Centraal Europa: Dag 19; De poesta

Onze reis door Hongarije ging vandaag weer verder. We hadden een rit van iets minder dan 2 uur voor de boeg. Het was voornamelijk een binnendoor weg en daarom ging het allemaal niet zo snel. We wilden in Hortobágy eens niet in de tent slapen en gingen met plattegrond van het VV Informatiekantoor op pad naar diverse mensen die een kamer in hun huis verhuren.

Het zat niet echt mee en alles waar we kwamen zat al vol. Onze laatste poging was in een achteraf straat waarbij we geholpen werden door twee 75+ oude dametjes die geen woord Engels verstaan laat staan spreken. Uiteindelijk werd ons met handen en voeten duidelijk gemaakt dat ook zij geen plek beschikbaar hadden. We reden naar één van de twee campings maar deze bleek volledig afgehuurd te zijn. We begonnen hem een klein beetje te knijpen.

We reden naar de andere camping en gelukkig hadden zij plaats genoeg. We vonden een mooi plekje onder de bomen en wisten de tent weer snel op te zetten. Hortobágy is het ruige herdersland en de bakermat van de goulash. We hadden allen deze middag maar om de poesta van het Hortobágyi Nemzeti Park te bezoeken. Het is het grootste beschermd natuurgebied van Hongarije en het grootste aaneengesloten natuurlijke grasvlakte van Europa. Wij reden naar het dorp Máta waar de belangrijkste paardenfokkerij van Hongarije, Máta Stud, gelegen is.

We kochten kaartjes om per huifkar de poesta te bezoeken, de paardenstallen te zien en de ruiters van de poesta te aanschouwen met hun paarden. We waren wat vroeg en moesten bijna een uur wachten voordat we konden vertrekken. We aten wat chips en bezochten de paardenstallen waar veel sportpaarden en jonge hengsten staan. Voornamelijk worden de paarden gefokt en getraind bij deze stoeterijen om aan concoursen en paardenshows te kunnen deelnemen. De bekendste Hongaarse paardenrassen zijn de Nonius en de Furioso. Het Nonius paard is sterk en gespierd en is geschikt voor aangespannen rijden.

Na bezoek aan de stallen konden we in één van de huifkarren stappen. Het was erg toeristisch en we reden met vijf volle huifkarren achter elkaar aan. Echt prettig zitten was het niet want de huifkar bonkt over een droog pad met kuilen en je wordt daarbij alle kanten op geschud. De poesta, oftewel de grote laagvlakte, is het droogste en zonnigste deel van Hongarije en dat is te zien. Het is een kale grond die bestaat uit mos en zand.

Het Hongaarse woord voor poesta, “puszta” betekent letterlijk leegte en leeg was het. De poesta is nooit dichtbevolkt geweest en de paar dorpjes die er waren, zijn platgebrand tijdens de Turkse overheersing . De poesta wordt wel al duizenden jaren bewoond door herders met hun kuddes en de csikós (ruiters) met hun paarden. Uiteindelijk hebben de rivieren de Donau en de Tisza de poesta veel veranderd. Ook hebben de mensen stukje voor stukje de poesta klaar gemaakt voor landbouw.

We kwamen tijdens de tocht de beroemde Hongaarse grijze runderen tegen die een heerlijk bad namen in de modder. Deze witte koeien met hun lange horens worden gehoed door de gulyás (koeienherders). Ook zagen we de racka-schapen met hun gedraaide horens die gehoed worden door de juhász (schepenherders), de Mangalica varkens (wolvarken) en de langharige Hongaarse herdershond.

We zagen ook drie Hongaarse csikós gekleed in de traditionele blauwe kleding die hun paarden aan het trainen waren. De Hongaren zijn een echt ruitervolk. Ze zijn er trots op want paarden spelen al honderden jaren een belangrijke rol in hun geschiedenis. De Magyaren kwamen van de steppes vanuit het Oeralgebergte over de Karpaten met behulp van hun paarden. In de 15e eeuw gebruikten de Hongaarse huzaren (lichtbewapende ruiters) hun ruiterkracht in strijd tegen de Turkse overheersers. Vooral de moed, snelheid en mobiliteit van de paarden en de ruiters waren bepalend.

De paarden luisterden gehoorzaam naar het klappen van de zweep. Ze waren aan het geluid gewend en schrokken hierdoor niet van de geweerschoten. Een andere manier om de vijand te misleiden, was het laten liggen van de paarden. Vroeger was het van levensbelang dat de huzaren bij het gevaar dat dreigde, één waren met hun paarden. Zo waren ze een minder makkelijk doelwit op de open vlakte en konden ze overleven.

De csikós (ruiters) lieten ons al deze technieken zien. Het vertrouwen tussen mens en het dier is mooi om te zien. Ronac maakte nog een rondje op een echt Noniuspaard maar ik bleef in de huifkar zitten. Op de één of andere manier was ik wat moe vandaag. Na de tocht over de poesta bezochten we in het dorp Hortobágy nog het Pásztor múzeum (herdersmuseum ) en een expositie over de zeldzame zilverreigers en andere vogels die in deze regio voorkomen. Om 18:00 uur dienden we de expositie te verlaten omdat het museum ging sluiten.

