden we het centrum uit en reden langs de majestueuze Suriname brug.

Reggie maakte nog een kleine omweg door ons eerst over de steile brug te rijden waarvan we een prachtig uitzicht hadden over de stad. De brug werd volledig door de Surinamers betaald. Er stonden aan de overkant nog tolpoortjes maar die zijn nog nooit gebruikt, blijkbaar omdat men elkaar niet vertrouwde met betalingen. Keyro raakte meteen gefascineerd door het scheepswrak van het schip de Goslar die nog net boven het water uitstak. Helaas kon ik het wrak niet goed zien. We reden weer terug over de brug in de richting van Lelydorp in het district Wanica. We zagen onderweg een hoop mooie huisjes staan in het prachtige groene landschap met vele tropische begroeiing.


De hoge Suriname brug (Jules Wijdenboschbrug). 

We kwamen rond de klok van 9.00 uur aan bij de Vlindertuin in Lelydorp. We smeerden ons even goed in tegen de muggen en stapten de auto uit. Het was flink warm en we liepen naar de ingang van het Butterfly park. Het park is in 2010 geopend voor publiek en er worden ca. 20 verschillende Surinaamse vlindersoorten gekweekt voor export naar vlindertuinen in het buitenland (bijv. Noorderdierenpark Emmen). We bezochten als eerste het insectenmuseum waar we vlinders, sprinkhanen, torren en spinnen zagen in vitrines.

Vervolgens gingen we naar de expositieruimte waar natuurschilderijen te bewonderen zijn.  We gingen ook naar de bovenste etage waar in een cirkelvormige panoramaruimte de prachtige natuur van Suriname te zien is. Ook hoorden we op de achtergrond natuurgeluiden van bijvoorbeeld vogels en apen, prachtig. Het panorama is met de hand geschilderd door een van de oprichters van het park Wim Eriks. Tussendoor haalden we wat drinken en kregen we een “Vlinder” cake-je bij het Kaperka café en daarna ging we de grote vlindertuin in. Het was een tropische tuin met groene planten, smalle paadjes, rotsen en een waterval. Tijdens het lopen vlogen er veel prachtige vlinders om ons heen. Sommige bontgekleurd en andere weer bedekt met een schutkleur. In de met gaasomringde tuin wordt er zoveel mogelijk aan gedaan om alles zo goed mogelijk na te bootsen. We zagen de prachtige grote blauwe Morpho vlinder. Deze dagvlinder kan een spanwijdte hebben van 100 tot 120 millimeter. Rond 10:00 uur horen we een bel en dat betekend dat er een rondleiding gegeven gaat worden.

We liepen een stuk door het oerwoud en kwamen uit bij de speciale kassen waar de vlinders gekweekt worden. Iedere vlinder heeft zijn eigen soort eitje en plant waar deze ingelegd worden. Na het uitkomen van de eitjes gaan de rupsen eten van de bladeren. Wanneer ze zoveel gegeten hebben, maken ze zich klaar voor de metamorfose. Ze worden een pop. De poppen hebben verschillende kleuren en vormen en er was er zelfs eentje in een gouden variant. Wanneer de poppen een bepaalde kleur krijgen worden ze opgehangen zodat ze uit kunnen komen en dan is er een prachtige vlinder. Heel knap hoe de medewerkers van de kwekerij ze allemaal uit elkaar kunnen houden en weten welke plant er door de bepaalde rups wordt gegeten. Het is dus een heel proces van eitje tot vlinder en we luisterden aandachtig.

Behalve vlinders worden er ook nog landschildpadden en tapijtslangen gekweekt. We namen een kijkje bij de babyschildpadden en wij konden deze ook nog even vasthouden. Na de rondleiding speelden we in de aanwezige speeltuin en bezocht ik nog een keer de tropische tuin met vlinders. Ikbleef het prachtig vinden om naar de fladderende vlinders te kijken. Voordat we vertrokken in de richting van Colakreek aten we heerlijke goedgevulde en gekruide loempia’s.