We zochten een restaurant om te eten en kwamen terecht bij Hortobágyi Csárda. Het gebouw stamt uit 1699 en was vroeger een herberg waar ruiters en hun paarden even konden bijkomen tijdens hun tocht. Je kon hier een typische poesta-maaltijd bestellen. Pappa bestelde een goulash van rund, mamma nam er eentje met schapenvlees, Ronac een ragout met champignons en ik nam een schotel met spek en aardappel. Het eten was voortreffelijk.

In de avond liepen we naar het bekendste bouwwerk van het dorp: de Brug met de negen Gaten. De 92 meter lange brug zou de grootste stenen brug van Hongarije zijn. Helaas zijn we een week te vroeg hier want volgende week wordt bij de brug de jaarlijkse grote veemarkt gehouden en zijn er ruiterfeesten. We zagen nog een prachtige zonsondergang en liepen in het donker terug naar de camping. We gingen ons snel even douchen want we zaten vol met stof van de poesta en gingen daarna naar bed.

Kölner Zoo

Een bezoek aan de dierentuin vinden wij altijd erg leuk. We gingen vandaag samen met Dunja, Misha en Aline naar de Kölner Zoo. De dierentuin van Keulen bestaat al vanaf 1860 en is vooral bekend om de grote collectie primaten (halfapen en apen). We moesten even wachten op Aline, Dunja en Misha want zij hadden de entreekaarten. Er bleek iets niet goed gegaan te zijn met de tickets en eerst moest er een telefoontje naar Nederland gepleegd worden. Het bedrijf waar de tickets gekocht waren had alleen een bevestiging gestuurd per mail en geen de entreetickets. Gelukkig werd het geregeld en gemaild naar de infobalie zodat wij toch naar binnen konden.

In de dierentuin staan veel oude historische gebouwen maar ook staat er nieuwbouw. De volledige naam van de dierentuin is Zoologische Garten Köln en werd opgericht door Gaspar Garthe, een onderwijzer aan de Hogere Burgerschool. Tot aan het begin van de 20ste eeuw kon je er behalve dieren ook inheemse volkeren uit andere landen bekijken. De mensen werden gevangen genomen en kwamen onder andere uit de binnenlanden van Afrika en Azië. In die tijd waren en verschillende normen en waarden. Het is een wreed en een ongeloofwaardig gek idee om mensen ten toon te stellen. We vonden al snel onze weg tussen de vele diersoorten die hier in de dierentuin leven. De stokstaartjes, flamingo’s en een wakkere honingbeer waren de eerste dieren die we tegenkwamen. In het Südamerikahaus dat lijkt op een Russische kathedraal zaten verschillende apensoorten uit Zuid-Amerika. We werden op geschrikt door het gebrul van de mannetjes leeuw, zagen een enorme grizzlybeer en een witte sneeuwpanter in zijn verblijf.


Het in 2004 geopende olifantenpark is het grootste van Noord Europa. De grote kudde olifanten zat in hun buitenverblijf en het pasgeboren olifantje dartelde lekker rond. We zagen een grote speeltuin en vermaakten ons hier lange tijd. Voornamelijk waren we in het zand aan het graven. Onze handen en kleding waren bruin geworden van het vochtige, stoffige zand. Maar Keyro, de oudste, was nog het meest smerige van ons allemaal. We zagen nog een stukje van de zeeleeuwenshow en liepen door naar het Lemurenhaus. Helaas waren deze gesloten en konden we de maki’s en de zeldzame langoeren niet zien. In het Hippodom, een tropische kast, bezochten we de dikke, logge nijlpaarden en de griezelige krokodillen. De dag was omgevlogen en we hadden geen tijd meer om het aquarium te bezoeken. Wel brachten we een bezoek aan het park restaurant om iets te eten voordat we terug naar huis vertrokken. Het werd curryworst met frietjes. Als toetje kregen we nog een lekker ijsje. We namen afscheid van de familie Mulders-Muijris met de belofte om snel weer af te spreken.

Monkey Forest

Onze dag begonnen we met een lekker ontbijtje. We vertrokken rond de klok van 10:00 uur naar het Sacred Monkey Forest (apenwoud). Het ligt ten zuiden van de Jalan Monkey Forest en op ongeveer 300 meter van onze accommodatie. Het is één van de bekendste trekpleisters van Ubud. Tussen het dichtbegroeide regenwoud vol met beekjes en tempels, leeft een kolonie van Java-apen (makaken).


Het oude hindoeïstische tempelcomplex werd vermoedelijk halverwege de 14e eeuw gebouwd. Helaas zijn in de loop der tijd veel tempels vervallen en sommige van de huidige bouwwerken zijn zelfs replica’s. Het grootste bouwwerk, de Dalem Agung Temple, is de voornaamste tempel en wordt nog gebruikt voor dagelijkse rituelen. We kwamen er al snel achter dat de apen brutaal waren en totaal niet schuw. Terwijl Ronac even zat uit te rusten kwam zijn evenbeeld naast hem zitten. Maar wat deed die ondeugende makaak? Heel stiekem stak hij zijn hand
in Ronac zijn broekzak opzoek naar eten.