Het was ongeveer een uurtje rijden van Lelydorp naar Colakreek. De kreek is een recreatiepark in het district Para en ligt in de buurt van het Johan Adolf Pengelvliegveld. We reden door een bosrijke omgeving en savannestranden naar de kreek. Helaas was het flink aan het regenen toen we er arriveerden. Ondanks de regen wilden Keyro en ik meteen het water in en we kleedden ons snel om. Het donkerbruine water van de kreek lijkt veel op cola en kreeg daarom de naam Colakreek. De kleur van het water komt door de vallende bladeren en zegt niets over de kwaliteit. Vanwege de constante zuurgraad is het water veilig om in te zwemmen. In de weekeinden komen hier veel lokale mensen en het was ook nu redelijk druk. In veel open hutten zaten complete families volledig voorzien van vrije tijdskleding, speelgoed, eten en drinken. Het lijkt erop dat werkelijk alles wordt meegenomen. Velen hadden zelfs een barbecue meegenomen en aangestoken om vlees op te roosteren. Het was een gezellige boel en in het water hebben we ook meteen contact met lokale kinderen die mij kwamen helpen bij het klimmen op de glijbaan.

De lokale kinderen leren hier van hun ouders zwemmen en het lijkt erop dat dit meestal op latere leeftijd gebeurd. Kinderen van Keyro’s leeftijd of jonger zijn best angstig in het water en willen zoveel mogelijk grond onder hun voeten voelen. De glijbaan in het kindergedeelte was bij ons favoriet en we waren er niet weg te slaan.


Lekker zwemmen in het bruine “cola” water.

Tussen het zwemmen door aten we wat bij het cafetaria. Keyro en ik friet met frikadel en pappa en mamma friet met kip en rijst met vis en kousenband. Keyro had zo’n grote honger dat zijn eerste portie niet genoeg was en Reginald hem nog een portie frietjes en twee extra frikadellen ging halen. Na het eten gingen we eerst de speeltuin in zodat het eten wat zou zakken voordat we weer het water ingingen. De lucht bleef bewolkt maar het was niet minder aangenaam. Rond 16.15 uur kleedden we ons weer aan en begonnen we aan de terugweg richting Paramaribo.

We verlieten nog even de hoofdweg om een kleine pottenbakkerij te bezoeken. Het was flink schudden op de hobbelige ongeasfalteerde weg. De pottenbakkerij was een klein familiebedrijf en we zagen het hele proces van het maken tot het bakken van de potten. We kochten drie aardewerk aapjes als souvenir en Keyro kreeg een ketting van zaden met een tand van een everzwijn. Ook leerden we hier nog het een en ander over verschillende planten. Zo vertelde Reginald ons ook over hoe de cashewnoot groeit. De noot zat bovenop een gele vrucht, een soort appel, die hier gegeten wordt als fruit. Pappa en mamma proefden van de vrucht die volgens hun een beetje zoetzuur smaakte. Ik sloeg het proeven maar over want ik had net chipjes gegeten. Per vrucht was er maar één noot en deze kan pas gegeten worden na verwarming omdat hij anders nog giftig is. Nu begrepen wij wel waarom de cashewnoten zo duur zijn in Nederland.

Na het bezoek aan de pottenbakkerij reden we rechtstreeks terug naar Paramaribo. Het was drukom de de stad door te komen. We waren uiteindelijk om 18:15 uur terug bij appartement Martinus. Ik was tijdens de rit in slaap gevallen en pappa en mamma lagen mij direct in bed. Keyro was ook moe en ging uit zichzelf om 20:00 uur naar bed. Mamma ging nog even naar de supermarkt om wat kleine inkopen te doen en nam bij de Chinees iets te eten mee. De porties zijn hier echt enorm en wederom smulden ze van twee heerlijke gerechten namelijk: gebakken rijst met kip en garnalen en tjap tjoy met rundvlees en rijst. Voor pappa en mamma was het fijn om eens rustig te kunnen eten zonder tussenkomst van ons. Voor morgen zijn er geen plannen gemaakt dus we zullen zien wat die dag ons weer gaat brengen.

 

Yangshuo, over de Li rivier met een bamboevlot (dag 20)

Gelukkig hebben we allemaal goed geslapen vannacht en was de koorts van Ronac helemaal over. We hadden weer een lekker ontbijtje en Keyro speelde even met Pelle die vandaag niet naar school hoefde te gaan. In deze regio is geen internationale school dus krijgt Pelle gewoon op een Chinese school in het Chinees les. Heel grappig als je zo’n klein blond jongetje Chinees hoort praten tegen het personeel. Om 11:00 uur stond onze taxi voor de deur en vertrokken we samen met een Engels koppel naar Yangdi. Het landschap onderweg was prachtig en na ongeveer 1 ½ uur rijden arriveerden we in Yangdi waar we naar ons bamboevlot werden gebracht.


Ons vertrekpunt in Yangdi.