Ronac met zijn nieuwe vriendje.
Het zouden goede zakkenrollers kunnen zijn die makaken, haha. Dezelfde makaak had het even later op mamma gemunt en liet haar jurk niet meer los. Af en toe bleven we staan om foto’s te maken van de apen want wat ze zien er toch schattig uit. Eén makaak klom bij pappa op zijn hoofd en toen wij later enkele bananen kochten om ze te voeren, had ik er ook eentje op mijn hoofd zitten. Natuurlijk moeten wij ons afvragen of dit wel goed is voor de apen in het apenbos. Een aantal hadden flinke dikke buikjes van alle banaantjes die ze de hele dag door op een bordje gepresenteerd krijgen.


Zouden apen ook obese kunnen zijn net zoals mensen? Na een paar uur dwalen door het regenwoud en langs de tempels verlieten we het bos en liepen we het centrum van Ubud in. We liepen over de Jalan Raya Ubud, de hoofdstraat met veel kunstwinkels, cafés en restaurants. Ubud is van oorsprong een kunstenaarsdorp en je vind hier veel mooi houtsnijwerk en de Balinese schilderkunst bij de plaatselijke kunstgalerijen. Bij een winkeltje kochten wij onze souvenirs. Pappa en mamma twee wajangpoppen, Ronac een platte wajangpop en ik kocht een echte pijlenschieter. We hadden onze lunch bij Warung biahbiah en bestelden diverse kleine gerechtjes. Een soort Aziatische tapas die we ons goed lieten smaken.


In de middag werd er lekker gezwommen en verzamelden we bloemen die we bij de Hindoeïstische beelden in ons complex neerlegden. In de avond zijn we gaan eten bij het restaurant van Sagittarius Inn. Het was er totaal niet druk maar het eten smaakte goed. In de avond werden de spullen gepakt want morgen vertrekken we uit Ubud om de laatste dagen van onze vakantie aan het strand doorbrengen.

Komodo National Park


Ergens rond de klok van 5:00 uur werden we in onze slaap even gewekt door de zingende klanken van de muezzin, de persoon die de moslims oproept tot gebed. Gelukkig vielen we daarna nog even in slaap om rond 7:30 uur wakker te worden en op te staan. We pakten onze spullen en genoten nog even snel van een lekker ontbijtbuffet met pannenkoeken, mie goreng en nasi putih. Op de afgesproken tijd (08:30 uur) stonden we bij het kantoor van de rederij. Er waren sinds gisteravond nog acht extra mensen bij gekomen en zo kwam het aantal passagiers aan boord in totaal op veertien. We moesten lopend naar de haven en de straat langs de haven is een combinatie van traditionele havenbedrijvigheid, souvenir shops, duikscholen, restaurants en kleine hotelletjes. In de haven moesten we wat hindernissen overbruggen om bij de boot te komen.


Het werd klimmen en klauteren over de relingen van de schepen. Op de boot maakten we kennis met de hele groep. Twee Duitsers (Berndt en Franziska), twee Noord Italianen, twee Fransen (broer en zus), een Engelsman, een Amerikaans/Japans koppel en een Indonesisch meisje. Een gevarieerd gezelschap dus. Het personeel aan boord bestond uit een man of acht. We lieten de haven al snel achter ons en gingen over de Flores zee op weg naar het Komodo National Park. Het was een paar uur varen en in de tussentijd werd aan boord de lunch bereidt en verorberd. Lekkere nasi putih met gado gado en kroepoek. Als toetje was er vers fruit van watermeloen en ananas. De maaltijden, water, koffie en thee aan boord zijn inclusief. In de zeestraat tussen de eilanden Sumbawa en Flores liggen Pulau Komodo en Pulau Rinca. Op deze eilanden leeft de Komodovaraan. Het is een hagedis uit de familie die ze ook wel varanen noemen. Het is de grootste varaan/hagedis ter wereld en één van de oudste nog levende diersoorten die 60 miljoen jaar geleden leefde.

De lokale bevolking noemt de varaan “ora” wat ‘mond’ betekent. Andere namen zijn biawak raksasa (reuzenvaraan) en buaja darat wat landkrokodil betekent. We bezochten als eerste Pulau Rinca. Met een klein bootje werden we van de grote boot naar het eiland gebracht. Op de steiger stond een bord dat waarschuwde voor krokodillen in het water maar wij zagen alleen heel veel vissen in het heldere water. We moesten een klein stukje lopen naar het hoofdkwartier van het park om ons te laten registreren. Hier werden we door een in onze ogen “belangrijke” man welkom geheten. We moesten hier ook betalen, onder andere de entree voor het park, toeslag voor de fotocamera en de gids tijdens de wandeling over het eiland. We liepen naar buiten en kregen een ranger toegewezen die ons zou begeleiden tijdens de wandeling. Je mag niet alleen rondlopen in het park. Je moet altijd onder begeleiding van een ranger die een grote stok met een V-vormig einde heeft. Hiermee kan hij de varanen op afstand houden als het nodig is. We konden kiezen uit een aantal “hikes” en namen de “medium trek” van ongeveer anderhalf uur lopen.

We liepen het kamp een klein stukje uit en zagen, net voorbij het hoofdkwartier bij de gaarkeuken, al een aantal komodovaranen in de zon liggen om op te warmen. Ondanks dat de varanen niet gevoerd worden, komen ze toch op de geur van het eten af. De komodovaraan werd pas on 1910 ontdekt en bestudeerd door biologen. Vanwege het kleine gebeid waar de komodovaraan voorkomt is het een kwetsbare diersoort en is het afhankelijk van bescherming. Het zijn enorme beesten, die tot wel drie meter groot kunnen worden. We liepen het bos in op zoek naar een andere varaan. Al snel had onze ranger er eentje gespot in de begroeiing langs het pad. De varaan stond net op en liep een stuk voor ons uit langs de bosrand. Met de grote varaan nog in onze ooghoeken, zagen we aan de andere kant een kleine jonge varaan van ongeveer één jaar oud lopen. Even dachten we dat de grote varaan achter de kleine varaan aan zou gaan, het zijn namelijk echte kannibalen, maar ze kruisten elkaar op een aantal meter en gingen ieder hun eigen weg. Na een tijdje lopen verlieten we de beschutting van het bos en kwamen we in een open gebied met grasachtige begroeiing.


Het was in de zon echt bloedheet en dat maakte de wandeling minder aangenaam. Het zweet parelde op ons lichaam en liep in straaltjes naar beneden. We zagen nog een kolonie langstaartmakaak apen, wilde zwijntjes, Javaanse hertjes en een bijennest. Onze wandeling eindigde bij het park hoofdkwartier en daar vandaan liepen we terug naar de steiger voor de boten. We gingen aan boord en vervolgden de tocht naar het volgende eiland, pulau Komodo. Als je alle eilanden vanaf bovenaf ziet liggen, lijken ze dicht bij elkaar te liggen. Het lijkt zo want in de praktijk valt dat wel tegen. Het was nog een aardig stukje varen. Ondertussen was het later op de middag geworden (16:00 uur)  en de meeste toeristen hadden Pulau Komodo al bezocht en waren weer vertrokken. Onze groep was samen met een andere groep nog de enige die op zoek gingen naar de komodovaranen. We kregen een ervaren gids/ranger toegewezen en drie helpers gewapend met V-stok. Wij mochten hier zelf ook een stok in de hand nemen om de varanen op afstand te houden. Ronac had direct een “click” met de gids en liep al snel hand in hand met hem voorop.


We waren net vertrokken toen we al een varaan zagen liggen in het gras. Het was een van de oudere varanen van het park. We konden hem goed bekijken. We zagen een langwerpig lichaam en een lange staart. Ze kunnen tot wel drie meter lang worden en een volwassen mannetje kan wel 150 kilo wegen. Een mannetje is beduidend groter dan het vrouwtje maar omdat jongere en oudere varanen samen leven is het in de praktijk moeilijk te onderscheiden. Hij heeft vier gebogen poten en een brede en platte kop. Aan de poten zitten lange platte, gekromde mesachtige nagels. De huid van de varaan is bedekt met schubben die ongeveer zo dik zijn als je nagel. In de bek van de varaan zitten ongeveer een 60-tal tanden waardoor ze als een zaag makkelijk door het vlees van hun prooi kunnen snijden en er stukken af kunnen scheuren. De komodovaraan is een echte vleeseter en hij eet naast levende prooien ook wel aas (dode dieren). Met behulp van zijn oren, ogen en vooral zijn tong zoekt hij een mogelijke prooi. De varaan zal proberen om zijn prooi direct te doden maar dit lukt niet altijd. Een prooi bezwijkt echter snel door de (giftige) beet van de varaan die kan leiden tot bloedvergiftiging. Door zijn gespleten tong, kan een varaan bij een gunstige wind, een rottend karkas op een afstand van meer dan acht kilometer opsporen. De stok in onze handen voelt ineens als een wat klein wapen tegen deze bijna drie meter lange ‘draak’, zoals ontdekkingsreizigers het zeldzame dier vroeger beschreven.


Wij liepen rustig verder met Ronac en de gids voorop. Het duurde niet lang of een varaan kruiste ons op het pad. Hij/zij besloot om het pad te volgen en liep voor ons uit. Wij volgden op gepaste afstand. Ronac en de gids als eerste. Ronac voelde zich natuurlijk wel heel erg cool om zo dicht achter de varaan te lopen. Het imposante van de varanen is dat ze zich bij het lopen helemaal oprichten. Ze zien er bij het lopen direct veel dreigender en enger uit. Ze waggelen van links naar rechts, en kunnen een behoorlijke snelheid ontwikkelen. De varaan ging uiteindelijk het pad af en verdween rustig in de struiken. We hadden erg veel geluk want niet veel later zat er weer eentje midden op onze trail. Deze wilde echter niet van het pad afwijken en wij moesten daarvoor zelf uitwijken naar de struiken. Ronac en de gids gingen voorop. Toen mamma ging, hoorde de varaan takken kraken en hij keek haar een lange tijd aan. Gelukkig bleef ze muisstil staan. Eén van de helpers moest uiteindelijk voor afleiding zorgen zodat de hele groep de varaan veilig kon passeren. Wow, het was wel een spannende ervaring.

Echt heel gaaf om deze imposante beesten van dichtbij mee te maken in hun eigen leefomgeving. We wandelden verder en kwamen bij een hoger gelegen gebied en daar vandaan hadden we ook weer een mooi uitzicht over de omgeving. Weer terug bij het kamp, kochten we van één van de helpers, twee kleine beeldjes van een varaan. Het begon al schemerig te worden toen we Pulau Komodo verlieten. We zouden richting Pulau Kalong varen om daar voor anker te gaan en de nacht door te brengen. Op dit eiland hangen ook duizenden vliegende honden in bomen die uitvliegen tegen de schemering.