Net zoals overal, was het ook hier weer super druk met toeristen en waren overal verkopers die maar achter je aan bleven lopen. We kochten voor 10 yuan een waterspuit voor de kinderen. Even later kwamen we erachter dat Keyro er ook een vast had en we er dus twee voor dezelfde prijs hadden gekregen. We maakten kennis met onze bootsman op het vlot, een aardige man waarbij we met handen en voetenwerk dingen aan elkaar duidelijk probeerden te maken (lukte aardig).


Ronac kreeg het weer voor elkaar om fruit te bietsen.

We vertrokken in een stroom van bamboebootjes over de Li-rivier. In de ochtend varen de grote dubbeldekkerboten vanuit Guillin over de rivier en in de middag mogen de kleine gemotoriseerde bamboebootjes. De Li rivier stroomt tussen Guillin en Yangshuo in het zuidwesten van China over een traject van 83 kilometer. Het omringende landschap, met de typerende grillige groene toppen van het karstgebergte, wordt wel omschreven als een ‘geschilderde draak’. Wij zouden ongeveer anderhalf uur tot 2 uur varen tot het vissersdorpje XingPing en daar vandaan met de openbare bus terug keren naar Yangshuo.


Li-river met vele bootjes

Het was een heerlijk ontspannen tocht waarbij de kinderen zich amuseerden met hun waterspuit. Ook zaten de mannen aan de zijkant van de boot met hun voeten in het water en dit zorgde voor een goede afkoeling want het was flink warm vandaag. De Li rivier staat bekend om zijn betoverende schoonheid en niets is minder waar. Een eeuwenoude Chinese versregel luidt: “De rivier is een groenzijden lint en de heuvels zijn jaden haarspelden”. Wij kunnen niets anders dan het hiermee eens zijn.


Na ongeveer 1 ½ uur varen kwamen we aan bij XingPing, een oud klein vissersdorpje. Hier is ook de foto gemaakt die is verwerkt op het 20 yuan briefje. Er stonden een heleboel tuk-tuks om ons naar het centrum van XingPing te brengen maar wij besloten om te lopen. Volgens de tuk-tuk chauffeurs dik een half uur lopen in de hitte maar in de praktijk bleek het maar 10 minuten te zijn.




Het uitzicht staat ook op een 20 Yuan biljet.

Het centrum stelde niet zoveel voor met twee kleine toeristische straten en een paar lokale straatjes. De lokale straatjes waren leuk om doorheen te lopen en we zagen in de huizen bijna overal een foto van Mao ophangen. Iets wat in China niet veel meer voorkomt. Ook zagen we weer allerlei voedsel waar ik niet aan moet denken om op te eten. De Chinezen lijken echt alles te eten met of zonder poten, gekookt of rauw. We zijn in een leuk restaurantje gaan zitten en bestelden heerlijk eten. We hadden fried eggplant (aubergine) en pikante Gon Bao kip met pinda’s. Het was zoals altijd overheerlijk. Werkelijk alles wat we aan eten besteld hebben gedurende onze reis is smakelijk geweest. Het is culinair echt genieten hier in China. De meest simpele gerechten hebben de meest fantastische smaken.


Wandelen door de lokale straatjes in XingPing

Na onze late lunch liepen we naar het lokale busstation om de bus terug te nemen naar Yangshuo. We zaten merendeels tussen de locals maar al snel waren we een praatje aan het maken met een paar mensen die wat Engels spraken. Na nog geen uur arriveerden we in het centrum van Yangshuo en kregen we een regenbui over ons heen. We schuilden eventjes en zochten daarna met wat moeite een taxi. ’s Avonds speelde Keyro weer met Pelle en bleef hij daar opnieuw eten. Deze keer kreeg hij Hollandse hutspot (aardappel, wortel en uien) met worst te eten. De heren amuseren zich prima en Keyro heeft er een vriend in China bij. Keyro wordt door Paulien en Karst vanaf de eerste dag “Knorrie” genoemd. Zo had hij zich na ons modderbad in de Buddha cave aan hen voorgesteld. Zij en hij zijn dat de afgelopen dagen ook stug vol blijven houden. Het is zo’n leuke, gezellige en huiselijke accommodatie die we werkelijk iedereen kunnen aanbevelen. Terwijl Keyro bij Pelle was hadden wij nog een licht diner op de binnenplaats. Wij aten lotusroots (wortels van de lotusbloem), bruschetta en Ronac had macaroni. Ons diner werd onderbroken door een regenbui en snel verkasten we naar de loungeroom om daar onze maaltijd verder te verorberen. Toen de kinderen sliepen hebben we alle spullen weer ingepakt want morgenmiddag vertrekken wij weer richting Beijing om daarna via Moskou en Düsseldorf terug naar huis te gaan.