We kwamen er pas bij donker aan en er waren geen vliegende honden meer te zien.We kregen een lekker diner voorgeschoteld en daarna mochten we nog even op de tablet een spelletje doen en een filmpje kijken. Omdat we met veel minder mensen aan boord waren dan de berekende capaciteit, konden we kiezen waar we wilden slapen. Je kon ook boven op dek slapen dan heb je natuurlijke airco. Wij sliepen de eerste nacht beneden onder het dek. In het begin bleek het beneden toch wel erg warm te zijn en de dieseldampen zijn ook niet echt lekker. Ik zou er niet aan moeten denken dat je hier met 16 of meer personen slaapt! In de loop van de nacht koelde het echter flink af en hadden we niet genoeg aan alleen de dunne deken. Onze lange broek en fleece vest bood uiteindelijk genoeg warmte om lekker te kunnen slapen.

Sealife, Abenteuer Park en Legoland Discovery Centre in Oberhausen


Lange tijd geleden had mamma kaartjes gekocht via SocialDeal om een dagje naar Oberhausen in Duitsland te gaan. Met deze tickets konden we een bezoek brengen aan SEA LIFE, het Abenteuer park en het Legoland Discovery Centre. We vertrokken op tijd omdat het nog dik anderhalf uur rijden was vanaf Maastricht. De navigatie bracht ons naar een parkeerplaats in de omgeving van het CentrO, het grootste overdekte winkelcentrum in Europa. Het was erg rustig en we vroegen ons af of we op de juiste plek waren. We parkeerden de auto gratis in de parkeergarage en gingen te voet verder.

Binnen een paar minuten lopen zagen we het Sea Life aquarium al liggen. We moesten volgens onze tickets daar beginnen. Het was niet druk en al snel hadden we de benodigde entreebewijzen en konden we het grootste aquarium van Duitsland binnen gaan. Het complex dateert van 2004 en kreeg vooral bekendheid door het Wereldbeker Voetbaltoernooi in Zuid Afrika. Octopus Paul kon de uitslag van de wedstrijden vooraf voorspellen. Helaas is deze octopus overleden en zouden we hem vandaag niet tegenkomen in het aquarium. We begonnen de tour door het aquarium bij de oorsprong van de Rijn, in de bergen en volgden zo de stroming van de rivier tot het einde in de Noordzee. Daarna volgden de aquaria van de Atlantische Oceaan, de Amazone en het tropisch rif. In totaal zijn er meer dan 5000 bewoners in de ruim 50 aquaria.
We zagen zeesterren, schelpdieren, kwallen, roggen, sidderalen, piranha’s, meervallen en zelfs haaien. De tien meter lange doorzichtige tunnel bracht ons zes meter onder het wateroppervlak en zo liepen we door een tropisch bassin. De vissen zwommen boven ons en langs en om ons heen. Ronac was een beetje angstig voor de haaien. Een vriendelijke medewerkster vertelde ons dat haaien niet zomaar mensen zullen bijten, zelfs niet als er mensenbloed in het water aanwezig is. Ze houden meer van vissen dan van mensen, een geruststellende gedachte. Aan het einde waren ook nog bassins waar je dieren kon aanraken. Pappa had een soort kreeftje op zijn vinger en die maakte zijn vinger schoon. Wij durfden geen van bieden onze vinger in het water te stoppen, bangeriken. Het was rond de middag toen we het aquarium uitkwamen.

Onze volgende stop was het Abenteuer park waar we na binnenkomst eerst even een broodje aten op een van de bankjes. Het was totaal niet druk en we konden het groene park goed verkennen. Zo gingen we in de Afrikaanse jeeps op safari en gingen we in de Shanghai-express op reis door Azië. Er waren trampolines, een doolhof, klimtoestellen, glijbanen en nog veel meer. Bij de waterspeeltuin brachten we lange tijd door met water en zand. Samen met Ronac ging ik nog in de Hip Hop, een attractie die naar boven gaat en dan onverwachts naar beneden valt. Ronac maakte een raar geluid en ik wist niet goed of hij bang was of moest lachen door het vreemde gevoel in zijn buik dat het naar beneden vallen veroorzaakt. Na het uitstappen wist hij het zelf ook niet echt. Hij vond het eng maar het kriebelgevoel in zijn buik bracht hem aan het lachen. Samen met pappa ging ik in de laatste attractie Antarktis. We stapten in een bootje en voeren door een ijs- en sneeuwlandschap. We kwamen door een glazen tunnel en zagen daar de ezelspinguïns. Als laatste ging het bootje naar veertien meter hoogte gevolgd door een vrije val naar beneden.

We waren helemaal nat toen we uitstapten maar dat was natuurlijk ook de bedoeling. We hadden nog tijd over en bezochten ook het Legoland Discovery Centre. Onze tour startte in de Lego-fabriek waar een super vriendelijke medewerkster ons vertelde en liet zien hoe de kleurrijke Legostenen gemaakt worden. We mochten haar zelfs helpen. Op het einde kregen we onze zelfgemaakte Legosteen en mochten we deze mee nemen naar huis. Na de fabriek maakten we een ritje in de “Kingdom Quest” waar we de koning en zijn leger moesten helpen bij het redden van de prinses. Met een laser pistool moesten we de slechteriken (skeletten en trollen) afschieten. In Miniland zagen we van alles over het Ruhrgebied, volledig gemaakt van legostenen. We speelden nog even met de Lego in het atelier en bezochten als laatste de 4D-bioscoop. Hier zagen we “Legends of Chima” dezelfde film als in Legoland in Billund. Heel erg vonden we het niet want de special effects waren nog net zo onverwachts als de eerste keer. We kregen nog een ijsje en reden toen terug naar Maastricht. Zin om te koken hadden pappa en mamma niet en daarom gingen we naar Wok restaurant Geusselt. Ik ging me helemaal te buiten aan de sushi en andere lekkernijen. Ik had zelfs nar vier borden nog een plaatsje over gehouden voor een enorm ijsje. Wederom een leuke dag met goede afsluiting!

Uitgelichte afbeelding verwijderen

Dierenpark Planckendael

Met onze jaarkaart van Gaia park konden we gratis de dierentuin Planckendael of de Zoo Antwerpen bezoeken. Wij hadden besloten om een bezoek te brengen aan Planckendael nabij Mechelen in België. Waarschijnlijk was Planckendael van oorsprong een Romeinse nederzetting. In 1956 werd het gekocht en werd het landgoed met name gebruikt als buitenverblijf voor de Antwerpse Zoo. Sinds 1985 werd het uitgebouwd als volwaardig dierenpark. Planckendael bleek verdeeld te zijn in vijf continenten: Europa, Afrika, Oceanië, Azië en Amerika.

We begonnen met de verkenning van het dierenpark in het continent Azië. In een tropische kas was een heus stukje Aziatisch regenwoud en compleet jungledorp met een waterval aangelegd. In de kas zagen we veel vogels waaronder de prachtig felgekleurde lori’s, een neushoornvogel, gibbons en de tijgerpython. In het buitengebiedzagen we Indische leeuwen, kamelen, wisenten en przewalskipaarden. Middenin het Azië gedeelte klommen we via de spinnenwebben onze weg naar boven in het lindenbos. We wandelden zo op veertien meter hoogte door de boomtoppen.

Natuurlijk mocht een kijkje aan de Indische olifantentempel van de Aziatische olifanten niet ontbreken. Het verblijf ziet er uit als de Koninklijke olifantenstallen van India. Er zijn vijf vrouwtjes en één mannetje aanwezig. De Aziatische olifant wordt met uitsterven bedreigd dit komt voornamelijk door versnippering van hun leefgebied, ivoorjacht en concurrentie met de lokale bevolking. We liepen vervolgens een nieuwe route in de richting van het Europa gedeelte. Hier zagen we Europese dieren die je zelden in het wild ziet. We zagen een das en vos van wel heel erg dichtbij.

We lieten Europa al snel achter ons en belandden op de Afrikaanse savanne. Vanaf de Afrikaanse lodge stonden we oog in oog met een paar giraffen. Op de grasvlakte liepen tussen de giraffen ook impala’s en elandantilopen. Verder kwamen we ook zebra’s, gnoes, struisvogels en hyena’s op ons pad tegen. Tussendoor kregen we een lekker koud ijsje want de temperatuur was flink opgelopen. Het werd al laat en de dierentuin was groter dan verwacht. We zouden helaas niet alles kunnen zien en daarom gingen we alleen nog naar Oceanië omdat we de koala’s wilden zien. Voordat we deze fluffy buideldieren zagen, kwamen we eerst nog kangoeroes, emoes en helmkasuarissen tegen.

Ook speelden we even in de drijvende speelhaven, pas op voor de krokodillen! Daarna liepen we naar het verblijf van de koala’s. In Planckendael leven vier koala’s en eentje had een kleintje in haar buidel. Koala’s slapen zo’n 20 tot 22 uur per dag en eten alleen maar bladeren van de eucalyptusboom. Wat een lieve beestjes om te zien! Als laatste wandelden we tussen de pinguïns en flamingo’s over de pinguïnpromenade. Ook stonden we in een bootje net zo stijf als echte pinguïns haha. Op de terugweg in huis werd Keyro klaar gestoomd voor zijn tafeltjesdiploma. Ik stak er zelfs ook wat van op.

Op stap met Aline

Het was een gezellig maar druk weekend. Gistermiddag waren opa Leo en oma Margriet naar Maastricht gekomen. Samen zijn wij ‘s middags gaan wandelen bij Landgoed Pietersheim in Lanaken. Tegen de tijd dat wij er aankwamen begon het zachtjes te regenen. We maakten de kabouterwandeling in de regen en speelden gewoon in de speeltuin. Alles was natuurlijk nat maar dat maakte het zelfs extra leuk. ’s Avonds speelden we gezellig spelletjes en Triviant met opa Leo en oma Margriet. We mochten zelfs laat opblijven.


Speuren naar de kabouters.

Vandaag gingen opa Leo en oma Margriet alweer naar huis. Wij hadden in de middag een afspraakje met Dunja, Misha en Aline bij Gaia Zoo. Het was lang geleden dat we Aline gezien hadden. Ze was ontzettend gegroeid sinds ik haar voor het laatst had gezien. In het begin was ze wat verlegen maar al snel renden we met zijn drietjes door Gaia Zoo. In tegenstelling tot gisteren was het vandaag wel mooi weer. Heerlijk in het zonnetje liepen we door de steppe en het savannegebied. De leeuwen hadden blijkbaar honger en zaten wel erg dicht bij het glas. We konden deze prachtige dieren heel erg goed zien. We wilden rond 15.30 uur naar de Dinodome maar deze bleek al te gaan sluiten. De dierentuin was vandaag maar open tot 16.00 uur, jammer.