De laatste overnachting in China

Yangshuo, aalscholver vissen (dag 19)

Het is goed relaxen hier in de Giggling Tree en we werden vanmorgen pas om 9:00 uur wakker. Ronac voelde wat warm aan en had twee rare plekken op zijn arm. Het ziet er uit als een insectenbeet maar het lijkt niet op een beet van een mug. Het is een rood puntje met daar omheen een witte cirkel en een rode rand. In ieder geval had hij flinke honger want het ontbijt ging er prima in. Keyro at voor de zoveelste keer mijn ontbijt op en morgen krijgt hij zelf een ei met brood en die zal hij dan ook helemaal op moeten eten.


Spelen in een echte speelkamer.

We besloten om het rustig aan te doen vandaag en Ronac de rust te geven die hij nodig heeft. Paulien liet ons in de speelkamer van Pelle en daar amuseerden de jongens zich goed. Keyro keek naar de film kikkerdril en Ronac maakte muziek. De lunch aten we op een terras en bestond uit een beefburger (Ralph), noodles (Vanessa) en de kinderen een tosti. De koorts van Ronac liep in de loop van de middag op en we legden hem rond 15:00 uur in bed. Ralph ging met Keyro zwemmen in de Yulong rivier en ik bleef bij het kleine menneke.

Nogmaals zwemmen in de rivier.
In totaal sliep Ronac 3 lange uren maar het deed hem wel goed. Toen Keyro terug kwam van het zwemmen was Pelle, het zoontje van de eigenaren, terug van school en gingen ze samen spelen. Het klikte direct en ze hadden veel plezier samen. Keyro mocht zelfs bij Pelle blijven eten. De Chinese kokkin had een wortel – broccoli stamppot gemaakt met worstjes en hier smulden de heren goed van. Tijdens het eten werd het ineens flink donker en begon het te waaien.


Stamppot in China?.

We kregen een korte tropische stortbui waarna het al snel weer op klaarde. Helaas kon Keyro niet langer bij Pelle spelen want samen met hem ging ik naar het aalscholvervissen kijken. We werden opgehaald door de taxi en reden naar het centrum van Yangshuo. Bij de Li-rivier stapten we op een grote boot die al goed vol zat. Het was ondertussen al schemerig geworden en dit gaf weer een heel ander zicht op de rivier en de karstbergen.

De boot verliet de aanlegsteiger en al snel kwam er een door een eenvoudig verlichte lamp een bamboevlot naast de boot varen. De in traditionele klederdracht geklede visser peddelt langzaam vooruit naast onze boot. Op de boot zaten een stuk of zes tamme aalscholvers. De vogels zijn tamelijk grote watervogels die voornamelijk van vis leven. Aalscholvers, die behoren tot de pelikaanachtige, zijn vrijwel geheel zwart, maar met een opvallende witte wang. De snavel is lang en voorzien van een haakvormige punt.

De aalscholver heeft zwemvliezen tussen de voortenen en kan dus zwemmen en hij vangt vis door te duiken. De aalscholvers vissen voor de “visser”. Hun keel wordt dicht gehouden door een touwtje of ring zodat ze de grote vissen niet in kunnen slikken. De vogels duiken steeds in het water op zoek naar vis. Als ze vissen hebben gevangen worden ze door de visser door middel van het touwtje aan hun poot de boot binnen gehaald. De visser verwijdert de gevangen vis uit de keel van de vogel. Als de aalscholver voldoende heeft gevangen wordt het touw of ring om de keel verwijderd en mag de vogel zelf vissen om zich te voeden. Het is een traditionele vistechniek die al honderden jaren wordt gebruikt in Azië.

Keyro vond het in eerste instantie leuk om te zien maar raakte al snel verveeld en was moe. Er werd ook nog even aangemeerd bij een inham en hier konden we de aalscholvers van dichtbij zien en kon je hem op de arm nemen. Keyro wilde dit niet en vond de visjes in de mand interessanter dan de aalscholvers.


Aalscholver-visser.

We waren om 21:15 uur weer terug in ons guesthouse waar Ralph alleen op de binnenplaats zat. Ronac lag al in bed en Keyro stopten we ook direct in want hij was veel te moe. Wij dronken ons een paar koppen groene thee en bestelden een Hollands stuk appeltaart. We kletsten nog wat en gingen ook naar bed. Morgen hebben wij een excursie per bamboevlot over de Li-rivier.