201420

 

Omdat we niet zo vroeg waren gekomen viel dat natuurlijk een beetje tegen. We reden naar Oirsbeek waar Dunja, Misha en Aline wonen. Bij Aline thuis speelden we met het poppenhuis en het keukentje. Het was gezellig en we bleven er zelfs eten. Onze pappa’s haalden pizza’s en dat lieten we ons goed smaken. Na het eten speelden we verder en pappa en mamma vergaten de tijd een beetje. Ze kwamen pas om 20.30 uur er achter dat het al erg laat was. We reden terug naar Maastricht en moesten natuurlijk direct naar bed. Het was een leuk en gezellig weekend!


Op safari in Gaia Zoo.

Herfst in wildpark Gangelt

Om 12:15 uur haalden mamma en ik Keyro op uit school. We gingen niet naar huis en Keyro at zijn lunch zo vanuit zijn brooddoos in de auto. Ik had samen met mamma al om 11:30 uur gegeten. We reden met de oude tom tom van pappa naar het Wildpark in Gangelt (Duitsland). Volgens mamma reden we flink om maar uiteindelijk kwamen op de plaats van bestemming. Annita, Charlie en Tamara met haar kids Vince en Nina zouden ook komen. Het duurde echter nog even voordat zij er waren en wij gingen alvast het park naar binnen. Vanwege de herfstvakantie in Duistland bleken kinderen gratis entree te hebben.


Het bos was gehuld in prachtige herfstkleuren en er waren al veel bladeren op de grond gevallen. We liepen in een heerlijk zonnetje langs de prachtige roofvogels en uilen. Tussendoor gleden we op onze billen van de heuvels met de enorme hopen bladeren. We zagen de beren die zich net aan het badderen waren in de waterpoel en de kleintjes renden ondeugend achter elkaar aan, een leuk gezicht. We liepen net bij de wilde zwijnen toen Tamara, Vince en Nina arriveerden. Helaas was het van korte duur want Vince bleek zich niet lekker te voelen en na 15 minuten gingen ze weer naar huis. Ondertussen hadden ook Annita en Charlie zich bij ons gevoegd. Charlie is een half jaar jonger dan mij en toen het ijs eenmaal gebroken was, klikte het goed tussen ons. We gooiden hopen bladeren in de lucht, renden achter elkaar aan en klommen en klauterden in de speeltuin. We hadden een hele leuke middag en gezellige middag. De terugweg duurde lang, ongeveer 45 minuten en het was goed dat mamma het avondeten vanmorgen al had klaar gemaakt. We konden het eten opwarmen en direct aan tafel gaan. Van al die buitenlucht hadden we goede honger gekregen en waren we flink moe dus gingen we op tijd naar bed toe.

 

Gaia Zoo

Het was een lange tijd geleden dat we naar het Gaia Park in Kerkrade waren geweest. Ik was toen zelfs nog heel erg klein en kon mij er maar weinig van herinneren. Pappa en mamma besloten om weer een jaarabonnement te nemen zodat we eens vaker kunnen gaan. Onze tocht door het dierenpark begon met de roofvogelshow waarbij de roofvolgels wel heel erg dicht over onze hoofden vlogen.

Daarna vervolgden we onze weg door Taiga gedeelte waar we o.a. het Bochara hert en de Iberische wolf zagen. In dit gebied vind je dieren die wonen in het hoge Noorden wonen en goed tegen de kou kunnen. Het zijn stoere en grote dieren die overleven in dichte bossen op de ijzige toendra en steppe. We kwamen na een wandeling uit bij de Dino-dome, een grote indoorspeeltuin. We gingen op ontdekkingsreis langs uitgestorven dinosaurs. We konden klimmen, glijden en spelen in de netten en de ballenbak. We aten een ijsje en liepen naar het savanne gebied. Hier waanden we ons in Afrika en zagen we o.a. grote roofdieren.

De cheetah’s kwamen wel heel dichtbij en konden we goed door het glas zien. Vanaf een speciaal uitzichtplatform konden we de leeuwen ook goed bewonderen. Het was ondertussen al tegen half vijf geworden en het begon ondanks de zon toch al kouder te worden. We liepen terug naar de auto en met ons abonnement kunnen we de volgende keer beginnen bij het regenwoud want daar hebben we nu niets van gezien. Ik vind Gaia Zoo een leuke dierentuin en wil er zeker nog eens terug komen.

Dag 22; Naar Colombo

Onze laatste dag reisden we via de zuid- en westkust terug naar de hoofdstad Colombo. Onderweg kwamen langs plaatsen waar het nog steeds zichtbaar was welke schade de tsunami had aangericht in 2004. De tsunami, veroorzaakt door een zeebeving, ontstond in de buurt van Indonesië en verplaatste zich over de hele Indische oceaan. De vloedgolf overspoelde o.a. de kust van India, Thailand. Somalië en Sri Lanka. De golven werden groter naar mate ze aan de kust aanspoelden en sleurden werkelijk alles met zich mee. Het maakte veel slachtoffers en liet een grote ravage achter. We zagen kale plaatsen waar vroeger huizen hadden gestaan en waar nooit iets herbouwd is. Ik kan me niet goed voorstellen hoe het geweest moet zijn maar verschrikkelijk is het wel. We stopten bij een monument om de slachtoffers van de tsunami te herdenken.


monument ter nagedachtenis aan de Tsunami van 2004.

Onze volgende stop maakten we aan de zuidkust bij het plaatsje Kosgoda. Deze kleine badplaats staat vooral bekend vanwege de zeeschildpaddenopvang. De stranden zijn een favoriete broedplaats voor zeeschildpadden. Vanwege het uitsterven van de zeeschildpadden worden de gelegde eieren verplaatst naar de opvang waar de gevonden eieren worden uitgebroed. De overlevingskans wordt op deze manier groteren de populatie beschermd. Van de zeven soorten zeeschildpadden in de wereld, worden hier vijf soorten beschermd: de soepschildpad (of groene zeeschildpad), de karetschildpad, de onechte karetschildpad, de warana en de lederschildpad. Tijdens de rondleiding kregen wij de ronde eieren in onze handen en later ook schildpadjes van één dag oud, zo schattig. Ik was er helemaal verliefd op en wilde iedere keer een andere oppakken en vast houden. Wanneer de schildpadden gezond zijn worden ze na een aantal dagen vrijgelaten in de zee.

Helaas zagen we ook een aantal volwassen schildpadden die niet terug konden naar de zee vanwege verwondingen. Zo zagen we een paar schildpadden die een voor- of achtervin misten door een ongeluk met een schroef van een boot. Ook waren er albino schildpadden die te veel opvallen in de open zee en een blinde schildpad. Ik vond het interessant om er van te leren en de dieren te zien.


Op de schildpaddenkwekerij.

 
We vervolgden onze weg langs de westkust en zagen daar vele kokospalmen. De kokospalmen groeien het liefst aan zee. De palm heeft een lange, grijze stam die wel 30 meter hoog kan worden. In de top ontstaan de bladeren en de vruchten, de kokosnoten. In veel tropische landen is de kokospalm van groot belang. Men kan alles van de boom gebruiken. Zo kun je er bijvoorbeeld van eten en drinken en allerlei voorwerpen van maken. Wij zagen een man die in de kokospalm geklommen was om daar kokosnoten te plukken. De man bewoog zich behendig met zijn kapmes door de boomtoppen van de palmen. Knap maar levensgevaarlijk!


Een echte palmbomenklimmer, wat een acrobaten zeg!

Hoe dichter we in de buurt van Colombo kwamen hoe drukker het op de weg werd. In de voorsteden kwamen we meteen in de file te staan en het schoot niet echt op. Een flinke regenbui zorgde er ook nog eens voor dat de straten blank kwamen te staan. We hadden onze lunch bij een Chinees restaurant die een goede kwaliteit eten op tafel zetten. Het was smikkelen en smullen. We maakten een kleine stadstour door Colombo. De oorsprong van de stad begon in de 16de eeuw toen de Portugezen aanmeerden en zich op deze plaats vestigden. Later volgden de Nederlanders en de Engelsen en groeide Colombo uit tot een belangrijke havenstad. In de stad stond alles door elkaar heen. We zagen mooie koloniale gebouwen met daarnaast weer moderne kantoorgebouwen. Tempels staan naast moskeeën. Ik vond het geen mooie stad om te zien maar de tegenstellingen zijn zeer bijzonder. We stopten bij het onafhankelijksplein en zagen daar het monument ter nagedachtenis aan de onafhankelijkheid van Sri Lanka in 1948. Bij het monument stond het standbeeld van de eerste minister president van Sri Lanka.

We reden langs het Galle Face Green, een promenade die werd aangelegd om paardenraces en golf te spelen. Het wordt nu gebruikt als park om te ontspannen voor dagjes mensen. We reden door het gebied Colombo Fort waar vroeger het Nederlands en Brits fort stond. Nu is dit district het financiële district en vind je er tussen de historische gebouwen veel banken. We zagen de oude vuurtoren ent het oudste gebouw in Colombo: het Nederlands ziekenhuis (Old Colombo Dutch Hospital). Via het havengebied van Colombo reden we de stad langzaam uit. Het verkeer was erg chaotisch en rommelig.

We stonden tussen volgepropte bussen, pruttelende vrachtwagens, fietsers, trishaws (fietstaxi) en tuk-tuks. We hadden een paar keer een bijna botsing maar Nana had al bewezen een goede chauffeur te zijn en wist iedere keer weer een aanrijding te voorkomen. Ons laatste hotel lag in de plaats Katunayake op ongeveer 7 kilometer van het vliegveld. Het Tamarind Tree Hotel bestond uit 36 luxe bungalows in een mooie groene omgeving. Wij kregen een mooie, ruime bungalow in de buurt van het zwembad. We namen nog even een duikje tot het donker werd en we aangevallen werden door de muggen. Het avondeten bleek bij dit hotel niet inclusief te zijn en daarom wilden we a la carte eten. De ober probeerde ons het buffet op te dringen maar uiteindelijk kregen we toch de menukaart. We bestelden allemaal een pasta die goed smaakte. Voor de laatste keer deze vakantie pakten we onze spullen in. Morgen gaan we dit prachtige land verlaten om terug te gaan naar Nederland.


En nog één keertje zwemmen voordat we weer naar huis gaan.