Kamelentocht

Op onze één na laatste dag vertrokken we met Brightsky Travel tours naar de woestijn. We werden opgehaald door een jeep en al snel verlieten we de asfaltweg en reden we over het zand naar een soort stenen kamp. Hier stapten we uit en moesten we even wachten. We kregen uit een mooi glaasje een soort druivensapje te drinken en maakten kennis met twee Nederlandse stellen. Voordat we per kameel de woestijn in konden moesten we een doek om ons hoofd doen ter bescherming tegen het stof en de zon. Daarna liepen we naar de kamelen die klaar stonden voor een korte rit.


Onze kameel wilde ook even poseren.


Bekijk hier het filmpje!

Kamelen worden als rij- en lastdier gebruikt door de nomaden en door andere reizigers in de woestijn, bijvoorbeeld karavanen. Het dier wordt ook wel “het schip van de woestijn” genoemd. Een kameel kan wel 280 kilo dragen en kunnen wekenlang zonder drinken in leven blijven. Ook wordt het dier gehouden om zijn wol, melk en vlees.


Bij pappa op het schip der woestijn.

Mamma stapte als eerste op een kameel die al op de grond lag en samen met pappa stap ik op de kameel die ernaast lag. Een bedoeïen liet de kameel in beweging komen. Hij gaat eerst op zijn achterpoten staan zodat we helemaal voorover glijden en dan pas op zijn voorpoten. Ik houd me heel goed vast en met een soort van golfbeweging gingen we de lucht in. Het ritje op de kameel was helaas maar heel erg kort. We gaan een stukje rechtdoor, keren en gaan alweer terug. Al die tijd loopt er een begeleider naast de kameel dus op hol slaan deed de kameel niet. Ik vond het helemaal te gek op een kameel en van mij had de rit wel langer mogen duren.


Keyro Ali Baba met zijn mamma.

Hierna was het quadrijden aan de beurt. Hiervoor ben ik te klein en mamma vond het niet erg om bij mij te blijven. Pappa stapte stoer op de quad en reed een ronde over een uitgestippeld parcours in de woestijn. Toen hij terug was vertrokken we met een aantal jeeps in karavaan naar een Bedoeïenenkamp. Van al het gehobbel viel ik bij pappa op schoot in slaap. Mamma en pappa maakten onderweg nog een stop bij een enorme zandduin. Na een korte klim hadden ze een prachtig uitzicht over de woestijn. Ik werd weer wakker toen we bij het Bedoeïenenkamp aankwamen.

Onze gids vertelde het een en ander over de levensstijl van de Bedoeïen. Zo vertelde hij ons hoe ze kunnen overleven in de woestijn en hoe ze proberen vast te houden aan hun eigen taal en folklore. Met onze gids maakten we een tour door het kamp dat speciaal is gemaakt voor toeristen. Het originele kamp waar de Bedoeïen echt wonen, is een paar kilometer verderop. In het kamp is ook een kleine “dierentuin” waar we diverse dieren zagen die in de woestijn leven (o.a. slangen, schorpioenen etc.).

Na het dierenbezoek maakten we met z’n drietjes een korte tocht met een buggy door een uitgestippeld parcours in de woestijn. In lange optocht moesten we achter iemand aanrijden. Het zand en stof vloog ons in de ogen maar de enige spanning die we hadden was omdat pappa iets van het parcours af ging, een heuveltje op. De buggy’s reden niet echt hard en het afgezette pad was smal. Toch was dit een leuke ervaring. Tegen zonsondergang reden we terug naar het beginpunt van de safaritour.


Foto op de quad.

In het stenen kamp wachtte ons een lopend buffet en een folklore show. Er was een soort “dansende derwisjen” iemand die alleen maar rondjes draait. Hierbij maakte de danser gebruik van een grote rok waar hij allerlei trucjes mee kon doen. Natuurlijk was er ook een buikdanseres van de partij en pappa kon lekker shisha (waterpijp) roken. Een waterpijp is een soort apparaat waarmee je speciale pijptabak met fruitsmaak kunt roken. Tja, pappa is deze vakantie weer tijdelijk begonnen met roken omdat de sigaretten hier in Egypte zo goedkoop zijn. Na het eten en de show konden we nog met een telescoop naar ?jupiter en de maan kijken. Zo dicht bij had ik het nog nooit gezien. In het donker reden we terug naar ons hotel Mamlouk Palace in de bewoonde wereld.